Procestermijnen

Wanneer u betrokken bent bij een civielrechtelijk geschil en u eraan denkt eventueel een procedure in te leiden, moet u zich ervan bewust zijn dat dit binnen bepaalde termijnen moet gebeuren.


In alle moderne rechtsstelsels, met inbegrip van die van de 28 lidstaten, gelden er voor civiele vorderingen beperkingen in de tijd. In de wetgeving inzake verjaringstermijnen zijn zeer uiteenlopende voorschriften opgenomen met betrekking tot de lengte van de termijnen, de precieze datum waarop de termijnen ingaan, en de handelingen of gebeurtenissen die de termijnen schorsen of stuiten. Het op de vordering van toepassing zijnde recht, geldt ook voor de desbetreffende verjaringstermijnen.

Klik op een van de vlaggen voor landspecifieke informatie.


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 18/01/2019

Procestermijnen - België

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Het Gerechtelijk Wetboek staat vol met vermeldingen van termijnen allerhande.

Maar de in het Gerechtelijk Wetboek gebruikte termijnen vallen in twee categorieën uiteen, nl. wachttermijnen en vervaltermijnen.

Wachttermijnen zijn termijnen welke dienen te verstrijken. Men dient als het ware het verstrijken van deze wachttermijn af te wachten vooraleer een rechtshandeling kan gebeuren.

Een voorbeeld van een wachttermijn is de De link wordt in een nieuw venster geopend.dagvaardingstermijn. Tussen de datum van betekening van de dagvaarding en de inleidende zitting dient een "termijn van dagvaarding" te worden gerespecteerd. Deze bedraagt bv. bij een dagvaarding ten gronde (burgerlijke zaken) 8 dagen en in kortgeding 2 dagen.

Vervaltermijnen zijn termijnen waarbinnen een bepaalde rechtshandeling dient te gebeuren ten laatste op de laatste dag van de termijn, de De link wordt in een nieuw venster geopend.dies ad quem, zoniet vervalt het recht om deze rechtshandeling te stellen.

Als voorbeeld van een vervaltermijn kunnen de termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden worden vermeld, zijnde bv. :

  • de termijn van 1 maand om hoger beroep in te stellen (art. 1051 Ger.W.) tegen een vonnis op tegenspraak, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis.
  • de termijn van 1 maand om verzet aan te tekenen (art. 1048 Ger.W.) tegen een verstekvonnis, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis.
  • de termijn van 3 maanden om cassatie in te stellen (art. 1073 Ger.W.)
  • de termijn van 3 maanden om derdenverzet aan te tekenen (art. 1129 Ger.W.)
  • de termijn van dertig dagen voor het verhaal op de rechter (art. 1142 Ger.W.)
  • de termijn van 6 maanden voor herroeping van gewijsde (art. 1136 Ger.W.)

Ook de termijn van één jaar (na uitspraak) waarbinnen een verstekvonnis dient te worden betekend (art. 806 Ger.W.) is een vervaltermijn.

Zo is er de termijn van dagvaarding, die dus een wachttermijn is.

Artikel 707 van het Gerechtelijk Wetboek voorziet dat de gewone termijn van de dagvaarding ten gronde, voor de gedaagde die hun woon- of verblijfplaats in België hebben, 8 dagen bedraagt.

Hetzelfde geldt:

1° wanneer de dagvaarding in België aan de gekozen woonplaats wordt betekend;

2° wanneer de persoon ter kennis van wie de dagvaarding wordt gebracht, geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in België of in het buitenland;

3° wanneer een dagvaarding aan een partij die haar woonplaats heeft in het buitenland, wordt betekend aan haar persoon in België.

De termijn voor een dagvaarding in kortgeding wordt herleid tot 2 dagen (De link wordt in een nieuw venster geopend.art. 1035 Ger.W.). Ook de termijn voor dagvaarding voor de De link wordt in een nieuw venster geopend.beslagrechter bedraagt 2 dagen daar deze laatste zetelt zoals in kortgeding.

Wanneer de gedaagde partij geen woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats heeft in België worden de hiervoor vermelde "basistermijnen" van 8 en 2 dagen verlengd conform De link wordt in een nieuw venster geopend.art. 55 Ger.W.

De verlenging van de termijn (dus 8 of 2 dagen + ...) bedraagt:

1° vijftien dagen, wanneer de partij in een aangrenzend land of in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië verblijft;
2° dertig dagen, wanneer zij in een ander land van Europa verblijft;
3° tachtig dagen, wanneer zij in een ander werelddeel verblijft."

Deze termijnverlenging dient echter door de wet voorzien te zijn. Voor de dagvaarding is dit gebeurd in De link wordt in een nieuw venster geopend.art. 709 Ger.W., voor de dagvaarding in kortgeding in De link wordt in een nieuw venster geopend.art. 1035 Ger.W.

In specifieke gevallen kan het nodig zijn dat er heel vlug tot dagvaarding kan worden overgegaan. In dergelijke situaties kan er, door een advocaat of gerechtsdeurwaarder, een verzoekschrift tot verkorting der termijnen worden ingediend bij de bevoegde rechtbank. (De link wordt in een nieuw venster geopend.art. 708 Ger.W. ten gronde, De link wordt in een nieuw venster geopend.art. 1036 Ger.W. in kortgeding).

Bij dagvaarding zal de gerechtsdeurwaarder, naar aanleiding van de betekening van de dagvaarding, een kopij van deze beschikking mee betekenen, dit teneinde de gedaagde partij in te lichten over de toestemming tot verkorting der dagvaardingstermijn.

Eén van de belangrijkste aspecten van een termijn is de berekening ervan. De procedure hiervoor is vastgelegd in de De link wordt in een nieuw venster geopend.artikelen 48 tot en met 57 van het Gerechtelijk Wetboek (i.e. hoofdstuk VIII van het Eerste Deel van het Gerechtelijk Wetboek)(zie verder).

Deze artikelen handelen over algemeenheden (artikelen 48 en 49), de vervaltermijn (artikel 50, lid 1), De link wordt in een nieuw venster geopend.berekening van de termijn (artikel 52, 53, lid 1, 53bis, 54 en 57), situaties van De link wordt in een nieuw venster geopend.overmacht, De link wordt in een nieuw venster geopend.verlenging van de termijn (artikel 50, lid 2, 51, 53, lid 2, 55) en het geval van de schorsing wegens overlijden van een partij (artikel 56).

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

1 januari (Nieuwjaarsdag)

Pasen en paasmaandag (veranderlijke data)

1 mei (Dag van de Arbeid)

O.L.H. Hemelvaart (zesde donderdag na Pasen)

Pinksteren en pinkstermaandag (zevende zondag en maandag na Pasen)

Nationale feestdag: 21 juli

15 augustus (O.L.V. Hemelvaart)

1 november (Allerheiligen)

11 november (Wapenstilstand van 1918)

25 december (Kerstmis)

Deze lijst is niet opgenomen in het Gerechtelijk Wetboek.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Zie vraag 1 (supra).

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

De regel is: de dies a quo (= dag van de akte/gebeurtenis welke de termijn doet ingaan) wordt NIET in de termijn begrepen, maar de dies ad quem (= laatste dag) WEL (“dies a quo non computatur in termino”).

De link wordt in een nieuw venster geopend.Art. 52 Ger.W. : “Een termijn wordt gerekend van middernacht tot middernacht. Hij wordt gerekend vanaf de dag na die van de akte of van de gebeurtenis die hem doet ingaan, en omvat alle dagen, ook de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen.”

De berekening van een termijn begint zodoende niet te lopen vanaf de dag waarop de betekening van een dagvaarding of vonnis is gebeurd (dies a quo), maar wel vanaf de dag erna (meer bepaald vanaf uur 0 van die dag).


vb. wanneer een dagvaarding wordt betekend op maandag 04 mei (dies a quo) dan zal de De link wordt in een nieuw venster geopend.dagvaardingstermijn beginnen op dinsdag 05 mei. Maw. de eerste dag van de termijn van 8 dagen zal beginnen op dinsdag 05 mei.

Wanneer 04 mei op een vrijdag valt, dan zal de dagvaardingstermijn beginnen op zaterdag 05 mei. Immers, de eerste dag van de dagvaardingstermijn kan op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag vallen.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

A/ Betekening door de gerechtsdeurwaarder:

Bij toepassing van artikel 57 van het Gerechtelijk Wetboek begint de termijn voor verzet, hoger beroep en voorziening in cassatie, tenzij de wet anders bepaalt, bij de betekening van de beslissing aan de persoon of aan de woonplaats, of, bij voorkomend geval, vanaf de afgifte of het achterlaten van het afschrift zoals vastgesteld is in de De link wordt in een nieuw venster geopend.artikelen 38 en De link wordt in een nieuw venster geopend.40

Ten aanzien van degenen die in België noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats hebben en ingeval de kennisgeving niet aan de persoon is gedaan, begint de termijn bij de afgifte van een afschrift van het exploot aan de post of in voorkomend geval aan de procureur des Konings.

Tegen onbekwamen begint de termijn eerst bij de betekening van de beslissing aan hun wettelijke vertegenwoordiger.

B/ Kennisgeving op een papieren drager (post):

Bij toepassing van artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek worden de termijnen, ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend:

wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats;

wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst;

wanneer de kennisgeving is gebeurd tegen gedagtekend ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die erop volgt.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

De regel is: de dies a quo (= dag van de akte/gebeurtenis welke de termijn doet ingaan) wordt NIET in de termijn begrepen, maar de dies ad quem (= laatste dag of de vervaldag) WEL.

DIES A QUO:

De link wordt in een nieuw venster geopend.Art. 52 Ger.W. : “Een termijn wordt gerekend van middernacht tot middernacht. Hij wordt gerekend vanaf de dag na die van de akte of van de gebeurtenis die hem doet ingaan, en omvat alle dagen, ook de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen.”

De berekening van een termijn begint zodoende niet te lopen vanaf de dag waarop de betekening van een dagvaarding of vonnis is gebeurd (dies a quo), maar wel vanaf de dag erna (meer bepaald vanaf uur 0 van die dag).


vb. wanneer een dagvaarding wordt betekend op maandag 04 mei (dies a quo) dan zal de De link wordt in een nieuw venster geopend.dagvaardingstermijn beginnen op dinsdag 05 mei. Maw. de eerste dag van de termijn van 8 dagen zal beginnen op dinsdag 05 mei.

Wanneer 04 mei op een vrijdag valt, dan zal de dagvaardingstermijn beginnen op zaterdag 05 mei. Immers, de eerste dag van de dagvaardingstermijn kan op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag vallen.

DIES AD QUEM:

De link wordt in een nieuw venster geopend.Art. 53 Ger.W. : “De vervaldag is in de termijn begrepen. Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een De link wordt in een nieuw venster geopend.wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.”

De dies ad quem is de vervaldag van een termijn. Hij is in de termijn inbegrepen wat inhoudt dat hij de laatste dag is van de termijn.

Indien deze dies ad quem echter op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt dan wordt deze vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Bij toepassing van artikel 52 van het gerechtelijk Wetboek wordt de termijn gerekend van middernacht tot middernacht. Hij wordt gerekend vanaf de dag na die van de akte of van de gebeurtenis welke hem doet ingaan, en omvat alle dagen, ook de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen.

Een akte kan evenwel alleen op geldige wijze ter griffie worden verricht op de dagen en uren waarop die griffie toegankelijk moet zijn voor het publiek.

Bijaldien worden kalenderdagen weerhouden.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Bij toepassing van artikel 54 van het Gerechtelijk Wetboek wordt een in maanden of in jaren bepaalde termijn gerekend van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste.

Dit artikel is enkel van toepassing op termijnen welke bepaald worden in maanden of jaren (vb. termijn van verzet of hoger beroep: 1 maand) en heeft als gevolg - in samenlezing met art. 53 Ger.W. - dat een termijn van bv. 1 maand niet altijd 30 of 31 dagen is, maar ook meer of minder kan bedragen.

Onder zoveelste dient te worden verstaan de eerste dag van de termijn, zijnde de dag na de betekening.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Bij toepassing van artikel 53, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek is de vervaldag (I.e. dies ad quem) in de termijn begrepen.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Bij toepassing van artikel 53, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek is er bepaald dat als die aflopende dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

a/ termijnen die niet op straf van verval zijn voorgeschreven:

Artikel 49 van het Gerechtelijk Wetboek zegt dat de wet de termijnen bepaalt en dat de rechter ze enkel mag vaststellen als de wet dit toelaat.

Bij toepassing van artikel 51 van het Gerechtelijk Wetboek kan de rechter termijnen die niet op straffe van verval zijn bepaald, voor hun vervaltijd verkorten of verlengen. Tenzij de wet anders bepaalt, mag de verlenging niet langer zijn dan de oorspronkelijke termijn en nadien mag geen verlenging meer worden toegestaan behalve om gewichtige redenen en bij een met redenen omklede beslissing.

b/ een partij die in België noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft:

Bij toepassing van artikel 55 van het Gerechtelijk Wetboek is het zo dat, wanneer de wet bepaalt dat ten aanzien van de partij die in België noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft, de termijnen die haar verleend werden dienen verlengd te worden, dan bedraagt die verlenging:

vijftien dagen, wanneer de partij in een aangrenzend land of in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië verblijft;

dertig dagen, wanneer zij in een ander land van Europa verblijft;

tachtig dagen, wanneer zij in een ander werelddeel verblijft.

c/ tijdens de gerechtelijke vakantie:

Bij toepassing van artikel 50, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt de termijn van hoger beroep of verzet voorzien in de De link wordt in een nieuw venster geopend.artikelen 1048, De link wordt in een nieuw venster geopend.1051 en De link wordt in een nieuw venster geopend.1253quater, c) en d) die binnen de gerechtelijke vakantie begint te lopen en ook verstrijkt verlengd tot de vijftiende dag van het nieuw gerechtelijk jaar.

De gerechtelijke vakantie begint op 1 juli en loopt tot en met 31 augustus van elk jaar.

Indien de termijn van verzet of hoger beroep begint in deze periode en ook eindigt dan wordt de dies ad quem van deze termijn verlengd tot 15 september.

vb. 1: een betekening van een vonnis gebeurt op 30 juni (dies a quo). De eerste dag van de termijn valt op 1 juli en de dies ad quem valt op 31 juli.

vb. 2: een betekening van een vonnis gebeurt op 31 juli (dies a quo). De eerste dag van de termijn valt op 01 augustus en de dies ad quem valt op 31 augustus.

In beide voorbeelden valt zowel de eerste dag van de termijn als de dies ad quem binnen het gerechtelijk verlof, zodat de termijn wordt verlengd tot 15 september, zijnde de laatst nuttige dag om verzet of hoger beroep aan te tekenen.

vb. 3: een betekening van een vonnis gebeurt op 29 juni. De eerste dag van de termijn valt op 30 juni. De dies ad quem op 29 juli.

vb. 4: een betekening van een vonnis gebeurt op 01 augustus. De eerste dag van de termijn valt op 02 augustus. De dies ad quem op 01 september.

In beide voorbeelden valt ofwel de eerste dag van de termijn ofwel de dies ad quem buiten het gerechtelijk verlof zodat er geen verlenging is tot 15 september.

Opgelet met de toepassing van art. 50, tweede lid Ger.W. (verlenging wegens gerechtelijke vakantie) en art. 53, tweede lid Ger.W. (verplaatsing van de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag wanneer hij op zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt), maw. wanneer de laatste dag van het gerechtelijk verlof, 31 augustus, op een zaterdag of zondag valt én de laatste dag van de termijn (dies ad quem) valt op 31 augustus.

In dit geval dient éérst toepassing gemaakt te worden van art. 50, tweede lid Ger.W. alvorens een eventuele toepassing te maken van art. 53, tweede lid Ger.W.

hypothese:

een akte is betekend op 31 juli. De termijn van verzet of hoger beroep loopt vanaf 01 augustus tot 31 augustus. 31 augustus valt op een zaterdag of zondag.

art. 50, tweede lid Ger.W. : eerste en laatste dag van termijn valt binnen het gerechtelijk verlof, waardoor de termijn verlengd wordt tot 15 september.

Pas wanneer 15 september valt op een zaterdag of zondag zal toepassing kunnen gemaakt worden van art. 53, tweede lid Ger.W. en zal de laatst nuttige dag verplaatst worden naar de maandag.

d/ overlijden van de partij die verzet, hoger beroep of  cassatie kan aantekenen:

Bij toepassing van artikel 56 van het gerechtelijk Wetboek schorst het overlijden van de partij het verloop van de termijn die haar was verleend om in verzet, hoger beroep of cassatie te komen.

Deze termijn begint eerst opnieuw te lopen na een nieuwe betekening van de beslissing aan de woonplaats van de overledene, en te rekenen van het verstrijken van de termijnen om een boedelbeschrijving op te maken en zich te beraden, indien de beslissing betekend is vóór het verstrijken van die termijnen.

Deze betekening kan aan de erfgenamen gezamenlijk worden gedaan, zonder opgave van hun naam en hoedanigheid. Iedere betrokkene kan nochtans van het verval wegens verstrijken van de voorzieningstermijn worden vrijgesteld, indien blijkt dat hij van de betekening geen kennis heeft gekregen.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Als algemene regel geldt dat, bij toepassing van artikel 1050 van het Gerechtelijk Wetboek, in alle zaken hoger beroep kan worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen of een verstekvonnis.

Bij toepassing van artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig De link wordt in een nieuw venster geopend.artikel 792, tweede en derde lid, maar overeenkomstig artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek kan ten allen tijde de gedaagde in hoger beroep incidenteel beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de rechter in hoger beroep, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of er vóór de betekening in berust heeft.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Bij toepassing van artikel 51 van het Gerechtelijk Wetboek kan de rechter termijnen die niet op straffe van verval zijn bepaald, voor hun vervaltijd verkorten of verlengen. Tenzij de wet anders bepaalt, mag de verlenging niet langer zijn dan de oorspronkelijke termijn en nadien mag geen verlenging meer worden toegestaan behalve om gewichtige redenen en bij een met redenen omklede beslissing.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Artikel 55 van het Gerechtelijk Wetboek werd in het bijzonder voor deze partij in het leven geroepen en wanneer deze partij in de voorwaarden verkeert van artikel 55 van het Gerechtelijk Wetboek, zal zij van het voordeel van dit wetsartikel kunnen genieten.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Bij toepassing van artikel 50, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek mogen de termijnen, op straffe van verval gesteld, niet worden verkort of verlengd, zelfs met instemming van partijen, tenzij dat verval gedekt is onder de omstandigheden bij de wet bepaald.

Met andere woorden moet de rechtshandeling worden gesteld binnen de termijn van verval, op gevaar af dat de rechtshandeling buiten deze termijn valt, en niet toelaatbaar is.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Het laten voorbijgaan van een vervaltermijn geldt ten definitieve titel, met andere woorden is de aanwending van een rechtsmiddel niet meer mogelijk, tenzij er een schending is van de wet.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 07/10/2016

Procestermijnen - Bulgarije

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

A) Het recht op juridische bescherming van subjectieve materiële rechten is onderworpen aan verjarings- en uitsluitingstermijnen die bij wet zijn vastgesteld.

De verjaringstermijn is de periode van inactiviteit van de houder van een subjectief recht, bij het verstrijken waarvan hij niet langer juridische bescherming van dat recht kan vragen. Bij het verstrijken van een dergelijke verjaringstermijn vervalt niet alleen het materiële recht, maar ook het daaraan verbonden vorderingsrecht en recht tot tenuitvoerlegging. De verjaring wordt niet ambtshalve toegepast, maar pas na een bezwaar van de schuldenaar voor de bevoegde rechtbank of een gerechtsdeurwaarder.

De regels inzake duur, beëindiging en opschorting van verjaringstermijnen zijn vastgesteld in de wet inzake verplichtingen en overeenkomsten (WVO). Een algemene verjaringstermijn van vijf jaar geldt voor alle vorderingen waarvoor er geen bijzondere termijn is vastgesteld (artikel 110 WVO)

Voor drie groepen vorderingen is een verjaringstermijn van drie jaar vastgesteld (artikel 111 WVO):

  • loonvorderingen waarvoor geen andere verjaringstermijn geldt;
  • vorderingen tot schadeloosstelling en schadevergoedingen voortvloeiend uit een niet‑nagekomen overeenkomst;
  • vorderingen voor huur, rente en andere periodieke betalingen.

Er geldt ook een verjaringstermijn van drie jaar voor het recht om te verzoeken om gerechtelijke nietigverklaring van overeenkomsten die per vergissing, als gevolg van fraude of onder bedreiging zijn gesloten alsmede overeenkomsten die door handelingsonbekwame personen of hun vertegenwoordigers zijn gesloten zonder dat aan de toepasselijke vereisten is voldaan.

Er is een verjaringstermijn van één jaar vastgesteld voor het recht om te verzoeken om gerechtelijke nietigverklaring van een overeenkomst die is gesloten wegens uitzonderlijke noodzaak of in kennelijk ongunstige omstandigheden (artikel 33 WVO).

Er is een verjaringstermijn van zes maanden vastgesteld voor vorderingen met betrekking tot gebreken bij aangekochte roerende goederen of met betrekking tot een gebrekkige afwerking in het kader van een productieovereenkomst, behalve voor bouwwerken waar voor vorderingen de algemene verjaringstermijn van vijf jaar geldt (artikel 265 WVO).

De verjaringstermijn gaat in op het moment waarop het vorderingsrecht ontstaat, wat afhankelijk is van de aard van het betrokken materiële recht. Dit kan het moment zijn waarop de contractuele verplichting opeisbaar wordt, of het moment waarop de onrechtmatige daad is begaan, of het moment waarop de dader van een onrechtmatige daad of een delict is geïdentificeerd, of in het geval van een vordering wegens gebreken het moment waarop de betrokken zaak is overgedragen enz.

De partijen kunnen niet afspreken dat de verjaringstermijn wordt verkort of verlengd.

De verjaringstermijn kan worden stopgezet en opgeschort.

De verjaringstermijn loopt niet meer in de in artikel 115 WVO limitatief opgesomde gevallen:

  • tussen kinderen en ouders, in de periode dat de ouders hun ouderlijke rechten uitoefenen;
  • tussen personen die onder voogdij of curatele staan en hun voogden of beheerders, zolang die voogdij of curatele duurt;
  • tussen echtgenoten;
  • voor vorderingen van personen van wie de goederen rechtens of bij rechterlijk bevel onder bewind zijn gesteld, tegen de bewindvoerder zolang de bewindvoering duurt;
  • voor schadevorderingen van rechtspersonen tegen hun bestuurders, zolang die bestuurders in functie zijn;
  • voor vorderingen van minderjarigen en handelingsonbekwame personen, zolang er geen wettelijke vertegenwoordiger is aangesteld en zes maanden na de aanstelling van die persoon of na de beëindiging van de handelingsonbekwaamheid;
  • zolang de vorderingsprocedure loopt.

In deze gevallen wordt de mogelijkheid van de betrokkene om het vorderingsrecht uit te oefenen tijdelijk en wettelijk ontnomen. De verjaringstermijn die tot aan de opschorting is verlopen, blijft gelden en loopt door nadat de omstandigheid die de opschorting heeft veroorzaakt, is weggevallen.

De verjaringstermijn wordt in de volgende gevallen opgeschort:

  • bij erkenning van de vordering door de schuldenaar;
  • bij indiening van een vordering, bezwaar of verzoek om bemiddeling; indien de vordering of het bezwaar echter wordt afgewezen, wordt de verjaringstermijn niet geacht te zijn onderbroken;
  • door een vordering in te stellen in het kader van een insolventieprocedure;
  • door tenuitvoerleggingsmaatregelen te nemen.

In deze gevallen verliest de periode die is verstreken tussen het moment waarop het vorderingsrecht is ontstaan en de schorsing van de verjaring haar juridische werking en begint er een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Als de schorsing het gevolg is van een vordering of bezwaar, voorziet de wet ook in een ander belangrijk gevolg: de nieuwe verjaringstermijn die na de schorsing begint, bedraagt altijd vijf jaar.

Absolute (uitsluitings)termijnen zijn termijnen na afloop waarvan de materiële rechten zelf vervallen. Deze termijnen beginnen te lopen vanaf het moment waarop het subjectieve recht ontstaat, en niet vanaf het moment waarop het vorderingsrecht ontstaat.

Anders dan verjaringstermijnen, mogen absolute termijnen niet worden stopgezet of opgeschort.

Zij worden ambtshalve door de rechtbank of een gerechtsdeurwaarder toegepast, voor zover de schuldenaar er geen bezwaar tegen heeft gemaakt.

Deze termijnen omvatten onder meer: de termijn van drie maanden gedurende welke de pandhouder of hypotheekhouder bezwaar kan aantekenen indien een verzekeringsuitkering wordt betaald aan de eigenaar van het betrokken goed, en niet aan de pandhouder of hypotheekhouder; de termijn van twee maanden waarbinnen een mede-eigenaar een vordering met betrekking tot de aankoop van een goed in mede-eigendom kan instellen indien de andere mede-eigenaar zijn aandeel aan een derde heeft verkocht; de termijn van één jaar voor het instellen van een vordering tot herroeping van een schenking enz.

B) In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (WBR) zijn termijnen vastgesteld voor de uitvoering van bepaalde procedurele handelingen door de partijen en de rechtbank in zowel vorderings- als tenuitvoerleggingsprocedures. In de handelswet (HW) zijn termijnen voor de uitvoering van procedurele handelingen in insolventieprocedures vastgesteld.

Wat de partijen betreft, leidt het verstrijken van de termijn tot het verval van hun recht om de desbetreffende procedurele handeling te stellen. Als de rechtbank de termijn niet in acht neemt, vormt dat geen beletsel om de procedurele handelingen later te stellen, aangezien deze altijd moeten worden gesteld.

De termijnen voor het stellen van procedurele handelingen door de partijen zijn die welke bij wet zijn vastgesteld en die welke door de rechter zijn vastgesteld.

