Geringe vorderingen

De Europese procedure voor geringe vorderingen is bedoeld om grensoverschrijdende geschillen met een waarde van niet meer dan 5000 euro eenvoudiger en sneller te regelen.


De De link wordt in een nieuw venster geopend.Europese procedure voor geringe vorderingen is voor de partijen beschikbaar als alternatief voor de bestaande procedures waarin het recht van de lidstaten voorziet. Een in de Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing wordt in een andere lidstaat erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat een uitvoerbaarverklaring nodig is, en zonder dat de mogelijkheid van verzet tegen de erkenning openstaat.

Voor de procedure voor geringe vorderingen zijn standaardformulieren opgesteld, die hier in alle talen beschikbaar zijn. Om de procedure te starten, moet formulier A worden ingevuld. Alle relevante stukken ter staving, zoals ontvangstbewijzen en facturen, moeten bij het formulier worden gevoegd.

Formulier A moet worden toegezonden aan het bevoegde gerecht. Wanneer het gerecht het vorderingsformulier ontvangt, vult het zijn deel van het antwoordformulier in. Binnen 14 dagen na ontvangst van het vorderingsformulier wordt een afschrift ervan, tezamen met het antwoordformulier door het gerecht aan de verweerder betekend of ter kennis van de verweerder gebracht. De verweerder dient binnen 30 dagen te antwoorden door zijn deel van het antwoordformulier in te vullen. Het gerecht zendt een afschrift van een eventueel antwoord van de verweerder binnen 14 dagen toe aan de eiser.

Binnen 30 dagen na ontvangst van het (eventuele) antwoord van de verweerder geeft het gerecht een beslissing over de geringe vordering, verzoekt het de partijen om schriftelijk nadere gegevens te verstrekken, of roept het de partijen op voor een mondelinge behandeling. Het is niet nodig zich bij een eventuele mondelinge behandeling door een advocaat te laten vertegenwoordigen en wanneer de rechtbank over de nodige uitrusting beschikt, moet de behandeling via tele- of videoconferentie plaatsvinden.

Aan de hand van het door het gerecht verstrekte certificaat (dat mogelijkerwijs moet worden vertaald in de taal van de andere lidstaat) en een afschrift van de beslissing, is de beslissing uitvoerbaar in alle andere lidstaten van de Europese Unie, zonder verdere formaliteiten. De tenuitvoerlegging in een andere lidstaat kan uitsluitend worden geweigerd wanneer de beslissing onverenigbaar is met een andere beslissing in de andere lidstaat met betrekking tot dezelfde partijen. De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de nationale regels en procedures van de lidstaat waar de beslissing ten uitvoer wordt gelegd.

Links

Verordening (EG) nr. 861/2007 - geconsolideerde versie van 14 juni 2017PDF(2062 Kb)nl

Gebruikershandleiding bij de Europese procedure voor geringe vorderingenPDF(1825 Kb)nl

Praktische handleiding voor de toepassing van de Europese procedure voor geringe vorderingenPDF(2063 Kb)nl

Infografiek voor consumenten PDF(102 Kb)nl

Folder voor juristenPDF(552 Kb)nl

Folder voor bedrijvenPDF(231 Kb)nl

Onlinehulp: Informatie over de Europese procedure voor geringe vorderingen ZIP(12181 Kb)nl

Geringe vorderingen – kennisgevingen door de lidstaten en een zoekfunctie voor het vinden van de bevoegde (gerechtelijke) instantie(s)

Klik op een van de vlaggen voor landspecifieke informatie.


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 18/07/2019

Geringe vorderingen - België


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Er bestaat in de Belgische wetgeving geen specifieke procedure voor kleine vorderingen. Er bestaat enkel zoiets als “de summiere rechtspleging om betaling te bevelen”. Cf. aparte fiche.

Er bestaat geen specifieke procedure voor kleine vorderingen. Er wordt toepassing gemaakt van de gemeenrechtelijke procedure die echter zeer eenvoudig is.

