Ouderlijke verantwoordelijkheid

Ouderlijke verantwoordelijkheid betekent alle rechten en plichten ten opzichte van een kind en diens bezittingen. Hoewel dit concept van land tot land verschilt, omvat het meestal het ouderlijk gezag en het omgangsrecht.

Als u een internationaal paar bent met één of meer kinderen en u bent aan het scheiden, moet u een regeling treffen voor het hoederecht over de kinderen.


Hoe gaat u te werk?

Wat is het hoederecht? Wat is het bezoekrecht?

Zolang de ouders samenwonen, hebben zij doorgaans samen het hoederecht over hun kinderen. Wanneer de ouders echter scheiden of uit elkaar gaan, moeten zij beslissen hoe dit recht in de toekomst zal worden uitgeoefend.

De ouders kunnen beslissen dat het kind afwisselend bij één van beide ouders zal wonen, dan wel bij één ouder. In het laatste geval krijgt de andere ouder gewoonlijk het recht om het kind op bepaalde tijdstippen te bezoeken.

Het hoederecht omvat ook andere rechten en plichten in verband met de opvoeding en verzorging van het kind, met inbegrip van de plicht om voor het kind en zijn bezittingen te zorgen. Gewoonlijk hebben de ouders ook de ouderlijke verantwoordelijkheid over een kind, maar die kan ook aan een instelling worden gegeven waaraan een kind is toevertrouwd.

Wie beslist over het hoederecht en het bezoekrecht?

De ouders kunnen deze kwesties in onderlinge overeenstemming regelen. Wanneer de ouders er niet in slagen overeenstemming te bereiken, kan een bemiddelaar of een advocaat hen daarbij helpen. Klik op de link onderaan deze pagina om een bemiddelaar te vinden.

Wanneer de ouders er niet in geslaagd zijn tot een overeenkomst te komen, moeten zij zich mogelijk tot de rechter wenden. De rechter kan beslissen dat beide ouders het hoederecht over het kind krijgen (gezamenlijk hoederecht) of dat één van de ouders het hoederecht krijgt (enkel hoederecht). In het geval dat slechts één ouder het hoederecht heeft, kan de rechter aan de andere ouder een bezoekrecht toekennen.

In het geval van een internationaal paar, bepalen EU-regels welke rechter bevoegd is om de zaak te behandelen. Klik op de link onderaan deze pagina om de bevoegde rechter te vinden.

Het voornaamste doel is te voorkomen dat beide ouders zich in hun eigen land tot de rechter wenden en dat over dezelfde zaak twee beslissingen worden gegeven. Het principe is dat de rechter van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd is.

Wordt de beslissing van de rechter in het andere EU-land ten uitvoer gelegd?

Een mechanisme voor de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen zorgt ervoor dat de beslissing van de rechter in andere EU-landen wordt toegepast zodra die is gegeven. Dit maakt het degenen die de ouderlijke verantwoordelijkheid hebben, makkelijker om hun rechten uit te oefenen.

Met name zal een beslissing inzake toegangsrechten in een andere EU-lidstaat worden erkend zonder dat daarvoor een speciale procedure is vereist, hetgeen de relatie tussen het kind en de beide ouders ten goede komt.

Welke EU-regels zijn van toepassing?

De regels om grensoverschrijdende kwesties tussen kinderen en hun ouders op te lossen, zijn opgenomen in de De link wordt in een nieuw venster geopend.Verordening Brussel II bis. Deze regels zijn van toepassing op alle kinderen, zowel kinderen die uit het huwelijk zijn geboren als buitenechtelijke kinderen. De verordening Brussel II bis vormt de hoeksteen van de gerechtelijke samenwerking in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid. De verordening is sinds 1 maart 2005 van kracht in alle EU-landen behalve Denemarken.

Klik op een van de vlaggen voor landspecifieke informatie.

Links


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 18/01/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - België

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Het ouderlijk gezag is een juridisch mechanisme ter bescherming en vertegenwoordiging van het kind tot de meerderjarigheid of de ontvoogding. Het gezag heeft betrekking op de persoon en de goederen van het kind. Het ouderlijk gezag wordt geregeld in de artikelen 371 tot en met 387 ter en artikel 203 van het burgerlijk wetboek.

Het ouderlijk gezag wordt van rechtswege uitgeoefend door de "juridische" ouders van het kind, d.w.z. de personen die door de wet als zodanig worden beschouwd vanwege een vaderschaps-, moederschaps- of meemoederschapsband die voortvloeit uit bloedverwantschap, adoptie of de wet. Wanneer de biologische ouders juridisch niet zijn erkend als wettelijke ouders, zijn zij niet de titularis van het ouderlijk gezag.

Een kind blijft onder het gezag van zijn ouders tot aan zijn meerderjarigheid (18 jaar) of zijn ontvoogding. Beslissingen over de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van het kind vallen onder de verantwoordelijkheid van de ouders (artikel 203 van het burgerlijk wetboek)

Wat de aan het ouderlijk gezag verbonden bevoegdheden betreft, wordt er een onderscheid gemaakt tussen het gezag over de persoon van het kind, het beheer van de goederen van het kind en bepaalde prerogatieven van het ouderlijk gezag. Het gezag over de persoon van het kind is onderverdeeld in het "recht van bewaring" (met het kind "samenwonen", d.w.z. de zorg voor het kind, het toezicht op het kind, de opvoedkundige beslissingen die verband houden met de aanwezigheid van het kind bij de betrokken persoon) en het "opvoedingsrecht" (d.w.z. beslissingen met betrekking tot het levensonderhoud, het onderwijs en de opleiding van het kind). Wat het beheer van de goederen van het kind betreft, wordt er een onderscheid gemaakt tussen het recht op wettelijk beheer en het recht op wettelijk genot. De bijzondere prerogatieven hebben betrekking op de bevoegdheden van de ouders inzake het huwelijk, de adoptie en de ontvoogding van het kind.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Het ouderlijk gezag over de persoon van het minderjarige kind wordt normaliter gezamenlijk uitgeoefend door beide ouders van het kind. Wanneer de afstamming ten aanzien van beide ouders is vastgesteld, oefenen zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, ongeacht of zij samenwonen of niet, en ongeacht of zij gehuwd zijn of niet (de artikelen 373 en 374 van het burgerlijk wetboek).

Indien de afstamming niet is vastgesteld ten aanzien van een van de ouders of indien een van de ouders overleden is of afwezig is dan wel in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven, oefent de andere ouder dat gezag alleen uit.

Jegens derden (te goeder trouw) wordt elke ouder geacht te handelen met de instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een handeling stelt die met het ouderlijk gezag verband houdt (artikel 373 van het burgerlijk wetboek).

Bij gebreke van overeenstemming over de organisatie van de huisvesting van het kind, over de belangrijke beslissingen betreffende zijn gezondheid, zijn opvoeding, zijn opleiding en zijn ontspanning en over de godsdienstige of levensbeschouwelijke keuzes of wanneer de bereikte overeenstemming strijdig lijkt met het belang van het kind, kan de familierechtbank de exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag opdragen aan een van de ouders.

In dit geval behoudt de andere ouder, overeenkomstig de vastgestelde nadere regels 1) een recht van toezicht, d.w.z. het recht om op de hoogte te blijven van de situatie van het kind en zich tot de bevoegde familierechtbank te wenden indien hij van mening is dat de andere ouder het belang van het kind niet in acht heeft genomen; 2) een recht op persoonlijk contact. Dat persoonlijk contact kan alleen om bijzonder ernstige redenen worden geweigerd (artikel 374 van het burgerlijk wetboek).

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Indien van beide ouders er geen overblijft die in staat is het ouderlijk gezag uit te oefenen, moet er een voogdijregeling worden uitgewerkt (artikel 375 van het burgerlijk wetboek).

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

De scheiding of echtscheiding van de ouders heeft in beginsel geen gevolgen voor de regels inzake het overgaan van het ouderlijk gezag. Overeenkomstig het desbetreffende juridische beginsel wordt het ouderlijk gezag gezamenlijk uitgeoefend door elk van beide ouders van het kind (zie punt 2). Dit betekent dat zij elk het ouderlijk gezag uitoefenen en blijven uitoefenen en dat een beslissing die de uitoefening van de eigen prerogatieven door een ouder zou belemmeren niet door de andere ouder alleen mag worden genomen. Hij moet dus de instemming van de andere ouder verkrijgen en anders mag hij niet handelen. Wat bijvoorbeeld de huisvesting van het kind betreft, neemt de ouder bij wie het kind verblijft echter de beslissingen over de tijdsbesteding van het kind, over de beleefdheidsregels enz.

De ouders kunnen zelf een overeenkomst sluiten over de wijze waarop het ouderlijk gezag zal worden uitgeoefend, rekening houdend met het belang van het kind.

Anders moet de familierechtbank worden ingeschakeld. De familierechtbank kan beslissen de exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag toe te vertrouwen aan een van de ouders (zie punt 2).

Er moet overeenstemming worden bereikt over de wijze waarop het kind wordt gehuisvest, over de plaats waar het in de bevolkingsregisters wordt ingeschreven, en over de wijze waarop de ouders bijdragen aan het onderhoud, de opvoeding en de opleiding van het kind.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

De ouders zijn niet verplicht voor de familierechtbank te verschijnen en kunnen een onderhandse overeenkomst sluiten ter regeling van het ouderlijk gezag. De ouders kunnen met het oog op bijstand te allen tijde, ook tijdens de procedure, een beroep doen op een erkende en daartoe opgeleide bemiddelaar (advocaat, notaris of een andere erkende bemiddelaar) (artikel 1730 van het gerechtelijk wetboek).

Indien de ouders deze overeenkomst willen laten uitvoeren, moeten zij haar wel voorleggen aan de bevoegde familierechtbank, die zal nagaan of het belang van het kind in acht is genomen.

In het geval van echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting (zie het thema "Echtscheiding - België") kunnen de ouders de familierechtbank in elke fase van de procedure verzoeken hun overeenkomst over de voorlopige maatregelen met betrekking tot het kind te homologeren. De rechter kan weigeren de overeenkomst te homologeren als deze in strijd is met het belang van het kind.

In het geval van echtscheiding door onderlinge toestemming (zie het thema "Echtscheiding - België") moeten de partijen vooraf overeenstemming bereiken over de maatregelen betreffende het ouderlijk gezag (uitoefening van het ouderlijk gezag, recht op persoonlijk contact, beheer van de goederen van het kind) alsook over de bijdrage van elk van hen aan het onderhoud, de opvoeding, de gezondheid, de opleiding en de ontplooiing van het kind, zowel gedurende de procedure als na de echtscheiding. De procureur des konings brengt advies uit en de familierechtbank kan bepalingen die strijdig zijn met het belang van het minderjarige kind laten schrappen of wijzigen. De familierechtbank spreekt de echtscheiding uit en homologeert de overeenkomsten met betrekking tot het minderjarige kind.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Zodra er een vordering is ingesteld, informeert de griffier de partijen over de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening en elke andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten (artikel 1253 ter/1 van het gerechtelijk wetboek). Bovendien kan de rechter te allen tijde aan de partijen voorstellen na te gaan of verzoening dan wel bemiddeling mogelijk is en, met instemming van de partijen, de zaak verdagen om de partijen in staat te stellen na te gaan of er akkoorden kunnen worden gesloten dan wel of bemiddeling een oplossing kan bieden of kan hij de zaak verwijzen naar de kamer van minnelijke schikking (artikel 1253ter/3 van het gerechtelijk wetboek).

In het geval van een akkoord tussen de partijen homologeert de rechtbank dit akkoord, voor zover dit niet kennelijk strijdig is met het belang van het kind (artikel 1253ter/2 van het gerechtelijk wetboek).

Elke partij mag, onverminderd elke gerechtelijke procedure, ook voorstellen om een beroep te doen op de bemiddelingsprocedure (artikel 1730 van het gerechtelijk wetboek). Een door een erkende bemiddelaar bereikt akkoord kan onder de bovengenoemde voorwaarden ook worden gehomologeerd.

Tot slot kunnen de partijen ook deskundigen (sociaal assistent, psycholoog, jeugdpsychiater) raadplegen met het oog op een weloverwogen advies; ook kunnen zij in het kader van de gerechtelijke procedure om de aanstelling van een deskundige verzoeken. In het kader van die procedure kan de procureur des konings, door bemiddeling van de bevoegde sociale dienst, alle dienstige inlichtingen over het kind inwinnen; de familierechtbank houdt ook rekening met de mening van het kind (artikel 1253ter/6 van het gerechtelijk wetboek).

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Indien er tussen de ouders geen overeenkomst of slechts een gedeeltelijke overeenkomst wordt getroffen of indien de overeenkomst in strijd is met het belang van het kind, beslist de familierechtbank over de uitoefening van het ouderlijk gezag, rekening houdend met de wensen van de ouders en van het kind (voor zover het kind de daartoe vereiste leeftijd heeft), en met de concrete situatie en omstandigheden. Kwesties die aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd:

- de gezamenlijke of exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag (zie punt 2);

- de plaats waar het kind in de bevolkingsregisters wordt ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf (= zijn woonplaats);

- de wijze van huisvesting van het kind (indien er geen overeenkomst is, wordt, in het geval van gezamenlijk ouderlijk gezag, de voorkeur gegeven aan de gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind indien ten minste een van de ouders daarom verzoekt. Als dit niet de meest passende oplossing is, kan er ook worden gekozen voor een uitgebreide secundaire huisvesting of voor een andere oplossing. De familierechtbank houdt rekening met de specifieke omstandigheden en het belang van het kind en de ouders;

- de onderhoudsbijdrage (elke ouder is verplicht om naar evenredigheid van zijn middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van het kind).

De familierechtbank zal zich soms ook moeten uitspreken over de opvoeding en de opleiding van het kind. De partijen kunnen de rechter ook vragen zich uit te spreken over specifieke kwesties zoals de vakantieregeling voor het kind, de verdeling van bepaalde kosten, de inschrijving in een school enz. Hierover wordt ad hoc beslist.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Het feit dat het ouderlijk gezag uitsluitend aan een van de ouders is opgedragen, verleent die ouder geen blanco cheque met betrekking tot de beslissingen over het kind. Er moet worden nagegaan wat er concreet is afgesproken. Daarnaast behoudt de ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, het recht om toezicht te houden op de opvoeding van het kind (zie punt 2).

Wanneer een ouder met het kind verhuist zonder de andere ouder daarvan in kennis te stellen, kan dit gevolgen hebben voor de huisvesting van het kind, voor het recht op persoonlijk contact enz. In dat geval kan de niet in kennis gestelde ouder of de ouder die niet akkoord is zich tot de familierechtbank wenden (de artikelen 374 en 387 bis van het burgerlijk wetboek) of in geval van absolute spoedeisendheid tot de kortgedingrechter (artikel 584, vierde alinea, van het gerechtelijk wetboek).

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Zie punt 2. Dat wil zeggen dat zij elk het ouderlijk gezag uitoefenen en blijven uitoefenen (het recht van "bewaring" van het kind, het opvoedingsrecht, het recht op wettelijk beheer en op wettelijk genot van de goederen van het kind) en dat een beslissing die de uitoefening van het ouderlijk gezag door een ouder zou belemmeren niet door de andere ouder alleen mag worden genomen. Hij moet dus de instemming van de andere ouder verkrijgen en anders mag hij niet handelen. Wat bijvoorbeeld de "bewaring" van het kind betreft, neemt de ouder bij wie het kind verblijft echter de beslissingen over de tijdsbesteding van het kind, over de beleefdheidsregels enz. Jegens derden (te goeder trouw) wordt elke ouder geacht te handelen met de instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een handeling stelt die met het ouderlijk gezag verband houdt (artikel 373 van het burgerlijk wetboek).

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Overeenkomstig artikel 572 bis, 4°, van het gerechtelijk wetboek, neemt de familierechtbank kennis van vorderingen betreffende het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling of het recht op persoonlijk contact ten aanzien van minderjarige kinderen. De bij de vordering te voegen documenten variëren naar gelang van de ingestelde vordering.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Sommige zaken die onder de bevoegdheid van de familierechtbank vallen, zoals zaken betreffende het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling of het recht op persoonlijk contact, worden conform de wet als dringend beschouwd en kunnen worden ingeleid bij tegensprekelijk verzoekschrift, dagvaarding of gezamenlijk verzoekschrift. De beslissing wordt genomen zoals in kortgeding. Indien de zaak wordt ingeleid bij dagvaarding, bedraagt de termijn ten minste twee dagen (zie artikel 1035, tweede alinea, van het gerechtelijk wetboek). In de andere gevallen heeft de inleidende zitting plaats uiterlijk binnen vijftien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie (artikel 1253ter/4, §2, van het gerechtelijk wetboek).

In alle zaken waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn, moeten de partijen in persoon verschijnen op de inleidingszitting, maar ook op de zitting waarop de vragen aangaande de kinderen worden besproken én op de pleitzittingen (artikel 1253ter/2, eerste en tweede alinea, van het gerechtelijk wetboek). Bovendien heeft elke minderjarige het recht om te worden gehoord in materies die hem aanbelangen aangaande de uitoefening van het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact (artikel 1004/1, §1, van het gerechtelijk wetboek).

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

De regeling van het gemene recht is van toepassing (zie thema "Rechtsbijstand - België").

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming hebben de partijen overeenstemming bereikt over de wijze waarop het ouderlijk gezag zal worden uitgeoefend, heeft de procureur des konings advies uitgebracht, en heeft de familierechtbank de overeenkomsten gehomologeerd en de echtscheiding uitgesproken; er hoeft dus in principe geen beroep te worden ingesteld.

In de andere gevallen kan er tegen beslissingen inzake ouderlijk gezag beroep worden ingesteld binnen een termijn van normaal gesproken een maand. Deze termijn gaat in op de datum van betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan (beroep tegen een beschikking op eenzijdig verzoekschrift). Soms gaat de termijn in op de datum van de uitspraak van het vonnis (bijvoorbeeld beroep van het openbaar ministerie).

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

De familierechtbank die heeft beslist gedurende welke periodes het kind wordt gehuisvest bij een van beide ouders of die het recht op persoonlijk contact van een ouder of zelfs een derde heeft geregeld, is bevoegd om later dwangmaatregelen te verbinden aan haar beslissing (artikel 387 ter, §1, vijfde alinea, van het burgerlijk wetboek). Zij bepaalt de aard van deze maatregelen en de nadere regels betreffende de uitoefening ervan, rekening houdend met het belang van het kind en wijst, indien zij zulks nodig acht, de personen aan die gemachtigd zijn de gerechtsdeurwaarder te vergezellen voor de tenuitvoerlegging van haar beslissing. De familierechtbank kan een dwangsom opleggen om de naleving van de beslissing te waarborgen.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Sinds 1 maart 2005 worden alle in de lidstaten (met uitzondering van Denemarken) gegeven beslissingen inzake ouderlijk gezag krachtens Verordening (EG) nr. 2201/2003 ("Brussel II bis") in beginsel van rechtswege erkend. Voor de tenuitvoerlegging van beslissingen, met uitzondering van beslissingen inzake omgangsrecht en inzake terugkeer van ontvoerde kinderen, moet er echter een verzoek om tenuitvoerlegging worden ingediend bij de familierechtbank, die uitspraak doet zoals in kortgeding.

Deze vereenvoudigde procedure geldt echter niet voor beslissingen die vóór die datum zijn gegeven buiten het kader van een echtscheidingsprocedure. In dat geval moet de gewone procedure inzake erkenning en tenuitvoerlegging worden gevolgd.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Elke belanghebbende kan zich bij de familierechtbank verzetten tegen de erkenning van een in het buitenland gegeven beslissing. Deze rechterlijke instantie kan haar uitspraak aanhouden wanneer er in het land van herkomst beroep is ingesteld tegen de betrokken beslissing.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

De Belgische rechterlijke instanties passen in beginsel het recht van de gewone verblijfplaats van het kind toe.

Indien dit recht niet de mogelijkheid biedt de bescherming te waarborgen die de betrokken persoon of diens goederen vereisen, wordt echter het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit heeft toegepast. Het Belgisch recht is van toepassing indien het materieel of juridisch onmogelijk blijkt om de maatregelen te nemen waarin het toepasselijk buitenlands recht voorziet.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 27/06/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Bulgarije

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

De juridische begrippen die in het Bulgaarse recht voor ouderlijke verantwoordelijkheid en voogdij worden gehanteerd, zijn "ouderlijke rechten en plichten" en "uitoefening van de ouderlijke rechten". Deze termen omvatten alle rechten en plichten van een ouder jegens een minderjarig kind.

In het Bulgaarse recht wordt een onderscheid gemaakt tussen minderjarigen tot 14 jaar en minderjarigen tussen 14 en 18 jaar. Ouderlijke rechten worden uitgeoefend ten aanzien van beide groepen kinderen.

In het geval van adoptie zijn de rechten en plichten die van toepassing zijn op enerzijds de geadopteerde en zijn of haar afstammelingen en anderzijds de adoptant en zijn of haar verwanten, dezelfde als die welke van toepassing zijn tussen bloedverwanten, terwijl de rechten en plichten tussen de geadopteerde en zijn of haar afstammelingen en hun bloedverwanten worden beëindigd.

In echtscheidingszaken is de rechtbank ook verplicht zich uit te spreken over de uitoefening van de ouderlijke rechten en de persoonlijke betrekkingen van de ouders met en het levensonderhoud van uit het huwelijk geboren kinderen, alsmede over het gebruik van de gezinswoning, rekening houdend met de belangen van het kind.

De rechter bepaalt welke echtgenoot het ouderlijk gezag (de "ouderlijke rechten") krijgt en gelast maatregelen betreffende de uitoefening hiervan, de persoonlijke betrekkingen tussen ouders en kinderen en het levensonderhoud van de kinderen. Bij het bepalen welke ouder de ouderlijke rechten mag uitoefenen, beoordeelt de rechtbank alle omstandigheden met de belangen van het kind als uitgangspunt, en hoort de rechter de ouders en het kind, mits het kind ouder is dan 10 jaar.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De algemene regel is dat beide ouders gezamenlijk de ouderlijke rechten uitoefenen.

De wet bevat uitdrukkelijke bepalingen over de rechten van grootouders om contact te blijven houden met het kind.

Minderjarige kinderen zijn verplicht om bij hun ouders te wonen, tenzij dwingende redenen anders rechtvaardigen. Als van deze verplichting wordt afgeweken, zal de rechtbank gelasten dat het kind terugkeert bij zijn of haar ouders, op verzoek van de ouders en na het kind te hebben gehoord indien het kind ouder dan 10 jaar is.

Elke ouder kan kinderen van jonger dan 14 jaar zelfstandig vertegenwoordigen, en toestemming geven voor gerechtelijke actie(s) betreffende kinderen tussen 14 en 18 jaar, doch alleen in het belang van het kind.

Onroerende en roerende zaken van minderjarige kinderen, met uitzondering van bederfelijke waar, kunnen ‑ met toestemming van de districtsrechtbank van de plaats waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft ‑ alleen worden vervreemd, bezwaard met pandrechten of, in algemene zin, van de hand worden gedaan indien dit noodzakelijk is of duidelijk in het belang van het kind is. Nietig zijn: schenkingen, afstandsverklaringen, leningen door minderjarige kinderen alsook door hen gestelde zekerheden betreffende schulden van derden door middel van onderpand, hypotheek of waarborg.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als het gedrag van een ouder een bedreiging vormt voor de persoon, de opvoeding, de gezondheid of de eigendommen van het kind, treft de rechtbank op eigen initiatief of op verzoek van de andere ouder of de openbaar aanklager de nodige maatregelen in het belang van het kind, waarbij het kind, indien nodig, uit huis kan worden geplaatst.

Deze maatregelen worden ook genomen als de ouder niet in staat is de ouderlijke rechten uit te oefenen als gevolg van een aanhoudende fysieke of geestelijke aandoening, langdurige afwezigheid of andere objectieve redenen. In de volgende ernstige gevallen kunnen de ouderlijke rechten aan de ouder worden ontnomen: de ouder zorgt niet goed voor het kind en verzuimt zonder geldige reden en gedurende langere tijd om alimentatie te betalen, of de ouder heeft het kind in een bijzondere instelling geplaatst en het kind niet binnen zes maanden na de datum waarop dat had uiterlijk moeten gebeuren, weer opgehaald.

Gerechtelijke procedures over de beëindiging van de ouderlijke rechten worden op eigen initiatief door de districtsrechtbank of op verzoek van de andere ouder of de openbaar aanklager aanhangig gemaakt. In alle zaken betreffende de beperking of beëindiging van de ouderlijke rechten neemt de rechtbank ook een beslissing over maatregelen met betrekking tot de persoonlijke betrekkingen tussen ouders en kinderen.

Als de omstandigheden zijn gewijzigd, of op verzoek van de ouders, kan de rechtbank de ouderlijke rechten weer instellen.

De rechtbank stelt de gemeente waar de ouders hun gewone verblijfplaats hebben ambtshalve in kennis van de beëindiging van de ouderlijke rechten of het weer instellen daarvan met het oog op de benoeming van een curator voor minderjarigen tussen 14 en 18 jaar of een voogd voor minderjarigen tot 14 jaar.

Op verzoek van de dienst Sociaal Welzijn kan de rechtbank gelasten dat een kind uit huis wordt geplaatst indien de ouders zijn overleden of onbekend zijn, de ouderlijke rechten hun zijn ontnomen, de ouders beperkt ouderlijke rechten uitoefenen of gedurende langere tijd om objectieve redenen of zonder geldige reden verzuimen om voor het kind te zorgen, of wanneer het kind slachtoffer is van huiselijk geweld en er een ernstige bedreiging bestaat voor zijn of haar fysieke, geestelijke, morele, intellectuele en sociale ontwikkeling. In dat geval wordt het kind in een sociale instelling of bij een pleeggezin geplaatst, ook in de gevallen als bedoeld in artikel 11 van het Verdrag van Den Haag van 1996 inzake de bescherming van kinderen.

De rechtbank kan gelasten dat het kind bij familieleden, een pleeggezin of in een bijzondere instelling moet worden geplaatst. In afwachting van het rechterlijk bevel biedt de dienst Sociaal Welzijn van de gemeente waar het kind op dat moment verblijft het kind in het kader van een administratieve procedure een voorlopig onderkomen.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als samenlevende ouders het oneens zijn over kwesties in verband met ouderlijke rechten, wordt het geschil doorverwezen naar de districtsrechtbank, waar de ouders en indien nodig het kind worden gehoord. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan beroep worden ingesteld volgens de algemene regels.

Als de ouders niet samenleven en het niet eens kunnen worden over wie de voogdij over het kind krijgt, wordt het geschil beslecht door de districtsrechtbank van de plaats waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft na het kind te hebben gehoord, mits het kind ten minste 10 jaar oud is. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan beroep worden ingesteld volgens de algemene regels.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Ouders kunnen buitengerechtelijke overeenkomsten sluiten over de verlening en uitoefening van de ouderlijke rechten en over de omgangsregeling met de ouder die geen ouderlijke rechten heeft, maar deze overeenkomsten zijn juridisch niet bindend. Niettegenstaande het bestaan van een buitengerechtelijke overeenkomst kan elk van de ouders een zaak over ouderlijke rechten of een omgangsregeling met het kind aanhangig maken bij de rechtbank, waarna de rechtbank zal beslissen hoe de ouderlijke rechten vanaf dat punt in de tijd zullen worden uitgeoefend, ongeacht de buitengerechtelijke overeenkomst. Hetzelfde rechtskader geldt voor het contact van het kind met de ouder die niet de voogdij heeft en niet met het kind samenleeft.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Overeenkomstig de Bulgaarse bemiddelingswet kunnen familierechtelijke geschillen worden onderworpen aan bemiddeling, maar een overeenkomst over de ouderlijke rechten wordt pas juridisch bindend nadat deze uitdrukkelijk is goedgekeurd door de rechtbank, conform het Bulgaarse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter kan beslissen over elke kwestie die aanhangig wordt gemaakt bij de rechtbank, inclusief over de plaats waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft/zal hebben, welke ouder de ouderlijke rechten zal uitoefenen, welke de regelingen zullen zijn voor het contact tussen het kind en de andere ouder, de bezoek-/toegangsrechten van de andere ouder, de verplichting om alimentatie te betalen voor het kind, de schoolkeuze, de naam van het kind enz. Zie de antwoorden op de vragen 3 en 4.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Over het algemeen neemt de ouder die de ouderlijke rechten uitoefent beslissingen over het dagelijkse leven van het kind, zoals over de school waar het kind lessen zal volgen. In sommige gevallen is de toestemming van beide ouders vereist, bijvoorbeeld bij de afgifte van identiteitsdocumenten voor het kind of wanneer het kind het desbetreffende rechtsgebied verlaat, ongeacht de duur of het doel van de reis, met inbegrip van vakanties.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Wanneer de ouders niet samenwonen delen, is de rechtbank verplicht om te bepalen welke ouder de ouderlijke rechten zal uitoefenen en hoe het contact met de andere ouder wordt onderhouden. Onverminderd het voorgaande zijn er geen beperkingen aan een gerechtelijke overeenkomst tussen de ouders over meer uitputtende regelingen voor het contact tussen het kind en de andere ouder die verder gaan dan de gebruikelijke praktijk. In overeenstemming met vaste rechtspraak en zoals algemeen aanvaard door partijen bij huwelijkszaken, houdt de gebruikelijke omgangsregeling in dat het kind twee of meer niet‑werkdagen per maand en een vast aantal weken tijdens schoolvakanties met de andere ouder doorbrengt.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De bevoegde rechtbank is de districtsrechtbank van het gebied waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. Als een verzoek betrekking heeft op de vordering van kinderalimentatie, kan de eiser het verzoek ook indienen bij de rechtbank van de plaats waar hij of zij zelf zijn of haar gewone verblijfplaats heeft.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

In zaken betreffende ouderlijke rechten worden de algemene procedurele regels gevolgd.

Als de zaak wordt behandeld in het kader van een lopende echtscheidingszaak, kunnen de ouders de rechtbank verzoeken om tijdelijke maatregelen betreffende de uitoefening van de ouderlijke rechten jegens het kind en om een omgangsregeling met de andere ouder.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

De partijen bij de zaak kunnen rechtsbijstand verkrijgen onder de in de rechtsbijstandswet vastgestelde voorwaarden voor verlening van rechtsbijstand.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Tegen door de districtsrechtbank gegeven beslissingen kan binnen twee weken na de ontvangst van een afschrift van de beslissing, volgens de algemene regels beroep worden ingesteld bij de regionale rechtbank.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Rechterlijke uitspraken worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit wetboek bevat uitdrukkelijke bepalingen over de plicht om bepaalde acties te ondernemen of er van af te zien en over de plicht om het kind over te dragen. De uitspraak wordt ten uitvoer gelegd door een door de verzoeker gekozen publieke of particuliere deurwaarder.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

De toepasselijke wetgeving is Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en artikel 621 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat van kracht is sinds 24 juli 2007.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

De toepasselijke wetgeving is Verordening (EG) nr. 2201/2003 van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en artikel 622 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (dat van kracht is sinds 24 juli 2007).

De algemene bevoegdheid ligt bij de districtsrechtbank van het gebied waar de andere partij zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of, indien deze laatste geen vast adres in Bulgarije heeft, van het gebied waar de betrokken partij zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of, indien de gewone verblijfplaats van de betrokken partij niet in Bulgarije is, de stadsrechtbank van Sofia.

Een verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging van een door een buitenlandse rechtbank gewezen vonnis of een beslissing van een andere buitenlandse autoriteit inzake de uitoefening van de ouderlijke rechten in het geval van de ongeoorloofde overbrenging van een kind als bedoeld in het Europees Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen van 1980, dat op 20 mei 1980 is gesloten in Luxemburg (in 2003 geratificeerd, Bulgaars staatsblad nr. 21 van 2003 (nr. 104 van 2003) (het "Verdrag van Luxemburg")), moet worden ingediend bij de stadsrechtbank van Sofia. De rechtbank houdt een openbare hoorzitting waaraan wordt deelgenomen door het ministerie van Justitie of de verzoeker, de partijen bij het buitenlandse vonnis of de buitenlandse beslissing, en een openbaar aanklager. De rechtbank hoort het kind indien de dienst Sociaal Welzijn van de gemeente waar het kind op dat moment verblijft, daarom verzoekt. De procedure voor erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis of een buitenlandse beslissing wordt in de volgende omstandigheden opgeschort: er loopt een bodemprocedure over het geschil en die procedure is aanhangig gemaakt na afloop van de procedure in de staat waar het desbetreffende vonnis is gewezen of de desbetreffende beslissing is gegeven. Dezelfde procedure is van toepassing wanneer een ander vonnis of een andere beslissing inzake de uitoefening van de ouderlijke rechten zich nog in de fase van erkenning en/of tenuitvoerlegging door de Bulgaarse rechtbanken bevindt. De betrokken rechtbank wordt onverwijld in kennis gesteld en de rechter moet binnen een maand na de kennisgeving uitspraak doen.

Het vonnis van de rechtbank moet binnen een maand na de indiening van het verzoek worden gewezen. Tegen het vonnis kan beroep worden ingesteld bij het hof van beroep in Sofia, waarvan het arrest onherroepelijk is.

De procedure is ook van toepassing op verzoeken om erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen die zijn gegeven na de overbrenging van een kind wanneer in de beslissing wordt geoordeeld dat die overbrenging onrechtmatig was. De erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing die is gegeven in een andere staat die partij is bij het Verdrag van Luxemburg wordt afgewezen op grond van de artikelen 8 en 9 indien aan de voorwaarden van artikel 10, lid 1, van dat verdrag is voldaan, en wordt alleen aanvaard voor zover die beslissing uitvoerbaar is in de staat waar zij is gegeven. Dezelfde procedure is van toepassing op zaken uit hoofde van het Verdrag van Den Haag van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van de ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Op de betrekkingen tussen ouders en een kind is de wetgeving van de staat van hun gewone verblijfplaats van toepassing. Als de ouders en het kind geen gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben, vallen hun betrekkingen onder de wetgeving van de staat waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of waarvan het kind onderdaan is, afhankelijk van de vraag wat het gunstigst voor het kind is. Voogdijzaken vallen onder de wetgeving van de staat waar de persoon die onder voogdij staat zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. De betrekkingen tussen de persoon die onder voogdij staat en de voogd vallen onder de wetgeving die van toepassing was toen de persoon onder voogdij werd geplaatst.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 19/10/2016

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Tsjechië

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

De term “ouderlijke verantwoordelijkheid” is vastgelegd in het burgerlijk wetboek (wet. nr. 89/2012). Met deze term wordt uitdrukking gegeven aan het volgende geheel van rechten en plichten van ouders:

  • zorgen voor het kind, met name voor zijn of haar gezondheid en lichamelijke, emotionele, intellectuele en morele ontwikkeling,
  • beschermen van het kind,
  • onderhouden van persoonlijk contact met het kind,
  • zorg dragen voor de opvoeding en opleiding van het kind,
  • bepalen van de woonplaats van het kind,
  • wettelijke vertegenwoordiging van het kind en beheren van zijn of haar vermogen.

De ouderlijke verantwoordelijkheid begint bij de geboorte van het kind en eindigt wanneer het kind volledig handelingsbekwaam is geworden. De duur en reikwijdte van de ouderlijke verantwoordelijkheid kan alleen door de rechter worden gewijzigd. De ouderlijke verantwoordelijkheid wordt uitgeoefend in het belang van het kind. Voordat ouders een beslissing nemen die raakt aan die belangen, moeten ze alle informatie verstrekken die het kind nodig heeft om een eigen mening over de kwestie te vormen en die mening jegens hen tot uitdrukking te brengen. Dat geldt niet als het kind niet in staat is om die informatie op de juiste wijze te verwerken, een eigen mening te vormen of zijn of haar ouders van die mening in kennis te stellen. Bij het nemen van de beslissing moeten de ouders in het bijzonder rekening houden met de mening van het kind. De ouderlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de persoon van het kind wordt uitgeoefend op een wijze en in een mate die in overeenstemming is met zijn of haar ontwikkelingsniveau. Wanneer de ouders een beslissing nemen over de opleiding of het toekomstige beroep van het kind, moeten ze rekening houden met zijn of haar mening, vaardigheden en talenten.

Totdat het kind handelingsbekwaam is, hebben de ouders het recht om sturing te geven aan het kind middels opvoedkundige maatregelen die passen bij zijn of haar ontwikkelingsniveau, waaronder het opleggen van restricties die zijn gericht op de bescherming van de morele integriteit, gezondheid en rechten van het kind, maar ook op de bescherming van de rechten van derden en de openbare orde. Het kind moet zich aan deze maatregelen onderwerpen. Opvoedkundige middelen mogen alleen worden gebruikt in een vorm en mate die passen bij de omstandigheden, geen gevaar vormen voor de gezondheid en ontwikkeling van het kind en de waardigheid van het kind niet aantasten.

Er wordt uitgegaan van de aanname dat een minderjarige die niet volledig handelingsbekwaam is, rechtshandelingen kan verrichten waarvoor minderjarigen van zijn of haar leeftijd in intellectueel en volitief opzicht voldoende volwassen worden geacht. De ouders hebben het recht en de plicht om het kind te vertegenwoordigen in alle gerechtelijke procedures waarvoor het volgens de wet handelingsonbekwaam is. De ouders vertegenwoordigen gezamenlijk het kind, maar kunnen daarbij afzonderlijk optreden. Als een van de ouders in een aangelegenheid die het kind aangaat, alleen handelt jegens een derde, en daarbij te goeder trouw handelt, wordt hij of zij geacht met instemming van de andere ouder te handelen. Een ouder kan een kind niet vertegenwoordigen in een zaak waarbij sprake is van een belangenconflict tussen de ouder en het kind of tussen kinderen van dezelfde ouders. Als dat het geval is, benoemt de rechter een voogd voor het kind. Als de ouders het er niet over eens kunnen worden wie van hen het kind in een gerechtelijke procedure zal vertegenwoordigen, beslist de rechter op schriftelijk verzoek van een van de ouders welke ouder het kind in rechte zal vertegenwoordigen en op welke wijze.

