Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Betekening of kennisgeving van stukken - Slovenië

INHOUDSOPGAVE

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

In de praktijk wordt met betekening of kennisgeving van stukken bedoeld het afleveren van stukken en documenten aan natuurlijke personen en rechtspersonen die partij zijn bij een procedure, en het opstellen van stukken waarmee de betekening of aflevering wordt beschreven en bevestigd. Dit betekent enerzijds dat de persoon voor wie het stuk is bestemd, in kennis wordt gesteld van de procedurele werkzaamheden van een gerecht of partij, en anderzijds dat de ontvangst van de stukken door de partijen op betrouwbare wijze aan het gerecht is bevestigd. De bevestiging dat de stukken feitelijk en op de juiste wijze zijn betekend of ter kennis zijn gebracht, geldt als voorwaarde voor de reguliere uitvoering van de procedure, terwijl correcte betekening of kennisgeving aan partijen de eerbiediging van het beginsel van hoor en wederhoor waarborgt. Betekening of kennisgeving vormt derhalve een handeling van het gerecht in het kader van de procedure, welke handeling is bedoeld om een partij in kennis te stellen van de procedure en de proceshandelingen van de wederpartij en de rechter, en waarborgt tegelijkertijd het recht van wederhoor van die partij.

Voor de betekening en kennisgeving van stukken zijn specifieke voorschriften nodig, om de verschillende beginselen van burgerlijke rechtsvordering te kunnen eerbiedigen en zonder vermijdbare vertraging afdoende gerechtelijke bescherming te kunnen bieden. Betekening of kennisgeving van stukken waarborgt immers dat alle deelnemers in kennis worden gesteld van de proceshandelingen van het gerecht en/of partijen. Specifieke voorschriften voor de betekening of kennisgeving van stukken bieden ook waarborgen in geval van onjuiste betekening of kennisgeving.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Alle gerechtelijke stukken moeten aan deelnemers worden betekend of ter kennis gebracht voor zover in artikel 142 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: ZPP; Staatsblad van de Republiek Slovenië nr. De link wordt in een nieuw venster geopend.73/07 – officiële geconsolideerde tekst, De link wordt in een nieuw venster geopend.45/08 – ZArbit, De link wordt in een nieuw venster geopend.45/08, De link wordt in een nieuw venster geopend.111/08 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.57/09 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.12/10 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.50/10 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.107/10 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.75/12 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.40/13 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.92/13 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.10/14 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.48/15 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, De link wordt in een nieuw venster geopend.6/17 – Besluit van het Grondwettelijk Hof, en De link wordt in een nieuw venster geopend.10/17) is bepaald dat handelingen en gerechtelijke beslissingen waartegen beroep kan worden ingesteld, buitengewone rechtsmiddelen en bevelen tot betaling van gerechtskosten voor het aanhangig maken van vorderingen, tegenvorderingen, verzoeken om echtscheiding