Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

  • Home
  • ...
  • ...
  • Procedures voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Procedures voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - Zweden

1 Wat betekent tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken?

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging (utsökningsbalken)

Tenuitvoerlegging is de situatie waarin een tenuitvoerleggende autoriteit door middel van dwang een door een gerecht of elke andere instantie opgelegde verplichting afdwingt. De tenuitvoerlegging heeft doorgaans betrekking op de verplichting tot betaling van een geldsom of het verlaten van een woning. Een ander soort tenuitvoerlegging heeft betrekking op sekwestratie of andere garantiemaatregelen.

De tenuitvoerlegging van een betalingsverplichting geschiedt door inbeslagneming van de goederen van de schuldenaar. Wanneer een woning dient te worden verlaten, geschiedt de tenuitvoerlegging bijvoorbeeld door uitzetting. Er kan ook een bevel worden gegeven door een tenuitvoerleggende autoriteit, waarin de persoon aan wie om tenuitvoerlegging is verzocht, verplicht wordt te handelen of zich te houden aan een bevel of een andere beslissing. De tenuitvoerleggende autoriteit kan een boete opleggen.

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid (föräldrabalken)

De tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid omvat maatregelen waarmee een uit een beslissing of overeenkomst voortvloeiende maatregel over het gezag, de verblijfplaats, de omgang met of overdracht van kinderen concreet wordt toegepast. Het gerecht dat uitspraak doet over de tenuitvoerlegging, kan een boete opleggen of invordering door de politie bevelen. Als de tenuitvoerlegging betrekking heeft op het kind als persoon, zijn op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad (de Brussel II-verordening) dezelfde regels van toepassing op de tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen. Als de tenuitvoerlegging daarentegen betrekking heeft op de goederen van het kind of de gerechtelijke kosten, is het wetboek van invordering van toepassing.

2 Welke instantie of instanties zijn bevoegd voor tenuitvoerlegging?

De instantie die is belast met gedwongen invordering (Kronofogdemyndigheten), zorgt voor de tenuitvoerlegging. Deze instantie neemt bijvoorbeeld beslissingen over inbeslagneming. Een hoge uitvoerend ambtenaar draagt de algemene juridische verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging, maar de tenuitvoerlegging zelf wordt doorgaans toevertrouwd aan andere ambtenaren (uitvoerende administrateurs).

3 Onder welke voorwaarden mag een executoriale titel of beslissing worden uitgevaardigd?

3.1 De procedure

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging

Tenuitvoerlegging kan alleen plaatsvinden op grond van een gerechtelijke beslissing of een andere executoriale titel.

De volgende executoriale titels kunnen als grondslag dienen voor tenuitvoerlegging:

  • een uitspraak, vonnis of beslissing van een gerecht;
  • een door een gerecht bevestigde transactie of een bemiddelingsovereenkomst die uitvoerbaar is verklaard door een gerecht;
  • een goedgekeurd strafrechtelijk bevel, een goedgekeurd betalingsbevel of een goedgekeurd bevel tot betaling van een boete wegens overtreding;
  • een arbitrale beslissing;
  • een door twee personen gecertificeerde schriftelijke verplichting inzake alimentatie zoals vastgesteld in het wetboek voor huwelijkszaken (äktenskapsbalken) en het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid (föräldrabalken);
  • een beslissing van een administratieve autoriteit die op grond van een specifieke bepaling ten uitvoer moet worden gelegd;
  • een uitvoerbaar document op grond van een specifieke bepaling;
  • een vonnis of beslissing van de autoriteit die is belast met de gedwongen invordering in verband met een betalingsbevel of bijstand voor tenuitvoerlegging, of een Europees betalingsbevel dat door de dienst voor gedwongen invordering als uitvoerbaar is aangemerkt.

Na afgifte van de executoriale titel hoeft een gerecht of een andere autoriteit geen aanvullende beslissing te nemen voor tenuitvoerlegging.

De werkzaamheden van de dienst voor gedwongen invordering bestaan er grotendeels in informatie te verkrijgen over de activa van de schuldenaar. De schuldenaar moet informatie verstrekken over zijn of haar activa en middels een verklaring of tijdens een hoorzitting, op straffe van strafvervolging bevestigen dat de verstrekte informatie juist is. De autoriteit kan de schuldenaar tevens opdragen deze informatie op straffe van een boete te verstrekken; deze wordt op verzoek van de dienst voor gedwongen invordering opgelegd door het gerecht van eerste aanleg.

Het verzoek om tenuitvoerlegging kan schriftelijk of mondeling worden ingediend. Bij een schriftelijk verzoek moet de indiener (de persoon die om tenuitvoerlegging verzoekt) voor de dienst voor gedwongen invordering verschijnen. Een schriftelijk verzoek moet door de indiener of zijn of haar vertegenwoordiger worden ondertekend.