De ouders hebben de plicht en het recht om het vermogen van het kind te beheren. Ze moeten dat naar beste vermogen doen. Met financiële middelen waarvan kan worden aangenomen dat ze niet nodig zijn ter dekking van de kosten van het beheer van het vermogen van het kind, moet voorzichtig worden omgegaan. In gerechtelijke procedures die betrekking hebben op afzonderlijke bestanddelen van het vermogen van het kind, treden de ouders op als de wettelijke vertegenwoordigers van het kind. Een ouder kan een kind niet vertegenwoordigen in een zaak waarbij sprake is van een belangenconflict tussen de ouder en het kind of tussen kinderen van dezelfde ouders. Als dat het geval is, benoemt de rechter een voogd voor het kind. Wanneer een ouder de verplichting om het vermogen van het kind naar beste vermogen te beheren, schendt, moet hij of zij het kind een vergoeding voor de geleden schade betalen, waarvoor de ouders hoofdelijk en gezamenlijk aansprakelijk zijn. Wanneer de ouders het over bepaalde essentiële kwesties met betrekking tot het vermogen van het kind oneens zijn, beslist de rechter op verzoek van een van de ouders. Voor rechtshandelingen die verband houden met bestaand of toekomstig vermogen van het kind, of afzonderlijke bestanddelen daarvan, hebben de ouders de toestemming van de rechter nodig, tenzij de handelingen betrekking hebben op dagelijkse aangelegenheden of de bedragen die ermee gemoeid zijn, zeer gering zijn.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Ouderlijke verantwoordelijkheid is een verplichting die rust op beide ouders. Elke ouder draagt die verantwoordelijkheid, tenzij ze hem of haar is ontnomen. Het is niet relevant of de ouders wel of niet getrouwd zijn, of dat het kind binnen het huwelijk is geboren of buitenechtelijk is.

De ouders oefenen de ouderlijke verantwoordelijkheid in onderling overleg uit. Wanneer een beslissing die het kind aangaat geen uitstel verdraagt, kan een van de ouders die beslissing alleen nemen of alleen toestemming geven. Hij of zij moet de andere ouder echter onverwijld in kennis stellen van de stand van zaken. Als een van de ouders in een aangelegenheid die het kind aangaat, alleen handelt jegens een derde, en daarbij te goeder trouw handelt, wordt hij of zij geacht met instemming van de andere ouder te handelen. Wanneer de ouders het niet eens kunnen worden over een voor het kind belangrijke aangelegenheid, en met name wanneer die aangelegenheid de belangen van het kind raakt, beslist de rechter, op schriftelijk verzoek van een van de ouders. Dat geldt ook als een van de ouders door de andere oudere buiten de besluitvorming over een voor het kind belangrijke aangelegenheid is gehouden. Belangrijke aangelegenheden in dit verband zijn bijvoorbeeld het bepalen van de woonplaats van het kind, de schoolkeuze en de keuze van een baan, maar niet het ondergaan van normale medische en vergelijkbare handelingen.

De rechtbank kan de ouderlijke verantwoordelijkheid tijdelijk opheffen als ouders door zwaarwegende omstandigheden hun ouderlijke verantwoordelijkheid niet kunnen uitoefenen en als dat in het belang van het kind is. Wanneer een ouder zich niet goed kwijt van zijn of haar ouderlijke verantwoordelijkheid en zulks in het belang van het kind is, kan de rechter de ouderlijke verantwoordelijkheid of de uitoefening ervan beperken, waarbij hij tegelijkertijd een beslissing neemt over de reikwijdte van de beperking. Wanneer een ouder zijn of haar ouderlijke verantwoordelijkheid of de uitoefening ervan misbruikt of ernstig veronachtzaamt, kan de rechter hem of haar de ouderlijke verantwoordelijkheid ontnemen. Wanneer een ouder opzettelijk een misdrijf tegen zijn of haar kind pleegt, of zijn of haar kind – dat niet strafrechtelijk aansprakelijk is – gebruikt voor het plegen van een misdrijf, gaat de rechtbank met name na of er gronden zijn om de ouder de ouderlijke verantwoordelijkheid te ontnemen.

Wanneer een van de ouders is overleden of onbekend is, of wanneer een van de ouders geen ouderlijke verantwoordelijkheid heeft of de uitoefening daarvan is opgeschort, wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid uitgeoefend door de andere ouder. Dat geldt ook als voor een van de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid of de uitoefening ervan is beperkt. Wanneer geen van de ouders de volledige ouderlijke verantwoordelijkheid heeft, voor beiden de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid is opgeschort en/of hun ouderlijke verantwoordelijkheid op een van de genoemde wijzen is beperkt, maar niet voor beide ouders op dezelfde wijze of in dezelfde mate, benoemt de rechter een voogd voor het kind, die dezelfde rechten en plichten als de ouders krijgt of die rechten en plichten in plaats van de ouders zal uitoefenen. Wanneer de ouderlijke verantwoordelijkheid of de uitoefening ervan wordt beperkt, benoemt de rechter een voogd voor het kind.

Wanneer een kind wordt geadopteerd, gaan de uit de ouderlijke verantwoordelijkheid voortvloeiende rechten en plichten op het moment dat de adoptiebeslissing definitief wordt, over op de adoptieouder.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Wanneer de rechter beslist om de handelingsbekwaamheid van een ouder te beperken, zal hij ook een beslissing nemen over de ouderlijke verantwoordelijkheid van die ouder. De uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid door een minderjarige ouder die nog niet op grond van een huwelijksakte volledig handelingsbekwaam is geworden, wordt opgeschort totdat hij of zij volledig handelingsbekwaam is. Dat geldt niet voor de uitoefening van het recht en de plicht tot verzorging van het kind, tenzij de rechter met betrekking tot de persoon van de ouder beslist dat ook de uitoefening daarvan wordt opgeschort totdat de ouder volledig handelingsbekwaam is. De uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid door een ouder van wie de handelingsbekwaamheid op dit terrein is beperkt, wordt opgeschort voor de duur van die beperking, tenzij de rechter beslist dat de ouder, gezien zijn of haar persoon, het recht en de plicht tot verzorging van en omgang met het kind behoudt.

Wanneer allebei de ouders die hun ouderlijke verantwoordelijkheid onbeperkt zouden moeten uitoefenen, afwezig zijn, benoemt de rechter een voogd voor het kind. Een voogd heeft jegens het kind in essentie dezelfde rechten en plichten als de ouders, maar heeft geen onderhoudsplicht. In uitzonderlijke gevallen kunnen de rechten en plichten anders worden geregeld, waarbij rekening moet worden gehouden met de persoon van de voogd en de situatie van het kind, alsook met de redenen waarom de ouders niet alle rechten en plichten hebben. Een voogd moet volledig handelingsbekwaam zijn en zijn of haar manier van leven moet hem of haar in staat stellen de taak goed te vervullen. De rechter kan ook twee personen tot voogd benoemen. In de regel zullen die personen getrouwd zijn. Wanneer een van de ouders zelf een voogd heeft aangewezen, zal de rechter die persoon tot voogd benoemen, mits dit niet in strijd is met de belangen van het kind. Als geen door een ouder aangewezen persoon kan worden benoemd, benoemt de rechter een verwant of iemand waarmee het kind een goede verstandhouding heeft, tot voogd, tenzij een ouder zich uitdrukkelijk verzet tegen die benoeming. Wanneer er geen dergelijke persoon is, benoemt de rechter een andere geschikte persoon tot voogd. Wanneer geen natuurlijke persoon tot voogd kan worden benoemd, benoemt de rechter de instantie voor jeugdzorg en kinderbescherming tot voogd totdat een natuurlijke persoon kan worden benoemd of een natuurlijke persoon de benoeming aanvaardt. Een voogd staat onder toezicht van de rechter. Zowel aan het begin als aan het einde van zijn of haar voogdijschap maakt hij of zij een boedelbeschrijving op. Op gezette tijden dient hij of zij bij de rechter een rapport in over de situatie en de ontwikkeling van het kind en een verslag over het vermogensbeheer. Elke beslissing van de voogd over andere dan dagelijkse aangelegenheden behoeft de goedkeuring van de rechter.

Een andere mogelijkheid is om het kind bij een pleegouder te plaatsen. Pleegouderschap is het opvoeden en verzorgen van het kind van iemand anders. In tegenstelling tot adoptie brengt pleegouderschap echter niet de erkenning van het kind als een eigen kind met zich mee. Bij de opvoeding en verzorging van het kind heeft een pleegouder tot op zekere hoogte dezelfde rechten en plichten als de ouders. Hij of zij heeft het recht en de plicht om te beslissen over dagelijkse aangelegenheden met betrekking tot de opvoeding en verzorging van het kind, om het kind in die aangelegenheden te vertegenwoordigen en om zijn of haar vermogen te beheren. Over belangrijke aangelegenheden moet hij of zij de ouders informeren. Zo nodig verleent de rechter de pleegouder aanvullende rechten, c.q. legt hij hem of haar aanvullende verplichtingen op. De ouders behouden de rechten en plichten die uit de ouderlijke verantwoordelijkheid voortvloeien, waaronder het omgangs- en informatierecht, uitgezonderd de rechten en plichten die volgens de wet bij het pleegouderschap horen, tenzij de rechter om bijzondere redenen een andere beslissing neemt. De pleegouder heeft geen onderhoudsverplichting jegens het kind.

Een pleegouder moet garanties kunnen bieden voor een goede opvoeding en verzorging, ingezetene van Tsjechië zijn en ermee instemmen dat het kind aan zijn of haar zorg wordt toevertrouwd. Hij of zij is in de regel een verwant van het kind, maar het kan ook iemand anders zijn bij wie de instantie voor jeugdzorg en kinderbescherming pleegzorg heeft georganiseerd (de regionale rechtbanken bewaren voor dit doel bewijs van de geschiktheid van pleegouders in spe). De rechter kan een kind voor bepaalde tijd bij een pleegouder plaatsen (bijvoorbeeld voor de duur dat een ouder voor behandeling is opgenomen), maar hij kan dat ook voor onbepaalde tijd doen. Pleegzorg kan een oplossing zijn voor een crisissituatie in een gezin of een manier om een kind in een alternatief gezin opvoeding en zorg te geven. Om het aantal in instellingen of soortgelijke faciliteiten geplaatste kinderen te verminderen, heeft pleegzorg voorrang boven institutionele zorg. Een pleegouder ontvangt van de staat een uitkering voor de pleegzorg (bijvoorbeeld in de vorm van een bijdrage in de kosten van de opvoeding en verzorging van het kind, een bijdrage aan het einde van de pleegzorg of een beloning).

Verder is in het burgerlijk wetboek de overdracht van het gezagsrecht op een andere persoon geregeld voor gevallen waarin noch de ouders noch een voogd zorg kunnen dragen voor de opvoeding en verzorging van het kind. Deze regeling is geen alternatief voor pleegzorg of vormen van zorg die vooraf moeten gaan aan adoptie. Ze heeft voorrang boven institutionele zorg. De verzorger moet een garantie kunnen geven voor een goede opvoeding en verzorging, ingezetene van Tsjechië zijn en ermee instemmen dat het kind aan zijn of haar zorg wordt toevertrouwd. De rechten en plichten van de verzorger worden vastgesteld door de rechter. Als de rechter daarover geen beslissing heeft genomen, is de wetgeving inzake pleegzorg van toepassing.

De ouders kunnen zich, als de wettelijke vertegenwoordigers van het kind, voor het regelen van de aangelegenheden van het kind laten vertegenwoordigen door een deskundige of andere geschikte persoon, tenzij het aangelegenheden zijn die betrekking hebben op het kind als persoon. Wanneer het kind een overeenkomst van vertegenwoordiging ondertekent, heeft dit geen enkel gevolg voor de wettelijke vertegenwoordiging van het kind door de ouders. Wanneer de wettelijke en contractuele vertegenwoordigers het niet eens kunnen worden, beslist de rechter met inachtneming van de belangen van het kind.

Wanneer de opvoeding van het kind of zijn of haar lichamelijke, intellectuele of geestelijke gesteldheid of ontwikkeling gevaar loopt of dusdanig wordt verstoord dat daarmee de belangen van het kind worden geschaad, en/of wanneer de ouders de opvoeding van het kind niet kunnen verzekeren, kan de rechter als noodzakelijke maatregel institutionele zorg gelasten. De rechter doet dit met name wanneer eerdere maatregelen geen effect hebben gesorteerd. Gedurende de periode dat de maatregel van kracht is, zal de rechter voortdurend nagaan of het niet beter zou zijn om het kind aan de zorg van een natuurlijke persoon toe te vertrouwen. Institutionele zorg kan worden gelast voor een periode van maximaal drie jaar, maar kan bij ongewijzigde omstandigheden steeds weer worden verlengd (telkens met maximaal drie jaar). Als de gronden waarop de institutionele zorg werd gelast, niet meer bestaan, of als het mogelijk is het kind opvoeding en verzorging via andere dan institutionele zorg te geven, zal de rechter de maatregel onverwijld opheffen en tegelijkertijd op basis van de omstandigheden beslissen aan wie de zorg voor het kind wordt toevertrouwd.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Een essentiële voorwaarde voor echtscheiding is dat de ouders afspraken hebben gemaakt over de zorg voor de kinderen. De rechter wijkt hier alleen van af als die afspraken niet in het belang van het kind zijn. De rechter kan één of beide ouders met de zorg voor het kind belasten. In het tweede geval wordt nog een onderscheid gemaakt tussen gezamenlijke en gedeelde zorg (co-ouderschap). Als dit in het belang van het kind is, kan de rechter het kind ook aan de zorg van iemand anders dan de ouders toevertrouwen. De rechter houdt bij zijn beslissing rekening met de persoonlijkheid van het kind, in het bijzonder zijn of haar talenten en vaardigheden tot ontplooiing, en de levensstijl van de ouders, alsook met de emotionele oriëntatie en achtergrond van het kind, het vermogen van elk van de ouders om te voorzien in de opvoeding van het kind, de huidige en verwachte leeromgeving van het kind (is deze stabiel?), en de emotionele banden van het kind met zijn of haar broers en zusters, grootouders of andere al dan niet verwante personen. De rechter zal altijd kijken welke ouder tot op dat moment goed voor het kind heeft gezorgd en de emotionele, intellectuele en morele opvoeding van het kind ter hand heeft genomen, en welke ouder het kind de beste mogelijkheden voor een gezonde en succesvolle ontwikkeling biedt. De rechter houdt ook rekening met het recht van het kind op zorg van beide ouders en op regelmatig persoonlijk contact met beide ouders, en met het recht van de niet-inwonende ouder op actuele informatie over het kind. Verder kijkt de rechter in hoeverre de niet-inwonende ouder mee kan beslissen over de opvoeding van het kind. Wanneer de ouders een ouderschapsovereenkomst hebben gesloten, zal de rechter die overeenkomst in de regel goedkeuren, tenzij de wijze waarop de ouderlijke verantwoordelijkheid daarin is geregeld, kennelijk niet in het belang van het kind is.

Wanneer de ouders van een minderjarig kind dat niet volledig handelingsbekwaam is, niet samenwonen, en ze het niet eens kunnen worden over een regeling betreffende de zorg voor dat kind, beslist de rechter hier ambtshalve over. De rechter hanteert dan dezelfde uitgangspunten als wanneer hij bij echtscheiding over de zorg voor het kind moet beslissen.

De ouder die de zorg voor het kind heeft, treft samen met de niet-verzorgende ouder een omgangsregeling voor het kind. Als de ouders het daar niet over eens kunnen worden, of als zulks nodig is voor de opvoeding van het kind en de betrekkingen binnen het gezin, stelt de rechter een omgangsregeling vast. In gemotiveerde gevallen kan de rechter ook beslissen op welke plaats het contact tussen ouder en kind zal plaatsvinden. Indien het belang van het kind dit vereist, zal de rechter het omgangsrecht van de betreffende ouder beperken of omgang met het kind zelfs helemaal verbieden.

Als de omstandigheden veranderen, zal de rechter de beslissing inzake de uitoefening van de rechten en plichten die uit de ouderlijke verantwoordelijkheid voortvloeien, ambtshalve of op verzoek wijzigen.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

In het geval van echtscheiding moet in de ouderschapsovereenkomst de bijdrage van elke ouder in de zorg voor de kinderen zijn geregeld. In die overeenkomst kan ook de omgang tussen ouders en kind zijn geregeld. Een ouderschapsovereenkomst behoeft de goedkeuring van de rechter. De rechter zal die goedkeuring in de regel geven, tenzij de wijze waarop de ouderlijke verantwoordelijkheid daarin is geregeld, kennelijk niet in het belang van het kind is. Hetzelfde geldt voor een ouderschapsovereenkomst tussen ouders die niet samenwonen.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Bij geschillen over de zorg voor een minderjarig kind zal de rechter, ter bescherming van de belangen van dat kind, de ouders tot een minnelijke schikking proberen te bewegen. De rechter kan de ouders zelfs opdragen om gedurende maximaal drie maanden aan verzoenings- of mediationbijeenkomsten deel te nemen of in gezinstherapie te gaan. Hij kan de ouders ook opdragen om een kinderpsychiater te bezoeken.

Verder kan gebruik worden gemaakt van de diensten van huwelijks- en gezinsadviesbureaus die via psychiaters en maatschappelijk werkers kunnen helpen bij het oplossen van huwelijks- en gezinsproblemen.

Daarnaast zal de instantie voor jeugdzorg en kinderbescherming een ouder die de rechten van zijn of haar kind of van de andere ouder schendt (recht op zorg, op regelmatig contact enz.) ervan proberen te overtuigen dat die rechten moeten worden gerespecteerd, door educatie over de toepasselijke wetgeving en door hem of haar te wijzen op de gevolgen van zijn of haar gedrag. Die instantie kan ouders die problemen in verband met de opvoeding van hun kind hebben, ook opdragen om zich te laten helpen door een huwelijks- of gezinscounselor, met name bij geschillen over de opvoeding van het kind of bezoekrechten.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Onder genoemde voorwaarden kan de rechter op verzoek van de ouders met name beslissen over de volgende kwesties betreffende de betrekkingen tussen ouders en kinderen:

  1. rechten van persoonlijke aard (bijv. bepalen van de voor- en achternaam van het kind of het geven van toestemming voor adoptie van het kind);
  1. de zorg voor en omgang met het kind;
  1. alternatieve vormen van zorg voor het kind (bijv. voogdij, verzorging door anderen dan de ouders of een voogd, pleegzorg en institutionele zorg);
  1. onderhoudsverplichtingen;
  1. vertegenwoordiging van het kind en beheer van zijn of haar vermogen; geven van toestemming voor rechtshandelingen van het kind;
  1. belangrijke aangelegenheden voor het kind waarover de ouders het niet eens kunnen worden (daartoe behoren met name het bepalen van de woonplaats van het kind, de schoolkeuze en de keuze van een baan, maar niet het ondergaan van normale medische en vergelijkbare handelingen).

De meest gangbare kwesties waarover de rechter zich moet buigen, zijn de vraag wie met de zorg voor het kind moet worden belast, hoe de omgang met het kind moet plaatsvinden en hoe hoog de onderhoudsbijdrage van de niet-verzorgende ouder is.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

De zorg voor het kind is slechts een van de ouderlijke rechten en plichten die onder de ouderlijke verantwoordelijkheid vallen. Wanneer de niet-verzorgende ouder de ouderlijke verantwoordelijkheid niet is ontnomen en de uitoefening ervan ook niet is beperkt of opgeschort, blijft die ouder bepaalde aspecten van de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefenen en heeft hij of zij nog steeds het recht om in belangrijke aangelegenheden betreffende het kind mee te beslissen. De ouderlijke verantwoordelijkheid wordt door de ouders uitgeoefend in onderling overleg en in het belang van het kind. Wanneer het risico bestaat dat er vertraging optreedt bij de besluitvorming over een aangelegenheid betreffende het kind, kan een van de ouders de beslissing alleen nemen of alleen toestemming geven. Hij of zij moet de andere ouder echter onverwijld in kennis stellen van de stand van zaken.

Wanneer de ouders het niet eens kunnen worden over een voor het kind belangrijke aangelegenheid, en met name wanneer die aangelegenheid de belangen van het kind raakt, beslist de rechter, op schriftelijk verzoek van een van de ouders. Dat geldt ook als een van de ouders door de andere ouder buiten de besluitvorming over een voor het kind belangrijke aangelegenheid is gehouden. Ook wanneer de ouders het er niet over eens kunnen worden wie van hen het kind zal vertegenwoordigen in een gerechtelijke procedure of in belangrijke aangelegenheden met betrekking tot het beheer van het vermogen van het kind, beslist de rechter op verzoek van een van de ouders.

De ouders moeten elkaar informeren over alle belangrijke aangelegenheden met betrekking tot het kind en zijn of haar belangen.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Het burgerlijk wetboek maakt een onderscheid tussen ouderschap van één van de ouders, gezamenlijke en gedeelde zorg (co-ouderschap) en voogdij (verzorging en opvoeding van het kind door iemand anders dan de ouders). Wanneer de rechter moet beslissen aan wie de zorg voor een kind wordt toevertrouwd, kiest hij voor een oplossing die de belangen van het kind het best dient. De rechter kan beslissen dat de ouders de gezamenlijke of gedeelde zorg voor het kind krijgen als ze in staat zijn om met elkaar te communiceren en samen te werken.

Gezamenlijke zorg

Bij deze vorm van zorgregeling wordt de zorg voor het kind niet aan een bepaalde ouder toevertrouwd. Dat betekent in de praktijk dat de ene ouder bijvoorbeeld voorziet in de onderwijsbehoeften van het kind en de andere in de sportactiviteiten, of dat de ene de talenstudie regelt, terwijl de andere zich richt op buitenschoolse activiteiten. De ouders zorgen er samen voor dat wordt voorzien in medische zorg en de materiële behoeften van het kind (bijv. koken, schoonmaken, kleding kopen). Gezamenlijke zorg is alleen mogelijk met toestemming van de ouders.

Gedeelde zorg (co-ouderschap)

Co-ouderschap betekent dat de ouders beurtelings, voor een door de rechter nauwkeurig bepaalde periode, de zorg voor het kind hebben. De rechter neemt ook een beslissing over de rechten en plichten die de ouders dan hebben.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Verzoeken betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid moeten worden ingediend bij de districtsrechtbank (in Praag de kantonrechtbank, in Brno de gemeentelijke rechtbank) van de woonplaats van het kind of, bij ontstentenis daarvan, de districtsrechtbank van zijn of haar verblijfplaats. De rechter kan in aangelegenheden betreffende minderjarige kinderen ook ambtshalve beslissen.

De eisen waaraan een verzoek moet voldoen, hangen af van het soort verzoek. Wat in ieder geval moet worden vermeld, is de volledige naam en het adres of het nummer van de geboorteakte van de partijen en hun vertegenwoordigers en een omschrijving van de relevante feiten en van het bewijs waarop het verzoek is gebaseerd. Ook moet natuurlijk duidelijk zijn waar de rechtbank precies om wordt verzocht en aan welke rechtbank het verzoek is gericht.

Het verzoek moet vergezeld gaan van alle stukken die de rechter nodig heeft om te kunnen beslissen in de zaak, zoals het geboortebewijs, de huwelijksakte en eerdere rechterlijke beslissingen met betrekking tot het kind. Het verzoek moet op schrift zijn gesteld en worden ingediend in voldoende exemplaren, namelijk één exemplaar voor de rechtbank en één voor elke partij, voor zover nodig.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Procedures voor gerechtelijke ondertoezichtstelling van een minderjarige kunnen door de rechter zowel op verzoek als ambtshalve worden ingeleid.

Nog voordat de rechter ten gronde over de zaak heeft beslist, kan hij, als dat nodig is voor de voorlopige regeling van de betrekkingen tussen de partijen, of als het risico bestaat dat zijn beslissing niet zal worden uitgevoerd, bij wijze van voorlopige voorziening een van de partijen gelasten om in het noodzakelijke levensonderhoud van het kind te voorzien en/of een van de ouders of een andere door de rechter aangewezen persoon, met de zorg voor het kind belasten. Een voorlopige voorziening wordt in de regel getroffen op verzoek van een van de partijen. Wanneer een procedure ten gronde ambtshalve kan worden ingeleid (wat bij procedures voor gerechtelijke ondertoezichtstelling van een minderjarige het geval is), kan een voorlopige voorziening in die procedure echter ook ambtshalve worden getroffen. Tenzij de wet anders bepaalt, wordt een voorlopige voorziening getroffen door de rechter die bevoegd is om ten gronde kennis te nemen van de zaak. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van artikel 42, lid 4, en artikel 75 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963, zoals gewijzigd): vermelding van de naam van de rechtbank waaraan het verzoek is gericht; de gegevens van de verzoeker; het onderwerp van het verzoek en een beschrijving van de feiten die de verzochte voorlopige voorziening rechtvaardigen; het doel van het verzoek en meer in het bijzonder de voorlopige voorziening waarom wordt verzocht; gegevens waaruit blijkt dat het nodig is om de betrekkingen tussen de partijen voorlopig te regelen of dat het risico bestaat dat de gerechtelijke beslissing niet zal worden uitgevoerd, alsook de datum waarop het verzoekschrift is opgesteld en de handtekening van de verzoeker of zijn of haar vertegenwoordiger. De stukken waarnaar in het verzoekschrift wordt verwezen, moeten worden bijgevoegd. In het algemeen geldt bij voorlopige voorzieningen dat de verzoeker als waarborg voor eventueel te betalen vergoedingen voor schade of ander verlies veroorzaakt door de voorlopige voorziening, uiterlijk op de dag dat hij of zij bij de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening indient, bij de griffie van de rechtbank een waarborgsom ter hoogte van het vastgestelde bedrag moet deponeren. Bij voorlopige voorzieningen betreffende een uitkering tot levensonderhoud of een ambtshalve getroffen voorlopige voorziening, daarentegen, is het deponeren van een waarborgsom niet vereist. Op een verzoek om een voorlopige voorziening wordt door de rechter onverwijld beslist. Wanneer het risico bestaat dat een partij niet aan zijn of haar verplichtingen zal voldoen, kan de rechter al binnen zeven dagen nadat om een voorlopige voorziening is verzocht, op dat verzoek beslissen. De rechter beslist zonder de partijen te horen. Wanneer om een voorlopige voorziening wordt verzocht, zal de rechter de verzoeker opdragen om binnen een bepaalde termijn een verzoek om inleiding van de procedure in te dienen. De rechter kan ook beslissen dat de voorlopige voorziening slechts voor bepaalde tijd van kracht blijft.

De wet inzake bijzondere gerechtelijke procedures (wet nr. 292/2013, zoals gewijzigd) voorziet in een bijzondere voorlopige voorziening voor situaties waarin een minderjarige geen goede zorg ontvangt (ongeacht of iemand ten aanzien van het kind een zorgrecht heeft), of het leven van het kind wordt bedreigd, de ontwikkeling van het kind wordt verstoord of andere wezenlijke belangen van het kind worden geschaad. In een dergelijke situatie kan de rechter, uitsluitend op verzoek van de instantie voor jeugdzorg en kinderbescherming, het kind bij wijze van voorlopige voorziening zo lang als nodig in een door de rechter vast te stellen geschikte omgeving plaatsen. Via een dergelijke maatregel kan een kind om zwaarwegende redenen voor bepaalde tijd bij een pleegouder worden geplaatst, gedurende welke tijd de ouder zijn of haar ouderlijke verantwoordelijkheid niet kan uitoefenen. Nadat de termijn van de maatregel is verstreken, is het eventueel mogelijk om het kind te laten adopteren. Daarvoor is toestemming van de ouders nodig, tenzij de rechter beslist dat die toestemming niet is vereist. Op een verzoek om een voorlopige voorziening wordt door de rechter onverwijld, maar in ieder geval binnen 24 uur, beslist. Nadat de voorlopige voorziening bij rechterlijke beslissing is toegewezen, wordt de maatregel onmiddellijk uitgevoerd, waarbij de rechter samenwerkt met de bevoegde autoriteiten.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Op grond van de wet inzake griffierechten (wet nr. 549/1991, zoals gewijzigd) zijn voogdijprocedures en procedures voor de gerechtelijke ondertoezichtstelling van minderjarigen, vrijgesteld van griffierechten. Dat betekent dat voor een verzoek betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid geen griffierechten zijn verschuldigd.

Onder bepaalde voorwaarden kan de rechtbank een advocaat toevoegen, die kosteloos of tegen gereduceerd tarief rechtsbijstand verleent. Toevoeging van een advocaat gebeurt op verzoek van een partij die door de rechter naar verwachting geheel of gedeeltelijk zal worden vrijgesteld van de betaling van proceskosten, wanneer dit bijvoorbeeld noodzakelijk is om die partij in staat te stellen haar belangen te verdedigen. Wanneer het noodzakelijk is voor het beschermen van de belangen van de partij kan de rechtbank ook ambtshalve een advocaat toevoegen. De toevoeging van een advocaat moet haar rechtvaardiging vinden in de situatie waarin de verzoeker verkeert (in de praktijk zullen dat ongunstige financiële omstandigheden of een ongunstige sociale situatie zijn, maar daarnaast moet ook altijd naar de specifieke omstandigheden van de zaak worden gekeken). Verder mag de vordering van de partij niet volstrekt willekeurig en kennelijk ongegrond zijn.

De wet betreffende rechtsbijstand in grensoverschrijdende geschillen binnen de Europese Unie (wet nr. 629/2004, zoals gewijzigd) regelt de toegang tot gefinancierde rechtsbijstand voor gerechtelijke procedures in een EU-lidstaat voor natuurlijke personen die in een andere lidstaat wonen. Deze rechtsbijstand wordt verleend in het kader van de eigenlijke rechtszaak en de tenuitvoerlegging van het vonnis.

De wet op de juridische beroepen (wet nr. 85/1996, zoals gewijzigd) regelt de voorwaarden waaronder rechtstreeks bij de Tsjechische orde van advocaten om toevoeging van een advocaat kan worden verzocht.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja, het is mogelijk beroep in te stellen tegen een beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid. Geschillen over de rechten en plichten die voortvloeien uit ouderlijke verantwoordelijkheid worden in eerste aanleg behandeld door een districtsrechtbank. De beslissing van die rechtbank is vatbaar voor hoger beroep bij een regionale rechtbank of de gemeentelijke rechtbank in Praag. Hoger beroep is mogelijk binnen vijftien dagen nadat een afschrift van de beslissing is betekend, tenzij de wet dit uitsluit (bijvoorbeeld beslissingen houdende goedkeuring van een ouderschapsovereenkomst zijn niet vatbaar voor hoger beroep). Ook een beroepschrift dat na de termijn van vijftien dagen is ingediend, wordt geacht tijdig te zijn ingediend als de reden voor overschrijding van de termijn is gelegen in verkeerde instructies van de rechtbank van beroep.

Sommige beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat ze ten uitvoer kunnen worden gelegd niettegenstaande hoger beroep. Beslissingen tot betaling van levensonderhoud en beslissingen tot verlenging van de duur van een opvoedkundige maatregel waarbij de ouders of een andere persoon tijdelijk uit het gezag over het kind worden ontzet, zijn uitvoerbaar bij voorraad.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Voor de tenuitvoerlegging van een beslissing over de zorg voor een minderjarige moet een daartoe strekkend verzoek bij de rechter worden ingediend. De procedure voor de tenuitvoerlegging van beslissingen is geregeld in de wet inzake bijzondere gerechtelijke procedures (wet nr. 292/2013, zoals gewijzigd).

Voor deze procedure is de bevoegde rechtbank de jeugdkamer van de districtsrechtbank (kantonrechtbank in Praag, gemeentelijke rechtbank in Brno) van de woonplaats van de minderjarige, zoals vastgesteld bij overeenkomst tussen de ouders of een beslissing van de rechter of op basis van andere relevante feiten. Het tenuitvoerleggingsverzoek moet alle noodzakelijke informatie bevatten (de gegevens van de rechthebbende en de verbonden partij, de reikwijdte en inhoud van de verplichting van de verbonden partij, de uiterste datum voor nakoming van de verplichting en de rechterlijke beslissing die als executoriale titel dient).

Voordat de rechter de tenuitvoerlegging gelast, zal hij, als er daar bijzondere gronden voor zijn en/of de verbonden partij niet in kennis is gesteld van de gevolgen van niet-nakoming van een verplichting, de verbonden partij verzoeken om vrijwillig gevolg te geven aan de beslissing of overeenkomst en haar informeren over de mogelijkheid om nakoming af te dwingen met een dwangsom of door uithuisplaatsing van het kind. Tevens kan de rechter de bevoegde instantie voor jeugdzorg en kinderbescherming verzoeken om de verbonden partij ertoe te bewegen vrijwillig aan haar verplichtingen te voldoen.

Indien de verbonden partij blijft weigeren om haar verplichtingen na te komen, legt de rechter haar een dwangsom van maximaal 50 000 CZK op. Deze dwangsom kan meerdere keren worden opgelegd. Verder kan de rechter partijen bijvoorbeeld opdragen om in gesprek te gaan met, afhankelijk van de omstandigheden, een mediator of kinderpsychiater of om een omgangsplan te maken waarin is aangegeven hoe de omgangsgerechtigde ouder en het kind geleidelijk kunnen wennen aan de betreffende regeling.

Indien de verplichtingen ondanks de bovenbedoelde maatregelen niet worden nagekomen of uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat de maatregelen niet tot het gewenste resultaat leiden, gelast de rechter in uitzonderlijke gevallen de uithuisplaatsing van het kind bij de persoon bij wie het kind volgens de overeenkomst of beslissing niet geacht wordt te zijn. De beslissing tot uithuisplaatsing wordt pas bij de tenuitvoerlegging ervan aan die persoon betekend.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Rechterlijke beslissingen betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid die zijn gegeven in een andere EU-lidstaat, worden in Tsjechië erkend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 ("Verordening (EG) nr. 2201/2003"), zonder dat een bijzondere procedure is vereist. Iedereen met een rechtmatig belang kan echter bij de rechter een verzoek indienen tot erkenning of niet-erkenning van een in het buitenland gegeven beslissing. In Tsjechië zijn voor dergelijke procedures in eerste aanleg de districtsrechtbanken (kantonrechtbanken in Praag, gemeentelijke rechtbank in Brno) bevoegd. De relatief bevoegde rechtbank is de districtsrechtbank van de woonplaats van de verzoeker, of anders de districtsrechtbank in het rechtsgebied waarvan de situatie waarvoor erkenning van belang is, zich heeft voorgedaan of kan voordoen.

Voordat een in een andere lidstaat gegeven beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid in Tsjechië uitvoerbaar is, moet deze via een bijzondere procedure uitvoerbaar worden verklaard overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003. Een verzoek om uitvoerbaarverklaring moet in Tsjechië worden ingediend bij de relatief bevoegde districtsrechtbank (kantonrechtbank in Praag, gemeentelijke rechtbank in Brno). De relatief bevoegde rechtbank is ingevolge Verordening (EG) nr. 2201/2003 de rechtbank van de gewone verblijfplaats van de persoon tegen wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht of de rechtbank van de gewone verblijfplaats van het kind of, wanneer geen van beide plaatsen zich in de lidstaat van tenuitvoerlegging bevindt, de rechtbank van de plaats van tenuitvoerlegging.

Beslissingen betreffende het omgangsrecht en beslissingen waarin de terugkeer van een kind wordt gelast op grond van artikel 11, lid 8, van Verordening (EG) nr. 2201/2003, zijn ingevolge de artikelen 41 en 42 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 uitvoerbaar in een andere lidstaat zonder dat een uitvoerbaarverklaring hoeft te worden verkregen en zonder dat men zich tegen de erkenning ervan kan verzetten, indien met betrekking tot die beslissingen in de lidstaat van herkomst een certificaat is afgegeven volgens het in een bijlage bij Verordening (EG) nr. 2201/2003 opgenomen modelformulier.

Bij verzoeken om erkenning of niet-erkenning of om uitvoerbaarverklaring van een buitenlandse beslissing moet een kopie van de beslissing worden gevoegd die voldoet aan de voorwaarden tot vaststelling van de echtheid ervan (bijvoorbeeld een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift), en een certificaat als bedoeld in artikel 39 van Verordening (EG) nr. 2201/2003, dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de beslissing is gegeven, met gebruikmaking van het in een bijlage bij de verordening opgenomen modelformulier. Indien het een beslissing bij verstek betreft, moet tevens worden overgelegd het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het stuk waaruit blijkt dat het inleidende verzoekschrift of een gelijkwaardig stuk aan de niet-verschenen partij is betekend of medegedeeld, of enig stuk waaruit blijkt dat de verweerder ondubbelzinnig met de beslissing instemt. Bij gebreke van overlegging van voornoemd certificaat of het bij een verstekbeslissing vereiste stuk, wordt de procedure van artikel 38, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/2003 gevolgd.

Onder de in de verordening vermelde voorwaarden is de procedure voor de tenuitvoerlegging van een in een andere EU-lidstaat gegeven beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid dezelfde als die voor de tenuitvoerlegging van een nationale beslissing. Voor meer informatie zie het antwoord op de vorige vraag.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Tegen een rechterlijke beslissing kan beroep worden aangetekend bij de rechtbank die de beslissing heeft gegeven. Het beroep wordt vervolgens door een hogere rechtbank behandeld.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

In procedures betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt het toepasselijke recht bepaald op basis van het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen. Voor Tsjechië bindende bilaterale verdragen hebben voorrang boven het verdrag van 1996, tenzij een verklaring als bedoeld in artikel 52, lid 1, van het verdrag is opgesteld waarin is bepaald dat het verdrag voorrang heeft (een dergelijke verklaring is opgesteld in het kader van het bilaterale verdrag tussen Tsjechië en Polen).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/03/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Estland

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Ouderlijke verantwoordelijkheid verwijst naar het gezag over een minderjarig kind, en omvat de plicht en het recht van de ouder om voor het kind te zorgen. Ouderlijke verantwoordelijkheid houdt het recht in te zorgen voor de persoon van het kind (gezag over de persoon), het recht de bezittingen van het kind te beheren (gezag over de bezittingen) en te beslissen over zaken die het kind betreffen. Het gezag over de bezittingen omvat het recht en de plicht de bezittingen van het kind te beheren en tevens het kind te vertegenwoordigen. Dit sluit het recht van het kind niet uit zijn of haar bezittingen onafhankelijk te beheren in die gevallen waarin de wet voorziet.

Een ouder heeft beslissingsbevoegdheid ten aanzien van zijn of haar minderjarige kind, d.w.z. het recht te beslissen over dagelijkse (gewoonlijk zorggerelateerde) zaken die het kind aangaan. In het algemeen gesproken, betekent het beslissen over dagelijkse zaken het nemen van gewone besluiten die vaak voorkomen en die geen blijvende gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kind. Naast beslissingsbevoegdheid heeft een ouder met het gezagsrecht ook het recht om zijn of haar minderjarige kind te vertegenwoordigen. Ouders die gezamenlijk ouderlijk gezag hebben, hebben een gezamenlijk recht van vertegenwoordiging.

Beide ouders hebben het recht van ouderlijk contact met hun kinderen, wat de plicht en het recht van beide ouders inhoudt om rechtstreeks contact met hun kinderen te onderhouden. Het recht van ouders op contact met hun kinderen is niet afhankelijk van het gezagsrecht. Ouders hebben ook een onderhoudsverplichting ten aanzien van hun minderjarige kinderen.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De wederzijdse rechten en plichten van ouders en kinderen vloeien voort uit verwantschap, die wordt geverifieerd uit hoofde van de procedure waarin de wet voorziet. De vrouw die een kind baart, is de moeder van dat kind. De man door wie een kind is verwekt, is de vader van dat kind. Een kind wordt geacht te zijn verwekt door de man die ten tijde van de geboorte van het kind getrouwd was met de moeder van het kind, die zijn vaderschap heeft erkend of van wie het vaderschap is vastgesteld door een rechtbank.