met wederzijdse instemming, vorderingen met een voorstel tot het uitvaardigen van een betalingsbevel, verzoeken tot heropening van een zaak, verzoeken tot het veiligstellen van bewijsmateriaal voorafgaand aan een gerechtelijke procedure, verzoeken om een poging tot schikking, verzoeken tot kennisgeving van een beroepsprocedure, beroepsprocedures, verzoeken om toestemming voor herziening, herzieningen en uitnodigingen aan partijen tot het bijwonen van een zitting tot schikking van een zaak dan wel een eerste zitting als er geen schikkingszitting was gepland, aan de partijen in persoon moeten worden betekend of ter kennis gebracht. Daarbij worden zowel fysieke betekening of kennisgeving als betekening of kennisgeving via beveiligde elektronische middelen geacht gelijk te staan aan fysieke betekening of kennisgeving van stukken, overeenkomstig de bepalingen van het ZPP. Andere stukken worden slechts persoonlijk betekend of ter kennis gebracht indien zulks is voorgeschreven door de wet of indien het gerecht van oordeel is dat extra waakzaamheid is geboden, bijvoorbeeld vanwege de bij het origineel gevoegde stukken.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Betekening of kennisgeving van stukken kan geschieden per post, door een gerechtsdeurwaarder, via beveiligde e-mail, in een rechtbank of op enige andere door de wet voorgeschreven wijze. Op voorstel van de wederpartij kan een gerecht gelasten dat stukken worden betekend of ter kennis worden gebracht door een opsporingsambtenaar of een door die partij voorgedragen executeur, die ook de kosten draagt van deze vorm van betekening of kennisgeving (artikel 132 ZPP). Partijen kunnen bij het gerecht hun wens aangeven dat de stukken langs beveiligde elektronische weg worden betekend of ter kennis gebracht, via een beveiligde mailbox dan wel naar een e-mailadres dat is geregistreerd in het justitiële informatiesysteem en in het verzoek wordt vermeld. Het opgegeven beveiligde e-mailadres is gelijkwaardig aan het adres van de woon- of vestigingsplaats van de partij. Wanneer een partij stukken elektronisch indient, wordt aangenomen dat zij ook de betekening of kennisgeving van die stukken via veilige elektronische middelen wil laten geschieden, tenzij die partij anderszins aangeeft. Het gerecht kan ook in een andere procedure stukken aan een partij via veilige elektronische middelen betekenen of ter kennis brengen indien, op basis van de informatie over die partij waarover het gerecht beschikt, betrouwbaar kan worden vastgesteld dat die partij reeds een beveiligde mailbox of een beveiligd e-mailadres heeft laten registreren en haar in persoon schriftelijk is meegedeeld dat zij navolgende stukken in de loop van deze procedure via veilige elektronische middelen zou ontvangen, tenzij die partij anderszins aangeeft. Als het gerecht van oordeel is dat veilige elektronische betekening of kennisgeving van stukken niet mogelijk is, dan zal het die stukken in fysieke vorm betekenen of ter kennis brengen, onder vermelding van de redenen daarvoor. Stukken aan overheidsinstanties, advocaten, notarissen, executeurs, curatoren en andere in de wet aangeduide personen moeten altijd via veilige elektronische middelen worden betekend. Deze instanties en personen moeten daartoe hun beveiligde elektronische mailbox of hun beveiligd e-mailadres laten registreren in het justitiële informatiesysteem.

