Ouderlijke verantwoordelijkheid - Bulgarije

INHOUDSOPGAVE

1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

De juridische begrippen die in het Bulgaarse recht voor ouderlijke verantwoordelijkheid en voogdij worden gehanteerd, zijn "ouderlijke rechten en plichten" en "uitoefening van de ouderlijke rechten". Deze termen omvatten alle rechten en plichten van een ouder jegens een minderjarig kind.

In het Bulgaarse recht wordt een onderscheid gemaakt tussen minderjarigen tot 14 jaar en minderjarigen tussen 14 en 18 jaar. Ouderlijke rechten worden uitgeoefend ten aanzien van beide groepen kinderen.

In het geval van adoptie zijn de rechten en plichten die van toepassing zijn op enerzijds de geadopteerde en zijn of haar afstammelingen en anderzijds de adoptant en zijn of haar verwanten, dezelfde als die welke van toepassing zijn tussen bloedverwanten, terwijl de rechten en plichten tussen de geadopteerde en zijn of haar afstammelingen en hun bloedverwanten worden beëindigd.

In echtscheidingszaken is de rechtbank ook verplicht zich uit te spreken over de uitoefening van de ouderlijke rechten en de persoonlijke betrekkingen van de ouders met en het levensonderhoud van uit het huwelijk geboren kinderen, alsmede over het gebruik van de gezinswoning, rekening houdend met de belangen van het kind.

De rechter bepaalt welke echtgenoot het ouderlijk gezag (de "ouderlijke rechten") krijgt en gelast maatregelen betreffende de uitoefening hiervan, de persoonlijke betrekkingen tussen ouders en kinderen en het levensonderhoud van de kinderen. Bij het bepalen welke ouder de ouderlijke rechten mag uitoefenen, beoordeelt de rechtbank alle omstandigheden met de belangen van het kind als uitgangspunt, en hoort de rechter de ouders en het kind, mits het kind ouder is dan 10 jaar.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

De algemene regel is dat beide ouders gezamenlijk de ouderlijke rechten uitoefenen.

De wet bevat uitdrukkelijke bepalingen over de rechten van grootouders om contact te blijven houden met het kind.

Minderjarige kinderen zijn verplicht om bij hun ouders te wonen, tenzij dwingende redenen anders rechtvaardigen. Als van deze verplichting wordt afgeweken, zal de rechtbank gelasten dat het kind terugkeert bij zijn of haar ouders, op verzoek van de ouders en na het kind te hebben gehoord indien het kind ouder dan 10 jaar is.

Elke ouder kan kinderen van jonger dan 14 jaar zelfstandig vertegenwoordigen, en toestemming geven voor gerechtelijke actie(s) betreffende kinderen tussen 14 en 18 jaar, doch alleen in het belang van het kind.

Onroerende en roerende zaken van minderjarige kinderen, met uitzondering van bederfelijke waar, kunnen ‑ met toestemming van de districtsrechtbank van de plaats waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft ‑ alleen worden vervreemd, bezwaard met pandrechten of, in algemene zin, van de hand worden gedaan indien dit noodzakelijk is of duidelijk in het belang van het kind is. Nietig zijn: schenkingen, afstandsverklaringen, leningen door minderjarige kinderen alsook door hen gestelde zekerheden betreffende schulden van derden door middel van onderpand, hypotheek of waarborg.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als het gedrag van een ouder een bedreiging vormt voor de persoon, de opvoeding, de gezondheid of de eigendommen van het kind, treft de rechtbank op eigen initiatief of op verzoek van de andere ouder of de openbaar aanklager de nodige maatregelen in het belang van het kind, waarbij het kind, indien nodig, uit huis kan worden geplaatst.

Deze maatregelen worden ook genomen als de ouder niet in staat is de ouderlijke rechten uit te oefenen als gevolg van een aanhoudende fysieke of geestelijke aandoening, langdurige afwezigheid of andere objectieve redenen. In de volgende ernstige gevallen kunnen de ouderlijke rechten aan de ouder worden ontnomen: de ouder zorgt niet goed voor het kind en verzuimt zonder geldige reden en gedurende langere tijd om alimentatie te betalen, of de ouder heeft het kind in een bijzondere instelling geplaatst en het kind niet binnen zes maanden na de datum waarop dat had uiterlijk moeten gebeuren, weer opgehaald.

Gerechtelijke procedures over de beëindiging van de ouderlijke rechten worden op eigen initiatief door de districtsrechtbank of op verzoek van de andere ouder of de openbaar aanklager aanhangig gemaakt. In alle zaken betreffende de beperking of beëindiging van de ouderlijke rechten neemt de rechtbank ook een beslissing over maatregelen met betrekking tot de persoonlijke betrekkingen tussen ouders en kinderen.

Als de omstandigheden zijn gewijzigd, of op verzoek van de ouders, kan de rechtbank de ouderlijke rechten weer instellen.

