Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Betekening of kennisgeving van stukken - Hongarije

Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: EngelsHongaars

INHOUDSOPGAVE

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Krachtens wet III van 1952 betreffende het wetboek van burgerlijke rechtsvordering die van toepassing is op de civiele procedure en het wettelijk kader vormt voor vrijwillige civiele procedures (hierna "het wetboek van burgerlijke rechtsvordering" genoemd), moeten de betekening en kennisgeving van gerechtelijke stukken in principe worden verricht door een leverancier van postdiensten.

Het doel van de betekening of kennisgeving van een officieel stuk is ervoor te zorgen dat de geadresseerde kennis kan nemen van de inhoud van het stuk en dat de afzender kan aantonen dat het stuk aan de geadresseerde is betekend of ter kennis gebracht. Het feit zelf, de datum en het resultaat van de betekening of kennisgeving moeten schriftelijk worden vastgelegd. Officiële stukken moeten worden verstuurd per aangetekende post met een ontvangstbevestiging die speciaal voor deze dienst is opgesteld.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Op grond van wet CLIX van 2012 inzake postdiensten (hierna "wet inzake postdiensten" genoemd) moeten stukken waarvan de verzending, betekening of kennisgeving (of de poging tot bezorging) of de datum van die handelingen volgens de wet een rechtsgevolg sorteren, die als basis dienen voor de berekening van een wettelijk vastgestelde datum of die in de wet worden aangemerkt als officiële documenten, formeel worden betekend of ter kennis gebracht.

Overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering moet in een civiele procedure worden overgegaan tot de betekening of kennisgeving van de volgende stukken:

a) vonnissen, aan de partijen;

b) beschikkingen die tijdens de zitting zijn gegeven, aan de partijen die niet op de juiste wijze voor de betreffende zitting zijn opgeroepen;

c) beschikkingen die tijdens de zitting zijn gegeven, waarbij een nieuwe termijn wordt vastgesteld, of waartegen afzonderlijk beroep kan worden ingesteld, aan de partij die niet bij genoemde zitting aanwezig was;

d) beschikkingen die buiten de zitting om zijn gegeven, aan de betrokken partij;

e) alle beslissingen die in de loop van de procedure zijn genomen, aan de partij in het belang van wie de officier van justitie of een persoon of instelling die daar op grond van een specifieke wettelijke bepaling toe bevoegd is, de procedure is gestart.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbanken en de leverancier van postdiensten zijn verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving op grond van de wettelijke bepalingen die op hen van toepassing zijn.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Een dergelijke verplichting bestaat niet, maar het is bijvoorbeeld wel mogelijk dat een rechtbank het huidige adres van een onderneming verifieert in het handelsregister alvorens het poststuk te versturen.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Huisadres van natuurlijke personen:

In Hongarije is het Centraal bureau voor administratieve en elektronische overheidsdiensten verantwoordelijk voor het bijhouden van het centraal adressenregister (Közigazgatási és Elektronikus Közszolgáltatások Központi Hivatala, hierna "KEKKKH" genoemd; adres: H-1450 Budapest, Pf.: 81., tel.: 36-1-452-3622, fax: 36-1-455-6875, e-mail: nyilvantarto.hivatal@mail.ahiv.hu, website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.kekkh.gov.hu/hu/adatszolgaltatas_szemelyi). Via dit register kan het adres van een individueel geïdentificeerd persoon worden opgevraagd. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid kunnen hiertoe een aanvraag indienen, op voorwaarde dat zij het doel en de wettelijke grondslag voor het gebruik van deze gegevens aantonen.

De aanvraag kan schriftelijk worden ingediend, of persoonlijk bij het bevoegde kantoor in het district waarin de woon- of verblijfplaats (statutaire zetel of vestiging) van de aanvrager van de gegevens ligt. Indien het districtskantoor om technische redenen niet kan voldoen aan het verzoek om informatie, of indien dat geen passende mogelijkheid is, kan de aanvraag ook worden ingediend bij de centrale klantenservice van het KEKKH (postadres 1553 Budapfest, Pf. 78.), of in het buitenland bij de bevoegde Hongaarse vertegenwoordiging afhankelijk van de woonplaats in het buitenland (zie hier de lijst van vertegenwoordigingen).