Stukken aan overheidsinstanties, instanties van autonome plaatselijke gemeenschappen, rechtspersonen, eenmanszaken, advocaten en notarissen worden betekend of ter kennis gebracht via aflevering aan een tot het ontvangen van post bevoegd persoon, aan een werknemer in het kantoor, het bedrijfsgebouw of op de vestigingsplaats van de geadresseerde of aan een wettelijk vertegenwoordiger of procuratiehouder (artikel 133 ZPP). Stukken aan militairen of politiefunctionarissen kunnen ook via hun commandant of direct leidinggevende worden betekend of ter kennis gebracht; indien noodzakelijk kunnen ook andere stukken op deze wijze aan deze personen worden betekend of ter kennis gebracht (artikel 134 ZPP). Stukken aan gedetineerden worden betekend of ter kennis gebracht door de directie van de gevangenis of andere inrichting waarin zij hun vrijheidsstraf ondergaan (artikel 136 ZPP).

Wanneer een partij een wettelijk vertegenwoordiger of procuratiehouder heeft, worden stukken aan die vertegenwoordiger of procuratiehouder betekend of ter kennis gebracht, tenzij anderszins in deze wet voorgeschreven (artikel 137 ZPP).

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Betekening of kennisgeving in de lidstaten geschiedt overeenkomstig de nationale regelgeving ter zake. Krachtens artikel 143, lid 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het gerecht verplicht na te gaan of het adres waar de poging tot betekening of kennisgeving is verricht, hetzelfde is als het adres zoals geregistreerd overeenkomstig de Wet inzake de woonplaatsregistratie. Dit betekent dat het gerecht, wanneer betekening of kennisgeving op een bepaald adres niet is geslaagd (ongeacht de oorzaak), het adres van de persoon voor wie het stuk is bestemd dan wel het adres van diens werkgever in het centrale bevolkingsregister (Centralni register prebivalstva) respectievelijk het register van het Instituut voor Ziektekostenverzekeringen (Zavod za zdravstveno zavarovanje Slovenije) moet controleren. Als er geen betekening of kennisgeving is geschied, wordt het document door het gerecht betekend of ter kennis gebracht op het adres uit het centrale bevolkingsregister of het adres van de werkgever van de persoon voor wie het stuk bestemd is. Indien de betekening of kennisgeving op deze wijze niet slaagt, verzoekt het gerecht de wederpartij om binnen de gestelde termijn het nieuwe woonadres op te geven van de persoon voor wie het stuk bestemd is, op voorwaarde dat die wederpartij over dat adres beschikt. Tegelijkertijd stelt het gerecht voor om een procedure in te leiden teneinde de feitelijke woonplaats vast te stellen overeenkomstig de Wet inzake de registratie en deregistratie van de tijdelijke en vaste woonplaats, dan wel om informatie in te winnen bij gezins- en familieleden, buren of de conciërge van het laatst bekende adres, maatschappelijke dienstverleningsinstanties, de meest recente werkgever of huisbaas, de politie of ziekenhuizen. De hierboven beschreven procedure is evenwel niet van toepassing als het stuk moet worden betekend aan of ter kennis gebracht van een overheidsinstantie, een instantie van een autonome plaatselijke gemeenschap, een rechtspersoon, eenmanszaak, advocaat or notaris.

Het gerecht gaat ook te werk zoals hierboven beschreven als de procedure plaatsvindt in Slovenië en betekening of kennisgeving van documenten geschiedt op verzoek van een gerecht in een andere lidstaat (volgens het beginsel van de nationale procedurele autonomie).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Zij hebben geen toegang tot die informatie; met het oog op de bescherming van persoonsgegevens gelden er strikte toegangsbeperkingen. Als een buitenlandse autoriteit wil weten waar een persoon verblijft volgens de informatie van de desbetreffende bestuurlijke eenheden, kan die autoriteit daarvoor bij die eenheden kosteloos een aanvraag indienen in het Sloveens. Vervolgens beslist het bestuursorgaan over de aanvraag op grond van de nationale wettelijke voorschriften. Is de partij die om informatie verzoekt een natuurlijk persoon, dan is het nog lastiger om gegevens op te vragen. Volgens de informatie van de bestuurlijke eenheden verstrekken zij dergelijke gegevens immers niet aan partijen. Er bestaat ook een mogelijkheid om inlichtingen in te winnen via diplomatieke kanalen.

Zoals hierboven vermeld, zal het bevoegde Sloveense gerecht op verzoek van een buitenlands gerecht uitsluitend informatie over het adres van de persoon controleren en verkrijgen.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Het gerecht wint inlichtingen in over de woonplaats van een persoon (zie het antwoord bij 4.1) wanneer het wordt verzocht bewijsmateriaal over te leggen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

De betekening of kennisgeving van stukken geschiedt doorgaans per post. Stukken kunnen echter ook via veilige elektronische middelen worden betekend of ter kennis gebracht, door een gerechtelijk functionaris, in de rechtbank of op een andere door de wet voorgeschreven wijze, alsmede door een opsporingsambtenaar of een door een partij voorgedragen executeur.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Ja. Betekening of kennisgeving van stukken geschiedt via de e-Justice (e-Sodstvo) website, die wordt beheerd door het hooggerechtshof van de Republiek Slovenië (Vrhovno sodišče RS), op het beveiligde e-mailadres van de gebruiker.

Elektronische betekening of kennisgeving is toegestaan in burgerlijke procedures en in andere burgerlijke rechtsgedingen waarin de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing zijn op de elektronische betekening of kennisgeving van stukken, bv. in procedures met betrekking tot handelsgeschillen, arbeids- en sociale geschillen, niet-burgerlijke procedures, successieprocedures (maar wordt nog niet in al deze procedures toegepast) en kadasterprocedures, alsmede in insolventie- en tenuitvoerleggingsprocedures (elektronische betekening of kennisgeving wordt in al deze laatste procedures inmiddels toegepast).