De kosten voor een zaak die voor rekening komen van de staat (de administratieve kosten) worden gedekt door belastingen (kosten voor tenuitvoerlegging). Indien mogelijk worden de administratieve kosten doorgaans bij de tenuitvoerlegging verhaald op de verweerder (tegenpartij van de indiener). De indiener wordt doorgaans echter aangesproken voor deze kosten. Voor de regel van de verantwoordelijkheid van de indiener kunnen bepaalde uitzonderingen gelden, bijvoorbeeld voor het merendeel van de alimentatieverzoeken.

Als algemene regel wordt een basisbelasting ingehouden op elke executoriale titel waarvoor om tenuitvoerlegging wordt verzocht. In een tenuitvoerleggingszaak voor een privaatrechtelijke klacht bedraagt deze basisbelasting 600 SEK.

Andere belastingen die kunnen worden geheven, zijn de voorbereidingsheffing, de verkoopheffing en speciale heffingen.

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid

De tenuitvoerlegging kan geschieden op grond van een rechterlijke beslissing van een gewone rechtbank inzake het gezag, de verblijfplaats, de omgang of de overdracht van een kind. Zij kan ook voortvloeien uit een afspraak over het gezag, de verblijfplaats of de omgang die door de ouders is overeengekomen en door de commissie van sociale zaken is goedgekeurd. Buitenlandse beslissingen kunnen ook in Zweden ten uitvoer worden gelegd, met name beslissingen die op grond van de Brussel II-verordening uitvoerbaar zijn.

Beslissingen inzake tenuitvoerlegging worden genomen door de gerechten van eerste aanleg. Verzoeken tot tenuitvoerlegging worden doorgaans voorgelegd aan het gerecht van eerste aanleg van de plaats waar het kind woonachtig is. Indien het kind niet in Zweden woont, moet het verzoek worden ingediend bij het gerecht van eerste aanleg in Stockholm (Stockholms tingsrätt).

Het verzoek kan bijvoorbeeld worden ingediend door een ouder bij wie een kind moet gaan wonen of met wie het contacten moet hebben.

Door uitspraak te doen in de zaak kan het gerecht een medewerker van de sociale diensten specifiek belasten met de taak om te trachten de persoon met het gezag over het kind over te halen zich vrijwillig naar de inhoud van de beslissing of overeenkomst te voegen. In spoedeisende gevallen kan de rechtbank of de politiële autoriteit besluiten dat het zaak is zich onmiddellijk over het kind te ontfermen. De rechtbank kan dan een boete opleggen of de politie inschakelen om de beslissing tot tenuitvoerlegging ten uitvoer te brengen.

Voor verzoeken om tenuitvoerlegging die op grond van het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid worden ingediend, worden geen heffingen in rekening gebracht. Een van de partijen kan echter wel worden bevolen de door de tegenpartij gemaakte kosten voor rekening te nemen. Elke partij die kosten veroorzaakt door het optreden van ambtenaren of opvang van het kind, kan ertoe worden gemaand deze kosten aan de staat te restitueren.

3.2 De grondvoorwaarden

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging

In bepaalde gevallen kan de tenuitvoerlegging worden afgewezen. Dit is met name het geval wanneer de executoriale titel dermate onduidelijk is dat deze niet als grondslag voor de tenuitvoerlegging kan dienen.

Het is ook mogelijk dat een persoon aan wie op grond van een rechterlijke beslissing is opgedragen actie te ondernemen, in de tussentijd reeds aan de desbetreffende verplichting heeft voldaan, bijvoorbeeld de betaling van een bepaald bedrag.

Tevens kan de persoon wie is bevolen een handeling te verrichten, een tegenvordering tegen de eiser indienen, dat wil zeggen, bezwaar maken middels een uitzondering van het recht op verrekening. Verrekening vormt een reden voor verhindering van de tenuitvoerlegging indien de autoriteit die met de gedwongen tenuitvoerlegging is belast, vaststelt dat de tegenvordering is vastgelegd in een toepasselijke executoriale titel of is gebaseerd op een schriftelijk bewijs van de schuldvordering.

Indien de schuldenaar stelt dat de tenuitvoerlegging door een andere zaak tussen de partijen wordt belet en dit bezwaar niet zonder meer kan worden verworpen, kan de tenuitvoerlegging ook geen doorgang meer vinden. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om bezwaren tegen een verjaringstermijn.

Indien een executoriale titel door een gerecht nietig wordt verklaard, moet de tenuitvoerlegging onmiddellijk worden opgeschort.