Ouders die met elkaar getrouwd zijn, hebben gezamenlijke ouderlijke verantwoordelijkheid, d.w.z. gezagsrecht over hun kinderen. Als de ouders van een kind niet met elkaar getrouwd zijn ten tijde van de geboorte van het kind, hebben zij gezamenlijke ouderlijke verantwoordelijkheid, tenzij zij bij het indienen van de intentieverklaringen over het erkennen van vaderschap of moederschap hun wens te kennen hebben gegeven de ouderlijke verantwoordelijkheid aan één van de ouders over te laten.

Als geen van beide ouders van een minderjarig kind het recht van vertegenwoordiging heeft of als het niet mogelijk is de afstamming van het kind vast te stellen, krijgt het kind een wettelijke voogd toegewezen. In dat geval heeft de wettelijke voogd het gezagsrecht. De wettelijke voogd heeft tot taak toe te zien op de opvoeding en ontwikkeling van het kind, en de persoonlijke en materiële belangen van het kind te behartigen.

Een volwassen natuurlijke persoon met volledige, actieve handelingsbevoegdheid (bijvoorbeeld een verwant van het kind of een derde partij) of een rechtspersoon (een onderneming of een lokale overheid) kan de wettelijke voogd zijn. Een rechtspersoon wordt aangesteld als de wettelijke voogd, als geen geschikte natuurlijke persoon wordt gevonden of als een ouder in zijn of haar testament of successieovereenkomst heeft bepaald dat een rechtspersoon als de wettelijke voogd moet worden aangesteld. De rechtspersoon moet stelselmatig op zoek gaan naar natuurlijke personen als voogden voor de personen over wie de rechtspersoon de wettelijke voogdij heeft, en deze voogden voorzien van advies en opleiding.

Totdat een wettelijke voogd wordt aangesteld, worden de taken van de voogd tijdelijk verricht door het gemeente- of stadsbestuur van de verblijfplaats van het kind zoals opgegeven in het bevolkingsregister, mits is voldaan aan de voorwaarden voor voogdijschap. Bij de uitoefening van de taken van de voogd heeft een gemeente- of stadsbestuur de rechten en plichten van een wettelijke voogd.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als de ouders niet in staat of niet bereid zijn de ouderlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot een kind uit te oefenen, kunnen ze erin toestemmen het kind ter adoptie aan te bieden. De toestemming van een ouder een kind ter adoptie aan te bieden wordt niet eerder dan acht weken na de geboorte van het kind van kracht, en er kan pas een adoptieverzoek bij een rechtbank worden ingediend als de toestemming van een ouder van kracht is geworden. Met toestemming van een ouder kan een kind ter verzorging worden gegeven aan de persoon die het kind wil adopteren, voordat de gegeven toestemming voor adoptie van kracht wordt.

Als geen van beide ouders van een minderjarig kind het recht van vertegenwoordiging heeft of als het niet mogelijk is de afstamming van een kind vast te stellen, beslist een rechtbank ambtshalve of op basis van een verzoek van een gemeente- of stadsbestuur of een betrokken persoon over de aanstelling van een wettelijke voogd.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als de ouders zijn gescheiden of zijn gescheiden van tafel en bed, moeten ze beslissen hoe zij verdere kwesties in verband met het ouderlijk gezag zullen regelen. Ouders die het gezagsrecht hebben, kunnen afspraken maken over de uitoefening van hun gezamenlijke recht van vertegenwoordiging. Regelingen inzake het ouderlijk gezag, met inbegrip van de beëindiging van gezamenlijk ouderlijk gezag, kunnen echter alleen worden gewijzigd via een rechtbank.

Elke ouder heeft het recht om een rechtbank in het kader van een verzoekschriftprocedure te verzoeken het gezag over het kind gedeeltelijk of geheel aan hem of haar over te dragen. Een rechtbank kan ook tijdens een rechtsvordering beslissen over een geschil in verband met het gezagsrecht, als daarom in de context van een echtscheiding of het betalen van alimentatie wordt verzocht.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Ouders met gezagsrecht kunnen vrijelijk bepalen hoe zij de uitoefening van gezamenlijk ouderlijk gezag vormgeven. Regelingen inzake het ouderlijk gezag, met inbegrip van de beëindiging van gezamenlijk ouderlijk gezag, kunnen echter alleen worden gewijzigd via een rechtbank. Zaken in verband met het ouderlijk gezag worden op wettelijk bindende wijze beslist en vastgesteld door een rechtbank. Tijdens hoorzittingen over zaken die een kind betreffen, laten rechtbanken zich boven alles leiden door de belangen van het kind, rekening houdend met de omstandigheden en de legitieme belangen van de betrokkenen. Geschillen over het gezagsrecht vallen onder het familierecht en worden daarom door rechtbanken gehoord naar aanleiding van een verzoekschrift en beslecht met een gerechtelijk bevel. Om zijn of haar rechten met betrekking tot een kind te laten vaststellen, moet een ouder een verzoekschrift indienen bij een rechtbank.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Ouders met gezagsrecht kunnen vrijelijk bepalen hoe zij de uitoefening van gezamenlijk ouderlijk gezag vormgeven. Regelingen inzake het ouderlijk gezag, met inbegrip van de beëindiging van gezamenlijk ouderlijk gezag, kunnen echter alleen worden gewijzigd via een rechtbank. Om overeenstemming te bereiken, kunnen ouders gebruikmaken van de dienst voor gezinsbemiddeling. De lokale overheid kan hen doorverwijzen naar de betreffende dienstverlener. Ouders kunnen bijvoorbeeld zelf of met de hulp van een familie- en gezinsmediator overeenstemming bereiken over de procedure voor omgang met het kind, maar als de overeenkomst wordt geschonden, moeten ze naar de rechtbank om een executoriale titel te verkrijgen (d.w.z. een gerechtelijk bevel).

Bij het vaststellen van de procedure voor omgang met een kind fungeren de rechtbanken in gerechtelijke procedures ook als bemiddelende instanties, die een overeenkomst tussen de ouders over de omgang met het kind proberen te bewerkstelligen. De rechtbank hoort de partijen zo snel mogelijk en wijst hen op de mogelijkheid gebruik te maken van een gezinsadviseur, met name om tot een gezamenlijk standpunt te komen over de zorg en verantwoordelijkheid voor het kind. Een rechtbank kan een procedure betreffende een kind opschorten, mits de opschorting niet leidt tot een vertraging die indruist tegen de belangen van het kind, en als de betrokken partijen bereid zijn zich buiten de rechtbank te laten adviseren of als het geschil, naar de mening van de rechtbank, om andere redenen zou kunnen worden opgelost door overeenstemming tussen de partijen.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De jurisdictie van rechtbanken omvat zaken die te maken hebben met het recht op contact van ouders met kinderen, wijziging van het ouderlijk gezag, het herstel van het ouderlijk gezag, de plicht tot het betalen van alimentatie en wijzigingen in het alimentatiebedrag op verzoek van een ouder.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

De wederzijdse rechten en plichten van ouders en kinderen vloeien voort uit verwantschap, wat betekent dat de ouder van wie een kind afstamt, de plicht heeft voor het kind te zorgen. De wederzijdse rechten en plichten van een ouder en kind zijn ervan afhankelijk wie het ouderlijk gezag over het kind heeft, d.w.z. als slechts één ouder het ouderlijk gezag over het kind heeft, kan die ouder beslissen over alle zaken die het kind betreffen, zonder eerst met de andere ouder te overleggen.

Een ouder kan exclusief ouderlijk gezag over een kind hebben vanaf de geboorte van het kind, bijvoorbeeld in gevallen waarin de ouders, bij het indienen van de intentieverklaringen over het erkennen van vaderschap of moederschap, hun wens te kennen hebben gegeven de ouderlijke verantwoordelijkheid over te laten aan één van de ouders. Eén ouder kan ook exclusief ouderlijk gezag krijgen in bijvoorbeeld de volgende drie gevallen.

Een ouder krijgt exclusief ouderlijk gezag als hij of zij een rechtbank, in het kader van een verzoekschriftprocedure, verzocht heeft het gezag over het kind gedeeltelijk of geheel aan hem of haar over te dragen. Doorgaans verzoekt een ouder om exclusief ouderlijk gezag als ouders die gezamenlijk ouderlijk gezag hebben, duurzaam gescheiden leven of om een andere reden niet langer gezamenlijk het ouderlijk gezag uit willen oefenen.

Een ouder kan het ouderlijk gezag ook exclusief uitoefenen, wanneer de ouders gezamenlijk ouderlijk gezag hebben, maar het ouderlijk gezag van één ouder is geschorst. Als het op grond van de wet of een rechterlijke beslissing aan een ouder toegekende exclusieve ouderlijk gezag over een kind wordt geschorst en er geen reden is om te verwachten dat de gronden voor de schorsing zullen ophouden te bestaan, kent een rechtbank het ouderlijk gezag toe aan de andere ouder als dit in overeenstemming is met het belang van het kind.

Een rechtbank zal ook het ouderlijk gezag aan de andere ouder toekennen als de ouder met exclusief ouderlijk gezag is overleden of uit de ouderlijke macht is ontzet, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Als ouders gezamenlijk ouderlijk gezag hebben, geven zij op eigen verantwoordelijkheid en unaniem uitvoering aan het gezamenlijk ouderlijk gezag en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, rekening houdend met het algehele welzijn van het kind. Ouders die gezamenlijk ouderlijk gezag hebben, hebben tevens een gezamenlijk recht van vertegenwoordiging.

Als ouders die gezamenlijk ouderlijk gezag hebben er niet in slagen overeenstemming te bereiken in een kwestie die van belang is voor het kind, kan een rechtbank op verzoek van een ouder de beslissingsbevoegdheid in deze kwestie toekennen aan één ouder. Wanneer de beslissingsbevoegdheid wordt overgedragen, kan een rechtbank de uitoefening van de beslissingsbevoegdheid beperken of aanvullende verplichtingen opleggen aan de ouder die het recht uitoefent.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Arrondissementsrechtbanken doen uitspraak over geschillen die verband houden met het ouderlijk gezag. In geval van een geschil dat verband houdt met het ouderlijk gezag moet bij een arrondissementsrechtbank een verzoekschrift worden ingediend waarin de indiener verzoekt om beslechting van de zaak in een verzoekschriftprocedure. Het verzoekschrift moet worden ingediend bij de arrondissementsrechtbank van de verblijfplaats van het kind.

In het verzoekschrift moet de naam van de rechtbank worden vermeld, evenals de persoonsgegevens van de indiener, de betrokkene en hun kinderen, alsmede het uitdrukkelijke verzoek van de indiener. Daarnaast moeten in het verzoekschrift de feiten worden uiteengezet en moet de indiener het bewijs waarover hij of zij beschikt, opsommen en overleggen. Het verzoekschrift moet worden ondertekend door de indiener of de vertegenwoordiger van de indiener. In het geval van een vertegenwoordiger moet een volmacht of een ander document waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid blijkt, worden aangehecht aan het verzoekschrift.

Het verzoekschrift en de bewijsstukken moeten schriftelijk, in het Ests, bij de rechtbank worden ingediend. Als een partij in de procedure een niet in het Ests gesteld(e) verzoekschrift, verzoek, klacht of verweerschrift bij de rechtbank indient, zal de rechtbank de betreffende persoon verzoeken om vóór de door de rechtbank vastgestelde datum een vertaling te verschaffen.

Zaken die te maken hebben met het vaststellen van de rechten van een ouder ten aanzien van een kind en het regelen van de omgang met het kind, m.a.w. zaken die verband houden met het ouderlijk gezag, kunnen ook worden beslecht in een rechtsvordering, als daarom verzocht wordt in een rechtsvordering in samenhang met de echtscheiding of het betalen van alimentatie.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Rechtbanken behandelen zaken in verband met het ouderlijk gezag in een verzoekschriftprocedure volgens de bepalingen inzake rechtsvorderingen, met inachtneming van de verschillen die met betrekking tot verzoekschriftprocedures worden voorgeschreven (zie het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [1]).

In een spoedprocedure kan een rechtbank uitsluitend uitspraak doen over de alimentatievordering van een ouder die gescheiden leeft van een minderjarig kind. Zaken in verband met het ouderlijk gezag kunnen niet worden behandeld in een vereenvoudigde procedure. Zaken in verband met het ouderlijk gezag worden echter in een verzoekschriftprocedure gehoord en verschillen daarom van een gewone rechtsvordering. In een verzoekschriftprocedure gaat de rechtbank zelf de feiten na en verzamelt zij zelf het noodzakelijke bewijs, tenzij de wet anders bepaalt. De rechtbank is niet gebonden aan de verzoeken van de partijen bij de procedure, noch door de feiten die zij de rechtbank voorleggen of hun interpretatie daarvan, tenzij de wet anders bepaalt. De vereisten voor het notuleren van hoorzittingen en het betekenen van documenten zijn eveneens minder strikt. In zaken die verband houden met het ouderlijk gezag, kunnen rechtbanken ook maatregelen toepassen om de uitoefening van het ouderlijk gezag of de omgang met het kind tijdens de procedure te regelen of om te waarborgen dat afspraken in de toekomst worden nagekomen.

De rechtbank kan de voorlopige of voorzorgsmaatregelen treffen als er reden is om aan te nemen dat de uitvoering van een rechterlijke beslissing moeilijk of onmogelijk wordt als de maatregelen niet worden toegepast. In een familierechtelijke kwestie waarover in een verzoekschriftprocedure wordt beslist, kunnen voorlopige maatregelen worden toegepast door elke rechtbank binnen wier territoriale bevoegdheid de maatregelen getroffen moeten worden. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn dat het kind terugkeert naar de andere ouder of dat aan de wettelijke onderhoudsverplichting wordt voldaan; rechtbanken kunnen de verweerder onder andere opdragen om de alimentatie tijdens de procedure te betalen of een onderpand te verstrekken voor de naleving van de betalingsverplichting.

[1] Wetboek van burgerlijke Rechtsvordering (RT I 2005, 26, 197; RT I, 21.6.2014, 58). Online: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.riigiteataja.ee/en/eli/513122013001/consolide.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Als de rechtbank tot de conclusie komt dat een natuurlijke persoon vanwege zijn of haar financiële situatie de procedurekosten niet kan dragen, kan de rechtbank de persoon volledig of gedeeltelijk vrijstellen van betaling van de kosten voor rechtsbijstand en de overheidsvergoeding.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Een uitspraak in een verzoekschriftprocedure is een gerechtelijk bevel waarop de bepalingen inzake gerechtelijke bevelen in rechtsvorderingen van toepassing zijn, tenzij de wet anders bepaalt. Tegen een gerechtelijk bevel met betrekking tot het ouderlijk gezag kan beroep worden ingesteld in overeenstemming met de algemene bepalingen voor beroepsprocedures, als de indiener van het beroep van mening is dat de uitspraak van het gerecht van eerste aanleg gebaseerd is op een inbreuk van een wettelijke bepaling (bijvoorbeeld als het gerecht van eerste aanleg een wettelijke materieelrechtelijke of procesrechtelijke bepaling onjuist heeft toegepast). Om bovengenoemde redenen kan ook een beroep in cassatie worden ingesteld bij het hooggerechtshof.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Zaken in verband met het ouderlijk gezag worden behandeld in verzoekschriftprocedures. In een familierechtelijke zaak die wordt beslecht in een verzoekschriftprocedure vaardigt de rechtbank een gerechtelijk bevel uit dat uitvoerbaar is vanaf het moment dat het van kracht wordt, tenzij de wet anders bepaalt. Een gerechtelijk bevel dat in een verzoekschriftprocedure wordt uitgevaardigd, is de executoriale titel. In het geval dat de debiteur verzuimt vrijwillig het gerechtelijk bevel inzake het ouderlijk gezag op te volgen, wordt het gerechtelijk bevel uitgevoerd in een executieprocedure op basis van de aanvraag die door de eiser is ingediend. Daartoe moet de eiser een aanvraag indienen bij een gerechtsdeurwaarder onder wiens territoriale bevoegdheid de verblijfplaats of zetel van de debiteur valt, of de locatie waar zijn of haar activa zich bevinden. In zaken die de omgang met een kind betreffen, zal de gerechtsdeurwaarder in een executieprocedure samenwerken met een vertegenwoordiger van de lokale overheid van de verblijfplaats van het kind of, in uitzonderlijke gevallen, van de verblijfplaats van de debiteur, die deskundig is in de omgang met kinderen. Zo nodig kan de gerechtsdeurwaarder de lokale overheid voorstellen om het kind tijdelijk in een instelling voor welzijnszorg te plaatsen. Als de debiteur de gedwongen tenuitvoerlegging belemmert, kan hem of haar een boete worden opgelegd.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt een in een lidstaat gegeven beslissing in de andere lidstaten erkend, zonder dat daartoe enigerlei procedure vereist is. De verordening is van toepassing op alle lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken.

Beslissingen betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind, die in een lidstaat zijn gegeven en aldaar uitvoerbaar zijn, en die betekend zijn, zijn in een andere lidstaat uitvoerbaar, nadat zij aldaar op verzoek van een belanghebbende uitvoerbaar zijn verklaard. Daartoe wordt een verzoek om uitvoerbaarverklaring ingediend bij een gerecht.

Het gerecht waarbij een verzoek moet worden ingediend, vindt u op deze pagina.

Een partij die verzoekt om erkenning, erkenning betwist of een verzoek om uitvoerbaarverklaring indient, moet de volgende documenten overleggen:

a) een afschrift van de beslissing dat voldoet aan de voorwaarden tot vaststelling van de echtheid ervan; en

b) het certificaat betreffende beslissingen over de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Het formulier vindt u hier.

Een beslissing inzake ouderlijke verantwoordelijkheid wordt niet erkend:

a) indien de erkenning kennelijk strijdig zou zijn met de openbare orde van de aangezochte lidstaat, rekening houdend met de belangen van het kind;

b) behalve in spoedeisende gevallen, indien zij is gegeven zonder dat het kind, in strijd met de fundamentele procesregels van de aangezochte lidstaat, in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord;

c) indien het stuk waarmee het geding is ingeleid of een gelijkwaardig stuk niet tijdig en op zodanige wijze als met het oog op zijn of haar verdediging noodzakelijk was, aan de persoon tegen wie verstek werd verleend, is medegedeeld of betekend, tenzij vaststaat dat deze persoon ondubbelzinnig met de beslissing instemt;

d) ten verzoeke van eenieder die beweert dat de beslissing in de weg staat aan de uitoefening van zijn of haar ouderlijke verantwoordelijkheid, indien zij is gegeven zonder dat deze persoon in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord;

e) indien zij onverenigbaar is met een latere beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, die in de aangezochte lidstaat is gegeven;

f) indien zij onverenigbaar is met een latere beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid die in een andere lidstaat of in het derde land van de gewone verblijfplaats van het kind is gegeven, mits die latere beslissing voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in de aangezochte lidstaat;

of

g) indien de procedure van artikel 56 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad niet in acht is genomen.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Het gerecht waarbij een verzoek moet worden ingediend, vindt u op deze pagina.

Een partij die verzoekt om erkenning, erkenning betwist of een verzoek om uitvoerbaarverklaring indient, moet de volgende documenten overleggen:

a) een afschrift van de beslissing dat voldoet aan de voorwaarden tot vaststelling van de echtheid ervan; en

b) het certificaat betreffende beslissingen inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid zoals bedoeld in artikel 39 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad.

Het formulier vindt u hier.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Volgens de Estse Wet inzake het internationaal privaatrecht [1] is het recht van het land waar een kind zijn of haar verblijfplaats heeft, van toepassing op de betrekkingen tussen het kind en de ouders.

Daarnaast is het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen van toepassing tussen de staten die het verdrag hebben ondertekend.

De vaststelling van het toepasselijke recht kan ook onderworpen zijn aan overeenkomsten inzake rechtsbijstand. De Republiek Estland is overeenkomsten inzake rechtsbijstand aangegaan met de volgende landen:

  • Overeenkomst tussen de Republiek Estland, de Republiek Litouwen en de Republiek Letland inzake rechtsbijstand en rechtsbetrekkingen (1993);
  • Overeenkomst tussen de Republiek Estland en de Russische Federatie inzake rechtsbijstand en rechtsbetrekkingen in burgerlijke, familie- en strafzaken (1993);
  • Overeenkomst tussen de Republiek Estland en Oekraïne inzake rechtsbijstand en rechtsbetrekkingen in burgerlijke en strafzaken (1995);
  • Overeenkomst tussen de Republiek Estland en de Republiek Polen inzake rechtsbijstand en rechtsbetrekkingen in burgerlijke, arbeids- en strafzaken (1999).

Aangezien alle partijen bij de overeenkomsten inzake rechtsbijstand die zijn gesloten met Litouwen, Letland en Polen, ook partij zijn bij het Haags Verdrag van 1996, hebben de partijen besloten de bepalingen van het Haags Verdrag toe te passen bij het vaststellen van het toepasselijke recht.

[1] Wet inzake het internationaal privaatrecht (RT I 2002, 35, 217). Online: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.riigiteataja.ee/en/eli/513112013009/consolide.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Ierland

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

De juridische term "ouderlijke verantwoordelijkheid" – in Ierland "guardianship" (voogdijschap) genoemd – verwijst naar het bezit van alle rechten en plichten met betrekking tot een kind die op grond van de wet of door een rechtbank of krachtens een juridische overeenkomst zijn verleend. De houder van ouderlijke verantwoordelijkheid bezit het gezagsrecht en het omgangsrecht, naast andere rechten met betrekking tot het welzijn van het kind.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

In het algemeen gesproken, hebben de getrouwde ouders van een kind gezamenlijk de ouderlijke verantwoordelijkheid over hun kind. Als de ouders niet getrouwd zijn, is de moeder de algemene houder van de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar de biologische vader kan tot voogd worden benoemd, als de ouders dat overeenkomen of als de rechtbank aldus beslist.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Ja. De Health Service Executive (de Ierse nationale dienst voor gezondheidszorg) kan via TUSLA, haar eenheid voor kinderzorg en gezinsondersteuning, de districtsrechtbank verzoeken om noodzakelijke beschermingsmaatregelen voor kinderen jonger dan achttien jaar. In uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank een voogd benoemen die, wanneer een ouder daartoe niet bereid of niet in staat is, de onder de ouderlijke verantwoordelijkheid vallende taken uitvoert. Bij overlijden van een ouder kan een testamentair voogd worden benoemd, wanneer deze in een testament of codicil is aangesteld. Ook de rechtbank kan een testamentair voogd benoemen. Als er geen testamentair voogd is aangesteld, kan de Health Service Executive, als de ouders van een kind overleden zijn of niet in staat zijn voor hun kind te zorgen, via TUSLA de districtsrechtbank verzoeken om noodzakelijke beschermingsmaatregelen voor kinderen jonger dan achttien jaar.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Wanneer de ouders van een kind scheiden of "uit elkaar gaan", kunnen zij in overleg regelingen in verband met het ouderlijk gezag en het omgangsrecht treffen. Wanneer ouders geen overeenstemming kunnen bereiken, kunnen zij zich tot de rechter wenden, die dan beslist over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling. Wanneer beide ouders voogd van het kind zijn, brengt echtscheiding of uit elkaar gaan daar geen verandering in, hoewel het voogdijschap van een niet-getrouwde vader – in zeer uitzonderlijke omstandigheden en uitsluitend wanneer het welzijn van het kind dit vereist – kan worden beëindigd door de rechtbank.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Ouders die een overeenkomst over de ouderlijke verantwoordelijkheid sluiten, moeten deze voorleggen aan de rechtbank met het oog op het verkrijgen van een rechterlijke beslissing die deze overeenkomst juridisch bindend maakt. De rechtbank moet ervan overtuigd zijn dat de rechten van het kind op passende wijze door deze overeenkomst worden beschermd en kan weigeren een rechterlijke beslissing te geven als zij er niet van overtuigd is dat de verplichtingen jegens het kind worden nagekomen door beide ouders of een van de ouders. Een dergelijke overeenkomst kan het voogdijschap van de afzonderlijke ouders niet beëindigen.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Personen kunnen een beroep doen op niet-juridische methoden voor geschillenbeslechting zoals mediation (bemiddeling) of counseling.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter kan beslissen over alle kwesties die betrekking hebben op het welzijn van het kind, waaronder – maar niet uitsluitend – zaken als voogdijschap, het ouderlijk gezag en de omgangsregeling. Zie ook vraag 4 en vraag 5 hierboven; het voogdijschap van getrouwde ouders of een biologische moeder kan niet door de rechtbank worden beëindigd, maar deze kan voorwaarden verbinden aan de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheden van een persoon.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Nee. De ouder die als enige het ouderlijk gezag over een kind heeft, kan weliswaar beslissen over de dagelijkse zorg voor en het toezicht op het kind, maar de ouder die geen ouderlijk gezag heeft en die de voogd van het kind is, heeft het recht te worden geraadpleegd over alle zaken die het welzijn van het kind betreffen, met inbegrip van onder andere de vraag waar het kind onderwijs moet volgen en de vraag waar het kind moeten wonen.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Gezamenlijk ouderlijk gezag wordt aan ouders toegekend, wanneer er geen sprake is van uitgesproken vijandigheid tussen de partijen en stelt hen in staat onderling beslissingen te nemen die betrekking hebben op het wezenlijk welzijn van het kind en de dagelijkse zorg voor het kind. Dit betekent niet dat iedere ouder het recht heeft op evenveel tijd met het kind, maar waarborgt dat beide ouders dezelfde verantwoordelijkheden en verplichtingen hebben ten aanzien van het kind.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Partijen die een verzoek in verband met ouderlijke verantwoordelijkheid willen indienen, doen dat gewoonlijk voor de districtsrechtbank. Voor bepaalde aanvullende verzoeken in het kader van huwelijksprocedures kan het echter nodig zijn dat zij zich tot het Circuit Court of het hooggerechtshof wenden. Het hooggerechtshof heeft exclusieve bevoegdheid in gevallen van kinderontvoering.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Ja. Het is mogelijk een verzoek ex parte bij de rechtbank in te dienen, dat wil zeggen zonder de andere partij daarvan in kennis te stellen, wanneer het een risico voor het kind zou opleveren, als de verzoeker de verweerder op de gebruikelijke manier in kennis zou stellen.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Ja. U kunt een rechtshulp krijgen via de regeling voor rechtsbijstand in burgerlijke zaken. In het kader van deze regeling gelden er inkomensvoorwaarden.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja. Het is mogelijk om beroep in te stellen tegen een beslissing van het gerecht van eerste aanleg, d.w.z. de rechtbank waar de procedure is geïnitieerd. Het is doorgaans echter niet mogelijk om beroep aan te tekenen tegen de uitspraak van een hof van beroep.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Personen die een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid willen laten uitvoeren, moeten de regels van de respectieve rechtbank of instelling raadplegen. Met uitzondering van een verzoek ex parte, moet de verweerder op de hoogte worden gesteld van uw voornemen om een procedure aan te spannen met het oog op de uitvoering van een beslissing.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Zie het antwoord op vraag 14.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Het hooggerechtshof, dat ter zake volledig bevoegd is.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

De Protection of Children (Hague Convention) Act uit 2000 geeft rechtskracht aan het Verdrag van 's-Gravenhage van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, dat op dit gebied van toepassing is; voorts is ook Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II bis) op dit gebied van toepassing.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 03/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Griekenland

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Ouderlijke verantwoordelijkheid is een recht en een plicht van ouders. Deze verantwoordelijkheid omvat de zorg voor de persoon van het minderjarige kind, het beheer van zijn of haar vermogen en de vertegenwoordiging van het kind in alle zaken, rechtshandelingen of rechtszaken in verband met de persoon of het vermogen van het kind. Met andere woorden: ouderlijke verantwoordelijkheid waarborgt de bescherming van de persoonlijke en eigendomsrechten van de minderjarige.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De ouderlijke verantwoordelijkheid wordt door beide ouders gezamenlijk gedragen. Bij elke beslissing van de ouders in verband met het uitoefenen van de ouderlijke verantwoordelijkheid moet rekening worden gehouden met de belangen van het kind.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als een van de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid niet kan of wil uitoefenen, om praktische redenen (bijv. ziekenhuisopname, detentie) of om juridische redenen (rechtsonbekwaamheid), blijft die ouder louter houder van het recht terwijl de ouderlijke verantwoordelijkheid uitsluitend door de andere ouder wordt uitgeoefend.

Als geen van beide ouders in staat is de ouderlijke verantwoordelijkheid uit te oefenen, wordt een minderjarig kind onder voogdij geplaatst; de ouders behouden de ouderlijke verantwoordelijkheid, als louter houders van het recht, terwijl ze die niet kunnen uitoefenen.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed, en mits beide ouders in leven zijn, beslist de rechter over de ouderlijke verantwoordelijkheid. De ouderlijke verantwoordelijkheid kan worden toegekend aan een van de ouders of, als zij daar beiden mee instemmen en tegelijkertijd de woonplaats van het kind vastleggen, aan beide ouders gezamenlijk. De rechter kan anders beslissen; met name kan hij of zij de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid tussen de ouders verdelen of haar toekennen aan een derde persoon.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Wanneer een rechter moet beslissen over de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid, zoals in het geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed, zal hij of zij rekening houden met eventuele afspraken tussen de ouders, maar deze afspraken zijn niet bindend voor de rechter. Voor dit soort afspraken zijn geen specifieke formaliteiten nodig; de enige voorwaarde is dat ze op juridisch geldige wijze ter kennis worden gebracht van de rechter. De gebruikelijke manier is het indienen van een door de betrokken partijen opgesteld document waarin de onderlinge afspraken worden uiteengezet. Hierin wordt door de wet uitdrukkelijk voorzien in gevallen van echtscheiding met wederzijdse toestemming van ouders die minderjarige kinderen hebben, in welk geval een schriftelijke overeenkomst tussen de ouders, waarin de voogdij over hun kinderen en de omgangsregeling worden vastgesteld, bij de rechter moet worden ingediend.

In alle andere opzichten kunnen ouders informeel afspraken maken over de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid, zonder aan formaliteiten te hoeven voldoen of formele procedures te hoeven volgen, om op die manier in de praktijk de verantwoordelijkheid onderling te verdelen, waarbij de ene ouder dit aspect voor zijn of haar rekening neemt, en de andere ouder een ander aspect. De ene ouder kan bijvoorbeeld de voogdij over het kind hebben, terwijl de andere ouder het vermogen van de minderjarige beheert en zijn of haar belangen behartigt.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Wanneer de ouders het niet eens kunnen worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid en het in het belang van het kind is dat er een besluit wordt genomen, beslist de rechter. Een alternatieve vorm van geschillenbeslechting is bemiddeling.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Wanneer ouders het in de uitoefening van hun ouderlijke verantwoordelijkheid oneens zijn over een specifieke kwestie en de zaak voor de rechter brengen, kan deze uitsluitend over die kwestie uitspraak doen. Het kan gaan om willekeurig welk probleem dat zich tijdens de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid voordoet waardoor onenigheid tussen de ouders ontstaat en waarbij beiden vasthouden aan hun eigen mening, zodat een oplossing van het geschil in het belang van het kind is. Het kan gaan om objectief gezien serieuze zaken, bijv. het kiezen van een voornaam, het instemmen met een operatie enzovoort, of het kan zaken betreffen die objectief gezien niet van groot belang zijn maar die de ouders belangrijk genoeg vinden om aan de rechter voor te leggen.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Ja, in principe wel, voor zover de kwestie binnen de reikwijdte valt van de voogdij over het kind die aan één ouder is toegekend. De ouders kunnen er altijd voor kiezen de oplossing van de rechter waarbij één ouder alleen de voogdij over het kind krijgt, naast zich neer te leggen: zelfs nadat de rechter uitspraak heeft gedaan, kunnen ze een andere regeling overeenkomen waarbij de andere ouder een rol krijgt toebedeeld in de zorg voor het kind, mits deze regeling uiteraard in het belang van het kind is.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Dit betekent dat besluiten in verband met de zorg voor het kind door de ouders gezamenlijk moeten worden genomen.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De bevoegde rechtbank is altijd de rechtbank van eerste aanleg met een alleensprekende rechter (μονομελές πρωτοδικείο). Verzoekschriften moeten worden ingediend bij de rechtbank die voor de plaats in kwestie bevoegd is en er moet een afschrift aan de verweerder worden bezorgd; de documenten die dienen ter onderbouwing van het verzoekschrift moeten eveneens bij de rechtbank worden ingediend.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

De rechtbank van eerste aanleg met een alleensprekende rechter beslist in overeenstemming met een bijzondere procedure die is neergelegd in artikel 681B en C van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (WBR). Deze procedure is opgezet naar het voorbeeld van de procedure voor arbeidsgeschillen, om de afhandeling van zaken te bespoedigen. Gezien het hoofdzakelijk persoonlijke karakter van geschillen over de ouderlijke verantwoordelijkheid, worden ook enkele bepalingen van de procedure voor huwelijkszaken toegepast, evenals voorschriften van de procedures voor niet‑contentieuze rechtspraak betreffende de onderzoeksautoriteit en de ambtshalve bewijsverkrijging door de rechtbank. Wanneer geschillen in verband met de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid echter samenhangen met een van de huwelijksgeschillen waarnaar wordt verwezen in artikel 592, lid 1, WBR (bijv. ontbinding of nietigverklaring van een huwelijk) of de geschillen waarnaar wordt verwezen in artikel 614, lid 1, WBR (bijv. vaststelling van het vaderschap), moet de rechter de procedure toepassen die wordt beschreven in de artikelen 598‑612 en 616‑622 WBR. Dringende zaken kunnen worden afgehandeld met behulp van voorlopige maatregelen (ασφαλιστικά μέτρα) en noodgevallen met behulp van een voorlopige voorziening (προσωρινή διαταγή).

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Ja, op grond van de algemene voorwaarden voor rechtsbijstand.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

De rechterlijke uitspraak betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid kan worden ingetrokken of gewijzigd als de omstandigheden die de rechter tot zijn of haar uitspraak hebben gebracht, zijn veranderd. Ook kan tegen een uitspraak inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid beroep worden ingesteld via de gewone rechtsmiddelen (beroep om feitelijke of juridische redenen (έφεση), beroep om alleen juridische redenen (cassatie, αναίρεση), eis tot vernietiging (ανακοπή ερημοδικίας), revisie (αναψηλάφηση)), conform de gebruikelijke vereisten.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Een uitspraak inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid is uitvoerbaar op grond van artikel 950 WBR als zij tevens verplichtingen oplegt. Met andere woorden: als zij niet alleen de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid, de voogdij over een minderjarig kind of het contact met het kind regelt, maar ook de overdracht of de terugkeer van het kind gelast of de omgangsregeling vaststelt of de partijen verbiedt conflicterende maatregelen te treffen. Zo geldt in het bijzonder het volgende: a) de ouder bij wie het kind is, moet handelen overeenkomstig het vonnis waarin de overdracht of de terugkeer van het kind wordt gelast, en bij verzuim daarvan kan hetzelfde vonnis voorzien in de automatische oplegging van een geldstraf van maximaal 50 000 EUR, te betalen aan degene die verzoekt om het overdragen of het terugbrengen van het kind, of een tijdelijke detentie van maximaal één jaar, of beide straffen samen (indirecte uitvoering (έμμεση εκτέλεση)); en b) in het geval dat het recht op persoonlijk contact van een ouder met het kind wordt belemmerd, kan in het vonnis inzake het contact worden gedreigd met een geldstraf en detentie voor de persoon die dit contact verhindert (complementaire uitvoering (αναπληρωματική εκτέλεση)).

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Vonnissen betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid die in andere lidstaten zijn uitgesproken worden automatisch erkend, zonder verdere formaliteiten van de kant van Griekse bestuurlijke instanties. Griekse rechtbanken zijn bevoegd uitspraak te doen over de geldigheid van een buitenlands vonnis, of over een verzoek tot erkenning van een buitenlands vonnis, zonder voorafgaande beoordeling van de bevoegdheid van de lidstaat van oorsprong. Griekse rechtbanken kunnen de erkenning van een vonnis over de ouderlijke verantwoordelijkheid weigeren wanneer: a) het strijdig is met de binnenlandse openbare orde, waarbij te allen tijde rekening wordt gehouden met het belang van het kind; of b) het onverenigbaar is met een later in een Griekse rechtbank uitgesproken vonnis betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid. Wanneer de Griekse rechtbanken bevoegd zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad op grond van de woonplaats van het kind, kunnen zij, als rechtbanken van de lidstaat waarin om de erkenning wordt verzocht, de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind anders beslechten door in de zaak een eigen, later vonnis te geven, zonder van tevoren de bevoegdheid van de lidstaat van oorsprong en de bindende aard van het eerdere vonnis (bijv. of er beroepsmogelijkheden zijn) te beoordelen.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

In de beschreven gevallen is de rechtbank van eerste aanleg met een alleensprekende rechter bevoegd; deze behandelt de zaak conform de procedure die voor het betreffende soort geschil van toepassing is.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Op de betrekkingen tussen ouders en een kind is het volgende recht van toepassing, in deze volgorde: 1) het recht van hun laatste gemeenschappelijke nationaliteit; 2) het recht van hun laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats; 3) het recht van de nationaliteit van het kind.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 21/10/2016

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Spanje

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Spaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

In de Spaanse wetgeving wordt ouderlijke verantwoordelijkheid gewoonlijk ‘patria potestad’ (ouderlijk gezag) genoemd. De ouderlijke verantwoordelijkheid bestaat uit de rechten en plichten die natuurlijke personen, meestal de ouders, of, krachtens de wet of ingevolge een rechterlijke uitspraak, rechtspersonen, hebben over de persoon en het vermogen van een minderjarige.

Het ouderlijk gezag moet altijd worden uitgeoefend met het oog op het belang van de kinderen, in overeenstemming met hun persoonlijkheid en met respect voor hun lichamelijke en psychische integriteit. Het omvat de volgende plichten en bevoegdheden:

1. zorgen voor de kinderen, bij hen zijn, hen voeden en opvoeden en ervoor zorg dragen dat zij een volledige opleiding krijgen;

2. hen vertegenwoordigen en hun vermogen beheren.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Ouders dragen de ouderlijke verantwoordelijkheid voor minderjarige kinderen.

In het geval dat er sprake is van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of een breuk in de relatie of als de ouders niet samenleven, berusten alle rechten en plichten in verband met minderjarige kinderen, hun persoon en hun vermogen, bij beide ouders, behalve in uitzonderingssituaties.