De rechtbank stelt de gemeente waar de ouders hun gewone verblijfplaats hebben ambtshalve in kennis van de beëindiging van de ouderlijke rechten of het weer instellen daarvan met het oog op de benoeming van een curator voor minderjarigen tussen 14 en 18 jaar of een voogd voor minderjarigen tot 14 jaar.

Op verzoek van de dienst Sociaal Welzijn kan de rechtbank gelasten dat een kind uit huis wordt geplaatst indien de ouders zijn overleden of onbekend zijn, de ouderlijke rechten hun zijn ontnomen, de ouders beperkt ouderlijke rechten uitoefenen of gedurende langere tijd om objectieve redenen of zonder geldige reden verzuimen om voor het kind te zorgen, of wanneer het kind slachtoffer is van huiselijk geweld en er een ernstige bedreiging bestaat voor zijn of haar fysieke, geestelijke, morele, intellectuele en sociale ontwikkeling. In dat geval wordt het kind in een sociale instelling of bij een pleeggezin geplaatst, ook in de gevallen als bedoeld in artikel 11 van het Verdrag van Den Haag van 1996 inzake de bescherming van kinderen.

De rechtbank kan gelasten dat het kind bij familieleden, een pleeggezin of in een bijzondere instelling moet worden geplaatst. In afwachting van het rechterlijk bevel biedt de dienst Sociaal Welzijn van de gemeente waar het kind op dat moment verblijft het kind in het kader van een administratieve procedure een voorlopig onderkomen.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als samenlevende ouders het oneens zijn over kwesties in verband met ouderlijke rechten, wordt het geschil doorverwezen naar de districtsrechtbank, waar de ouders en indien nodig het kind worden gehoord. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan beroep worden ingesteld volgens de algemene regels.

Als de ouders niet samenleven en het niet eens kunnen worden over wie de voogdij over het kind krijgt, wordt het geschil beslecht door de districtsrechtbank van de plaats waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft na het kind te hebben gehoord, mits het kind ten minste 10 jaar oud is. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan beroep worden ingesteld volgens de algemene regels.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Ouders kunnen buitengerechtelijke overeenkomsten sluiten over de verlening en uitoefening van de ouderlijke rechten en over de omgangsregeling met de ouder die geen ouderlijke rechten heeft, maar deze overeenkomsten zijn juridisch niet bindend. Niettegenstaande het bestaan van een buitengerechtelijke overeenkomst kan elk van de ouders een zaak over ouderlijke rechten of een omgangsregeling met het kind aanhangig maken bij de rechtbank, waarna de rechtbank zal beslissen hoe de ouderlijke rechten vanaf dat punt in de tijd zullen worden uitgeoefend, ongeacht de buitengerechtelijke overeenkomst. Hetzelfde rechtskader geldt voor het contact van het kind met de ouder die niet de voogdij heeft en niet met het kind samenleeft.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Overeenkomstig de Bulgaarse bemiddelingswet kunnen familierechtelijke geschillen worden onderworpen aan bemiddeling, maar een overeenkomst over de ouderlijke rechten wordt pas juridisch bindend nadat deze uitdrukkelijk is goedgekeurd door de rechtbank, conform het Bulgaarse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter kan beslissen over elke kwestie die aanhangig wordt gemaakt bij de rechtbank, inclusief over de plaats waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft/zal hebben, welke ouder de ouderlijke rechten zal uitoefenen, welke de regelingen zullen zijn voor het contact tussen het kind en de andere ouder, de bezoek-/toegangsrechten van de andere ouder, de verplichting om alimentatie te betalen voor het kind, de schoolkeuze, de naam van het kind enz. Zie de antwoorden op de vragen 3 en 4.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Over het algemeen neemt de ouder die de ouderlijke rechten uitoefent beslissingen over het dagelijkse leven van het kind, zoals over de school waar het kind lessen zal volgen. In sommige gevallen is de toestemming van beide ouders vereist, bijvoorbeeld bij de afgifte van identiteitsdocumenten voor het kind of wanneer het kind het desbetreffende rechtsgebied verlaat, ongeacht de duur of het doel van de reis, met inbegrip van vakanties.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Wanneer de ouders niet samenwonen delen, is de rechtbank verplicht om te bepalen welke ouder de ouderlijke rechten zal uitoefenen en hoe het contact met de andere ouder wordt onderhouden. Onverminderd het voorgaande zijn er geen beperkingen aan een gerechtelijke overeenkomst tussen de ouders over meer uitputtende regelingen voor het contact tussen het kind en de andere ouder die verder gaan dan de gebruikelijke praktijk. In overeenstemming met vaste rechtspraak en zoals algemeen aanvaard door partijen bij huwelijkszaken, houdt de gebruikelijke omgangsregeling in dat het kind twee of meer niet‑werkdagen per maand en een vast aantal weken tijdens schoolvakanties met de andere ouder doorbrengt.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De bevoegde rechtbank is de districtsrechtbank van het gebied waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. Als een verzoek betrekking heeft op de vordering van kinderalimentatie, kan de eiser het verzoek ook indienen bij de rechtbank van de plaats waar hij of zij zelf zijn of haar gewone verblijfplaats heeft.