In bepaalde gevallen kan het gerecht ook de stopzetting van een lopende tenuitvoerleggingsprocedure bevelen.

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid

Er wordt aangenomen dat de inhoud van een beslissing of een overeenkomst het belang van het kind dient. Het gerecht kan de beslissing of de overeenkomst niet opnieuw in behandeling nemen als het zich moet uitspreken over de tenuitvoerlegging ervan, en het voornaamste alternatief is te zorgen voor vrijwillige uitvoering. Wanneer een dwingende maatregel noodzakelijk is, is de oplegging van een boete de meest waarschijnlijke optie. Fysieke invordering kan slechts in laatste instantie worden ingezet.

In bepaalde gevallen kan de tenuitvoerlegging worden afgewezen, bijvoorbeeld wanneer het kind ziek is.

Als het kind oud en volwassen genoeg is om zijn wensen te laten meewegen, kan de tenuitvoerlegging niet tegen zijn wil geschieden, behalve wanneer het gerecht deze noodzakelijk acht voor zijn welzijn. Het gerecht wijst de tenuitvoerlegging eveneens af als deze duidelijk indruist tegen het belang van het kind.

4 Het doel en de aard van tenuitvoerleggingsmaatregelen

4.1 Welke soorten activa kunnen voorwerp van tenuitvoerlegging zijn?

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging

Voor inbeslagneming van goederen dient aan bepaalde voorwaarden te worden voldaan. Goederen moeten:

  • toebehoren aan de schuldenaar;
  • overdraagbaar zijn;
  • een geldelijke waarde hebben.

Met inbeslagneming kan elk soort eigendom worden opgeëist. Regels inzake vruchtgebruik zijn doorgaans enkel van toepassing op natuurlijke personen. Zowel roerende als onroerende goederen kunnen in beslag worden genomen.

Onder roerende goederen worden niet alleen persoonlijke bezittingen verstaan (zoals auto's, boten en andere zaken), maar ook activa (zoals banktegoeden) en verschillende soorten rechten (zoals rechten van gebruik en aandelen van successierechten).

Ook op loon uit werk, pensioenen en dergelijke kan beslag worden gelegd.

Bepaalde goederen kunnen niet in beslag worden genomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor goederen waarover de betrokkene op grond van vruchtgebruik beschikt. Regels ter zake zijn doorgaans enkel van toepassing op natuurlijke personen. Dit geldt in het bijzonder voor:

  • kleding en andere voorwerpen voor persoonlijk gebruik van de schuldenaar, ter hoogte van een redelijke waarde;
  • meubels, huishoudelijke apparaten en andere uitrustingen die noodzakelijk zijn voor het huishouden en het onderhoud ervan;
  • gereedschappen en diverse uitrustingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het beroep of de studie van de schuldenaar;
  • persoonlijke goederen, zoals eervolle onderscheidingen en sportprijzen, die een dusdanige sentimentele waarde voor de schuldenaar hebben dat beslag hierop onredelijk zou zijn.

Goederen kunnen ook op grond van bijzondere regelgeving zijn aangemerkt als niet vatbaar voor beslag. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor een schadeloosstelling.

Bij beslaglegging op loon uit werk geldt een vrijgesteld minimumbedrag voor de primaire levensbehoeften van de schuldenaar en zijn of haar gezin.

In dit opzicht hebben bepaalde vorderingen voorrang op andere. Alimentatievorderingen gaan vóór andere vorderingen.

4.2 Wat zijn de gevolgen van tenuitvoerleggingsmaatregelen?

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging

Na de inbeslagneming van goederen kan de schuldenaar hierover niet meer op dezelfde wijze beschikken. De schuldenaar kan zijn of haar goederen niet ten nadele van de eiser gebruiken door deze over te dragen of op andere wijze als de dienst voor gedwongen invordering hiervoor om een uitzonderlijke reden en na overleg met de eiser geen toestemming heeft gegeven.

Tegen iedere persoon die onrechtmatig gebruik maakt van in beslag genomen goederen, kunnen strafmaatregelen worden genomen.

Met een beslissing tot inbeslagneming krijgen goederen prioritaire rechten.

In een tenuitvoerleggingszaak dienen derden informatie door te geven over vorderingen die de schuldenaar jegens hen heeft of elke transactie aan de hand waarvan kan worden bepaald of de schuldenaar goederen bezit die vatbaar zijn voor beslag. Deze informatieplicht geldt ook voor derden die goederen van de schuldenaar in bezit hebben in het kader van bijvoorbeeld verpanding of inbewaringgeving. Zo dient de bank informatie te verstrekken over banktegoeden, kluizen of andere goederen die zij voor de schuldenaar in bewaring heeft. Naasten en vrienden van de schuldenaar dienen zich ook aan de informatieplicht te houden.