De aanvraag moet de volgende gegevens bevatten:

• de personalia van de aanvrager, naam, adres, statutaire zetel, vestiging, van de aanvrager of zijn vertegenwoordiger;

• een nauwkeurige opsomming van de gevraagde gegevens;

• het doel waarvoor de gegevens zullen worden gebruikt;

• de identiteitsgegevens van de natuurlijke persoon waarmee de identiteit van de gezochte persoon kan worden vastgesteld (naam, geboorteplaats, naam van de moeder), of de naam en het woonadres die bij de aanvrager bekend zijn (gemeente, straatnaam, huisnummer).

De volgende documenten moeten bij het aanvraagformulier worden gevoegd:

• het document waaruit de wettelijke grondslag voor het gebruik van de gegevens blijkt;

• het bewijs dat de aanvrager gemachtigd is om als vertegenwoordiger op te treden, indien de aanvrager namens een derde handelt (origineel of een gewaarmerkt conform afschrift van de volmacht). Een volmacht die is afgegeven in het buitenland dient te zijn opgesteld als een authentieke akte of een gewaarmerkte onderhandse akte en zijn voorzien van een apostille, tenzij in een internationaal verdrag anders is bepaald. Een stuk dat is opgesteld in een andere taal dan het Hongaars wordt slechts aanvaard indien het stuk vergezeld gaat van een beëdigde vertaling.

Voor deze procedure worden administratie- en servicekosten in rekening gebracht:

• voor de verstrekking van gegevens betreffende 1 tot 5 personen: 3 500 HUF

• voor de verstrekking van gegevens betreffende meer dan 5 personen: het aantal personen waarvan de gegevens wordt verstrekt vermenigvuldigd met het tarief van 730 HUF per stuk.

In het geval van aanvragen uit het buitenland of van de Hongaarse vertegenwoordiging die bevoegd is afhankelijk van de woonplaats van de aanvrager, dient de vergoeding achteraf aan de Hongaarse vertegenwoordiging te worden betaald als consulaire kosten.

Handelsondernemingen:

De belangrijkste gegevens van ondernemingen, waaronder de adressen, zijn ingeschreven in het handelsregister dat gratis kan worden geraadpleegd op de volgende website (in het Hongaars): De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.e-cegjegyzek.hu/

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Uit de verordening blijkt niet duidelijk of het zoeken van adressen ook binnen het toepassingsgebied valt; de rechtbank die de zaak behandelt moet derhalve zelf besluiten of zij tegemoetkomt aan een dergelijke aanvraag. Aangezien de Hongaarse rechtbanken gratis adresgegevens kunnen opvragen bij het KEKKH, wordt in de praktijk mogelijk voldaan aan een dergelijk rechtshulpverzoek.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In besluit 35/2012 van de regering 4 december 2012 tot vaststelling van nadere regels betreffende postdiensten en de betekening of kennisgeving van officiële stukken (hierna "Uitvoeringsbesluit inzake postdiensten" genoemd), is bepaald dat de leverancier van postdiensten officiële stukken die met een ontvangstbevestiging zijn verstuurd, aan de geadresseerde in persoon betekent of ter kennis brengt, of aan een ander persoon die bevoegd is het stuk in ontvangst te nemen.

Indien de geadresseerde een natuurlijk persoon is die op het moment van de bezorgpoging niet op het opgegeven adres aanwezig is, wordt het officiële stuk overhandigd aan een bevoegde persoon die wel aanwezig is. Is ook deze persoon niet aanwezig, dan kan het document worden overhandigd aan een plaatsvervangende ontvanger (familielid van de geadresseerde) van 14 jaar of ouder.

In het geval van een orgaan is de vertegenwoordiger van dat orgaan bevoegd de stukken in ontvangst te nemen, namelijk: de leidinggevende (bestuurslid, bedrijfsleider, directielid, en elk ander persoon die bevoegd is namens het orgaan te tekenen of het orgaan te vertegenwoordigen), de gemachtigde persoon voor betekeningen, de ambtenaar voor betekeningen, de vereffenaar, de bewindvoerder, alsmede elke andere natuurlijke persoon die werkzaam is op de postafdeling van het orgaan (indien het orgaan een dergelijke afdeling heeft).