Als de ouders gescheiden van elkaar leven, wordt het ouderlijk gezag uitgeoefend door de ouder bij wie het kind woont. Op een met redenen omkleed verzoek van de andere ouder kan de rechter evenwel, in het belang van het kind, beslissen dat het ouderlijk gezag gezamenlijk met de eerste ouder moet worden uitgeoefend, of dat de verschillende taken van de uitoefening van het ouderlijk gezag worden verdeeld tussen de moeder en de vader.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Naar Spaans recht kunnen andere familieleden, personen of instellingen worden aangesteld, onder rechterlijk toezicht, om de ouderlijke verantwoordelijkheid over minderjarige kinderen uit te oefenen, als de ouders niet voldoen aan de beschermingsplicht waarin de wet met betrekking tot de zorg voor minderjarige kinderen voorziet, of als zij deze plicht niet naar behoren vervullen.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als de ouders uit de echt scheiden of uit elkaar gaan, kan de ouderlijke verantwoordelijkheid op de volgende wijzen worden geregeld:

  • op voorstel van beide ouders in een convenant (convenio regulador), dat door de rechter moet worden goedgekeurd;
  • bij gerechtelijke uitspraak in een contentieuze procedure.

De ouderlijke verantwoordelijkheid als beschermingsmaatregel ten behoeve van de minderjarige berust bij beide ouders.

De mogelijke vormen van de zorg voor en het gezag over minderjarige kinderen kunnen op de onderstaande wijze worden samengevat:

  • toewijzing van het gezag aan één van de ouders; dit komt het vaakst voor, zowel in het geval van scheiding van tafel en bed en echtscheiding met wederzijds goedvinden van de ouders als in het geval van contentieuze procedures; doorgaans wordt een bezoekregeling getroffen voor de ouder die niet het gezag heeft;
  • toekenning van het gezag aan beide ouders, waarbij de minderjarige kinderen afwisselend bij elk van de beide ouders verblijven;
  • bij wijze van uitzondering kan, op grond van de omstandigheden die zich voordoen en in het belang van de minderjarige, op voorstel van de ouders zelf of rechtstreeks door de rechter, bij rechterlijke uitspraak de zorg en het gezag worden toegewezen aan een andere persoon.

In de gevallen waarin de voogdij over de minderjarige aan de overheid is toegewezen, wordt deze situatie gehandhaafd, en wordt het gezag aan geen van beide ouders toegewezen.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Indien de ouders het eens worden over kwesties met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid, moeten zij een ondertekend convenant met alle gemaakte afspraken indienen. Dit moet, naast andere maatregelen, uitdrukkelijk regelingen omvatten betreffende:

  • de zorg voor en het gezag over de minderjarige;
  • de omgangsregeling met de ouders;
  • de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid;
  • het gebruik van de gezinswoning;
  • de alimentatie voor de minderjarige.

Het convenant wordt samen met het verzoek ingediend bij de bevoegde rechtbank van eerste aanleg. Het moet in de rechtbank door de ouders worden geratificeerd en wordt na het horen van de minderjarige kinderen, indien zij oud genoeg zijn, en de openbare aanklager, door de rechter onderzocht.

Afspraken die de ouders hebben gemaakt over de gevolgen van nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed of echtscheiding worden door de rechter bekrachtigd tenzij ze schadelijk zijn voor de kinderen. Indien de partijen regelingen voorstellen voor de omgang en communicatie tussen kleinkinderen en hun grootouders, kan de rechter deze bekrachtigen na de grootouders te hebben gehoord in een hoorzitting waarin zij met de regelingen instemmen.

Afspraken kunnen uitsluitend worden verworpen middels een met redenen omkleed beslissing. In dat geval moeten de echtgenoten een nieuw voorstel ter bekrachtiging door de rechter voorleggen, indien van toepassing.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Bemiddeling in de gezinssfeer is het beste alternatief voor een rechterlijke uitspraak om tot een akkoord tussen de partijen te komen.

Om ten uitvoer te kunnen worden gelegd, moeten de bereikte akkoorden altijd bij rechterlijke uitspraak worden bekrachtigd.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter moet over de volgende maatregelen altijd uitspraak doen in het belang van de minderjarige kinderen, waarbij hij of zij, na de broers en zussen te hebben gehoord (mits zij over voldoende oordeelsvermogen beschikken), probeert die broers en zussen niet van elkaar te scheiden:

  • justitiële maatregelen betreffende het gezag, dat aan een van beide ouders of aan beide ouders worden toegewezen, en betreffende de opvoeding;
  • de omgangsregeling, waarbij de rechter de tijd, wijze en plaats aangeeft waarop ouders met de kinderen kunnen communiceren en tijd met hen kunnen doorbrengen;
  • in uitzonderingsgevallen kan het noodzakelijk zijn dit omgangsrecht te beperken of op te schorten als er zich een ernstige situatie voordoet of als een van de ouders zijn of haar verplichtingen op ernstige en herhaaldelijke wijze niet nakomt;
  • de toekenning van het ouderlijk gezag en, indien er daar gronden voor zijn en het goed is voor de kinderen, een beslissing over het deels of volledig uitoefenen daarvan door een van de ouders, en ook over de ontneming daarvan indien er daarvoor gronden zijn;
  • de alimentatie die door elke ouder moet worden betaald om te voldoen aan de behoeften van het kind, rekening houdend met de economische omstandigheden en met de maatregelen die nodig zijn om de doeltreffendheid van de alimentatie te waarborgen;
  • de toewijzing van het gebruik van de gezinswoning en de dagelijkse gebruiksvoorwerpen indien de ouders het hier niet over eens zijn geworden, waarbij de echtgeno(o)t(e) die de voogdij heeft over de minderjarige kinderen voorrang krijgt.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Als algemene regel geldt dat het ouderlijk gezag aan beide ouders toekomt. Beide ouders zijn derhalve bevoegd om te beslissen en uitspraken te doen over alle kwesties die een minderjarige aangaan, ook al heeft slechts een van beiden de voogdij toegewezen gekregen.

Indien er onenigheid is tussen de ouders over maatregelen die met betrekking tot het minderjarige kind kunnen of moeten worden genomen, die kunnen liggen op het gebied van onderwijs, zoals de schoolkeuze of buitenschoolse activiteiten, de gezondheidszorg, de keuze van een arts, persoonlijke zaken zoals het kiezen van de naam of de godsdienstige vorming, of de keuze van de plaats of het land van wonen van de minderjarige kinderen enzovoorts, en het niet mogelijk is om tot een akkoord te komen, kan elk van de ouders zich tot de rechter wenden voor de oplossing van het conflict.

Na het horen van beide ouders en het kind, voor zover dit over voldoende oordeelsvermogen beschikt, kent de rechter de beslissingsbevoegdheid toe aan de vader of de moeder, zonder beroepsmogelijkheid. Een van beide ouders kan de rechter hierom verzoeken. Indien er zich herhaaldelijk meningsverschillen voordoen of er zich een andere grond voordoet die de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid ernstig belemmert, kan de rechter de beslissingsbevoegdheid geheel of gedeeltelijk aan een van de ouders toekennen of de taken tussen hen verdelen. Al deze maatregelen kunnen worden genomen voor een termijn van maximaal twee jaar.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Als het gezag over een minderjarige wordt toegekend aan beide ouders gezamenlijk, wordt de dagelijkse zorg voor de minderjarige in de praktijk gedurende vooraf vastgestelde perioden, die meestal samenvallen met onderwijsperioden zoals kwartalen of schooljaren, afgewisseld tussen beide ouders.

Dit houdt ook een verdeling in tussen beide ouders van alle vakantieperioden.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

In procedures voor scheiding van tafel en bed of echtscheiding met wederzijds goedvinden is de rechtbank van eerste aanleg van de laatste gezamenlijke woonplaats van de echtgenoten bevoegd, of de rechtbank van de woonplaats van een van de verzoekers.

In contentieuze procedures over het huwelijk is de rechtbank van eerste aanleg van de plaats van de echtelijke woning bevoegd. Indien de echtgenoten in verschillende rechtsgebieden wonen, kan de eiser kiezen tussen de rechtbank van de laatste verblijfplaats van het echtpaar of die van de verblijfplaats van de verweerder.

In procedures die uitsluitend handelen over het gezag over en de zorg en alimentatie voor minderjarige kinderen in de gevallen waarin de ouders niet zijn gehuwd, is de rechtbank van eerste aanleg van de laatste gezamenlijke woonplaats van de ouders bevoegd. Indien zij in verschillende rechtsgebieden wonen, kan de eiser kiezen tussen de rechtbank van de verblijfplaats van de verweerder of die van de verblijfplaats van de minderjarige.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

De in deze gevallen toepasselijke procedures zijn:

indien er een overeenkomst tussen de partijen is, geldt de procedure met wederzijds goedvinden van artikel 777 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor scheiding van tafel en bed, echtscheiding en definitieve maatregelen betreffende het gezag over en de zorg en alimentatie voor minderjarige kinderen wanneer de ouders niet zijn gehuwd;

indien de partijen het niet eens zijn, geldt de contentieuze procedure die is geregeld in de artikelen 770 en 774 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die ook geldt voor procedures die familiezaken en minderjarige kinderen betreffen, wanneer de ouders niet zijn gehuwd.

In urgente zaken kan worden verzocht om het nemen van maatregelen conform de hieronder vermelde procedures.

Voorlopige maatregelen voorafgaand aan het instellen van de vordering tot nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed, echtscheiding of in procedures die handelen over de zorg voor en het gezag over minderjarige kinderen en alimentatie. Dit is geregeld in de artikelen 771 en 772 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Er wordt uitdrukkelijk bepaald dat, indien er gronden zijn voor een spoedprocedure, de maatregelen in de eerste te geven beslissing meteen in werking kunnen treden.

Voorlopige maatregelen die samenhangen met de toewijzing van het verzoek in de procedure betreffende het huwelijk of minderjarige kinderen, zoals in de voorgaande gevallen. Dit is geregeld in artikel 773 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Er kan geheel of gedeeltelijk kosteloze rechtsbijstand worden verkregen mits wordt aangetoond dat is voldaan aan de voorwaarden om hierop recht te hebben, overeenkomstig de wet op de kosteloze rechtsbijstand. (Zie ‘Rechtsbijstand - Spanje’).

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Om te weten te komen of uitspraken vatbaar zijn voor beroep, moet een onderscheid worden gemaakt tussen de soorten uitspraken die op het gebied van de ouderlijke verantwoordelijkheid kunnen worden gedaan:

  • tegen alle uitspraken in contentieuze procedures kan beroep worden ingesteld bij een provinciaal gerechtshof;
  • tegen uitspraken in procedures met wederzijds goedvinden kan alleen beroep worden ingesteld (bij het provinciaal gerechtshof) wanneer een maatregel wordt goedgekeurd die afwijkt van de afspraken van het convenant.

De wet voorziet niet in een rechtsmiddel tegen uitspraken over voorafgaande voorlopige maatregelen of voorlopige maatregelen of uitspraken over de uitoefening van het ouderlijk gezag.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

In de gevallen waarin niet vrijwillig wordt voldaan aan rechterlijke uitspraken betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, kan bij de rechtbank van eerste aanleg die deze uitspraken heeft gedaan een verzoek worden ingediend tot tenuitvoerlegging van de niet nagekomen maatregel of maatregelen.

De uitspraak en de persoon ten aanzien van wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht, moeten worden vermeld.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Uitspraken over de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid die in een lidstaat worden gedaan in huwelijkszaken met betrekking tot een kind en die in dat land ten uitvoer kunnen worden gelegd en zijn betekend, worden op grond van het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, in Spanje erkend op verzoek van een van de belanghebbenden, zonder dat enige procedure hoeft te worden gevolgd.

Met het oog op de tenuitvoerlegging, moet een verzoek tot tenuitvoerlegging worden ingediend bij de rechtbank van de plaats waar de minderjarige woont en waar de tenuitvoerlegging moet plaatsvinden. Het verzoek moet vergezeld gaan van een afschrift van de ten uitvoer te leggen beslissing dat voldoet aan alle voorwaarden tot vaststelling van de echtheid ervan conform het modelformulier in bijlage V. Er moet een beroep worden gedaan op een advocaat en een wettelijke vertegenwoordiger.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Om beroep in te stellen tegen de erkenning van een in een andere lidstaat van de Europese Unie gedane uitspraak betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, moet de belanghebbende zich wenden tot de rechtbank van eerste aanleg waar de tegenpartij de erkenning wil verkrijgen en daar een van de gronden voor weigering van de erkenning aanvoeren waarin Verordening (EG) nr. 2201/2003 voorziet.

De gronden die kunnen worden aangevoerd, zijn:

  • de beslissing is kennelijk strijdig met de openbare orde, gelet op het belang van het kind;
  • het kind heeft niet de gelegenheid gekregen te worden gehoord (geldt niet in spoedgevallen);
  • de uitspraak is bij verstek gewezen, de verklaring van eis is niet voorgelegd of betekend, tenzij er werd verklaard dat de uitspraak is aanvaard;
  • iemand die de erkenning zou betwisten en die stelt dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid door de beslissing wordt belemmerd, heeft niet de gelegenheid gekregen om te worden gehoord;
  • de beslissing is onverenigbaar met een latere beslissing.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Het toepasselijke recht is het recht van de gewone verblijfplaats van het kind, overeenkomstig het Verdrag van Den Haag uit 1996 betreffende de bescherming van minderjarigen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/04/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Kroatië

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Onder ouderlijke verantwoordelijkheid worden de verantwoordelijkheden, plichten en rechten van ouders verstaan die bedoeld zijn om de persoonlijke en eigendomsrechten van het kind te beschermen en te bevorderen, en de belangen van het kind te behartigen. Ouders moeten ouderlijke zorg verlenen in overeenstemming met de ontwikkelingsbehoeften en -mogelijkheden van het kind. Een ouder mag geen afstand doen van zijn/haar recht om ouderlijke zorg te verlenen. Ouders moeten de afzonderlijke aspecten van ouderlijke zorg met het kind bespreken en daarover met hem/haar overeenstemming bereiken. Zij moeten zich daarbij afstemmen op de leeftijd en de rijpheid van het kind.

Ouderlijke zorg omvat het recht en de plicht om de persoonlijke rechten van het kind op gezondheid, ontwikkeling, verzorging en bescherming, opvoeding en onderwijs, en contact te beschermen. Ook het recht en de plicht om de verblijfplaats te kiezen en de bezittingen van het kind te beheren, vallen onder ouderlijke zorg. Daarnaast houdt ouderlijke zorg het recht en de plicht in om het kind te vertegenwoordigen bij het uitoefenen van zijn/haar persoonlijke en eigendomsrechten en het behartigen van zijn/haar belangen.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Ouders hebben het recht en de plicht om in gelijke mate, gezamenlijk en in overleg ouderlijke zorg te verlenen. Wanneer ouders niet permanent samenleven, moeten ze een regeling voor ouderlijke zorg overeenkomen in de vorm van een plan voor gedeelde ouderlijke zorg. Gedeelde ouderlijke zorg kan ook worden geregeld door de rechtbank. De rechterlijke beslissing is in dat geval gebaseerd op wat de ouders hebben afgesproken ten aanzien van alle belangrijke kwesties in het plan voor gedeelde ouderlijke zorg. Wanneer ouders gedeelde ouderlijke zorg verlenen, moeten zij ernaar streven om het eens te worden over eventuele geschilpunten.

Ieder van beide ouders kan ouderlijke zorg alleen verlenen, hetzij volledig, hetzij gedeeltelijk, hetzij in de mate die nodig is om een besluit te nemen over een bijzonder belangrijke kwestie die het kind betreft. In de bovengenoemde situaties kan het recht van de andere ouder om ouderlijke zorg te verlenen uitsluitend worden beperkt door een rechterlijke beslissing, waarin rekening wordt gehouden met de belangen van het kind. Wanneer de ouders gedeelde ouderlijke zorg verleenden, voordat een van de ouders overleed, moet de overlevende ouder, als de andere ouder is overleden of dood is verklaard, alleen ouderlijke zorg verlenen zonder dat daarvoor een rechterlijke beslissing nodig is. Als de ouders er tijdens een rechtszaak niet in geslaagd zijn een plan voor gedeelde ouderlijke zorg of een alternatieve regeling overeen te komen, mag ieder van beide ouders zelf ouderlijke zorg verlenen, afhankelijk van een daartoe strekkende rechterlijke beslissing. In dat geval moet de rechtbank de voorkeur geven aan de ouder die zich bereid heeft getoond om mee te werken en overeenstemming te bereiken over gedeelde ouderlijke zorg.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Wanneer een ouder minderjarig is of handelingsonbekwaam ten aanzien van een bepaald aspect van ouderlijke zorg, wordt zijn/haar ouderlijke zorg opgeschort wegens juridische obstakels. Zolang als de schorsing van kracht is, kan de bovengenoemde ouder zelf, samen met de andere ouder van het kind of samen met een voogd die is benoemd op grond van de bepalingen van de Gezinswet (Obiteljski zakon) inzake de benoeming van een voogd, de dagelijkse zorg voor het kind op zich nemen. De bovengenoemde ouder mag het kind niet vertegenwoordigen en wanneer hij/zij handelingsonbekwaam is, mag hij/zij het kind niet vertegenwoordigen op het gebied waarop hij/zij handelingsonbekwaam is. Het kind zal in dat geval worden vertegenwoordigd door de andere ouder of de voogd, waarbij de voogd gehoor moet geven aan de wensen van de andere ouder.

Wanneer de ouders van het kind, of een van beide ouders en de voogd, het niet eens zijn over de vertegenwoordiging in verband met belangrijke besluiten die betrekking hebben op het kind, zal de rechtbank naar aanleiding van een voorstel van het kind, een van beide ouders of de voogd een ex parte-vonnis wijzen over de vraag wie het kind in de betreffende zaak moet vertegenwoordigen.

Naar aanleiding van een voorstel van het kind, een van beide ouders of een centrum voor welzijnszorg wijst de rechtbank een ex parte-vonnis tot het opschorten van de ouderlijke zorg (opschorting van ouderlijke zorg wegens reële obstakels) als een van beide ouders afwezig is of op een onbekend adres verblijft, of als een van beide ouders om objectieve redenen voor langere tijd is verhinderd ouderlijke zorg te verlenen. De betreffende ouder mag gedurende de periode waarin zijn/haar ouderlijke zorg om de bovengenoemde redenen is opgeschort, geen ouderlijke zorg verlenen. Gedurende een dergelijke opschortingsperiode wordt de ouderlijke zorg verleend door alleen de andere ouder of wordt het kind onder voogdij gesteld volgens de bepalingen van de Gezinswet. Wanneer de gronden voor het opleggen van de opschorting van ouderlijke zorg wegens reële obstakels niet langer bestaan, wijst de rechtbank, naar aanleiding van een voorstel van het kind, een ouder van wie de ouderlijke zorg is opgeschort, of een centrum voor jeugdzorg, een ex parte-vonnis tot beëindiging van de opschorting.

Wanneer de ouders de ouderlijke zorg delen en een van hen overlijdt, zet de overlevende ouder de ouderlijke zorg alleen voort. Als de ouder die als enige ouderlijke zorg verleent, overlijdt, wijst de rechtbank, naar aanleiding van een voorstel van het kind, de overlevende ouder of een centrum voor jeugdzorg, een ex parte-vonnis tot het toevertrouwen van de ouderlijke zorg aan de overlevende ouder, als zij dat in het belang van het kind acht. Wanneer beide ouders overlijden, plaatst een centrum voor jeugdzorg het kind onder voogdij. Tijdens zijn/haar leven kan de ouder die ouderlijke zorg verleent door middel van een testament of notariële akte [in het Kroatisch "anticipirana naredba" ("wilsverklaring") genoemd] een persoon aanwijzen die volgens hem/haar in het geval van zijn/haar overlijden het best voor het kind zou zorgen. Wanneer in geval van overlijden van een ouder een voogd wordt benoemd voor het kind, wordt rekening gehouden met de mening van het kind en de wensen van de overlevende ouder, tenzij dit niet in het belang van het kind wordt geacht.

Op grond van artikel 224 van de Gezinswet moet een kind onder voogdij worden geplaatst, als zijn/haar ouders zijn overleden, verdwenen, onbekend zijn of minimaal een maand op een onbekend adres verblijven; als zijn/haar ouders uit de ouderlijke macht zijn ontzet; als zijn/haar ouders op een bepaald gebied handelingsonbekwaam zijn, waardoor ze geen ouderlijke zorg kunnen verlenen, en het kind niet hebben toevertrouwd aan een persoon die voldoet aan de criteria voor voogdijschap; of als zijn/haar ouders erin hebben toegestemd dat het kind wordt geadopteerd. Op grond van artikel 225 van de Gezinswet moet een centrum voor jeugdzorg besluiten het kind onder voogdij te plaatsen en een voogd benoemen. Een centrum voor jeugdzorg kan het kind voor de dagelijkse zorg onder de hoede plaatsen van een voogd, een andere persoon, een pleeggezin of een tehuis voor verlaten kinderen, of het kind onder de hoede plaatsen van een rechtspersoon op het gebied van maatschappelijk werk, tenzij de Gezinswet anders bepaalt.

Als wordt geconstateerd dat de rechten en belangen van het kind zijn geschonden of dat de rechten, belangen en ontwikkeling van het kind in gevaar zijn gebracht, worden op basis van de bevindingen van een deskundige maatregelen genomen om de persoonlijke rechten en belangen van het kind te beschermen. De rechten van het kind worden geacht in gevaar te zijn gebracht als de zorg ontoereikend is, als het kind psychosociale problemen heeft (wat tot uiting komt door zijn/haar gedrag, emotionele problemen, problemen op school of andere problemen bij het opgroeien) of als het waarschijnlijk is dat de bovengenoemde omstandigheden zich zullen voordoen.

Om de rechten en belangen van het kind te beschermen, kan een centrum voor welzijnszorg:

1. het kind bij wijze van noodmaatregel weghalen bij de ouder(s) en het onderdak bieden buiten de ouderlijke woning;

2. een waarschuwing geven na een fout of omissie bij het verlenen van ouderlijke zorg;

3. regelen dat de ouders professionele hulp en ondersteuning krijgen met betrekking tot de ouderlijke zorg; en

4. regelen dat de ouders intensieve professionele ondersteuning krijgen en dat toezicht wordt gehouden op de ouderlijke zorg die zij verlenen.

Om de persoonlijke rechten en belangen van het kind te beschermen, kan een rechtbank:

1. het kind tijdelijk onder de hoede van een andere persoon, een pleeggezin of een welzijnsinstelling plaatsen;

2. een contactverbod opleggen;

3. de ouders het recht ontnemen met het kind in één huis te wonen en het kind voor de dagelijkse zorg toevertrouwen aan een andere persoon, een pleeggezin of een welzijnsinstelling;

4. zorgen voor ondersteuning bij de opvoeding van het kind, als hij/zij gedragsproblemen heeft, door hem/haar in een pleeggezin of welzijnsinstelling te plaatsen; of

5. de ouders uit de ouderlijke macht ontzetten. In het kader van de maatregelen om de rechten en belangen van het kind te beschermen, bevat de Gezinswet bepalingen waarin de voorziening van tijdelijk onderdak voor het kind of de tijdelijke plaatsing van het kind onder de hoede van een andere persoon wordt geregeld, de ouders het recht wordt ontnomen met hun kind in één huis te wonen enz.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Geschillen over ouderlijke verantwoordelijkheid kunnen worden beslecht door een plan voor gedeelde ouderlijke zorg op te stellen of door een rechterlijke beslissing.

Het plan voor gedeelde ouderlijke zorg is een schriftelijke overeenkomst tussen de ouders waarin wordt uiteengezet hoe gedeelde ouderlijke zorg kan worden verleend, wanneer de ouders niet permanent met het kind als gezin samenleven. In het plan voor gedeelde ouderlijke zorg moet het volgende worden vermeld:

1. de plaats en het adres waar het kind woont,

2. de tijd die het kind met ieder van beide ouders zal doorbrengen,

3. de manieren waarop informatie wordt uitgewisseld over de toestemming die nodig is bij het nemen van belangrijke besluiten voor het kind, en de manieren waarop belangrijke informatie over het kind wordt uitgewisseld,

4. de hoogte van de onderhoudsverplichting van de ouder bij wie het kind niet woont, en

5. de manieren waarop toekomstige geschillen zullen worden opgelost.

De ouders kunnen het plan voor gedeelde ouderlijke zorg zelf opstellen of in het kader van de verplichte counseling of de gezinsbemiddeling.

Als de ouders geen overeenstemming bereiken over het plan voor gedeelde ouderlijke zorg of als dit door de rechtbank wordt verworpen, kan ieder van beide ouders of het kind een rechtszaak aanspannen om geschillen op te lossen over de vraag bij welke ouder het kind zal wonen, de manieren waarop ouderlijke zorg moet worden verleend, het contact van het kind met de andere ouder of het levensonderhoud van het kind. In rechtszaken die tot doel hebben vast te stellen bij welke ouder het kind zal wonen, hoe de ouderlijke zorg moet worden verleend of hoe het contact van het kind met de andere ouder gestalte moet krijgen, is de rechtbank niet gebonden aan verzoeken van de partijen. De rechtbank kan uitspraak doen over de vraag bij welke ouder het kind zal wonen, over de manieren waarop het kind contact zal onderhouden met de andere ouder en over het verlenen van ouderlijke zorg op basis van een overeenkomst tussen de ouders, als zij van mening is dat de overeenkomst in het belang van het kind is.

De rechtbank beslist ambtshalve bij welke ouder het kind zal wonen, hoe ouderlijke zorg zal worden verleend, hoe het contact van het kind met de andere ouder gestalte krijgt en hoe wordt voorzien in het onderhoud van het kind, door middel van een beslissing waarin de duurzame ontwrichting van het huwelijk, de nietigverklaring ervan of een echtscheiding wordt erkend en een beslissing in andere gevallen waarin de ouders gescheiden leven, of door een beslissing in gevallen waarin het moederschap of vaderschap wordt betwist, als dit mogelijk en vereist is met het oog op de uitkomst van de gerechtelijke procedure en de feiten van de zaak.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Om afdwingbaar te zijn, kan het plan voor gedeelde ouderlijke zorg aan de rechtbank worden voorgelegd in het kader van een procedure ex parte, waardoor de rechtbank het plan inhoudelijk kan beoordelen en op grond van de bepalingen van de Gezinswet kan goedkeuren of verwerpen. Het plan voor gedeelde ouderlijke zorg kan worden gewijzigd, afhankelijk van de leeftijd en rijpheid van het kind of wanneer belangrijke veranderingen in de omstandigheden wijzigingen rechtvaardigen. Als het plan wordt gewijzigd, moet het aan de rechtbank worden voorgelegd in het kader van een procedure ex parte, zodat de rechtbank de inhoud kan beoordelen en de wijzigingen kan goedkeuren of verwerpen.

De rechtbank kan uitspraak doen over de vraag bij welke ouder het kind zal wonen, over de manieren waarop het kind contact zal onderhouden met de andere ouder, en over het verlenen van ouderlijke zorg op basis van een overeenkomst tussen de ouders, als zij van mening is dat de overeenkomst in het belang van het kind is. Als de ouders besluiten gedeelde ouderlijke zorg te verlenen, moeten alle belangrijke zaken die in het plan voor gedeelde ouderlijke zorg aan de orde worden gesteld, in de overeenkomst worden geregeld. Wat rechtsmiddelen of wijziging van de rechterlijke beslissing betreft, heeft de rechterlijke beslissing op basis van de overeenkomst van de ouders over het verlenen van gedeelde ouderlijke zorg dezelfde rechtsgevolgen als het plan voor gedeelde ouderlijke zorg, zoals dat door de rechtbank is goedgekeurd. Als de uitspraak over de ouderlijke zorg of het contact van het kind met de andere ouder is gebaseerd op de bovengenoemde overeenkomst tussen de ouders over het verlenen van gedeelde ouderlijke zorg, hoeft aan de uitspraak geen toelichting te worden toegevoegd.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Als de ouders geen overeenstemming bereiken over het plan voor gedeelde ouderlijke zorg, zal een centrum voor welzijnszorg hen aanmoedigen om te proberen tot overeenstemming te komen in het kader van de gezinsbemiddeling, tenzij in de zaak in kwestie bemiddeling niet verplicht is. Als ouders die van plan zijn te scheiden er niet in slagen overeenstemming te bereiken over het plan voor gedeelde ouderlijke zorg, zal een centrum voor welzijnszorg hen ervan op de hoogte stellen dat de rechtbank, in het kader van de echtscheidingsprocedure die een van beide echtgenoten in gang heeft gezet, ambtshalve het volgende zal doen: 1. zij zal uitspraak doen over de vraag bij welke ouder het kind zal wonen, over de regelingen voor ouderlijke zorg, over het contact van het kind met de andere ouder en over het onderhoud van het kind; 2. zij zal het kind in de gelegenheid stellen zijn/haar mening te geven op grond van de Gezinswet; en 3. zij zal een speciale voogd voor het kind benoemen in overeenstemming met de bepalingen van de Gezinswet.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Op grond van artikel 413 van de Gezinswet beslist de rechtbank ambtshalve bij welke ouder het kind zal wonen, hoe ouderlijke zorg zal worden verleend, hoe het contact van het kind met de andere ouder gestalte krijgt en hoe wordt voorzien in het onderhoud van het kind, door middel van een beslissing waarin de duurzame ontwrichting van het huwelijk, de nietigverklaring ervan of een echtscheiding wordt erkend en een beslissing in andere gevallen waarin de ouders gescheiden leven, of door een beslissing in gevallen waarin het moederschap of vaderschap wordt betwist, als dit mogelijk en vereist is met het oog op de uitkomst van de gerechtelijke procedure en de feiten van de zaak.

De rechtbank kan

1. het contact van het kind met de andere ouder beperken of verbieden;

2. beslissen dat contact moet plaatsvinden onder toezicht van een deskundige;

3. een maatregel vaststellen ter bescherming van de rechten en belangen van het kind al naargelang de omstandigheden van de zaak dit vereisen; of

4. uitspraak doen over omgangsregelingen met de stiefmoeder of stiefvader, als zij met het kind samenwoonden en ervoor zorgden toen hun huwelijk werd ontbonden.

Op grond van artikel 417 van de Gezinswet moet de rechtbank, in een procedure waarin over het contact van het kind met de andere ouder wordt beslist, de ouders meedelen dat dit contact van bijzonder belang is voor het welzijn van het kind. De rechtbank moet de ouders aanmoedigen overeenstemming te bereiken en deel te nemen aan de gezinsbemiddeling in zaken die geen verband houden met huiselijk geweld, en, als de ouders geen overeenstemming bereiken, erop toezien dat de locatie waarop het kind het contact met de andere ouder zal onderhouden, geschikt is voor het kind. Daarbij moet rekening worden gehouden met de geografische en tijdgerelateerde beperkingen van de andere ouder. De rechterlijke beslissing moet in detail vermelden hoe, wanneer en waar de andere ouder het kind kan ophalen en waarheen hij/zij het kan terugbrengen, en zo nodig ingaan op de kosten van het contact. In de toelichting bij de uitspraak zal de rechtbank een schriftelijke waarschuwing opnemen waarin de juridische consequenties worden vermeld die zijn verbonden aan het niet nakomen van de verplichting het contact van het kind met de andere ouder te bevorderen (waaronder een boete, inhechtenisneming of een beslissing tot wijziging van de uitspraak die bepaalt bij welke ouder het kind zal wonen).

Op grond van artikel 418 van de Gezinswet kan de rechtbank, in een procedure ter bepaling van het contact van het kind met de andere ouder, een of meer maatregelen vaststellen om de handhaving te waarborgen, als zij vermoedt dat de ouder bij wie het kind woont zich waarschijnlijk niet aan de vastgestelde omgangsregeling zal houden.

In het bijzonder kan de rechtbank:

1. een persoon aanwijzen die helpt bij de handhaving van de rechterlijke beslissing of de regelingen die het kind in staat stellen contact te hebben met de andere ouder; en

2. gelasten dat de ouder bij wie het kind woont een borgsom stort.

Bij het vaststellen van deze maatregelen zal de rechtbank er met name rekening mee houden hoe de ouder bij wie het kind woont zich in het verleden heeft gedragen.

Op grond van artikel 419 van de Gezinswet kan de rechtbank, in een procedure ter bepaling van het contact van het kind met de andere ouder, een of meer maatregelen vaststellen om ervoor te zorgen dat het kind wordt teruggebracht of om te voorkomen dat het kind wordt ontvoerd door de andere ouder. Zo kan de rechtbank gelasten dat de andere ouder tijdens de periode waarin hij/zij contact heeft met het kind, zijn/haar paspoort inlevert bij de rechtbank die de maatregel heeft opgelegd. Andere mogelijke maatregelen zijn dat de rechtbank gelast dat de andere ouder een borgsom stort; verbiedt dat de eigendommen van de andere ouder worden verkocht of bezwaard, waarbij de details van dit verbod in openbare registers worden opgenomen; eist dat de andere ouder zich regelmatig meldt bij een bevoegd orgaan, zoals een centrum voor welzijnszorg, met het kind en in de plaats waar het contact plaatsvindt; de plaats bepaalt waar het contact moet plaatsvinden; verbiedt dat het kind het land waarin het contact moet plaatsvinden, verlaat; en de details van dit verbod in een nationaal of transnationaal informatiesysteem registreert. Bij het vaststellen van de bovengenoemde maatregelen moet de rechtbank er met name rekening mee houden hoe de andere ouder zich in het verleden heeft gedragen.

Op grond van artikel 421 van de Gezinswet hoeft geen toelichting te worden opgenomen in de rechterlijke beslissing ter bepaling van de ouderlijke zorg of de omgangsregeling voor het kind als de uitspraak is gebaseerd op een overeenkomst die de ouders hebben bereikt, in overeenstemming met de bepalingen van de Gezinswet, of als de rechterlijke beslissing is voorgelezen in de aanwezigheid van alle partijen en alle partijen hebben beloofd geen rechtsmiddelen te zullen aanwenden.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Wanneer voor de ene ouder op bepaalde gebieden van ouderlijke zorg een beperking geldt op grond van de bepalingen van de Gezinswet of een rechterlijke beslissing, moet de andere ouder op grond van artikel 99 van de Gezinswet het kind op die gebieden alleen vertegenwoordigen.

Artikel 105 van de Gezinswet bepaalt dat ieder van beide ouders zelf ouderlijke zorg kan verlenen, hetzij volledig, hetzij gedeeltelijk, hetzij in de mate die nodig is om een besluit te nemen over een bijzonder belangrijke kwestie die het kind betreft. In de bovengenoemde situaties kan het recht van de andere ouder om ouderlijke zorg te verlenen uitsluitend worden beperkt door een rechterlijke beslissing, waarin rekening wordt gehouden met de belangen van het kind. Wanneer de ouders gedeelde ouderlijke zorg verleenden, voordat een van de ouders overleed, moet de overlevende ouder, als de andere ouder is overleden of dood is verklaard, alleen ouderlijke zorg verlenen zonder dat daarvoor een rechterlijke beslissing nodig is. Wanneer de rechtbank uitspraak doet over het exclusieve recht van ouderlijke zorg, beslist zij of de ouder aan wie dit recht wordt toegekend het kind in zaken die betrekking hebben op de essentiële, persoonlijke rechten van het kind alleen moet vertegenwoordigen of dat toestemming van de andere ouder nodig is, zoals nader bepaald in artikel 100 van de Gezinswet. Met "vertegenwoordiging van het kind in zaken die betrekking hebben op zijn/haar essentiële, persoonlijke rechten" wordt bedoeld: vertegenwoordiging van het kind ingeval zijn/haar naam of vaste of tijdelijke woonadres wordt gewijzigd, of als het gaat om zijn/haar vrijheid om zijn/haar religie te kiezen of te veranderen.

Op grond van artikel 110 van de Gezinswet heeft ieder van beide ouders, ongeacht of de ouderlijke zorg exclusief of gedeeld is, het recht om tijdens perioden dat het kind bij hem of haar verblijft, dagelijkse beslissingen met betrekking tot het kind alleen te nemen. In noodgevallen, d.w.z. wanneer het kind in onmiddellijk gevaar verkeert, heeft ieder van beide ouders het recht te besluiten welke maatregel dan ook te nemen die nodig is met het oog op de belangen van het kind, zonder de andere ouder om toestemming te vragen. Hij/zij moet de andere ouder hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte stellen.

Ongeacht of de ouderlijke zorg exclusief of gedeeld is, moeten de ouders informatie uitwisselen over de gezondheid van het kind, zijn/haar consequente opvoeding, en zijn/haar schoolse en buitenschoolse activiteiten. Deze informatie moet snel en transparant worden uitgewisseld en uitsluitend het kind als focus hebben.

Geen van beide ouders mag zijn/haar verplichting tot samenwerking misbruiken om controle uit te oefenen over de andere ouder.

De ouder voor wie op een bepaald gebied van ouderlijke zorg beperkingen gelden, heeft in aanvulling op het bovenstaande op grond van artikel 112 van de Gezinswet het recht contact met het kind te onderhouden, dagelijkse beslissingen met betrekking tot het kind te nemen, dringende maatregelen te nemen wanneer het kind in onmiddellijk gevaar verkeert en informatie te ontvangen over belangrijke omstandigheden die te maken hebben met de persoonlijke rechten van het kind. Deze rechten kunnen uitsluitend worden beperkt of ingetrokken door een rechterlijke beslissing, als beperking of intrekking noodzakelijk is om de belangen van het kind te beschermen. De ouder die geen ouderlijke zorg aan het kind verleent, heeft het recht de andere ouder om informatie te vragen over belangrijke omstandigheden in verband met de persoonlijke rechten van het kind, als hij/zij daar een legitiem belang bij heeft en in zoverre dit niet strijdig is met het belang van het kind. Bij geschillen zal de rechtbank, in procedures ex parte en naar aanleiding van een voorstel van het kind of een van beide ouders, uitspraak doen om de bescherming van de belangen van het kind te waarborgen.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Op grond van artikel 108 van de Gezinswet moeten ouders, wanneer zij het gezamenlijk ouderlijk gezag hebben, als zij een belangrijke beslissing in verband met het kind nemen of wanneer zij in iets toestemmen, dit te allen tijde in overleg doen. Bij belangrijke beslissingen voor het kind gaat het om de vertegenwoordiging van het kind in zaken die zijn/haar essentiële persoonlijke rechten betreffen, en in zaken die betrekking hebben op waardevolle bezittingen en eigendomsrechten van het kind. Belangrijke beslissingen voor het kind kunnen ook beslissingen omvatten die het leven van het kind in aanmerkelijke mate beïnvloeden, zoals besluiten over de omgang van het kind met personen die hem/haar na staan, buitengewone medische procedures of behandelingen en de vrijheid van het kind een school te kiezen. Al deze beslissingen zullen rechtsgeldig zijn, mits de andere ouder ermee instemt. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld een medische spoedprocedure, zijn de bijzondere wettelijke bepalingen ter bescherming van patiëntenrechten van toepassing. Artikel 100 van de Gezinswet bevat bepalingen over de vertegenwoordiging van het kind in zaken die betrekking hebben op zijn/haar essentiële persoonlijke rechten (ingeval zijn/haar naam of vaste of tijdelijke woonadres wordt gewijzigd, of als het gaat om zijn/haar vrijheid om zijn/haar religie te kiezen of te veranderen). Vertegenwoordiging in zaken die betrekking hebben op de essentiële persoonlijke rechten van het kind wordt rechtsgeldig geacht, als de ouder die het kind vertegenwoordigt, schriftelijk toestemming heeft verkregen van de andere ouder die het recht heeft het kind te vertegenwoordigen. In wettelijk vastgelegde gevallen is deze toestemming niet vereist, als de ouder bij wie het kind woont, toestemming heeft verkregen van een centrum voor welzijnszorg. Als de ouder die het kind vertegenwoordigt geen schriftelijke toestemming kan krijgen, zal de rechtbank, in procedures ex parte en naar aanleiding van een voorstel van het kind of een van beide ouders, beslissen welke ouder het kind in het betreffende geval zal vertegenwoordigen om zijn/haar belangen te beschermen.