De gewone procedure ziet er schematisch als volgt uit:

  • dagvaarding bij deurwaardersexploot
  • uitwisseling van schriftelijke argumentatie, conclusies genaamd
  • rechtsdag (pleidooi) en sluiting van de debatten
  • vonnis.

In principe zijn er geen vereenvoudigingen. Sommige vorderingen evenwel worden niet bij dagvaarding maar bij verzoekschrift op tegenspraak ingeleid (zie hiervoor artikelen 1034bis tot 1034sexies Ger. W.). Een voorbeeld van een geschil bij verzoekschrift op tegenspraak is het huurgeschil. Artikel 1344bis van het Gerechtelijk Wetboek zegt dat, onder voorbehoud van de bepalingen omtrent de pacht, elke vordering inzake de huur van goederen ingeleid kan worden bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het vredegerecht.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

1.2 Toepassing van de procedure

1.3 Formulieren

1.4 Rechtsbijstand

1.5 Regels betreffende het bewijs

1.6 Schriftelijke procedure

1.7 Inhoud van het vonnis

1.8 Vergoeding van de kosten

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Links

De wetgeving betreffende summiere rechtspleging om betaling te bevelen: Website De link wordt in een nieuw venster geopend.Federale Overheidsdienst Justitie:

  • Klik op “Geconsolideerde wetgeving” onder de rubriek “Rechtsbronnen”
  • Kies “Gerechtelijk Wetboek” bij de rubriek “Juridische aard”
  • Type “664” bij de rubriek “woorden”
  • Klik “Opzoeking” en dan “Lijst”.
  • Klik “Detail”.

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 20/01/2016

Geringe vorderingen - Bulgarije


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen. Sinds 1 januari 2009 passen de Bulgaarse rechters Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen toe. Deze procedure valt onder de bevoegdheid van de regionale rechtbanken, terwijl voor kwesties die niet specifiek zijn geregeld in Verordening (EG) nr. 861/2007 de algemene voorschriften van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering gelden.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.2 Toepassing van de procedure

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.3 Formulieren

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.4 Rechtsbijstand

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.6 Schriftelijke procedure

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.7 Inhoud van het vonnis

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.8 Vergoeding van de kosten

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Het Bulgaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in een speciale procedure voor geringe vorderingen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 11/07/2017

Geringe vorderingen - Tsjechië


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

In de Tsjechische Republiek is er geen specifieke procedure voor geringe vorderingen. Er wordt alleen in beroepsprocedures rekening gehouden met de categorie 'geringe vorderingen' (waarbij wordt uitgegaan van het bedrag van de financiële compensatie).

1.2 Toepassing van de procedure

In artikel 202, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt bepaald dat een beroep tegen een beslissing alleen ontvankelijk is wanneer in de beslissing uitspraak is gedaan over een geldelijke compensatie van meer dan 10 000 CZK (exclusief rente en kosten in verband met de vordering); dat geldt niet voor verstekbeslissingen.

Er kan bijgevolg ook beroep worden ingesteld tegen verstekbeslissingen waarin uitspraak is gedaan over bedragen van 10 000 CZK of minder.

In artikel 238, lid 1, onder c), van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt bepaald dat een beroep over een rechtsvraag tegen een beslissing of beschikking alleen ontvankelijk is wanneer in het betrokken dictum uitspraak is gedaan over een geldelijke compensatie van meer dan 50 000 CZK (exclusief rente en kosten in verband met de vordering), behalve wanneer het gaat om betrekkingen die voortvloeien uit consumenten- of arbeidsovereenkomsten.

1.3 Formulieren

Er zijn geen specifieke formulieren voor de procedure voor geringe vorderingen.

1.4 Rechtsbijstand

Volgens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering moeten de gerechten de partijen informatie verstrekken over hun procedurele rechten en verplichtingen. In dit verband wordt in de wet bepaald welke inlichtingen het gerecht aan de partijen moet geven in een specifieke procedurele situatie.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Voor de indiening, beoordeling en verkrijging van bewijsmateriaal gelden, ongeacht het betrokken bedrag, dezelfde regels als in burgerlijke procedures.