Er gelden beperkingen ten aanzien van de groepen waarin de gebruiker is ingedeeld. Gebruikers worden allereerst ingedeeld in algemene groepen:

  • zij die geen identiteitsbewijs hoeven te tonen om gebruik te kunnen maken van het e-Justice systeem (gewone gebruikers);
  • zij die via een gebruikersnaam en een wachtwoord toegang hebben tot het e-Justice systeem (geregistreerde gebruikers) en
  • zij die via een gebruikersnaam, een wachtwoord en een gekwalificeerd digitaal certificaat toegang hebben tot het e-Justice systeem (gekwalificeerde gebruikers).

Gekwalificeerde gebruikers zijn bijvoorbeeld:

  • interne gekwalificeerde gebruikers (rechters en gerechtsfunctionarissen die bevoegd zijn tot het verrichten van e-taken in bepaalde soorten burgerlijke rechtsgedingen);
  • externe gekwalificeerde gebruikers (notarissen, advocaten, executeurs, curatoren, het landelijk of gemeentelijk parket en onroerendgoedmakelaars - ofwel entiteiten die de rol vervullen van vertegenwoordigende of gerechtelijke instantie in burgerlijke rechtsgedingen, en gebruikers/partijen, te weten rechtspersonen, natuurlijke personen of landelijke of plaatselijke autoriteiten die optreden als partij bij burgerlijke rechtsgedingen).

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Bij de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken moeten onderscheid worden gemaakt tussen kennisgeving op niet-formele wijze en betekening of kennisgeving aan de persoon.

In het geval van betekening of kennisgeving op niet-formele wijze moet eerst een poging worden gedaan tot vervangende kennisgeving. Dit betekent dat indien de persoon aan wie de stukken moeten worden betekend, niet op zijn woonadres wordt aangetroffen, betekening moet plaatsvinden door middel van overhandiging aan een meerderjarig lid van het huishouden, die verplicht is de stukken in ontvangst te nemen (artikel 140, lid 1, ZPP). Wordt het stuk betekend op de werkplek van de persoon voor wie het is bestemd en die persoon daar niet wordt aangetroffen of zich op een locatie bevindt die voor de gerechtsdeurwaarder niet toegankelijk is, dan wordt het betekend aan de persoon die bevoegd is tot het in ontvangst nemen van post of aan een ander persoon die daartoe bereid is. Indien de persoon voor wie het stuk is bestemd in een verblijfsinstelling verblijft (zoals studentenhuisvesting, een gezamenlijk woonverblijf voor alleenstaanden of een ziekenhuis) een daar niet over een eigen brievenbus beschikt, dan wordt het stuk door de gerechtsdeurwaarder betekend aan de persoon die bevoegd is om namens de bewoners van die instelling post in ontvangst te nemen. Uitsluitend wanneer die wijze van betekening niet mogelijk blijkt, wordt het stuk door de gerechtsdeurwaarder aan een natuurlijk persoon betekend door het daartoe achter te laten in een brievenbus op het woonadres. In dat geval wordt de betekening geacht te zijn geschied op de dag waarop het stuk in de brievenbus is gedeponeerd, wat door middel van een specifieke aantekening op het stuk moet worden duidelijk gemaakt aan de persoon voor wie het stuk is bestemd.