Artikel 101 van de Gezinswet bevat bepalingen over de vertegenwoordiging van het kind in zaken die betrekking hebben op zijn/haar waardevolle bezittingen of eigendomsrechten.

Artikel 109 van de Gezinswet bepaalt dat, wanneer de ouders die gerechtigd zijn het kind te vertegenwoordigen, er niet in slagen overeenstemming te bereiken over belangrijke beslissingen voor het kind, de rechtbank in procedures ex parte en naar aanleiding van een voorstel van het kind of een van beide ouders beslist welke ouder het kind het betreffende geval zal vertegenwoordigen. Als belangrijke beslissingen verband houden met de persoonlijke rechten van het kind, moeten de ouders deelnemen aan verplichte counseling, voordat een procedure ex parte wordt ingesteld.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De lokaal bevoegde gemeentelijke rechtbank is de aangewezen instantie voor het indienen van voorstellen en het aantekenen van beroep.

Op grond van artikel 34 van de Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zakon o parničnom postupku) zijn gemeentelijke rechtbanken altijd de rechtbank in eerste aanleg in de volgende gevallen: geschillen over de vraag of het huwelijk duurzaam ontwricht is, dan wel of het huwelijk nietig moet worden verklaard en een echtscheiding moet worden uitgesproken; het vaststellen of betwisten van het vaderschap of moederschap; het bepalen bij welke ouder het kind zal wonen; en geschillen in verband met de ouderlijke zorg, wanneer tegelijkertijd een rechtszaak loopt om vast te stellen of het huwelijk duurzaam ontwricht is, dan wel het huwelijk nietig te verklaren of een echtscheiding uit te spreken.

In overeenstemming met de Gezinswet moet verplichte counseling plaatsvinden, voordat een scheiding wordt aangevraagd tussen echtgenoten die de gezamenlijke zorg dragen voor een minderjarig kind van henzelf, of voordat andere rechtszaken in verband met ouderlijke zorg en omgang worden aangespannen. De bepalingen van de Gezinswet in verband met verplichte counseling, voordat een echtscheiding wordt aangevraagd tussen echtgenoten die de gezamenlijke zorg dragen voor een minderjarig kind van henzelf, zijn mutatis mutandis van toepassing op verplichte counseling voordat een rechtszaak wordt aangespannen om te beslissen over de ouderlijke zorg en het contact van het kind met de andere ouder, wanneer het huwelijk/partnerschap van zijn/haar ouders duurzaam ontwricht is. In de wet zijn gevallen vastgelegd waarin geen gebruik wordt gemaakt van verplichte counseling. De verplichte counseling begint, zodra een partij daarom verzoekt. Het verzoek wordt ingediend bij een centrum voor welzijnszorg, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling (door middel van een verklaring die in een register moet worden opgenomen). De verplichte counseling wordt gegeven door een deskundig team van het centrum voor welzijnszorg dat bevoegd is voor de plaats waar het kind een vast of tijdelijk woonadres heeft, of voor de plaats waar de echtgenoten of geregistreerde partners, vast dan wel tijdelijk, hun laatste gedeelde woonadres hadden. Verplichte counseling is een proces waaraan de gezinsleden persoonlijk deelnemen (vertegenwoordigers zijn niet toegestaan). Na afloop van de verplichte counseling stelt het centrum voor welzijnszorg een verslag op, dat zes maanden geldig blijft vanaf de datum waarop de counseling werd beëindigd.

Voordat een aanvraag tot echtscheiding kan worden ingediend, moet de aanvrager deelnemen aan de eerste gezinsbemiddelingsbijeenkomst.

De aanvrager moet, naast andere documenten, het verslag van de verplichte counseling/een bewijs van deelname aan de eerste gezinsbemiddelingsbijeenkomst/het plan voor gedeelde ouderlijke zorg overleggen. De vereiste documenten zijn afhankelijk van het type vordering dat wordt ingesteld (een vordering in verband met een huwelijksgeschil, het vaststellen of betwisten van het moederschap of vaderschap, de ouderlijke zorg, een geschil betreffende het contact, een vordering tot echtscheiding met wederzijdse instemming of een verzoek om goedkeuring van een plan voor gedeelde ouderlijke zorg).

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

In alle familierechtelijke procedures die het kind betreffen, moeten de bevoegde instanties met spoed maatregelen treffen en tegelijkertijd de belangen van het kind beschermen.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Ja. Kosteloze rechtsbijstand is geregeld in de Wet inzake kosteloze rechtsbijstand (Zakon o besplatnoj pravnoj pomoći) (Narodne novine (NN — Staatsblad van de Republiek Kroatië) nr. 143/2013).

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja. De partijen kunnen hoger beroep instellen tegen een beslissing in eerste aanleg binnen vijftien dagen vanaf de datum van betekening van een kopie van de beslissing, tenzij in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een andere termijn is vastgesteld. Tenzij de wet anders bepaalt, kan beroep worden ingesteld tegen een beslissing in eerste aanleg in bijzondere procedures ex parte waarop de Gezinswet van toepassing is. Hoger beroep moet worden ingesteld binnen vijftien dagen na betekening van de beslissing.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

De lokaal bevoegde gemeentelijke rechtbank is de rechtbank waarmee contact moet worden opgenomen. Op een eventuele handhavingsprocedure zijn de bepalingen van de Wet handhaving van toepassing, maar de Gezinswet bevat bijzondere bepalingen met betrekking tot handhaving die tot doel heeft ervoor te zorgen dat het kind wordt overgedragen, en met betrekking tot handhaving die tot doel heeft ervoor te zorgen dat het contact met het kind kan worden onderhouden (artikelen 509-525 van de Gezinswet).

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Om een beslissing van een buitenlandse rechtbank te laten erkennen, moet u een rechtsvordering instellen in overeenstemming met de Kroatische Wet inzake het oplossen van wetsconflicten met de regelgeving van andere landen in bepaalde betrekkingen (Zakon o rješavanju sukoba zakona s propisima drugih zemalja u određenim odnosima) (NN nr. 53/91, 8/01).

Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 wordt sinds 1 juli 2013 door Kroatië ten uitvoer gelegd. Hoofdstuk III van deze verordening is mutatis mutandis van toepassing op de erkenning en validering van de uitvoerbaarheid van beslissingen betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid.

Verzoeken om erkenning of niet-erkenning, verzoeken om validering van de uitvoerbaarheid en handhavingsvoorstellen moeten worden ingediend bij de lokaal bevoegde gemeentelijke rechtbank.

De lokaal bevoegde gemeentelijke rechtbank is de aangewezen instantie voor het indienen van voorstellen en het aantekenen van beroep.

De bepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 zijn van toepassing op de erkenning en handhaving van beslissingen van buitenlandse rechtbanken.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Hoger beroep moet worden ingesteld bij een gemeentelijke rechtbank. Een kantonrechter doet uitspraak over het beroep.

De bepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, alsmede de bepalingen van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn van toepassing op beroepsprocedures.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Op grond van artikel 40 van de Wet inzake het oplossen van wetsconflicten met de regelgeving van andere landen in bepaalde betrekkingen is het recht van het land waarvan de ouders en kinderen staatsburger zijn het recht dat van toepassing is op ouder-kindbetrekkingen. Als de ouders en kinderen staatsburgers van verschillende landen zijn, is het recht van het land waarin zij allen een vast woonadres hebben het recht dat van toepassing is. Als de ouders en kinderen staatsburgers van verschillende landen zijn en als zij geen vast woonadres hebben in hetzelfde land, is het Kroatisch recht van toepassing als het kind of een van beide ouders Kroatisch staatsburger is. Ouder‑kindbetrekkingen die niet door de bovenstaande bepalingen worden bestreken, vallen onder het recht van het land waarvan het kind staatsburger is.

Het Verdrag van 's-Gravenhage van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen wordt sinds 1 januari 2010 door Kroatië ten uitvoer gelegd.

Zie voor meer informatie:

de Gezinswet (NN nr. 103/15),

de Wet handhaving (NN nrs. 112/12, 25/13, 93/14),

de Wet inzake het oplossen van wetsconflicten met de regelgeving van andere landen in bepaalde betrekkingen (NN nrs. 53/91, 88/01),

de Wet inzake kosteloze rechtsbijstand (NN nr. 143/2013),

de Wet inzake de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000) (NN nr. 127/2013),

Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 17/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Italië

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

In het Italiaanse recht is het begrip "ouderlijke macht" (potestà genitoriale) vervangen door het begrip "ouderlijke verantwoordelijkheid" (responsabilità genitoriale) door de wet inzake hervorming van het ouderschap (Wet nr. 219/2012) en Wetsbesluit nr. 154/2013, waarvan de bepalingen op 7 februari 2014 van kracht werden.

Ouderlijke verantwoordelijkheid is de plicht kinderen te onderhouden, op te voeden, onderwijs te geven en morele ondersteuning te bieden, met voldoende oog voor hun capaciteiten, voorkeuren en verlangens.

Kinderen hebben ook het recht om een evenwichtige en onafgebroken relatie met beide ouders te onderhouden, om verzorgd, opgevoed, onderwezen en moreel gesteund te worden door beide ouders en om betekenisvolle relaties te onderhouden met de afstammelingen en verwanten van ieder van beide ouders.

Kinderen zelf hebben ook plichten: de plicht om hun ouders te respecteren en bij te dragen aan het onderhoud van het gezin, zolang zij daarvan deel uitmaken.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Ouderlijke verantwoordelijkheid ontstaat van rechtswege wanneer de ouders met elkaar getrouwd zijn. In dat geval hebben beide ouders ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen.

Als de ouders niet met elkaar getrouwd zijn, heeft de ouder die het kind erkent ouderlijke verantwoordelijkheid. Als beide ouders het kind erkennen, hebben ze beide ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind en oefenen ze die ook beiden uit alsof ze getrouwd waren. Als de ouders niet met elkaar getrouwd zijn en het kind niet tegelijkertijd erkennen, kan de tweede erkenning niet plaatsvinden zonder de instemming van de ouder die het kind al erkend heeft.

De ouderlijke verantwoordelijkheid moet door de ouders in onderling overleg worden uitgeoefend, rekening houdend met de capaciteiten, natuurlijke voorkeuren en verlangens van het kind. De ouders moeten in het bijzonder de gewone verblijfplaats van het kind in onderling overleg vaststellen.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als een kind tijdelijk geen geschikte gezinsomgeving heeft, wordt geregeld dat het kind door een pleeggezin wordt opgevangen.

Wanneer de ouders tonen dat zij onvoldoende in staat zijn om hun kinderen op te voeden, bijvoorbeeld wanneer zij extreem vaak ruziemaken, verleent de rechter vaak het gezag aan de sociale dienst van de verblijfplaats van het gezin. Gewoonlijk gaat dit gepaard met een beperking van de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid: de sociale dienst van de verblijfplaats van het gezin neemt dan gewoonlijk de besluiten die betrekking hebben op de gezondheid, het onderwijs en de opvoeding van het kind. Het kind blijft in die gevallen vaak wonen bij zijn/haar ouders of bij een van hen. In de ernstigste gevallen gelast de rechtbank dat het kind uit het ouderlijk huis wordt geplaatst.

Als een ouder zijn of haar plichten niet nakomt of verwaarloost of misbruik maakt van de daarmee samenhangende bevoegdheden en dit het kind ernstig beschadigt, kan de rechtbank beslissen die ouder de ouderlijke verantwoordelijkheid te ontnemen.

Als beide ouders overleden zijn, als aan beiden de ouderlijke verantwoordelijkheid is ontnomen of als zij beiden om een andere reden niet in staat zijn ouderlijke verantwoordelijkheden uit te oefenen, wordt een voogd benoemd. De voogd zorgt voor het kind, vertegenwoordigt hem/haar in alle civiele procedures en beheert de bezittingen van het kind.

Het Burgerlijk Wetboek voorziet ook in de mogelijkheid dat de rechtbank een speciale voogd benoemt, wanneer de ouders allebei niet in staat of niet bereid zijn – of wanneer de ouder die exclusieve ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent niet in staat of niet bereid is – om een of meer handelingen te verrichten in het belang van het kind, buiten het normale beheer. In die gevallen is de speciale voogd bevoegd die specifieke handelingen te verrichten.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

De ouderlijke verantwoordelijkheid van beide ouders eindigt niet na scheiding, ontbinding, beëindiging van de burgerrechtelijke gevolgen, nietigverklaring of nietigheid van het huwelijk.

De gebruikelijke vorm van ouderlijk gezag, die co-ouderschap mogelijk maakt, is gezamenlijk ouderlijk gezag waarbij beide ouders ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefenen.

Besluiten die voor kinderen van het hoogste belang zijn, met betrekking tot het onderwijs, de opvoeding, de gezondheid en de keuze van de gewone verblijfplaats van het kind, worden door de ouders in onderling overleg genomen in het belang van het kind, waarbij rekening wordt gehouden met zijn/haar capaciteiten, natuurlijke voorkeuren en verlangens; voor zaken die het normale beheer betreffen, daarentegen, kunnen de ouders hun ouderlijke verantwoordelijkheden afzonderlijk uitoefenen (artikel 337-ter van het Burgerlijk Wetboek).

Gezamenlijk ouderlijk gezag betekent niet noodzakelijk dat het kind zijn/haar tijd gelijkelijk tussen beide ouders verdeelt. Gewoonlijk bepaalt het vonnis inzake scheiding van tafel en bed of echtscheiding wie de samenwonende ouder is – d.w.z. de ouder bij wie het kind permanent woont – en vervolgens worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de niet-samenwonende ouder tijd met het kind kan doorbrengen. Het kind kan ook bij beide ouders even lang wonen, als de ouders bij elkaar in de buurt wonen en een vergelijkbare leefstijl hebben, mits deze regeling het sociale of schoolleven van het kind niet negatief beïnvloedt.

Als het gezamenlijk ouderlijk gezag echter niet in het belang van het kind is, kan de rechter het exclusieve ouderlijk gezag aan één ouder toekennen door middel van een met redenen omklede beslissing (artikel 337-quater van het Burgerlijk Wetboek).

De meest gebruikelijke gevallen waarin exclusief ouderlijk gezag wordt toegekend, zijn: 1. als een van de ouders een risico vormt voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van het kind (een gewelddadige ouder, een ouder met een aanzienlijk strafblad, een ouder die verslaafd is aan drugs of aan alcohol); 2. als een ouder niet in staat is om het kind moreel en materieel te ondersteunen of geen interesse in het kind heeft getoond; 3. als een ouder de andere ouder kleineert waar het kind bij is; 4. als de vijandigheid tussen de ouders zo hevig is dat deze het evenwicht en de psychische en lichamelijke ontwikkeling van het kind zou kunnen verstoren.

In het geval van exclusief ouderlijk gezag wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid uitsluitend door de ouder met ouderlijk gezag uitgeoefend, maar beslissingen van groot belang voor het kind moeten door beide ouders worden genomen, tenzij anders bepaald wegens specifieke ernstige omstandigheden, zoals geweld of misbruik (artikel 337-quater van het Burgerlijk Wetboek).

Een ouder die geen ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent, heeft het recht en de plicht om toe te zien op het onderwijs, de opvoeding en de leefomstandigheden van het kind (laatste alinea van artikel 316).

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

De ouders moeten de overeenkomst waarin zij afspreken hoe zij na hun scheiding de ouderlijke verantwoordelijkheid zullen uitoefenen, voorleggen aan de ter plaatse bevoegde rechtbank, die vervolgens nagaat of de overeenkomst de rechten en het welzijn van de kinderen waarborgt; als dat het geval is, zal de rechtbank de overeenkomst goedkeuren.

Als een getrouwd stel met minderjarige kinderen van tafel en bed of van echt wil scheiden en de ouders overeenstemming hebben bereikt over het ouderlijk gezag over de kinderen en de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid, hebben zij twee opties:

a) ze kunnen een gezamenlijk verzoek indienen bij de rechtbank en hun overeenkomst laten goedkeuren;

b) ze kunnen "onderhandelen met behulp van advocaten" (artikel 6 van Wetsbesluit nr. 132/2014): dit houdt een overeenkomst in waarin de partijen afspreken te goeder trouw en eerlijk samen te werken om het geschil met betrekking tot hun scheiding en het ouderlijk gezag over de kinderen in der minne te schikken.

Als er minderjarige kinderen zijn (maar ook volwassen kinderen met een beperking of volwassen kinderen die ernstig gehandicapt of financieel afhankelijk zijn), moet de overeenkomst die het resultaat is van de onderhandelingen met behulp van advocaten, binnen tien dagen worden doorgestuurd naar de openbaar aanklager bij de bevoegde rechtbank, die de overeenkomst zal goedkeuren als hij of zij van mening is dat deze in het belang van de kinderen is. Als de openbaar aanklager echter van mening is dat de overeenkomst niet in het belang van de kinderen is, stuurt hij of zij deze binnen vijf dagen door naar de president van de rechtbank, die een datum vaststelt, binnen de volgende dertig dagen, voor een bijeenkomst met de partijen en die onverwijld maatregelen treft.

Als de overeenkomst eenmaal is goedgekeurd, is zij gelijkwaardig aan rechterlijke beslissingen die worden gegeven in verband met de scheiding van tafel en bed of de echtscheiding.

Als de ouders niet getrouwd zijn, is alleen de eerste optie mogelijk (d.w.z. overeenkomst goedgekeurd door de rechtbank).

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Om geschillen in verband met de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid op te lossen, kunnen de ouders zich wenden tot een familie- en gezinsmediator. Het doel van mediation is niet het stel weer met elkaar te verzoenen, maar mogelijk te maken dat zij wederzijds instemmen met de voorwaarden voor de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid, en daarmee conflicten te voorkomen of te temperen. De eventuele gezamenlijke oplossingen die worden bereikt, moeten echter worden voorgelegd aan de rechtbank, die beoordeelt of de belangen van het kind zijn geëerbiedigd.

Als het geschil blijft bestaan, zal het worden voorgelegd aan de rechtbank die bevoegd is voor procedures inzake scheiding van tafel en bed, echtscheiding en gezagsrecht.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen twee scenario's.

a) Als de ouders het oneens zijn over zaken van bijzonder belang, kunnen zij hun geschil aan de rechtbank voorleggen. In dergelijke zaken stelt de rechtbank allereerst de oplossingen voor die het meest in het belang van het kind en het gezin zijn. Als het geschil blijft bestaan, kent de rechtbank de bevoegdheid om over het specifieke punt van discussie te beslissen toe aan de ouder die naar haar mening de belangen van het kind het best zal behartigen.

b) De ouders kunnen een vordering instellen bij de rechtbank met het oog op een beslissing over de vraag wie het gezagsrecht krijgt en bij wie de kinderen geplaatst zullen worden (gewoonlijk wanneer de ouders scheiden). In dat geval beslist de rechtbank over:

  • het gezagsrecht over de kinderen, waarbij in eerste instantie gekozen wordt voor gezamenlijk ouderlijk gezag (d.w.z. beide ouders),
  • de tijden waarop de kinderen bij elk van de ouders verblijven, en de voorwaarden voor dit verblijf, de hoogte van de kinderalimentatie en, in het algemeen, de bijdrage van elke ouder aan de kosten van de verzorging, het onderwijs en de opvoeding van de kinderen.

Aangezien de belangrijkste besluiten in onderling overleg moeten worden genomen, zelfs als de ouders van echt of van tafel en bed scheiden, kunnen de ouders, als zij het niet eens zijn over afzonderlijke kwesties, het geschil voorleggen aan een rechtbank zoals uitgelegd onder a).

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Een ouder aan wie exclusief ouderlijk gezag over de kinderen is toegekend, oefent de ouderlijke verantwoordelijkheid exclusief uit, tenzij de rechtbank anders beslist. De ouder in kwestie kan met name ook onafhankelijk beslissingen nemen die niet onder het normale beheer vallen.

Beslissingen in het belang van de kinderen (beslissingen in verband met hun onderwijs, opvoeding en gezondheid) moeten echter door beide ouders worden genomen, zelfs als aan een van de ouders exclusief ouderlijk gezag is toegekend, tenzij in de beslissing over het gezagsrecht anders is bepaald.

Over het algemeen beslissen rechters dat de instemming van de ouder die geen gezagsrecht heeft, niet nodig is, wanneer die ouder afwezig, onverschillig of onbereikbaar is of in het verleden geweld of misbruik heeft gepleegd.

De ouder die geen ouderlijk gezag over de kinderen heeft, heeft het recht en de plicht toe te zien op hun onderwijs, opvoeding en leefomstandigheden en kan zich tot de rechter wenden, wanneer hij/zij van mening is dat er besluiten zijn genomen die indruisen tegen het belang van de kinderen.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Als gezamenlijk ouderlijk gezag wordt toegekend, wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid uitgeoefend door beide ouders, die het eens moeten worden over de richting van het leven van hun kinderen en samen beslissingen moeten nemen over het onderwijs, de opvoeding, de gezondheid en de keuze van de gewone verblijfplaats van de kinderen, waarbij zij ervoor moeten zorgen dat deze beslissingen in het belang van de kinderen zijn. Uitsluitend met betrekking tot beslissingen over zaken die het normale beheer betreffen, oefenen de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid in de regel afzonderlijk uit, tijdens de respectieve perioden waarin de kinderen bij hen wonen.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De rechtbank met algemene bevoegdheid (Tribunale ordinario) is bevoegd voor alle procedures betreffende het ouderlijk gezag over de kinderen en daarmee samenhangende vraagstukken in verband met de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Als een geschil de beëindiging, de beperking of het herstel van de ouderlijke verantwoordelijkheid betreft en er geen factoren meespelen die betrekking hebben op het gezagsrecht, is de jeugdrechtbank (Tribunale per i minorenni) het bevoegde gerecht.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Als het geschil in verband met het gezagsrecht over en de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid voor kinderen die tijdens het huwelijk zijn geboren, onderdeel is van het geschil inzake de scheiding van tafel en bed of de echtscheiding, moet de procedure worden gevolgd die wordt beschreven in het gedeelte over echtscheiding.

Maatregelen over het gezagsrecht en de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid voor kinderen die buiten het huwelijk zijn geboren, worden aangenomen door de rechtbank in raadkamer, na beknopte informatie te hebben ingewonnen en de openbaar aanklager en de ouders te hebben gehoord; in een noodsituatie kan de rechtbank tijdelijke maatregelen gelasten in het belang van het kind.

In beide gevallen kan de rechter dringende tijdelijke maatregelen gelasten om de kinderen te beschermen. De procedures verschillen naargelang zij betrekking hebben op kinderen van ongetrouwde of getrouwde stellen, maar in beide gevallen is de rechtbank met algemene bevoegdheid bevoegd.

Zoals in alle procedures die betrekking hebben op kinderen, wordt het kind door de rechter gehoord als hij/zij twaalf jaar of ouder is of in elk geval onderscheidingsvermogen heeft.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

U kunt rechtsbijstand krijgen om de kosten te dekken van procedures inzake de scheiding van tafel en bed, de echtscheiding en het gezagsrecht, of procedures betreffende de beperking of ontneming van ouderlijke verantwoordelijkheid.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Tegen beslissingen over de ouderlijke verantwoordelijkheid kan beroep worden aangetekend bij het hof van beroep (Corte d'Appello – gerecht van tweede aanleg).

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Beslissingen van de rechtbank over ouderlijke verantwoordelijkheid zijn uitvoerbaar.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Een beslissing van een rechtbank van een andere EU-lidstaat over ouderlijke verantwoordelijkheid wordt automatisch erkend. Op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van 27 november 2003 kan elke belanghebbende echter een verzoek om een beslissing houdende erkenning of niet-erkenning van de beslissing indienen.

Om de beslissing te laten uitvoeren, moet de belanghebbende een verzoek om uitvoering indienen bij het hof van beroep met territoriale bevoegdheid. Als de beslissing eenmaal uitvoerbaar is verklaard, wordt zij uitgevoerd onder dezelfde voorwaarden die van toepassing zouden zijn geweest als de beslissing in die lidstaat was gegeven.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

De bevoegde gerechtelijke instantie is het hof van beroep met territoriale bevoegdheid (met betrekking tot de plaats waar de beslissing wordt uitgevoerd, in overeenstemming met de nationale regelgeving). Het beroep in rechte heeft de vorm van een contentieus geding en eindigt met een verklaring van recht, waartegen in beroep kan worden gegaan met betrekking tot een rechtsvraag (ricorso per cassazione).

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Aangezien Italië het Haags Verdrag van 1996 heeft geratificeerd, zijn de bepalingen van dat verdrag van toepassing. Het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid en de beëindiging of beperking van de ouderlijke verantwoordelijkheid is onderworpen aan het recht van de staat waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/06/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Cyprus

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Het begrip "ouderlijke verantwoordelijkheid" omvat de volgende aspecten: het kind een naam geven, zorgen voor het kind, de bezittingen van het kind beheren en het kind vertegenwoordigen in alle zaken of rechtshandelingen die het kind zelf of zijn/haar bezittingen betreffen. In de praktijk dekt het begrip alle kwesties die van belang zijn voor een kind (als individu) en zijn of haar bezittingen.

Ouderlijke verantwoordelijkheid is de plicht en het recht van de ouders, die deze verantwoordelijkheid gezamenlijk uitoefenen. Daarbij moet het belang van het kind in gedachten worden gehouden (artikel 6 van Wet nr. 216/1990).

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Beide ouders oefenen gezamenlijk de ouderlijke verantwoordelijkheid over een kind uit.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Ja, in zulke gevallen kan de rechtbank een voogd met ouderlijke verantwoordelijkheid benoemen (artikel 18, lid 2, van Wet nr. 216/1990 inzake de betrekkingen tussen ouders en kinderen).

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

In geval van echtscheiding of wanneer een huwelijk nietig of ongeldig wordt verklaard, beslist de rechtbank over de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid, die zij kan toekennen aan een van beide ouders of aan beiden gezamenlijk of aan een derde persoon (artikelen 14 en 15 van Wet nr. 216/1990). Als de rechtbank de ouderlijke verantwoordelijkheid aan slechts één ouder toekent, kan zij ook beslissen over het omgangsrecht van de andere ouder, met inachtneming van het belang van het kind (artikel 17 van Wet nr. 216/1990).

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Om de overeenkomst wettelijk bindend te maken, moet de rechtbank daartoe een beschikking geven.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Op dit moment zijn er geen andere mogelijkheden voor geschillenbeslechting dan via de rechter.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter kan beslissen over alle zaken met betrekking tot het kind, met inbegrip van ouderlijke verantwoordelijkheid, omgangsrecht, onderwijs, gezondheid, beheer van eigendommen, naam, onderhoud, reizen naar het buitenland en ontvoering.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Nee. Er zijn namelijk kwesties, zoals het beheer van de bezittingen van het kind, die niet door het "gezag" in enge zin worden gedekt.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

In de praktijk betekent gezamenlijk ouderlijk gezag dat de ouders samen moeten beslissen over zaken die hun kind betreffen. Gewoonlijk betekent dit dat het kind even lang bij de ene als bij de andere ouder woont.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De bevoegde rechtbank is de familierechtbank in het district waar de minderjarige zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. De procedure wordt gestart door een initiatieverzoek zonder verklaring onder ede in te dienen. In deze fase is geen begeleidende documentatie nodig.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Het verzoek wordt betekend aan de andere partij, die verzocht wordt op de in het verzoek vermelde datum voor de rechtbank te verschijnen om zijn/haar standpunt uiteen te zetten. In zaken waarbij een kind betrokken is, zijn er geen spoedprocedures, afgezien van zaken die kinderontvoeringen betreffen. Gezien de aard van zaken waarbij een kind betrokken is, zorgen rechtbanken er echter wel voor dat deze zaken prioriteit krijgen. Daarnaast zijn artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en artikel 30 van de grondwet van de Republiek Cyprus van toepassing op al deze procedures. In de genoemde bepalingen staat dat alle rechtszaken binnen een redelijke termijn moeten worden behandeld.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Ja, mits u voldoet aan de wettelijke criteria en de rechter daartoe een beschikking heeft gegeven op grond van Wet nr. 165(I)/2002.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja. U kunt in beroep gaan bij het beroepsgericht voor gezins- en familiezaken.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

De rechtbank die bevoegd is een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid uit te voeren, is de rechtbank die deze beslissing heeft gegeven. De procedure wordt gestart door een verzoek bij akte zonder verklaring onder ede in te dienen door middel van het Type I-formulier waarnaar in Procedureverordening 2/90 wordt verwezen.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

U moet het verzoek om een beslissing houdende erkenning en uitvoering registreren in overeenstemming met artikel 21, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2201/2003. Het verzoek moet worden geregistreerd bij de familierechtbank in het district waar het kind woont, of waar de verweerder woont als het kind in het buitenland woont.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

De bevoegde rechtbank is de familierechtbank in het district waar het kind woont, of waar de verweerder woont als het kind in het buitenland woont.

Wanneer het bovengenoemde verzoek wordt betekend aan de verweerder, heeft hij/zij het recht te verschijnen en een verweerschrift in te dienen zoals genoemd in Wet nr. 121(I)/2000. Deze procedure valt binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 2201/2003.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Het recht van de Republiek Cyprus, en met name Wet nr. 216/1990, is van toepassing. Wet nr. 216/1990 bepaalt dat, wanneer geen van de partijen in Cyprus woont, de familierechtbanken van de republiek niet bevoegd zijn de zaak te behandelen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 08/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Letland

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Het kind valt onder het gezag van de ouders, totdat het meerderjarig wordt.

Onder "gezag" wordt verstaan: het recht en de plicht van ouders voor het kind en zijn of haar bezittingen te zorgen en het kind in zijn of haar persoonlijke en eigendomgerelateerde betrekkingen te vertegenwoordigen.

Onder "zorgen voor een kind" wordt verstaan: zijn/haar verzorging, toezicht en het recht zijn/haar verblijfplaats te bepalen.

Onder "de zorg voor het kind" wordt verstaan: zijn/haar onderhoud, d.w.z. het verstrekken van voedsel, kleding, onderdak en medische zorg, opvang en zijn/haar onderwijs en opvoeding (met het oogmerk de mentale en fysieke ontwikkeling van het kind te waarborgen, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met zijn/haar persoonlijkheid, capaciteiten en interesses, en het kind voor te bereiden op maatschappelijk zinvol werk).

Onder "toezicht" wordt verstaan: zorg dragen voor de veiligheid van het kind en voorkomen dat het gevaar van derde partijen ondervindt. Onder "het recht de verblijfplaats van het kind te bepalen" wordt verstaan: de geografische keuze van de verblijfplaats en de keuze van de huisvesting.

Onder "de zorg voor de eigendommen van het kind" wordt verstaan: het in stand houden en gebruiken van het eigendom van het kind met het oog op het behoud en de verhoging van de waarde ervan.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Ouders die samenleven, oefenen het ouderlijk gezag gezamenlijk uit. Als de ouders zijn gescheiden, blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag voortbestaan. De zorg voor het kind en het toezicht worden uitgeoefend door de ouder bij wie het kind woont. In zaken die een aanmerkelijke invloed op de ontwikkeling van het kind kunnen hebben, nemen de ouders gezamenlijk een beslissing.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als de gezondheid of het leven van het kind in gevaar wordt gebracht door de schuld van een van de ouders (door opzettelijk gedrag van of verwaarlozing door de ouder) of als de ouder zijn of haar rechten misbruikt of verzuimt de zorg voor het kind te verschaffen of toezicht te houden, waardoor de fysieke, mentale of morele ontwikkeling van het kind in gevaar komt, kan de rechter de ouder het gezagsrecht ontnemen.

Wanneer de rechter de ene ouder het gezagsrecht ontneemt, draagt hij of zij het kind over aan het afzonderlijke ouderlijk gezag van de andere ouder. Als het ouderlijk gezag dat door de andere ouder wordt uitgeoefend, het kind niet voldoende tegen gevaar kan beschermen of als beide ouders het gezagsrecht is ontnomen, draagt de rechter de familierechtbank op te zorgen voor uithuisplaatsing van het kind.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als de ouders zijn gescheiden, blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag voortbestaan. De zorg voor het kind en het toezicht worden uitgeoefend door de ouder bij wie het kind woont. In zaken die een aanmerkelijke invloed op de ontwikkeling van het kind kunnen hebben, nemen de ouders gezamenlijk een beslissing. Geschillen tussen de ouders worden beslecht door de familierechtbank, tenzij de wet anders bepaalt. Het gezamenlijk ouderlijk gezag eindigt wanneer één ouder op basis van een overeenkomst tussen de ouders of een rechterlijke beslissing afzonderlijk ouderlijk gezag krijgt.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Als de ouders overeenstemming bereiken over de ouderlijke verantwoordelijkheid en daaraan bereidwillig uitvoering geven, is het niet nodig om goedkeuring te verkrijgen van een autoriteit of rechtbank.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Geschillen worden beslecht door de familierechtbank. Als de familierechtbank er niet in slaagt om geschillen tussen de ouders te beslechten of als de beslissing van de familierechtbank niet wordt uitgevoerd, wenden de ouders zich tot de (gemeentelijke) districtsrechtbank.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

In als ouders zich tot de rechter wenden, vragen ze om gezamenlijk ouderlijk gezag, dan wel afzonderlijk gezag. Daarnaast beslist de rechter zo nodig over het onderhoud, de verblijfplaats enzovoort. Een ouder met afzonderlijk gezagsrecht oefent het gezag over het kind uit, waaronder begrepen het recht om namens het kind te handelen in zijn of haar persoonlijke en eigendomgerelateerde betrekkingen en het recht om de verblijfplaats van het kind te bepalen. Elke ouder heeft de plicht en het recht om een persoonlijke relatie en rechtstreeks contact met het kind te onderhouden. Deze bepaling is ook van toepassing als het kind van het gezin is gescheiden of niet bij een of beide ouders woont. De ouder die niet met het kind samenwoont, heeft het recht om informatie over hem/haar te ontvangen, vooral informatie over zijn/haar ontwikkeling, gezondheid, onderwijsprestaties, interesses en woonomstandigheden. Een geschil tussen de ouders over het gezagsrecht moet worden opgelost met oog voor het belang van het kind en met inspraak van het kind, als hij/zij in staat is zijn/haar mening te geven.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Een ouder die afzonderlijk gezagsrecht heeft met betrekking tot het kind, heeft alle rechten en plichten die uit het gezagsrecht voortvloeien. Ouders zijn verplicht hun kind te onderhouden in overeenstemming met hun capaciteiten en financiële situatie. Deze plicht rust op de vader en de moeder tot het kind in staat is om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien.

De plicht het kind te onderhouden vervalt niet als het kind van het gezin is gescheiden of niet bij een of beide ouders woont.

Bij haar beslissing over het toekennen van afzonderlijk ouderlijk gezag neemt de rechtbank de omstandigheden van de zaak in aanmerking, d.w.z. bij welke ouder het kind woont op het moment dat de rechtsvordering wordt ingesteld, en welke ouder het dagelijkse ouderlijk gezag over het kind uitoefent. Het kind heeft het recht om persoonlijke betrekkingen en rechtstreeks contact te onderhouden met elke ouder (omgangsrecht). Elke ouder heeft de plicht en het recht om een persoonlijke relatie en rechtstreeks contact met het kind te onderhouden. De ouder die niet met het kind samenwoont, heeft het recht om informatie over hem/haar te ontvangen, vooral informatie over zijn/haar ontwikkeling, gezondheid, onderwijsprestaties, interesses en woonomstandigheden. Het toekennen aan één ouder van afzonderlijk gezag over het kind betekent niet dat de andere ouder het gezagsrecht ontnomen wordt.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Als de ouders gezamenlijk ouderlijk gezag hebben over hun kind, kunnen beide ouders namens hun kind handelen in zijn of haar persoonlijke en eigendomgerelateerde betrekkingen. Ouders beslissen samen over alle zaken die de ontwikkeling van het kind betreffen.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Vorderingen op grond van het gezagsrecht en het omgangsrecht worden ingesteld bij de rechtbank in de verblijfplaats van het kind. In vorderingen op grond van het gezagsrecht en het omgangsrecht wordt de geregistreerde verblijfplaats van de ouders van het kind geacht de verblijfplaats van het kind te zijn. Als de geregistreerde verblijfplaatsen van de ouders van het kind onder verschillende administratieve grondgebieden vallen, wordt de geregistreerde verblijfplaats van de ouder bij wie het kind woont, geacht de verblijfplaats van het kind te zijn. Als de ouders van het kind of het kind zelf geen geregistreerde verblijfplaats hebben, wordt de verblijfplaats van het kind geacht de verblijfplaats van de ouders te zijn.

De rechtsvordering moet worden ingediend overeenkomstig artikel 128 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Wat betreft de documenten die bij de vordering moeten worden gevoegd, is artikel 129 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

Bij de vordering kan ook een uitspraak van de familierechter worden gevoegd.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Gerechtelijke procedures in civiele zaken zijn onderworpen aan de bepalingen van het Letse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zaken die verband houden met de bescherming van de rechten en belangen van het kind, worden door de rechtbank behandeld in een speciale hoorzitting. De rechtbank verzoekt de familierechtbank om advies in zaken met betrekking tot het verlenen van het gezagsrecht, de zorg voor het kind en de procedure voor het uitoefenen van het omgangsrecht, en nodigt een vertegenwoordiger uit om de hoorzitting bij te wonen en de mening van het kind te achterhalen, als het kind, gezien zijn/haar leeftijd en mate van rijpheid, in staat is deze te uiten.

De rechtbank behandelt civiele zaken in openbare zittingen, behalve waar het bijvoorbeeld zaken in verband met het gezag en het omgangsrecht betreft. Op grond van een met redenen omkleed verzoek van de partijen bij de zaak of naar inzicht van de rechtbank kan de rechtbank de zitting, of een gedeelte daarvan, ook gesloten verklaren in het belang van minderjarigen.

De partijen hebben het recht om een met redenen omkleed verzoek tot versnelde behandeling van de zaak bij de rechtbank in te dienen. De rechtbank bestudeert vervolgens dit met redenen omkleed verzoek.