De bij wet vastgestelde termijnen (wettelijke termijnen) omvatten:

  • de termijn voor het corrigeren van onregelmatigheden in het inleidende verzoek (één week vanaf de mededeling aan de partij – artikel 129, lid 2, WBR);
  • de termijn voor het antwoorden op de vordering van de verweerder, voor het specificeren van het bewijs, voor het betwisten van de waarheidsgetrouwheid van het bewijsmateriaal in het inleidende verzoek, voor het instellen van een tegenvordering, voor het oproepen van derden (tussenkomst) door de verweerder en het instellen van vorderingen tegen hen, en voor het aantekenen van bezwaar tegen de door de rechtbank vastgestelde procedure voor het in behandeling nemen van de zaak. De termijn begint te lopen vanaf de ontvangst van het afschrift van het inleidende verzoek door de verweerder, en bedraagt één maand of twee weken, afhankelijk van de vraag of de procedure onder de algemene procedure dan wel de bijzondere vorderingsprocedure valt (de artikelen 131, 133 en 367 WBR);
  • de termijn voor het eisen van een aanvullende verklaring door de eiser in een procedure over handelsgeschillen – een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van het antwoord van de verweerder (artikel 372 WBR);
  • de termijn voor het antwoorden op de aanvullende verklaring door de verweerder in een procedure over handelsgeschillen – een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van de aanvullende verklaring (artikel 372 WBR);
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen de door de rechter gegeven beslissingen – een termijn van twee weken vanaf de betekening van de beslissing aan de partij (artikel 259 WBR);
  • de termijn voor het antwoorden op het beroep door de wederpartij en voor het instellen van een tegenberoep – een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van een afschrift van het beroepschrift (artikel 263 WBR);
  • de termijn voor het instellen van cassatieberoep tegen de door de rechter gegeven beslissingen –‑ een termijn van één maand vanaf de betekening van de beslissing aan de partij (artikel 283 WBR);
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen door de rechter gegeven beslissingen – een termijn van één week vanaf de mededeling ervan aan de partij; indien de beslissingen zijn gegeven tijdens een door de partij bijgewoonde terechtzitting, loopt de termijn vanaf de datum van de terechtzitting (artikel 275 WBR);
  • de termijn voor het indienen van een verzoek om herroeping van een ten uitvoer gelegde beslissing – een termijn van drie maanden vanaf het moment waarop de reden voor de herroeping zich voordoet (artikel 305 WBR);
  • de termijn waarbinnen de partij om wraking van de rechter kan verzoeken – de eerste zitting nadat de reden voor wraking zich heeft voorgedaan of nadat de partij de reden voor wraking heeft vernomen (artikel 23 WBR);
  • de termijn waarbinnen de partij een bezwaarschrift kan indienen wegens het ontbreken van exclusieve bevoegdheid – tot voltooiing van de procedure in tweede aanleg (artikel 119 WBR);
  • de termijn waarbinnen een partij een bezwaarschrift kan indienen wegens het ontbreken van lokale bevoegdheid op basis van de plaats waar het onroerend goed gelegen is – tot voltooiing van het gerechtelijk onderzoek in eerste aanleg (artikel 119 WBR); in alle andere gevallen waarin sprake is van een schending van de regels van lokale bevoegdheid kan alleen de verweerder een bezwaarschrift indienen binnen de termijn voor het beantwoorden van het verzoek (artikel 119 WBR);
  • de termijn waarbinnen de eiser het inleidende verzoek zonder toestemming van de verweerder kan intrekken – tot de voltooiing van de eerste terechtzitting (artikel 232 WBR);
  • de termijn waarbinnen een partij een bijkomend verzoekschrift kan indienen – tijdens de eerste terechtzitting voor de eiser en binnen de termijn voor het beantwoorden van het inleidende verzoek door de verweerder (artikel 212 WBR);
  • de termijn voor het betwisten van de waarheidsgetrouwheid van een stuk – uiterlijk bij de reactie op de rechtsvordering waarbij het stuk wordt ingediend; indien het stuk samen met het inleidende verzoek wordt ingediend, dient de verweerder het in zijn schriftelijk antwoord te betwisten (artikel 193 WBR);
  • de termijn voor het aantekenen van bezwaar tegen een betalingsbevel – een termijn van twee weken vanaf de betekening van het bevel (artikel 414 WBR);
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen een weigering om een betalingsbevel uit te vaardigen – een termijn van één week vanaf de kennisgeving aan de indiener (artikel 413 WBR);
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen het bevel tot afgifte van een executoriale titel – een termijn van twee weken die loopt vanaf de betekening van het bevel voor de indiener en vanaf de betekening van het verzoek om vrijwillige naleving voor de schuldenaar (artikel 407 WBR);
  • de termijn voor vrijwillige naleving door de schuldenaar in een tenuitvoerleggingsprocedure – een termijn van twee weken vanaf de betekening van het verzoek door de deurwaarder (artikel 428 WBR);
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen de handelingen van de deurwaarder – een termijn van één week vanaf het stellen van de handeling indien de partij daarbij aanwezig was of indien ze naar behoren was gedagvaard, en in andere gevallen – vanaf de datum van de kennisgeving (artikel 436 WBR);
  • de termijn voor het indienen van een vordering in een insolventieprocedure – binnen één maand respectievelijk binnen drie maanden na de inschrijving van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure in het handelsregister (de artikelen 685 en 688 van de handelswet);
  • de termijn voor de toepassing van een herstelplan – binnen één maand na de datum van inschrijving in het handelsregister van de rechterlijke beslissing tot goedkeuring van de lijst van erkende vorderingen (artikel 696 van de handelswet);
  • de termijn voor het indienen van bezwaarschriften tegen de lijst van erkende vorderingen – een termijn van zeven dagen vanaf de bekendmaking van de lijst in het handelsregister (artikel 690 van de handelswet);
  • de termijn voor het indienen van bezwaarschriften tegen de door de curator opgestelde toewijzingsrekening – een periode van veertien dagen vanaf de inschrijving van de rekening in het handelsregister (artikel 727 van de handelswet);
  • andere

De door de rechter vastgestelde termijnen omvatten:

  • de termijn voor het verzamelen van bewijsmateriaal (artikel 157 WBR);
  • de termijn voor het vooruitbetalen van de kosten voor het verzamelen van bewijsmateriaal (dagvaarding van getuigen, betaling van een vergoeding aan getuige-deskundigen enz.) – artikel 160 WBR;
  • de termijn voor het corrigeren van de onregelmatigheden van een procedurele handeling van de partij (artikel 101 WBR);
  • andere

De termijnen zijn in twee soorten verdeeld, afhankelijk van de vraag of ze al dan niet door de rechter kunnen worden verlengd.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

De officiële feestdagen omvatten:

1 januari – Nieuwjaarsdag;

3 maart – Bevrijdingsdag – Nationale feestdag;

1 mei – Dag van de Arbeid;

6 mei – Sint-Jorisdag, Dag van de moed en het Bulgaarse leger;

24 mei – Dag van het Bulgaarse onderwijs, de Bulgaarse cultuur en de Slavische literatuur;

6 september – Dag van de Hereniging;

22 september – Onafhankelijkheidsdag;

1 november – Dag van de Nationale Leiders – vrije dag voor alle onderwijsinstellingen;

24 december – Kerstavond, 25 en 26 december – Kerstmis;

Goede Vrijdag, paaszaterdag en paaszondag – twee dagen (zondag en maandag) voor vieringen in het betreffende jaar.

De ministerraad kan, zij het slechts eenmalig, ook andere dagen tot officiële feestdagen of dagen voor de viering van bepaalde beroepen verklaren, en kan niet-werkdagen tijdens het jaar verschuiven.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van 2007 (WBR) zijn algemene regels vastgesteld inzake termijnen voor de uitvoering van procedurele handelingen door de partijen en de rechtbank in zowel vorderings- als tenuitvoerleggingsprocedures. In de antwoorden op de vragen 4, 5 en 6 wordt in detail ingegaan op de algemene regels die zijn uiteengezet in hoofdstuk zeven van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering "Termijnen en stuiting van termijnen".

De algemene regels inzake verjaringstermijnen zijn uiteengezet in artikel 110 en volgende van de wet inzake verplichtingen en overeenkomsten. In het antwoord op vraag 1 wordt hierover nadere informatie verstrekt.

De algemene regels betreffende de termijnen voor de nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit op verplichtingen gebaseerde relaties zijn opgenomen in de artikelen 69 tot en met 72 van de wet inzake verplichtingen en overeenkomsten.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Het moment waarop de termijn voor het stellen van een bepaalde procedurele handeling begint te lopen, is gewoonlijk de datum waarop de partij ervan in kennis wordt gesteld dat zij die handeling dient te stellen of waarop zij in kennis wordt gesteld van een uitspraak van de rechtbank waartegen bezwaar kan worden aangetekend.

  • de termijn voor het corrigeren van onregelmatigheden in het inleidende verzoek begint te lopen vanaf de datum waarop de instructies van de rechtbank aan de partij zijn meegedeeld.
  • de termijn voor een schriftelijke reactie op het inleidende verzoek door de verweerder begint te lopen vanaf de ontvangst van een afschrift van het inleidende verzoek en het bijbehorende bewijsmateriaal, en in de kennisgeving waarmee de rechtbank de afschriften aan de verweerder toezendt, moet de rechtbank de antwoordtermijn alsmede de gevolgen van het overschrijden ervan vermelden.
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen een rechterlijke beslissing begint te lopen vanaf de betekening ervan aan de partij.
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen een rechterlijke beslissing in een zaak die in het kader van de procedure "Kort geding" (deel 3, hoofdstuk 25, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) wordt behandeld, begint te lopen op de datum waarop de rechtbank heeft verklaard dat ze haar beslissing zou bekendmaken.
  • de termijn voor het instellen van beroep tegen een rechterlijke beslissing loopt vanaf de mededeling ervan aan de partij of, indien de beslissing is gegeven in een door de partij bijgewoonde rechtszitting, vanaf de datum van de rechtszitting.
  • het beroep tegen de handelingen van een gerechtsdeurwaarder wordt ingesteld binnen een termijn van één week vanaf het stellen van de handeling indien de partij daarbij aanwezig was of indien ze naar behoren was gedagvaard, en in andere gevallen – vanaf de datum van de kennisgeving.
  • de termijnen in insolventieprocedures lopen vanaf de openbaarmaking van de betreffende handeling van de curator (bijvoorbeeld het invullen van een lijst van schuldeisers met erkende vorderingen) of een beslissing van de rechtbank in het handelsregister.

Er zijn ook termijnen die beginnen te lopen vanaf het moment waarop de vorderingsprocedure wordt ingeleid, aangezien in de wet alleen het uiterste tijdstip voor de uitvoering ervan is vastgesteld.

Bijvoorbeeld:

  • de eiser kan de redenen of het verzoekschrift van zijn vordering wijzigen of kan de vordering intrekken zonder toestemming van de verweerder tot de eerste zitting in de zaak is voltooid,
  • elk van de erfgenamen in een procedure tot verdeling kan tot het tijdstip van de eerste zitting schriftelijk verzoeken om aanvullende goederen op te nemen in de te verdelen goederen, enz.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

De termijn loopt vanaf het moment van kennisgeving aan de partij. Het tijdstip waarop de kennisgeving aan de partij geacht wordt naar behoren te zijn gedaan, is afhankelijk van de wijze van kennisgeving. In hoofdstuk VI "Kennisgevingen en dagvaardingen" van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn de regels uiteengezet betreffende de wijze waarop kennisgevingen en dagvaarding aan de partijen worden betekend en betreffende het tijdstip waarop de kennisgevingen geacht worden naar behoren te zijn betekend.

Als de kennisgeving persoonlijk wordt betekend aan de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger, of aan een andere persoon die op het adres woont of werkt, moet in de dagvaarding de datum worden vermeld waarop de kennisgeving door de betrokkene is ontvangen, ongeacht of de kennisgeving door een vertegenwoordiger van de rechtbank dan wel een postmedewerker is betekend. Vanaf die datum beginnen de termijnen voor het stellen van de desbetreffende procedurele handeling te lopen.

Kennisgevingen kunnen ook worden betekend door ze te versturen naar een door de partij opgegeven e-mailadres. Ze worden geacht ter kennis te zijn gebracht op het moment dat ze in het gespecificeerde informatiesysteem binnenkomen.

Indien er wettelijke voorwaarden zijn (bijvoorbeeld wanneer de partij het adres heeft gewijzigd dat zij voor de zaak heeft opgegeven zonder de rechtbank hiervan in kennis te stellen), kan de rechter gelasten dat de betekening wordt verricht door bijvoeging van de kennisgeving in de zaak, waarna de termijn begint te lopen vanaf de datum van de bijvoeging.

Als een verweerder niet op zijn vaste adres kan worden gevonden en geen enkele persoon de kennisgeving blijkt te hebben ontvangen, moet de bezorger aan de deur of brievenbus een kennisgeving aanbrengen waarin staat dat de papieren bij de griffie zijn achtergelaten en binnen twee weken na de datum van de kennisgeving kunnen worden ontvangen. Indien de verweerder in dit geval de kennisgevingen niet lijkt te ontvangen, worden de kennisgeving en de bijbehorende stukken geacht te zijn betekend op het moment dat de termijn voor de ontvangst ervan verstrijkt.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

De termijn wordt berekend in jaren, weken en dagen. De in dagen getelde termijn gaat in op de dag die volgt op de dag waarop de termijn begint te lopen en verstrijkt aan het eind van de laatste dag. Als de partij bijvoorbeeld wordt opgedragen om de onregelmatigheden van een vordering binnen zeven dagen te corrigeren en een kennisgeving op 1 juni wordt betekend, dan is dat de datum waarop de termijn begint te lopen, maar begint de telling pas op de volgende kalenderdag, 2 juni, en loopt de termijn af op 8 juni.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Termijnen worden in kalenderdagen berekend.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Een termijn die in weken wordt geteld, verstrijkt op de desbetreffende dag van de laatste week. Indien bijvoorbeeld de partij wordt opgedragen om de onregelmatigheden van het inleidende verzoek binnen één week te corrigeren en de kennisgeving daarvan op vrijdag wordt betekend, is dat de datum waarop de termijn begint te lopen en verstrijkt de termijn op vrijdag van de volgende week.

Een termijn die in maanden wordt geteld, verstrijkt op de desbetreffende datum van de laatste maand of, indien de laatste maand geen dergelijke datum heeft, op de laatste dag van de maand.

Een termijn die in jaren wordt geteld, verstrijkt op de desbetreffende datum van het laatste jaar of, indien het laatste jaar geen dergelijke datum heeft, op de laatste dag van dat jaar.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Zie het antwoord op vraag 8.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Als de laatste dag van de termijn een vrije dag is, loopt de termijn altijd af op de eerstvolgende werkdag.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Alleen de termijnen voor het instellen van beroep tegen rechterlijke beslissingen en bevelen en voor het indienen van verzoeken tot herroeping van een ten uitvoer gelegde rechterlijke beslissing kunnen niet door de rechter worden verlengd. Hetzelfde geldt voor de termijn voor het aantekenen van bezwaar tegen een betalingsbevel.

Alle andere wettelijke en gerechtelijke termijnen kunnen op verzoek van de betrokken partij door de rechter worden verlengd indien daar gegronde redenen voor zijn en mits het verzoek vóór het verstrijken van de termijn is ingediend (artikel 63 WBR). De nieuwe vastgestelde termijn mag niet korter zijn dan de oorspronkelijke termijn. De verlengde termijn loopt vanaf het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat de algemene regels voor het instellen van beroep tegen rechterlijke beslissingen en bevelen in alle burgerlijke en handelszaken, waarbij de volgende termijnen gelden:

  • een termijn van twee weken voor het instellen van beroep tegen rechterlijke beslissingen – deze termijn loopt vanaf de betekening van de beslissing aan de partij
  • een termijn van één maand voor het instellen van cassatieberoep tegen rechterlijke beslissingen – deze termijn loopt vanaf de betekening van de beslissing aan de partij
  • een termijn van één week voor het instellen van beroep tegen rechterlijke beslissingen – deze termijn loopt vanaf de mededeling ervan aan de partij of, indien gegeven in een door de partij bijgewoonde rechtszitting, vanaf de datum van de rechtszitting

Uitzonderingen op deze algemene regels zijn limitatief opgesomd in de wet en zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken van de desbetreffende procedures. Deze uitzonderingen zijn vastgesteld voor:

  • beslissingen tot het inleiden van een insolventieprocedure waartegen beroep kan worden aangetekend binnen zeven dagen na de inschrijving ervan in het handelsregister;
  • beslissingen tot afwijzing van een verzoek om opening van een insolventieprocedure waartegen beroep kan worden aangetekend binnen zeven dagen na de datum van de kennisgeving volgens de procedure van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering;
  • tegen een beslissing in een procedure tot verdeling die de rechter geeft met betrekking tot de vorderingen van de medeverdelers voor rekeningen, een beslissing om een ondeelbaar onroerend goed openbaar te verkopen, een beslissing om een ondeelbaar onroerend goed toe te wijzen aan een van de medeverdelers, en een beslissing om het definitieve verdelingsprotocol bekend te maken, kan beroep worden ingesteld met een gezamenlijke klacht binnen de termijn voor het instellen van beroep tegen de recentste beslissing
  • tegen een beslissing die niet in het bijzijn van de partijen is genomen kan geen beroep worden ingesteld, maar binnen één maand na de betekening ervan kan de partij tegen wie de beslissing is gegeven het hof van beroep verzoeken om de beslissing nietig te verklaren indien zij niet aan de zaak kan deelnemen
  • tegen een beslissing om een echtscheiding door onderlinge toestemming toe te staan, kan geen beroep worden aangetekend,
  • voor andere gevallen van aantekening van beroep waarin de wet uitdrukkelijk voorziet.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Er is niet bepaald dat de rechtbank de door haar of bij wet vastgestelde termijnen kan verkorten; wel kan de rechtbank deze op verzoek van de partijen verlengen. Alleen de termijnen voor het instellen van beroep tegen rechterlijke beslissingen en bevelen en voor het indienen van verzoeken tot herroeping van een ten uitvoer gelegde rechterlijke beslissing kunnen niet door de rechter worden verlengd. Hetzelfde geldt voor de termijn voor het aantekenen van bezwaar tegen een betalingsbevel.

Er is echter geen beletsel voor de rechtbank om ambtshalve of op verzoek van een van de partijen de datum van de rechtszitting te wijzigen door deze voor een vroegere of latere datum te plannen, indien belangrijke omstandigheden dat vereisen. In dergelijke gevallen moet de rechtbank de partijen van de nieuwe datum in kennis stellen en moet de kennisgeving uiterlijk één week vóór de datum van de rechtszitting worden betekend.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

De procedureregels van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de verlenging van de termijn, zijn van toepassing op alle deelnemers aan de procedure, ongeacht hun woonplaats.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Het algemene beginsel is dat procedurele handelingen die na het verstrijken van de termijnen zijn gesteld, niet door de rechter in aanmerking worden genomen. In aanvulling op deze regel is in het WBR uitdrukkelijk bepaald dat indien de onregelmatigheden van het inleidende verzoek niet tijdig worden gecorrigeerd, dit document wordt teruggezonden; indien na het verstrijken van de termijn een beroepschrift tegen, een verzoekschrift tot herroeping van of een bezwaarschrift tegen een executoriale titel wordt ingediend, worden deze documenten teruggezonden wegens te laat ingediend; indien de partij het bewijsmateriaal waarover ze beschikt niet tijdig overlegt, wordt dat bewijsmateriaal niet aanvaard in de zaak, tenzij de te late indiening te wijten is aan bijzondere onvoorziene omstandigheden.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Een partij die de wettelijke of gerechtelijke termijn niet in acht heeft genomen, kan verzoeken om die termijn opnieuw te laten ingaan indien zij bewijst dat de niet-naleving ervan te wijten is aan bijzondere onvoorziene omstandigheden waar zij niet tegen opgewassen was. Het is niet toegestaan een termijn opnieuw te laten ingaan indien het mogelijk was de termijn te verlengen om de procedurele handeling uit te voeren.

Een verzoek om een termijn opnieuw te laten ingaan moet binnen één week na de kennisgeving van niet-inachtneming worden ingediend, onder vermelding van alle omstandigheden die de niet-inachtneming rechtvaardigen en alle bewijzen waaruit blijkt dat het verzoek gegrond is. Het verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank waarbij de desbetreffende procedurele handeling had moeten worden gesteld. Samen met het verzoek om de termijn opnieuw te laten ingaan, worden ook de stukken ingediend waarvoor om een stuiting van de termijn wordt verzocht, en indien de termijn geldt voor de betaling van kosten, stelt de rechtbank een nieuwe termijn vast voor de indiening ervan.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/09/2018

Procestermijnen - Tsjechië

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

De termijnen die doorgaans van belang zijn bij burgerlijke rechtsvorderingen, zijn de termijnen in het procesrecht en de termijnen in het materieel recht.

Er bestaan twee soorten procestermijnen: wettelijke en gerechtelijke procestermijnen.

Wettelijke termijnen worden bij wet vastgelegd. Indien wettelijke procestermijnen niet in acht worden genomen, zijn daar steeds procedurele gevolgen aan verbonden (bv. verlies van de mogelijkheid om een bepaalde taak met succes te volbrengen, het opgelegd krijgen van een disciplinaire boete). Er kan verschoning worden verleend voor het niet in acht nemen van een wettelijke termijn (zie artikel 58 van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (zákon č. 99/1963 Sb., občanský soudní řád, ve znění pozdějších předpisů) (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), zoals gewijzigd, indien een partij of haar wettelijke vertegenwoordiger de termijn om een verschoonbare reden niet heeft gehaald en als gevolg daarvan niet in staat was een handeling uit te voeren waartoe hij of zij gerechtigd was. Een verzoek moet worden ingediend binnen vijftien dagen nadat de belemmering is weggenomen en dit verzoek moet vergezeld gaan van de niet-verrichte handeling. Een rechtbank kan op verzoek van een partij het verzoek aanvaarden met opschortende werking en daarmee verschoning verlenen voor het niet-naleven van de termijn.

Indien in deze wet niet rechtstreeks een termijn is vastgesteld voor het verrichten van een handeling, dan wordt die vastgesteld door de voorzitter van de rechterlijke kamer (of een alleenzetelend rechter). De voorzitter van de rechterlijke kamer (of een alleenzetelend rechter) kan niet alleen in de bij de wet vastgestelde gevallen een termijn vaststellen, maar ook in die gevallen waar dat vereist is om de procedure doeltreffend en met de vereiste spoed te behandelen. Een rechtbank kan een gerechtelijke termijn verlengen naargelang de omstandigheden (zie artikel 55 van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd). Het is niet toegestaan om verschoning te verlenen voor het niet-naleven van een termijn.

Voor de rechtbank vastgelegde termijnen, bijvoorbeeld voor het uitvaardigen van een besluit, zijn geen procestermijnen, maar administratieve termijnen.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Nieuwjaarsdag en de dag waarop Tsjechië opnieuw onafhankelijk werd: 1 januari

Paasmaandag: de dag varieert, maar meestal valt de feestdag eind maart of begin april

Dag van de Arbeid: 1 mei

Bevrijdingsdag: 8 mei

Dag van de Slavische apostelen Cyrillus en Methodius: 5 juli

Sterfdag van Jan Hus: 6 juli

Dag van de Tsjechische Soevereiniteit: 28 september

Onafhankelijkheidsdag: 28 oktober

Dag van de Strijd voor vrijheid en democratie: 17 november

Kerstavond: 24 december

Kerstmis: 25 december

Tweede Kerstdag: 26 december

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

De wettelijke regels voor de methode waarmee termijnen worden berekend wordt vastgelegd in artikel 55-58 van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd.

Een termijn die is vastgesteld in dagen begint op de dag nadat de gebeurtenis zich heeft voorgedaan die bepalend is voor de aanvang van de termijn.

Een halve maand wordt aangeduid als vijftien dagen.

Een termijn die is vastgesteld in weken, maanden of jaren eindigt op de dag waarvan de naam of het getal overeenstemt met de dag waarop de gebeurtenis die de termijn doet ingaan zich heeft voorgedaan. Indien in de laatste maand geen dag met dezelfde naam of hetzelfde getal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.

Eindigt een termijn op een zaterdag, een zondag of een officiële feestdag, dan geldt de eerstvolgende werkdag als de laatste dag van de termijn.

Termijnen die zijn vastgesteld in uren eindigen op het tijdstip waarvan de aanduiding overeenkomt met die van het tijdstip waarop de gebeurtenis die de termijn doet ingaan zich heeft voorgedaan.

Een procestermijn wordt nageleefd als op de laatste dag van de termijn de handeling in de rechtbank is verricht of de voorlegging heeft plaatsgevonden aan de instantie die tot aflevering daarvan gehouden is, m.a.w. meestal de houder van een postlicentie.

Als een procedure wordt gestuit, wordt de looptijd van de procestermijnen ook gestuit (artikel 111, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Als de procedure wordt hervat, vangt de termijn opnieuw aan.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

De dag waarop de gebeurtenis die bepalend is voor de aanvang van de termijn zich heeft voorgedaan, wordt niet meegeteld in de termijn. Dit geldt niet voor een termijn die in uren is vastgesteld. Een termijn loopt bijgevolg doorgaans vanaf de dag die volgt op de gebeurtenis die bepalend is voor de aanvang van de termijn (zie artikel 57, lid 1, van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd).

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Nee.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

De dag waarop de gebeurtenis die bepalend is voor de aanvang van de termijn zich heeft voorgedaan, wordt niet meegeteld in de termijn. Dit geldt niet voor een termijn die in uren is vastgesteld (artikel 57, lid 1, van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd).

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Een termijn wordt berekend aan de hand van kalenderdagen.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Termijnen die zijn vastgesteld in weken komen zelden aan bod in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (wet nr. 99/1963, zoals gewijzigd) (bv. artikel 260, lid 3; artikel 295, lid 1; en artikel 295, lid 2). Ze komen vaker aan bod als gerechtelijke termijnen in de justitiële praktijk.

Termijnen die zijn vastgesteld in maanden hebben ingevolge het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een looptijd van één maand (bv. artikel 82, lid 3; artikel 336m, lid 2; en artikel 338za, lid 2); twee maanden (bv. artikel 240, lid 1 en artikel 247, lid 1); drie maanden (bv. artikel 111, lid 3; artikel 233, lid 1; en artikel 234, lid 1); en zes maanden (bv. artikel 77a, lid 2 en artikel 260g, lid 3).

Er zijn twee soorten termijnen die zijn vastgesteld in jaren in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: een termijn van één jaar (bv. artikel 111, lid 3) en een termijn van drie jaar (bv. artikel 99, lid 3; artikel 233, lid 2; en artikel 234, lid 2).

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een termijn die is vastgesteld in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die gelijk is aan de dag waarop de gebeurtenis die de termijn doet ingaan zich heeft voorgedaan. Kent de laatste maand een dergelijke dag niet, dan verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand (zie artikel 57, lid 2 van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd).

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja (zie artikel 57, lid 2, van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd).

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Wettelijke procestermijnen kunnen niet worden gewijzigd op grond van een rechterlijke beslissing.

Een gerechtelijke procestermijn kan, naargelang de omstandigheden, door een rechtbank worden verlengd.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Een partij kan de beslissing van een arrondissementsrechtbank (okresní soud) of de beslissing van een regionale rechtbank (krajský soud) die bij procedures in eerste aanleg wordt gegeven aanvechten, tenzij de wet dit niet toelaat (zie artikel 201 van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd). Een beroep moet binnen vijftien dagen na afgifte van een schriftelijk exploot van een beslissing worden ingediend bij de rechtbank wiens beslissing wordt aangevochten. De termijn voor het instellen van een beroep vangt aan op de dag nadat de beslissing aan de partij werd betekend of ter kennis gebracht. Het volstaat dat een beroep op de laatste dag van de termijn wordt overhandigd aan een instantie die verplicht is tot de betekening of kennisgeving ervan (met name de houder van een postlicentie, een penitentiaire instelling als een persoon in de gevangenis of in hechtenis zit, een instelling voor de institutionele zorg of bescherming van personen die daar worden opgenomen enz.) of aan de rechtbank om te voldoen aan deze procestermijn.

Wanneer de rechtbank ten aanzien van een beslissing een corrigerende uitspraak doet, begint de termijn te lopen nadat de corrigerende uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen (zie artikel 204, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Als een beroep na het verstrijken van de termijn van vijftien dagen wordt ingediend omdat de appellant heeft gehandeld op basis van onjuiste informatie van de rechtbank met betrekking tot een beroep, wordt dat beroep geacht tijdig te zijn ingediend. Indien een beslissing geen informatie bevat over het beroep, de beroepstermijn of de rechtbank waar het beroep moet worden ingesteld, of onjuiste informatie bevat waaruit blijkt dat een beroep niet mogelijk is, mag het beroep binnen drie maanden na de betekening of kennisgeving van de beslissing worden ingesteld.

Indien een betalingsbevel wordt uitgevaardigd in een zaak, kan de gedaagde voorkomen dat het bevel van kracht wordt, door louter en alleen bezwaar aan te tekenen bij de rechtbank die het bevel heeft uitgevaardigd binnen de wettelijke termijn van vijftien dagen volgend op de datum van de betekening of kennisgeving van het bevel (zie artikel 172, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het betalingsbevel wordt vernietigd wanneer bezwaar wordt aangetekend, waarna de rechtbank een hoorzitting gelast. Een beroep kan enkel worden ingesteld met betrekking tot de procedurekosten, maar vernietigt uiteraard het betalingsbevel niet.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (wet nr. 99/1963, zoals gewijzigd) laat toe dat een hoorzitting om belangrijke redenen wordt verdaagd, indien het niet mogelijk is om in één enkele hoorzitting over een zaak te beraadslagen en tot een beslissing te komen (zie artikel 119 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Een belangrijke reden om een hoorzitting te verdagen is bijvoorbeeld het feit dat een van de partijen in de procedure niet voor de rechtbank is verschenen en dat de hoorzitting in diens afwezigheid niet kon plaatsvinden (zie artikel 101, lid 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) of dat een van de partijen onvoldoende tijd had om de hoorzitting voor te bereiden doordat deze de dagvaarding niet tijdig of om andere belangrijke redenen niet had ontvangen.

Een partij kan de rechtbank verzoeken de hoorzitting te verdagen. De rechtbank zal zich uitspreken over het vooraf ingediende verzoek van een partij om de hoorzitting te verdagen op basis van de ernst van de aangehaalde reden. Indien de rechtbank niet ingaat op het verzoek van de partij, moet de partij verschijnen voor de hoorzitting.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

De wetgeving van de Tsjechische Republiek bevat geen uitdrukkelijke regels voor een dergelijke situatie.