Heeft de persoon voor wie het stuk is bestemd geen (bruikbare) brievenbus, dan wordt het afgeleverd bij het gerecht dat opdracht heeft gegeven voor de betekening en, in het geval van betekening per post, bij het postkantoor in de woonplaats van de persoon voor wie het is bestemd, en wordt een bericht van betekening van stukken bevestigd op de deur van de persoon voor wie het stuk is bestemd, met vermelding van de locatie waar het afgehaald kan worden (artikel 141, leden 1 en 2, ZPP). De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn geschied op de dag waarop het bericht van betekening op de deur werd bevestigd, wat door middel van een specifieke aantekening op dat bericht moet worden duidelijk gemaakt aan de persoon voor wie het stuk is bestemd. Het postkantoor houdt de stukken 30 dagen in bewaring. Als ze niet binnen die periode worden opgehaald door de persoon voor wie ze zijn bestemd, worden de stukken teruggestuurd naar het gerecht. Op dezelfde wijze worden stukken betekend of ter kennis gebracht van overheidsinstanties, instanties van autonome plaatselijke gemeenschappen, rechtspersonen, eenmanszaken, advocaten en notarissen wanneer de executeur ze niet kan betekenen of ter kennis kan brengen op het in het register vermelde adres.

Betekening aan de persoon wil zeggen dat de stukken worden afgeleverd aan de partij in persoon. Conform artikel 142 ZPP gelden de volgende documenten als gerechtelijke stukken: vorderingen, gerechtelijke beslissingen waartegen beroep kan worden ingesteld, buitengewone rechtsmiddelen en betalingsbevelen tot het voldoen van proceskosten voor verzoeken overeenkomstig artikel 105 ZPP (vorderingen, tegenvorderingen, verzoeken om echtscheiding met wederzijdse instemming enz.) en uitnodigingen aan partijen tot het bijwonen van een zitting tot schikking van een zaak dan wel een eerste zitting als er geen schikkingszitting was gepland. Andere stukken worden slechts persoonlijk betekend of ter kennis gebracht indien zulks is voorgeschreven door de wet of indien het gerecht van oordeel is dat extra waakzaamheid is geboden, bijvoorbeeld vanwege de bij het origineel gevoegde stukken. De betekening of kennisgeving van stukken langs elektronische weg (artikel 141a ZPP), door middel van betekening of kennisgeving van een gecertificeerd afschrift van het stuk in fysieke vorm of via veilige elektronische middelen, geldt eveneens als betekening aan de persoon. In dat laatste geval geschiedt de betekening of kennisgeving via het justitiële informatiesysteem rechtstreeks op de geregistreerde woonplaats dan wel aan een beveiligde elektronische brievenbus, door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die de betekening of kennisgeving van stukken via veilige elektronische middelen verricht als geregistreerde activiteit op grond van een speciale door het ministerie van Justitie afgegeven vergunning.

Kan het stuk niet rechtstreeks worden betekend aan of ter kennis gebracht van de persoon voor wie het is bestemd, dan geschiedt betekening aan een natuurlijk persoon door de gerechtsdeurwaarder die het stuk daartoe aflevert bij het gerecht dat opdracht heeft gegevens voor de betekening of kennisgeving en, in het geval van betekening per post, bij het postkantoor in de woonplaats van de persoon voor wie het stuk is bestemd, en wordt een bericht van betekening van stukken in de brievenbus gedeponeerd of op de deur van het appartement bevestigd, met vermelding van de locatie waar de stukken afgehaald kunnen worden en de termijn van 15 dagen die daarvoor geldt. Indien elektronische betekening of kennisgeving niet mogelijk is, worden de stukken afgeleverd op het in het justitiële informatiesysteem geregistreerde woonadres of in een beveiligde elektronische brievenbus, wat door middel van een specifieke aantekening op het stuk duidelijk moet worden gemaakt aan de persoon voor wie het stuk is bestemd.

Wanneer een partij of haar wettelijk vertegenwoordiger voorafgaand aan de betekening of kennisgeving van de beslissing in tweede aanleg waarmee de procedure wordt afgesloten haar adres wijzigt, is zij verplicht om die wijziging onmiddellijk door te geven aan het gerecht. Doet zij dat niet, dan gelast de rechter dat iedere toekomstige betekening of kennisgeving aan die partij geschiedt door de stukken op het mededelingenbord van het gerecht te plaatsen. Betekening of kennisgeving van de stukken wordt geacht te hebben plaatsgevonden acht dagen nadat zij op het mededelingenbord van het gerecht werden geplaatst (artikel 145 ZPP).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Betekening of kennisgeving op niet-formele wijze wordt geacht te zijn geschied op de dag waarop het stuk in de brievenbus is gedeponeerd, wat door middel van een specifieke aantekening op het stuk moet worden duidelijk gemaakt aan de persoon voor wie het is bestemd. Beschikt die persoon niet over een brievenbus, dan worden de stukken geacht te zijn betekend op de dag waarop het bericht van betekening van de stukken op de deur is bevestigd.