De leverancier van postdiensten kan de betekening of kennisgeving van de post tevens laten verrichten door een bemiddelende organisatie die actief is in de plaats van de geadresseerde (bemiddelende bezorgdienst), indien de geadresseerde zijn woon-, verblijf- of werkplaats heeft in een legerkorps, gevangenis, gezondheidsinstelling of sociale instelling, hotel, jeugdherberg, arbeidershotel of vakantieverblijf. De bemiddelende bezorgdienst is verplicht het poststuk in ontvangst te nemen en te zorgen dat het aan de geadresseerde wordt overhandigd.

De leverancier van postdiensten is overeenkomstig het uitvoeringsbesluit inzake postdiensten, verplicht twee pogingen te ondernemen om betekening of kennisgeving te verrichten van het poststuk dat als officieel stuk is verstuurd. Indien de eerste bezorgpoging mislukt omdat de geadresseerde of de persoon die bevoegd is stukken in ontvangst te nemen niet aanwezig is op het adres, laat de leverancier van postdiensten een bericht achter waarin de wettelijk voorgeschreven gegevens zijn opgenomen. Hij legt het officiële stuk ter beschikking op het distributiepunt dat in het bericht staat vermeld en probeert op de vijfde werkdag na de mislukte bezorgpoging het document opnieuw te bezorgen. Indien de tweede bezorgpoging mislukt, laat de postdienst wederom een bericht achter aan de geadresseerde (met vermelding van de wettelijk voorgeschreven gegevens). Hij legt het officiële stuk gedurende vijf werkdagen, gerekend vanaf de tweede bezorgpoging, ter beschikking op het distributiepunt dat in het bericht staat vermeld. Het officiële document kan op vertoon van een identiteitsbewijs tot en met de dag van de tweede bezorgpoging worden opgehaald bij het opgegeven distributiepunt. Op de eerstvolgende werkdag na afloop van de afhaaltermijn die op het tweede bericht staat vermeld, stuurt de postdienst het poststuk terug naar de afzender met de vermelding "niet afgehaald" op de ontvangstbevestiging.

Overeenkomstig de betreffende bepalingen in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt het stuk in dat geval geacht te zijn betekend op de vijfde dag volgend op die van de tweede bezorgpoging, tenzij kan worden aangetoond dat dit op een andere dag plaatsvond (en tenzij het poststuk is betekend of ter kennis gebracht aan een plaatsvervangend persoon die een tegenpartij van de geadresseerde is). In geval van betekening of kennisgeving van een inleidende vordering of een eindbeslissing, stelt de rechtbank de partijen in kennis dat het vermoeden van betekening of kennisgeving binnen acht werkdagen wordt vastgesteld. Bij dit bericht moet het officiële stuk worden gevoegd waarop de rechtbank het vermoeden van betekening of kennisgeving baseert.

De geadresseerde kan op vertoon van zijn identiteitsbewijs het stuk tevens afhalen bij de griffie van de rechtbank.

In de wet LIII van 1994 inzake de tenuitvoerleggingsprocedure (hierna "wet inzake de tenuitvoerleggingsprocedure" genoemd) is voorzien in de betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder als een alternatieve wijze van betekening of kennisgeving die is toegestaan in het geval van een beslissing over de grond van de zaak die als basis dient voor de tenuitvoerlegging, op voorwaarde dat het vermoeden van betekening of kennisgeving is vastgesteld en dat de persoon die bevoegd is het verzoek tot tenuitvoerlegging in te dienen, daarom uitdrukkelijk heeft gevraagd en de betreffende kosten van tevoren heeft betaald. Ingevolge de wet inzake de tenuitvoerleggingsprocedure kan de gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving van de tenuitvoerleggingsstukken eveneens in persoon verrichten. In dat geval dient er een proces-verbaal van betekening of kennisgeving te worden opgemaakt. Indien deze procedure niet slaagt, dient te betekening of kennisgeving te worden verricht volgens de algemene regels betreffende de betekening of kennisgeving van officiële stukken.

Bovendien kan de betekening of kennisgeving, in de gevallen bepaald in de wet, tevens worden verricht door een medewerker van de rechtbank (bijvoorbeeld in spoedgevallen in civiele procedures voor de betekening of kennisgeving van een dagvaarding).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

In het hoofdstuk "Elektronische communicatie in burgerlijke zaken" van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is bepaald dat in alle burgerlijke zaken en alle in de wet voorziene civiele procedures (zoals een tenuitvoerleggingsprocedure of vereffeningsprocedure) de communicatie op elektronische wijze kan plaatsvinden als de partijen daarmee hebben ingestemd, ongeacht wie de geadresseerde is. In het geval van elektronische communicatie vindt de betekening of kennisgeving elektronisch plaats via een computersysteem met een berichtendienst.