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

In zaken betreffende ouderlijke rechten worden de algemene procedurele regels gevolgd.

Als de zaak wordt behandeld in het kader van een lopende echtscheidingszaak, kunnen de ouders de rechtbank verzoeken om tijdelijke maatregelen betreffende de uitoefening van de ouderlijke rechten jegens het kind en om een omgangsregeling met de andere ouder.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

De partijen bij de zaak kunnen rechtsbijstand verkrijgen onder de in de rechtsbijstandswet vastgestelde voorwaarden voor verlening van rechtsbijstand.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Tegen door de districtsrechtbank gegeven beslissingen kan binnen twee weken na de ontvangst van een afschrift van de beslissing, volgens de algemene regels beroep worden ingesteld bij de regionale rechtbank.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

Rechterlijke uitspraken worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit wetboek bevat uitdrukkelijke bepalingen over de plicht om bepaalde acties te ondernemen of er van af te zien en over de plicht om het kind over te dragen. De uitspraak wordt ten uitvoer gelegd door een door de verzoeker gekozen publieke of particuliere deurwaarder.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

De toepasselijke wetgeving is Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en artikel 621 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat van kracht is sinds 24 juli 2007.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

De toepasselijke wetgeving is Verordening (EG) nr. 2201/2003 van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en artikel 622 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (dat van kracht is sinds 24 juli 2007).

De algemene bevoegdheid ligt bij de districtsrechtbank van het gebied waar de andere partij zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of, indien deze laatste geen vast adres in Bulgarije heeft, van het gebied waar de betrokken partij zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of, indien de gewone verblijfplaats van de betrokken partij niet in Bulgarije is, de stadsrechtbank van Sofia.

Een verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging van een door een buitenlandse rechtbank gewezen vonnis of een beslissing van een andere buitenlandse autoriteit inzake de uitoefening van de ouderlijke rechten in het geval van de ongeoorloofde overbrenging van een kind als bedoeld in het Europees Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen van 1980, dat op 20 mei 1980 is gesloten in Luxemburg (in 2003 geratificeerd, Bulgaars staatsblad nr. 21 van 2003 (nr. 104 van 2003) (het "Verdrag van Luxemburg")), moet worden ingediend bij de stadsrechtbank van Sofia. De rechtbank houdt een openbare hoorzitting waaraan wordt deelgenomen door het ministerie van Justitie of de verzoeker, de partijen bij het buitenlandse vonnis of de buitenlandse beslissing, en een openbaar aanklager. De rechtbank hoort het kind indien de dienst Sociaal Welzijn van de gemeente waar het kind op dat moment verblijft, daarom verzoekt. De procedure voor erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis of een buitenlandse beslissing wordt in de volgende omstandigheden opgeschort: er loopt een bodemprocedure over het geschil en die procedure is aanhangig gemaakt na afloop van de procedure in de staat waar het desbetreffende vonnis is gewezen of de desbetreffende beslissing is gegeven. Dezelfde procedure is van toepassing wanneer een ander vonnis of een andere beslissing inzake de uitoefening van de ouderlijke rechten zich nog in de fase van erkenning en/of tenuitvoerlegging door de Bulgaarse rechtbanken bevindt. De betrokken rechtbank wordt onverwijld in kennis gesteld en de rechter moet binnen een maand na de kennisgeving uitspraak doen.

Het vonnis van de rechtbank moet binnen een maand na de indiening van het verzoek worden gewezen. Tegen het vonnis kan beroep worden ingesteld bij het hof van beroep in Sofia, waarvan het arrest onherroepelijk is.

De procedure is ook van toepassing op verzoeken om erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen die zijn gegeven na de overbrenging van een kind wanneer in de beslissing wordt geoordeeld dat die overbrenging onrechtmatig was. De erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing die is gegeven in een andere staat die partij is bij het Verdrag van Luxemburg wordt afgewezen op grond van de artikelen 8 en 9 indien aan de voorwaarden van artikel 10, lid 1, van dat verdrag is voldaan, en wordt alleen aanvaard voor zover die beslissing uitvoerbaar is in de staat waar zij is gegeven. Dezelfde procedure is van toepassing op zaken uit hoofde van het Verdrag van Den Haag van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van de ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Op de betrekkingen tussen ouders en een kind is de wetgeving van de staat van hun gewone verblijfplaats van toepassing. Als de ouders en het kind geen gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben, vallen hun betrekkingen onder de wetgeving van de staat waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of waarvan het kind onderdaan is, afhankelijk van de vraag wat het gunstigst voor het kind is. Voogdijzaken vallen onder de wetgeving van de staat waar de persoon die onder voogdij staat zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. De betrekkingen tussen de persoon die onder voogdij staat en de voogd vallen onder de wetgeving die van toepassing was toen de persoon onder voogdij werd geplaatst.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 19/10/2016