In het geval van betekening aan de persoon worden de stukken geacht te zijn betekend op de dag waarop zij in ontvangst worden genomen door de persoon voor wie ze zijn bestemd. Wanneer die persoon de stukken niet binnen 15 dagen in ontvangst neemt, worden zij geacht te zijn betekend zodra die uiterste termijn is verstreken. Na het verstrijken van die termijn deponeert de gerechtsdeurwaarder de stukken in de brievenbus van de persoon voor wie ze zijn bestemd; als die persoon niet over een (bruikbare) brievenbus beschikt, worden de stukken teruggestuurd naar het gerecht.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

In het geval van betekening op niet-formele wijze stelt de gerechtsdeurwaarder op het moment waarop hij de stukken in een brievenbus deponeert, de persoon voor wie zij zijn bestemd in kennis van de juridische gevolgen daarvan door middel van een aantekening op die stukken en vermeldt hij op het bericht van aanbieden en de stukken zelf de oorzaak van deze handelwijze alsmede de datum waarop hij de stukken in de brievenbus heeft achtergelaten. Vervolgens ondertekent hij het bericht en de stukken. Beschikt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd niet over een brievenbus en worden de stukken derhalve afgeleverd bij het gerecht of op het postkantoor, dan bevestigt de gerechtsdeurwaarder een bericht van betekening op de deur van de woning, onder vermelding van de locatie waar de stukken kunnen worden afgehaald en wanneer zij worden geacht te zijn betekend.

In het geval van betekening aan de persoon deponeert de gerechtsdeurwaarder een bericht in de brievenbus met vermelding van de locatie waar de stukken zijn achtergelaten, wanneer zij uiterlijk moeten worden opgehaald en de gevolgen als de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, ze niet binnen die termijn in ontvangst neemt. De gerechtsdeurwaarder vermeldt op zowel het bericht als op de te betekenen stukken zelf de reden voor deze handelwijze en de datum waarop hij de stukken heeft achtergelaten bij de persoon voor wie ze zijn bestemd. Vervolgens ondertekent hij het bericht en de stukken.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

In het geval dat de persoon aan wie de stukken zijn geadresseerd of een persoon die verplicht is om de stukken in ontvangst te nemen, zonder wettig reden weigert ze aan te nemen, zal de gerechtsdeurwaarder de stukken achterlaten in de woning of op de werklocatie van de persoon of in de brievenbus van die persoon of zal hij, als die persoon geen brievenbus heeft, de stukken bevestigen op de deur van diens woning. In het bericht van aanbieden vermeldt de gerechtsdeurwaarder de datum en het tijdstip waarop, en de reden waarom de betekening of kennisgeving werd geweigerd, en de locatie waar de stukken zijn achtergelaten. Vanaf dat moment wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden (artikel 144 ZPP).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

