Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Betekening of kennisgeving van stukken - Tsjechië

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Tsjechisch) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

De betekening van gerechtelijke stukken is een van de procedurele stappen die de rechtbank in de loop van een gerechtelijke procedure neemt. De rechtbank betekent in het kader van een procedure verschillende stukken aan de procespartijen, procesdeelnemers en andere betrokken derden (verzoekschriften, dagvaardingen, afschriften van het vonnis enz.)

De betekening of kennisgeving heeft in het belang van de rechtszekerheid en de rechtsbescherming van partijen belangrijke procedurele gevolgen. Zo kan bijvoorbeeld alleen een vonnis dat naar behoren is betekend, definitief worden en daarmee bindende gevolgen hebben voor de rechtsbetrekkingen waarover het is uitgesproken.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Alle mededelingen waarvan de betekening rechtsgevolgen met zich meebrengt, moeten worden betekend. Formele betekening is nodig omdat de rechtbank bewijs nodig heeft dat betekening van een concreet stuk is verricht, zodat aan die betekening de nodige gevolgen kunnen worden gegeven in het kader van de betreffende gerechtelijke procedure.

Conform wet nr. 99/1963 Coll. betreffende het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna "WvRV" of "wetboek van burgerlijke rechtsvordering" genoemd), moeten gerechtelijke stukken, afhankelijk van de aard ervan, in persoon of op "normale" wijze worden betekend. Stukken worden in persoon betekend in de gevallen zoals bepaald in de wet (een verzoekschrift aan de verweerder, een vonnis aan de procespartijen) of indien de rechtbank daartoe besluit. Overige stukken worden op normale wijze betekend.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbanken zijn verantwoordelijk voor de betekening van gerechtelijke stukken en zij maken daarvoor gebruik van organen (en personen) die de betekening verrichten. Dit zijn onder meer gerechtsdeurwaarders, leden van de justitiële bewakingsdienst, rechterlijke ambtenaren, medewerkers van postdiensten, en onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde geadresseerden tevens de autoriteiten van de penitentiaire dienst van Tsjechië, de instellingen voor institutionele of beschermde zorg, de instelling voor verzekerde bewaring, de regionale militaire organisaties, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Justitie.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Indien in het verzoekschrift een adres van de geadresseerde staat vermeld waar de betekening niet mogelijk was omdat de geadresseerde niet meer op dat adres verblijft, gaat de rechtbank over tot het verrichten van een onderzoek. De rechtbank raadpleegt hiertoe het informatiesysteem van het bevolkingsregister van de Republiek Tsjechië en probeert zodoende in het geval van natuurlijke personen, het vaste verblijfadres/de werkplek van de geadresseerde te achterhalen en, in het geval van rechtspersonen, het adres van het hoofdkantoor/de organisatie-eenheid dat in het betreffende register is opgenomen.

Overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffende de betekening, moet voor de betekening aan een natuurlijk persoon zijn permanente verblijfsadres of het adres van zijn werkplek worden gebruikt. In het geval van rechtspersonen geldt dat het adres van het kantoor dat staat ingeschreven in het betreffende register en het adres van de organisatie-eenheid kunnen worden gebruikt. Indien de geadresseerde van de stukken in Tsjechië beschikt over een geregistreerde elektronische postbus, betekent de rechtbank de stukken aan die postbus via het openbare gegevensnetwerk. Betekening aan de elektronische postbus is gelijkgesteld met een betekening in persoon. (Alleen rechtspersonen zijn verplicht een elektronische postbus te openen, natuurlijke personen kunnen er een openen maar hoeven dat niet te doen).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Gegevens over de huidige verblijfplaats van natuurlijke personen in Tsjechië kunnen met name worden verkregen door in het informatiesysteem van het Tsjechische bevolkingsregister te zoeken. Alle Tsjechische rechtbanken hebben toegang tot dit systeem en kunnen daarvan uittreksels opvragen overeenkomstig artikel 8 van wet nr. 133/2000 Coll. betreffende het bevolkingsregister en de geboortecijfers en tot wijziging van een aantal andere wetten (wet op het bevolkingsregister), en overeenkomstig de voorwaarden bepaald in wet nr. 101/2000 Coll. betreffende de bescherming van persoonsgegevens en tot wijziging van een aantal andere wetten. Ten aanzien van verzoekschriften afkomstig uit het buitenland geldt dat persoonsgegevens uit het informatiesysteem alleen op verzoek van een persoon in het buitenland of een autoriteit die een buitenlandse staat vertegenwoordigt, worden verstrekt als dat is toegestaan op grond van een internationaal verdrag waarbij Tsjechië partij is (artikel 8, lid 9, van de wet op het bevolkingsregister). De Tsjechische rechtbanken hebben eveneens toegang tot het informatiesysteem van buitenlanders dat wordt beheerd overeenkomstig wet nr. 326/1999 Coll. betreffende het verblijf van buitenlanders op het grondgebied van de Republiek Tsjechië.