In geval van procedures met een internationaal karakter waarbij een document moet worden betekend of ter kennis gebracht aan een partij die in het buitenland verblijft, gelden de procedureregels van de lex fori, m.a.w. de procedureregels van de rechtbank onder wiens bevoegdheid de zaak valt.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Wanneer een procestermijn niet in acht wordt genomen, heeft dit steeds procedurele gevolgen.

Indien het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (wet nr. 99/1963, zoals gewijzigd) een bepaalde termijn vaststelt voor het verrichten van een handeling (bv. het instellen van een beroep of buitengewoon beroep), dan kan een handeling niet met succes worden verricht als de termijn niet in acht wordt genomen. Er kan verschoning worden verleend voor het niet-naleven van een termijn indien de partij of haar vertegenwoordiger daar een verschoonbare reden voor heeft (bv. plotse ziekte of letsel enz.) en daardoor de handeling waartoe hij of zij gerechtigd is niet kon verrichten (zie artikel 58 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), tenzij de verschoning van het niet-naleven van een specifieke termijn door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt uitgesloten (bv. op grond van artikel 235, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is de verschoning voor het niet-naleven van een termijn uitgesloten in het geval van verzoeken tot herziening van een procedure en tot vernietiging). Indien een termijn wordt vastgesteld waarin een bepaalde verplichting moet worden nagekomen en die termijn niet wordt nageleefd, dan wordt een bepaalde sanctie (bv. een disciplinaire boete) opgelegd.

De wet koppelt bepaalde gevolgen aan het niet-naleven van een gerechtelijke procestermijn. Een gerechtelijke termijn kan door de voorzitter van de rechterlijke kamer (of een alleenzetelend rechter) worden verlengd. Het is niet toegestaan om verschoning te verlenen voor het niet-naleven van een gerechtelijke termijn.

Indien geen bezwaar wordt aangetekend tegen een betalingsbevel, heeft dat betalingsbevel dezelfde uitwerking als een definitief en uitvoerbaar vonnis (zie artikel 174, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Het niet ter zitting verschijnen heeft andere gevolgen dan het niet-naleven van een termijn. Indien een naar behoren opgeroepen partij niet ter zitting verschijnt en geen tijdig verzoek heeft ingediend om de hoorzitting te verdagen om van een belangrijke reden, dan kan de rechtbank beraadslagen over de zaak en een vonnis uitspreken in zijn afwezigheid (zie artikel 101, lid 3, van wet nr. 99/1963 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd) en, indien voldaan is aan de voorwaarden in artikel 153b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan de rechtbank een verstekvonnis uitspreken.

Indien de gedaagde om verschoonbare redenen verstek laat gaan voor de eerste zitting in een zaak waarvoor een verstekvonnis werd uitgesproken, vernietigt de rechter het vonnis op verzoek van de gedaagde en gelast hij een hoorzitting voor de zaak. Een partij kan dergelijk verzoek indienen tot en met de datum waarop het verstekvonnis van kracht wordt (zie artikel 153b, lid 4, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Er kan eveneens beroep ten gronde worden aangetekend tegen een verstekvonnis. Indien de gedaagde niet alleen een verzoek tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank in eerste aanleg heeft ingediend, maar eveneens beroep aantekent tegen het vonnis, en de rechtbank het verzoek tot vernietiging van het vonnis heeft goedgekeurd middels een afdwingbare uitspraak, wordt geen rekening gehouden met het beroep (zie artikel 153b, lid 5, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 22/07/2019

Procestermijnen - Griekenland

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Termijnen zijn perioden waarbinnen een proceshandeling moet worden verricht of perioden die moeten verstrijken voordat een rechtszaak wordt behandeld of een proceshandeling kan worden verricht. De invoering van termijnen heeft als doel de rechtspleging te versnellen en het recht om te worden gehoord te waarborgen. Procestermijnen zijn termijnen waarvan de inachtneming of de niet-naleving procedurele gevolgen hebben. Procestermijnen worden in twee hoofdcategorieën ingedeeld: 1) handelingstermijnen zijn de voorgeschreven termijnen waarbinnen een proceshandeling moet worden verricht, zoals de wettelijke termijn voor het instellen van een beroep (zie artikel 318, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) en 2) voorbereidingstermijnen zijn termijnen waarna de proceshandeling moet worden uitgevoerd. Deze termijnen, zoals de termijn voor het dagvaarden van de verweerder (zie artikel 228 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) zijn doorgaans in het voordeel van de verweerder, aangezien ze hem de tijd geven om zich voor te bereiden. Dit verschil is van belang, omdat handelingstermijnen in onderlinge overeenstemming tussen partijen kunnen worden verlengd, terwijl voorbereidingstermijnen niet kunnen worden verlengd. Handelingstermijnen die op een wettelijke niet-werkdag aflopen, verstrijken op de eerstvolgende werkdag, terwijl voorbereidingstermijnen verstrijken op hun vervaldag, ongeacht of dit een feestdag of een niet-werkdag is. Hieronder volgen enkele belangrijke procestermijnen die zijn opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

  1. termijnen voor de dagvaarding van partijen na het aanhangig maken van de zaak zijn: zestig (60) dagen vóór de hoorzitting, tenzij de partij in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, in welk geval de termijn negentig (90) dagen vóór de hoorzitting is (artikel 228 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
  2. termijnen voor het verzoek tot vernietiging van een vonnis: vijftien (15) dagen vanaf de betekening of kennisgeving indien de partij tegen wie het verstekvonnis is uitgesproken, in Griekenland woont. Indien de niet-verschenen partij in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn zestig (60) dagen nadat het vonnis werd betekend of ter kennis gebracht (artikel 503 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
  3. termijnen voor hoger beroep: dertig (30) dagen vanaf de betekening of kennisgeving van het eindvonnis indien de partij die het beroep instelt in Griekenland woont. Indien de partij die het beroep instelt in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn zestig (60) dagen vanaf de betekening of kennisgeving van het eindvonnis. Indien het eindvonnis niet wordt betekend of ter kennis gebracht, is de termijn voor het instellen van hoger beroep drie (3) jaar vanaf de bekendmaking van het vonnis (artikel 518 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
  4. termijnen voor het heropenen van de zaak: zestig (60) dagen indien de partij die de procedure inleidt in Griekenland woont. Indien de partij die de procedure inleidt in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn honderdtwintig (120) dagen (artikel 545 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
  5. termijnen voor beroep in cassatie: dertig (30) dagen vanaf de betekening of kennisgeving van het vonnis indien de eiser in Griekenland woont. Indien de partij die het beroep instelt in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn negentig (90) dagen vanaf de betekening of kennisgeving van het vonnis. Indien het vonnis niet werd betekend of ter kennis gebracht, is de termijn voor het instellen van een beroep in cassatie drie (3) jaar vanaf de bekendmaking van het vonnis (artikel 564 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering legt eveneens in het bijzonder procestermijnen vast voor andere procedures, zoals procedures die betrekking hebben op huwelijkskwesties (echtscheiding, nietigverklaring van het huwelijk enzovoort), het verzoek om een betalingsbevel en het bezwaar tegen dat verzoek (zie artikel 632 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), huurgeschillen, arbeidsgeschillen, bewarende maatregelen, tenuitvoerleggingsprocedures en het bezwaar tegen die tenuitvoerleggingsprocedures.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Feestdagen in Griekenland worden opgesomd in wet nr. 1157/1981, hoewel die lijst niet uitputtend is. Voor een feestdag geldt als criterium dat er in het algemeen geen transacties worden verricht. Voor bepaalde beroepen of diensten zijn feestdagen daarom niet van toepassing. Het kunnen nationale, religieuze of andere feestdagen zijn, of zelfs plaatselijke of incidentele feestdagen. Voor overheidsdiensten zijn feestdagen geen werkdagen. De volgende dagen gelden als officiële feestdagen: 25 maart (nationale feestdag), 28 oktober (nationale feestdag), nieuwjaarsdag, Driekoningen (6 januari), Goede Vrijdag, paaszaterdag, 1 mei, 15 augustus, eerste en tweede kerstdag, pinkstermaandag, Asmaandag (eerste dag van de vasten), paasmaandag en alle zondagen.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Artikelen 144 - 151 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verwijzen naar procestermijnen. Naargelang de bron die de duur van de termijn bepaalt, wordt er een onderscheid gemaakt tussen wettelijke termijnen (termijnen die worden vastgesteld door de wet, zoals termijnen voor het aanhangig maken van een zaak), gerechtelijke termijnen (termijnen die worden vastgesteld door de behandelend rechter, zoals de termijn voor het verschijnen van de partijen - zie artikel 245 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), opschortende termijnen (termijnen die de hoorzitting doen verzetten naar een latere datum als sanctie voor het niet in acht nemen van de termijn) en verplichte termijnen (termijnen die het tenietgaan van het recht tot gevolg hebben als sanctie voor het niet in acht nemen van de termijn). Het moment van aanvang en het moment van verstrijken van termijnen worden hieronder behandeld. Een termijn wordt gestuit indien een partij overlijdt voordat de termijn is verstreken. Indien de termijn aanving vanaf de betekening of kennisgeving van een document, zal de nieuwe termijn een aanvang nemen met de nieuwe betekening of kennisgeving aan de wettelijke opvolgers van de overledene. Indien de termijn aanving vanaf een andere gebeurtenis, zal de nieuwe termijn een aanvang nemen met de betekening of kennisgeving van de desbetreffende verklaring aan bovengenoemde personen. Indien een zaak wordt gestuit tijdens een termijn, wordt de termijn gestuit en begint de nieuwe termijn te lopen vanaf de datum waarop de zaak wordt overgedaan. De periode van 1 tot en met 31 augustus wordt niet meegeteld bij de berekening van de handelingstermijnen, zoals bedoeld in artikel 147, lid 7, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het gaat onder meer om termijnen voor het aanhangig maken van een zaak en termijnen voor het aantekenen van bezwaar).

De wet staat toe dat termijnen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen en met instemming van de rechter worden verlengd. Zowel wettelijke als gerechtelijke termijnen kunnen worden verlengd, voor zover dit geen afbreuk doet aan de rechten van derden. Rechters zijn niet gebonden aan een verzoek tot verlenging van de overeenkomst en kunnen dergelijke verzoeken geheel of gedeeltelijk verwerpen, afhankelijk van hun beoordeling van de afzonderlijke omstandigheden. Dit betekent dat de partijen moeten aantonen waarom de verlenging gerechtvaardigd is. Ten slotte kunnen termijnen worden ingekort op grond van een rechterlijke beslissing na onderlinge overeenstemming tussen de partijen. Alle wettelijke termijnen kunnen worden ingekort, met uitzondering van termijnen voor het aanhangig maken van een zaak.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

De termijn vangt aan op de dag die volgt op de gebeurentis die de termijn doet ingaan (momento ad momentum).

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kent geen bepalingen voor de verlenging of inkorting van termijnen indien documenten per post of anderszins worden verzonden.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

De dag waarop de gebeurtenis zich voordoet die de termijn doet ingaan, telt alleen mee indien dit expliciet in de wet, de rechterlijke uitspraak of de overeenkomst is bepaald. Dit geldt niet voor de bepaling die stelt dat een bepaalde termijn aanvangt vanaf de datum van betekening of kennisgeving. De belangrijkste termijnen voor het instellen van hoger beroep, beroep in cassatie of het aantekenen van bezwaar gaan in vanaf de dag die volgt op de betekening of bekendmaking van het vonnis. Indien echter wordt bepaald dat de termijn vanaf een bepaalde dag een aanvang neemt, telt die dag mee bij de berekening. Wanneer de termijn aanvangt met de betekening of kennisgeving, is het voor de berekening van de termijn niet relevant of langs andere weg kennis is genomen van de inhoud van het te betekenen document.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Het is irrelevant of de termijn feestdagen omvat. Alleen als dit uitdrukkelijk is bepaald, tellen uitsluitend werkdagen mee bij de berekening van de termijn (zoals het geval is bij de termijn voor hoger beroep tegen een betalingsbevel).

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Ook wanneer de termijn wordt uitgedrukt in maanden of jaren is het irrelevant of de termijn feestdagen bevat, tenzij de wet uitdrukkelijk bepaalt dat de termijn uitsluitend betrekking heeft op werkdagen.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Indien de termijn wordt uitgedrukt in jaren, verstrijkt de termijn aan het einde van dezelfde dag in het laatste jaar. Het is voor de berekening niet van belang of een van de jaren een schrikkeljaar is.

Indien de termijn wordt uitgedrukt in maanden, verstrijkt de termijn aan het einde van dezelfde dag van de laatste maand die overeenkomt met de aanvangsdag van de termijn. Indien een dergelijke dag niet bestaat, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand. Hoeveel dagen een maand telt is niet van belang.

Een termijn van een half jaar komt overeen met een termijn van zes (6) maanden en een termijn van een halve maand komt overeen met een termijn van vijftien (15) dagen.

Indien de termijn wordt uitgedrukt in weken, verstrijkt de termijn aan het einde van dezelfde dag van de week die overeenkomt met de aanvangsdag van de termijn. Als de gebeurtenis zich voordoet op een maandag, verstrijkt de weektermijn de volgende maandag.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Als de termijn verstrijkt op een zaterdag, zondag, feestdag of een niet-werkdag, wordt deze verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

De wet staat toe dat termijnen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen en met instemming van de rechter worden verlengd. Zowel wettelijke als gerechtelijke termijnen kunnen worden verlengd, voor zover dit geen afbreuk doet aan de rechten van derden. Rechters zijn niet gebonden aan een verzoek tot verlenging van de overeenkomst en kunnen dergelijke verzoeken geheel of gedeeltelijk verwerpen, afhankelijk van hun beoordeling van de afzonderlijke omstandigheden.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

  1. . Termijnen voor het verzoek tot vernietiging van een vonnis: vijftien (15) dagen vanaf de betekening of kennisgeving indien de partij tegen wie het verstekvonnis is uitgesproken in Griekenland woont. Indien de niet-verschenen partij in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn zestig (60) dagen nadat het vonnis werd betekend of ter kennis gebracht (artikel 503 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
  2. De termijn voor hoger beroep is vastgelegd in artikel 518, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Indien de eiser in Griekenland woont, is de termijn dertig (30) dagen en indien hij in het buitenland woont of zijn verblijfplaats onbekend is, is deze zestig (60) dagen. De termijn van zestig (60) dagen geldt niet voor personen die tijdelijk in het buitenland verblijven (op vakantie of bij afwezigheid voor enkele dagen voor een bepaald doel). Voor hen geldt een termijn met een bepaalde duur die afhangt van hun professionele status of burgerlijke staat.
  3. Termijnen voor het heropenen van de zaak: zestig (60) dagen indien de partij die de procedure inleidt in Griekenland woont. Indien de partij die de procedure inleidt in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn honderdtwintig (120) dagen (artikel 545 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
  4. Termijnen voor beroep in cassatie: dertig (30) dagen vanaf de betekening of kennisgeving van het vonnis indien de eiser in Griekenland woont. Indien de partij die het beroep instelt in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn negentig (90) dagen vanaf de betekening of kennisgeving van het vonnis. Indien het vonnis niet werd betekend of ter kennis gebracht, is de termijn voor het instellen van een beroep in cassatie drie (3) jaar vanaf de bekendmaking van het vonnis (artikel 564 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

De aanspraak op wettelijke bescherming beslaat in de Griekse wetgeving zowel permanente als tijdelijke wettelijke bescherming, ongeacht de aard van het geschil. De gevallen waarbij een rechter, gezien de urgentie van de zaak of ter afwending van een dreigend gevaar, maatregelen kan bevelen om een recht veilig te stellen of om een situatie in goede banen te leiden en deze vervolgens kan wijzigen of intrekken, worden beslecht in kort geding (krachtens artikelen 682-738 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Gezien de urgentie van die gevallen, is de rechter bevoegd voor het bepalen van het tijdstip en de plaats waarop het verzoek om voorlopige maatregelen wordt gehoord, waarbij de rechter optreedt om tot een snelle oplossing te komen en rekening houdt met het recht van de partijen om te worden gehoord. Het is derhalve aan de rechter om de dagvaardingsmethode en de termijn voor de verschijning te bepalen, ook voor personen die in het buitenland verblijven of wiens verblijfplaats niet bekend is. De hoorzitting kan eventueel plaatsvinden op een zondag of een feestdag. Met uitzondering van voorlopige maatregelen, zijn bovengenoemde termijnen van toepassing voor alle civiele procedures en is er geen bepaling die de verlenging ervan mogelijk maakt.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

De Griekse wetgeving kent hier geen bepalingen voor.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Er zijn geen procedurele gevolgen verbonden aan het niet in acht nemen van termijnen voor rechtshandelingen. Indien een termijn waarbinnen de partijen moeten handelen verstrijkt zonder dat ze enige handeling verrichten, gaat het recht teniet. Bij voorbereidingstermijnen verschillen de gevolgen. Zo kan een hoorzitting niet-ontvankelijk worden verklaard (zie artikel 271, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Restitutio in integrum is een rechtsmiddel dat in de grondwet is vastgesteld en dat een partij die omwille van overmacht of bedrog door de andere partij een termijn niet heeft nageleefd, in staat stelt een verzoek in te dienen tot herstel van de status quo die voorafging aan het verstrijken van de termijn.

Een verzoek tot herstel in de vorige toestand kan echter in uitzonderlijke gevallen niet worden ingediend als het gebaseerd is op a) een fout van de gemachtigde advocaat of wettelijke vertegenwoordiger van de eiser; b) feiten waarover de rechter zich tijdens de behandeling van een verzoek tot verlenging of opschorting van de termijn reeds heeft uitgesproken om de desbetreffende verlenging of opschorting toe te wijzen. In het verzoek moet worden vermeld waarom de termijn niet werd gehaald, moet het bewijs worden geleverd op basis waarvan de waarheid kan worden achterhaald, moet worden aangegeven welke handeling niet werd verricht of moet worden aangeven dat de handeling inmiddels is verricht. Het verzoek tot herstel in de vorige toestand dient te worden behandeld binnen dertig (30) dagen na de datum waarop het beletsel dat de oorzaak was van de overmacht werd opgeheven of waarop kennis werd genomen van het bedrog door de andere partij. Indien de bovenstaande termijn om eender welke reden niet wordt nageleefd, kan geen verzoek worden ingediend voor een nieuwe termijn (zie artikelen 152-158 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Een verzoek tot herstel in de vorige toestand kan echter in uitzonderlijke gevallen niet worden ingediend als het gebaseerd is op a) een fout van de gemachtigde advocaat of wettelijke vertegenwoordiger van de eiser; b) feiten waarover de rechter zich tijdens de behandeling van een verzoek tot verlenging of opschorting van de termijn reeds heeft uitgesproken om de desbetreffende verlenging of opschorting toe te wijzen. In het verzoek moet worden vermeld waarom de termijn niet werd gehaald, moet het bewijs worden geleverd op basis waarvan de waarheid kan worden achterhaald, moet worden aangegeven welke handeling niet werd verricht of moet worden aangeven dat de handeling inmiddels is verricht. Het verzoek tot herstel in de vorige toestand dient te worden behandeld binnen dertig (30) dagen na de datum waarop het beletsel dat de oorzaak was van de overmacht werd opgeheven of waarop kennis werd genomen van het bedrog door de andere partij. Indien de bovenstaande termijn om eender welke reden niet wordt nageleefd, kan geen verzoek worden ingediend voor een nieuwe termijn (zie artikelen 152-158 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 20/06/2018

Procestermijnen - Frankrijk

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Naast de eigenlijke procestermijnen (délais de procédure) bestaan er in het Franse recht de zogenaamde "verjaringstermijnen" (délais de prescription) en "vervaltermijnen" (délais de forclusion).

Verjaringstermijnen (délais de prescription) zijn de termijnen aan het einde waarvan een persoon een eigendomsrecht verkrijgt (délai de prescription acquisitive) of dit recht verliest als hij het recht niet heeft uitgeoefend (délai de prescription extinctive). Verjaringstermijnen kunnen worden opgeschort (suspendu) of gestuit (interrompu): als een termijn wordt opgeschort en de oorzaak van de opschorting vervolgens wordt weggenomen, wordt de termijn voor de resterende tijd hervat; als een termijn wordt gestuit en de oorzaak van de stuiting vervolgens wordt weggenomen, dan vangt de termijn opnieuw aan.

Vervaltermijnen (délais de forclusion) beperken de duur van de uitoefening van een recht. Deze termijnen komen overeen met het Angelsaksische begrip "limitation of action". Vervaltermijnen kunnen niet worden opgeschort. In principe kunnen deze termijnen evenmin worden gestuit. Volgens artikel 2241 en 2244 van het Burgerlijk Wetboek worden deze termijnen echter wel gestuit door bepaalde handelingen, zoals de oproeping om te verschijnen voor de rechtbank, een beslaglegging of een andere tenuitvoerleggingsmaatregel.

Procestermijnen (délais de procédure) zijn termijnen die van toepassing zijn op gerechtelijke procedures zodra de procedure werd ingeleid. Deze zijn bij wet vastgelegd of vastgesteld door de rechter. In tegenstelling tot vervaltermijnen, betekent het einde van een procestermijn niet het einde van een proceshandeling. Procestermijnen kunnen niet worden opgeschort of gestuit.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

De huidige wetgeving bepaalt dat de volgende dagen officiële feestdagen zijn:

  • Zondagen
  • 1 januari
  • Tweede paasdag
  • 1 mei
  • 8 mei
  • Hemelvaartsdag
  • Tweede Pinksterdag
  • 14 juli
  • Maria-Hemelvaart (15 augustus)
  • Allerheiligen (1 november)
  • 11 november
  • Eerste Kerstdag (25 december)

Op bepaalde plaatsen (bepaalde departementen (départements) en territoriale gemeenschappen (communautés territoriales)) worden officiële feestdagen ingevoerd om de afschaffing van de slavernij te vieren: 27 mei in Guadeloupe, 10 juni in Frans-Guyana, 22 mei in Martinique, 20 december in La Réunion en 27 april in Mayotte.

In de departementen Alsace en Moselle gelden 26 december en Goede Vrijdag ook als officiële feestdag.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Sinds Wet nr. 2008-561 van 17 juni 2008 (die overgangsbepalingen bevat) in werking is getreden, geldt in het gemene recht een verjaringstermijn van vijf jaar waarna een recht komt te vervallen (voorheen 30 jaar).

Er zijn echter diverse uitzonderingen op dit beginsel, met name voor procedures inzake burgerlijke aansprakelijkheid bij gebeurtenissen die een lichamelijk letsel tot gevolg hebben, waarvoor een verjaringstermijn van 10 jaar wordt vastgelegd, gerekend vanaf het moment waarop het letsel wordt toegebracht of verergerd, of voor procedures inzake eigendomsrechten op onroerende goederen, die na 30 jaar vervallen.

De looptijd van de verval- en procestermijnen is afhankelijk van de aard van de zaak en van de desbetreffende procedure.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Artikel 640 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat de procestermijnen waarbij binnen een bepaalde termijn een handeling of formaliteit moet worden uitgevoerd, berekend worden vanaf de datum van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving die deze termijn doet ingaan.

Dezelfde regel geldt, behoudens specifieke bepalingen, ook voor de verjarings- en vervaltermijnen. Zo geldt volgens artikel 2226 van het Burgerlijk Wetboek voor procedures inzake burgerlijke aansprakelijkheid met betrekking tot een lichamelijk letsel een termijn van 10 jaar, gerekend vanaf het moment dat het letsel wordt toegebracht of verergerd.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Volgens artikel 664-1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de datum van de betekening of kennisgeving van een stuk de dag waarop deze door een gerechtsdeurwaarder (huissier) wordt gedaan in persoon aan de woonplaats of de verblijfplaats van de geadresseerde, of de datum waarop de gerechtsdeurwaarder het officiële proces-verbaal opstelt waarin wordt aangegeven welke stappen zijn ondernomen om de geadresseerde te vinden. Wanneer de betekening of kennisgeving van een stuk elektronisch gebeurt, gelden de datum en het tijdstip van de toezending van het stuk aan de geadresseerde als de datum en het tijdstip van de betekening of kennisgeving.

Volgens artikel 668 en 669 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de datum van betekening of kennisgeving per post, de datum van verzending voor de afzender en de datum van ontvangst voor de geadresseerde. De datum van verzending is de datum die wordt vermeld op het stempel van de uitgevende instantie. De datum van ontvangst is de datum van het ondertekende ontvangstbewijs (récipissé) of de datum van ondertekening (émargement) door de geadresseerde. Indien de betekening of kennisgeving per aangetekend schrijven met bewijs van ontvangst (avis de réception) gebeurt, is de datum van ontvangst de datum die door de post wordt aangebracht bij overhandiging van de brief aan de geadresseerde.

In afwijking hiervan stelt artikel 647-1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat de datum van betekening of kennisgeving van een exploot in een overzeese gemeenschap, in Nieuw-Caledonië of in het buitenland, voor de afzender de datum is waarop de gerechtsdeurwaarder of de griffie (greffe) het exploot heeft verzonden, of bij ontstentenis daarvan, de datum van ontvangst door het bevoegde parket (parquet).

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Volgens artikel 641 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vangt een termijn die in dagen is uitgedrukt aan op de dag volgend op de dag van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving.

De wijze van betekening of kennisgeving is niet van invloed op de aanvang van de termijn. Indien de betekening of kennisgeving van een document echter niet in persoon is gebeurd, kan de datum van de kennisgeving van het document aan de geadresseerde of de datum van de op het document gebaseerde tenuitvoerleggingsmaatregelen worden aangehouden als aanvangsdatum van de termijn.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Artikel 642 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een termijn die anders op een zaterdag, zondag, officiële feestdag of niet-werkdag zou verstrijken, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag.

Dit betekent dat de termijn doorloopt op zon- en feestdagen, maar dat deze wordt verlengd indien de laatste dag van de termijn een zaterdag, zondag, officiële feestdag of niet-werkdag is.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Artikel 641 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een termijn die wordt uitgedrukt in maanden of jaren, verstrijkt op de dag van de laatste maand of van de maand in het laatste jaar die hetzelfde datumgetal heeft als de datum van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving die de termijn doet ingaan. Als er in de volgende maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand.

Indien een termijn wordt uitgedrukt in maanden en in dagen, worden eerst de maanden geteld en vervolgens de dagen.

De regel in artikel 642 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (zie de vorige vraag) geldt voor elke termijn, ongeacht of deze wordt uitgedrukt in dagen, maanden of jaren.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Volgens artikel 642 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verstrijkt elke termijn op de laatste dag om 24.00 uur, behalve wanneer de termijn wordt verlengd omdat deze anders zou verstrijken op een zaterdag, een zondag, een officiële feestdag of een niet-werkdag.

Zoals eerder aangegeven, gaat elke termijn uit van de dag van de handeling, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening of kennisgeving die deze termijn doet ingaan.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Zoals eerder aangegeven, wordt een termijn die anders op een zaterdag, zondag, officiële feestdag of niet-werkdag zou verstrijken, verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag.

Het begin van een termijn moet noodzakelijkerwijs bepaald of bepaalbaar zijn. Bij twijfel kan deze door de rechter worden vastgesteld. De verlenging van de termijn tot en met de eerstvolgende werkdag is van toepassing op elke zaak en elke procedure.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Artikel 643 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat bij een vordering die wordt ingesteld bij een rechtbank in Europees Frankrijk, de oproepingstermijn (comparution) en de termijnen voor het aantekenen van beroep (appel), het aantekenen van bezwaar (opposition), het herzien van een vonnis (révision) en het instellen van een beroep in cassatie (recours en cassation) worden verlengd met:

  • een maand voor personen die in een overzees departement, een overzees gebiedsdeel of overzeese gemeenschap wonen;
  • twee maanden voor personen die in het buitenland wonen.