Op verzoek van een van de partijen kan een rechterlijke uitspraak de bepaling bevatten dat uitspraken of delen daarvan betreffende kinderalimentatie en in gevallen die het gezagsrecht en het omgangsrecht betreffen, onmiddellijk uitvoerbaar zijn.

Op verzoek van een van de partijen geeft de rechtbank een beslissing waarin de kinderalimentatie tijdelijk wordt vastgesteld totdat de uitspraak wordt gedaan.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Personen met een laag inkomen of behoeftige personen die op grond van de wettelijke procedure als zodanig worden aangemerkt, en personen die plotseling terechtkomen in een zodanige positie en financiële situatie dat zij hun rechten niet kunnen beschermen (als gevolg van natuurrampen, overmacht of andere omstandigheden waarop de persoon geen invloed heeft) of die volledig onder toezicht van de staat of gemeente staan (hierna "bijzondere situatie" genoemd), hebben het recht financiële steun voor rechtshulp aan te vragen.

De rechtbank of rechter buigt zich naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek over de financiële situatie van de persoon in kwestie en stelt hem/haar geheel of gedeeltelijk vrij van het betalen van de juridische kosten aan de staatskas en schort de opgelegde betaling van gerechtskosten aan de staatskas op of maakt betaling in termijnen mogelijk.

Overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn eisers vrijgesteld van het betalen van gerechtskosten aan de staatskas voor vorderingen in verband met het verkrijgen van alimentatie voor een kind.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Er kan beroep tegen een uitspraak worden aangetekend in het kader van de algemene procedure, d.w.z. door een beroep (bij de regionale rechtbank) of een cassatieberoep (bij het hooggerechtshof) in te stellen.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Rechterlijke beslissingen worden uitgevoerd, zodra ze van kracht worden, of onmiddellijk, als ze onmiddellijk uitvoerbaar worden verklaard.

Rechterlijke beslissingen worden uitgevoerd door een beëdigde gerechtsdeurwaarder.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Beslissingen van buitenlandse rechtbanken worden erkend en uitgevoerd door Letse rechtbanken.

Beslissingen van buitenlandse rechtbanken worden erkend en uitgevoerd overeenkomstig de procedure die is vastgesteld bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000.

Een verzoek om uitvoerbaarverklaring wordt ingediend bij de (gemeentelijke) districtsrechtbank in de vaste verblijfplaats van de persoon tegen wie tenuitvoerlegging wordt gevraagd of in de vaste verblijfplaats van het kind waarop de uitvoering betrekking heeft. Binnen tien dagen nadat het verzoek om uitvoerbaarverklaring is ingediend, geeft de rechter geheel naar eigen inzicht, zonder de partijen uit te nodigen, op basis van het ingediende verzoek en de daarbij gevoegde documenten een beslissing betreffende de uitvoerbaarheid van de beslissing.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

In een zaak betreffende de erkenning van de beslissing van een buitenlandse rechtbank kan een persoon een klacht indienen bij de districtsrechtbank over de beslissing van het gerecht in eerste aanleg, en tegen de beslissing van de districtsrechtbank over de klacht kan beroep worden aangetekend bij de Senaat door een afzonderlijke klacht in te dienen.

Een partij in een zaak die zijn/haar geregistreerde verblijfplaats of gewone verblijfplaats in Letland heeft, kan een afzonderlijke klacht indienen binnen dertig dagen vanaf de datum waarop een kopie van de beslissing is verstrekt, terwijl een partij in een zaak die zijn/haar geregistreerde verblijfplaats of gewone verblijfplaats buiten Letland heeft, een afzonderlijke klacht kan indienen binnen zestig dagen vanaf de datum waarop een kopie van de beslissing is verstrekt.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Letland is gebonden door het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, en door bilaterale overeenkomsten inzake rechtshulp die Letland heeft gesloten met Rusland, Oekraïne, Belarus, Oezbekistan, Kirgizië en Moldavië.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 09/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Litouwen

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

De rechten en plichten tussen kinderen en ouders zijn onderworpen aan de bepalingen van boek III, deel IV, van het Burgerlijk Wetboek van de Republiek Litouwen (Lietuvos Respublikos civilinis kodeksas, hierna "het Burgerlijk Wetboek" genoemd). Artikel 3.155 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ouders zorgen voor hun kinderen tot deze de meerderjarigheid of de ontvoogding bereiken. De ouders hebben het recht en de plicht hun kinderen groot te brengen en op te voeden tot eerlijke mensen, te zorgen voor hun gezondheid en, met inachtneming van hun fysieke en mentale situatie, gunstige omstandigheden te scheppen voor hun volledige en harmonieuze ontwikkeling om hen voor te bereiden op een onafhankelijk leven in de maatschappij. Boek III, hoofdstuk XI, van het Burgerlijk Wetboek zet de rechten en plichten van ouders ten aanzien van hun kinderen uiteen en hoofdstuk XII gaat in op de rechten en plichten tussen ouders en kinderen met betrekking tot eigendom.

Artikel 3.227, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat adoptieouders moeten worden behandeld als de ouders van een kind overeenkomstig de wet vanaf de dag waarop de gerechtelijke uitspraak over de adoptie van kracht wordt, behalve in uitzonderingsgevallen waarin artikel 3.222, lid 4, van het Burgerlijk Wetboek voorziet.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Artikel 3.156 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een vader en moeder gelijke rechten en plichten hebben ten aanzien van hun kinderen. Ouders hebben gelijke rechten en plichten ten aanzien van hun kinderen, ongeacht of het kind geboren is, terwijl de ouders getrouwd of ongetrouwd waren, na een echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk of na een scheiding van tafel en bed.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen, kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen. In het Burgerlijk Wetboek worden daartoe het voogdijschap en de onderbewindstelling van minderjarigen ingesteld. In de artikelen 3.254 en 3.257 worden de grondbeginselen gegeven die van toepassing zijn wanneer een kind tijdelijk of permanent onder voogdij of onder bewind worden gesteld.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als de ouders scheiden, wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst vastgesteld aan de hand van het type scheiding.

Als een huwelijk met wederzijds goedvinden van de echtgenoten wordt ontbonden, moeten zij aan de rechtbank een overeenkomst voorleggen over de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk (scheiding van goederen, kinderalimentatie enzovoort). Artikel 3.53, lid 3, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechtbank bij het uitspreken van een echtscheidingsvonnis een overeenkomst over de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk van de echtgenoten goedkeurt, waarin de alimentatie voor minderjarige kinderen en voor elkaar wordt geregeld, evenals de verblijfplaats van hun minderjarige kinderen, de betrokkenheid van de echtgenoten bij de opvoeding van hun kinderen en andere eigendomsrechten en -plichten. De inhoud van deze overeenkomst wordt opgenomen in het echtscheidingsvonnis. Wanneer sprake is van een aanzienlijke verandering in de omstandigheden (ziekte of arbeidsongeschiktheid van een van de voormalige echtgenoten enzovoort), kunnen de voormalige echtgenoten, of kan een van hen, een verzoek indienen bij de rechtbank om de voorwaarden van hun overeenkomst over de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk aan te passen.

Als het huwelijk wordt ontbonden op grond van de scheidingsaanvraag van een van de echtgenoten, moet in de aanvraag die aan de rechtbank wordt voorgelegd, ook worden aangegeven hoe de aanvrager zich zal kwijten van zijn of haar verplichtingen tegenover de andere echtgenoot en hun minderjarige kinderen. Bij het uitspreken van een echtscheiding moet de rechtbank beslissen en over de zaken die verband houden met de verblijfplaats en het onderhoud van de minderjarige kinderen, het onderhoud van een van de echtgenoten en de verdeling van de gezamenlijke goederen van de echtgenoten, behalve in gevallen waarin de goederen zijn verdeeld op grond van een wederzijdse, door een notaris gewaarmerkte overeenkomst tussen de echtgenoten (artikel 3.59 van het Burgerlijk Wetboek).

Een echtscheiding als gevolg van de schuld van beide echtgenoten heeft dezelfde gevolgen als de ontbinding van het huwelijk met wederzijds goedvinden van de echtgenoten (artikelen 3.51 tot en met 3.54 van het Burgerlijk Wetboek). Op een echtscheidingsprocedure als gevolg van de schuld van een van de echtgenoten is, mutatis mutandis, artikel 3.59 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Ten aanzien van scheiding van tafel en bed geldt dat een van de echtgenoten bij de rechtbank een aanvraag voor gescheiden wonen kan indienen als hij of zij het niet langer verdraagt met zijn of haar echtgenoot samen te leven of als dit onmogelijk is geworden of als dit de belangen van minderjarige kinderen ernstig schaadt vanwege specifieke omstandigheden die mogelijk niet afhankelijk zijn van de andere echtgenoot, of als de echtgenoten niet langer geïnteresseerd zijn in samenwonen. Wanneer de rechtbank een echtscheidingsvonnis uitspreekt, moet zij bepalen bij welke echtgenoot de kinderen zullen wonen en beslissen over de kinderalimentatie en de betrokkenheid van de elders wonende vader (of moeder) bij de opvoeding van de kinderen. Beide echtgenoten kunnen gezamenlijk een aanvraag bij de rechtbank indienen voor goedkeuring van hun scheiding van tafel en bed, als zij overeenstemming hebben bereikt over de gevolgen van hun scheiding met betrekking tot de verblijfplaats, het onderhoud en de opvoeding van hun minderjarige kinderen, de verdeling van hun goederen en het onderhoud van elkaar. Wanneer de echtgenoten overeenstemming hebben bereikt over de gevolgen van hun scheiding van tafel en bed, keurt de rechtbank de overeenkomst goed, mits deze in overeenstemming met de openbare orde is en de rechten en legitieme belangen van hun minderjarige kinderen of van een van de echtgenoten niet schaadt. Als de rechtbank de overeenkomst heeft goedgekeurd, neemt zij deze op in het vonnis tot scheiding van tafel en bed.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Als de ouders samenwonen, bepalen zij in onderling overleg hoe het onderhoud geregeld wordt en welke vorm dit krijgt. Er is geen speciaal model voor een dergelijke overeenkomst en ook geen procedure voor het sluiten ervan. Artikel 3.193 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in het geval van scheiding met wederzijdse instemming (artikel 3.51 van het Burgerlijk Wetboek) of scheiding van tafel en bed (artikel 3.73 van het Burgerlijk Wetboek) de echtgenoten een overeenkomst sluiten waarin hun wederzijdse plichten met betrekking tot het onderhoud van hun minderjarige kinderen worden uiteengezet, evenals de middelen, de hoogte en de vorm van de kinderalimentatie. De overeenkomst moet worden goedgekeurd door de rechtbank (artikel 3.53 van het Burgerlijk Wetboek). Ouders van minderjarige kinderen kunnen ook een overeenkomst over het onderhoud van hun kinderen sluiten als hun scheiding op andere gronden is gebaseerd. Als een van de ouders zich niet houdt aan de overeenkomst over het onderhoud van hun minderjarige kinderen zoals deze is goedgekeurd door de rechtbank, verwerft de andere ouder het recht de rechtbank te verzoeken om een executoriale titel.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Er staan de ouders mediationdiensten ter beschikking als alternatief voor conflictoplossing, zonder tussenkomst van de rechter. Gerechtelijke bemiddeling is mogelijk bij alle gewone rechtbanken. Gerechtelijke bemiddeling is kosteloos. Dit is een goedkopere en snellere manier om geschillen te beslechten. Bij gerechtelijke bemiddeling wordt de vertrouwelijkheid gewaarborgd en elke partij kan zich zonder opgave van redenen terugtrekken. De rechter (kamer) die de civiele zaak behandelt of een van de partijen in het geschil kan het initiatief nemen tot het inschakelen van gerechtelijke bemiddeling. Meer informatie over mediation en een lijst van mediators kan worden gevonden op de website van de: Litouwse rechtbanken.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Als de ouders naar de rechter stappen, kan deze beslissen over alle zaken die te maken hebben met hun kinderen, met inbegrip van hun verblijfplaats, het bezoek-/omgangsrecht van de ouders, het onderhoud van minderjarige kinderen en eventuele andere zaken die worden genoemd in de aanvraag die bij de rechtbank is ingediend.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Artikel 3.156 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de vader en de moeder gelijke rechten en plichten hebben ten aanzien van hun kinderen. Dit is van toepassing ongeacht of het kind geboren is, terwijl de ouders getrouwd of ongetrouwd waren, na een echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk of na een scheiding van tafel en bed. De ouders hebben het recht en de plicht hun kinderen groot te brengen, verantwoordelijk te zijn voor hun opvoeding en ontwikkeling, te zorgen voor hun gezondheid en hen in geestelijk en moreel opzicht te begeleiden. Bij de uitoefening van deze taken gaan de rechten van de ouders vóór de rechten van andere personen. De ouders moeten het mogelijk maken dat hun kinderen naar school gaan, tot zij de wettelijk voorgeschreven leeftijd bereiken.

Een ouder kan uitsluitend exclusief gezag krijgen, wanneer het ouderlijk gezag van de andere ouder is beperkt. Wanneer ouders (de vader of de moeder) tekortschieten in hun plicht hun kinderen groot te brengen, hun ouderlijk gezag misbruiken, hun kinderen wreed behandelen, een schadelijke invloed op hun kinderen hebben als gevolg van immoreel gedrag of niet voor hun kinderen zorgen, kan de rechtbank hun ouderlijk gezag (dat van de vader of de moeder) tijdelijk of voor onbepaalde tijd beperken. Bij het geven van een dergelijk vonnis houdt de rechtbank rekening met de specifieke omstandigheden waarop de aanvraag voor een beperking van het ouderlijk gezag is gebaseerd. De ouders behouden echter het recht contact met hun kind te onderhouden, behalve wanneer dit niet in het belang van het kind is. Wanneer het ouderlijk gezag voor onbepaalde tijd is beperkt, kan het kind worden geadopteerd zonder dat de ouders daarmee uitdrukkelijk instemmen.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Ouders beslissen in wederzijds overleg over alle zaken in verband met de opvoeding van hun kinderen en over andere zaken die onder de ouderlijke verantwoordelijkheid vallen. Als zij het niet eens zijn, worden geschilpunten door de rechtbank beslecht.

De vader of moeder van het kind of de ouders (voogden/bewindvoerders) van wilsonbekwame minderjarige ouders kunnen bij de rechtbank verzoeken om contact tussen ouder en kind of betrokkenheid bij de opvoeding van het kind. De rechtbank stelt de omgangsregeling voor een gescheiden vader of moeder met een kind vast met inachtneming van de belangen van het kind en met het oogmerk de gescheiden vader of moeder in staat te stellen om zoveel mogelijk bij de opvoeding van het kind betrokken te zijn. De rechtbank kan alleen minimaal contact met het kind gelasten, wanneer voortdurend maximaal contact de belangen van het kind schaadt.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Als iemand een aanvraag in verband met ouderlijke verantwoordelijkheid wil indienen, moet hij of zij zich wenden tot de districtsrechtbank. De formaliteiten die moeten worden vervuld en de documenten die bij het verzoek moeten worden gevoegd, zijn afhankelijk van de eisen die in het verzoek worden gesteld en van de rechten en plichten die worden betwist, waarover een besluit moet worden genomen of die moeten worden vastgesteld (met betrekking tot wat de ouderlijke verantwoordelijkheid inhoudt).

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

De belangrijkste geschillen en vraagstukken met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid worden behandeld in een vereenvoudigde procedure.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

De beschikbaarheid van kosteloze rechtshulp is onderworpen aan de bepalingen van de wet op door de staat gegarandeerde rechtsbijstand (Valstybės garantuojamos teisinės pagalbos įstatymas). Of iemand in aanmerking komt voor door de staat gegarandeerde rechtsbijstand, hangt af van zijn of haar financiële situatie.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja, het is mogelijk bij een hogere rechtbank tegen deze beslissing in beroep te gaan, in overeenstemming met de algemene bepalingen van burgerlijke rechtsvordering.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

De beslissing van een rechtbank wordt uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt toegepast, zonder dat daartoe enigerlei procedure vereist is, door een beslissing van een rechtbank van een andere EU-lidstaat te erkennen in Litouwen. Deze verordening is van toepassing op alle EU-lidstaten met uitzondering van Denemarken.

Vonnissen over het omgangsrecht en vonnissen waarin de terugkeer van het kind wordt gelast die zijn gegeven door de rechtbanken van de EU-lidstaten, moeten worden uitgevoerd conform de voorschriften van deel VI van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Republiek Litouwen (Lietuvos Respublikos civilinio proceso kodeksas, hierna het "Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering" genoemd).

Verzoeken om overname van de bevoegdheid van een rechtbank van een ander land en verzoeken om overdracht van de bevoegdheid naar een rechtbank van een ander land, zoals bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad (en de artikelen 8 en 9 van het Haags Verdrag van 19 oktober 1996) worden behandeld door het hof van beroep van Litouwen (Lietuvos apeliacinis teismas).

De genoemde verzoeken worden behandeld in overeenstemming met de procedure in hoofdstuk 39 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, tenzij Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad anders bepaalt. Aan deze verzoeken zijn geen gerechtskosten verbonden.

Verzoeken die bij het hof van beroep van Litouwen worden ingediend, moeten voldoen aan de algemene vereisten voor processtukken (artikel 111 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Conform artikel 15 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad moeten verzoeken en eventuele aanhangsels daarbij worden ingediend in de nationale taal. Zo niet, dan moeten vertalingen ervan in het Litouws worden bijgevoegd. Wanneer de verzoeker buiten Litouwen verblijft en geen vertegenwoordiger voor de zaak of een gemachtigde persoon voor het ontvangen van processtukken heeft aangewezen die in Litouwen woont of daar kantoor houdt (artikel 805 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), moet in het verzoek een adres in Litouwen of het adres van telecommunicatie-eindapparatuur worden vermeld dat zal worden gebruikt om de processtukken aan de verzoeker te betekenen. Deze eisen gelden echter niet voor verzoeken die bij het hof van beroep van Litouwen worden ingediend door een rechtbank van een ander land.

Waar nodig kan het hof van beroep van Litouwen de nationale dienst voor kinderbescherming en adoptie van het ministerie van Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid van Litouwen (Valstybės vaiko teisių apsaugos ir įvaikinimo tarnyba prie Lietuvos Respublikos socialinės apsaugos ir darbo ministerijos) opdragen een advies in te dienen over het nut van overname of overdracht van de bevoegdheid. Het hof van beroep van Litouwen stelt een termijn waarbinnen dit advies moet worden ingediend.

Het hof van beroep van Litouwen moet een verzoek behandelen binnen zes weken na ontvangst ervan.

Na een verzoek om overname van de bevoegdheid van een rechtbank van een ander land te hebben beoordeeld en het verzoek bij beschikking te hebben ingewilligd, wijst het hof van beroep van Litouwen, met inachtneming van de omstandigheden van de zaak, een bevoegde Litouwse rechtbank aan voor de behandeling van de zaak in Litouwen. De procedure die in de rechtbank van het andere land is ingesteld, wordt aan de bevoegde Litouwse rechtbank overgedragen voor een beoordeling van de grond van de zaak. De bepalingen van artikel 35 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn in deze zaak, mutatis mutandis, van toepassing en de procedure wordt voortgezet in de bevoegde Litouwse rechtbank. Waar nodig stelt de bevoegde Litouwse rechtbank de positie van de partijen bij de procedure vast en neemt zij maatregelen om eventuele tekortkomingen in de processtukken te verhelpen.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Een beroep moet worden ingesteld bij het hooggerechtshof van Litouwen (Lietuvos Aukščiausiasis Teismas). Het zal worden beoordeeld als een beroep in cassatie conform de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Artikel 1.32 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt welk recht er van toepassing is op betrekkingen tussen ouders en kinderen. Persoonlijke en eigendomgerelateerde betrekkingen tussen ouders en kinderen vallen onder het recht van de staat waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. Als geen van beide ouders zijn of haar gewone verblijfplaats heeft in de staat waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft en het kind en beide ouders onderdanen van dezelfde staat zijn, is het recht van de staat waarvan zij allen onderdaan zijn van toepassing.

In zaken die de ouderlijke verantwoordelijkheid betreffen, wordt de bevoegde rechtbank bepaald overeenkomstig het Haags Verdrag van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

Welk recht van toepassing is op de bescherming van minderjarigen, voogdijschap en onderbewindstelling wordt bepaald overeenkomstig het Haags Verdrag van 5 oktober 1961 betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen.

Onderhoudsverplichtingen (alimentatie) binnen het gezin zijn onderworpen aan het Haags Verdrag van 2 oktober 1973 inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 11/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Hongarije

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

In de praktijk omvat de ouderlijke verantwoordelijkheid (het ouderlijk gezag) de volgende elementen: het bepalen van de naam van een minderjarig kind, het kind verzorgen en grootbrengen, zijn of haar verblijfplaats bepalen, zijn of haar bezittingen beheren, de rechten en plichten die verbonden zijn aan de wettelijke vertegenwoordiging van het kind, en het recht om een voogd aan te wijzen of iemand van voogdijschap uit te sluiten.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De ouders hebben het gezamenlijk ouderlijk gezag, ongeacht of ze samenwonen of niet langer samenwonen, tenzij een overeenkomst tussen de ouders of een bepaling van de voogdijraad of de rechtbank anders bepaalt.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

In Hongarije is het voogdijschap een wettelijke regeling die de zorg voor minderjarigen, hun vertegenwoordiging en het beheer van hun bezittingen waarborgt door middel van een voogd die wordt aangewezen door de voogdijraad, wanneer er geen ouder is die het ouderlijk gezag heeft. De noodzaak een voogd aan te wijzen, kan door iedereen bij de voogdijraad worden gemeld. Een naaste verwant van een minderjarig kind of de persoon onder wiens hoede het kind is, is verplicht de voogdijraad in kennis te stellen van de noodzaak een voogd aan te wijzen. Deze verplichting geldt ook voor de rechtbank of andere autoriteiten.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

De ouders hebben het gezamenlijk ouderlijk gezag, zelfs als zij niet langer samenwonen, tenzij een overeenkomst tussen de ouders of een bepaling van de voogdijraad of de rechtbank anders bepaalt. Gescheiden ouders kunnen afspreken de rechten en plichten waarmee de ouderlijke verantwoordelijkheid gepaard gaat, te verdelen, maar zij moeten een evenwichtige leefstijl voor het kind waarborgen (het is bijvoorbeeld niet mogelijk het kind afwisselend bij beide ouders te laten wonen als de ouders te ver van elkaar vandaan wonen en dit het kind te zeer zou belasten). De overeenkomst tussen de ouders wordt goedgekeurd door de rechtbank. Als de ouders hun meningsverschillen over de rechten en plichten die voortvloeien uit het ouderlijk gezag, niet kunnen oplossen, beslist de rechtbank welke ouder het gezag krijgt. Bij haar besluitvorming beoordeelt de rechtbank waar de fysieke, mentale en morele ontwikkeling van het kind beter gewaarborgd is.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Wanneer een huwelijk wordt ontbonden door de schriftelijk bij de rechtbank ingediende gemeenschappelijke verklaring van de echtgenoten dat zij het huwelijk wensen en voornemens zijn te ontbinden, moet bij deze verklaring de overeenkomst tussen de ouders over het ouderlijk gezag worden bijgevoegd. De rechtbank keurt de overeenkomst bij definitieve beschikking goed in het kader van de echtscheidingsprocedure, aangezien het huwelijk zonder een dergelijke overeenkomst niet met wederzijdse instemming kan worden ontbonden.

Zo nodig moet de rechtbank, wanneer een huwelijk wordt ontbonden, een beslissing nemen over het ouderlijk gezag, zelfs als daartoe geen verzoek is ingediend. Het vonnis van het gerecht in eerste aanleg wordt, wanneer geen beroep is aangetekend, pas definitief als de vijftiende dag na de uiterste termijn voor het instellen van een beroep is verstreken.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

De echtgenoten kunnen, voordat zij de echtscheidingsprocedure in gang zetten, of tijdens de procedure, vrijwillig of op initiatief van de rechtbank, gebruikmaken van mediation om eventuele geschillen in verband met hun relatie of de ontbinding van het huwelijk met wederzijdse instemming te beslechten, bijvoorbeeld de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Zij kunnen de overeenstemming die zij als gevolg van de mediation hebben bereikt, op schrift stellen zodat deze kan worden meegenomen in de gerechtelijke schikkingsprocedure. Om ervoor te zorgen dat de ouderlijke verantwoordelijkheid naar behoren en met de noodzakelijke medewerking van de ouders wordt uitgeoefend, kan de rechtbank en/of de voogdijraad tijdens zijn eigen procedure (op verzoek of op eigen initiatief in zaken die naar hen zijn verwezen) de ouders opdragen deel te nemen aan mediation om enerzijds te komen tot een passende samenwerking tussen de ouder met ouderlijk gezag en de ouder die gescheiden van hun kind leeft, en anderzijds de rechten van de elders wonende ouder te waarborgen.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Bij geschillen beslist de rechtbank welke ouder het ouderlijk gezag krijgt na beide ouders en, in gerechtvaardigde gevallen, het kind te hebben gehoord. De rechtbank kan één ouder het volledige ouderlijk gezag toekennen of beslissen dat bepaalde rechten en plichten van het ouderlijk gezag door de ene ouder worden uitgeoefend en andere rechten en plichten door de andere ouder. De rechtbank kan de ouder die gescheiden van zijn of haar kind leeft, machtigen om bepaalde taken te verrichten in verband met de zorg voor en het grootbrengen van het kind of, bij wijze van uitzondering, de bezittingen van het kind geheel of gedeeltelijk te beheren en op te treden als wettelijk vertegenwoordiger in zaken die de bezittingen van het kind betreffen. Als het in het belang van het kind is, kan de rechtbank het recht om te beslissen over een fundamentele kwestie die van invloed is op de toekomst van het kind, beperken of intrekken. De rechtbank kan echter geen gezamenlijk ouderlijk gezag gelasten, aangezien dit alleen kan worden ingesteld op grond van de overeenkomst tussen de ouders, die door de rechtbank kan worden goedgekeurd.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Nee. Als de rechtbank aan één ouder het gezag toekent, kan de ouder die gescheiden leeft van zijn of haar kind, de rechten die voortvloeien uit ouderlijke verantwoordelijkheid, blijven uitoefenen in fundamentele kwesties die van invloed zijn op de toekomst van het kind. Onder fundamentele kwesties wordt begrepen: het bepalen en wijzigen van de naam van een minderjarig kind, het bepalen van de verblijfplaats van het kind, als die niet de verblijfplaats van de ouder is, het bepalen van de verblijfplaats van het kind in het buitenland met het oogmerk daar langdurig te blijven of te gaan wonen, het wijzigen van de nationaliteit van het kind en het kiezen van de school en de loopbaan van het kind.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

De rechtbank kan ouders het gezamenlijk ouderlijk gezag niet opleggen. Zij kan alleen de daartoe strekkende overeenkomst tussen de ouders goedkeuren in het kader van procedures betreffende huwelijkszaken, met inachtneming van de belangen van het kind. Een voorwaarde voor deze goedkeuring is dat de gescheiden ouders een evenwichtige leefstijl voor hun kind waarborgen, terwijl zij het gezamenlijk ouderlijk gezag uitoefenen. Als de rechtbank van mening is dat dit niet haalbaar is, kan zij weigeren de overeenkomst goed te keuren. In situaties waarin onmiddellijk handelen is vereist, kan de ene ouder echter onafhankelijk beslissen en moet hij of zij de andere ouder onmiddellijk op de hoogte stellen (bijvoorbeeld bij een dringende medische ingreep).

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

U kunt zich ofwel tot de voogdijraad, ofwel tot een rechtbank wenden in zaken die het ouderlijk gezag betreffen, afhankelijk van de vraag of u, als ouders, een geschil hebt over de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag dan wel of de rechtbank over het gezag moet beslissen.

De rechtszaak moet worden aangespannen bij de rechtbank in het gebied waar de verweerder zijn of haar verblijfplaats heeft (of, bij afwezigheid ervan, de plaats waar de verweerder tijdelijk verblijft), of waar de laatste gedeelde verblijfplaats van de echtgenoten was.

De rechtszaak moet worden aangespannen door een schriftelijk verzoek te richten tot de bevoegde rechtbank. Zie ook de pagina Hoe wordt de procedure ingeleid? met betrekking tot het aanspannen van de rechtszaak en de inhoud van het verzoekschrift. Naast de algemeen vereiste informatie moeten in zaken die de ouderlijke verantwoordelijkheid betreffen, ook gegevens worden verstrekt over de huwelijksovereenkomst en over kinderen die binnen het huwelijk geboren zijn en nog in leven zijn; de geboorteakten van de kinderen moeten worden bijgevoegd.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

De gerechtelijke procedure in een zaak waarin wordt beslist over het ouderlijk gezag en de plaatsing van het kind bij een derde persoon:

Als de gescheiden ouders geen overeenstemming hebben bereikt, beslist de rechtbank, op verzoek of op eigen initiatief, welke ouder het gezagsrecht krijgt. Bij haar besluitvorming houdt de rechtbank rekening met de belangen van het kind en beoordeelt zij waar de fysieke, mentale en morele ontwikkeling van het kind beter gewaarborgd is.

Een ouder of de voogdijraad kan een rechtsvordering instellen met het doel te beslissen over de vraag wie de ouderlijke verantwoordelijkheid moet uitoefenen, over het gezag of over wijzigingen in het individuele gezagsrecht, de plaatsing van het kind bij een derde persoon of het wijzigen van een plaatsing. De vordering moet door de ene ouder tegen de andere of door de voogdijraad tegen beide ouders worden ingesteld. Een vordering tot wijziging van de plaatsing van het kind bij een derde persoon moet worden ingesteld tegen de persoon bij wie het kind is geplaatst.

Tijdens de procedure moet de rechtbank beide ouders horen, en in gerechtvaardigde gevallen – of als het kind daar zelf om vraagt – moet ook het kind worden gehoord. Als het kind 14 jaar of ouder is, mag de rechtbank uitsluitend met zijn of haar toestemming beslissen over het ouderlijk gezag en de plaatsing van het kind, tenzij de keuze van het kind zijn of haar ontwikkeling in gevaar brengt.

De rechtbank kan de ouders verplichten zich tot een mediator te wenden om ervoor te zorgen dat de ouderlijke verantwoordelijkheid naar behoren wordt uitgeoefend en dat de ouders waar nodig samenwerken om dit te bereiken.

De procedure van de voogdijraad in een geschil betreffende het gezamenlijk ouderlijk gezag:

Als de ouders geen overeenstemming kunnen bereiken over zaken die verband houden met het gezamenlijk ouderlijk gezag (ongeacht of zij samenwonen of gescheiden leven), kan elk van beide ouders de voogdijraad verzoeken een beslissing te nemen, behalve als het gaat om kwesties in verband met de vrijheid van geweten of de vrijheid van godsdienst.

Als gescheiden ouders die het recht hebben om gezamenlijk het ouderlijk gezag uit te oefenen, overeenkomen dat zij de daarmee samenhangende rechten en plichten onderling verdelen of dat het gezagsrecht in de toekomst door een van hen wordt uitgeoefend, neemt de voogdijraad deze overeenkomst, op hun verzoek, op in de notulen. In de notulen moet ook worden vastgelegd welke ouder volgens de overeenkomst het kind zal grootbrengen en dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag zullen uitoefenen in fundamentele kwesties die de toekomst van het kind raken, tenzij de rechtbank anders heeft bepaald.

De ouders moeten ervan op de hoogte worden gesteld dat zij hun overeenkomst kunnen wijzigen en dat de overeenkomst niet dezelfde rechtskracht heeft als een beslissing van de rechtbank in huwelijkszaken of in zaken betreffende het ouderlijk gezag.

In huwelijkszaken geeft de rechtbank naar eigen inzicht een voorlopige beslissing over zaken die te maken hebben met de plaatsing van een minderjarig kind en het verblijf van het kind bij elk van beide ouders of een derde persoon, de uitbreiding of beperking van het ouderlijk gezagsrecht of contacten tussen elk van beide ouders en het kind.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Zie ook de pagina Hoe wordt de procedure ingeleid? met betrekking tot deze kwestie.

In procedures die betrekking hebben op ontzetting uit de ouderlijke macht en herstel van het ouderlijk gezag en in procedures aangaande de plaatsing en overdracht van een kind of het omgangsrecht, wordt de partijen een recht op uitstel van betaling verleend, ongeacht hun inkomen en financiële situatie. Het recht op uitstel van betaling houdt in dat honoraria en andere kosten die in de loop van de procedure worden gemaakt, door de staat worden voorgeschoten, maar de voorgeschoten kosten moeten na afloop van de procedure door de verliezende partij aan de staat worden terugbetaald.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja, tegen beslissingen in verband met het ouderlijk gezag kan beroep worden ingesteld in overeenstemming met de algemene regels. Een beroep kan worden ingesteld door een ouder of door het kind. De uiterste termijn voor het instellen van een beroep is vijftien dagen na de datum waarop de beslissing werd bekendgemaakt.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Om een beslissing in verband met ouderlijke verantwoordelijkheid af te dwingen, wordt een executoriale titel verstrekt door het gerecht van eerste aanleg of wordt, in het geval van een beslissing door een buitenlandse rechtbank (gerechtelijke schikking), een certificaat met betrekking tot de beslissing afgegeven conform artikel 42 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, door de districtsrechtbank die rechtspreekt in de vestigingsplaats van de regionale rechtbank binnen het rechtsgebied waar het kind of de persoon tegen wie de executoriale titel is gericht, zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, of door de centrale districtsrechtbank van Boeda (Budai Központi Kerületi Bíróság) in Boedapest.

Wanneer een rechterlijke beslissing (door de rechtbank goedgekeurde overeenkomst) betreffende de overdracht en plaatsing van een kind wordt uitgevoerd, roept de rechtbank de persoon tot wie de beslissing is gericht, op om zijn of haar plicht vrijwillig te vervullen, binnen een passende termijn. Bij verzuim gelast de rechtbank de overdracht of plaatsing van het kind te bewerkstelligen met medewerking van de politie.

Het kind moet worden overgedragen aan de persoon die om uitvoering van de beslissing vraagt of, bij afwezigheid van die persoon, aan zijn of haar door de voogdijraad goedgekeurde vertegenwoordiger, of aan de voogdijraad. Wanneer het kind wordt overgedragen, moet de persoon die het kind moet overdragen de persoon aan wie het kind wordt overgedragen informeren over de gezondheidstoestand van het kind en alle andere omstandigheden die, wanneer zij niet bekend zijn, het leven of de lichamelijke integriteit van het kind in gevaar zouden kunnen brengen.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Een beslissing met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid die in een lidstaat is gegeven, wordt door de rechtbanken in Hongarije erkend, zonder dat daarvoor een speciale procedure nodig is. De inhoud van de beslissing kan onder geen beding worden herzien.

Niettemin kan een belanghebbende bij de bevoegde rechtbank een verzoek om erkenning of niet-erkenning indienen.

Uitvoering:

Een in een lidstaat gegeven beslissing betreffende de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid die in die lidstaat uitvoerbaar is en die is betekend, zal in Hongarije worden uitgevoerd als zij op verzoek van een belanghebbende in Hongarije uitvoerbaar is verklaard.

De rechtbank of bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de beslissing is gegeven, geeft op verzoek van een belanghebbende een certificaat af conform artikel 42 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad.

De districtsrechtbank die rechtspreekt in de vestigingsplaats van de regionale rechtbank binnen het rechtsgebied waar het kind of de persoon op wie de afdwingbare verplichting rust, zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, of de centrale districtsrechtbank van Boeda in Boedapest verstrekt een executoriale titel op grond van een beslissing van een buitenlandse rechtbank (gerechtelijke schikking) waarvan een dergelijk certificaat is afgegeven.

De beslissing van de buitenlandse rechtbank is uitvoerbaar als zij, afhankelijk van haar aard, voldoet aan de volgende voorwaarden: het betreft een vonnis van een rechtbank die een inbreuk vaststelt in een civiele procedure; in een strafrechtelijke procedure gaat het om het deel van het vonnis van de rechtbank die een inbreuk vaststelt in een met de strafrechtelijke procedure samenhangende civielrechtelijke vordering; of het betreft een overeenkomst die door de rechtbank is goedgekeurd.

Op basis van de executoriale titel vindt de uitvoeringsprocedure plaats in overeenstemming met de Hongaarse wetgeving ter handhaving.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Een beslissing die in een lidstaat is gegeven, wordt door de rechtbanken in Hongarije erkend zonder dat daarvoor een speciale procedure nodig is. De inhoud van de beslissing kan onder geen beding worden herzien.

Niettemin kan een belanghebbende bij de bevoegde rechtbank een verzoek om erkenning of niet-erkenning indienen.

Alle partijen kunnen tegen een beslissing die is gegeven met betrekking tot een verzoek om uitvoerbaarverklaring, in beroep gaan.

Over het beroep moet worden beslist in overeenstemming met de regels voor gerechtelijke procedures.

Beroepen tegen een uitvoerbaarverklaring moeten worden ingesteld binnen één maand na de betekening van de uitvoerbaarverklaring. Als de partij tegen wie de uitvoering wordt gevraagd zijn of haar gewone verblijfplaats in een andere lidstaat (niet in Hongarije) heeft, is de uiterste termijn voor het instellen van beroep twee maanden vanaf de datum waarop de beslissing, hetzij persoonlijk, hetzij op zijn of haar verblijfplaats, aan hem of haar is betekend. Er wordt geen verlenging wegens afstand verleend.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Hongarije is partij bij het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, waarin regels betreffende het toepasselijke recht zijn opgenomen, en ook bepaalde bilaterale verdragen inzake wederzijdse rechtshulp bevatten dergelijke regels.