Gegevens over rechtspersonen en natuurlijke personen met de status van ondernemer die in Tsjechië verblijven of daar zakelijk actief zijn en die een verzoek tot inschrijving indienen, worden bijgehouden in het openbare register conform wet nr. 304/2013 Coll. betreffende de openbare registers van rechtspersonen en natuurlijke personen. Het openbare register is een openbare lijst waarin wettelijk voorgeschreven gegevens van rechtspersonen en natuurlijke personen met de status van ondernemer zijn opgenomen. Het register bevat tevens een verzameling documenten. Het register is toegankelijk voor zowel Tsjechische als buitenlandse burgers en iedereen kan het raadplegen en kopieën of uittreksels van de gegevens maken. Het is een elektronisch register dat dus ook op afstand kan worden geraadpleegd via het volgende adres:

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.czso.cz/csu/res/business_register

De informatie op deze website is gratis toegankelijk. De kosten voor het opvragen van een duplicaat of een kopie van documenten die zijn opgenomen in het register, waaronder een uittreksel uit het handelsregister in de Tsjechische taal, bedragen 50 CZK per pagina zonder conformiteitsbeoordeling en 70 CZK met conformiteitsbeoordeling.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Volgens het Tsjechische recht wordt het opzoeken van adressen niet als bewijs gezien. Uit de praktijk van de Tsjechische rechtbanken blijkt echter dat zij over het algemeen bereid zijn om verzoeken ingediend op grond van Verordening (EU) nr. 1206/2001 voor het achterhalen van het huidige adres van een persoon, in behandeling te nemen en om het onderzoek zelf uit te voeren op voorwaarde dat deze informatie nodig is voor een lopende burgerlijke (rechts)zaak.

Indien er echter een bilaterale overeenkomst tussen Tsjechië en een andere EU-lidstaat is gesloten waarin uitdrukkelijke bepalingen zijn opgenomen over het opzoeken van adressen, dient de procedure uit die bilaterale overeenkomst te worden gevolgd.[1]

In het Tsjechische recht zijn geen wettelijke eisen gesteld met betrekking tot het mededelen van het adres van een natuurlijk persoon met de status van ondernemer of een rechtspersoon (over het algemeen een handelsonderneming). Zoals hiervoor aangegeven, zijn er geen beperkingen gesteld aan de toegang tot gegevens die in het openbare register zijn opgenomen.


[1] Het bieden van wederzijdse hulp bij het zoeken van adressen is vastgelegd in bilaterale overeenkomsten die zijn gesloten met: België, Bulgarije, Hongarije, Polen, Griekenland, Slowakije, Slovenië en Spanje.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Volgens het Tsjechische recht verricht de rechtbank betekening van stukken in de loop van een terechtzitting of een andere gerechtelijke stap. Indien de betekening op deze manier mislukt, betekent de rechtbank het stuk aan de geadresseerde aan zijn elektronische postbus via het openbare gegevensnetwerk. Indien het niet mogelijk is een stuk via het openbare gegevensnetwerk te betekenen, verricht de rechtbank de betekening op verzoek van de geadresseerde op een ander adres of op een elektronisch adres.