De betrokken partij ontvangt via de berichtendienst een bericht op het elektronische adres dat hij heeft opgegeven ten behoeve van de betekening of kennisgeving van stukken, waarin wordt medegedeeld dat er een stuk in de opslagruimte van de elektronische berichtendienst is geplaatst.

De partij kan toegang krijgen tot het stuk door op de link te klikken. Nadat de link is geopend, wordt er een elektronische ontvangstbevestiging gegenereerd die automatisch naar de afzender en naar de ontvanger wordt gestuurd. Alvorens de link te openen moet de partij via de berichtendienst eerst de afzender, de ontvangstdatum en het zaaknummer kunnen controleren.

Indien de partij het stuk na een termijn van vijf dagen nadat het stuk in de opslagruimte van de elektronische berichtendienst is geplaatst, niet heeft ontvangen, wordt de betekening of kennisgeving van het stuk geacht te hebben plaatsgevonden op de daaropvolgende werkdag (vermoeden van betekening). Indien het vermoeden van betekening kan worden vastgesteld, stuurt de berichtendienst daarvan automatisch een bericht naar de afzender en de geadresseerde.

In spoedgevallen in burgerlijke zaken kunnen oproepingen om ter zitting te verschijnen elektronisch worden betekend of ter kennis gebracht, zelfs als dit niet het gekozen elektronische communicatiemiddel is.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Op grond van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geschiedt de betekening of kennisgeving in de volgende gevallen door aanplakking van een bericht: indien de verblijfplaats van de partij onbekend is, indien de partij zich in het lidstaat bevindt die geen rechtshulp biedt voor betekening of kennisgeving, indien er een andere onoplosbare belemmering bestaat voor de betekening of kennisgeving, indien de poging tot betekening of kennisgeving op voorhand onuitvoerbaar blijkt of indien de partij, ondanks de wettelijke verplichting, geen gemachtigde ontvanger heeft aangewezen of indien betekening of kennisgeving van het poststuk aan deze gemachtigde niet mogelijk is. De rechtbank kan betekening of kennisgeving door aanplakking van een bericht in principe slechts bevelen op verzoek van een van de partijen en alleen indien daarvoor een gegronde reden is.

Het bericht moet gedurende vijftien dagen te zien zijn op het officiële publicatiebord van de rechtbank en op het officiële publicatiebord van de gemeente waarin de partij haar laatste bekende woonplaats had. Het bericht kan tevens worden gepubliceerd op de centrale website van de rechtbanken.

Wanneer een inleidende vordering aan de verweerder wordt betekend of ter kennis gebracht door aanplakking van een bericht, stelt de rechtbank een bewindvoerder aan voor deze partij, waarna de inleidende vordering tevens aan hem betekend of ter kennis gebracht wordt.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

In geval van betekening of kennisgeving door aanplakking wordt het stuk geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de vijftiende dag dat het bericht op het officiële publicatiebord van de rechtbank wordt getoond.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

In de wet inzake postdiensten is bepaald dat de leverancier van postdiensten en de geadresseerde kunnen afspreken dat betekening of kennisgeving van poststukken die voor de geadresseerde zijn bestemd, niet aan het adres dat op het poststuk staat vermeld maar aan een ander adres wordt verricht (met name aan een doorzendadres, een postbus of een ander distributiepunt). Volgens het uitvoeringsbesluit inzake postdiensten meldt de postdienst dat er een officieel stuk is binnengekomen dat is gericht aan het postbusadres, door achterlating van een bericht in de postbus, zelfs als het stuk aan de postbus is gericht maar de huurder van de postbus niet de geadresseerde van het stuk is.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde uitdrukkelijk weigert een gerechtelijk stuk in ontvangst te nemen, wordt de betekening of kennisgeving van dat stuk door de postdiensten ingevolge het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geacht te zijn verricht op de dag van de bezorgpoging.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

De postdienst beschikt in geval van bezorging overeenkomstig artikel 14 van de verordening niet over voldoende informatie om te kunnen vaststellen of de zending uit het buitenland een officieel stuk bevat. Daarom zijn in dat geval niet de bijzondere regels betreffende de betekening of kennisgeving van officiële stukken van toepassing, maar de algemene regels betreffende de verzendingen met een ontvangstbevestiging.