Artikel 644 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat bij een vordering die wordt ingesteld bij een rechtbank in een overzeese territoriale gemeenschap, de oproepingstermijn en de termijnen voor het aantekenen van beroep, het aantekenen van bezwaar en het herzien van een vonnis worden verlengd met:

  • een maand voor personen die niet wonen in de overzeese territoriale gemeenschap waar de behandelende rechtbank bevoegd is;
  • twee maanden voor personen die in het buitenland wonen.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

In principe geldt volgens artikel 538 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een termijn van één maand voor een gewoon beroep bij zaken waarover in eigenlijke rechtspraak wordt beslist en een termijn van vijftien dagen bij zaken waarover in oneigenlijke rechtspraak wordt beslist. Er zijn echter diverse bepalingen die afwijken van dit principe. Zo bedraagt de beroepstermijn vijftien dagen in geval van uitspraken in kort geding, uitspraken van de uitvoerende rechter, uitspraken in familierechtelijke zaken en uitspraken van de kinderrechter over opvoedingsbijstand enz.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Rechtbanken kunnen in noodgevallen de oproepingstermijn inkorten en kunnen in de eerste dagvaarding een bepaalde dag vastleggen voor een zitting ten gronde. Rechtbanken kunnen eveneens het onderzoek naar de zaak naar een latere datum verschuiven om alle partijen de gelegenheid te geven voor de rechtbank te verschijnen.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Artikel 647 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat indien aan een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, een tot hem gerichte beslissing wordt betekend of ter kennis gebracht op een plaats waar de plaatselijke bewoners niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, dezelfde termijn wordt gehanteerd als voor laatstgenoemden.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Met het verstrijken van een verjarings- of vervaltermijn vervalt het recht om een rechtsvordering in te stellen en komt een termijn te vervallen; de vordering wordt zonder verder onderzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Wanneer een bij wet of door de rechter vastgestelde procestermijn niet in acht wordt genomen, zijn de gevolgen afhankelijk van het soort termijn en de aard van de rechtshandelingen die moeten worden uitgevoerd. Wanneer een oproepingstermijn niet in acht wordt genomen, wordt een beslissing die vóór het verlopen van de termijn is gedaan, nietig verklaard indien de gedaagde niet is verschenen. Gebrek aan due diligence vanwege de partijen wordt doorgaans bestraft met het van de rol schrappen van de zaak. Wanneer een proceshandeling niet tijdig wordt verricht, wordt de handeling nietig verklaard.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Er bestaat geen enkele mogelijkheid om het vervallen van het vorderingsrecht ongedaan te maken. Dit is een rechtsgevolg van het verstrijken van de verjarings- of vervaltermijn.

Indien de wet hierin voorziet, heeft de rechtbank echter de mogelijkheid om het vervallen van de vorderingsrechten van een partij door het niet-naleven van een termijn deels ongedaan te maken. Artikel 540 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in de mogelijkheid om het vervallen van de rechten als gevolg van het niet-naleven van de termijn voor het betwisten van een verstekvonnis of een vonnis dat geacht wordt op tegenspraak gewezen te zijn, deels nietig te verklaren indien de partij, zonder daaraan zelf schuld te hebben, niet tijdig heeft kunnen kennisnemen van het vonnis om het te betwisten of indien de partij niet in staat was om dit te doen.

Tegen de beslissing van een rechtbank om een proceshandeling nietig te verklaren, kan beroep worden aangetekend of een verzoek tot herroeping (rétractation) worden ingediend. Door dit soort nietigverklaring komt bovendien de lopende procedure ten einde, maar blijft het vorderingsrecht bestaan. Er kan een nieuw verzoek worden ingediend zolang er geen andere redenen zijn voor het vervallen van de procedure, met name het verstrijken van de vervaltermijn.

Tegen de beslissing om de zaak van de rol te schrappen is geen beroep mogelijk. Door het van de rol schrappen wordt de procedure echter niet beëindigd. Dit betekent dat de opschorting van de verjarings- of de vervaltermijn door de dagvaarding blijft voortduren. De opschorting ten gevolge van het van de rol schrappen kan ongedaan worden gemaakt door een formaliteit te vervullen, met name door een verzoek in te dienen om de zaak weer op de rol te plaatsen.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Site Legifrance – Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (in het Frans)

De link wordt in een nieuw venster geopend.Site Legifrance – Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in het Engels en het Spaans

De link wordt in een nieuw venster geopend.Site Legifrance – officiële feestdagen


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 23/07/2018

Procestermijnen - Kroatië

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

In de Republiek Kroatië worden termijnen voor burgerlijke rechtsvorderingen vastgelegd in de bepalingen van artikel 111 - 114 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zakon o parničnom postupku) (gepubliceerd in het staatsblad Narodne Novine van de Republiek Kroatië, nr. 53/91, 91/92, 112/99, 129/00, 88/01, 117/03, 88/05, 2/07, 96/08, 84/08, 123/08, 57/11, 25/13 en 89/14; hierna: ZPP).

Een termijn is een specifieke tijdsperiode waarin een proceshandeling kan worden verricht of een specifieke tijdsperiode die moet zijn verstreken voordat een proceshandeling kan worden verricht.

Het Kroatische procesrecht erkent meerdere soorten termijnen:

• wettelijke (zakonski) en gerechtelijke (sudski) termijnen — de looptijd van wettelijke termijnen wordt bij wet bepaald en kan niet worden gewijzigd door de rechtbank of de partijen; de looptijd van gerechtelijke termijnen wordt door de rechtbank naar eigen goeddunken vastgesteld voor elke specifieke zaak, op grond van een wettelijke bevoegdheid.

• verlengbare (produživi) en niet-verlengbare (neproduživi) termijnen — wettelijke termijnen kunnen niet worden verlengd; gerechtelijke termijnen kunnen wel worden verlengd, indien daar gegronde redenen voor bestaan. In dat laatste geval beslist de rechtbank over de verlenging van de termijn, maar uitsluitend op verzoek van een betrokken persoon (artikel 111, lid 2, ZPP).

• subjectieve (subjektivni) en objectieve (objektivni) termijnen — subjectieve termijnen zijn termijnen die aanvangen wanneer een bevoegd persoon kennisneemt van een gebeurtenis die van belang is voor de berekening van de termijn; objectieve termijnen worden berekend vanaf het moment waarop het relevante feit zich voordoet, ongeacht of de bevoegde persoon daarvan heeft kennisgenomen;

• extinctieve verjaringstermijnen (prekluzivni) en indicatieve (instruktivni) termijnen — wanneer een extinctieve verjaringstermijn niet in acht wordt genomen, gaat het recht om de proceshandeling later uit te voeren verloren; wanneer een indicatieve termijn daarentegen niet in acht wordt genomen, heeft dit geen nadelige gevolgen en kan de proceshandeling nadien worden uitgevoerd;

• minimumtermijnen (dilatorni) en handelingstermijnen (paricijski) — minimumtermijnen houden in dat een proceshandeling niet mag worden verricht voordat een bepaalde tijdsperiode is verstreken; handelingstermijnen houden daarentegen in dat de rechtbank een bepaalde actie niet mag ondernemen voordat de handelingstermijn is verstreken;

• burgerlijke termijnen (građanskopravni) en procestermijnen (procesnopravni) — burgerlijke termijnen zijn termijnen die een tijdsperiode vastleggen om een goedkeuring te verkrijgen of om verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de bepalingen van het materieel burgerlijk recht; procestermijnen leggen daarentegen een tijdsperiode vast om een goedkeuring te verkrijgen of om verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de bepalingen van het (burgerlijke) procesrecht.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

De lijst van niet-werkdagen wordt in de Republiek Kroatië vastgelegd door de wet op feestdagen, herdenkingsdagen en niet-werkdagen (Zakon o blagdanima, spomendanima i neradnim danima u Republici Hrvatskoj) (gepubliceerd in het staatsblad Narodne Novine van de Republiek Kroatië nr. 33/96, 96/01, 13/02, 136/02, 112/05, 59/06, 55/08, 74/11, 130/11).

De officiële feestdagen in de Republiek Kroatië zijn:

1 januari - Nieuwjaarsdag

6 januari - Driekoningen

Paaszondag en -maandag;

Sacramentsdag

1 mei - Dag van de Arbeid

22 juni - Dag van de Antifascistische Strijd

25 juni - Dag van de Staat

5 augustus - Dag van de Bevrijding en Nationale Dankbaarheid en Veteranendag

15 augustus - Maria-Hemelvaart

8 oktober - Dag van de Onafhankelijkheid

1 november - Allerheiligen

25 december - Kerstmis

26 december - Tweede Kerstdag / Feest van St. Stephen

Feestdagen zijn in de Republiek Kroatië niet-werkdagen.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Termijnen worden berekend in dagen, maanden en jaren.

De regels voor de berekening van termijnen gelden voor alle termijnen. De termijnen worden berekend in volledige dagen, van middernacht tot middernacht (computatio civilis, a die ad diem), en niet van moment tot moment door de uren en minuten te berekenen (computation naturalis, a momento ad momentum). Zie het antwoord onder 1) voor meer informatie over de algemene regels.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

De aanvangsdatum is de datum waarop de procedure wordt ingeleid of de datum waarop een andere proceshandeling wordt uitgevoerd (bv. betekening, aankondiging). De looptijd moet vanaf die datum worden berekend. De aanvangsdatum wordt niet meegeteld voor termijnen die worden uitgedrukt in dagen. De eerstvolgende dag geldt als aanvang van de termijn.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

De betekening of kennisgeving moet in de regel plaatsvinden op een werkdag, meer bepaald van zeven uur 's ochtends tot acht uur 's avonds, op het thuis- of werkadres van de persoon aan wie de betekening of kennisgeving gericht is, of in de rechtbank wanneer voornoemde persoon zich daar bevindt. De uitzondering op bovenstaande regel die stelt dat de betekening of kennisgeving moet plaatsvinden op een werkdag, meer bepaald van zeven uur 's ochtends tot acht uur ‘s avonds, geldt niet voor de betekening of kennisgeving per post of door een notaris.

De betekening of kennisgeving kan eveneens worden uitgevoerd op een ander tijdstip of een andere plaats met de toestemming van de persoon aan wie de betekening of kennisgeving moet worden gedaan.

Indien de rechtbank dit nodig acht, wordt een bevel uitgevaardigd tot betekening of kennisgeving op een andere plaats of een ander tijdstip. Bij deze vorm van betekening of kennisgeving moet een afschrift van de rechterlijke uitspraak voor het bevel worden overhandigd aan de persoon aan wie de betekening of kennisgeving moet worden gedaan. Deze uitspraak behoeft geen toelichting.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Indien een termijn wordt berekend in dagen, wordt de dag waarop de betekening of kennisgeving werd gedaan of de dag van de gebeurtenis die de termijn doet ingaan niet meegeteld. De termijn vangt derhalve aan op de eerstvolgende dag.

Een voorbeeld: indien de gebeurtenis waarna een termijn van 15 dagen ingaat plaatsvond op 5 februari, verstrijkt de termijn van 15 dagen op 20 februari omstreeks middernacht.

De berekening van de termijn begint derhalve niet op de dag van de gebeurtenis (dies a quo), maar op de volgende dag.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Als de termijn wordt uitgedrukt in dagen, dan verwijzen die dagen naar kalenderdagen. Valt de laatste dag van een termijn echter op een officiële feestdag, een zondag of een andere dag waarop de rechtbank gesloten is, dan verstrijkt die termijn aan het einde van de eerstvolgende werkdag.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Termijnen die in maanden of jaren zijn uitgedrukt, verstrijken in de laatste maand of het laatste jaar aan het einde van de dag met hetzelfde datumgetal als de dag waarop de termijn aanving.

Als er in de laatste maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Zie punt 8.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Een termijn die door een rechtbank wordt vastgesteld kan slechts eenmaal worden verlengd op verzoek van een betrokkene, indien daar gegronde redenen voor bestaan.

Het verzoek moet worden ingediend voordat de termijn waarvoor een verlenging wordt aangevraagd is verstreken.

Er kan geen beroep worden aangetekend tegen een uitspraak over de verlenging van een termijn.

De verlengde termijn vangt aan op de eerstvolgende dag na het verstrijken van de termijn waarvoor de verlenging werd aangevraagd.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Partijen kunnen in beroep gaan tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg binnen vijftien dagen volgend op de datum waarop een afschrift van het vonnis werd betekend of ter kennis gebracht, tenzij deze wet een andere termijn vastlegt. Bij geschillen over cheques en wissels bedraagt de termijn acht dagen.

Bij procedures voor geringe vorderingen, procedures voor handelsrechtbanken en werkgerelateerde geschillen bedraagt de termijn voor het aantekenen van beroep acht dagen.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Een termijn die door een rechtbank wordt vastgesteld kan slechts eenmaal worden verlengd op verzoek van een betrokkene, indien daar gegronde redenen voor bestaan.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

De bepalingen van burgerlijke rechtsvordering in de Republiek Kroatië voorzien niet in een verlenging van de termijn op basis van de verblijfplaats van de partijen.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

De gevolgen zijn afhankelijk van het juridische karakter van de termijnen, m.a.w. indien de partij geen proceshandeling verricht binnen de voorgeschreven wettelijke termijn - die niet verlengbaar is - verliest de partij door die niet-naleving het recht om die proceshandeling later te verrichten.

Daarnaast zijn er termijnen waarbij de partij het recht om de proceshandelingen later te verrichten niet verliest wanneer hij of zij de termijn niet in acht neemt. Dit zijn indicatieve termijnen.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Indien een partij niet verschijnt op een hoorzitting of geen proceshandelingen verricht binnen de termijn en daardoor het recht verliest om die proceshandeling alsnog te verrichten, kan de rechtbank die partij toestaan om, op zijn of haar verzoek, die proceshandelingen later te verrichten (verzoek om een terugkeer naar een eerdere toestand), als die van oordeel is dat er gegronde redenen waren voor het verzuim.

Het verzoek moet binnen acht dagen na de datum waarop de reden voor het verzuim ophoudt te bestaan worden ingediend; indien de partij pas later kennisneemt van het verzuim, vangt bovenstaande termijn aan op het moment waarop hij of zij daar kennis van neemt. Wanneer twee maanden zijn verstreken na de datum van het verzuim, kan niet langer een verzoek tot terugkeer naar een eerdere toestand worden ingediend.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 23/08/2018

Procestermijnen - Cyprus

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Dit zijn de belangrijkste termijnen op basis van de regels voor civiele procedures:

Termijn om gerechtelijke documenten te registreren:

In het geval van een algemeen bekrachtigde dagvaarding moet de eiser een conclusie van eis bij de rechtbank indienen en deze binnen 10 dagen na de datum waarop de verweerder zijn/haar memorandum van verschijning heeft ingediend aan de verweerder bezorgen, tenzij de rechtbank anders bepaalt.

Het verweerschrift van een verweerder die zijn/haar memorandum van verschijning al heeft ingediend moet binnen 14 dagen na ontvangst van de conclusie van eis worden ingediend, tenzij deze termijn door de rechtbank wordt verlengd.

Termijn om een rechterlijke uitspraak ten uitvoer te leggen:

Een rechterlijke uitspraak kan ten uitvoer worden gelegd binnen 6 jaar na de datum waarop deze uitvoerbaar is geworden. Als het niet mogelijk is een rechterlijke uitspraak binnen de gestelde termijn ten uitvoer te leggen, kan de eiser een verzoek indienen om de uitspraak te vernieuwen (hetgeen een indirecte verlenging van de termijn inhoudt).

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Op zaterdag en zondag en op de volgende dagen wordt er in Cyprus niet gewerkt:

  • Nieuwjaarsdag: 1 januari
  • Driekoningen: 6 januari
  • Schone Maandag (veranderlijke feestdag)
  • Nationale feestdag: 25 maart (begin van de revolutie van 1821)
  • Nationale feestdag: 1 april (begin van de Cypriotische onafhankelijkheidsstrijd 1955- 1959)
  • Dag van de Arbeid: 1 mei
  • Goede Vrijdag: vrijdag voor Pasen
  • Paasmaandag: maandag na Pasen
  • Pinksteren (veranderlijke feestdag)
  • Onze-Lieve-Vrouwe Hemelvaart: 15 augustus
  • Onafhankelijkheidsdag: 1 oktober
  • Nationale feestdag: 28 oktober ('NEE'-dag 1940)
  • Kerstavond: 24 december
  • Eerste Kerstdag: 25 december
  • Tweede Kerstdag: 26 december

Daarnaast zijn de volgende periodes op grond van regel 61 voor civiele procedures officiële vrije dagen voor het rechtsstelsel:

  • De periode van 10 juli tot en met 9 september (zomervakantie).
  • De periode van 24 december tot en met 6 januari (kerstvakantie).
  • De periode van de donderdag voor Pasen tot en met de zondag van Sint-Thomas (paasvakantie).

Hoorzittingen of andere procedures kunnen in bovengenoemde periodes alleen worden gehouden op basis van instructies van het Hooggerechtshof of van een rechter indien de procedure onder zijn/haar bevoegdheid valt.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

  • Op de verschillende civiele procedures zijn de regels voor civiele procedures van toepassing.
  • De bepalingen van de wet inzake verjaring 165(I)/2002 gelden voor de termijnen waarbinnen een zaak aanhangig kan worden gemaakt.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

De termijn start op de dag na betekening, aangezien 'dagen' overeenkomstig artikel 2 van de wet inzake wetsinterpretatie 'etmalen' betekenen.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Overeenkomstig de regels voor civiele procedures moeten documenten in de Republiek Cyprus persoonlijk door een gerechtsdeurwaarder [deurwaarder] worden betekend (behalve in uitzonderlijke gevallen waarin het Hof op verzoek anderszins heeft bepaald). De datum van betekening heeft geen invloed op de termijn.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Nee. Zie het antwoord op vraag 4.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Als een termijn in dagen wordt uitgedrukt, worden hiermee 'kalenderdagen' bedoeld, tenzij de rechtbank in een bepaalde zaak anders heeft bepaald. De rechtbank kan bijvoorbeeld bepalen dat het bezwaar van de verweerder 'binnen 3 werkdagen vanaf vandaag' moet worden geregistreerd of dat de beschikking 'binnen 5 werkdagen na het opstellen ervan' moet worden betekend (bijv. aan de verweerder in een ex-parte procedure of aan een bankinstelling in het kader van een procedure ten behoeve van het bevriezen van een bankrekening).

De wet inzake wetsinterpretatie bepaalt dat 'dagen' altijd 'etmalen' betekenen.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

De termijn wordt uitgedrukt in kalenderweken of -maanden.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

In deze gevallen vervalt de termijn na het verstrijken van het laatste uur van de laatste dag van de week, de maand of het jaar van de termijn.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja, in deze gevallen wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Overeenkomstig regel 57, bepaling 2, voor civiele procedures kan de rechtbank alle termijnen verlengen en verkorten die in bovenstaande regels worden genoemd of die in een relevante beschikking worden beschreven, zonder dat hiervoor voorwaarden gelden of met inachtneming van voorwaarden in het belang van het recht.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Tegen een voorlopige of definitieve beschikking met betrekking tot een kwestie die geen zaak vormt en tegen de afwijzing van een voorlopig verzoek kan beroep worden aangetekend binnen 14 dagen na de datum waarop de beschikking bindend is geworden of de datum waarop het verzoek is afgewezen.

In alle andere gevallen (bijv. beroep tegen een definitieve uitspraak in een burgerlijke zaak) moet het beroep worden aangetekend binnen 6 weken na de datum waarop de uitspraak bindend is geworden.

Deze termijn kan alleen in zeer zeldzame en uitzonderlijke gevallen worden verlengd.

De termijnen voor het aanhangig maken van een zaak worden beschreven in de wet inzake verjaring 165(I)/2002.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Nadat de aanhangigmaking is betekend, heeft de verweerder 10 dagen de tijd om zijn/haar memorandum van verschijning in te dienen.

De andere datums waarop de partijen voor de rechtbank dienen te verschijnen worden door de rechtbank zelf vastgesteld.

De eerste verschijningsdatum wordt in het geval van een verzoek door de griffie van de rechtbank vastgesteld na indiening van het verzoek, tenzij er een speciale reden bestaat om een specifieke verschijningsdatum vast te stellen. In dat geval wordt de specifieke datum pas vastgesteld na toestemming van de rechtbank die de zaak behandelt.

Zie het antwoord op vraag 11 voor meer informatie over het wijzigen van andere termijnen.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Als in de jurisdictie het Cypriotisch recht van toepassing is, gelden dezelfde regels en dezelfde termijnen, ongeacht de woonplaats van de partij aan wie de betekening is gedaan.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Als een verweerder zijn/haar memorandum van verschijning niet indient of vervolgens zijn/haar verweerschrift niet binnen de gestelde termijnen overlegt, kan de eiser een verzoek indienen voor een uitspraak in zijn/haar voordeel.

Op dezelfde manier kan een verweerder een verzoek tot afwijzing van de zaak indienen als de eiser in het geval van een algemeen bekrachtigde dagvaarding zijn/haar conclusie van eis niet binnen de gestelde termijn heeft ingediend.

Daarnaast kan de rechtbank een bezwaar tegen een verzoek dat na het verlopen van de gestelde termijn is ingediend negeren, waardoor de verweerder die in gebreke is gebleven zijn/haar recht kan verliezen om tijdens de procedure te worden gehoord.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Een in gebreke blijvende eiser waarvan de zaak is afgewezen, kan verzoeken de zaak weer te openen.

Een in gebreke blijvende verweerder die in het ongelijk is gesteld, kan verzoeken de uitspraak te vernietigen.

Dergelijke verzoeken wordt bij wijze van uitzondering toegewezen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 15/10/2019

Procestermijnen - Litouwen

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Het burgerlijk wetboek (Civilinis kodeksas) voorziet in een algemene verjaringstermijn en kortere verjaringstermijnen. Er zijn stuitbare, verkrijgende of ontbindende verjaringstermijnen.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Zondagen;

1 januari: nieuwjaarsdag;

16 februari: dag van het herstel van de staat Litouwen;

11 maart: dag van het herstel van de onafhankelijkheid van Litouwen;

Paaszondag en paasmaandag (volgens Westerse traditie);

1 mei: Internationale Dag van de Arbeid;

Eerste zondag in mei: Moederdag;

Eerste zondag in juni: Vaderdag;

24 juni: midzomerdag, Sint-Jansfeest;

6 juli: soevereiniteitsdag (kroning van koning Mindaugas);

15 augustus: Maria-Tenhemelopneming (Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart);

1 november: Allerheiligen;

24 december: kerstavond;

25 en 26 december: Kerstmis.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Een verjaringstermijn die wettelijk, contractueel of door een rechterlijke instantie is vastgesteld, wordt aangegeven door middel van een kalenderdatum of wordt uitgedrukt in een aantal jaren, maanden, weken, dagen of uren.

Een verjaringstermijn kan ook worden gedefinieerd in termen van een gebeurtenis die onvermijdelijk moet plaatsvinden. Er zijn stuitbare, verkrijgende of ontbindende verjaringstermijnen. Een stuitbare verjaringstermijn is een verjaringstermijn die na het verstrijken ervan door een rechter kan worden gestuit, mits de desbetreffende termijn om gewichtige redenen is overschreden. Een verkrijgende verjaringstermijn is een periode na afloop waarvan een bepaald burgerrecht of een bepaalde burgerplicht ontstaat (wordt verkregen). Een ontbindende verjaringstermijn is een termijn na afloop waarvan een bepaald burgerrecht of een bepaalde burgerplicht vervalt. Ontbindende verjaringstermijnen kunnen niet door een rechtbank of arbitragetribunaal worden gestuit.

De algemene verjaringstermijn bedraagt tien jaar.

De Litouwse wetgeving voorziet in kortere verjaringstermijnen voor bepaalde soorten vorderingen.

Voor vorderingen betreffende de resultaten van aanbestedingsprocedures geldt een kortere verjaringstermijn van een maand.

Voor vorderingen tot nietigverklaring van de besluiten van de organen van een rechtspersoon geldt een kortere verjaringstermijn van drie maanden.

Er geldt een kortere verjaringstermijn van zes maanden voor:

  1. vorderingen betreffende tenuitvoerlegging bij betalingsachterstand (een boete, vertragingsrente);
  2. vorderingen wegens gebreken van verkochte artikelen.

Voor vorderingen voortvloeiend uit relaties tussen vervoersondernemingen en hun klanten met betrekking tot verzendingen vanuit Litouwen geldt een kortere verjaringstermijn van zes maanden, terwijl voor verzendingen naar het buitenland een verjaringstermijn van een jaar geldt.

Voor verzekeringsvorderingen geldt een kortere verjaringstermijn van een jaar.

Voor vorderingen tot schadevergoeding, met inbegrip van vorderingen tot schadevergoeding wegens ontoereikende productkwaliteit, geldt een kortere verjaringstermijn van drie jaar.

Voor vorderingen tot invordering van rente en andere periodieke betalingen geldt een kortere verjaringstermijn van vijf jaar.

Voor vorderingen wegens gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden gelden kortere verjaringstermijnen.

Voor vorderingen voortvloeiend uit het vervoer van vracht, passagiers en bagage gelden de verjaringstermijnen die zijn vastgesteld in de wet- en regelgeving die van toepassing is op specifieke vervoerswijzen.

Een verjaringstermijn of de wijze van berekening ervan kan niet in onderling overleg tussen de partijen worden gewijzigd.

Een verjaringstermijn geldt niet voor:

1) vorderingen die voortvloeien uit de schending van persoonlijke niet-eigendomsrechten, behalve in zaken die in de wet zijn vastgesteld;

2) vorderingen van depositohouders tot terugbetaling van hun deposito's bij een bank of andere kredietinstelling;

3) andere vorderingen tot vergoeding van schade die voortvloeit uit de volgende in het De link wordt in een nieuw venster geopend.wetboek van strafrecht (Baudžiamasis kodeksas) genoemde misdrijven:

1) genocide (artikel 99);

2) behandeling van personen die krachtens het internationaal recht verboden is (artikel 100);

3) het doden van personen die krachtens het internationaal humanitair recht worden beschermd (artikel 101);

4) deportatie of overbrenging van burgers (artikel 102);

5) de toebrenging van lichamelijk letsel aan of de foltering of andere onmenselijke behandeling van personen die krachtens het internationaal humanitair recht worden beschermd (artikel 103);

6) gedwongen gebruik van burgers of krijgsgevangenen in de strijdkrachten van een vijand (artikel 105);

7) vernietiging van beschermde voorwerpen of plundering van nationaal bezit (artikel 106);

8) agressie (artikel 110);

9) verboden militaire aanvallen (artikel 111);

10) gebruik van verboden oorlogsmiddelen (artikel 112);

11) nalatige uitvoering van de taken van een commandant.

4) in andere wetsbepalingen gespecificeerde gevallen en andere rechtsvorderingen.

Termijnen voor de behandeling van burgerlijke zaken. Een rechtbank moet ernaar streven een burgerlijke zaak zo snel mogelijk en in een terechtzitting te behandelen en vertragingen te voorkomen.

In wetgeving kunnen er specifieke termijnen voor de behandeling van bepaalde categorieën burgerlijke zaken zijn vastgesteld. Indien een rechtbank van eerste aanleg nalaat om een procedurele handeling te stellen die volgens het burgerlijk wetboek vereist is, kan een partij in de procedure die er belang bij heeft dat die handeling wordt gesteld zich tot een hof van beroep wenden om een termijn voor het stellen van die handeling te laten vaststellen. Het verzoek moet worden ingediend via de rechtbank die de zaak behandelt, en die rechtbank moet uiterlijk op de werkdag na ontvangst van het verzoek beslissen over de ontvankelijkheid ervan. Als de rechtbank die heeft nagelaten de aan het verzoek ten grondslag liggende procedurele handeling te stellen, die handeling binnen zeven werkdagen na ontvangst van het verzoek stelt, wordt de betrokken partij geacht afstand te hebben gedaan van het verzoek. In het andere geval wordt het verzoek binnen zeven werkdagen na de datum van ontvangst ervan aan het hof van beroep voorgelegd. Dergelijke verzoeken worden gewoonlijk via een schriftelijke procedure behandeld zonder dat de partijen in kennis worden gesteld van het tijdstip en de plaats van de zitting en zonder dat ze worden uitgenodigd om de zitting bij te wonen. Het verzoek moet binnen zeven werkdagen na ontvangst door het hof van beroep worden behandeld. Het moet door de voorzitter van het hof van beroep, de voorzitter van de burgerlijke kamer of een door hen aangewezen rechter worden onderzocht, waarna diezelfde persoon er een beslissing over dient te nemen. Er kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld tegen die uitspraak.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

De termijn gaat in op het eerste uur (0.00 uur) van de dag na de kalenderdag of de gebeurtenis die het begin ervan bepaalt, tenzij in specifieke wetgeving anders is bepaald.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Schriftelijke verzoeken en kennisgevingen die vóór middernacht op de laatste dag van een termijn per post, per fax of via een ander communicatiemiddel worden verzonden, worden geacht tijdig te zijn verzonden (artikel 1.122 van het burgerlijk wetboek).