Indien betekening van het stuk op deze manier niet mogelijk is, geeft de rechtbank opdracht de betekening te laten verrichten door een daartoe bevoegd orgaan (of persoon) (zie informatie onder punt 3), of een procespartij of een vertegenwoordiger die gemachtigd is voor de ontvangst van betekende stukken (artikelen 45, 46c, 47 en 48 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Onder bepaalde in de wet nauwkeurig omschreven voorwaarden, kan de rechtbank het stuk ook betekenen door aanplakking van een bericht (artikel 501 van het WvRV).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Elektronische betekening betekent dat het stuk via het openbare gegevensnetwerk naar een elektronische postbus wordt gestuurd.

Indien het niet mogelijk de betekening op deze manier te verrichten, betekent de rechtbank het stuk, op verzoek van de geadresseerde, aan het door hem opgegeven elektronische adres, op voorwaarde dat de geadresseerde de rechtbank heeft verzocht het stuk via die weg te betekenen of indien hij heeft ingestemd met een dergelijke wijze van bezorging. Een andere voorwaarde is dat de geadresseerde een erkende certificatiedienstverlener heeft aangewezen die zijn gekwalificeerd certificaat heeft afgegeven en daar een register van bijhoudt, of die een geldig gekwalificeerd certificaat heeft overlegd. Bij deze wijze van betekening verzoekt de rechtbank de geadresseerde om de ontvangst van het stuk binnen drie dagen na verzending te bevestigen door middel van een elektronisch bericht voorzien van zijn gekwalificeerde elektronische handtekening. Indien de rechtbank het stuk dat naar het elektronische adres is verstuurd terugkrijgt omdat het niet kon worden afgeleverd of indien de geadresseerde de ontvangst niet conform de voorwaarden binnen drie dagen na verzending heeft bevestigd, wordt de betekening geacht niet te zijn verricht.

De wet voorziet niet in andere wijzen van elektronische betekening van stukken.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Zie voor het antwoord op deze vraag ook de informatie onder punt 5.

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering onderscheidt twee wijzen van betekening: betekening aan de geadresseerde in persoon en de betekening van overige stukken.

Indien de betekening van stukken volgens de wet of de rechtbank aan de geadresseerde in persoon moet worden verricht, en het orgaan dat de betekening verricht er niet in slaagt de geadresseerde van het stuk te bereiken, wordt het stuk bij een postkantoor of de rechtbank gedeponeerd en wordt een schriftelijk bericht voor de geadresseerde achtergelaten waarin hij wordt verzocht het stuk af te halen (zie punt 7.2).

In de overige gevallen waarbij betekening in persoon niet is vereist (dat wil zeggen de "betekening van overige stukken") en het niet is gelukt de geadresseerde te bereiken, worden de stukken in de brievenbus van de woning gedeponeerd of in elke andere brievenbus die de geadresseerde gebruikt. In dat geval worden de stukken geacht te zijn betekend door achterlating in de brievenbus. Indien het niet mogelijk is om het stuk in de brievenbus te deponeren, betekent de rechtbank het stuk door formele aanplakking van het bericht (artikel 50 van het WvRV).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Voor stukken die in persoon moeten worden betekend, geldt dat het stuk wordt geacht te zijn betekend op de tiende dag volgend op de dag waarop het stuk kan worden afgehaald (namelijk gerekend vanaf de dag waarop het stuk bij het postkantoor of de rechtbank is gedeponeerd, of vanaf de dag waarop het verzoek om het stuk af te halen formeel door de rechtbank is aangeplakt ingeval het niet mogelijk was een schriftelijk bericht op de plaats van betekening achter te laten). Het stuk wordt geacht te zijn betekend zelfs als de geadresseerde niet op de hoogte is dat het stuk is gedeponeerd. Na afloop van de termijn van tien dagen deponeert het orgaan dat de betekening verricht het stuk in de brievenbus van de geadresseerde of stuurt het stuk, indien er geen brievenbus is, terug naar de rechtbank die het stuk heeft verstuurd en plaatst een bericht hierover op het officiële publicatiebord van de rechtbank. Conform de wet of een beslissing van de rechtbank kan een dergelijke wijze van indirecte betekening voor bepaalde stukken zijn uitgesloten. Na de termijn van tien dagen worden de stukken teruggestuurd naar de rechtbank die deze heeft verstuurd zonder dat de stukken geacht worden te zijn betekend (artikel 49, lid 5, van het WvRV).