Volgens de Hongaarse wetgeving is het personele recht van het kind van toepassing op de betrekkingen tussen de ouder en het kind die onder het familierecht vallen, dus in het bijzonder de naamgeving, plaatsing, verzorging en wettelijke vertegenwoordiging van het kind en het beheer van de bezittingen van het kind, met uitzondering van onderhoudsverplichtingen. Wat betreft de gezinsstatus van het kind en de relatie van het kind met zijn of haar ouders op grond van het familierecht, moet op een kind dat Hongaars onderdaan is of in Hongarije woont, het Hongaarse recht worden toegepast (met uitzondering van onderhoudsverplichtingen), als dit gunstiger is voor het kind.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Malta

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

De term omvat alle taken en verplichtingen die een ouder ten aanzien van een minderjarige heeft volgens het Maltese Burgerlijk Wetboek, hoofdstuk 16 van de Wetten van Malta. De term "ouderlijke verantwoordelijkheid", waarnaar in de Maltese wetgeving wordt verwezen als "ouderlijke macht", omvat het gezag en de omgang, beslissingen over zaken zoals verblijfplaats, reizen, onderhoudsverplichtingen, opvoeding, belangrijke besluiten in verband met de gezondheid en het beheer van eigendom dat toebehoort aan kinderen.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De biologische ouders of, in het geval van adoptie, de adoptieouders, nadat de adoptieprocedure is afgerond. Voorts draagt een alleenstaande moeder de ouderlijke verantwoordelijkheid, tenzij de vader de geboorte van het kind samen met de moeder aangeeft.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Wanneer een kind wordt onderworpen aan een kinderbeschermingsmaatregel of een rechterlijke beslissing, worden de zorg en het gezag toegekend aan de minister in overeenstemming met de wet inzake kinderen en jongeren (kinderbeschermingsmaatregelen), hoofdstuk 285 van de Wetten van Malta.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

In geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed wordt deze geregeld door een rechterlijke beslissing of geschikt door middel van mediation. De ouderlijke verantwoordelijkheid kan ook worden geregeld via een juridisch bindend, afdwingbaar document dat in aanwezigheid van een notaris door de partijen wordt ondertekend.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Een overeenkomst die is gesloten buiten het kader van een scheidingsprocedure, is pas juridisch bindend als zij in de rechtbank is geratificeerd en in het Openbaar Register is opgenomen. Als er echter overeenstemming over de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt bereikt tijdens een scheidingsprocedure, wordt de overeenkomst voorgelegd aan de rechtbank die de procedure behandelt, en geeft deze een beslissing waarin de overeenkomst al dan niet wordt goedgekeurd.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Een alternatief middel in dergelijke gevallen is mediation. Als ook dit geen overeenstemming tussen de ouders tot resultaat heeft, wordt een procedure ingeleid voor de civiele rechtbank (afdeling familiezaken).

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter kan beslissen over alle grote kwesties die van belang worden geacht voor het welzijn van het kind, bijvoorbeeld: de verblijfplaats van het kind, welke ouder het gezag krijgt, bezoek- en omgangsrecht, en de verplichting alimentatie voor het kind te betalen.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

De rechtbank kent zelden de volledige zorg en voogdij toe aan één ouder, maar dit verschilt per zaak. In het geval dat de rechtbank echter wel de volledige zorg en voogdij aan één ouder toekent, moeten beslissingen over bepaalde zaken nog steeds in overleg en met instemming van de andere ouder worden genomen, met name zaken in verband met omgang of de overbrenging van een minderjarige naar een derde land, waarbij de omgangsrechten van de ouder die niet de voogdij heeft rechtstreeks in het geding zouden zijn.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Dit betekent dat beide ouders in overleg en gezamenlijk beslissingen met betrekking tot het kind nemen. Het gaat daarbij niet om dagelijkse activiteiten, maar alleen om de belangrijke beslissingen met betrekking tot verblijfplaats, opvoeding en gezondheidskwesties. In artikel 136, lid 3, van het De link wordt in een nieuw venster geopend.Burgerlijk Wetboek wordt verwezen naar handelingen van buitengewoon beheer, waarbij voor deze handelingen de instemming van beide ouders nodig is.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Wanneer mediation niet het gewenste resultaat heeft, wordt een verzoekschrift ingediend bij de civiele rechtbank (afdeling familiezaken). Er is geen formele lijst van vereiste documentatie, dus alle relevante documenten en certificaten kunnen bij het verzoekschrift worden bijgevoegd, in het bijzonder bewijsstukken waaruit blijkt wie de ouderlijke macht heeft, met inbegrip van eventuele overeenkomsten over de zorg en het gezag of gegeven beslissingen.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Er wordt een datum vastgesteld waarop het verzoek zal worden gehoord. Tijdens de hoorzitting hoort de rechter de partijen en andere getuigen die door de partijen worden opgeroepen. De rechtbank kan ook, als zij dat nodig acht, een rapport over het kind laten opstellen door maatschappelijk werkers en psychologen. De door de rechtbank aangewezen deskundigen zullen een rapport opstellen na overleg met de ouders, het kind en anderen die beroepsmatig op de een of andere wijze met de zaak te maken hebben. Er wordt een spoedprocedure in gang gezet als de partij die het verzoek indient voldoende geldige redenen voor urgentie geeft. Als dit in het belang van de minderjarige is, wordt een tussentijdse uitspraak in de spoedeisende zaak gegeven, bijvoorbeeld een verbod op vertrek, een uitspraak over de zorg en het gezag enzovoort.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Ja, er kan rechtsbijstand worden aangevraagd. De aanvrager moet echter een inkomenstoets ondergaan overeenkomstig boek III, titel X, van het Wetboek van Organisatie en Burgerlijke Rechtsvordering (De link wordt in een nieuw venster geopend.hoofdstuk 12 van de Wetten van Malta). Zie voor meer informatie over dit onderwerp de pagina over rechtsbijstand.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Het is alleen mogelijk beroep in te stellen over een rechtsvraag, dat wil zeggen als een van de partijen bijvoorbeeld niet het recht krijgt om een getuige op te roepen, zonder dat de rechtbank daarvoor een geldige reden geeft. In zulke gevallen kan beroep worden ingesteld bij het hof van beroep.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Een beslissing van de civiele rechtbank (afdeling familiezaken) is automatisch uitvoerbaar. Wanneer een van de ouders de rechterlijke uitspraak echter niet opvolgt, kan de ouder van wie de ouderlijke macht is beperkt, aangifte doen bij de politie, die vervolgens een strafrechtelijke procedure inleidt bij het kantongerecht om de uitvoering van de beslissing, evenals een boete (multa) en/of gevangenisstraf, te bewerkstelligen. Voorts kan een verzoekschrift worden ingediend bij de civiele rechtbank (afdeling familiezaken) waarin wordt verzocht om wijziging van de rechterlijke uitspraak.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

De procedure die moet worden gevolgd, is te vinden in Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II bis): de bevoegde rechter moet een certificaat afgeven, dat moet worden ingediend bij de civiele rechtbank (afdeling familiezaken), samen met het vonnis van de rechtbank en het verzoekschrift waarin wordt gevraagd om erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissing in kwestie. Er moet ook een adres worden opgegeven waarnaar kennisgevingen kunnen worden gestuurd. Alle documenten moeten naar het Maltees of het Engels worden vertaald.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

U kunt uw verzet kenbaar maken voor dezelfde rechtbank waar het verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging is ingediend. Dit verzet heeft de vorm van een antwoord op het verzoek en bevat redenen waarom de erkenning en tenuitvoerlegging moet worden geweigerd.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

De toepasselijke wet is Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 10/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Nederland

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Ouderlijk gezag betekent het gezag hebben over een minderjarige en verantwoordelijk zijn voor diens opvoeding en verzorging.

Artikel 247 Burgerlijk Wetboek Boek 1 zegt hier het volgende over:

1. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.

2. Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.

3. Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.

4. Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed, na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, of na het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid, is geplaatst, recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

5. Ouders kunnen ter uitvoering van het vierde lid in een overeenkomst of ouderschapsplan rekening houden met praktische belemmeringen die ontstaan in verband met de ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed, de ontbinding van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, of het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid, is geplaatst, echter uitsluitend voor zover en zolang de desbetreffende belemmeringen bestaan.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De ouders dragen het gezag en de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van hun kind. Er bestaan echter uitzonderingen op deze regel.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Wanneer de ouders hun ouderlijke gezag c.q. verantwoordelijkheid niet willen of kunnen dragen, kan het ouderlijk gezag via de rechter aan een ander worden overgedragen.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Na de scheiding houden beide ouders het ouderlijk gezag over hun kinderen. Beiden blijven verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van de kinderen. Er bestaan echter uitzonderingen op deze regel. Zo is het in bepaalde gevallen mogelijk dat de rechter op verzoek het gezag aan één ouder toewijst. Het ouderschap (dit is niet per definitie gelijk aan het ouderlijk gezag) en de daarbij behorende rechten en plichten kan ook in het ouderschapsplan – dat bij een echtscheiding wordt opgesteld – op een andere manier geregeld worden.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Als het gaat om een echtscheidingssituatie worden de overeengekomen afspraken vastgesteld in een ouderschapsplan dat door de rechter wordt getoetst. De rechter spreekt de echtscheiding uit.

Zie ook: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/scheiden/vraag-en-antwoord/scheiden-en-kinderen.html

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Mediation is een mogelijkheid om geschillen over ouderschap op te lossen.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Alle elementen uit het ouderschapsplan waaronder het gezag, de verdeling in zorg- en opvoedingstaken en hoofdverblijfplaats van het kind zijn onderdeel van de beslissing van de rechter.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Nee. De ouder die met het gezag is belast, is gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon [HM-B1] en het vermogen van het kind en deze te raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen. De gezaghebbende ouder is echter wel degene die uiteindelijk beslist.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Dit betekent dat beide ouders dezelfde rechten en plichten hebben zoals dat hoort bij een ouder dat belast is met het gezag (zie vraag 1), mits de ouders in het ouderschapsplan een andere taakverdeling zijn overeengekomen met betrekking tot de opvoeding en verzorging van het kind.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Voor het verkrijgen van het gezag over een kind moet u naar de rechtbank in de woonplaats van het kind. Welke documenten u moet voorleggen, is afhankelijk van de situatie waarin u en het kind zich verkeren. Op www.rechtspraak.nl kunt u in het De link wordt in een nieuw venster geopend.procesreglement Gezag en omgang terug vinden welke documenten nodig zijn. Een advocaat kan u daarbij helpen

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Er zijn geen bijzondere procedures voor de genoemde situaties. Ja, een kort geding is mogelijk.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Ja, dan kan. Er worden hier wel voorwaarden aan gesteld. Op de site van de Raad voor Rechtsbijstand is De link wordt in een nieuw venster geopend.meer informatie hierover te vinden.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja, dat kan bij het gerechtshof.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Hiervoor geldt de reguliere procedure bij de rechtbank.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

In principe hoeft u niets te doen. Dit gebeurt namelijk automatisch wanneer de lidstaat is aangesloten bij verordening Brussel II-Bis. Deze verordening is van toepassing in alle Europese lidstaten, met uitzondering van Denemarken.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

U moet in hoger beroep bij het Hof in het land waar de beslissing is genomen.

Wanneer u in Nederland in hoger beroep gaat in een familiezaak, moet een advocaat u bijstaan in uw zaak. Uw advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij de griffie van het gerechtshof. Nadat de rechter uitspraak in een familiezaak heeft gedaan, heeft uw advocaat drie maanden de tijd om hoger beroep in te stellen. Het gerechtshof hanteert deze termijn strikt. De datum waarop de griffie het verzoek tot instellen van het hoger beroep ontvangt, geldt als de officiële datum waarop u het hoger beroep hebt ingesteld.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

De Nederlandse rechter past alleen Nederlands recht toe.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 12/09/2018

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Oostenrijk

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Het ouderlijk gezag (de ouderlijke verantwoordelijkheid) is de plicht en het recht van ouders. Het omvat, onder meer, de verzorging en opvoeding van het kind, het beheer van de eigendommen van het kind en de vertegenwoordiging van het kind (artikel 158 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek – Allgemeines Bürgerliches Gesetzbuch).

Volgens artikel 160 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek betekent de verzorging van een kind hoofdzakelijk het zorgen voor zijn/haar welzijn en gezondheid in lichamelijk opzicht en het rechtstreeks toezicht houden op het kind, en behelst de opvoeding van een kind in het bijzonder het waarborgen van de lichamelijke, mentale, emotionele en morele ontwikkeling, en het bevorderen van de talenten, de vermogens, de voorkeuren en het ontwikkelingspotentieel van het kind en zijn/haar onderwijs/beroepsopleiding. De medische behandeling van kinderen valt eveneens onder de verzorging, en onder de opvoeding valt ook het beslissen over de verblijfplaats van het kind (artikel 162 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek) en dus ook, bijvoorbeeld, het nemen van beslissingen over reizen naar het buitenland, de schoolkeuze en het kiezen of veranderen van de godsdienst van het kind. Het recht van de ouders om het kind op te voeden brengt ook het recht met zich mee om het kind een naam te geven.

Het beheer van de eigendommen van het kind omvat bijvoorbeeld het onderhoud van de eigendommen van het kind (bepalen, aanpassen, ontvangen, verzamelen en gebruik daarvan). Artikel 164 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ouders de bezittingen van het kind "met de zorg van fatsoenlijke ouders" moeten beheren.

"Wettelijke vertegenwoordiging" van het kind wordt gedefinieerd als het recht en de plicht om juridische zaken voor het kind af te handelen. Dit omvat onder meer het vertegenwoordigen van het kind in zaken waarin rechtstreeks rechten en plichten aan het kind worden toegewezen of het verlenen van toestemming namens het kind. Wettelijke vertegenwoordiging kan verwijzen naar de verzorging en opvoeding van het kind en het beheer van de bezittingen van het kind in "externe" zin (een overeenkomst over een medische behandeling sluiten met een arts, instemmen met een geneeskundige behandeling voor het kind), in tegenstelling tot het daadwerkelijk "intern" verrichten van deze taken (bijvoorbeeld een geneesmiddel toedienen, de luier van een baby verschonen, controleren of het kind zijn/haar huiswerk heeft gemaakt). Wettelijke vertegenwoordiging is ook buiten deze gebieden van toepassing (in de "ware" zin van het woord), bijvoorbeeld bij het wijzigen van de naam of de nationaliteit van het kind, het verzoeken om erkenning van het vaderschap buiten het huwelijk en het uitoefenen van de persoonlijke rechten van het kind.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

In de regel hebben beide ouders het gezag over het kind, als het kind geboren is binnen het huwelijk of als de ouders na de geboorte van het kind met elkaar trouwen (artikel 177, lid 1, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Als het kind buiten het huwelijk wordt geboren, heeft volgens de wet alleen de moeder het gezag over het kind (eerste zin van artikel 177, lid 2, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek).

De tweede zin van artikel 177, lid 2, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek vermeldt dat ongetrouwde ouders, nadat zij in kennis zijn gesteld van de juridische gevolgen, persoonlijk voor de griffier kunnen verklaren dat zij beiden verantwoordelijk zijn voor het gezag over het kind, mits de rechtbank nog niet over het gezag beslist heeft. Als de ouders niet in één huishouden wonen, moeten zij afspreken welke ouder de primaire verzorger van het kind zal zijn. De ouders kunnen, bij wijze van alternatief, ten overstaan van de rechtbank een overeenkomst aangaan of een dergelijke overeenkomst bij de rechtbank indienen (artikel 177, lid 3, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). De rechtbank kan het gezag ook aan beide ouders toekennen (artikel 180, lid 2, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek).

Gezamenlijk ouderlijk gezag kan uitsluitend worden beëindigd door middel van een rechterlijke beslissing. De rechtbank moet dan proberen een minnelijke schikking te bereiken. Als dat niet lukt, kent de rechtbank het gezag toe aan één ouder of nogmaals aan beide ouders (artikel 180 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Als de rechtbank gezamenlijk ouderlijk gezag toekent, moet zij ook aangeven in welk huishouden de verzorging van het kind voornamelijk zal plaatsvinden. Bij deze beslissingen stelt de rechtbank te allen tijde de belangen van het kind voorop.

Als aan slechts één ouder het gezag wordt toegekend, krijgt de andere ouder het recht op persoonlijk contact met het kind en het recht op informatie, meningsuiting en vertegenwoordiging zoals gedefinieerd in artikel 189 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als beide ouders het ouderlijk gezag niet kunnen uitoefenen, moet de rechtbank beslissen aan welke grootouders (of, bij ontstentenis daarvan, grootouder) of welke pleegouders (of pleegouder) het gezag over het kind moet worden toegekend. Bij de toekenning van het gezag aan de grootouders of pleegouders krijgt een stel doorgaans voorrang boven één grootouder of pleegouder, tenzij dit niet in het belang van het kind is. Als beide ouders een bepaald onderdeel van de zorg niet kunnen bieden, is dit dienovereenkomstig van toepassing. Bij de toekenning van het gezag is het welzijn van het kind te allen tijde het belangrijkste criterium.

Als de ouder die als enige het ouderlijk gezag heeft, dit gezag niet kan uitoefenen, moet de rechtbank beslissen of in dat geval volledig of gedeeltelijk gezag moet worden toegekend aan de andere ouder, aan grootouders of een grootouder of aan pleegouders (of een pleegouder). De andere ouder heeft voorrang boven grootouders en pleegouders, zolang het welzijn van het kind bij die ouder kan worden gegarandeerd.

Als er geen ouders, grootouders of pleegouders zijn aan wie het gezag kan worden toegekend, kan het gezag over het kind worden toegekend aan een andere geschikte persoon (artikel 204 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Bij de keuze van deze persoon is het welzijn van het kind de doorslaggevende factor. De wensen van het kind en van de ouders moeten ook in aanmerking worden genomen (artikel 205, lid 1, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Verwanten komen als eersten in aanmerking, gevolgd door andere personen die het kind na staan, en tot slot andere geschikte personen, zoals welzijnsorganisaties voor kinderen of jongeren (artikel 209 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek).

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Na een scheiding of nietigverklaring van een huwelijk blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag van toepassing. Als de ouders echter het gezamenlijk ouderlijk gezag willen voortzetten zoals voorheen, moeten zij binnen een redelijk tijdsbestek een overeenkomst bij de rechtbank indienen waarin wordt vermeld bij welke ouder het kind voornamelijk zal wonen. De rechtbank moet de overeenkomst, als deze in het belang is van het kind, goedkeuren. Ouders mogen het gezag echter niet zodanig delen dat dit bijvoorbeeld zou betekenen dat de ene ouder exclusief verantwoordelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind, terwijl de andere zich uitsluitend bezighoudt met het beheer van de bezittingen van het kind en met de vertegenwoordiging van het kind; de ouder bij wie het kind voornamelijk woont, moet te allen tijde het volledige gezag hebben. Als een dergelijke overeenkomst niet wordt ingediend binnen een redelijk tijdsbestek na de ontbinding van het huwelijk of als de overeenkomst niet in het belang van het kind is, en als er geen minnelijke schikking kan worden bereikt, moet de rechtbank beslissen – waar nodig na mediation – welke ouder in de toekomst het exclusieve gezag over het kind zal hebben.

De ouders kunnen ook aangeven dat slechts één ouder na de ontbinding van het huwelijk het gezag over het kind moet behouden. Het spreekt voor zich dat in dit geval geen overeenkomst nodig is waarin wordt aangegeven bij welke ouder het kind voornamelijk zal wonen. Dit is niet alleen van toepassing op gevallen waarin het huwelijk is ontbonden, maar ook in situaties waarin de ouders van een kind nog getrouwd zijn maar duurzaam gescheiden leven. In die gevallen beslist de rechtbank uitsluitend op verzoek van een van de ouders.

De bovenstaande informatie over het gezag na ontbinding van het huwelijk van de ouders is ook van toepassing op zaken waarin levenspartners uit elkaar gaan. De rechtbank kan de ouders van een kind dat buiten het huwelijk is geboren dus het gezamenlijk ouderlijk gezag toekennen als het gezamenlijke huishouden niet meer bestaat, of zelfs als er nooit een gezamenlijk huishouden bestaan heeft, mits er een overeenkomst over de verblijfplaats is die in het belang van het kind is.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Zie vraag 4.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Ouders kunnen voor advies contact opnemen met diensten voor jongeren en jeugdzorg (gezinscounseling) of particuliere organisaties. Ook kunnen ouders kiezen voor mediation, huwelijkscounseling of ouderbegeleiding of andere counselingdiensten.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter bij de voogdijrechtbank (Pflegschaftsgericht) kan alleen procedures met betrekking tot het gezag en de omgang officieel in gang zetten en daarin een beslissing geven. Als er acuut gevaar is voor het welzijn van het kind, moeten diensten voor jongeren en jeugdzorg worden ingelicht. Als het kind in onmiddellijk gevaar is, kunnen zij passende maatregelen treffen. Zo kunnen zij in de meest ernstige gevallen het gezagsrecht intrekken.

Over kinderalimentatie kan uitsluitend worden beslist op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind of de wettelijk meerderjarige persoon die recht heeft op alimentatie. De rechtbank kan hier niet ambtshalve over beslissen. Kinderalimentatie moet worden gevorderd in het kader van voluntaire rechtspraak (Außerstreitverfahren). Dit geldt ook voor meerderjarige kinderen. Hiervoor zijn deurwaarders (Rechtspfleger) verantwoordelijk.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

De ouder die niet het gezag heeft, heeft het recht om door de persoon die wel het gezag heeft, tijdig te worden geïnformeerd over belangrijke zaken die het kind betreffen, en over geplande maatregelen die gezamenlijke vertegenwoordiging vereisen in het geval van gezamenlijk ouderlijk gezag (artikel 167, leden 2 en 3, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek), evenals het recht om zijn of haar mening te geven over deze informatie (recht van informatie en meningsuiting). Er moet rekening met deze mening worden gehouden als het belang van het kind daarmee beter gediend is. Deze rechten strekken zich ook uit tot minder belangrijke zaken (mits het niet slechts alledaagse zaken betreft) als de ouder zonder ouderlijk gezag, ondanks zijn/haar bereidheid, niet regelmatig in levenden lijve contact heeft met het kind, bijvoorbeeld omdat de omstandigheden dit niet toelaten of omdat het kind het contact weigert (artikel 189, lid 3, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek).

Als de ouder met het ouderlijk gezag deze verplichtingen herhaaldelijk niet nakomt, kan de rechtbank op verzoek en, als het welzijn van het kind in gevaar is, ambtshalve een passend dwangbevel uitvaardigen (artikel 189, lid 4, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). De rechtbank kan bijvoorbeeld de ouder die in gebreke is, een specifiek rechterlijk bevel opleggen of de ouder zonder ouderlijk gezag machtigen om zelf inlichtingen in te winnen bij de arts of de school. Als het gedrag van de ouder met het ouderlijk gezag het welzijn van het kind in gevaar brengt, kan het gezag op grond van artikel 181 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek gedeeltelijk of geheel worden ingetrokken.

Het recht op informatie en meningsuiting kan door de rechtbank worden beperkt of ingetrokken als de uitoefening van dit recht het welzijn van het kind ernstig in gevaar brengt. Hetzelfde geldt als de betrokken ouder deze rechten misbruikt of ze uitoefent op een manier die onaanvaardbaar is voor de andere ouder. Deze rechten vervallen eveneens als de ouder zelf zonder reden weigert om contact met het kind te hebben (artikel 189, lid 2, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek).

Het ouderlijk gezag moet te allen tijde worden uitgeoefend op de wijze die het meest in het belang van het kind is. Bij het bepalen wat het belang van het kind is, moet rekening worden gehouden met de persoonlijkheid en de behoeften van het kind, met name zijn/haar talenten, vaardigheden, voorkeuren en ontwikkelingspotentieel, en de leefomstandigheden van de ouders.

Alle personen met gezag (ouders, grootouders, pleegouders, anderen) en personen die andere rechten en plichten hebben met betrekking tot een kind (bijvoorbeeld omgangsrecht), moeten zich met het oog op het welzijn van het kind onthouden van alles wat de relatie van het kind met andere personen die rechten en verplichtingen hebben met betrekking tot het kind, zou kunnen ondermijnen of wat het voor deze personen moeilijker zou kunnen maken om hun plichten te vervullen (vereiste van goed gedrag [Wohlverhaltensgebot], artikel 159 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek).

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Het beginsel van uitsluitende vertegenwoordiging is van toepassing op wettelijke vertegenwoordiging, dat wil zeggen dat iedere ouder het recht en de plicht heeft het kind alleen te vertegenwoordigen. Een rechtsvordering die wordt ingesteld door de ene ouder is dus, zelfs als de andere ouder het er niet mee eens is, rechtsgeldig (artikel 167, lid 1, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Overeenstemming tussen beide ouders die bevoegd zijn om het kind te vertegenwoordigen, is uitsluitend vereist in de gevallen die in artikel 167, lid 2, van het Oostenrijkse Burgerlijk Wetboek worden genoemd (bijvoorbeeld wanneer de voornaam of achternaam van het kind wordt gewijzigd, bij het kiezen of wijzigen van de godsdienst van het kind, het overdragen van het kind aan externe zorg enzovoort).

De goedkeuring van de andere ouder die bevoegd is om het kind te vertegenwoordigen, en de toestemming van de rechtbank zijn vereist, wanneer het kind wordt vertegenwoordigd of namens het kind toestemming wordt gegeven in eigendomgerelateerde zaken die niet onder de gewone bedrijfsvoering vallen (artikel 167, lid 3, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Daaronder wordt bijvoorbeeld begrepen: het verkopen of bezwaren van eigendom, het afstand doen van het recht op een erfenis, de onvoorwaardelijke aanvaarding of verwerping van een nalatenschap, en het aanvaarden van geschenken waaraan schulden zijn verbonden.

In een civiele procedure heeft iedere ouder het recht om het kind zelf te vertegenwoordigen. Als de ouders het niet eens kunnen worden of de rechtbank geen van hen beiden noch een derde partij heeft aangewezen als de vertegenwoordiger van het kind, is de ouder die de eerste procedurele stap heeft gezet (Verfahrenshandlung), de vertegenwoordiger (artikel 169 van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Ouders moeten zich houden aan de vereisten van goed gedrag (zie vraag 9).

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Volgens artikel 109 van de wet inzake de bevoegdheid van rechtbanken (Jurisdiktionsnorm – JN), is de bevoegde rechtbank de districtsrechtbank (Bezirksgericht) van het district waarin het kind zijn/haar gewone verblijfplaats heeft, of, als deze verblijfplaats zich niet in Oostenrijk bevindt, zijn/haar (feitelijke) verblijfplaats. Als het kind geen verblijfplaats in Oostenrijk heeft, is de bevoegde rechtbank de rechtbank van het district waarin de wettelijk vertegenwoordiger zijn/haar gewone verblijfplaats heeft. Als deze verblijfplaats zich niet in Oostenrijk bevindt, is het de rechtbank van het district waarin een ouder zijn/haar gewone verblijfplaats heeft, anders is het de districtsrechtbank van de binnenstad van Wenen (Bezirksgericht Innere Stadt Wien). De gewone verblijfplaats verschilt in die zin van de verblijfplaats zonder meer dat de gewone verblijfplaats doorgaans de plaats is waar gedurende een specifieke, ononderbroken periode (ongeveer zes maanden) wordt gewoond.

Een verzoek om overdracht van het exclusieve gezag of om deelname aan het gezag kan schriftelijk worden ingediend bij de districtsrechtbank, hetzij per post, hetzij persoonlijk tijdens zogeheten "kantoordagen" (Amtstage), die minimaal eens per week plaatsvinden, gewoonlijk op dinsdagochtenden. De partijen hoeven niet te worden vertegenwoordigd door een advocaat. Als zij echter wel vertegenwoordigd willen worden, mogen zij uitsluitend worden vertegenwoordigd door een advocaat ("relatieve vereiste voor wettelijke vertegenwoordiging" [relative Anwaltspflicht] op grond van artikel 101, lid 1, van de wet inzake voluntaire rechtspraak).

Het verzoekschrift moet een beschrijving van de zaak bevatten, evenals de namen, achternamen en adressen van de verzoeker en zijn/haar vertegenwoordiger en, zo nodig, de namen en adressen van de andere partijen die hem/haar bekend zijn, en in zaken die betrekking hebben op de burgerlijke staat, ook de geboortedatum en -plaats en de nationaliteit van de partijen (artikel 10, lid 3, van de wet inzake voluntaire rechtspraak).

Als de vorm of de inhoud van het verzoekschrift onjuist of onvolledig is op een zodanige wijze dat verdere procedurele stappen erdoor belemmerd worden, mag de rechtbank het niet onmiddellijk niet-ontvankelijk verklaren of verwerpen, maar moet zij de tekortkomingen eerst laten corrigeren (artikel 10, lid 4, van de wet inzake voluntaire rechtspraak).

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

In deze gevallen is de voluntaire rechtspraak van toepassing, overeenkomstig de wet inzake voluntaire rechtspraak.

In overeenstemming met het belang van het kind moet de rechtbank het gezag en het recht op persoonlijk contact toekennen of intrekken, met name met het oog op het onderhouden van betrouwbaar contact en het bieden van juridische duidelijkheid. Soms moet de rechtbank dit doen op voorlopige basis in het kader van een spoedprocedure. Dat kan met name noodzakelijk zijn na de ontbinding van het huwelijk of het gezamenlijk huishouden van de ouders (artikel 180, lid 1, punt 1, van het Oostenrijks Burgerlijk Wetboek). Deze beslissing is voorlopig bindend en uitvoerbaar, tenzij de rechtbank anders bepaalt.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Op grond van de artikelen 63 tot en met 73 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung – ZPO) wordt in civiele procedures op verzoek rechtsbijstand toegekend, als een partij niet in staat is de proceskosten te betalen zonder onder het noodzakelijke bestaansminimum te komen. Op grond van artikel 7, lid 1, van de wet inzake voluntaire rechtspraak moeten deze bepalingen dienovereenkomstig worden toegepast in procedures van voluntaire rechtspraak (bijvoorbeeld procedures in verband met kinderalimentatie).

Het noodzakelijke bestaansminimum, in abstracte zin, ligt tussen het statistisch gemiddelde inkomen van een werknemer en het bestaansminimum. De partij en zijn/haar gezin die recht hebben op alimentatie, worden geacht het risico te lopen onder dit noodzakelijke bestaansminimum te komen, als zij niet in staat zouden zijn zelfs maar een bescheiden leven te leiden, rekening houdend met eventuele bruikbare activa of de mogelijkheid spaargeld aan te spreken tijdens langere procedures. Ook kan gedeeltelijke rechtsbijstand worden toegekend.

Rechtsbijstand wordt alleen goedgekeurd als de beoogde rechtsvordering of het beoogde verweer niet overduidelijk triviaal of nutteloos lijkt. Rechtsbijstand kan aan zowel natuurlijke als rechtspersonen worden toegekend. De nationaliteit van de partij doet niet ter zake.

Rechtsbijstand omvat met name een voorlopige vrijstelling van het betalen van gerechtskosten en van vergoedingen of honoraria voor getuigen, deskundigen en tolken, evenals betaling van de reiskosten van de partij als hij/zij in persoon voor de rechtbank moet verschijnen. Als vertegenwoordiging door een advocaat wettelijk verplicht is (bijvoorbeeld in geschillen over bedragen van meer dan 5 000 EUR of in procedures voor regionale rechtbanken [Landesgerichte]) of als dit gezien de omstandigheden van de zaak noodzakelijk lijkt, krijgt de partij tijdelijk kosteloos een Oostenrijkse advocaat toegewezen. De advocaat geeft de partij voorafgaand aan de procedure juridisch advies met het oogmerk het geschil buiten de rechtbank om te schikken.

Artikel 71 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat partijen die rechtsbijstand ontvangen, de bedragen waarvan zij voorlopig waren vrijgesteld en die nog niet zijn terugbetaald, gedeeltelijk of geheel moeten terugbetalen. Bovendien moeten zij de aan hen toegewezen advocaat de vastgestelde tarieven betalen als en zodra zij daartoe in staat zijn zonder te riskeren dat zij onder het noodzakelijke bestaansminimum komen. Na drie jaar na afloop van de procedure kan de verplichting tot terugbetaling niet langer worden opgelegd. Om te controleren of aan de voorwaarden voor terugbetaling is voldaan, kan de rechtbank de partij verzoeken om binnen een gepaste termijn een nieuwe vermogensverklaring (Vermögensbekenntnis), vergezeld van redelijk bewijs, in te dienen.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Er kan beroep worden ingesteld tegen beslissingen van het gerecht van eerste aanleg over de ouderlijke verantwoordelijkheid (artikel 45 van de wet inzake voluntaire rechtspraak). De uiterste termijn voor het instellen van een beroep is 14 dagen vanaf de datum waarop de schriftelijke kopie van de beslissing is betekend (artikel 46, lid 1, van de wet inzake voluntaire rechtspraak). In de regel beslist het gerecht van tweede aanleg over het beroep.

Tegen een beslissing van het hof van beroep (Rekursgericht) kan in bepaalde gevallen beroep over een rechtsvraag worden ingesteld bij het hooggerechtshof (Oberster Gerichtshof), in het kader van een beroepsprocedure (cf. artikel 62 van de wet inzake voluntaire rechtspraak). Een dergelijk beroep is alleen toelaatbaar als het een juridische kwestie oplost die van aanzienlijk belang is voor het behoud van de rechtseenheid, rechtszekerheid of rechtsontwikkeling. Een beroep over kwesties die verband houden met rechtsbijstand, kosten en vergoedingen is echter niet ontvankelijk. De uiterste termijn voor het instellen van een beroep over een rechtsvraag is 14 dagen vanaf de datum waarop de beslissing van het hof van beroep is betekend (artikel 65, lid 1, van de wet inzake voluntaire rechtspraak). Het beroep moet worden getekend door een advocaat of notaris (artikel 65, lid 3, punt 5, van de wet inzake voluntaire rechtspraak).

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Op grond van artikel 110, lid 2, van de wet inzake voluntaire rechtspraak kunnen beslissingen niet worden uitgevoerd overeenkomstig de wet op de executieprocedure (Exekutionsordnung). Volgens artikel 79, lid 2, van de wet inzake voluntaire rechtspraak moet de rechtbank op verzoek of ambtshalve passende, bindende maatregelen gelasten. Voorbeelden van deze maatregelen zijn: boeten, een vrijheidsstraf van maximaal een jaar, verplichte aanwezigheid, controle van documenten, informatie en andere roerende goederen en de aanwijzing van gevolmachtigden die redelijke maatregelen moeten nemen op kosten en voor het risico van de persoon die in gebreke is gebleven. Beslissingen over persoonlijk contact moeten ook worden uitgevoerd tegen de wil van de ouder die niet in het gezamenlijk huishouden met het kind woont. De rechtbank kan beslissingen betreffende het gezag ook uitvoeren met gebruikmaking van gepaste rechtstreekse dwang.

Op grond van artikel 110, lid 3, van de wet inzake voluntaire rechtspraak kan de rechtbank ambtshalve uitsluitend afzien van de uitvoering indien en voor zolang als deze het welzijn van het kind in gevaar brengt. Daarnaast kan de rechtbank, bij de uitvoering van beslissingen over het gezag die de rechtbank heeft gegeven of goedgekeurd, verzoeken om bijstand van diensten voor jongeren en jeugdzorg of van de familierechtbank, vooral met betrekking tot de tijdelijke zorg voor het kind als dit nodig is om zijn/haar welzijn te waarborgen. Uitsluitend gerechtelijke organen mogen echter rechtstreekse dwang gebruiken om de uitvoering van rechterlijke beslissingen af te dwingen. Zij kunnen daarbij de politie om bijstand verzoeken.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Op grond van artikel 21 van de Brussel II bis-verordening worden beslissingen die in een andere lidstaat zijn gegeven, erkend zonder dat daartoe enigerlei procedure vereist is.

Voor de uitvoering van beslissingen inzake het gezag is een procedure voor de bekrachtiging van een beslissing van een buitenlandse rechtbank (exequatur-procedure) vereist (artikel 28 e.v. van de Brussel II bis-verordening); de specifieke invulling van de procedure wordt overgelaten aan de lidstaten op grond van artikel 30 van de verordening. In Oostenrijk zijn hierop de artikelen 112 tot en met 116 van de wet inzake voluntaire rechtspraak van toepassing.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Verzoeken om een beslissing houdende niet-erkenning van een beslissing over het gezag die in een andere lidstaat is gegeven (artikel 21, lid 3, van de Brussel II bis-verordening), vallen – net als de exequatur-procedure – onder de bevoegdheid van de districtsrechtbank in het district waar het kind zijn/haar gewone verblijfplaats heeft, of, bij afwezigheid daarvan, zijn/haar verblijfplaats in Oostenrijk. Als het kind geen verblijfplaats in Oostenrijk heeft, is de bevoegde rechtbank de rechtbank in het district waarin de wettelijke vertegenwoordiger zijn/haar gewone verblijfplaats heeft, of, wanneer hij/zij geen verblijfplaats in Oostenrijk heeft, en zolang het een kind betreft, de rechtbank van het district waarin een van de ouders zijn/haar gewone verblijfplaats heeft. In andere gevallen is de districtsrechtbank van de binnenstad van Wenen de bevoegde rechtbank (artikel 109 bis van de wet inzake de bevoegdheid van rechtbanken in samenhang met artikel 109 van deze wet).

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Oostenrijkse rechtbanken die bevoegd worden geacht op grond van de Brussel II bis-verordening of het Haags Verdrag van 1996 inzake de bescherming van kinderen, passen in de eerste plaats het Oostenrijkse recht toe.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 19/07/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Roemenië

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

In het Roemeens burgerlijk wetboek (Codul Civil) wordt de term "ouderlijk gezag" gebruikt. Het ouderlijk gezag omvat alle rechten en plichten met betrekking tot het kind en zijn of haar vermogen. Die rechten en plichten gelden voor beide ouders in gelijke mate en worden uitgeoefend met het oog op de belangen van het kind. Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend totdat het kind volledig handelingsbekwaam is.

Ouders hebben met betrekking tot hun kind onder meer de volgende rechten en plichten (zoals vastgesteld in de artikelen 487 tot en met 499 van het burgerlijk wetboek (BW) en wet nr. 272/2004 (Legea nr. 272/2004) inzake de bescherming en bevordering van kinderrechten):

  • ontwikkelen en behouden van de identiteit van het kind. Het kind moet onmiddellijk na de geboorte worden geregistreerd en heeft recht op een naam en het staatsburgerschap. De ouders geven het kind een voor- en achternaam;
  • opvoeden van het kind. De ouders hebben het recht en de plicht het kind op te voeden, te zorgen voor de gezondheid en de lichamelijke, geestelijke en intellectuele ontwikkeling van het kind en voor zijn of haar opleiding en scholing, conform hun eigen overtuigingen en rekening houdend met het karakter en de behoeften van het kind;
  • houden van toezicht op het kind;
  • voorzien in het levensonderhoud van het kind. De ouders zijn hoofdelijk verplicht om te voorzien in het levensonderhoud van een minderjarig kind. De ouders hebben ook een onderhoudsplicht jegens meerderjarige studerende kinderen jonger dan 26 jaar;
  • opleggen van tuchtmaatregelen jegens het kind. Bepaalde tuchtmaatregelen zijn echter verboden, zoals lijfstraffen die het kind lichamelijke, geestelijke of emotionele schade toebrengen;
  • instellen van een vordering tot terugkeer van het kind jegens iedereen die het kind onrechtmatig vasthoudt;
  • hereniging met het kind. Dit recht is gerelateerd aan het recht van het kind om niet van de ouders te worden gescheiden, anders dan om uitzonderlijke redenen en voor beperkte duur (bijv. plaatsing in een pleeggezin);
  • omgang met het kind. Manieren voor het hebben van omgang met het kind zijn: het kind thuis of op school bezoeken of een vakantieperiode bij elk van de ouders laten doorbrengen;
  • bepalen van de woonplaats van het kind. Een minderjarig kind woont in de regel bij zijn of haar ouders. Wanneer de ouders niet samenwonen, beslissen ze in onderling overleg bij wie het kind moet wonen. Bij onenigheid tussen de ouders, beslist de voogdijrechtbank (Instanţa de tutelă);
  • verlenen van toestemming voor de verloving of het huwelijk van het kind wanneer het kind minderjarig is maar ouder dan zestien jaar; verlenen van toestemming voor de adoptie van het kind;
  • instellen van beroep tegen maatregelen van de bevoegde instanties met betrekking tot het kind en indienen van verzoeken en vorderingen namens henzelf en namens het kind.