Ten aanzien van personen die bevoegd zijn documenten in ontvangst te nemen, is in aanvulling op punt 5 in het geval van officiële stukken het volgende eveneens van toepassing. Indien de geadresseerde een natuurlijk persoon is, kan ook de verhuurder van het onroerend goed op het betreffende adres of de hospita van de geadresseerde plaatsvervangend ontvanger zijn, op voorwaarde dat het een natuurlijk persoon betreft. Indien in het geval van een instelling betekening of kennisgeving moet worden verricht in het gebouw van die instelling of in een andere ruimte die openstaat voor klanten, zijn medewerkers of partners van de instelling bevoegd het document in ontvangst te nemen, of indien de instelling over een receptie beschikt, een natuurlijk persoon die bij de receptie werkt of een andere medewerker van de instelling (als incidenteel bevoegd persoon).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien de geadresseerde of een andere persoon die bevoegd is document in ontvangst te nemen op het moment van bezorging niet aanwezig is op het adres, laat de leverancier van postdiensten ter plaatse een bericht achter. Daarin wordt de geadresseerde geïnformeerd dat hij het stuk kan afhalen bij het distributiepunt van de leverancier van postdiensten. Het stuk kan worden afgehaald door de geadresseerde, zijn gemachtigde vertegenwoordiger of de plaatsvervangende ontvanger die zijn woon- of verblijfplaats op het opgegeven adres heeft. Indien de geadresseerde of een andere persoon die bevoegd is voor het ontvangen van post, het poststuk niet voor afloop van de termijn komt afhalen, stuurt de postdienst het stuk terug als onbestelbare post.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De afhaaltermijn wordt door de leverancier van postdiensten bepaald. Deze termijn bedraagt in het geval van het Hongaarse postbedrijf (Magyar Posta Zrt.) tien werkdagen na de bezorgpoging. Zie het vorige punt over de wijzen waarop wordt gecommuniceerd.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

De ontvangstbevestiging geldt als schriftelijk bewijs van de betekening of kennisgeving en vermeldt het resultaat van de betekeningsprocedure, dat wil zeggen de naam van de ontvanger en zijn hoedanigheid indien hij niet de geadresseerde is (zoals een bevoegd vertegenwoordiger), de datum van betekening of kennisgeving, of indien deze niet heeft plaatsgevonden de reden daarvoor (bijvoorbeeld: ontvangst geweigerd of "niet afgehaald"). De leverancier van postdiensten stuurt in alle gevallen de ontvangstbevestiging naar de afzender.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Indien overeenkomstig het wetboek van burgerlijke rechtsvordering het vermoeden van betekening of kennisgeving is vastgesteld (de ontvanger heeft het betekende stuk geweigerd of het ondanks twee bezorgpogingen niet ontvangen), kan de geadresseerde een verzoekschrift indienen tot weerlegging van het vermoeden van betekening of kennisgeving bij de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is. Dit verzoek moet binnen vijftien dagen worden ingediend nadat de geadresseerde heeft vernomen dat het vermoeden van betekening of kennisgeving is ontstaan. Volgens de algemene regel kan na een termijn van zes maanden na de vaststelling van het vermoeden geen verzoekschrift meer worden ingediend. Indien de vaststelling van het vermoeden betrekking heeft op de betekening of kennisgeving van het stuk dat het geding inleidt, kan de partij het verzoekschrift indienen tijdens de lopende procedure, binnen vijftien dagen nadat hij kennis heeft genomen van de vaststelling van het vermoeden van betekening of kennisgeving.

Het verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening kan worden gebaseerd op het feit dat de verzoeker het officiële stuk niet heeft ontvangen door een oorzaak die hem niet kan worden toegerekend, omdat:

a) de betekening of kennisgeving is verricht in strijd met de wettelijke bepalingen betreffende de betekening of kennisgeving van stukken, of is om andere redenen niet conform de regels verlopen;

b) de verzoeker niet in staat was om het stuk in ontvangst te nemen om een andere dan onder a) genoemde reden (omdat de verzoeker geen kennis heeft kunnen nemen van de betekening of kennisgeving van het stuk om een andere reden die buiten zijn macht lag).