De Wet op de postdiensten (hierna “ZPSto-2” genoemd; in Staatsblad van de Republiek Slovenië [Uradni list RS], nr. 51/09, 77/10 en 40/14 – ZIN-B) is bepaald dat aangetekende en verzekerde post aan de geadresseerde in persoon en op diens adres moet worden afgeleverd. Als dat niet mogelijk is, wordt aangetekende en verzekerde post overhandigd aan een meerderjarig lid van het huishouden of aan een persoon die bevoegd is tot het in ontvangst nemen van post (artikel 41 ZPSto-2), waarbij onder meerderjarig lid van het huishouden wordt verstaan een persoon die ouder is dan 15 en deel uitmaakt van het huishouden van de geadresseerde (Algemene Voorwaarden voor de Verzorging van Universele Postdiensten van 1 september 2014; hierna “AV” genoemd).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien aangetekende post niet kan worden afgeleverd aan de hierboven genoemde personen (de geadresseerde in persoon / een meerderjarig lid van diens huishouden / een tot het in ontvangst nemen van stukken bevoegd persoon) vanwege hun afwezigheid, laat de bezorger in de brievenbus een bericht achter waarin de locatie staat vermeld waar het stuk kan worden afgehaald en de termijn waarbinnen dat moet gebeuren. Verzuimt de persoon voor wie het stuk is bestemd het af te halen binnen de in het bericht gestelde termijn, dan wordt het aan de afzender geretourneerd. Als de geadresseerde een aangetekend en verzekerd poststuk niet in ontvangst wil nemen, vermeldt de gerechtsdeurwaarder de datum en de reden voor weigering op het betreffende poststuk of op het bericht van aanbieden en retourneert hij het stuk aan de afzender.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Het poststuk kan op het postkantoor worden afgehaald binnen 15 dagen na de datum waarop de persoon voor wie het is bestemd, in kennis werd gesteld van de aankomst ervan. Er geldt een uitzondering voor pakketten uit het buitenland waarop de afzender bij het ter post bezorgen van het pakket een termijn van minder dan 15 dagen heeft vermeld. De termijnen voor het afhalen van post worden vastgesteld op kalenderbasis, en gaan in op de dag na de dag waarop de persoon voor wie de post is bestemd, bericht van aanbieden heeft ontvangen. Voor poststukken die op het postkantoor als poste-restante zending worden bewaard en poststukken voor de gebruikers van postbussen worden de afhaaltermijnen vastgesteld op kalenderbasis, ingaand op de dag na de dag waarop het stuk op het postkantoor is aangekomen (artikel 27 AV).

In de brievenbus van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wordt een bericht achtergelaten waarop de locatie staat vermeld waar het stuk kan worden afgehaald, alsmede de termijn waarbinnen dat moet gebeuren.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Het bericht van aanbieden geldt als bewijs van betekening of kennisgeving van het stuk. De bericht van aanbieden wordt ondertekend door de ontvanger en de gerechtsdeurwaarder. De ontvanger vermeldt daarbij in persoon op het bericht de datum van ontvangst, in woorden. Als de ontvanger niet kan schrijven of niet in staat is te ondertekenen, vermeldt de gerechtsdeurwaarder diens volledige naam en de datum van ontvangst, in woorden, en geeft hij daarbij ook de reden waarom de ontvanger niet heeft getekend.

Als de ontvanger het bericht van aanbieden niet wil ondertekenen, vermeldt de gerechtsdeurwaarder dit op het bericht van aanbieden en geeft hij daarbij ook de datum van betekening op, in woorden; vanaf dat moment wordt de betekening van het stuk geacht te hebben plaatsgevonden. Bij betekening of kennisgeving overeenkomstig artikel 142, lid 3, ZPP (vervangende of “fictieve” kennisgeving; zie ook de punten 8.2 en 7.3) worden de datum waarop het bericht is achtergelaten bij de persoon voor wie de stukken zijn bestemd en de datum waarop de stukken bij het gerecht of op het postkantoor zijn afgeleverd, op het bericht van aanbieden vermeld.

Indien de stukken overeenkomstig de bepalingen van het ZPP worden overhandigd aan een persoon anders dan de persoon aan wie de stukken moeten worden betekend of ter kennis moeten worden gebracht, vermeldt de gerechtsdeurwaarder op het bericht van aanbieden wat de relatie tussen deze personen is (artikel 149, lid 5, ZPP).

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Het bericht van aanbieden bevat alle elementen van een authentieke akte en bewijst aldus de juistheid van de in die akte gestelde feiten. Het staat eenieder echter vrij om aan te tonen dat die feiten onjuist zijn.