1.6 Schriftelijke procedure

De rechtsvoorschriften inzake de procedure voor geringe vorderingen voorzien niet in uitzonderingen wat betreft de wijze waarop procedures worden gevoerd.

1.7 Inhoud van het vonnis

Een beslissing betreffende geringe vorderingen heeft dezelfde inhoud als andere beslissingen.

1.8 Vergoeding van de kosten

De vergoeding van kosten valt onder de algemene regels inzake burgerlijke procedures.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Zoals hierboven opgemerkt, is een beroep tegen een beslissing alleen ontvankelijk wanneer in de beslissing uitspraak is gedaan over een geldelijke compensatie van meer dan 10 000 CZK (exclusief rente en kosten in verband met de vordering); dat geldt niet voor verstekbeslissingen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/03/2019

Geringe vorderingen - Duitsland

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Er is in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zivilprozessordnung) geen speciale procedure voor geringe vorderingen. § 495a van het wetboek voorziet echter wel in een vereenvoudigde procedure. Op grond hiervan kan de rechtbank naar redelijkheid en eigen inzicht beslissen hoe zij omgaat met zaken waarin de waarde van het geschil hoogstens 600 EUR bedraagt. Het wetboek beperkt deze mogelijkheid op geen enkele andere wijze. Deze is bijvoorbeeld niet beperkt tot een bepaald type geschil.

1.2 Toepassing van de procedure

In dergelijke zaken kan de rechtbank daarom naar eigen inzicht en redelijkheid beslissen, en kan zij in het bijzonder gebruik maken van bepaalde specifieke manieren om de procedure te vereenvoudigen. De rechtbank is niet verplicht om dit te doen. Zelfs wanneer de strijdwaarde lager dan 600 EUR is, kan de rechtbank de gewone regels toepassen.

Indien de rechtbank de procedure naar eigen inzicht vaststelt, kunnen de partijen zich hiertegen niet verzetten. Zij kunnen alleen verzoeken om een mondelinge behandeling.

1.3 Formulieren

Er zijn geen standaardformulieren die moeten worden gebruikt.

1.4 Rechtsbijstand

De gewone regels zijn van toepassing. De reden is dat de vereenvoudiging van de procedures alleen de te volgen procedure betreft. Niet wettelijk vertegenwoordigde partijen worden op dezelfde wijze bejegend als wettelijk vertegenwoordigde partijen. Zo kunnen voor kantonrechtbanken (Amtsgerichte) vorderingen mondeling worden ingediend ter griffie van de rechtbank. Zelfs wettelijk vertegenwoordigde personen zijn vrij om hun conclusies mondeling in te dienen in plaats van via hun raadsman.

Evenzo is de vraag of een partij al dan niet wettelijk vertegenwoordigd is, van geen invloed op de aard en de reikwijdte van de informatie- en adviesplicht van de rechtbank (Aufklärungs- und Hinweispflichten). De rechtbank is wettelijk verplicht om juridische en feitelijke uitleg te geven van de procedure en de diverse kwesties te verduidelijken.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De rechtbank is niet verplicht om bewijzen alleen op de gebruikelijke wijzen te verkrijgen. In tegenstelling tot het beginsel van rechtstreekse bewijsverkrijging (Unmittelbarkeit) – dat anders van toepassing is en dat betekent dat getuigen, deskundigen of de partijen zelf voor de rechtbank van eerste aanleg gehoord moeten worden in aanwezigheid van de partijen – kan de rechtbank in een vereenvoudigde procedure bijvoorbeeld getuigen, deskundigen of partijen gelasten vragen via de telefoon of schriftelijk te beantwoorden.

1.6 Schriftelijke procedure

Het is mogelijk een uitsluitend schriftelijke procedure te volgen. Een mondelinge procedure is echter verplicht indien een van de partijen daarom verzoekt.