In artikel 123, leden 3 en 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Civilinio proceso kodeksas) is bepaald dat als een persoon die een processtuk aflevert de geadresseerde niet aantreft op de plaats waar deze woont of werkt, het stuk moet worden betekend aan een volwassen familielid dat bij de geadresseerde woont (kinderen (pleegkinderen), ouders (pleegouders), echtgenoot enz.), tenzij de betrokken familieleden tegenstrijdige belangen hebben bij de uitkomst van de zaak, of, indien ook zij afwezig zijn, aan de administratieve dienst van de werkplaats van de geadresseerde.

Als een persoon die een processtuk aflevert de geadresseerde niet aantreft op de maatschappelijke zetel van een rechtspersoon of op een andere door de rechtspersoon opgegeven plaats, moet het processtuk worden betekend aan een werknemer van de rechtspersoon die op de plaats van aflevering aanwezig is. Als een processtuk niet op de in deze alinea beschreven wijze wordt afgeleverd, moet het worden verzonden naar het kantooradres van de rechtspersoon en wordt het geacht te zijn afgeleverd binnen tien dagen na de datum waarop het per post is verzonden.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

De termijn gaat in op het eerste uur (0.00 uur) van de dag na de gebeurtenis die het begin ervan bepaalt, tenzij in specifieke wetgeving anders is bepaald (artikel 73 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Een verjaringstermijn wordt in kalenderdagen berekend. Een verjaringstermijn gaat in op het eerste uur (0.00 uur) van de dag na de kalenderdag of de gebeurtenis die het begin ervan bepaalt, tenzij in specifieke wetgeving anders is bepaald

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Een procedurele termijn uitgedrukt in jaren, maanden, weken of dagen gaat in op het eerste uur (0.00 uur) van de dag na de kalenderdag of de gebeurtenis die het begin ervan bepaalt, tenzij in specifieke wetgeving anders is bepaald

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een in weken uitgedrukte termijn verstrijkt om 24.00 uur op de desbetreffende dag van de laatste week die in de termijn is opgenomen. Een in maanden uitgedrukte termijn verstrijkt om 24.00 uur op de desbetreffende dag van de laatste maand die in de termijn is opgenomen. Een in jaren uitgedrukte termijn verstrijkt om 24.00 uur op de desbetreffende dag van de desbetreffende maand van het laatste jaar dat in de termijn is opgenomen. Indien een in jaren of maanden uitgedrukte termijn verstrijkt in een maand die niet de betrokken datum omvat, verstrijkt die termijn op de laatste dag van die maand.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Officiële feestdagen en rustdagen (zaterdagen en zondagen) worden meegeteld in de termijn. Als de laatste dag van de termijn een rustdag of officiële feestdag is, wordt de termijn geacht op de volgende werkdag te verstrijken.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Stuiting van procedurele termijnen. Als iemand een in een specifieke wet of door een rechtbank vastgestelde termijn overschrijdt om een reden die door de rechtbank als gewichtig wordt erkend, kan de betrokken termijn worden gestuit. Een rechtbank heeft het recht om ambtshalve een termijn te stuiten indien uit het dossier blijkt dat de betrokken termijn om gewichtige redenen is overschreden.

Een verzoek tot stuiting van een verjaringstermijn moet worden ingediend bij de rechtbank waar de procedurele handeling moest worden uitgevoerd. Het verzoek zal schriftelijk worden behandeld. De procedurele handeling (indiening van een vordering, indiening van stukken of andere vorderingen) waarvoor de termijn is overschreden, moet tegelijkertijd met de indiening van het verzoek worden uitgevoerd. Een verzoek om stuiting van een termijn moet met redenen worden omkleed. Het moet vergezeld gaan van bewijsstukken waaruit blijkt dat een stuiting nodig is.

Een procedurele termijn wordt door een rechterlijke uitspraak gestuit. Een weigering om een procedurele termijn te stuiten, geschiedt in de vorm van een gemotiveerde rechterlijke uitspraak. Er kan afzonderlijk beroep worden ingesteld tegen een rechterlijke uitspraak tot afwijzing van een verzoek om stuiting van een overschreden procedurele termijn.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Tegen een vonnis van een regionale rechtbank kan er beroep worden ingesteld binnen 30 dagen nadat het vonnis door de rechtbank van eerste aanleg is gewezen.

Er kan afzonderlijk beroep worden ingesteld tegen een uitspraak van een regionale rechtbank:

  • binnen 7 dagen nadat de uitspraak is gedaan in zaken waarin de in beroep aangevochten uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg in een mondelinge procedure is gedaan;
  • binnen 7 dagen nadat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de uitspraak is betekend in zaken waarin de in beroep aangevochten uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg in een schriftelijke procedure is gedaan.

Er kan beroep worden ingesteld tegen beslissingen ten gronde van regionale rechtbanken. Er kan afzonderlijk beroep worden ingesteld tegen voorlopige uitspraken van regionale rechtbanken die uitdrukkelijk zijn vermeld in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (bijvoorbeeld tegen een uitspraak tot afwijzing van een verzoek om stuiting van een procedurele termijn (artikel 78, lid 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), tegen een uitspraak over de proceskosten (artikel 100 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) of tegen een uitspraak tot beëindiging van een procedure).

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Een terechtzitting moet in elke zaak zonder onderbreking plaatsvinden, behalve wanneer ze wordt geschorst, in welk geval de schorsing niet langer dan vijf werkdagen mag duren. Een zitting kan worden geschorst om de rechtbank en de partijen in de procedure in staat te stellen uit te rusten van een lange zitting en eventueel ontbrekende bewijsstukken te verzamelen, zodat de zaak zo snel mogelijk kan worden beslecht.

Indien een rechter een zitting schorst, moet het tijdstip van de volgende zitting worden vastgesteld en worden bevestigd in een door de partijen te ondertekenen kennisgeving. Personen die niet in de rechtbank zijn verschenen of die nog maar net bij de procedure zijn betrokken, worden overeenkomstig het wetboek van burgerlijke rechtsvordering in kennis gesteld van het tijdstip van de volgende terechtzitting.

In bepaalde situaties kan een terechtzitting worden opgeschort. Elke procedurele handeling die moet worden gesteld om een zaak ten gronde te behandelen, wordt dan voor onbepaalde tijd opgeschort. Een zaak kan worden opgeschort om objectieve, in specifieke wetgeving gespecificeerde redenen die een belemmering vormen voor de behandeling van een burgerlijke zaak en niet onderworpen zijn aan de keuzevrijheid van de partijen of de rechtbank, of in omstandigheden die niet in specifieke wetgeving zijn vastgesteld maar die de rechtbank niettemin beletten om de zaak ten gronde te behandelen.

De rechtbank moet een zitting in de volgende omstandigheden opschorten:

  • in geval van overlijden van een natuurlijke persoon of ontbinding van een rechtspersoon die partij was bij de zaak waarin rechtsopvolging is toegestaan in het licht van de rechtsbetrekkingen in het geschil; als een partij haar handelingsbekwaamheid verliest, moet de zaak worden opgeschort totdat de rechtsopvolger van de overleden natuurlijke persoon of de ontbonden rechtspersoon is aangewezen of totdat de omstandigheden die hebben geleid tot het mislukken van de rechtsopvolging zijn opgehelderd of een wettelijke vertegenwoordiger van een natuurlijke persoon die zijn handelingsbekwaamheid is verloren, is aangewezen;
  • als een bepaalde zaak niet kan worden behandeld zolang er geen uitspraak is gedaan in een andere zaak, wordt een zaak in een civiele, strafrechtelijke of administratieve procedure opgeschort totdat er een rechterlijke beslissing, vonnis, uitspraak of beschikking in werking treedt of totdat er een uitspraak in een administratieve procedure wordt gedaan;
  • als in een zaak betreffende eigendomsvorderingen tegen een verweerder blijkt dat de voldoening van die eigendomsvorderingen verband houdt met de behandeling van een strafzaak, wordt de zaak opgeschort totdat de strafzaak is beslecht of totdat tijdelijke beperkingen van eigendomsrechten zijn opgeheven; in specifieke wetgeving zijn ook andere omstandigheden aangegeven.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Niet van toepassing.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Het verstrijken van een verjaringstermijn voordat er een vordering wordt ingesteld, leidt tot afwijzing van de vordering.

Als de rechtbank erkent dat er een gewichtige reden is voor de overschrijding van een termijn, moet het geschonden recht worden beschermd en moet de desbetreffende verjaringstermijn worden gestuit.

Kwesties met betrekking tot eigendom waarvan de terugvordering is onderworpen aan verjaringstermijnen die zijn verstreken, worden beslecht conform de bepalingen van deel IV van het burgerlijk wetboek.

Het recht om een procedurele handeling te stellen, vervalt wanneer de in de wet of door de rechtbank vastgestelde termijn is verstreken. Alle processtukken die na het verstrijken van een termijn worden ingediend, worden aan de verzoekers teruggezonden. Het overschrijden van een termijn voor het nakomen van een bepaalde procedurele verplichting ontslaat de betrokkene niet van die verplichting.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Als termijnen om gewichtige redenen zijn overschreden en er niet meer dan drie maanden zijn verstreken sinds het vonnis, kan de rechter op verzoek van de verzoekende partij de termijnen in kwestie stuiten. De termijn voor het instellen van beroep kan worden gestuit als de rechtbank erkent dat de betrokken termijn om gewichtige redenen is overschreden. Er kan afzonderlijk beroep worden ingesteld tegen een rechterlijke uitspraak tot afwijzing van een verzoek tot stuiting van een beroepstermijn. Als het hof van beroep dit afzonderlijke beroep toekent en de beroepstermijn stuit, moet de voorzitter van de burgerlijke kamer van het hof van beroep het beroep, samen met het dossier van de zaak, verwijzen naar de rechterlijke kamer van het hof van beroep of moet hij de kwestie van de ontvankelijkheid van het beroep terugverwijzen naar de rechtbank van eerste aanleg, die hierover zal beslissen. Als het dossier in deze omstandigheden naar de rechterlijke kamer van het hof van beroep wordt verwezen, moet het hof van beroep binnen drie werkdagen na de toelating van het beroep afschriften van het beroepschrift en de bijlagen erbij toezenden aan de partijen in de procedure. Zodra de termijn voor het aanvechten van een vonnis en het reageren op een beroep is verstreken, stuurt de rechtbank van eerste aanleg de zaak binnen zeven dagen naar het hof van beroep en stelt de rechtbank de partijen daarvan in kennis. Als de zaak naar het hof van beroep wordt verwezen en dat hof vaststelt dat de beroepstermijn is overschreden, kan het hof de termijn ambtshalve (ex officio) stuiten, mits in het dossier duidelijk is aangegeven dat de termijn om gewichtige redenen is overschreden, of kan het hof de partij in de procedure voorstellen om een verzoek tot stuiting van de beroepstermijn in te dienen (artikel 307, leden 2 tot en met 3, en de artikelen 338 en 78 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Er kan afzonderlijk beroep worden ingesteld tegen een uitspraak tot afwijzing van het verzoek van de verzoekende partij om stuiting van een termijn (artikel 78, lid 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 26/06/2018

Procestermijnen - Luxemburg

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Volgens het Luxemburgse recht hebben de procestermijnen onder andere betrekking op de termijnen voor het instellen van hoger beroep, de termijnen voor het verrichten van proceshandelingen, de termijnen van dagvaarding en de termijnen wegens afstand.

Aangezien de verjarings- en vervaltermijnen niet louter procedureel van aard zijn, worden ze hier niet behandeld.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Naast zaterdagen en zondagen worden onderstaande wettelijke feestdagen als niet-werkdagen beschouwd:

  • nieuwjaarsdag, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, de nationale feestdag op 23 juni,
  • Maria-Hemelvaart, Allerheiligen en eerste en tweede kerstdag.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

De procestermijnen kunnen verschillen naargelang van de materie en de beoogde procedure.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

De termijn gaat in op middernacht van de dag van de akte, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening van de akte.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Ja, indien betekening door de gerechtsdeurwaarder of kennisgeving door de griffier wettelijk vereist is, kan de betekening of kennisgeving geacht worden op een andere dag te zijn verricht dan de dag van de effectieve afgifte van het document aan de betrokkene (bv. in geval van weigering van de akte, in geval van betekening of kennisgeving aan de woonplaats enz.).

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Een procestermijn wordt altijd gerekend vanaf middernacht van de dag van de akte, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening die hem doet ingaan.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Hij omvat alle dagen, ook wettelijke feestdagen, zaterdagen en zondagen.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Hij omvat alle dagen, ook wettelijke feestdagen, zaterdagen en zondagen.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een procestermijn verstrijkt altijd de laatste dag om middernacht.

Een in weken bepaalde termijn verstrijkt op de dag van de laatste week die dezelfde naam heeft als de dag van de akte, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening die hem doet ingaan.

Een in maanden of jaren bepaalde termijn verstrijkt op de dag van de laatste maand of het laatste jaar die dezelfde cijferaanduiding heeft als de dag van de akte, de gebeurtenis, de beslissing of de betekening die hem doet ingaan. Indien er geen dag met een identieke cijferaanduiding is, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.

In geval van een in maanden en dagen of in delen van maanden bepaalde termijn worden eerst de volle maanden geteld en daarna de dagen of de delen van maanden; om de delen van maanden te berekenen, wordt ervan uitgegaan dat een maand dertig dagen telt.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Indien een termijn normaal op een zaterdag, zondag, wettelijke feestdag of vervangingsfeestdag zou verstrijken, wordt deze vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst. Hetzelfde geldt voor betekeningen aan het gemeentehuis, wanneer de gemeentediensten op de laatste dag van de termijn niet voor het publiek geopend zijn.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Ten aanzien van in het buitenland verblijvende personen worden de procestermijnen met een termijn wegens afstand verlengd wanneer tegen hen een rechtsvordering wordt ingesteld voor een Luxemburgse rechtbank. Deze termijn varieert van 15 tot 35 dagen afhankelijk van de verblijfplaats van de gedaagde.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Algemeen genomen, bedraagt de termijn voor hoger beroep veertig dagen, vermeerderd met een termijn wegens afstand voor wie zijn woonplaats in het buitenland heeft. Beroep tegen een niet bij voorraad uitvoerbaar vonnis kan echter slechts worden aangetekend binnen acht dagen.

De termijn om verzet aan te tekenen tegen een verstekvonnis bedraagt 15 dagen en gaat in vanaf de betekening of de kennisgeving.

Tegen een beschikking in kort geding kan beroep worden aangetekend binnen een termijn van 15 dagen na betekening ervan. In geval van verstek kan verzet worden aangetekend binnen een termijn van acht dagen vanaf de betekening. De verzettermijn loopt tegelijk met de termijn voor hoger beroep.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Een vordering in kort geding wordt door dagvaarding op een zitting gebracht op de dag en het uur dat voor kortgedingzittingen gebruikelijk is. In spoedeisende zaken kan de president of de rechter die hem vervangt, echter toelaten ter zitting of te zijnen huize te dagvaarden op het bepaalde uur, zelfs op feestdagen of op doorgaans niet-werkdagen.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

In geval van een dagvaarding van een partij die haar woonplaats niet in het Groothertogdom Luxemburg heeft, gelden de gewone termijnen, behoudens eventuele verlenging door de rechtbank als er daartoe reden is.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Bij het verstrijken van een termijn voor hoger beroep vervalt het recht op beroep, gaat het verloren. Het verstrijken van een termijn voor het verrichten van proceshandelingen leidt algemeen genomen tot verjaring of schrapping van de rol.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Indien een persoon niet in rechte is opgetreden binnen de toegestane termijn, kan in alle zaken het verval ten gevolge van het verstrijken van de termijn worden opgeheven indien de betrokkene buiten zijn schuld om niet tijdig kennis heeft genomen van de akte die de termijn doet ingaan, of indien hij zich in de onmogelijkheid bevond om op te treden. Het verzoek is slechts ontvankelijk indien het wordt ingediend binnen een termijn van 15 dagen na het tijdstip waarop de betrokkene kennis heeft genomen van de akte die de termijn doet ingaan, of na het tijdstip waarop de onmogelijkheid tot optreden is opgehouden te bestaan. Het verzoek wordt onontvankelijk zodra meer dan een jaar is verstreken sinds het verstrijken van de termijn die de akte normaal doet ingaan. Die termijnen hebben geen schorsende werking.

Een geding houdt op te bestaan bij staking van vervolging gedurende drie jaar. Deze termijn wordt met zes maanden verlengd in alle gevallen waarin er grond is tot een verzoek tot hervatting van het geding of wanneer er een nieuwe vertegenwoordiger wordt aangewezen. Dat leidt niet tot het verval van de rechtsvordering; alleen de procedure dooft daardoor uit. Wie in rechte wil optreden, moet dan een nieuwe rechtsvordering instellen om zijn rechten te doen gelden op voorwaarde echter dat zijn vordering niet is verjaard.

Tegen een beschikking tot schrapping wegens niet-naleving van de termijnen door advocaten, staat er geen hoger beroep open.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.legilux.lu/


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 30/04/2019

Procestermijnen - Nederland

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Het burgerlijk procesrecht kent in grote lijnen de volgende groepen termijnen:

a. Minimumtermijnen voor dagvaarding van de wederpartij en oproeping van eventuele derden en getuigen in het geding. De gewone termijn is ten minste 1 week. Ook voor oproeping van belanghebbenden in verzoekschriftprocedures geldt in beginsel een termijn van tenminste 1 week, tenzij de rechter anders bepaalt (artikelen 114-119 en 276 (oproeping van partijen en derden) en art. 170 en 284 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (oproeping van getuigen). Van belang is dat indien gedaagde een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft, de termijn van dagvaarding tenminste 4 weken is (art. 115 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

b. Maximumtermijnen, voor het instellen van rechtsmiddelen. Voor het rechtsmiddel verzet geldt een gewone termijn van 4 weken. Voor hoger beroep, cassatie en herroeping gelden in het algemeen termijnen van 3 maanden. Voor herroeping geldt eveneens een termijn van 3 maanden (zie artikel 143 (verzet), art. 339 en 358 (hoger beroep), art. 402 en 426 (cassatie) en art. 383 en 391 (herroeping) Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

c. Termijnen voor het verrichten van proceshandelingen door partijen en voor beslissingen van de rechter. Deze variëren in het algemeen van 2 tot 6 weken. Voor het verrichten van proceshandelingen kan onder bepaalde voorwaarden uitstel worden verleend door de rechter.

d. Verjaringstermijnen, voor het instellen van rechtsvorderingen en voor het uitoefenen van de bevoegdheid tot executie. De algemene verjaringstermijn is 20 jaar. In zeer veel gevallen geldt echter een kortere verjaringstermijn van 5 jaar. Dwangsommen verjaren al 6 maanden na de dag van verbeuren. Door stuiting wordt een lopende verjaring afgebroken, waarna een nieuwe verjaringstermijn kan beginnen te lopen. Zo kan de verjaring van de bevoegdheid tot executie bij voorbeeld worden gestuit door betekening van de uitspraak of door enige daad van tenuitvoerlegging (art. 306-325 Boek 3 Burgerlijk Wetboek).

Voor wettelijke termijnen gelden voorts de regels van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Algemene Termijnenwet.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Naast de vrije zaterdagen en zondagen geeft deDe link wordt in een nieuw venster geopend. Algemene Termijnenwet de volgende dagen als algemeen erkende feestdagen aan:

  • Nieuwjaarsdag : 1 januari
  • Goede Vrijdag : vrijdag voor Pasen
  • De Christelijke Tweede Paasdag : maandag na Paaszondag
  • Hemelvaartsdag : donderdag 40 dagen na Pasen
  • Koningsdag :  27 april
  • Bevrijdingsdag : 5 mei
  • De Christelijke Tweede Pinksterdag : maandag na Pinksterzondag
  • Eerste en Tweede Kerstdag : 25 en 26 december.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Voor wettelijke termijnen gelden de regels van de Algemene termijnenwet. In deze wet is bepaald dat een in een wet gestelde termijn die op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Een gestelde termijn van tenminste drie dagen wordt, zo nodig, zoveel verlengd, dat daarin ten minste twee dagen voorkomen die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijn.

In het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingen bij de rechtbanken geldt als uitgangspunt een termijn van 6 weken voor het verrichten van proceshandelingen door partijen en het wijzen van vonnis. Ingevolge het Landelijk reglement voor de civiele rol van de kantonsectoren werken kantonrechters in beginsel werken met termijnen van 4 weken (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/).

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Het moment van aanvang is steeds de eerste dag na de beslissende gebeurtenis.

Oproeping

Niet van toepassing.

Rechtsmiddelen

De termijn voor het rechtsmiddel verzet (alleen mogelijk tegen verstekvonnissen) kent drie verschillende aanvangstijdstippen:

  1. betekening aan de veroordeelde in persoon;
  2. bij een andere wijze van betekening: het verrichten door de veroordeelde van een daad van bekendheid met           het vonnis of de aangevangen executie en
  3. buiten deze gevallen: voltooiing van de executie van het vonnis.

De termijn voor hoger beroep en cassatie van vonnissen wordt berekend van de dag van de uitspraak. De eerste dag van de termijn is de dag na die van de uitspraak. Zie ook vraag 12.

De termijn voor hoger beroep en cassatie van beschikkingen wordt:

  • voor de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden berekend van de dag van de uitspraak en
  • voor andere belanghebbenden na de betekening of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

De termijn voor herroeping van vonnissen en beschikkingen vangt aan nadat de grond voor herroeping is ontstaan en eiser of verzoeker daarmee bekend is geworden, maar in ieder geval niet voordat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, dat wil zeggen niet meer vernietigd kan worden door verzet, hoger beroep of cassatie.

Proceshandelingen

De vaste termijnen voor het verrichten van proceshandelingen lopen in het algemeen vanaf de vorige roldatum in hele weken. Bijvoorbeeld: Na een rolzitting op woensdag komt de zaak 4 weken later weer op woensdag op de rol en het inlevertijdstip is dan10.00 uur. Wanneer voor bijvoorbeeld de zaak van de rol af is, bepaalt de rechter daarna de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen.

Verjaring

De aanvang van verjaringstermijnen van rechtsvorderingen hangt af van de aard van de rechtsvordering. Zo verjaart een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen door verloop van 5 jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Bijvoorbeeld: de vordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand verjaart 5 jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de onmiddellijke opheffing van die toestand gevorderd kan worden.

Executie

De bevoegdheid tot executie verjaart in beginsel door verloop van 20 jaren na de aanvang van de dag, volgende op die van de uitspraak.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Nee. Wel is in sommige gevallen de wijze van bekend worden met de uitspraak van invloed op het aanvangstijdstip voor het instellen van een rechtsmiddel, bijvoorbeeld bij het instellen van het rechtsmiddel van verzet. Zie hiervoor ook vraag 4.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Nee. De termijn begint op de volgende dag na de dag van de gebeurtenis.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

De Nederlandse wet werkt – tenzij anders aangegeven – met kalenderdagen. De Algemene termijnenwet bepaalt dat een termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.

Verder wordt een in een wet gestelde termijn van tenminste 3 dagen zo nodig zoveel verlengd, dat daarin ten minste 2 dagen voorkomen die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijn.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Ook hier geldt dat dan wordt gerekend met kalendermaanden en kalenderjaren.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Oproeping

Niet van toepassing.

Rechtsmiddelen

In dagvaardingsprocedures worden rechtsmiddelen ingesteld door het uitbrengen van een dagvaarding. De deurwaarder mag – behoudens verlof van de rechter voor wie wordt opgeroepen – het dagvaardingsexploot niet na 20.00 uur uitbrengen. De laatste dag van de termijn eindigt dus feitelijk om 20.00 uur. In deze procedures dient er voorts rekening mee te worden gehouden dat bij de berekening van de dagvaardingstermijn niet alleen de dag van dagvaarding, maar ook de dag waartegen wordt opgeroepen (de eerste roldatum) niet meetelt. De minimale oproepingstermijn moet dus tussen die twee data worden gehaald.

In verzoekschriftprocedures worden rechtsmiddelen ingesteld door indiening van een verzoekschrift ter griffie. Dat kan per post of door afgifte tijdens de openingstijden en per fax tot 24.00 uur van de laatste dag.

Voor hoger beroep in familiezaken geldt een iets ander aanvangstijdstip dan voor hoger beroep in andere verzoekschriftprocedures (zie ook onder 4. Rechtsmiddelen). Hoger beroep kan door verzoeker worden ingesteld binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak. Door andere belanghebbenden kan het hoger beroep worden ingesteld binnen 3 maanden na de betekening of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Proceshandelingen

Als een zaak op de rol staat voor het indienen van processtukken geldt het volgende. In beginsel wordt een voor een roldatum bestemd processtuk uiterlijk op het inlevertijdstip ter griffie ingediend. Het inlevertijdstip is het tijdstip waarop processtukken, met uitzondering van de dagvaarding, en berichten uiterlijk bij de rechtbank moeten worden ingeleverd. Volgens het landelijk rolreglement is de inleverdatum en het inlevertijdstip: woensdag en 10.00 uur. Wordt geen terechtzitting gehouden omdat de rol schriftelijk wordt gehouden, dan worden de stukken ingediend ter griffie vóór of op de roldatum. Bij de sector kanton wordt altijd een zitting gehouden, omdat proceshandelingen hier ook mondeling mogen worden verricht. Processtukken worden ter griffie ingediend of ter zitting of ter griffie uiterlijk de dag voorafgaande aan de roldatum. Het indienen ter griffie kan per post of door afgifte tijdens de openingstijden en per fax tot 24.00 uur.

Verjaring

Zie ook Verjaring onder vraag 4.  Bij sommige rechtsvorderingen is het moment van bekend worden met een bepaald gegeven van belang. Voorbeeld: Een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop van 5 jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van de vordering als met de persoon van de ontvanger is bekend geworden en in ieder geval 20 jaren nadat de vordering is ontstaan.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja, een termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Maar dit geldt niet voor termijnen, bepaald door terugrekening vanaf een tijdstip of een gebeurtenis, aldus de Algemene termijnenwet. Met andere woorden: de regel geldt voor maximumtermijnen en niet voor minimumtermijnen.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

In een enkel geval voorziet de wet in een verlenging van de termijn. Zo geldt in geval de in het ongelijk gestelde partij tijdens de beroepstermijn komt te overlijden en zijn erfgenamen willen hem in de beroepsprocedure opvolgen, een nieuwe termijn van 3 maanden.

In het algemeen wordt echter uitgegaan van strikte handhaving van de regels inzake de termijnen. De Hoge Raad der Nederlanden heeft wel een uitzondering gemaakt voor het geval waarin degene die beroep instelt, door een fout of verzuim van het gerecht, niet tijdig op de hoogte was van de uitspraak. Hij heeft dan buiten zijn schuld een termijn gemist, in welk geval een korte verlenging wordt toegestaan.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Voor het instellen van beroep geldt in de regel een termijn van 3 maanden. Voor bepaalde civielrechtelijke zaken, zoals kort geding (spoedprocedure) gelden kortere termijnen voor hoger beroep en cassatie, namelijk respectievelijk 4 en 8 weken.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Alle termijnen met betrekking tot de vraag of een partij moet verschijnen zijn minimumtermijnen. Een maximumtermijn is niet gesteld.

Oproeping

Dagvaardingstermijnen kunnen op verzoek van de eiser door de rechter, zo nodig onder het stellen van voorwaarden, worden verkort. In kort geding wordt pas gedagvaard nadat de voorzieningenrechter dag en uur van de behandeling heeft bepaald; dit kan eventueel zelfs op zondag zijn. Zo nodig kan op zeer korte termijn worden opgeroepen. Ook in verzoekschriftprocedures kan de rechter een kortere oproepingstermijn bepalen.

Dagvaardingstermijnen kunnen door de rechter niet worden verlengd. In verzoekschriftprocedures kan de rechter wel een langere oproepingstermijn bepalen (zie onder 7 en 8).

