Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Procestermijnen - Polen

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Pools) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

INHOUDSOPGAVE

1 Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht?

Het Poolse wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat bepalingen voor 1) wettelijke, gerechtelijke en contractuele termijnen voor proceshandelingen die door de partijen moeten worden verricht, en 2) indicatieve termijnen voor proceshandelingen die door de rechtbank moeten worden verricht.

Wettelijke en gerechtelijke termijnen zijn definitief en mogen niet worden overschreden.

Wettelijke termijnen zijn vervaltermijnen (in die zin dat een proceshandeling nietig is als de termijn niet wordt nageleefd), die in de wet worden vastgelegd. Die termijnen kunnen niet worden verlengd of ingekort. Een wettelijke termijn gaat in op het moment dat in de wet is aangegeven. Er zijn twee soorten wettelijke termijnen: termijnen waarbinnen een handeling moet worden verricht en termijnen na afloop waarvan een handeling mag worden verricht. Wettelijke termijnen zijn onder meer termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen, bv. de termijn om beroep aan te tekenen of een klacht in te dienen.

Gerechtelijke termijnen zijn eveneens vervaltermijnen, maar ze worden vastgelegd door een rechtbank of een rechter. Gerechtelijke termijnen kunnen, ook zonder dat de tegenpartij is gehoord, worden verlengd of ingekort, mits daar een belangrijke reden voor is en het verzoek hiertoe vóór het verstrijken van de termijn is ingediend. Deze termijnen gaan in op het moment waarop een beslissing of bevel hierover wordt uitgesproken. Indien het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in de automatische betekening of kennisgeving van de beslissing of het bevel, gaat de termijn in op het moment van de betekening of kennisgeving. Onder gerechtelijke termijnen vallen eveneens termijnen voor het treffen van voorzieningen in geval van onbekwaamheid om in de rechtbank dan wel als procespartij op te treden, evenals termijnen voor het wegwerken van vormgebreken bij een beroep of een klacht.

Contractuele termijnen, zoals de naam dat al aangeeft, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de partijen. Een klassiek voorbeeld is de opschorting van de procedure op verzoek van beide partijen. Indien de partijen een dergelijk verzoek indienen, kan de rechtbank de procedure opschorten (maar deze is daar niet toe verplicht). De toepassing van dit soort termijn hangt uitsluitend af van de wil van de partijen.

Indicatieve termijnen zijn doorgaans bedoeld voor rechterlijke instanties (rechtbanken), en niet voor partijen. Wanneer ze niet in acht worden genomen, heeft dat geen nadelige procedurele gevolgen. Deze termijnen zijn in eerste instantie bedoeld om procedures snel af te handelen. Een voorbeeld van dergelijke termijn is de termijn waarin een rechtbank een beslissing moet motiveren.

2 Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

De wet van 18 januari 1951 betreffende niet-werkdagen schrijft de volgende wettelijk erkende niet-werkdagen voor:

  • alle zondagen (zaterdagen zijn geen wettelijk erkende niet-werkdagen)
  • 1 januari - nieuwjaarsdag
  • 6 januari - Driekoningen
  • Paaszondag
  • Paasmaandag
  • 1 mei - officiële feestdag
  • 3 mei - Nationale feestdag van 3 mei
  • Pinksterzondag
  • Sacramentsdag
  • 15 augustus - Maria-Hemelvaart
  • 1 november - Allerheiligen
  • 11 november - Nationale feestdag - onafhankelijkheidsdag
  • 25 december - Kerstmis
  • 26 december - Tweede kerstdag

In 2018 valt Paaszondag op 1 april, paasmaandag op 2 april, pinksterzondag op 20 mei en Sacramentsdag op 31 mei.

3 Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

In het burgerlijk recht kan de term "termijn" twee betekenissen hebben: het kan een specifiek moment zijn (bv. 5 april 2017) of een specifieke periode met een begin en einde (bv. 14 dagen).

Bij definitieve termijnen (de uiterste datum waarop iets moet zijn gedaan) is het exacte moment waarop de termijn verstrijkt van belang. Het einde van een termijn hoeft niet te worden aangeduid met een datum, maar moet worden bepaald door een gebeurtenis die in een bepaalde situatie haar beslag moet krijgen door toedoen van de contractpartijen.