Stukken die via het openbare gegevensnetwerk zijn betekend, worden geacht aan de geadresseerde in persoon te zijn betekend. Een document dat in de elektronische postbus is afgeleverd, wordt geacht te zijn betekend op het moment dat de persoon die gemachtigd is het verstuurde document te openen, verbinding maakt met de postbus. Indien deze persoon zijn postbus niet binnen een termijn van tien dagen opent, gerekend vanaf de datum van afgifte van het document, wordt het document geacht te zijn betekend op de laatste dag van die termijn. Dit principe geldt niet indien indirecte betekening van het betreffende stuk is uitgesloten (artikel 17, leden 3 en 4, van wet nr. 300/2008 Coll. betreffende elektronische stukken en de toegestane conversie van documenten).

Overige stukken (die niet in persoon worden betekend) worden geacht te zijn betekend op de dag dat ze in de brievenbus zijn gedeponeerd of, in geval van betekening door bekendmaking van een bericht op het officiële publicatiebord bij de rechtbank, op de tiende dag na plaatsing van dat bericht.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

De autoriteit die de betekening verricht laat een schriftelijk bericht achter (over het algemeen in de brievenbus), waarin de geadresseerde wordt geïnformeerd dat de stukken bij het postkantoor zijn gedeponeerd en daar kunnen worden afgehaald. Indien het niet mogelijk is een schriftelijk bericht achter te laten op de plaats van betekening, stuurt de autoriteit die de betekening verricht het stuk terug naar de rechtbank die het heeft verzonden. De rechtbank plaatst de uitnodiging om het stuk te komen afhalen vervolgens op het officiële publicatiebord.

In de uitnodiging moet alle wettelijk vereiste informatie staan (artikel 50 h van het WvRV), namelijk de naam van de rechtbank, het te betekenen stuk, de geadresseerde en zijn adres, de autoriteit die de betekening verricht en de naam en voornaam en handtekening van de persoon die de betekening verricht. Indien een indirecte betekening niet is uitgesloten, moet de uitnodiging ook informatie bevatten over de rechtsgevolgen die de weigering van het stuk heeft. Tevens moet worden vermeld bij wie, waar en vanaf welke datum het stuk kan worden afgehaald, alsmede binnen welke termijn en op welke tijdstippen dat mogelijk is.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Artikel 50c van het WvRV heeft betrekking op de weigering een stuk in ontvangst te nemen. Daarin is bepaald dat indien de geadresseerde of de ontvanger weigert het te betekenen stuk in ontvangst te nemen, de akte geacht wordt te zijn betekend op de dag van de weigering. De geadresseerde dient hiervan op de hoogte te worden gesteld. Volgens het Tsjechische recht geldt hetzelfde indien de geadresseerde weigert een identiteitsbewijs te tonen of de benodigde medewerking te verlenen voor een correcte betekening van het stuk. In dat geval wordt het stuk geacht te zijn betekend op de dag dat de geadresseerde weigerde zijn identiteitsbewijs te tonen of de benodigde medewerking te verlenen. Er wordt op grond van het Tsjechisch recht niet nagegaan of de weigering wettig of onwettig was. Met de weigering wordt automatisch aangenomen dat de betekening is verricht.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Het Tsjechische Postbedrijf (Česká pošta) hanteert bij de betekening van poststukken afkomstig uit het buitenland dezelfde werkwijze als bij nationale zendingen. Dat betekent dat indien niet uitdrukkelijk op de envelop of de ontvangstbevestiging staat vermeld dat het poststuk aan de geadresseerde in persoon moet worden overhandigd, het poststuk niet alleen in ontvangst mag worden genomen door de geadresseerde maar ook door zijn gemachtigde, zijn wettelijk vertegenwoordiger of de gemachtigde van zijn wettelijk vertegenwoordiger, en dit onder dezelfde voorwaarden die ook gelden voor de geadresseerde zelf (namelijk de persoon die de zending in ontvangst neemt moet zijn identiteitsbewijs tonen en tekenen voor de ontvangst van het stuk).