Proceshandelingen

Termijnen voor het verrichten van proceshandelingen door partijen kunnen door de rechter worden verlengd wanneer daarom door partijen gezamenlijk wordt gevraagd. Bij een eenzijdig verzoek wordt uitstel slechts verleend op grond van klemmende redenen of overmacht. Klemmende redenen zijn bijvoorbeeld feitelijke of juridische ingewikkeldheid van de zaak, het wachten op de uitspraak in een andere relevante procedure, ziekte of vakantie van de partij zelf of van diens advocaat.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Het Nederlandse recht voorziet niet in een regel voor dit geval.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Oproeping

Wanneer op een te korte termijn is gedagvaard, is de dagvaarding bij niet verschijnen van gedaagde nietig. De rechter spreekt de nietigheid uit. Er is geen nietigheid van rechtswege. De eiser kan een gebrek herstellen door voor de eerste roldatum een herstel exploot uit te brengen.

Verschijnt de gedaagde niet op de eerste roldatum, dan wordt de dagvaarding op nietigheden gecontroleerd. Als de dagvaarding in orde is, wordt tegen de gedaagde verstek verleend en wordt in het algemeen de vordering bij verstek toegewezen. Verschijnt de gedaagde niet in het geding en is aannemelijk dat het exploot van de dagvaarding hem niet heeft bereikt als gevolg van het gebrek, dan spreekt de rechter de nietigheid van het exploot uit.

Verschijnt de gedaagde niet of verzuimt hij advocaat te stellen hoewel hem dat in de dagvaarding is aangezegd, en blijkt dat het exploot een gebrek heeft dat nietigheid met zich brengt, dan wordt geen verstek verleend. De rechter bepaalt een nieuwe roldatum en beveelt herstel van het gebrek op kosten van de eisende partij. Verschijnt gedaagde en beroept hij zich niet op het gebrek, dan is het gebrek gedekt.

Rechtsmiddelen

Wordt de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel overschreden, dan is de sanctie niet-ontvankelijkheid. De onderliggende rechterlijke beslissing krijgt dan kracht van gewijsde. Dat wil zeggen dat deze niet meer vernietigd kan worden door verzet, hoger beroep of cassatie.

Proceshandelingen

Wanneer een proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn wordt verricht, kan onder bepaalde voorwaarden uitstel daarvoor worden verkregen (zie onder 10). Als geen uitstel kan worden verkregen, vervalt het recht om de proceshandeling te verrichten.

Verjaring

Heeft de belanghebbende partij de termijn voor het instellen van een rechtsvordering laten verlopen, dan is het door de rechtsvordering beschermde vorderingsrecht op zichzelf blijven bestaan. Het kan echter niet meer in rechte worden geëffectueerd.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Partijen hebben de volgende rechtsmiddelen wanneer de termijnen reeds zijn verstreken.

Oproeping

De gedaagde die niet op de eerste roldatum is verschenen, wordt doorgaans bij verstek veroordeeld. Totdat het eindvonnis is gewezen kan deze gedaagde zijn verstek zuiveren door zich alsnog als partij in het geding te stellen. Nadat het eindvonnis is gewezen kan de bij verstek veroordeelde het rechtsmiddel verzet instellen. In verzoekschriftprocedures bestaan verstek, zuivering en verzet niet. De niet verschenen belanghebbende kan hoger beroep instellen.

Rechtsmiddelen

Termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen worden ambtshalve gehandhaafd. Beroepstermijnen en cassatietermijnen zijn van openbare orde. De rechter is hier zeer streng in het belang van de rechtszekerheid. De Hoge Raad der Nederlanden heeft echter enige versoepeling aangebracht ten behoeve van het hoger beroep in verzoekschriftprocedures. Het beroepschrift moet de gronden van het beroep inhouden, maar in gevallen waarin de beschikking wel is uitgesproken maar nog niet is toegezonden en de appellant dus niet beschikt over de motivering, is het toegestaan de gronden van het beroep in een later, aanvullend beroepschrift voor te dragen. Het beroep zelf moet echter binnen de termijn zijn ingesteld. Slechts in een enkel geval van een dubbele fout van het gerecht is de termijn verlengd met 14 dagen na ontvangst van de beschikking. Dit is het geval als degene die het beroep instelt niet wist en niet had kunnen weten wanneer de beschikking zou worden gegeven ten gevolge van een fout van (de griffier van) het gerecht én de beschikking pas is toegezonden of verstrekt na afloop van de beroepstermijn, ten gevolge van een hem niet aan te rekenen fout. In dagvaardingsprocedures hoeft de appeldagvaarding de gronden van het beroep niet te bevatten. Deze worden pas later in het geding voorgedragen.

Proceshandelingen

Voor het verrichten van proceshandelingen kan onder bepaalde omstandigheden uitstel worden gevraagd (zie onder 13). Wordt geen uitstel verkregen, dan vervalt het recht om de proceshandeling te verrichten.

Verjaring

Voor het laten verlopen van verjaringstermijnen bestaat – behoudens tijdige stuiting (zie onder 1. d.) geen remedie. Niettemin kan onder zeer uitzonderlijke omstandigheden een beroep op verjaring door de rechter in strijd met de redelijkheid en billijkheid worden geoordeeld.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 01/10/2019

Procestermijnen - Oostenrijk

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Het Oostenrijkse recht kent verschillende soorten termijnen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen formeel- en materieelrechtelijke termijnen. Formeelrechtelijke termijnen zijn termijnen waarbinnen een partij of andere procesdeelnemer een bepaalde proceshandeling kan of moet verrichten. Materieelrechtelijke termijnen zijn termijnen waarbinnen een bepaalde gebeurtenis moet plaatsvinden om een bepaald materieelrechtelijk gevolg tot stand te brengen (bv. de termijn voor het instellen van een rechtsvordering tot opheffing van een bezitsstoornis ex § 454 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (ZivilprozessordnungZPO) of voor het opzeggen van de huur ex § 560 ZPO). Van belang is dat bij formeelrechtelijke termijnen de dagen voor de postbezorging niet zijn inbegrepen en bij materieelrechtelijke termijnen wel. Dit betekent bijvoorbeeld dat een beroep (formeelrechtelijke termijn) wordt geacht tijdig te zijn ingesteld als het beroepschrift is gepost op de laatste dag van de beroepstermijn (datum van het poststempel), zelfs als het pas ruim na het verstrijken van de termijn bij de rechtbank wordt bezorgd.

Het maakt ook verschil of de duur van de termijn rechtstreeks door de wet wordt bepaald (bijvoorbeeld termijnen voor het instellen van beroep) of dat deze door de rechter is vastgesteld, afhankelijk van wat in het concrete geval noodzakelijk is (bijvoorbeeld de termijn voor het storten van een waarborgsom voor de proceskosten). Een combinatie van beide zijn de onderzoekstermijnen, waarbij de wet slechts een bepaald tijdkader voorschrijft (een minimum- of maximumtermijn of, zoals in § 257, lid 1 ZPO voor de datum van de voorbereidende zitting, een globale termijn).

Absolute termijnen worden bepaald door het tijdstip waarop ze verstrijken (meestal een kalenderdag), terwijl bij relatieve termijnen de aanvangsdatum en duur worden aangegeven.

Over het algemeen kan een termijn door de rechter worden verlengd (verlengbare termijnen – erstreckbare Fristen). In de uitzonderlijke gevallen dat verlenging bij wet is verboden, spreekt men van niet-verlengbare of fatale termijnen (unerstreckbare Fristen of Notfristen), bijvoorbeeld de termijnen voor het instellen van beroep.

Het onderscheid tussen herstelbare (restituierbare) en niet-herstelbare (nicht restituierbare) termijnen heeft betrekking op de vraag of bij het niet in acht nemen van een termijn herstel in de vorige toestand mogelijk is. In de regel zijn termijnen herstelbaar. In de uitzonderlijke gevallen dat herstel in de vorige toestand is verboden, spreekt men van een Präklusivfrist of Fallfrist. Voorbeelden van dergelijke formeelrechtelijke termijnen zijn de termijnen voor een verzoek tot nietigverklaring of herziening (§ 534 ZPO).

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Zaterdag, zondag, Goede Vrijdag en de wettelijk erkende feestdagen zijn in Oostenrijk vrije dagen. Wettelijk erkende feestdagen zijn Nieuwjaarsdag (1 januari), Driekoningen (6 januari), Tweede Paasdag, 1 mei (Staatsfeiertag), Hemelvaart, Tweede Pinksterdag, Sacramentsdag, Maria-Hemelvaart (15 augustus), Nationale Feestdag (26 oktober), Allerheiligen (1 november), Maria-Onbevlekte-Ontvangenis (8 december) en Eerste en Tweede Kerstdag (25 en 26 december).

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

De wettelijke bepalingen over termijnen zijn hoofdzakelijk te vinden in § 123 tot en met § 129 ZPO en § 140 tot en met § 143 ZPO, alsmede in § 89 van de wet op de rechterlijke organisatie (Gerichtsorganisationsgesetz – GOG).

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Een termijn begint normaliter te lopen op de dag dat de beslissing waarin de termijn wordt genoemd of die de termijn doet ingaan rechtsgeldig is betekend, of anders bij de uitspraak van die beslissing (§ 124 ZPO).

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Nee, zoals in het antwoord op vraag 4 is vermeld, is in de regel de betekening de gebeurtenis die een (formele) termijn doet ingaan, ongeacht de wijze van betekening.

De termijn begint met de betekening of uitspraak van de beslissing waarin de termijn wordt genoemd of die de termijn doet ingaan.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Nee, bij de berekening van de termijn wordt de dag waarop de gebeurtenis valt die de termijn doet ingaan (bijvoorbeeld de betekening), niet meegeteld.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Termijnen worden berekend op basis van kalenderdagen.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Ook dan worden de termijnen berekend op basis van kalenderdagen.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Termijnen die in weken, maanden of jaren worden uitgedrukt, eindigen met het verstrijken van de dag van de laatste week of de laatste maand waarvan de naam of het getal overeenkomt met de aanvangsdag van de termijn (§ 125, lid 2 ZPO). Indien deze dag ontbreekt in de laatste maand van de termijn (bijvoorbeeld omdat een termijn van één maand begint op 31 januari), dan eindigt de termijn met het verstrijken van de laatste dag van die maand (§ 125, lid 2 ZPO). Vrije dagen hebben geen invloed op de aanvang en duur van een termijn.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja. Wanneer het einde van een termijn op een zaterdag, zondag, feestdag of op Goede Vrijdag valt, verstrijkt die termijn pas op de eerstvolgende werkdag.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Fatale termijnen in beroepsprocedures worden geschorst tussen 15 juli en 17 augustus en tussen 24 december en 6 januari. Als het begin van een van deze perioden in een fatale termijn valt of het begin van een fatale termijn in een van deze perioden, dan wordt de termijn verlengd voor de gehele duur van die periode c.q. het gedeelte van die periode dat bij aanvang van de termijn nog resteert.

Dit geldt niet in enkele bijzondere procedures, in het bijzonder procedures wegens bezitsstoornis en alimentatie-, tenuitvoerleggings- en kortgedingprocedures, en evenmin voor verstekvonnissen en Anerkenntnisurteile (beslissing die kan volgen op een erkentenis van de gedaagde).

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

De termijnen voor het instellen van beroep zijn in de regel afhankelijk van het soort beslissing (vonnis of beschikking) en het onderwerp van de zaak. In contentieuze civiele procedures is de termijn voor het aantekenen van beroep tegen een beschikking (Rekurs) over het algemeen veertien dagen en voor het aantekenen van beroep tegen een vonnis (Berufung) vier weken.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Over het algemeen kan een termijn door de rechter worden verlengd (verlengbare termijnen – erstreckbare Fristen). In de uitzonderlijke gevallen dat verlenging bij wet is verboden, spreekt men van niet-verlengbare of fatale termijnen (unerstreckbare Fristen of Notfristen), bijvoorbeeld de termijnen voor het instellen van beroep.

Alle termijnen kunnen door de partijen bij schriftelijke overeenkomst worden verkort. De rechtbank kan op verzoek van een partij een termijn verkorten, mits aannemelijk wordt gemaakt dat dit noodzakelijk is ter voorkoming van aanzienlijke schade en de wederpartij de proceshandeling zonder problemen tijdens de verkorte termijn kan verrichten (§ 129 ZPO).

Een termijn kan op verzoek worden verlengd wanneer de partij die hierbij gebaat is om dwingende of zeer gewichtige redenen de proceshandeling niet binnen de gestelde termijn kan verrichten, en in het bijzonder wanneer deze partij bij het niet verlengen van de termijn onherstelbare schade zou lijden (§ 128, lid 2 ZPO). Partijen mogen een termijn niet bij overeenkomst verlengen (§ 128, lid 1 ZPO).

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Nee, want het gaat hier om het tijdig verrichten van proceshandelingen tegenover een Oostenrijkse rechter.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Een partij die een proceshandeling niet binnen de gestelde termijn verricht, wordt in het algemeen uitgesloten van het verrichten van die handeling (Präklusionswirkung, § 144 ZPO). Uitzonderingen zijn onder meer § 289, lid 2 ZPO (gevolgen van het niet verschijnen bij de bewijsverkrijging) en § 491 ZPO (gevolgen van het niet verschijnen in hoger beroep).

Een te laat verrichte proceshandeling moet in de regel krachtens de wet, maar in sommige gevallen alleen op verzoek, nietig worden verklaard.

In bepaalde gevallen heeft een verzuim naast algemene ook specifieke gevolgen. Die zijn zeer divers. Het belangrijkste specifieke gevolg van een verzuim is dat een partij kan verzoeken om vonnis bij verstek te wijzen wanneer de andere partij niet is verschenen (§ 396 en § 442 ZPO). Andere voorbeelden: Wanneer beide partijen niet ter terechtzitting verschijnen, wordt de procedure op grond van § 170 ZPO voor minstens drie maanden geschorst. Wanneer de eiser in een echtelijk geschil niet verschijnt, verklaart de rechtbank de vordering op verzoek van de gedaagde voor ingetrokken zonder dat afstand is gedaan van de vordering (§ 460, lid 5 ZPO).

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Voor het ongedaan maken van de rechtsgevolgen die ontstaan doordat men heeft verzuimd op een terechtzitting te verschijnen of een proceshandeling te verrichten, komen de volgende rechtsmiddelen in aanmerking:

Herstel in de vorige toestand (Wiedereinsetzung in den vorigen Stand) (§ 146 e.v. ZPO):

Herstel in de vorige toestand is een rechtsmiddel dat kan worden ingesteld tegen de gevolgen van het niet ter terechtzitting verschijnen of het niet binnen de gestelde termijn verrichten van een proceshandeling. Het rechtsmiddel is ontvankelijk wanneer het verzuim van de partij of haar vertegenwoordiger is toe te schrijven aan een onvoorziene of onvermijdelijke gebeurtenis en de partij of haar vertegenwoordiger geen of slechts een geringe schuld heeft aan het verzuim (leichte Fahrlässigkeit). Dit rechtsmiddel moet binnen veertien dagen nadat de belemmering is opgeheven, worden ingesteld.

Verzet (Widerspruch) (§ 397a en § 442a ZPO):

Verzet is een rechtsmiddel dat strekt tot opheffing van een verstekvonnis in de zin van § 396 of § 442 ZPO. Verzet moet in de regel binnen de niet-verlengbare termijn van veertien dagen na betekening van het verstekvonnis bij de behandelende rechtbank worden aangetekend in de vorm van een conclusie (vorbereitender Schriftsatz).

Hoger beroep (Berufung) (§ 461 e.v. ZPO):

Een verstekvonnis kan met name dan in hoger beroep worden aangevochten wanneer feitelijk geen sprake is van verstek omdat een van de nietigheidsgronden van § 477, lid 1, punt 4 en punt 5 ZPO (gebrekkige betekening resp. geen procesvertegenwoordiging) van toepassing is.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/10/2019

Procestermijnen - Polen

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Pools) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Het Poolse wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat bepalingen voor 1) wettelijke, gerechtelijke en contractuele termijnen voor proceshandelingen die door de partijen moeten worden verricht, en 2) indicatieve termijnen voor proceshandelingen die door de rechtbank moeten worden verricht.

Wettelijke en gerechtelijke termijnen zijn definitief en mogen niet worden overschreden.

Wettelijke termijnen zijn vervaltermijnen (in die zin dat een proceshandeling nietig is als de termijn niet wordt nageleefd), die in de wet worden vastgelegd. Die termijnen kunnen niet worden verlengd of ingekort. Een wettelijke termijn gaat in op het moment dat in de wet is aangegeven. Er zijn twee soorten wettelijke termijnen: termijnen waarbinnen een handeling moet worden verricht en termijnen na afloop waarvan een handeling mag worden verricht. Wettelijke termijnen zijn onder meer termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen, bv. de termijn om beroep aan te tekenen of een klacht in te dienen.

Gerechtelijke termijnen zijn eveneens vervaltermijnen, maar ze worden vastgelegd door een rechtbank of een rechter. Gerechtelijke termijnen kunnen, ook zonder dat de tegenpartij is gehoord, worden verlengd of ingekort, mits daar een belangrijke reden voor is en het verzoek hiertoe vóór het verstrijken van de termijn is ingediend. Deze termijnen gaan in op het moment waarop een beslissing of bevel hierover wordt uitgesproken. Indien het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in de automatische betekening of kennisgeving van de beslissing of het bevel, gaat de termijn in op het moment van de betekening of kennisgeving. Onder gerechtelijke termijnen vallen eveneens termijnen voor het treffen van voorzieningen in geval van onbekwaamheid om in de rechtbank dan wel als procespartij op te treden, evenals termijnen voor het wegwerken van vormgebreken bij een beroep of een klacht.

Contractuele termijnen, zoals de naam dat al aangeeft, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de partijen. Een klassiek voorbeeld is de opschorting van de procedure op verzoek van beide partijen. Indien de partijen een dergelijk verzoek indienen, kan de rechtbank de procedure opschorten (maar deze is daar niet toe verplicht). De toepassing van dit soort termijn hangt uitsluitend af van de wil van de partijen.

Indicatieve termijnen zijn doorgaans bedoeld voor rechterlijke instanties (rechtbanken), en niet voor partijen. Wanneer ze niet in acht worden genomen, heeft dat geen nadelige procedurele gevolgen. Deze termijnen zijn in eerste instantie bedoeld om procedures snel af te handelen. Een voorbeeld van dergelijke termijn is de termijn waarin een rechtbank een beslissing moet motiveren.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

De wet van 18 januari 1951 betreffende niet-werkdagen schrijft de volgende wettelijk erkende niet-werkdagen voor:

  • alle zondagen (zaterdagen zijn geen wettelijk erkende niet-werkdagen)
  • 1 januari - nieuwjaarsdag
  • 6 januari - Driekoningen
  • Paaszondag
  • Paasmaandag
  • 1 mei - officiële feestdag
  • 3 mei - Nationale feestdag van 3 mei
  • Pinksterzondag
  • Sacramentsdag
  • 15 augustus - Maria-Hemelvaart
  • 1 november - Allerheiligen
  • 11 november - Nationale feestdag - onafhankelijkheidsdag
  • 25 december - Kerstmis
  • 26 december - Tweede kerstdag

In 2018 valt Paaszondag op 1 april, paasmaandag op 2 april, pinksterzondag op 20 mei en Sacramentsdag op 31 mei.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

In het burgerlijk recht kan de term "termijn" twee betekenissen hebben: het kan een specifiek moment zijn (bv. 5 april 2017) of een specifieke periode met een begin en einde (bv. 14 dagen).

Bij definitieve termijnen (de uiterste datum waarop iets moet zijn gedaan) is het exacte moment waarop de termijn verstrijkt van belang. Het einde van een termijn hoeft niet te worden aangeduid met een datum, maar moet worden bepaald door een gebeurtenis die in een bepaalde situatie haar beslag moet krijgen door toedoen van de contractpartijen.

Procestermijnen worden uitgedrukt in tijdseenheden zoals dagen, weken, maanden en jaren. Voor de berekening van termijnen in civiele procedures gelden krachtens artikel 165 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek betreffende termijnen, indien een wet, een rechterlijke uitspraak, een beslissing van een ander overheidsorgaan of een rechtshandeling een termijn vastlegt zonder daarvoor een berekeningswijze aan te geven (artikel 110 van het Burgerlijk Wetboek). Het afgeven van een processtuk bij een Pools postkantoor of een postkantoor van een bedrijf dat een universele postdienst verleent in een andere lidstaat van de Europese Unie staat gelijk aan het afgeven van een processtuk bij de rechtbank. Hetzelfde geldt indien een militair een processtuk afgeeft bij het militaire hoofdkwartier, indien een persoon die van zijn vrijheid is benomen een processtuk afgeeft in het administratiekantoor van de gevangenis, of indien een bemanningslid van een Pools zeeschip een processtuk afgeeft aan de kapitein van dat schip.

Een dag telt 24 uur, en begint en eindigt om 24.00 uur. Een termijn die wordt uitgedrukt in dagen verstrijkt aan het einde van de laatste dag. Een termijn die wordt uitgedrukt in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde naam of hetzelfde datumgetal heeft als de eerste dag van de termijn, of indien er in de laatste maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, op de laatste dag van die maand. Indien een termijn wordt uitgedrukt als het begin, het midden of het einde van een maand, moet dit worden begrepen als de eerste, de vijftiende of de laatste dag van de maand. Een halve maand komt overeen met 15 dagen. Indien een termijn is vastgesteld in maanden of jaren maar het geen aaneensluitende periode hoeft te zijn, wordt ervan uitgegaan dat een maand 30 dagen en een jaar 365 dagen telt. Indien het einde van een termijn voor het verrichten van een handeling op een wettelijk erkende niet-werkdag of een zaterdag valt, verstrijkt de termijn op de eerstvolgende dag die geen niet-werkdag en geen zaterdag is.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Als de termijn wordt berekend in dagen en aanvangt na een bepaalde gebeurtenis, wordt de dag waarop deze gebeurtenis plaatsvindt niet meegeteld. Indien een rechtbank een partij op 11 januari 2017 oproept om een specifieke handeling te verrichten binnen een termijn van zeven dagen, dan verstrijkt die termijn op 18 januari 2017 omstreeks middernacht (24.00 uur).

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Een rechtbank kan de betekening of kennisgeving op verschillende manieren laten plaatsvinden: per post, via een gerechtsdeurwaarder, gerechtsbodes of de bezorgdienst van de rechtbank. De betekening of kennisgeving aan de geadresseerde kan ook plaatsvinden door de stukken persoonlijk bij de griffie aan hem of haar te overhandigen. Zolang de betekening of kennisgeving naar behoren wordt uitgevoerd, zijn al deze methoden even geldig en de gekozen methode heeft geen invloed op de termijn.

Sinds 8 september 2016 kan de rechtbank een betekening of kennisgeving laten plaatsvinden via een datatransmissiesysteem, indien de geadresseerde via dergelijk systeem documenten heeft ingediend of heeft gekozen om dat te doen. Een geadresseerde die ervoor heeft gekozen om documenten via een datatransmissiesysteem in te dienen, kan zich terugtrekken uit die elektronische dienst.

Een document dat op elektronische wijze wordt betekend of ter kennis gebracht, wordt geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de datum die wordt vermeld in het elektronische ontvangstbewijs, zelfs wanneer die datum een wettelijk erkende niet-werkdag is. Indien elektronische correspondentie 's nachts wordt ontvangen, heeft dat geen invloed op de uitwerking van de betekening of kennisgeving. Bij gebrek aan een elektronisch ontvangstbewijs voor de correspondentie, wordt de betekening of kennisgeving geacht van kracht te zijn 14 dagen na de datum waarop het document wordt geüpload in het datatransmissiesysteem. Bovenstaande regels eisen dat partijen hun elektronische account ten minste eenmaal per 14 dagen bekijken.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Als de termijn wordt berekend in dagen en aanvangt na een bepaalde gebeurtenis, wordt de dag waarop deze gebeurtenis plaatsvindt niet meegeteld.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Termijnen die worden vastgesteld in dagen worden uitgedrukt in kalenderdagen. Indien het einde van een termijn voor het verrichten van een handeling op een wettelijk erkende niet-werkdag of een zaterdag valt, verstrijkt de termijn op de eerstvolgende dag die geen niet-werkdag en geen zaterdag is.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Een termijn die wordt uitgedrukt in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde naam of hetzelfde datumgetal heeft als de eerste dag van de termijn, of indien er in de laatste maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, op de laatste dag van die maand.

Indien een termijn wordt uitgedrukt als het begin, het midden of het einde van een maand, moet dit worden begrepen als de eerste, de vijftiende of de laatste dag van de maand. Een halve maand komt overeen met 15 dagen.

Indien een termijn is vastgesteld in maanden of jaren maar het geen aaneensluitende periode hoeft te zijn, wordt ervan uitgegaan dat een maand 30 dagen en een jaar 365 dagen telt.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een termijn die wordt uitgedrukt in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde naam of hetzelfde datumgetal heeft als de eerste dag van de termijn, of indien er in de laatste maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, op de laatste dag van die maand.

Indien een termijn wordt uitgedrukt als het begin, het midden of het einde van een maand, moet dit worden begrepen als de eerste, de vijftiende of de laatste dag van de maand. Een halve maand komt overeen met 15 dagen.

Indien een termijn is vastgesteld in maanden of jaren maar het geen aaneensluitende periode hoeft te zijn, wordt ervan uitgegaan dat een maand 30 dagen en een jaar 365 dagen telt.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Indien het einde van een termijn voor het verrichten van een handeling op een wettelijk erkende niet-werkdag of een zaterdag valt, verstrijkt de termijn op de eerstvolgende dag die geen niet-werkdag en geen zaterdag is.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Enkel gerechtelijke termijnen, met name termijnen die worden vastgelegd door de rechtbank of de voorzitter van de rechtbank, kunnen worden verlengd of ingekort. Een beslissing om een termijn te verlengen of in te korten kan worden genomen door de voorzitter van de rechtbank of de rechtbank zelf, maar uitsluitend om belangrijke redenen, die de rechtbank en de voorzitter van de rechtbank naar eigen goeddunken beoordelen.

Een termijn kan uitsluitend worden verlengd of ingekort op verzoek van een partij, een deelnemer in een niet-contentieuze procedure, een tussenkomende partij, een openbaar aanklager, een arbeidsinspecteur, de consumentenombudsman, een niet-gouvernementele organisatie, een door de rechtbank aangewezen deskundige of een getuige, indien de termijn betrekking heeft op hun handelingen. De beslissing mag niet worden genomen op het verzoek van de rechtbank of de rechter zelf.