Procestermijnen worden uitgedrukt in tijdseenheden zoals dagen, weken, maanden en jaren. Voor de berekening van termijnen in civiele procedures gelden krachtens artikel 165 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek betreffende termijnen, indien een wet, een rechterlijke uitspraak, een beslissing van een ander overheidsorgaan of een rechtshandeling een termijn vastlegt zonder daarvoor een berekeningswijze aan te geven (artikel 110 van het Burgerlijk Wetboek). Het afgeven van een processtuk bij een Pools postkantoor of een postkantoor van een bedrijf dat een universele postdienst verleent in een andere lidstaat van de Europese Unie staat gelijk aan het afgeven van een processtuk bij de rechtbank. Hetzelfde geldt indien een militair een processtuk afgeeft bij het militaire hoofdkwartier, indien een persoon die van zijn vrijheid is benomen een processtuk afgeeft in het administratiekantoor van de gevangenis, of indien een bemanningslid van een Pools zeeschip een processtuk afgeeft aan de kapitein van dat schip.

Een dag telt 24 uur, en begint en eindigt om 24.00 uur. Een termijn die wordt uitgedrukt in dagen verstrijkt aan het einde van de laatste dag. Een termijn die wordt uitgedrukt in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde naam of hetzelfde datumgetal heeft als de eerste dag van de termijn, of indien er in de laatste maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, op de laatste dag van die maand. Indien een termijn wordt uitgedrukt als het begin, het midden of het einde van een maand, moet dit worden begrepen als de eerste, de vijftiende of de laatste dag van de maand. Een halve maand komt overeen met 15 dagen. Indien een termijn is vastgesteld in maanden of jaren maar het geen aaneensluitende periode hoeft te zijn, wordt ervan uitgegaan dat een maand 30 dagen en een jaar 365 dagen telt. Indien het einde van een termijn voor het verrichten van een handeling op een wettelijk erkende niet-werkdag of een zaterdag valt, verstrijkt de termijn op de eerstvolgende dag die geen niet-werkdag en geen zaterdag is.

4 Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang?

Als de termijn wordt berekend in dagen en aanvangt na een bepaalde gebeurtenis, wordt de dag waarop deze gebeurtenis plaatsvindt niet meegeteld. Indien een rechtbank een partij op 11 januari 2017 oproept om een specifieke handeling te verrichten binnen een termijn van zeven dagen, dan verstrijkt die termijn op 18 januari 2017 omstreeks middernacht (24.00 uur).

5 Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

Een rechtbank kan de betekening of kennisgeving op verschillende manieren laten plaatsvinden: per post, via een gerechtsdeurwaarder, gerechtsbodes of de bezorgdienst van de rechtbank. De betekening of kennisgeving aan de geadresseerde kan ook plaatsvinden door de stukken persoonlijk bij de griffie aan hem of haar te overhandigen. Zolang de betekening of kennisgeving naar behoren wordt uitgevoerd, zijn al deze methoden even geldig en de gekozen methode heeft geen invloed op de termijn.

Sinds 8 september 2016 kan de rechtbank een betekening of kennisgeving laten plaatsvinden via een datatransmissiesysteem, indien de geadresseerde via dergelijk systeem documenten heeft ingediend of heeft gekozen om dat te doen. Een geadresseerde die ervoor heeft gekozen om documenten via een datatransmissiesysteem in te dienen, kan zich terugtrekken uit die elektronische dienst.

Een document dat op elektronische wijze wordt betekend of ter kennis gebracht, wordt geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de datum die wordt vermeld in het elektronische ontvangstbewijs, zelfs wanneer die datum een wettelijk erkende niet-werkdag is. Indien elektronische correspondentie 's nachts wordt ontvangen, heeft dat geen invloed op de uitwerking van de betekening of kennisgeving. Bij gebrek aan een elektronisch ontvangstbewijs voor de correspondentie, wordt de betekening of kennisgeving geacht van kracht te zijn 14 dagen na de datum waarop het document wordt geüpload in het datatransmissiesysteem. Bovenstaande regels eisen dat partijen hun elektronische account ten minste eenmaal per 14 dagen bekijken.

6 Als de termijn ingaat vanaf een gebeurtenis, wordt de dag van deze gebeurtenis dan meegerekend in de berekening van de termijn?