Bovendien kan het poststuk overeenkomstig de toepasselijke voorwaarden voor postdiensten eveneens in ontvangst worden genomen op de plaats die in het postadres staat vermeld:

1. indien het poststuk is geadresseerd aan een natuurlijk persoon:

- door een natuurlijk persoon die zich in de woning, het kantoor, de bedrijfsruimte of elke andere afgesloten ruimte bevindt waarop de naam en voornaam van de geadresseerde of dezelfde familienaam als die van de geadresseerde staat vermeld, en die met zijn handtekening de ontvangst van het poststuk bevestigt;

2. indien het poststuk is geadresseerd aan een rechtspersoon:

- door een natuurlijk persoon die met zijn handtekening en het stempel van de geadresseerde de ontvangst van het poststuk bevestigt;

- door een natuurlijk persoon die met zijn handtekening de ontvangst van het poststuk bevestigt en aantoont dat hij daartoe bevoegd is;

- door een natuurlijk persoon die zich in het kantoor, de bedrijfsruimte of elke andere afgesloten ruimte bevindt waarop de naam van de geadresseerde staat vermeld, en die verklaart dat de geadresseerde geen stempel gebruikt, en die met zijn handtekening de ontvangst van het poststuk bevestigt en met bewijs zijn naam en voornaam aantoont.

Indien het stuk aan geen van de bovengenoemde personen kan worden overhandigd, kan het postbedrijf het stuk overhandigen aan een ander aanvaardbaar natuurlijk persoon, zoals een buurman van de geadresseerde die ermee instemt het poststuk aan de geadresseerde te overhandigen en die met zijn handtekening de ontvangst bevestigt.

Deze werkwijze is uitgesloten indien:

a) de geadresseerde een schriftelijke verklaring naar het Tsjechische Postbedrijf heeft gestuurd waaruit blijkt dat hij niet akkoord gaat met een dergelijke wijze van bezorging;

b) de geadresseerde een schriftelijke verklaring naar het Tsjechische Postbedrijf heeft gestuurd waaruit blijkt dat poststukken alleen aan hem in persoon mogen worden overhandigd;

c) de opgegeven waarde meer dan 10 000 CZK bedraagt (artikel 25, lid 6, van de toepasselijke voorwaarden op de postdiensten).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien het poststuk wordt betekend overeenkomstig artikel 14 van de verordening (te weten door een postdienst in plaats van een ontvangende instantie) en niet kan worden overhandigd, wordt het stuk gedeponeerd in de brievenbus van de geadresseerde met achterlating van een schriftelijk bericht waarin hij wordt verzocht het poststuk binnen de aangegeven termijn bij het opgegeven postkantoor af te halen. Indien er geen brievenbus is, wordt het poststuk teruggestuurd met de vermelding "niet bezorgd".