Als de persoon voor we de stukken zijn bestemd, deze niet ontvangt of als de betekening of kennisgeving niet volgens de voorschriften zou zijn geschied, dan kunnen bepaalde tekortkomingen of fouten in de betekening of kennisgeving van stukken ongedaan worden gemaakt. Het is personen voor wie de stukken zijn bestemd dan ook niet toegestaan te claimen dat de betekening of kennisgeving niet volgens de voorschriften is geschied, indien hun gedrag op ondubbelzinnige wijze aantoont dat zij, ondanks de onjuiste betekening of kennisgeving, op ander wijze kennis hebben genomen van de inhoud van de stukken. Dit gaat ook op in het geval waarin de stukken feitelijk in handen komen van de persoon voor wie ze zijn bestemd (bv. als die persoon de stukken afhaalt na het verstrijken van de termijn die daarvoor is gesteld). Dit komt overeen met de bepalingen ter zake van het ZPP, volgens welke schending van de voorschriften voor betekening of kennisgeving niet kan worden in ingeroepen als de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, ze ondanks de schending toch afhaalt. In dat geval wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden op het moment waarop de persoon voor wie ze zijn bestemd, ze feitelijk afhaalt (artikel 139, lid 5, ZPP).

Fouten in betekening of kennisgeving kunnen ook ongedaan worden gemaakt of worden hersteld door toepassing van het wettelijke beginsel van “restitutio in integrum” (herstel in de vorige toestand, vrnitev v prejšnje stanje), waarbij herstel in de vorige toestand mogelijk is indien vertraging in het ongedaan maken van een bepaalde proceshandeling wordt veroorzaakt door een gebeurtenis die een partij ondanks alle inspanningen die zij zich daartoe getroost, niet had kunnen voorzien of voorkomen. Indien een partij een zitting of een uiterste termijn voor een wettelijke handeling mist en als gevolg daarvan haar recht op het verrichten van die handeling verspeelt, zal het gerecht die partij op haar voorstel toestemming geven die handeling op een later tijdstip alsnog te verrichten, als die partij de zitting of uiterste termijn naar het oordeel van het gerecht om een legitieme reden heeft gemist. Indien restitutio in integrum wordt verleend, keert de vordering terug naar de toestand van voor de vertraging en komen alle aan de vertraging toe te schrijven beslissingen van het gerecht te vervallen (artikel 116 ZPP).

Het voorstel moet worden ingediend binnen 15 dagen na de datum waarop de oorzaak van het missen van de zitting of uiterste termijn ophoudt te bestaan; als de partij pas op een later tijdstip kennis heeft genomen van de vertraging, dan binnen 15 dagen vanaf de datum waarop zij van de vertraging kennisneemt. Restitutio in integrum kan niet meer worden aangevraagd zodra er zes maanden zijn verstreken na de datum van de vertraging (artikel 117 ZPP). De subjectieve en objectieve uiterste termijnen zijn beide wettelijk fatale termijnen en kunnen niet worden verlengd.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Betekening of kennisgeving per post brengt als algemeen aanvaarde methode voor het betekenen of kennisgeven van gerechtelijke stukken geen afzonderlijke kosten met zich mee voor de partijen. Betekening of kennisgeving op een andere wijze (bv. door gebruikmaking van een speciale dienst die het betekenen of kennisgeven van stukken uitvoert als geregistreerde zakelijke activiteit) brengt wel aanvullende kosten met zich mee en kan door het gerecht derhalve uitsluitend worden gelast op voorstel van een partij, die een afdoende voorschot ter dekking van de kosten zal moeten betalen. Zoals uiteengezet in de speciale Voorschriften inzake de Activiteiten van Personen die de Betekening of Kennisgeving Verrichten van Stukken in Strafrechtelijke en Civielrechtelijke Procedures, hebben gerechtsdeurwaarders recht op vergoeding van de kosten voor hun werkzaamheden conform de overeenkomst met het gerecht, waarbij het gerecht het bedrag van de vergoeding bepaalt.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 10/02/2020