Een verzoek moet worden ingediend voordat de vastgestelde termijn is verstreken.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Op grond van het Poolse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn wettelijke procestermijnen voor het instellen van rechtsmiddelen afhankelijk van de rechterlijke uitspraak in kwestie (vonnis (wyrok), uitspraak over de gegrondheid van een niet-contentieuze procedure (postanowienie co do istoty sprawy w postępowaniu nieprocesowym), verstekvonnis (wyrok zaoczny), betalingsbevel in een tenuitvoerleggingsprocedure (nakaz zapłaty w postępowaniu upominawczym), betalingsbevel in een betalingsbevelprocedure (nakaz zapłaty w postępowaniu nakazowym) en beslissingen (postanowienie)). De volgende wettelijke termijnen worden met name vastgelegd:

  • vonnissen en uitspraken over de gegrondheid van een niet-contentieuze procedure: de motivering voor een vonnis wordt schriftelijk opgesteld op verzoek van een partij om betekening of kennisgeving van het vonnis en de motivering, indien dit verzoek wordt ingediend binnen één week na de datum waarop het dictum werd uitgesproken en, in twee gevallen binnen één week na de datum waarop aan de partij het dictum werd betekend of ter kennis gebracht ((1) indien een partij optreedt zonder advocaat, juridisch adviseur of octrooigemachtigde en niet aanwezig was op het moment dat het vonnis werd uitgesproken omdat de partij van haar vrijheid was benomen, en (2) indien een vonnis werd uitgesproken in een gesloten zitting). Beroep kan worden aangetekend bij de rechtbank die het betwiste vonnis heeft uitgesproken binnen twee weken na de datum waarop het vonnis en de motivering aan de eiser werden betekend of ter kennis gebracht. Indien een partij binnen één week na de datum waarop het dictum werd uitgesproken geen verzoek om betekening of kennisgeving van het vonnis en de motivering heeft ingediend, gaat de termijn voor het aantekenen van beroep in op de dag waarop de termijn voor het indienen van voornoemd verzoek verstrijkt;
  • een uitspraak: de termijn voor het indienen van een klacht is één week, gerekend vanaf de datum waarop de uitspraak aan de partij werd betekend of ter kennis gebracht, of, als de partij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft verzocht om betekening of kennisgeving van de uitspraak die ter zitting is gedaan, gerekend vanaf de datum van de uitspraak;
  • vonnis bij verstek van de verweerder: verweerders tegen wie een verstekvonnis is uitgesproken, kunnen bezwaar aantekenen binnen twee weken, gerekend vanaf de datum waarop het vonnis aan hen werd betekend of ter kennis gebracht;
  • vonnis bij verstek van de eiser: een verstekvonnis moet door de rechtbank worden gemotiveerd indien de zaak geheel of gedeeltelijk is afgewezen en de eiser binnen één week na de datum waarop het vonnis aan hem of haar werd betekend of ter kennis gebracht een verzoek tot een dergelijke motivering heeft ingediend, of indien de eiser hiertoe geen verzoek heeft ingediend maar binnen de voorgeschreven termijn in beroep is gegaan;
  • betalingsbevel in een tenuitvoerleggingsprocedure: de verweerder dient bij een betalingsbevel de vordering volledig, inclusief kosten, te betalen of bezwaar aan te tekenen binnen twee weken na de datum waarop het bevel werd betekend of ter kennis gebracht;
  • betalingsbevel in een betalingsbevelprocedure: met het afgeven van een betalingsbevel beveelt de rechtbank de verweerder de vordering volledig, inclusief kosten, te betalen binnen twee weken na de datum waarop het bevel werd betekend of ter kennis gebracht, of binnen deze termijn verzet aan te tekenen.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Een getuige of een procespartij heeft de absolute plicht om voor de rechtbank te verschijnen. Een getuige moet eveneens voor de rechtbank verschijnen, ook wanneer hij niet op de hoogte is van de omstandigheden van de zaak of wanneer hij al heeft besloten om zijn recht om niet te getuigen te laten gelden. Een getuige moet zich vóór de datum van de hoorzitting schriftelijk verontschuldigen voor zijn afwezigheid (het niet-verschijnen). Verontschuldigingen voor het niet-verschijnen die later worden ingediend weerhouden de rechtbank er niet van om de getuige tijdens de hoorzitting een geldboete op te leggen. Getuigen moeten aan de schriftelijke verontschuldiging een document hechten waarin ze de gegronde reden voor het niet-verschijnen aanvoeren. Het niet-verschijnen van een getuige kan worden verontschuldigd als deze gerechtvaardigd is om gezondheidsredenen, een belangrijke zakenreis of een ernstige onvoorziene gebeurtenis. Indien een getuige niet ter zitting verschijnt wanneer hij wordt gedagvaard omwille van ziekte, moet een attest worden afgegeven door de wetsgeneesheer waarin wordt bevestigd dat de partij niet kan verschijnen. In dat geval legt de rechtbank een nieuwe datum vast voor de verschijning.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Partijen of getuigen zijn gebonden aan de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die worden toegepast door de rechterlijke instantie (rechtbank).

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Proceshandelingen die na het verstrijken van de termijn worden verricht zijn nietig. Dit geldt zowel voor wettelijke als voor gerechtelijke termijnen. De nietigheid van een proceshandeling houdt in dat een handeling die volgens de wet te laat wordt verricht geen rechtsgevolgen heeft. Proceshandelingen die na het verstrijken van de termijn worden verricht zijn nietig, zelfs als de rechtbank nog geen uitspraak heeft gedaan na het verstrijken van de termijn.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Wanneer een termijn is verstreken, kan een partij verzoeken om de termijn opnieuw in te stellen of om de procedure te heropenen.

Wanneer een partij een proceshandeling niet binnen de termijn uitvoert en dit niet door eigen schuld is veroorzaakt, zal de rechtbank de termijn op verzoek van de partij opnieuw instellen. Een termijn mag echter niet opnieuw worden ingesteld indien het niet-naleven van de termijn geen negatieve procedurele gevolgen heeft voor de partij. Een processtuk met het verzoek om de termijn opnieuw in te stellen moet worden ingediend bij de rechtbank waar de proceshandeling had moeten plaatsvinden, binnen één week nadat de reden voor het niet-naleven van de termijn is opgehouden te bestaan. In dit processtuk moet worden vermeld welke omstandigheden aanleiding hebben gegeven tot het verzoek. De partij dient gelijktijdig met het indienen van het verzoek de proceshandeling uit te voeren. Een jaar na het aflopen van de termijn, kan de termijn uitsluitend in uitzonderlijke gevallen opnieuw worden ingesteld. Het is niet toegestaan om de termijn voor het instellen van beroep tegen een vonnis inzake de nietigverklaring van een huwelijk, een echtscheiding of de vaststelling van het niet-bestaan van een huwelijk, opnieuw in te stellen indien ten minste een van de partijen na het van kracht worden van het vonnis is hertrouwd. Een verzoek om een termijn opnieuw in te stellen wordt door de rechtbank geweigerd indien het verzoek te laat wordt ingediend of niet-ontvankelijk is uit hoofde van de wet. Het indienen van een verzoek om een termijn opnieuw in te stellen leidt niet tot de stopzetting van de procedure of de tenuitvoerlegging van de uitspraak. Afhankelijk van de omstandigheden kan de rechtbank de procedure of de tenuitvoerlegging van de uitspraak echter stopzetten. Als het verzoek wordt ingewilligd, kan de rechtbank de zaak meteen behandelen.

Het heropenen van een procedure maakt het mogelijk om een zaak waarin een definitieve uitspraak werd gedaan over te doen. Een klacht waarin wordt verzocht om de procedure over te doen wordt vaak behandeld als een buitengewoon rechtsmiddel (of een buitengewoon beroep) dat wordt ingesteld om een definitieve uitspraak te betwisten, in tegenstelling tot gewone rechtsmiddelen (die worden ingesteld voor een niet-definitieve uitspraak). Een verzoek tot het heropenen van een procedure kan worden ingediend om de volgende redenen: het vonnis berust op een vervalst of gewijzigd document of op een strafrechtelijke veroordeling die later werd nietig verklaard; of het vonnis werd gewezen door middel van een misdrijf. Een verzoek tot het heropenen van een procedure kan eveneens worden ingediend: indien een definitief vonnis betreffende dezelfde rechtsbetrekking later wordt bekendgemaakt of feitelijke omstandigheden of bewijs aan het licht worden gebracht die een invloed kunnen hebben op de uitkomst van de zaak en die de partij niet kon aanwenden in een vorige procedure; indien de inhoud van een vonnis werd beïnvloed door een uitspraak die niet heeft geleid tot het einde van de procedure en die werd gedaan op grond van een normatieve handeling die door het Grondwettelijk Hof wordt beschouwd als zijnde in strijd met de Grondwet, een geratificeerd internationaal verdrag of gewone wet (nietig verklaard of gewijzigd krachtens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Het verzoek tot het heropenen van een procedure kan worden ingediend tot uiterlijk tien jaar na de datum waarop een vonnis definitief werd (tenzij een partij niet in staat was tot handelen of niet naar behoren werd vertegenwoordigd).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 27/06/2018

Procestermijnen - Portugal

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Tijd heeft repercussies in de juridische wereld. Juridische situaties in civiele zaken worden beïnvloed en beperkt door twee soorten termijnen: civiele termijnen en procestermijnen. Voor termijnen gelden bepaalde regels en rekenmethoden, afhankelijk van de vraag of het materiële termijnen of procestermijnen zijn.

Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, zijn de wettelijk vastgestelde termijnen civiele termijnen.

Wat betreft termijnen in civiele zaken, verwijst de Portugese wet uitdrukkelijk naar verjaringstermijnen en het ‘nalaten te gebruiken’ (artikel 298 van het burgerlijk wetboek).

Het recht zich op de verjaringstermijn te beroepen, ontstaat als de houder van een bepaald recht dat recht niet heeft uitgeoefend gedurende een wettelijk vastgelegde periode, mits het recht ter vrije beschikking staat aan de houder ervan en niet bij wet is uitgesloten. Het belang van de zekerheid en veiligheid van rechtsbetrekkingen wordt zo bekrachtigd door de mogelijkheid om rechten uit te oefenen, niet onbeperkt open te laten. De verjaringstermijn moet worden ingeroepen door de meest gerede partij; het gerecht kan dit niet uit eigen beweging aanvoeren.

Strikt gesteld betekent het verstrijken van een termijn de beëindiging, zonder terugwerkende kracht, van een recht of juridische situatie indien een vastgestelde termijn afloopt.

In zaken die niet zijn voorbehouden aan het oordeel van partijen, voert het gerecht het verstrijken van een termijn uit eigen beweging aan en kan hier tijdens alle fasen van het proces een beroep op worden gedaan. In zaken die wel zijn voorbehouden aan het oordeel van partijen, moet in het gerecht of daarbuiten op dit verstrijken van een termijn een beroep worden gedaan, anders is dit niet rechtsgeldig.

‘Nalaten te gebruiken’ betekent het nalaten een recht op volledig of gedeeltelijk gebruik van iets uit te oefenen, bijv. nalaten de baten of economische voordelen ervan tijdens een wettelijk vastgestelde periode te genieten. Als gevolg hiervan vervalt het desbetreffende recht.

Het gerecht kan niet uit eigen beweging het 'nalaten te gebruiken' aanvoeren.

Procestermijnen worden wettelijk vastgesteld teneinde een specifiek gevolg te bewerkstelligen voor een zaak (bijvoorbeeld de termijnen voor het instellen van procedures of voor verweer), en de termijn is een minimumtermijn of een verplichte termijn.

Minimumtermijnen zijn bedoeld om de mogelijkheid om een handeling te verrichten dan wel de aanvangstijd van een andere periode, tot een bepaald moment uit te stellen of op te schorten.

Indien er een verplichte termijn volgt op een minimumtermijn, worden de twee perioden als één termijn gezien.

Een procestermijn kan bij wet of bij gerechtelijk bevel worden vastgesteld.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Niet-werkdagen in Portugal krachtens de bovenstaande verordening zijn onder andere:

1 januari, Goede Vrijdag, 25 april, 1 mei, 10 juni, 15 augustus, 8 en 25 december.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

De algemene regel in het Portugese burgerlijke procesrecht is dat, indien er geen specifieke bepaling bestaat, er een termijn van 10 dagen geldt waarin de partijen een verzoek tot een handeling of een juridische procedure kunnen instellen, nietigheid kunnen aanvoeren, een incidenteel pleidooi kunnen indienen of een ander procesrecht kunnen uitoefenen; ook krijgt de partij een termijn van 10 dagen om te reageren op de vordering van de tegenpartij (artikel 149 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

In de regel vangt de termijn voor een reactie altijd aan op het moment van kennisgeving van de handeling in kwestie (artikel 149, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Kennisgevingen aan de partijen tijdens procedures worden aan hun wettelijke vertegenwoordigers gedaan.

Als de kennisgeving ten doel heeft een partij uit te nodigen om in persoon te verschijnen, wordt er niet alleen kennisgeving gedaan aan de vertegenwoordiger, maar wordt er ook een bericht van aangetekende betekening per post naar de partij zelf gestuurd, waarin de datum waarop en de plaats waar men moet verschijnen en het doel daarvan worden vermeld.

Aan vertegenwoordigers wordt per e-mail kennisgeving gedaan (zie voor verdere uitleg De link wordt in een nieuw venster geopend.uitvoeringsbesluit (Portaria) nr. 280/13 van 26 augustus 2013), en het computersysteem zorgt voor een officiële bevestiging van de datum waarop de kennisgeving is gedaan, ervan uitgaande dat de kennisgeving is betekend op de derde dag na het opstellen ervan of de eerste werkdag daarna indien de termijn van drie dagen op een niet-werkdag afloopt.

Betekening via een aangetekend schrijven, met ontvangstbevestiging, wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de dag waarop de ontvangstbevestiging wordt ondertekend en wordt geacht door de geadresseerde in ontvangst te zijn genomen, zelfs indien de ontvangstbevestiging door een derde werd ondertekend, ervan uitgaande dat, tenzij er tegenbewijs is, het schrijven direct is bezorgd bij de ontvanger (artikel 230, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

In het geval van procedures voor het voldoen aan geldelijke verplichtingen die voortvloeien uit schriftelijke overeenkomsten waarin de partijen domicilie hebben gekozen, wordt het te betekenen document per post naar het gekozen adres verzonden, op voorwaarde dat de waarde in het geding het bedrag van € 30 000,00 niet te boven gaat, of, indien de waarde dit bedrag wel te boven gaat, de verplichting aangaande de doorlopende levering van goederen of diensten. Indien de geadresseerde weigert de ontvangstbevestiging te ondertekenen of het schrijven in ontvangst te nemen, registreert de postbode dit incident alvorens het schrijven terug te bezorgen en wordt de betekening van het schrijven op basis van het geregistreerde incident als uitgevoerd beschouwd. De relevante gebeurtenis van waaraf de termijn aanvangt, is de datum waarop het incident geregistreerd wordt.

Indien het schrijven terugbezorgd wordt omdat de geadresseerde dit niet binnen de wettelijke termijn op het postkantoor heeft opgehaald of omdat iemand anders dan de persoon aan wie betekening wordt gedaan weigert de ontvangstbevestiging te ondertekenen of het schrijven in ontvangst te nemen, wordt er opnieuw betekend en wordt er een ander schrijven met ontvangstbevestiging gestuurd naar de persoon aan wie het schrijven moet worden betekend. In dit geval wordt het schrijven op zich - op een officieel goedgekeurd formulier - achtergelaten met een afschrift van alle verplichte informatie. De postbode moet de datum en de exacte locatie waar het schrijven bezorgd is registreren en de registratie van de betekening onmiddellijk naar het gerecht doorsturen. Indien het niet mogelijk is het schrijven te bezorgen via de brievenbus van de persoon aan wie betekening wordt gedaan, laat de postbode een bericht achter voor de geadresseerde. In deze situatie wordt betekening geacht te hebben plaatsgevonden op de door de postbode geregistreerde datum of, indien er een kennisgeving is achtergelaten, op de achtste dag na die datum (de geadresseerde wordt hiervan op de hoogte gesteld in het meest recente schrijven dat aan de geadresseerde is verzonden). Dit is het punt waarop de procestermijn die met de betekening in gang is gezet, begint te lopen.

Indien de betekening door een wettelijk vertegenwoordiger, een deurwaarder of griffier wordt verricht, vangt de termijn aan op het moment dat de persoon waaraan de betekening wordt gedaan het desbetreffende document ondertekent.

Het burgerlijk procesrecht voorziet in een verlenging (door de wetgever toegekende extra termijn) vanwege de geografische afstand tussen de plaats van betekening en het gerecht waar de zaak wordt behandeld of vanwege het feit dat betekening niet aan de persoon in kwestie persoonlijk heeft plaatsgevonden. In deze omstandigheden vangt de verplichte termijn pas aan het eind van deze verlenging aan.

Als de verblijfplaats van de persoon aan wie de betekening wordt gedaan niet zeker is, vindt betekening plaats via openbare kennisgevingen en bekendmakingen, gevolgd door een bekendmaking op een openbaar toegankelijke website (zie het eerder genoemde artikel 24 van uitvoeringsbesluit nr. 280/13 van 26 augustus 2013). In deze omstandigheden wordt betekening geacht te hebben plaatsgevonden op de dag waarop deze laatste bekendmaking gepubliceerd is. De verlengingstermijn vangt aan op de datum van betekening; de termijn voor het indienen van een verweer vangt aan als de wettelijke verlenging van de termijn eindigt.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Ja. Zie het antwoord op de vorige vraag.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

De feitelijke datum van de handeling, gebeurtenis, beslissing, betekening of kennisgeving telt niet.

De feitelijke datum van de handeling, gebeurtenis, beslissing of de datum van betekening en/of kennisgeving telt niet.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

De bij wet of bij gerechtelijk bevel vastgestelde procestermijn is doorlopend. Deze termijn wordt echter opgeschort tijdens rechterlijke vakanties, tenzij de maximale procestermijn gelijk is aan of groter is dan zes maanden of waar het handelingen in procedures betreft die bij wet zijn aangemerkt als urgent, tenzij, op basis van een gemotiveerd bevel en nadat de partijen gehoord zijn, de rechter besloten heeft de procestermijn op te schorten. Indien de termijn voor het uitvoeren van een proceshandeling eindigt op een dag waarop de gerechten gesloten zijn, wordt de termijn tot de volgende werkdag verlengd.

Rechterlijke vakanties zijn van 22 december tot en met 3 januari, van Palmzondag tot en met tweede paasdag en van 16 juli tot en met 31 augustus.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Indien een dergelijke periode wordt uitgedrukt in maanden of jaren, wordt het aanvangspunt op dezelfde manier vastgesteld, d.w.z. de periode begint te lopen op de dag die volgt op de datum van betekening, kennisgeving of de desbetreffende gebeurtenis waardoor de periode gaat lopen.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een termijn die wordt uitgedrukt in dagen eindigt nadat het aantal dagen van de periode aan het aanvangspunt wordt toegevoegd, zoals beschreven in het antwoord op deel b) van deze vraag.

Een periode die wordt uitgedrukt in weken, maanden of jaren en aanvangt op een bepaalde datum eindigt om 24.00 u van de desbetreffende dag in de laatste week of maand of het laatste jaar; indien de desbetreffende dag niet bestaat in de laatste maand, eindigt de periode op de laatste dag van die maand (artikel 279, onder c), van het burgerlijk wetboek).

Aangezien zondagen en officiële feestdagen als rechterlijke vakanties gelden, lopen perioden die op een zondag of een officiële feestdag eindigen door tot de eerste werkdag daarna indien de handeling in kwestie in het gerecht behandeld moet worden.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

De gerechten zijn alleen op werkdagen open.

De regel voor het berekenen van alle procestermijnen is dat het eind van de termijn voor het uitvoeren van de proceshandeling tot de volgende werkdag wordt verlengd indien het einde van deze termijn een datum betreft waarop de gerechten gesloten zijn.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

De wettelijk vastgestelde procestermijn kan worden verlengd in de gevallen waarin is voorzien. Indien de partijen ermee instemmen, kan de termijn eenmaal voor dezelfde tijdsduur worden verlengd (artikel 141 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

De termijn voor het instellen van beroep is 30 dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing, en 15 dagen in urgente gevallen en in de gevallen die zijn vastgesteld De link wordt in een nieuw venster geopend.in artikel 644, lid 2, en De link wordt in een nieuw venster geopend.artikel 677 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Als de partij in gebreke is en geen kennisgeving zou moeten ontvangen overeenkomstig artikel 249 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, vangt de termijn voor het instellen van beroep aan op het moment dat de beslissing gepubliceerd wordt, tenzij de partij voor het einde van de periode niet langer in gebreke is en daarom wel een kennisgeving moet ontvangen van de beslissing of het bevel. De periode vangt dan aan op de datum van kennisgeving.

In het geval van mondelinge bevelen of beslissingen die worden gereproduceerd tijdens de procedure, vangt de termijn aan op de dag dat ze zijn gegeven, op voorwaarde dat de partij aanwezig was of was uitgenodigd om bij de handeling aanwezig te zijn.

Indien er, afgezien van de bovengenoemde gevallen, geen kennisgeving hoeft te worden gedaan, vangt de termijn aan op de dag waarop de beslissing aan deze persoon bekend werd.

De verweerder kan binnen dezelfde termijn als voor het instellen van beroep, op de vordering van de appellant reageren.

In de vordering kan de verweerder de ontvankelijkheid of de tijdigheid van het beroep, evenals de legitimiteit van de appellant aanvechten.

Indien het beroep ten doel heeft het geregistreerde bewijs nog eens tegen het licht te houden, wordt de termijn voor het indienen van een reactie hierop met 10 dagen verlengd.

Indien de verweerder verzoekt om verbreding van de reikwijdte van het beroep, kan de appellant binnen 15 dagen na kennisgeving van dit verzoek reageren.

Indien er meer appellanten of meer verweerders zijn, al dan niet vertegenwoordigd door verschillende advocaten, geldt voor elk van hun vorderingen een eigen termijn. De griffie is ervoor verantwoordelijk dat alle zaken behandeld worden binnen de eraan toegekende termijnen.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Wettelijke termijnen kunnen niet worden ingekort.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

De verweerder aan wie een verzoekschrift is betekend vanwege een civiele procedure heeft een bepaalde termijn om een verweer in te dienen. Deze kan verlengd worden als de kennisgeving is betekend buiten het arrondissement waar het gerecht gevestigd is en waar de procedure gaat plaatsvinden. Of de termijn voor het indienen van een verweer verlengd wordt, is afhankelijk van de vraag of de kennisgeving is betekend buiten het arrondissement waar het gerecht gevestigd is en waar de procedure gaat plaatsvinden, en niet van de woonplaats van de persoon aan wie de kennisgeving is betekend - De link wordt in een nieuw venster geopend.artikel 245 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Door het verstrijken van de verplichte termijn vervalt het recht om de procedure in te stellen. De handeling kan echter ook worden uitgevoerd buiten de termijn indien er sprake is van een gerechtvaardigd beletsel en kan, afgezien hiervan, ook worden uitgevoerd binnen de eerste drie werkdagen na de termijn. Hierbij moet onmiddellijk een boete worden betaald.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

De handeling kan na de termijn worden uitgevoerd in gevallen van gerechtvaardigd beletsel, zoals bedoeld in 14; met andere woorden als gevolg van een gebeurtenis die niet te wijten is aan de personen voor wie de termijn geldt of hun vertegenwoordigers, en die het onmogelijk maakt een bepaalde handeling tijdig uit te voeren. In dit geval moet de partij die het beletsel aanvoert ook onmiddellijk bewijs ter staving hiervan overleggen.

Ongeacht gerechtvaardigd beletsel kan de handeling worden uitgevoerd binnen de eerste drie werkdagen die volgen op het einde van de termijn, waarbij een boete moet worden betaald, zoals hierboven gesteld, en de rechter kan, bij uitzondering, beslissen de boete te verlagen of ervan af te zien in gevallen waarin duidelijk is dat het aan de financiële middelen ontbreekt of als het bedrag als duidelijk disproportioneel wordt gezien, met name in procedures waarvoor geen wettelijke vertegenwoordiger hoeft te worden aangesteld en indien de handeling door de partij zelf is verricht.

Aanvullende informatie


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 12/09/2019

Procestermijnen - Roemenië

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Vanuit procedureel oogpunt is de procestermijn per definitie de periode waarin bepaalde proceshandelingen moeten worden verricht of, omgekeerd, de periode waarin bepaalde proceshandelingen niet mogen worden verricht. Die termijn wordt vastgelegd in artikel 180-186 van wet nr. 134/2010 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals later gewijzigd en aangevuld (trad in werking op 15 februari 2013).

De verschillende termijnen die van toepassing zijn in burgerlijke rechtsvorderingen worden allemaal ingedeeld naar de manier waarop ze tot stand komen: wettelijke, gerechtelijke of overeengekomen termijnen (ongeacht de aard ervan). Wettelijke termijnen worden uitdrukkelijk vastgesteld in de wet en zijn in principe onveranderlijk, waardoor ze niet kunnen worden ingekort of verlengd door de rechter of de partijen (bv. een termijn van vijf dagen voor de betekening of kennisgeving van het exploot). De wet staat bij uitzondering toe dat bepaalde wettelijke termijnen worden verlengd of ingekort. Gerechtelijke termijnen zijn termijnen die door de rechtbank in de loop van de procedure worden vastgelegd voor de verschijning van partijen, voor het getuigenverhoor, voor de verwerking van ander bewijsmateriaal, met name documenten, deskundigenverslagen enz. Overeengekomen termijnen zijn termijnen die door de partijen kunnen worden vastgelegd tijdens de geschillenbeslechting. Voor deze termijnen is geen goedkeuring van een rechterlijke instantie vereist.

Procestermijnen kunnen naargelang hun karakter worden ingedeeld in maximumtermijnen (verplichting) en minimumtermijnen (verbod). Maximumtermijnen zijn termijnen waarin een bepaalde proceshandeling moet worden verricht (bv. de termijnen waarin een beroep moet worden ingesteld - beroep, tweede beroep enz.). Minimumtermijnen zijn termijnen waarin volgens de wet geen proceshandelingen mogen worden verricht.

Een ander criterium voor de indeling van termijnen houdt verband met de sancties voor het niet-naleven van de termijnen. Termijnen kunnen op grond daarvan worden ingedeeld in absolute en relatieve termijnen. De niet-naleving van absolute termijnen heeft gevolgen voor de geldigheid van proceshandelingen; als relatieve termijnen (bv. termijnen voor het wijzen van een vonnis, termijnen voor de voorbereiding, enz.) daarentegen niet worden nageleefd, kunnen disciplinaire sancties of geldboetes worden opgelegd aan de schuldige partij, ook al worden de proceshandelingen niet noodzakelijk ongeldig.

Afhankelijk van de duur kunnen termijnen tot slot worden uitgedrukt in uren, dagen, weken, maanden en jaren. Deze indeling is eveneens te vinden in artikel 181 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarnaast zijn er bepaalde omstandigheden waarvoor in de wet geen specifieke termijn (uitgedrukt in uren, dagen enz.) wordt vastgelegd. In plaats daarvan wordt verwezen naar een bepaald moment waarop de proceshandeling moet worden verricht (tenuitvoerlegging kan bijvoorbeeld worden betwist tot aan de laatste tenuitvoerleggingsbeslissing), of wordt aangegeven dat de proceshandeling "onverwijld", "zo snel mogelijk" of "met de meeste spoed" moet worden verricht.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Volgens de Roemeense wetgeving zijn alle zaterdagen en zondagen, nationale feestdagen (de nationale feestdag - 1 december; Dag van de Arbeid- 1 mei), de belangrijkste religieuze feesten (Kerstmis - 25 en 26 december; de twee paasdagen en Pinksteren, die afhankelijk zijn van de kalenderdagen; Maria-Hemelvaart - 15 augustus; Sint-Andreas - 30 november) en Nieuwjaar - 1 en 2 januari niet-werkdagen.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

De toepasselijke regelgeving voor termijnen wordt vastgelegd in artikel 180-186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Elke termijn heeft een moment van aanvang en een moment van verstrijken, de periode daartussen is de looptijd van de termijn.

Artikel 184, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat termijnen aanvangen op de dag dat proceshandelingen worden betekend of ter kennis gebracht, tenzij de wet anders bepaalt.

In sommige gevallen kan de betekening of kennisgeving van de proceshandeling die het moment van aanvang voor de termijn bepaalt, worden vervangen door andere gelijkwaardige proceshandelingen. De dag van betekening of kennisgeving van de proceshandeling die de termijn doet ingaan wordt in bepaalde gevallen dus vervangen door andere handelingen als moment van aanvang van de termijn (bijvoorbeeld het verzoek tot betekening of kennisgeving van proceshandelingen aan de wederpartij, het instellen van een beroep of de betekening of kennisgeving van het tenuitvoerleggingsexploot).

Bij wijze van uitzondering op de algemene regel gaat de termijn in sommige gevallen in op andere momenten dan de datum van betekening of kennisgeving, met name wanneer de uitspraak wordt gedaan (die de verjaringstermijn doet verstrijken, het vonnis aanvult); wanneer bewijs wordt toegelaten (om de gevraagde hoeveelheid bewijs of de lijst van getuigen binnen vijf dagen voor te leggen); wanneer bepaalde stukken worden bekendgemaakt (voor de aankondiging van de verkoop van een gebouw binnen vijf dagen).

Het moment van verstrijken is het moment waarop het rechtsgevolg van een termijn intreedt, in die zin dat de handeling waarvoor de termijn was gesteld niet langer kan worden verricht (bij maximumtermijnen) of juist het moment vanaf wanneer bepaalde proceshandelingen kunnen worden verricht (bij minimumtermijnen).

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Termijnen lopen in principe ononderbroken vanaf het moment van aanvang tot het moment van verstrijken. Ze kunnen niet worden gestuit of opgeschort. Belemmeringen ten gevolge van omstandigheden die niet aan de betrokken partij kunnen worden toegeschreven - zoals bedoeld in artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - zijn een grond om procestermijnen te stuiten. Ook andere bijzondere omstandigheden voor stuiting kunnen zich voordoen (bijvoorbeeld de stuiting van de beroepstermijn - artikel 469 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De wet bepaalt dat procestermijnen eveneens kunnen worden opgeschort (net zoals bij verjaringstermijnen - artikel 418 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Als de termijn wordt gestuit uit hoofde van artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, vangt na opheffing van de belemmering een vaste termijn van 15 dagen aan, ongeacht de looptijd van de termijn die door stuiting is verstreken. In geval van opschorting loopt de termijn verder vanaf het moment waarop de opschorting voorbij is. De periode voorafgaand aan de opschorting van de termijn wordt hier meegeteld.