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

In geval van een betekening van een stuk rechtstreeks door een postdienst van een andere lidstaat overeenkomstig artikel 14 van de verordening, kan de geadresseerde het poststuk binnen een termijn van vijftien dagen afhalen, gerekend vanaf de dag waarop het stuk gereed ligt. De autoriteit die de betekening verricht laat een schriftelijk bericht achter in de brievenbus van de geadresseerde, waarin hij wordt geïnformeerd dat het poststuk bij het postkantoor is gedeponeerd en daar door hem kan worden afgehaald.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Indien de rechtbank een stuk betekent in de loop van een terechtzitting of een andere gerechtelijke stap waarvan proces-verbaal wordt opgemaakt, wordt daarvan melding gemaakt in de betreffende processen-verbaal. Het proces-verbaal vermeldt naast de andere vereiste gegevens (artikel 40, lid 6, van het WvRV) tevens welk stuk is betekend. Het proces-verbaal wordt ondertekend door de persoon die de betekening heeft verricht en door de ontvanger.

Zie punt 7.2 voor de betekening in de elektronische postbus via het openbare gegevensnetwerk.

Indien het stuk via het openbare gegevensnetwerk aan een elektronische postbus is betekend, wordt het bewijs van betekening geleverd door het elektronische bericht van de geadresseerde waarin hij de ontvangst van het stuk bevestigt en dat is voorzien van zijn gekwalificeerde elektronische handtekening.

Indien de rechtbank een stuk betekent naar aanleiding van een gerechtelijke stap die niet wordt opgetekend in een proces-verbaal of indien de betekening wordt verricht door een daartoe bevoegd orgaan, wordt de betekening vermeld op een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging is een officieel document. De gegevens die staan vermeld op de ontvangstbevestiging worden voor waar aangenomen, behoudens tegenbewijs.

De ontvangstbevestiging dient de volgende gegevens te bevatten:

a) de naam van de rechtbank die het stuk ter betekening heeft verzonden;

b) de naam van het orgaan dat de betekening verricht;

c) de omschrijving van het te betekenen stuk;

d) de naam van de geadresseerde en het adres waaraan het stuk moet worden betekend;

e) de verklaring van het orgaan dat de betekening heeft verricht, ten aanzien van de dag waarop de geadresseerde niet kon worden bereikt, de dag waarop het stuk aan de geadresseerde of de ontvanger is overhandigd, de dag waarop het stuk kon worden afgehaald, de dag waarop de ontvangst van het stuk is geweigerd of de dag waarop niet de benodigde medewerking werd verleend voor een correcte betekening van het stuk;

f) het tijdstip (uur en minuten) van de betekening met vermelding van het "exacte tijdstip van betekening";

g) de naam en voornaam van de persoon die de betekening heeft verricht, zijn handtekening en het stempel van het orgaan dat de betekening heeft verricht;

h) de naam en voornaam van de persoon die het stuk in ontvangst heeft genomen of de ontvangst heeft geweigerd of die niet de benodigde medewerking heeft verleend voor een correcte betekening van het stuk en, indien deze gegevens bij het orgaan dat de betekening verricht bekend zijn, de relatie van deze persoon tot de geadresseerde, indien hij het stuk namens de geadresseerde in ontvangst heeft genomen, en zijn handtekening;

i) een duidelijke aanwijzing of achterlating van het stuk in de brievenbus wel of niet is toegestaan.

Indien het stuk elders is gedeponeerd, dient er op de ontvangstbevestiging tevens te worden vermeld of er een schriftelijk bericht is achtergelaten voor de geadresseerde waarin hij wordt verzocht het stuk af te halen.

Indien de geadresseerde of de ontvanger het afgeleverde stuk afhaalt, dienen op de ontvangstbevestiging tevens de volgende gegevens te worden vermeld:

a) de naam en voornaam van de persoon die het stuk heeft overhandigd, zijn handtekening en het stempel van het orgaan dat de betekening verricht;

b) de verklaring van het orgaan dat de betekening verricht, met betrekking tot de dag waarop het stuk is afgehaald;

c) het tijdstip (uur en minuten) van de betekening met vermelding van het "exacte tijdstip van betekening";

d) de naam en voornaam van de persoon die het gedeponeerde stuk heeft afgehaald, en zijn handtekening.