Als de termijn wordt berekend in dagen en aanvangt na een bepaalde gebeurtenis, wordt de dag waarop deze gebeurtenis plaatsvindt niet meegeteld.

7 Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Termijnen die worden vastgesteld in dagen worden uitgedrukt in kalenderdagen. Indien het einde van een termijn voor het verrichten van een handeling op een wettelijk erkende niet-werkdag of een zaterdag valt, verstrijkt de termijn op de eerstvolgende dag die geen niet-werkdag en geen zaterdag is.

8 En als die termijn in weken, maanden of jaren is vastgesteld?

Een termijn die wordt uitgedrukt in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde naam of hetzelfde datumgetal heeft als de eerste dag van de termijn, of indien er in de laatste maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, op de laatste dag van die maand.

Indien een termijn wordt uitgedrukt als het begin, het midden of het einde van een maand, moet dit worden begrepen als de eerste, de vijftiende of de laatste dag van de maand. Een halve maand komt overeen met 15 dagen.

Indien een termijn is vastgesteld in maanden of jaren maar het geen aaneensluitende periode hoeft te zijn, wordt ervan uitgegaan dat een maand 30 dagen en een jaar 365 dagen telt.

9 Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Een termijn die wordt uitgedrukt in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde naam of hetzelfde datumgetal heeft als de eerste dag van de termijn, of indien er in de laatste maand geen dag met hetzelfde datumgetal voorkomt, op de laatste dag van die maand.

Indien een termijn wordt uitgedrukt als het begin, het midden of het einde van een maand, moet dit worden begrepen als de eerste, de vijftiende of de laatste dag van de maand. Een halve maand komt overeen met 15 dagen.

Indien een termijn is vastgesteld in maanden of jaren maar het geen aaneensluitende periode hoeft te zijn, wordt ervan uitgegaan dat een maand 30 dagen en een jaar 365 dagen telt.

10 Indien de termijn afloopt op een zaterdag, een zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Indien het einde van een termijn voor het verrichten van een handeling op een wettelijk erkende niet-werkdag of een zaterdag valt, verstrijkt de termijn op de eerstvolgende dag die geen niet-werkdag en geen zaterdag is.

11 Zijn er omstandigheden waarin termijnen worden verlengd? Wat zijn de voorwaarden voor dergelijke verlengingen?

Enkel gerechtelijke termijnen, met name termijnen die worden vastgelegd door de rechtbank of de voorzitter van de rechtbank, kunnen worden verlengd of ingekort. Een beslissing om een termijn te verlengen of in te korten kan worden genomen door de voorzitter van de rechtbank of de rechtbank zelf, maar uitsluitend om belangrijke redenen, die de rechtbank en de voorzitter van de rechtbank naar eigen goeddunken beoordelen.

Een termijn kan uitsluitend worden verlengd of ingekort op verzoek van een partij, een deelnemer in een niet-contentieuze procedure, een tussenkomende partij, een openbaar aanklager, een arbeidsinspecteur, de consumentenombudsman, een niet-gouvernementele organisatie, een door de rechtbank aangewezen deskundige of een getuige, indien de termijn betrekking heeft op hun handelingen. De beslissing mag niet worden genomen op het verzoek van de rechtbank of de rechter zelf.

Een verzoek moet worden ingediend voordat de vastgestelde termijn is verstreken.

12 Welke termijnen gelden voor het instellen van een beroep?

Op grond van het Poolse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn wettelijke procestermijnen voor het instellen van rechtsmiddelen afhankelijk van de rechterlijke uitspraak in kwestie (vonnis (wyrok), uitspraak over de gegrondheid van een niet-contentieuze procedure (postanowienie co do istoty sprawy w postępowaniu nieprocesowym), verstekvonnis (wyrok zaoczny), betalingsbevel in een tenuitvoerleggingsprocedure (nakaz zapłaty w postępowaniu upominawczym), betalingsbevel in een betalingsbevelprocedure (nakaz zapłaty w postępowaniu nakazowym) en beslissingen (postanowienie)). De volgende wettelijke termijnen worden met name vastgelegd:

  • vonnissen en uitspraken over de gegrondheid van een niet-contentieuze procedure: de motivering voor een vonnis wordt schriftelijk opgesteld op verzoek van een partij om betekening of kennisgeving van het vonnis en de motivering, indien dit verzoek wordt ingediend binnen één week na de datum waarop het dictum werd uitgesproken en, in twee gevallen binnen één week na de datum waarop aan de partij het dictum werd betekend of ter kennis gebracht ((1) indien een partij optreedt zonder advocaat, juridisch adviseur of octrooigemachtigde en niet aanwezig was op het moment dat het vonnis werd uitgesproken omdat de partij van haar vrijheid was benomen, en (2) indien een vonnis werd uitgesproken in een gesloten zitting). Beroep kan worden aangetekend bij de rechtbank die het betwiste vonnis heeft uitgesproken binnen twee weken na de datum waarop het vonnis en de motivering aan de eiser werden betekend of ter kennis gebracht. Indien een partij binnen één week na de datum waarop het dictum werd uitgesproken geen verzoek om betekening of kennisgeving van het vonnis en de motivering heeft ingediend, gaat de termijn voor het aantekenen van beroep in op de dag waarop de termijn voor het indienen van voornoemd verzoek verstrijkt;
  • een uitspraak: de termijn voor het indienen van een klacht is één week, gerekend vanaf de datum waarop de uitspraak aan de partij werd betekend of ter kennis gebracht, of, als de partij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft verzocht om betekening of kennisgeving van de uitspraak die ter zitting is gedaan, gerekend vanaf de datum van de uitspraak;
  • vonnis bij verstek van de verweerder: verweerders tegen wie een verstekvonnis is uitgesproken, kunnen bezwaar aantekenen binnen twee weken, gerekend vanaf de datum waarop het vonnis aan hen werd betekend of ter kennis gebracht;
  • vonnis bij verstek van de eiser: een verstekvonnis moet door de rechtbank worden gemotiveerd indien de zaak geheel of gedeeltelijk is afgewezen en de eiser binnen één week na de datum waarop het vonnis aan hem of haar werd betekend of ter kennis gebracht een verzoek tot een dergelijke motivering heeft ingediend, of indien de eiser hiertoe geen verzoek heeft ingediend maar binnen de voorgeschreven termijn in beroep is gegaan;
  • betalingsbevel in een tenuitvoerleggingsprocedure: de verweerder dient bij een betalingsbevel de vordering volledig, inclusief kosten, te betalen of bezwaar aan te tekenen binnen twee weken na de datum waarop het bevel werd betekend of ter kennis gebracht;
  • betalingsbevel in een betalingsbevelprocedure: met het afgeven van een betalingsbevel beveelt de rechtbank de verweerder de vordering volledig, inclusief kosten, te betalen binnen twee weken na de datum waarop het bevel werd betekend of ter kennis gebracht, of binnen deze termijn verzet aan te tekenen.

13 Kunnen rechtbanken termijnen veranderen, met name de termijnen waarbinnen een partij moet verschijnen, of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen?

Een getuige of een procespartij heeft de absolute plicht om voor de rechtbank te verschijnen. Een getuige moet eveneens voor de rechtbank verschijnen, ook wanneer hij niet op de hoogte is van de omstandigheden van de zaak of wanneer hij al heeft besloten om zijn recht om niet te getuigen te laten gelden. Een getuige moet zich vóór de datum van de hoorzitting schriftelijk verontschuldigen voor zijn afwezigheid (het niet-verschijnen). Verontschuldigingen voor het niet-verschijnen die later worden ingediend weerhouden de rechtbank er niet van om de getuige tijdens de hoorzitting een geldboete op te leggen. Getuigen moeten aan de schriftelijke verontschuldiging een document hechten waarin ze de gegronde reden voor het niet-verschijnen aanvoeren. Het niet-verschijnen van een getuige kan worden verontschuldigd als deze gerechtvaardigd is om gezondheidsredenen, een belangrijke zakenreis of een ernstige onvoorziene gebeurtenis. Indien een getuige niet ter zitting verschijnt wanneer hij wordt gedagvaard omwille van ziekte, moet een attest worden afgegeven door de wetsgeneesheer waarin wordt bevestigd dat de partij niet kan verschijnen. In dat geval legt de rechtbank een nieuwe datum vast voor de verschijning.

14 Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij dan het recht op termijnverlenging?

Partijen of getuigen zijn gebonden aan de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die worden toegepast door de rechterlijke instantie (rechtbank).