Ouders hebben met betrekking tot het vermogen van hun kind onder meer de volgende rechten en plichten (zoals vastgesteld in de artikelen 500, 501 en 502 BW):

  • beheer van het vermogen van het kind. Een ouder heeft geen rechten met betrekking tot het vermogen van het kind en het kind heeft geen rechten met betrekking tot het vermogen van een ouder, anders dan het recht om te erven en het recht om het vermogen in stand te houden. De ouders hebben het recht en de plicht om het vermogen van een minderjarig kind te beheren en bij het opstellen van civielrechtelijke documenten als vertegenwoordiger op te treden. Vanaf de leeftijd van 14 jaar is het kind zelfstandig in de uitoefening van zijn of haar rechten en uitvoering van zijn of haar plichten. Het behoeft daarvoor echter de toestemming van de ouders of de voogdijrechtbank;
  • vertegenwoordiging van een minderjarig kind bij het opstellen van civielrechtelijke documenten, of het geven van toestemming met betrekking tot die documenten. Tot de leeftijd van 14 jaar is het kind niet handelingsbekwaam en wordt het bij het opstellen van civielrechtelijke documenten vertegenwoordigd door de ouders. Tussen 14 en 18 jaar is het kind beperkt handelingsbekwaam. Het kind is zelfstandig in de uitoefening van zijn of haar rechten en uitvoering van zijn of haar plichten, maar het behoeft daarvoor de voorafgaande toestemming van de ouders.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De ouderlijke rechten en plichten gelden voor beide ouders in gelijke mate (artikel 503, lid 1, BW) wanneer ze gehuwd zijn of hun huwelijk door echtscheiding is ontbonden (artikel 397 BW), wanneer filiatie met een buitenechtelijk geboren kind is vastgesteld en wanneer de ouders feitelijk samenwonen (artikel 505, lid 1, BW).

Het ouderlijk gezag wordt door de ouders niet in gelijke mate uitgeoefend wanneer het huwelijk van de ouders door echtscheiding is ontbonden en de rechter van oordeel is dat het in het belang van het kind is als maar één ouder het ouderlijk gezag uitoefent (artikel 398 BW), wanneer het huwelijk anders dan door echtscheiding is ontbonden (artikel 305, lid 2, BW) en wanneer het kind buitenechtelijk is geboren en de ouders niet feitelijk samenwonen (artikel 505, lid 2, BW).

Het ouderlijk gezag wordt door één ouder uitgeoefend wanneer de andere is overleden, uit het gezag is ontzet, onder curatele is gesteld enz. (artikel 507 BW).

Het ouderlijk gezag wordt door de ouders gedeeltelijk uitgeoefend wanneer een andere persoon dan de ouders of een instelling de rechten en plichten betreffende het kind heeft (artikel 399 BW).

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

De ouder van een minderjarige die de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, heeft alleen rechten en plichten betreffende de persoon van het kind. De rechten en plichten betreffende zijn of haar vermogen worden uitgeoefend door de voogd van het kind of een andere persoon.

Een minderjarige wordt onder voogdij geplaatst wanneer beide ouders zijn overleden of niet bekend zijn, uit het ouderlijk gezag zijn ontzet of zijn aangeklaagd voor een misdrijf waarvoor ze bij veroordeling uit het ouderlijk gezag kunnen worden ontzet, onder curatele zijn gesteld, vermist zijn of overleden zijn verklaard, of, ingeval het kind geadopteerd is, wanneer het in het belang van het kind is om de adoptie te beëindigen en het kind onder voogdij te plaatsen.

Een kind wordt onder voogdij geplaatst wanneer beide ouders uit het gezag zijn ontzet.

In uitzonderlijke gevallen kan de voogdijrechtbank bepalen dat het kind bij een verwant of een andere persoon of een ander gezin wordt geplaatst (met de toestemming van de betrokken personen), of in een instelling.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

In beginsel wordt het ouderlijk gezag na de scheiding door de ouders gezamenlijk uitgeoefend. Als er goede gronden voor zijn en het in belang van het kind is, kan het ouderlijk gezag na de scheiding ook door één ouder worden uitgeoefend. De andere ouder behoudt het recht om toe te zien op de opvoeding en opleiding van het kind en om al dan niet toe te stemmen in adoptie.

In uitzonderlijke gevallen kan de voogdijrechtbank bepalen dat het kind bij een verwant of een andere persoon of een ander gezin wordt geplaatst (met de toestemming van de betrokken personen), of in een instelling. Deze personen/instellingen oefenen dan het gezag over het kind uit (artikel 399 BW).

Wanneer een kind buitenechtelijk is geboren en de filiatie tussen het kind en de beide ouders vaststaat, oefenen de ouders gezamenlijk en in gelijke mate het ouderlijk gezag uit wanneer ze feitelijk samenwonen. Wanneer de ouders niet feitelijk samenwonen, oefent slechts één van hen het gezag uit.

Zelfs wanneer er minderjarige (buitenechtelijke) kinderen of adoptiekinderen zijn, kan echtscheiding met wederzijds goedvinden bij notariële akte plaatsvinden als de echtgenoten het eens zijn over alle aspecten met betrekking tot de achternaam die de kinderen na de scheiding zullen dragen, de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, de woonplaats van de kinderen, de manier waarop de persoonlijk band van de kinderen met elk van de gescheiden ouders wordt gehandhaafd, alsook over de bijdrage van elke ouder aan het levensonderhoud en de opleiding van de kinderen. Indien uit het rapport van het sociaal onderzoek naar voren komt dat de overeenkomst van de echtgenoten over de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag of over de woonplaats van de kinderen niet in het belang van de kinderen is, zal de notaris het echtscheidingsverzoek niet in behandeling nemen en de echtgenoten naar de rechter verwijzen.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

De ouders kunnen een overeenkomst sluiten over de uitoefening van het ouderlijk gezag, of over maatregelen ter bescherming van het kind met toestemming van de voogdijrechtbank, als dat in het belang van het kind is (artikel 506 BW).

De ouders kunnen op elk moment tijdens de procedure, ook zonder door de rechter te zijn opgeroepen, ter zitting verzoeken om een beslissing houdende goedkeuring van hun overeenkomst. De beslissing van de rechter is niet vatbaar voor beroep en is uitvoerbaar.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Voordat de partijen naar de rechter stappen, kunnen ze hun geschil via mediation beslechten. Tijdens het proces moeten de gerechtelijke instanties de partijen informeren over de mogelijkheid en voordelen van mediation. Wanneer de mediation niet tot een overeenkomst leidt, worden de geschilpunten door de rechter beslecht.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Zie het antwoord op vraag 1.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Wanneer de rechter bepaalt dat het ouderlijk gezag maar door één ouder zal worden uitgeoefend, beslist die ouder zelfstandig over alle aangelegenheden betreffende het kind. De andere ouder behoudt het recht om toe te zien op de opvoeding en opleiding van het kind en om al dan niet toe te stemmen in adoptie.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

De ouders oefenen het ouderlijk gezag gezamenlijk en in gelijke mate uit. Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder die zelfstandig een alledaagse rechtshandeling verricht in de uitoefening van het ouderlijk gezag, geacht de instemming van de andere ouder te hebben.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Verzoeken tot bescherming van natuurlijke personen die onder toezicht staan van de familie- en voogdijrechter (de districtsrechtbank of de gespecialiseerde rechtbank voor minderjarigen en gezinnen) worden behandeld door de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van de te beschermen persoon (artikel 94 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Codul de Procedură Civilă)).

Voor verzoeken tot vaststelling van filiatie is de rechtbank van de woonplaats van de eiser bevoegd, en voor vorderingen betreffende onderhoudsverplichtingen (waaronder begrepen kindertoelagen), de rechtbank van de woonplaats van de eiser-alimentatiegerechtigde.

Bij het verzoek moeten de volgende stukken worden gevoegd: afschrift van de geboorteakte van het minderjarig kind, afschrift van het identiteitsbewijs, afschrift van het echtscheidingsvonnis, de mediationovereenkomst, voor zover van toepassing, en andere stukken die de rechter nodig heeft om te kunnen beslissen in de zaak. Het verzoek is vrijgesteld van zegelrecht.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

De rechter kan gedurende de hele echtscheidingsprocedure bij beschikking in kort geding voorlopige voorzieningen treffen met betrekking tot de woonplaats van minderjarige kinderen, onderhoudsverplichtingen, kindertoelagen en het gebruik van de echtelijke woning (artikel 919 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

De rechtsgrond voor gefinancierde rechtsbijstand is noodbeschikking nr. 51/2008 (Ordonanța de Urgență nr. 51/2008) betreffende gefinancierde rechtsbijstand in civiele zaken, die is gewijzigd en goedgekeurd bij wet nr. 193/2008 (Legea nr. 193/2008), zoals gewijzigd.

Gefinancierde rechtsbijstand kan worden verleend in de vorm van toevoeging van een advocaat, betaling van de kosten van een deskundige of tolk-vertaler, betaling van deurwaarderskosten, vrijstelling, vermindering of uitstel van betaling van griffierechten, of een combinatie hiervan.

Personen die volledig in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand, zijn personen die deel uitmaken van een gezin waarvan het gemiddelde netto-maandinkomen per gezinslid in de laatste twee maanden voorafgaande aan de indiening van het verzoek minder dan 300 RON was. Wanneer het gemiddelde maandinkomen per gezinslid minder dan 600 RON is, worden de kosten van rechtsbijstand voor de helft vergoed. Aanvragers die niet aan deze voorwaarden voldoen, komen desalniettemin in aanmerking voor gefinancierde rechtsbijstand wanneer ze aantonen dat ze niet kunnen voldoen aan de gerechtelijke kosten wegens een verschil in levensstandaard tussen de staat waar ze hun woonplaats of gewone verblijfplaats hebben en de forumstaat.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Uitspraken in zaken betreffende de uitoefening van het ouderlijk gezag (gewezen in een hoofdprocedure of in een secundaire procedure die naast een echtscheidingsprocedure is ingesteld) zijn alleen vatbaar voor beroep, binnen dertig dagen na wijzing van de uitspraak, of rechterlijke toetsing, wanneer het een uitspraak houdende goedkeuring van een ouderschapsovereenkomst betreft.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Wanneer de schuldenaar zijn of haar verplichtingen niet vrijwillig nakomt, moet de schuldeiser de deurwaarder hiervan in kennis stellen. De deurwaarder dient vervolgens bij de rechtbank van tenuitvoerlegging een verzoek om tenuitvoerlegging in. De rechtbank doet hierop uitspraak in een besloten zitting, zonder de partijen te horen.

Wanneer het verzoek wordt toegewezen, betekent de deurwaarder een bevel en een dagvaarding aan de ouder of de persoon bij wie het minderjarig kind is geplaatst, waarbij die ouder/persoon wordt meegedeeld op welke datum hij of zij samen met het kind moet verschijnen om het kind aan de (andere) ouder over te dragen, of waarbij de verschuldigde ouder/persoon wordt gelast om de (andere) ouder in staat te stellen zijn of haar recht op omgang met het kind uit te oefenen.

Wanneer de schuldenaar in verzuim blijft, gaat de deurwaarder over tot gedwongen tenuitvoerlegging. Dat gebeurt in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het directoraat-generaal voor sociale ondersteuning en kinderbescherming en, voor zover nodig, een psychiater en politieambtenaren. De minderjarige mag door niemand worden geïntimideerd of onder druk worden gezet om mee te werken aan de tenuitvoerlegging.

Indien de schuldenaar zijn of haar verplichtingen niet nakomt, blijft de door de rechter opgelegde dwangsom op hem of haar rusten en verzoekt de deurwaarder de openbare aanklager om vervolging in te stellen.

Indien de minderjarige weigert, doet de executeur de vertegenwoordiger van het directoraat-generaal voor sociale ondersteuning en kinderbescherming het officiële verslag toekomen en gelast de bevoegde rechter de minderjarige om een counsellingprogramma te volgen, dat wordt afgerond met het verslag van een psychiater. Indien de minderjarige na hervatting van de gedwongen tenuitvoerlegging nog steeds weigert, kan de schuldeiser de rechter verzoeken een dwangsom op te leggen.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Op de erkenning van een in het buitenland gegeven beslissing betreffende het ouderlijk gezag is Verordening (EG) nr. 2201/2003 van toepassing. Het verzoekschrift moet worden ingediend bij de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van de verweerder in Roemenië. Een beslissing houdende erkenning van een in het buitenland gegeven beslissing is vatbaar voor hoger beroep bij het relatief bevoegde hof van beroep (Curtea de Apel) of voor toetsing door het hof van cassatie (Înalta Curte de Casație și Justiție).

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Om zich te verzetten tegen de erkenning van een in het buitenland gegeven beslissing betreffende het ouderlijk gezag moet de belanghebbende zich richten tot de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van de verweerder in Roemenië.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Ingevolge artikel 2611 BW wordt het toepasselijke recht voor zaken betreffende het ouderlijk gezag en kinderbescherming bepaald op grond van het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, dat is geratificeerd bij wet nr. 361/2007.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 31/10/2016

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Slowakije

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Slowaaks) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Volgens de Slowaakse Familiewet (Wet nr. 36/2005 betreffende de familie en betreffende veranderingen en wijzigingen van bepaalde wetten) en de Slowaakse jurisprudentie bestaat ouderlijke verantwoordelijkheid (d.w.z. ouderlijke rechten en plichten – voogdij) met name uit de persoonlijke zorg voor het kind, het levensonderhoud van het kind, de vertegenwoordiging van het kind en het beheer van het vermogen van het kind.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Beide ouders delen de ouderlijke rechten en plichten jegens een kind, ongeacht of het kind binnen of buiten het huwelijk is geboren en ongeacht of de ouders al dan niet samenwonen (gehuwd, gescheiden van tafel en bed, gescheiden).

Zoals bepaald in artikel 38, lid 4, van de Familiewet, kan de rechtbank een ouder in ernstige gevallen uit de ouderlijke rechten en plichten ontzetten (of deze beperken).

Een rechtbank kan de ouderlijke rechten en plichten van een minderjarige ouder van ouder dan 16 jaar in verband met de zorg voor een minderjarig kind erkennen, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 29 van de Familiewet.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Ja. Indien beide ouders handelingsonbekwaam zijn, uit de ouderlijke rechten en plichten zijn ontzet of zijn overleden, moet de rechtbank een voogd benoemen die persoonlijk voor het kind zorgt, het kind vertegenwoordigt en het vermogen van het kind beheert.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

De rechtbank moet een beslissing nemen over de toewijzing en uitoefening van de ouderlijke rechten en plichten (ook als beide ouders de ouderlijke rechten en plichten gezamenlijk blijven uitoefenen), of kan een tussen de ouders gesloten overeenkomst goedkeuren.

Volgens artikel 36, lid 1, van de Familiewet kunnen "[d]e ouders van een minderjarig kind die gescheiden van tafel en bed leven (...) te allen tijde een overeenkomst sluiten over de uitoefening van hun ouderlijke rechten en plichten". Als de ouders er niet in slagen een overeenkomst te sluiten, kan de rechtbank bepalen hoe hun rechten en plichten moeten worden uitgeoefend, ook als er daartoe geen verzoek is ingediend; in het bijzonder moet de rechtbank beslissen welke ouder de voogdij (osobná starostlivosť – persoonlijke zorg) over een minderjarig kind krijgt. De bepalingen van de artikelen 24, 25 en 26 zijn mutatis mutandis van toepassing.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Een overeenkomst tussen de ouders over hun rechten en plichten moet door de rechtbank worden goedgekeurd.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Buitengerechtelijke beslechting van geschillen is mogelijk door bemiddeling op grond van Wet nr. 420/2004 betreffende bemiddeling. Deze wet is ook van toepassing op geschillen die voortvloeien uit betrekkingen die onder het familierecht vallen. Bemiddeling is een buitengerechtelijke procedure waarbij de betrokken partijen gebruikmaken van de diensten van een bemiddelaar om een uit een contractuele of andere rechtsbetrekking voortvloeiend geschil te beslechten. Elke door middel van bemiddeling bereikte overeenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd en is bindend voor alle partijen bij de procedure.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter kan in beginsel elke beslissing nemen, met uitzondering van de toewijzing van de voogdij (persoonlijke zorg) aan één van de ouders. Alleen wanneer een ouder uit de ouderlijke rechten en plichten is ontzet, kan één enkele ouder het ouderlijk gezag (de voogdij) hebben. In de praktijk beslist de rechter echter wie van beide ouders de persoonlijke zorg voor het kind op zich zal nemen, het kind zal vertegenwoordigen en het vermogen van het kind zal beheren. Ook zal de rechtbank beslissen hoe de ouder die niet de voogdij over het kind heeft gekregen moet bijdragen aan het levensonderhoud van het kind, of zijn goedkeuring hechten aan een door de ouders gesloten overeenkomst over de betaling van alimentatie.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Strikt genomen kent het Slowaakse familierecht het begrip "ouderlijke verantwoordelijkheid" niet. In het Slowaakse familierecht wordt het begrip "ouderlijke rechten en plichten" gebruikt, die altijd door beide ouders worden gedeeld (het is dus niet mogelijk dat slechts één ouder met het ouderlijk gezag wordt belast, tenzij de andere ouder overleden is, handelingsonbekwaam is of uit de ouderlijke rechten en plichten is ontzet). Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen deze gevallen en het aan iemands "persoonlijke zorg" toevertrouwen van een kind. Als de persoonlijke zorg voor het kind aan één van de ouders is toegewezen, kan deze ouder alle beslissingen in verband met het dagelijkse leven van het kind nemen, zonder toestemming van de andere ouder; voor alle overige beslissingen met betrekking tot de uitoefening van de ouderlijke rechten en plichten (beheer van het vermogen van het kind, verhuizing naar het buitenland, burgerschap, de verlening van bepaalde gezondheidszorg, voorbereiding op een toekomstige loopbaan enz.) moet echter wel de toestemming van de andere ouder worden verkregen. Indien de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen over een bepaalde kwestie, beslist de rechtbank op verzoek van een van de ouders.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

De rechtbank kan de persoonlijke zorg bij toerbeurt aan beide ouders toekennen (d.w.z. gezamenlijke voogdij) indien zij beiden geschikt zijn om het kind op te voeden en bereid zijn de persoonlijk zorg voor het kind op zich te nemen en indien deze regeling in het belang van het kind is en beter tegemoetkomt aan zijn of haar behoeften. Als ten minste één van de ouders instemt met gedeelde persoonlijke zorg voor het kind, is de rechtbank verplicht om vast te stellen of gedeelde zorg in het belang van het kind is.

Zie alle voorgaande antwoorden, en met name het antwoord op vraag 8.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De districtsrechtbank van de gewone verblijfplaats van het kind is de bevoegde rechtbank voor verzoeken om de toewijzing van ouderlijke rechten en plichten. Daarbij hoeven geen formaliteiten in acht te worden genomen, en er hoeven ook geen documenten bij het verzoek te worden gevoegd, aangezien het om een procedure gaat die door de rechtbank ambtshalve kan worden ingeleid. Welke documenten er moeten worden ingediend hangt af van de inhoud van een verzoek; doorgaans moet de geboorteakte van het kind worden bijgevoegd.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Een vereenvoudigde en minder formele procedure is van toepassing. In het kader van een spoedprocedure kan een voorlopig bevel worden uitgevaardigd.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Alle procedures inzake de regeling van ouderlijke rechten en plichten zijn kosteloos. De Slowaakse rechtsbijstandsregeling voorziet momenteel alleen in de vrijstelling van gerechtskosten en in de toewijzing van een pro-Deovertegenwoordiger. Weinig personen kiezen ervoor om te worden vertegenwoordigd door een advocaat, gezien het niet-contentieuze karakter van procedures inzake de regeling van ouderlijke rechten en plichten. Als iemand echter aan de wettelijke voorwaarden voor persoonlijke vrijstelling van gerechtskosten voldoet, kan de rechtbank, geheel naar eigen inzicht, deze persoon een pro-Deovertegenwoordiger (en derhalve ook een advocaat) toewijzen indien hij van oordeel is dat vertegenwoordiging noodzakelijk is voor de bescherming van de belangen van de betrokken partij.

De rechtbank verwijst alle partijen die om de toewijzing van een advocaat verzoeken en aan de voorwaarden voor vrijstelling van gerechtskosten voldoen, door naar het Rechtsbijstandscentrum. De rechtbank informeert partijen over deze optie. De rechtbank kan een partij volledige of gedeeltelijke vrijstelling van gerechtskosten verlenen indien dit wordt gerechtvaardigd door de omstandigheden van deze partij en indien dit geen willekeurige of kennelijk tot mislukken gedoemde maatregel of een belemmering van de rechtsgang inhoudt. Tenzij de rechtbank anders beslist, is de vrijstelling van toepassing op de gehele procedure en heeft de vrijstelling terugwerkende kracht. Gerechtskosten die voorafgaand aan de beslissing over de toekenning van een vrijstelling reeds zijn betaald, worden echter niet vergoed.

Het Rechtsbijstandscentrum verleent rechtsbijstand (en bijgevolg bescherming) aan natuurlijke personen die als gevolg van hun financiële situatie geen gebruik van juridische diensten kunnen maken om hun rechten uit te oefenen en te beschermen. De hoogte van de rechtsbijstand is geregeld in Wet nr. 327/2005 betreffende de verlening van rechtsbijstand aan personen in moeilijke financiële omstandigheden.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja, tegen een beslissing over ouderlijke rechten en plichten kan beroep worden ingesteld.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Een verzoek om tenuitvoerlegging van een beslissing moet worden ingediend bij de rechtbank van de plaats waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. De procedure die van toepassing is op de tenuitvoerlegging van dergelijke beslissingen wordt beschreven in Wet nr. 99/1963 – Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

In beginsel is de gewone tenuitvoerleggingsprocedure (gerechtelijke tenuitvoerlegging) van toepassing, met uitzondering van de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake persoonlijke zorg (als een kind moet terugkeren naar de ouder die volgens de beslissing het recht op de persoonlijke zorg voor het kind heeft). In dergelijke zaken geldt een striktere procedure (financiële sancties en mogelijke bijstand door de politie en/of andere bevoegde handhavingsautoriteiten).

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Door een rechtbank van een andere lidstaat gegeven beslissingen inzake ouderlijke rechten en plichten worden in Slowakije erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat daarvoor een bijzondere procedure aanhangig hoeft te worden gemaakt, conform Verordening (EG) nr. 2201/2003 van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (artikel 21, lid 1), d.w.z. zonder dat de beslissing uitvoerbaar hoeft te worden verklaard.

Een belanghebbende partij kan echter verzoeken dat een in een andere lidstaat gegeven beslissing over ouderlijke rechten en plichten uitvoerbaar wordt verklaard, in welk geval de procedure van hoofdstuk III, afdeling 2, van de verordening van toepassing is.

Verzoeken moeten worden ingediend bij de districtsrechtbank van de plaats waar het kind woont of, indien het kind geen vaste woonplaats heeft, van de plaats waar het kind op dat moment verblijft; als deze rechtbank niet kan worden vastgesteld, is de bevoegde rechtbank districtsrechtbank I van Bratislava.

Het verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing of een uitvoerbaarheidsverklaring moet vergezeld gaan van een kopie van de beslissing over de ouderlijke rechten en plichten die voldoet aan de vereisten inzake bewijs van echtheid, en van een document houdende waarmerking van de beslissing dat op verzoek van de belanghebbende persoon wordt afgegeven door de betrokken rechtbank, d.w.z. de rechtbank die de beslissing over de ouderlijke rechten en plichten heeft gegeven.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Beroepen moeten worden ingesteld bij de districtsrechtbank die de oorspronkelijke beslissing heeft gegeven, maar het is de regionale rechtbank die over het beroep beslist. Beroepen tegen de erkenning van beslissingen over ouderlijke rechten en plichten worden verwerkt en in behandeling genomen in overeenstemming met het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

De Slowaakse rechtbanken zullen alleen beslissingen over ouderlijke rechten en plichten nemen als het kind gewoonlijk in de Slowaakse Republiek verblijft. Als het kind niet in de Slowaakse Republiek woont, maar daar wel zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, of als de ouders niet in de Slowaakse Republiek wonen of burgers van verschillende landen zijn, wordt Slowaaks recht toegepast conform het Verdrag van Den Haag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (ref. nr. 344/2002) (hoofdstuk III van het verdrag).

Wet nr. 97/1963 inzake internationaal privaat- en procesrecht bepaalt dat betrekkingen tussen ouders en kinderen, waaronder de aanvang of de uitdoving van ouderlijke rechten en plichten, vallen onder het recht van het land waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. In uitzonderlijke gevallen kan de rechtbank rekening houden met de wetgeving van een ander land, indien er een nauwe band bestaat met de kwestie en dit noodzakelijk is om het kind of het vermogen van het kind te beschermen. Ouderlijke rechten en plichten die zijn ontstaan in het land waar het kind oorspronkelijk zijn of haar gewone verblijfplaats had, blijven geldig wanneer de gewone verblijfplaats van het kind wijzigt. Als een van de ouders geen van de ouderlijke rechten en plichten had die in het Slowaakse recht worden erkend, nemen deze rechten en plichten een aanvang wanneer het kind zijn of haar gewone verblijfplaats in de Slowaakse Republiek krijgt. De uitoefening van de ouderlijke rechten en plichten valt onder de wetgeving van het land waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft.

De bepalingen van de Wet inzake internationaal privaat- en procesrecht zijn alleen van toepassing indien er met het betrokken landen geen internationale overeenkomst is gesloten of indien een bestaande internationale overeenkomst geen criteria bevat voor de vaststelling van het toe te passen recht.

Behalve door het Verdrag van Den Haag van 1996 is de Slowaakse Republiek gebonden door een aantal bilaterale overeenkomsten met bepalingen over het toepasselijke recht, welke bepalingen in procedures over ouderlijke rechten en plichten voorrang hebben boven de bepalingen van de Wet inzake internationaal privaat- en procesrecht. De overeenkomsten in kwesties zijn de volgende:

Bulgarije: Overeenkomst tussen de Tjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Volksrepubliek Bulgarije inzake rechtsbijstand en de regeling van rechtsbetrekkingen in civielrechtelijke, familierechtelijke en strafrechtelijke aangelegenheden (Sofia, 25 november 1976, Wetsdecreet nr. 3/1978);

Kroatië, Slovenië: Overeenkomst tussen de Tjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië inzake de regeling van rechtsbetrekkingen in civielrechtelijke, familierechtelijke en strafrechtelijke aangelegenheden (Belgrado, 20 januari 1964, Wetsdecreet nr. 207/1964);

Hongarije: Overeenkomst tussen de Tjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Volksrepubliek Hongarije inzake rechtsbijstand en de regeling van rechtsbetrekkingen in civielrechtelijke, familierechtelijke en strafrechtelijke aangelegenheden (Bratislava, 28 maart 1989, ref. nr. 63/1990);

Polen: Overeenkomst tussen de Tjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Volksrepubliek Polen inzake rechtsbijstand en de regeling van rechtsbetrekkingen in civielrechtelijke, familierechtelijke, arbeidsrechtelijke en strafrechtelijke aangelegenheden (Warschau, 21 december 1987, Wetsdecreet nr. 42/1989);

Roemenië: Overeenkomst tussen de Tjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Volksrepubliek Roemenië inzake rechtsbijstand en de regeling van rechtsbetrekkingen in civielrechtelijke, familierechtelijke en strafrechtelijke aangelegenheden (Praag, 25 oktober 1958, Wetsdecreet nr. 31/1959).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 14/01/2019

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Zweden

INHOUDSOPGAVE


1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

"Ouderlijke verantwoordelijkheid" bestrijkt onder andere rechten en plichten in verband met de zorg voor de fysieke persoon en de bezittingen van het kind en omvat zaken die verband houden met het gezag over het kind, de verblijfplaats van het kind, het contact met het kind en de voogdij.

"Gezag" verwijst naar de wettelijke verantwoordelijkheid voor de fysieke persoon van het kind. De persoon die het gezag heeft, heeft het recht en de plicht beslissingen te nemen over persoonlijke zaken in verband met het kind, zoals waar het kind zal wonen en naar welke school hij/zij zal gaan. De persoon die het gezag heeft, heeft de verantwoordelijkheid te zorgen dat wordt voldaan aan de behoeften van het kind aan zorg, veiligheid en een goede opvoeding. De persoon die het gezag over het kind heeft, is ook verantwoordelijk voor het noodzakelijke toezicht op het kind, met oog voor zijn/haar leeftijd, ontwikkeling en andere omstandigheden, en moet controleren of het kind voldoende steun en onderwijs krijgt. Naarmate het kind ouder wordt en zich ontwikkelt, moet de persoon die het gezag over het kind heeft, in toenemende mate rekening houden met de eigen opvattingen en wensen van het kind.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Gewoonlijk zijn dat de ouders van het kind of een van hen. Als de ouders van het kind met elkaar getrouwd zijn, wanneer het kind wordt geboren, hebben de ouders automatisch het gezamenlijk ouderlijk gezag over het kind. Als de ouders pas later trouwen, krijgen zij automatisch door hun huwelijk het gezamenlijk ouderlijk gezag. Als de ouders van het kind niet met elkaar getrouwd zijn, wanneer het kind wordt geboren, heeft de moeder het ouderlijk gezag over het kind. De ouders kunnen echter door middel van registratie eenvoudig het gezamenlijk ouderlijk gezag krijgen. De vader kan zich ook tot de rechter wenden om gezamenlijk ouderlijk gezag of exclusief ouderlijk gezag over het kind te krijgen.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

In bepaalde gevallen kan het gezag over een kind worden overgedragen van de ouders van het kind, of van een van hen, naar een speciaal benoemde voogd. Een dergelijke overdracht kan relevant worden als een ouder zich schuldig maakt aan misbruik of verwaarlozing of anderszins op een zodanige wijze tekortschiet in zijn/haar zorg voor het kind dat dit een permanent risico vormt voor de gezondheid of ontwikkeling van het kind. Overdracht van het gezag kan ook van toepassing zijn als een of beide ouders blijvend verhinderd zijn om het gezag over het kind uit te oefenen.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als de ouders gaan scheiden, blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag bestaan zonder dat de rechtbank daarover in het kader van de echtscheiding een beslissing hoeft te nemen. Als een van de ouders een wijziging van het gezag wil, moet hij of zij een verzoek om beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag indienen.

Als een van de ouders een wijziging van het gezag wil, kan deze kwestie voor de rechtbank geregeld worden. Als de ouders het eens zijn over een wijziging, kunnen zij de zaak in een overeenkomst regelen zonder dat daar een rechtbank aan te pas komt. Deze overeenkomst is pas geldig, als hij is goedgekeurd door de sociale commissie (socialnämnd). Hetzelfde geldt voor zaken die betrekking hebben op de vraag bij wie van de ouders het kind moet wonen, en op de vraag hoe de omgang met de andere ouder moet worden geregeld.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Het moet een schriftelijke overeenkomst zijn die door beide ouders is ondertekend. Bovendien moet zij worden goedgekeurd door de sociale commissie van de gemeente waar het kind is geregistreerd.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

De gemeente is verplicht om de ouders via de sociale commissie professionele mediation aan te bieden met als doel dat zij overeenstemming bereiken over zaken die verband houden met het gezag, de verblijfplaats en de omgangsregeling. De mediation is vrijwillig. Beide ouders moeten dus gezamenlijk om mediation verzoeken. Als de ouders tot overeenstemming kunnen komen over zaken die verband houden met het gezag, de verblijfplaats en de omgangsregeling, kunnen zij een overeenkomst ondertekenen die, als deze eenmaal is goedgekeurd door de sociale commissie, dezelfde rechtskracht zal hebben als een rechterlijke beslissing.

Als de ouders zich tot de rechtbank wenden, kan deze hen voor mediation naar de sociale commissie doorverwijzen, als niet eerder mediation heeft plaatsgevonden en de rechtbank van mening is dat de voorwaarden aanwezig zijn om overeenstemming over oplossingen te bereiken. Als de ouders hebben deelgenomen aan mediation maar geen overeenstemming hebben bereikt, kan de rechtbank in plaats daarvan iemand aanwijzen om tussen de ouders te bemiddelen. De rechtbank heeft de algemene plicht ernaar streven dat de partijen in zaken betreffende het gezag, het verblijf en de omgangsregeling tot een vergelijk komen.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechtbank kan beslissen over:

  • het gezag (exclusief of gezamenlijk ouderlijk gezag),
  • de verblijfplaats van het kind (bij wie van de ouders het kind moet wonen, dan wel of het kind om en om bij beide ouders moet wonen), en
  • de omgangsregeling (het recht van het kind op contact met de ouders bij wie hij/zij niet woont).

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

De ouder die het exclusieve gezag over het kind heeft, heeft het recht beslissingen over persoonlijke zaken met betrekking tot het kind alleen te nemen. De persoon die het gezag heeft, hoeft in deze zaken niet met de andere ouder te overleggen of zijn/haar goedkeuring te verkrijgen. Het kind heeft echter het recht op contact met de andere ouder, en de persoon die het gezag heeft, moet ervoor zorgen dat dit recht kan worden uitgeoefend. De persoon die het gezag heeft, moet tevens de andere ouder voorzien van informatie om het contact met het kind mogelijk te maken.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Gezamenlijk ouderlijk gezag betekent dat de ouders beslissingen over de persoonlijke zaken van het kind samen moeten nemen. Het uitgangspunt is dat de ouders het over alle zaken met betrekking tot het kind eens moeten zijn. Geschillen over zaken in verband met de omgangsregeling en de verblijfplaats van het kind kunnen echter door een rechtbank worden beslecht (zie hierboven).

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

In zaken die het gezag, de verblijfplaats of de omgangsregeling betreffen, kan een ouder een vordering instellen bij de districtsrechtbank (tingsrätt) waar het kind zijn/haar woonplaats heeft. Als er geen districtsrechtbank met bevoegdheid is, is de districtsrechtbank van Stockholm (Stockholms tingsrät) bevoegd. Kwesties in verband met het gezag, het verblijf en de omgangsregeling kunnen ook in het kader van een echtscheidingsprocedure worden behandeld.

Een verzoek om een vordering moet schriftelijk worden ingediend en persoonlijk worden ondertekend door de verzoeker of zijn/haar vertegenwoordiger. Het verzoekschrift moet informatie over de partijen bevatten, alsmede een specifieke vordering (d.w.z. over welke kwestie de rechtbank verzocht wordt te beslissen), de achtergrond van de vordering, informatie over de aangevoerde bewijzen en wat elk bewijsstuk moet bewijzen, en informatie over de omstandigheden die maken dat de rechtbank bevoegd is. Het schriftelijke aangevoerde bewijs moet samen met het verzoekschrift worden ingediend.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

Zaken in verband met het gezag, de verblijfplaats en de omgangsregeling zijn niet-discretionair.

In de regel moeten zaken in verband met het gezag, de verblijfplaats in de omgangsregeling onmiddellijk worden behandeld. De rechtbank kan een voorlopige maatregel nemen over het gezag, de verblijfplaats of de omgangsregeling. Een voorlopige maatregel kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de vraag waar het kind tijdens de behandeling van het geschil moeten wonen, en van toepassing zijn, totdat de zaak is beslecht door een beslissing met rechtskracht.

Er is weliswaar geen speciale formele procedure om de behandeling van zaken in verband met het gezag, de verblijfplaats en de omgangsregeling te bespoedigen, maar in elk afzonderlijk geval wordt een beoordeling van de urgentie van de zaak gemaakt.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

De algemene regel in zaken in verband met het gezag, de verblijfplaats en de omgangsregeling is dat elke partij zelf zijn of haar gerechtskosten draagt.

Er kan rechtsbijstand worden toegekend als aan de desbetreffende voorwaarden wordt voldaan.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Tegen een vonnis of beslissing van een districtsrechtbank over het gezag, de verblijfplaats of de omgangsregeling kan beroep worden ingesteld bij het hof van beroep (hovrätt). Voordat het hof van beroep het beroep echter in behandeling neemt, moet eerst toestemming zijn verleend om in beroep te gaan.

Tegen een vonnis of beslissing van het hof van beroep kan beroep worden ingesteld bij het hooggerechtshof (Högsta domstolen). Voordat het hooggerechtshof het beroep in behandeling neemt, moet toestemming zijn verleend om in beroep te gaan.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Het is mogelijk vonnissen, beslissingen of overeenkomsten over het gezag, de verblijfplaats of de omgangsregeling uit te voeren. In de districtsrechtbank van de plaats waar het kind zijn/haar woonplaats heeft, wordt om uitvoering verzocht. Als er geen bevoegde rechtbank is, buigt de districtsrechtbank van Stockholm zich over de uitvoering.

De districtsrechtbank kan verschillende maatregelen nemen. Allereerst zal de rechtbank er gewoonlijk naar streven dat het kind vrijwillig wordt overgedragen. Als dat niet mogelijk is, kan de rechtbank in laatste instantie besluiten tot een voorwaardelijke boete of het terughalen van het kind. Het opleggen van een voorwaardelijke boete houdt de dreiging in dat de persoon die voor het kind zorgt, een aanzienlijk geldbedrag moet betalen als hij of zij het kind niet overdraagt. Het terughalen van een kind is een zeer ongebruikelijke maatregel, waartoe alleen wordt besloten als de situatie op geen enkele andere wijze kan worden opgelost en om te voorkomen dat het kind ernstige schade wordt berokkend. De maatregel houdt in dat de politie het kind terughaalt en hem of haar overdraagt aan de persoon die het ouderlijk gezag heeft.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

In bepaalde gevallen is de Brussel II-verordening van toepassing. In Zweden worden verzoeken om uitvoerbaarverklaring gericht tot het Zweedse hof van beroep (Svea hovrätt).

In andere gevallen zijn het Europees Verdrag van 1980 en het Haags Verdrag van 1996, voor de landen die deze verdragen hebben ondertekend, van toepassing. Op grond van het Europees Verdrag van 1980 moet een verzoek om uitvoering worden ingediend bij de districtsrechtbank in de plaats waar het kind zijn/haar woonplaats heeft. Op grond van het Haags Verdrag van 1996 moet een verzoek om uitvoering worden ingediend bij het Zweedse hof van beroep.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

De Brussel II-verordening bevat bepalingen die in dit verband van toepassing zijn.

In zaken waarin deze kwestie aan de orde komt, kan bezwaar worden gemaakt tegen de toepasselijkheid of uitvoerbaarheid van een beslissing.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

In beginsel wordt het recht van het land waarin het kind zijn of haar woonplaats heeft, toegepast.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 19/07/2019