Indien de geadresseerde of de ontvanger weigert het stuk in ontvangst te nemen, of indien hij niet de benodigde medewerking verleent voor een correcte betekening van het stuk, moet de ontvangstbevestiging ook vermelden of er mondeling of schriftelijk informatie is verstrekt over de gevolgen van de weigering om het stuk in ontvangst te nemen of van de weigering om medewerking te verlenen, evenals de reden die is opgegeven voor de weigering van de inontvangstneming, en, eventueel, op welke manier dat is gebeurd, of op welke wijze de medewerking is geweigerd.

Indien het stuk "op normale wijze" wordt betekend en dus niet aan de geadresseerde of de ontvanger, moeten op de ontvangstbevestiging bovendien de volgende gegevens worden vermeld:

a) de naam van het orgaan dat de betekening verricht, met vermelding van de dag waarop het stuk in de brievenbus van de woning is gedeponeerd of in elke andere door de geadresseerde gebruikte brievenbus;

b) het tijdstip (uur en minuten) van de betekening met vermelding van het "exacte tijdstip van betekening";

c) de voornaam en naam van de persoon die het stuk heeft betekend, zijn handtekening en het stempel van het orgaan dat de betekening heeft verricht.

Indien de ontvanger de ontvangst van het stuk niet met zijn handtekening kan bevestigen, bevestigt de persoon die de betekening verricht of ieder ander geschikt natuurlijk persoon de ontvangst door het plaatsen van zijn handtekening op de ontvangstbevestiging.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

De Tsjechische wet voorziet niet in de mogelijkheid om een verkeerd uitgevoerde betekening te herstellen. Is de betekening niet volgens de wettelijke procedure verricht, dan moet het stuk opnieuw worden betekend.

Gelet op het feit dat volgens het Tsjechische recht in veel gevallen "indirecte" betekening en de daaruit volgende fictieve betekening is toegestaan, kan de geadresseerde, indien hij door objectieve belemmeringen niet binnen de gestelde termijn kennis heeft kunnen nemen van een stuk, een beroep doen op het beginsel van ondoelmatigheid van de betekening.

De bevoegde rechtbank kan de ondoelmatigheid alleen uitspreken op verzoek van de partij die de geadresseerde van het betreffende stuk was (deze uitzondering is slechts van toepassing in het geval van vrijwillige rechtspraak waarbij de rechtbank de doelmatigheid van de betekening zelfs ambtshalve kan onderzoeken). Een verzoek daartoe moet binnen vijftien dagen worden ingediend volgend op de dag waarop de geadresseerde kennis heeft genomen of had kunnen nemen van het te betekenen stuk. De rechtbank spreekt de ondoelmatigheid van de betekening alleen uit indien de geadresseerde vanwege een gegronde reden geen kennis heeft kunnen nemen van het stuk. De partij dient derhalve in het verzoek de informatie te verstrekken waaruit blijkt dat het verzoek tijdig is ingediend (binnen de genoemde termijn van vijftien dagen) en gegrond is. Als gegronde redenen kunnen bijvoorbeeld een ziekte, een ziekenhuisopname enzovoort worden aangevoerd. Het gaat dus om redenen of objectieve belemmeringen die ervoor hebben gezorgd dat de partij geen kennis heeft kunnen nemen van de stukken. De betekening kan niet ondoelmatig worden verklaard in het geval waarin de geadresseerde de betekening bewust uit de weg is gegaan, of wanneer hij niet duurzaam verblijft op het voor de betekening opgegeven adres (de partij is ten behoeve van de betekening verplicht om het adres op te geven waar hij daadwerkelijk verblijft).

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De kosten voor betekening worden over het algemeen gedragen door de rechtbank die zorg draagt voor de betekening van het stuk.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/03/2019