Indien een partij een verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening indient op basis van bovenstaand punt a), en de rechtbank het verzoek toewijst, vervallen de rechtsgevolgen van het vermoeden van betekening. Als gevolg hiervan moet de betekening of kennisgeving, de reeds genomen maatregelen en de proceshandelingen, zo nodig opnieuw worden gedaan in overeenstemming met het verzoek van de partij. Indien het verzoekschrift door een andere verzoeker is ingediend en het verzoek door de rechtbank wordt toegewezen, kunnen de rechtsgevolgen van de betekening of kennisgeving ten aanzien van de verzoeker niet worden toegepast.

Indien het vermoeden van betekening wordt weerlegd op basis van punt b), dient de betekening of kennisgeving opnieuw te worden verricht. Volgens de algemene regel geldt dat de bepalingen betreffende het aantonen van gebreken van overeenkomstige toepassing zijn op de indiening en beoordeling van het verzoekschrift.

Het vermoeden van betekening kan ook tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure worden weerlegd. Wanneer de beslissing betreffende de vaststelling van het vermoeden van betekening definitief is geworden, mag de geadresseerde in de bovengenoemde gevallen tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure, als verzoeker, een verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening of kennisgeving indienen bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit verzoek moet worden ingediend binnen vijftien dagen na de dag waarop de verzoeker kennis heeft genomen van de procedure tot tenuitvoerlegging van de beslissing. Indien de tenuitvoerleggingsprocedure reeds is aangevangen, moet elk verzoek overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf worden ingediend.

De rechtbank kan de betekening of kennisgeving door aanplakking slechts bevelen op verzoek van een van de partijen en alleen indien er een gegronde reden is voor het verzoek. Indien de aangevoerde feiten onjuist blijken te zijn en indien de partij daarvan op de hoogte op was of had kunnen zijn als zij de nodige zorgvuldigheid in acht had genomen, worden de betekening of kennisgeving door aanplakking evenals de te volgen procedure ongeldig, en de partij wordt gelast tot betaling van de hieruit voortvloeiende kosten en een boete. Indien de verweerder (aan wie betekening of kennisgeving door aanplakking is verricht) echter instemt met de betekening of kennisgeving door aanplakking, zelfs als dat stilzwijgend gebeurt, is de procedure niet ongeldig. De boete moet evenwel worden opgelegd en de partij is verplicht tot betaling van de gemaakte extra kosten.

Tegen een definitieve uitspraak staat herziening open indien de betekening of kennisgeving van de inleidende vordering of een ander stuk aan de partij, in strijd met de toepasselijke regels, is verricht door aanplakking.

Wanneer er geen vermoeden van betekening of kennisgeving door aanplakking is ontstaan, kunnen de gevolgen van de betekening die in strijd met de wet is verricht, worden hersteld via de algemene beroepsprocedures overeenkomstig de toepasselijke regels.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

In de regel zijn de kosten voor de betekening of kennisgeving inbegrepen in de gerechtskosten, en deze zijn gedurende de procedure dan ook niet voor rekening van de partij. Alleen in het geval van betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder op grond van de wet inzake de tenuitvoerleggingsprocedure moeten de kosten vooraf worden betaald door de partij die de tenuitvoerlegging vordert.

De gerechtsdeurwaarder kan een vergoeding in rekening brengen voor de dienst die hij heeft verleend. Deze vergoeding bedraagt 6 000 HUF en is vastgesteld bij besluit 14/1994 van 8 september 1994 van het ministerie van Justitie betreffende de vaststelling van tarieven van gerechtsdeurwaarders. Bovendien ontvangt de gerechtsdeurwaarder een vaste vergoeding voor speciale betekeningen of kennisgevingen. Deze bedraagt 3 000 HUF per bezorgpoging indien de plaats van betekening of kennisgeving de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde is, en 6 000 HUF indien de betekening of kennisgeving moet worden verricht in een andere woonplaats van de geadresseerde of een plaats waar de geadresseerde slechts incidenteel verblijft.

Indien de tenuitvoerleggingsprocedure aanvangt op basis van het te betekenen stuk, zijn de kosten voor rekening van de schuldenaar. De kosten die voortvloeien uit de betekening of kennisgeving door aanplakking, moeten vooraf worden betaald door de partij die daarom heeft verzocht.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/10/2017