Derden kan schriftelijk of mondeling om de gegevens worden verzocht. In voorkomend geval kunnen zij worden gehoord. Als een derde deze verplichting niet nakomt, kan hij of zij worden veroordeeld tot de betaling van een boete of tot een gevangenisstraf.

De dienst voor gedwongen invordering kan beslissen de in beslag genomen goederen onmiddellijk te verkopen. Gedwongen verkoop geschiedt doorgaans in het kader van een openbare veiling, maar deze kan soms ook privé worden georganiseerd.

Bedragen die in het kader van een tenuitvoerleggingsprocedure zijn ontvangen, moeten zo snel mogelijk worden bekendgemaakt en overgemaakt aan de eiser.

4.3 Welke geldigheid hebben deze maatregelen?

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging

Voor een beslissing tot inbeslagneming geldt geen uiterste geldigheidsdatum. In de wetgeving wordt echter uitgegaan van het beginsel dat in beslag genomen eigendom onverwijld moet worden verkocht (zie punt 3.2).

Indien mogelijk geschiedt uitzetting binnen vier weken na de overdracht van de door de tenuitvoerleggende instantie vereiste documenten.

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid

Een beslissing tot tenuitvoerlegging treedt onmiddellijk in werking, tenzij anders is bepaald. Zij blijft tot nader order van kracht. In het bevel tot betaling van een boete wordt doorgaans aangegeven dat er binnen een bepaalde termijn een handeling moet worden verricht, bijvoorbeeld het terugbrengen van het kind naar de eiser. In beslissingen tot tenuitvoerlegging op het gebied van omgang wordt meestal aangegeven wanneer contacten kunnen plaatsvinden. Zij gelden doorgaans voor de daaropvolgende maanden.

Een beslissing over een tenuitvoerleggingszaak staat de behandeling van een nieuw verzoek niet in de weg.

5 Is er een mogelijkheid tot beroep tegen de beslissing om een dergelijke maatregel toe te staan?

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging

Beslissingen van de tenuitvoerleggende instantie kunnen in het algemeen worden betwist door beroep aan te tekenen. Beroep voor het gerecht van eerste aanleg moet bij de tenuitvoerleggende instantie worden aangetekend.

De persoon aan wie de beslissing van de tenuitvoerleggende instantie is gericht, kan beroep aantekenen als de beslissing hem of haar ongunstig is. Tegen beslissingen over inbeslagneming van loon uit werk kan beroep worden aangetekend. Hiervoor geldt geen uiterste termijn. Tegen beslissingen over inbeslagneming van andere goederen kan binnen drie weken na kennisgeving beroep worden aangetekend. Derden kunnen zonder verjaringstermijn beroep aantekenen tegen de inbeslagneming.

Het gerecht van eerste aanleg kan besluiten vooralsnog geen tenuitvoerleggingsmaatregel te treffen of een reeds genomen maatregel nietig te verklaren als het dit met redenen omkleedt.

Zaken betreffende tenuitvoerlegging in het kader van het wetboek voor ouderlijke verantwoordelijkheid

Tegen beslissingen van het gerecht van eerste aanleg inzake tenuitvoerlegging kan beroep worden aangetekend bij het hof van beroep. Beroep dient schriftelijk te worden aangetekend bij het gerecht van eerste aanleg. Dit dient binnen een termijn van drie weken te geschieden.

6 Zijn er beperkingen aan tenuitvoerlegging, in het bijzonder wat bescherming van de schuldenaar of termijnen betreft?

In het wetboek voor gedwongen tenuitvoerlegging zijn bepalingen vastgelegd waarin de mogelijkheden voor tenuitvoerlegging worden beperkt, bijvoorbeeld ter bescherming van de schuldenaar. Tot op zekere hoogte kan de schuldenaar de tenuitvoerlegging van een beslissing verhinderen door zich hiertegen te verzetten, bijvoorbeeld door zich te beroepen op verjaring. De meest voorkomende gevallen van beperking van de tenuitvoerlegging zijn uitsluiting van bepaalde goederen en activa van inbeslagneming zodat de schuldenaar in zijn of haar behoeften kan voorzien. Zo kan het zogeheten beneficium ("niet voor beslag vatbare goederen") worden uitgesloten van beslag op materiële goederen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een appartement dat permanent door de schuldenaar wordt bewoond, of geld waarmee de schuldenaar op korte termijn in zijn of haar levensbehoeften moet voorzien. Bij inbeslagneming van loon uit werk wordt een "reservebedrag" vrijgesteld voor normale uitgaven voor levensonderhoud en huisvestingskosten van de schuldenaar.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 15/12/2017