15 Welke sancties staan op de niet-naleving van een termijn?

Proceshandelingen die na het verstrijken van de termijn worden verricht zijn nietig. Dit geldt zowel voor wettelijke als voor gerechtelijke termijnen. De nietigheid van een proceshandeling houdt in dat een handeling die volgens de wet te laat wordt verricht geen rechtsgevolgen heeft. Proceshandelingen die na het verstrijken van de termijn worden verricht zijn nietig, zelfs als de rechtbank nog geen uitspraak heeft gedaan na het verstrijken van de termijn.

16 Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben dan de partijen die deze hebben laten verstrijken, d.w.z. de niet verschenen partijen?

Wanneer een termijn is verstreken, kan een partij verzoeken om de termijn opnieuw in te stellen of om de procedure te heropenen.

Wanneer een partij een proceshandeling niet binnen de termijn uitvoert en dit niet door eigen schuld is veroorzaakt, zal de rechtbank de termijn op verzoek van de partij opnieuw instellen. Een termijn mag echter niet opnieuw worden ingesteld indien het niet-naleven van de termijn geen negatieve procedurele gevolgen heeft voor de partij. Een processtuk met het verzoek om de termijn opnieuw in te stellen moet worden ingediend bij de rechtbank waar de proceshandeling had moeten plaatsvinden, binnen één week nadat de reden voor het niet-naleven van de termijn is opgehouden te bestaan. In dit processtuk moet worden vermeld welke omstandigheden aanleiding hebben gegeven tot het verzoek. De partij dient gelijktijdig met het indienen van het verzoek de proceshandeling uit te voeren. Een jaar na het aflopen van de termijn, kan de termijn uitsluitend in uitzonderlijke gevallen opnieuw worden ingesteld. Het is niet toegestaan om de termijn voor het instellen van beroep tegen een vonnis inzake de nietigverklaring van een huwelijk, een echtscheiding of de vaststelling van het niet-bestaan van een huwelijk, opnieuw in te stellen indien ten minste een van de partijen na het van kracht worden van het vonnis is hertrouwd. Een verzoek om een termijn opnieuw in te stellen wordt door de rechtbank geweigerd indien het verzoek te laat wordt ingediend of niet-ontvankelijk is uit hoofde van de wet. Het indienen van een verzoek om een termijn opnieuw in te stellen leidt niet tot de stopzetting van de procedure of de tenuitvoerlegging van de uitspraak. Afhankelijk van de omstandigheden kan de rechtbank de procedure of de tenuitvoerlegging van de uitspraak echter stopzetten. Als het verzoek wordt ingewilligd, kan de rechtbank de zaak meteen behandelen.

Het heropenen van een procedure maakt het mogelijk om een zaak waarin een definitieve uitspraak werd gedaan over te doen. Een klacht waarin wordt verzocht om de procedure over te doen wordt vaak behandeld als een buitengewoon rechtsmiddel (of een buitengewoon beroep) dat wordt ingesteld om een definitieve uitspraak te betwisten, in tegenstelling tot gewone rechtsmiddelen (die worden ingesteld voor een niet-definitieve uitspraak). Een verzoek tot het heropenen van een procedure kan worden ingediend om de volgende redenen: het vonnis berust op een vervalst of gewijzigd document of op een strafrechtelijke veroordeling die later werd nietig verklaard; of het vonnis werd gewezen door middel van een misdrijf. Een verzoek tot het heropenen van een procedure kan eveneens worden ingediend: indien een definitief vonnis betreffende dezelfde rechtsbetrekking later wordt bekendgemaakt of feitelijke omstandigheden of bewijs aan het licht worden gebracht die een invloed kunnen hebben op de uitkomst van de zaak en die de partij niet kon aanwenden in een vorige procedure; indien de inhoud van een vonnis werd beïnvloed door een uitspraak die niet heeft geleid tot het einde van de procedure en die werd gedaan op grond van een normatieve handeling die door het Grondwettelijk Hof wordt beschouwd als zijnde in strijd met de Grondwet, een geratificeerd internationaal verdrag of gewone wet (nietig verklaard of gewijzigd krachtens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Het verzoek tot het heropenen van een procedure kan worden ingediend tot uiterlijk tien jaar na de datum waarop een vonnis definitief werd (tenzij een partij niet in staat was tot handelen of niet naar behoren werd vertegenwoordigd).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 27/06/2018