1.7 Inhoud van het vonnis

De gerechtelijke uitspraak is eenvoudiger gestructureerd dan bij gewone procedures. De reden hiervoor is dat in beginsel geen beroep mogelijk is tegen uitspraken in zaken waarin de strijdwaarde minder dan 600 EUR bedraagt.

Zo kan bijvoorbeeld de beschrijving van de feiten achterwege worden gelaten. Het is eveneens mogelijk de motivering van de beslissing weg te laten indien de partijen hiermee instemmen, of indien de motivering in wezen al in het proces-verbaal is weergegeven. Wegens de aan de internationale juridische betrekkingen ten grondslag liggende vereisten is motivering van de gerechtelijke uitspraak echter noodzakelijk indien de uitspraak in het buitenland uitgevoerd moet worden (§ 313a, lid 4, punt 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de rechtbank uitzonderlijkerwijs de mogelijkheid tot beroep geeft – waarover de rechter naar eigen inzicht beslist – wordt de uitspraak volgens de gewone regels gestructureerd.

1.8 Vergoeding van de kosten

Er zijn beperkingen wat betreft de kostenvergoeding. Hier zijn de gewone regels van toepassing.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

In beginsel kan geen beroep worden aangetekend tegen uitspraken in zaken waarin de strijdwaarde minder dan 600 EUR bedraagt. Uitzonderlijkerwijs kan beroep worden toegestaan indien de eerste rechtbank in haar beslissing de mogelijkheid daartoe biedt. Een mogelijke reden hiervoor is dat de zaak van fundamenteel belang is, of een beslissing van de beroepsrechter vereist is om het recht verder te ontwikkelen of om een consistente jurisprudentie te verzekeren.

Indien beroep niet wordt toegestaan, moet de eerste rechtbank de zaak opnieuw openen, indien de door de uitspraak benadeelde partij de rechtbank verwijt de zaak niet op een voor de beslissing passende wijze te hebben behandeld.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/05/2019

Geringe vorderingen - Ierland


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Ja, een dergelijke procedure bestaat onder Iers recht als alternatief voor het instellen van een civiele geringe vordering (zie de De link wordt in een nieuw venster geopend.District Court (Small Claims Procedure) Rules 1997 and 1999). De griffies van districtsrechtbanken verlenen deze dienst, die tot doel heeft consumentenvorderingen goedkoop af te handelen zonder dat er een advocaat (solicitor) hoeft te worden ingeschakeld. Het is ook mogelijk procedures die geringe vorderingen (d.w.z. bepaalde vorderingen tot een maximumbedrag van 2 000 EUR) betreffen, via internet in te leiden.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De soorten vordering die binnen het toepassingsgebied van de procedure voor geringe vorderingen vallen, zijn:

i) een vordering voor goederen of diensten die voor particulier gebruik gekocht zijn van iemand die ze verkoopt in het kader van zijn bedrijfsuitoefening (consumentenvorderingen);

ii) een vordering voor geringe materiële schade (met uitsluiting van persoonlijk letsel);

iii) een vordering vanwege het niet terugbetalen van een waarborgsom voor de huur van bepaalde soorten gehuurde onroerende zaken. Bijvoorbeeld een vakantiehuis of een kamer/appartement in een gebouw waar de eigenaar ook woont, mits de vordering niet hoger is dan 2 000 EUR.

Vorderingen ten aanzien van andere zaken in verband met vorderingen tussen een verhuurder en huurder of een huurwoning die niet binnen het toepassingsgebied van de procedure voor geringe vorderingen vallen, kunnen worden voorgelegd aan de Private Residential Tenancies Board, 2nd Floor, O’Connell Bridge House, D’Olier Street, Dublin 2. Website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.prtb.ie/

De procedure voor geringe vorderingen kan niet worden toegepast voor vorderingen die voortvloeien uit:

i) een huurkoopovereenkomst;

ii) schending van een leaseovereenkomst;

iii) schulden.