Processtukken die per aangetekende brief via het postkantoor, een koeriersdienst of een gespecialiseerde communicatiedienst binnen de wettelijke termijn worden ingediend, worden uit hoofde van artikel 183 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geacht te zijn ingediend binnen de termijn. Het processtuk dat door de belanghebbende partij binnen de wettelijke termijn wordt afgegeven bij de militaire eenheid of het administratiekantoor van de plaats waar die partij wordt vastgehouden, wordt ook geacht te zijn ingediend binnen de termijn. Het ontvangstbewijs van het postkantoor en de registratie of certificatie van het ingediende stuk door de koeriersdienst, de gespecialiseerde communicatiedienst, de militaire eenheid of het administratiekantoor van de plaats waar de belanghebbende partij wordt vastgehouden, geldt in voorkomend geval als bewijs voor de datum waarop de belanghebbende partij de handeling heeft ingesteld.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Uit hoofde van artikel 181 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden de in dagen uitgedrukte termijnen volgens een exclusief systeem berekend, met name op basis van vrije dagen, waarbij noch de eerste dag (dies a quo) noch de laatste dag (dies ad quem) wordt meegeteld. De regels in vraag 4 met betrekking tot het moment van aanvang zijn hier van toepassing.

De in dagen uitgedrukte termijnen worden altijd berekend in volledige dagen, hoewel het processtuk enkel kan worden ingediend tijdens de werkuren van de rechtbank. Dit probleem kan echter omzeild worden door het processtuk per post te versturen. De postbeambte geeft dan aan op welke datum en op welke wijze het processtuk aan de ontvanger wordt bezorgd. Zie ook het antwoord op vraag 4.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Als aan een persoon bijvoorbeeld op maandag 4 april een document wordt betekend of ter kennis gebracht en die persoon verzocht wordt om binnen 14 dagen na betekening of kennisgeving te reageren, betekent dit dan dat de persoon moet antwoorden vóór:

i. maandag 18 april (kalenderdagen) of

ii. vrijdag 22 april (werkdagen)?

Het juiste antwoord is dat rekening wordt gehouden met kalenderdagen. De betrokkene moet uiterlijk op 18 april effectief gevolg geven aan dit verzoek.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Uit hoofde van artikel 182 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verstrijken termijnen die worden uitgedrukt in jaren, maanden of weken op de dag van het jaar, de maand of de week die overeenkomt met de aanvangsdag van de termijn.

Een termijn die aanvangt op de 29e, 30e of 31e dag van een maand en die verstrijkt in een kortere maand, wordt geacht te verstrijken op de laatste dag van de betreffende maand.

Een termijn die verstrijkt op een wettelijke feestdag of op een dag waarop niet wordt gewerkt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een termijn die in weken, maanden of jaren wordt uitgedrukt verstrijkt op de overeenkomstige dag van de laatste week, de laatste maand of het laatste jaar. Als er in de laatste maand geen dag voorkomt die overeenstemt met de dag waarop de termijn inging, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand. Wanneer de laatste dag van een termijn een niet-werkdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja, wanneer de laatste dag van een termijn een niet-werkdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Artikel 184 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat in de volgende gevallen de procestermijn wordt gestuit en een nieuwe termijn aanvangt vanaf de datum van de nieuwe betekening of kennisgeving:

  • wanneer een van de partijen komt te overlijden: in dit geval wordt een nieuw document betekend of ter kennis gebracht aan de erfgenaam op de laatste woonplaats van de overledene, zonder de naam en positie van alle erfgenamen weer te geven;
  • wanneer de vertegenwoordiger van een van de partijen komt te overlijden: in dit geval wordt een nieuw document betekend of ter kennis gebracht aan de betrokken partij.

De procestermijn vangt niet aan, en als die toch al was aangevangen, wordt deze gestuit voor een partij die niet of beperkt handelingsbekwaam is, totdat een persoon wordt aangesteld om die partij in voorkomend geval te vertegenwoordigen of bij te staan.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Ja, voor sommige rechtsgebieden gelden bijzondere termijnen. De algemene termijnen voor het instellen van een beroep en een beroep in cassatie bedragen 30 dagen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In bepaalde zaken (speciale procedures), bijvoorbeeld in het geval van een bevel van de voorzitter van een rechtbank, is de beroepstermijn vijf dagen, wat korter is dan de beroepstermijn uit hoofde van het gemene recht.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Het antwoord is ja, in die zin dat in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden de rechter de termijn kan verlengen (bijvoorbeeld met vijf dagen krachtens artikel 469 en 490 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in geval van respectievelijk beroep en tweede beroep) of inkorten (bijvoorbeeld krachtens artikel 159 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot de termijn voor de betekening of kennisgeving van het exploot vijf dagen voor de hoorzitting).

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Uit hoofde van artikel 1087 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering past de rechtbank bij internationale burgerlijke rechtsvorderingen het Roemeense procesrecht toe, behoudens uitdrukkelijke andersluidende bepalingen. Zie ook het antwoord op vraag 5, 11 en 16.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Zoals eerder gezegd heeft de niet-naleving van absolute termijnen gevolgen voor de geldigheid van proceshandelingen. Als relatieve termijnen (bv. termijnen voor het wijzen van een vonnis, termijnen voor de voorbereiding enz.) daarentegen niet worden nageleefd, kunnen disciplinaire sancties of geldboetes worden opgelegd aan de schuldige partij, ook al worden de proceshandelingen niet noodzakelijk ongeldig.

Mogelijke sancties voor het niet-naleven van procestermijnen zijn:

  • de nietigheid van de proceshandeling;
  • verval van de termijn om de proceshandeling te verrichten;
  • verjaring van het verzoek aan de rechtbank;
  • verjaring van het recht op gedwongen tenuitvoerlegging;
  • financiële sancties;
  • disciplinaire sancties;
  • verplichting om de niet volgens de wettelijke formaliteiten verrichte handeling opnieuw uit te voeren of te wijzigen;
  • betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij wegens schending van de procedurele formaliteiten.

Artikel 185 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat, wanneer een procedureel recht moet worden uitgeoefend binnen een bepaalde termijn, de niet-naleving van deze verplichting aanleiding geeft tot het vervallen van het recht, tenzij de wet anders bepaalt. Proceshandelingen die na het verstrijken van de termijn worden verricht zijn nietig. Indien de wet voorziet in de onderbreking van een proceshandeling binnen een termijn, kan de handeling die wordt uitgevoerd vóór het verstrijken van de termijn nietig worden verklaard op verzoek van de belanghebbende.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering stelt dat voor de partij die een procestermijn heeft laten verstrijken een nieuwe termijn wordt vastgelegd, op voorwaarde dat die partij aantoont dat er een gegronde reden is voor het uitstel. De betrokken partij zal de proceshandeling verrichten binnen uiterlijk 15 dagen vanaf de datum waarop de onderbreking werd beëindigd, en zal tegelijkertijd verzoeken om een nieuwe termijn. Indien de betrokken partij rechtsmiddelen wenst in te stellen, is deze termijn dezelfde als de beroepstermijn. Het verzoek om een nieuwe termijn wordt behandeld door de bevoegde rechtbank die zich eveneens buigt over het verzoek met betrekking tot het niet binnen de termijn uitgeoefende recht. Wanneer de partij schuldig is, zijn er geen procedurele rechtsmiddelen mogelijk.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/06/2018

Procestermijnen - Slowakije

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

a) Wettelijke termijnen – termijnen waarvan de looptijd wettelijk is vastgelegd;

b) Gerechtelijke termijnen - termijnen die door de rechtbank kunnen worden verlengd op verzoek van de betrokken entiteit.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Niet-werkdagen zijn rustdagen voor werknemers tijdens de week evenals wettelijke feestdagen.

a) Niet-werkdagen in de Slowaakse Republiek: 6 januari, Goede Vrijdag, paaszondag, paasmaandag, 1 mei, 8 mei, 15 september, 1 november, 24 december, 25 december, 26 december

b) Wettelijke feestdagen in de Slowaakse Republiek: 1 januari, 5 juli, 29 augustus, 1 september, 17 november

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

a) Ingevolge wet nr. 160/2015, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (zákona č. 160/2015 Civilný sporový poriadok) (hierna "CCAP"), en bij ontstentenis van andersluidende bepalingen, wordt een termijn voor het verrichten van een handeling vastgelegd door een rechtbank. Als de termijn wordt berekend in dagen en de termijn aanvangt na een bepaalde gebeurtenis, wordt de dag waarop de gebeurtenis zich voordoet, niet meegeteld.

b) Een termijn vangt niet aan voor een persoon die de bevoegdheid heeft verloren om aan de procedure deel te nemen of om in rechte op te treden (artikel 119 CCAP).

c) Indien een nieuwe partij, wettelijke vertegenwoordiger of voogd van een partij zich in de procedures voegt, zullen voor hen nieuwe termijnen aanvangen vanaf het moment waarop ze zich in de procedure voegen (artikel 120 CCAP).

d) Een termijn wordt nageleefd als op de laatste dag van de termijn de handeling in kwestie in de rechtbank is verricht of de voorlegging heeft plaatsgevonden aan de instantie die tot aflevering daarvan is gehouden (artikel 121, lid 5, CCAP).

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Een termijn vangt aan op de dag die volgt op de dag waarop de gebeurtenis die de termijn doet ingaan, heeft plaatsgevonden.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Nee.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Nee.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Termijnen worden berekend aan de hand van kalenderdagen.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Termijnen die zijn vastgesteld in weken, maanden en jaren worden eveneens berekend aan de hand van kalenderdagen.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een termijn die wordt vastgesteld in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde is als de dag waarop de gebeurtenis die de termijn doet ingaan zich heeft voorgedaan. Kent de laatste maand een dergelijke dag niet, dan verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand. Als een termijn op een zaterdag, een zondag of een feestdag verstrijkt, dan geldt de eerstvolgende werkdag als de laatste dag van de termijn (artikel 121 CCAP).

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Indien de wet geen termijn vastlegt voor de uitvoering van een handeling, wordt de termijn indien nodig vastgelegd door een rechtbank. Een termijn die door een rechtbank werd vastgelegd, kan door die rechtbank worden verlengd (artikel 118, lid 2, CCAP).

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Een beroep moet binnen 15 dagen volgend op de betekening of kennisgeving van een beslissing worden ingesteld bij de rechtbank tot de welke het beroep is gericht (artikel 362 CCAP).

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Ja, maar uitsluitend termijnen voor een informatief verhoor.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Wanneer een termijn niet in acht wordt genomen, wordt de termijn niet gehaald.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Een rechtbank kan verschoning verlenen voor het niet-halen van een termijn, indien een partij of haar vertegenwoordiger een verschoonbare reden heeft waardoor deze niet in staat was om een handeling te verrichten waarop hij of zij recht had. Een verzoek moet worden ingediend binnen 15 dagen nadat de belemmering is weggenomen, en dit verzoek moet vergezeld gaan van de niet-verrichte handeling (artikel 122 CCAP). Het is volledig aan de rechtbank om na te gaan of de partij of haar vertegenwoordiger een verschoonbare reden heeft voor het niet-halen van de wettelijke termijn.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 14/01/2019

Procestermijnen - Finland

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Termijnen hebben betrekking op de deadlines die zijn vastgesteld voor het doorlopen van een bepaalde fase in een procedure. Sommige termijnen zijn wettelijk vastgelegd, andere worden door de rechtbank vastgesteld.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Naast zondagen en zaterdagen zijn de volgende dagen in Finland aangemerkt als niet-werkdagen:

  • Nieuwjaarsdag (1 januari)
  • Driekoningen (6 januari)
  • Goede Vrijdag (wisselend)
  • Eerste Paasdag (wisselend)
  • Tweede Paasdag (wisselend)
  • Dag van de Arbeid (1 mei)
  • Hemelvaartsdag (wisselend)
  • Pinksteren (wisselend)
  • Midzomeravond (wisselend)
  • Midzomerdag (wisselend)
  • Allerheiligen (wisselend)
  • Onafhankelijkheidsdag (6 december)
  • Eerste Kerstdag (25 december)
  • Tweede Kerstdag (26 december).

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

De regels voor het berekenen van de termijnen zijn opgenomen in de Wet tot vaststelling van termijnen (määräaikalaki) (150/1930). Bepalingen over termijnen zijn ook opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (oikeudenkäymiskaari) en diverse andere wetten.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Termijnen worden over het algemeen berekend vanaf het begin van de dag volgend op de datum van de gebeurtenis die aanleiding vormde voor de handeling of formaliteit. De termijn voor het betwisten van een testament zal worden berekend vanaf het begin van de dag volgend op de datum waarop kennisgeving van het testament is gedaan.

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

De methode waarmee documenten worden verzonden of betekend heeft geen invloed op de begintijd. De termijn gaat pas van start zodra het document is betekend.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Wanneer een termijn wordt uitgedrukt als een aantal dagen na een bepaalde datum, wordt deze datum niet meegerekend. Zo wordt de datum waarop de kennisgeving wordt betekend niet meegeteld.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Het vermelde aantal dagen omvat alle kalenderdagen, niet alleen werkdagen. Als de laatste dag van de termijn echter op een van de onder punt 2 genoemde dagen valt, wordt de termijn verlengd tot de volgende werkdag.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Termijnen die in weken, maanden of jaren na een bepaalde datum zijn uitgedrukt, eindigen op de dag of de week of maand die in naam of nummer overeenkomt met die datum. Als de maand waarin de termijn verstrijkt geen overeenkomstige datum heeft met de maand, eindigt de termijn op de laatste dag van die maand.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Zie het antwoord op vraag 8.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Zie het antwoord op vraag 7.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Termijnen kunnen worden verlengd als de noodzaak van verlenging kan worden gerechtvaardigd. Verlengingen van termijnen die van toepassing zijn op lopende rechtszaken, kunnen door de betrokken rechtbank op verzoek worden toegekend. De aan de zaak toegewezen persoon besluit of verlenging wordt toegekend.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Een partij in een rechtszaak die beroep wenst in te stellen tegen een uitspraak van een districtsrechtbank (käräjäoikeus) moet dit niet later doen dan de zevende dag vanaf de datum waarop de districtsrechtbank uitspraak heeft gedaan. De termijn voor het indienen van beroep is dertig dagen vanaf de datum waarop de districtsrechtbank uitspraak heeft gedaan. De appellant moet zijn of haar beroepsschrift niet later dan op de laatste dag van de termijn, tijdens kantooruren, ter griffie van de districtsrechtbank indienen.

Met betrekking tot uitspraken van hoven van beroep (hovioikeus) is de termijn voor het indienen van een verzoek om beroep in te stellen en van een beroepsschrift zestig dagen vanaf de datum van de uitspraak van het betrokken hof van beroep. De appellant moet zijn of haar verzoekschrift ‑ dat moet worden gericht tot het Hooggerechtshof (korkein oikeus) en vergezeld moet gaan van een verzoek om beroep te mogen instellen en het beroep zelf ‑ niet later dan op de laatste dag van de termijn ter griffie van het hof van beroep indienen.

Als het beroep verband houdt met een zaak die het hof van beroep heeft behandeld in eerste aanleg, is de termijn voor het instellen van beroep dertig dagen vanaf de datum waarop het hof van beroep uitspraak heeft gedaan.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

De termijnen die zijn vastgelegd in de Wet tot vaststelling van termijnen kunnen niet worden verkort. In de meeste gevallen beschikt de rechtbank over de discretionaire bevoegdheid om termijnen vast te stellen voor specifieke handelingen en formaliteiten en om deze termijnen te verlengen. In bepaalde gevallen kan de rechtbank ook termijnen voor het instellen van beroep verlengen.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

In Finland bestaan dit soort woonplaatsen niet, zodat dergelijke situaties zich niet kunnen voordoen.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Als algemene regel geldt dat verzuim om termijnen na te leven schadelijk is voor de niet-nalevende partij en ertoe kan leiden dat die partij haar rechten in de zaak verliest.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Er is geen universeel rechtsmiddel in geval van het verstrijken van een termijn. In bepaalde gevallen kan op verzoek een nieuwe termijn worden vastgesteld. Dit komt echter zeer zelden voor.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 12/09/2019

Procestermijnen - Zweden

INHOUDSOPGAVE


1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

In de grondwet zijn verschillende typen termijnen en perioden voor civielrechtelijke zaken vastgelegd. Dit zijn bijvoorbeeld termijnen voor het instellen van beroep, het indienen van een klacht en het laten heropenen van een zaak (de periode waarbinnen een zaak aanhangig moet worden gemaakt). Ook zijn er bepalingen die louter voorschrijven dat een bepaalde maatregel moet worden genomen, waarbij het aan de rechtbank is om een beslissing te nemen over de termijn waarbinnen dit dient te geschieden; daarbij gaat het bijvoorbeeld om het indienen van aanvullende informatie, bewijs of een verweerschrift.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Zaterdagen, zondagen en officiële feestdagen worden beschouwd als niet-werkdagen.

De volgende dagen zijn in Zweden officiële feestdagen (wet (1989:253) betreffende officiële feestdagen; “lagen om allmänna helgdagar”):

  • Nieuwjaarsdag (1 januari)
  • Driekoningen (6 januari)
  • Goede Vrijdag (de laatste vrijdag voor Pasen)
  • Eerste paasdag (de eerste zondag na volle maan op of na 21 maart)
  • Tweede paasdag (de dag na eerste paasdag)
  • Hemelvaartsdag (de zesde donderdag na eerste paasdag)
  • Pinksterzondag (de zevende zondag na Pasen)
  • Nationale feestdag van Zweden (6 juni)
  • Midzomerdag (de zaterdag tussen 20 en 26 juni)
  • Allerheiligen (de zaterdag tussen 31 oktober en 6 november)
  • Eerste kerstdag (25 december)
  • Tweede kerstdag (26 december)

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Het basisbeginsel ten aanzien van termijnen is dat een persoon die op last van de rechter een proceshandeling moet verrichten, daarvoor een redelijke tijd krijgt (hoofdstuk 32, afdeling 1, van het Zweedse wetboek van rechtsvordering; “rättegångsbalken”). In de meeste gevallen wordt de toegestane duur bepaald door de rechter, die de partij op het moment van de beslissing ter zake een aanvaardbare termijn moet geven om de verplichting na te komen.

In een klein aantal gevallen is in het Zweedse wetboek van rechtsvordering een specifieke termijn vastgelegd. Deze termijnen zijn vooral van toepassing op het instellen van beroep tegen een rechterlijke uitspraak of beslissing, het indienen van een verzoek tot heropening van een gesloten zaak of, in enkele gevallen, het indienen van een verzoek om wijziging van een termijn.

Een persoon die in een civielrechtelijke zaak hoger beroep wenst in te stellen tegen een uitspraak van een arrondissementsrechtbank, dient dit hoger beroep binnen drie weken na de uitspraak in te stellen. Ook een persoon die in een civielrechtelijke zaak hoger beroep wenst in te stellen tegen een beslissing van een arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) dient dit binnen drie weken te doen. Indien een tijdens de gerechtelijke procedure genomen beslissing echter niet is uitgesproken ter terechtzitting en er voor de rechtbank niet is verklaard wanneer de beslissing bekend zal worden gemaakt, wordt de beroepstermijn berekend vanaf de dag dat de eiser de beslissing heeft ontvangen. Voor hoger beroep tegen uitspraken of beslissingen van het hof van beroep (“hovrätt”) is de termijn vier weken (hoofdstuk 50, afdeling 1, hoofdstuk 52, afdeling 1, hoofdstuk 55, afdeling 1, en hoofdstuk 56, afdeling 1, van het Zweedse wetboek van rechtsvordering).

Een partij kan binnen een maand na de betekeningsdatum van een tegen hem of haar door een arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) gewezen verstekvonnis om heropening van de zaak verzoeken (hoofdstuk 44, afdeling 9, van het Zweedse wetboek van rechtsvordering).

Indien een hoger beroep wordt gestaakt omdat de appellant de behandeling van de zaak door het hof van beroep (“hovrätt”) niet heeft bijgewoond, kan de appellant het hof binnen drie weken na de datum van de beslissing verzoeken om de zaak opnieuw in behandeling te nemen (hoofdstuk 50, afdeling 22, van het Zweedse wetboek van rechtsvordering).

Indien een partij de termijn voor het indienen van beroep of voor het opnieuw in behandeling nemen of het heropenen van een zaak niet heeft gehaald, kan zij verzoeken om de vaststelling van een nieuwe termijn. Het verzoek dient te worden ingediend binnen drie weken na het einde van de verschonende omstandigheden en uiterlijk binnen een jaar na het verstrijken van de eerste termijn (hoofdstuk 58, afdeling 12, van het Zweedse wetboek van rechtsvordering).

Een aantal termijnen is ook van toepassing in versnelde procedures van de Zweedse tenuitvoerleggingsinstantie. Een verweerder zal worden opgedragen om binnen een bepaalde tijd na de betekening of kennisgeving van het verzoekschrift zijn of haar verweer in te dienen. Behalve in bijzondere omstandigheden, mag deze termijn niet langer dan twee weken zijn (afdeling 25 van de wet (1990:746) inzake betalingsbevelen en ondersteuning; “lagen om betalningsföreläggande och handräckning”). Indien de verweerder het verzoekschrift betwist, kan de eiser maximaal vier weken na de datum waarop de kennisgeving van de betwisting naar hem of haar was gezonden, verzoeken de zaak over te dragen aan een arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) voor verdere behandeling (afdeling 34). Indien de Zweedse tenuitvoerleggingsinstantie een beslissing neemt in een zaak met betrekking tot een betalingsbevel of algemene ondersteuning, kan de verweerder binnen een maand na de beslissingsdatum verzoeken om heropening van de zaak (afdeling 53). Hoger beroep tegen andere soorten beslissingen van de instantie kan worden ingesteld binnen drie weken na de datum van de beslissing (afdelingen 55-57).

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Indien een handeling binnen een bepaalde periode dient te worden verricht, vangt de termijn doorgaans aan op de dag waarop de beslissing wordt genomen of het bevel wordt uitgevaardigd. Wanneer kennisgeving of betekening van een document aan de partij dient plaats te vinden, gaat de termijn echter pas in nadat de partij het document heeft ontvangen (datum van betekening of kennisgeving).

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Wanneer kennisgeving of betekening van een document aan de partij dient plaats te vinden, gaat de termijn pas in nadat de partij het document heeft ontvangen (datum van betekening of kennisgeving).

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Wanneer de aanvangsdatum de datum is waarop de beslissing is genomen of het bevel is uitgevaardigd, wordt de uiterste datum vaak uitgedrukt in de vorm van een specifieke datum waarop de handeling die uit de beslissing of het bevel voortkomt, moet zijn verricht. Soms wordt een termijn echter ook vastgesteld door te bepalen dat een handeling binnen een bepaald aantal dagen, weken, maanden of jaren dient te worden verricht; deze termijn begint altijd met een aanvangsdatum. Als de aanvangsdatum de datum van betekening of kennisgeving is, wordt altijd vermeld dat een handeling binnen een bepaald aantal dagen weken, maanden of jaren dient te worden verricht; deze termijn begint altijd met de datum waarop de partij het document ontvangt.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Indien de termijn wordt uitgedrukt in dagen, heeft het aantal dagen betrekking op kalenderdagen en dus niet alleen op werkdagen.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Indien een handeling binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, begint deze termijn normaliter op de dag waarop de beslissing is genomen of het bevel is uitgevaardigd. Wanneer kennisgeving of betekening van een document aan de partij dient plaats te vinden, gaat de termijn echter pas in nadat de partij het document heeft ontvangen (datum van betekening of kennisgeving).

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

De wet (1930:173) inzake de berekening van wettelijke termijnen (“lag om beräkning av lagstadgad”) bepaalt dat wanneer termijnen worden uitgedrukt in weken, maanden of jaren, de uiterste datum de datum is waarvan de naam of het nummer van de maand overeenkomt met de dag waarop de termijn begon. Indien er geen overeenkomende dag in de laatste maand bestaat, wordt de laatste dag van de maand genomen als de laatste dag van de termijn.

Indien de uiterste datum voor het verrichten van een handeling valt op een zaterdag, zondag of andere officiële feestdag (zie het antwoord op vraag 2 hierboven), de dag voor midzomerdag, de dag voor Kerstmis (24 december) of oudejaarsdag (31 december), wordt de uiterste termijn voor het verrichten van de handeling verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag. Dit is ook van toepassing indien de termijn ingaat op de datum van betekening of kennisgeving.

Wanneer Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden van toepassing is, gelden echter de bepalingen van deze verordening.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Indien de uiterste datum voor het verrichten van een handeling valt op een zaterdag, zondag of andere officiële feestdag (zie het antwoord op vraag 2 hierboven), de dag voor midzomerdag, de dag voor Kerstmis (24 december) of oudejaarsdag (31 december), wordt de uiterste termijn voor het verrichten van de handeling verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag. Dit is ook van toepassing indien de termijn ingaat op de datum van betekening of kennisgeving.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Er bestaan geen bijzondere regels voor de verlenging van termijnen wanneer de partij buiten Zweden woont of gevestigd is of zich om een andere reden buiten Zweden of in een afgelegen gebied bevindt. Zoals eerder is opgemerkt, zal de lengte van de termijn echter in veel gevallen door de rechter worden bepaald en zal deze erop toezien dat de partij een redelijke termijn krijgt om een handeling te verrichten.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

De termijn voor het instellen van beroep tegen een gerechtelijke uitspraak of beslissing is doorgaans drie of vier weken.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Indien een termijn wettelijk is vastgesteld (zoals de termijn voor het instellen van beroep), kan deze termijn niet worden verkort en evenmin worden verlengd. Indien een partij is opgedragen ter zitting te verschijnen of enige andere handeling te verrichten, kan de rechter de termijn verlengen door een nieuwe uiterste datum vast te stellen. In geval van nood kan het gerecht een geplande zitting annuleren en een andere zitting op een eerdere datum organiseren. De partijen dienen echter een redelijke termijn te krijgen om zich voor te bereiden.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Nee; zie het antwoord op vraag 11 hierboven.

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Termijnen om te voldoen aan bevelschriften enz.

Indien de eiser niet voldoet aan een bevelschrift om aanvullende informatie over te leggen in verband met zijn verzoek tot dagvaarding of als er enig ander beletsel is om de zaak te behandelen, wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Indien de verweerder verzuimt een verweerschrift in te dienen, kan tegen hem of haar een verstekvonnis worden gewezen. Verzuim om tijdig te voldoen aan een bevelschrift hoeft de rechter er echter niet van te weerhouden desondanks uitspraak te doen in de zaak.

Verzuim om ter zitting te verschijnen

In zaken die buitengerechtelijk kunnen worden geschikt (bijvoorbeeld handelsgeschillen) kan verzuim van een van de partijen om voor de arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) te verschijnen, leiden tot een verstekvonnis. In zaken die niet geschikt zijn om buitengerechtelijk af te handelen (bijvoorbeeld geschillen in familiezaken) kan verzuim van de eiser om ter terechtzitting te verschijnen, leiden tot een niet-ontvankelijkverklaring, terwijl een afwezige wederpartij een boete kan krijgen of voor de rechter kan worden gebracht. Indien de eiser verzuimt om ter terechtzitting te verschijnen voor de beroepsinstantie, kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Indien de wederpartij verzuimt te verschijnen, kan deze een boete worden opgelegd.

Termijn voor het instellen van hoger beroep

Indien een partij te laat hoger beroep instelt, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Indien de termijn niet bij wet is bepaald, dient de partij voor het verstrijken van de termijn bij de rechter een verzoek tot uitstel in te dienen en te vragen om verlenging van de termijn. Indien de termijn is verstreken en de rechter vervolgens over de zaak heeft beslist, heeft een partij de keuze uit een aantal gewone en bijzondere maatregelen. Het doel van deze maatregelen is om ofwel een gesloten zaak opnieuw voor de rechter te brengen, ofwel, in bepaalde omstandigheden, de termijn te wijzigen (zie het antwoord op vraag 3 hierboven).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 09/09/2019