1.2 Toepassing van de procedure

Om voor de procedure in aanmerking te komen, moet de consument goederen of diensten voor particulier gebruik hebben gekocht van iemand die ze verkoopt in het kader van zijn bedrijfsuitoefening. Sinds januari 2010 kan de procedure ook worden gebruikt voor vorderingen tussen zakenlieden onderling. De griffier van het District Court behandelt geringe vorderingen in zijn hoedanigheid van griffier voor geringe vorderingen (Small Claims Registrar). Zo mogelijk tracht de griffier een schikking tussen de partijen tot stand te brengen zonder dat een terechtzitting nodig is. Indien geen schikking kan worden bereikt, verwijst de griffier de vordering naar het District Court door voor behandeling.

De eiser moet zeker zijn van de naam en het adres van de persoon of de onderneming waartegen hij een vordering wil instellen. Indien het een onderneming is, dient de eiser de exacte juridische benaming te gebruiken. Deze gegevens moeten correct zijn teneinde de Sheriff in staat te stellen het gerechtelijk bevel (beschikking) ten uitvoer te leggen.

Indien de griffier voor geringe vorderingen een kennisgeving ontvangt van de verweerder waarmee deze de vordering betwist of een tegeneis indient, neemt de griffier contact op met de eiser en doet de griffier hem een kopie toekomen van het antwoord of de reactie van de verweerder op de vordering. De griffier kan vragen stellen aan beide partijen en met beide partijen onderhandelen om tot overeenstemming te komen.

Indien de verweerder de vordering erkent, dient hij kennisgeving te doen aan de griffie door een formulier ter kennisgeving van aanvaarding van aansprakelijkheid (Notice of Acceptance of Liability) terug te zenden. Indien de verweerder niet reageert, wordt de vordering automatisch als onbetwist behandeld. Het District Court vaardigt dan een bevel uit ten gunste van de eiser (zonder dat de eiser ter terechtzitting hoeft te verschijnen) voor het gevorderde bedrag en gelast dat dit bedrag binnen een bepaalde korte termijn moet worden betaald.

1.3 Formulieren

De griffier voor geringe vorderingen doet een eiser het aanvraagformulier toekomen of de eiser kan dit downloaden van de website van de Courts Service: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.courts.ie/

1.4 Rechtsbijstand

Aangezien de procedure voor geringe vorderingen als doel heeft consumentenvorderingen goedkoop en zonder inschakeling van een advocaat af te handelen, is juridische vertegenwoordiging of juridisch advies normaliter niet nodig voor deze soort vorderingen.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Indien de zaak voor de rechter komt, dienen de partijen ter terechtzitting bij het District Court te verschijnen. De zaak wordt in het openbaar behandeld in het kader van een gewone zitting van het District Court. Op het moment dat de zaak aan de orde komt, vraagt de griffier (Court Registrar) de eiser om op de getuigenbank plaats te nemen en zijn verklaring af te leggen. Deze verklaring moet onder ede of belofte worden afgelegd en de verweerder kan de eiser aan een kruisverhoor onderwerpen met betrekking tot zaken die verband houden met de vordering. De verweerder wordt ook in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen. Elke getuige kan door de wederpartij of door diens eventueel aanwezige wettelijke vertegenwoordigers aan een kruisverhoor worden onderworpen. De partijen hebben ook het recht getuigen op te roepen of getuigenverslagen in te dienen, maar ze kunnen de kosten daarvan niet verhalen, aangezien dergelijke kosten niet binnen de opzet van de procedure vallen. Deze procedure is immers bedoeld om geringe vorderingen op eenvoudige wijze voor te leggen aan een relatief goedkoop forum.

1.6 Schriftelijke procedure

Indien de griffier voor geringe vorderingen geen schikking kan bereiken, dient de eiser op de dag van de terechtzitting documenten over te leggen om de vordering te staven, bijvoorbeeld relevante brieven, kwitanties of facturen. Bovendien worden beide partijen in de gelegenheid gesteld een mondelinge verklaring af te leggen en kunnen ze aan een kruisverhoor worden onderworpen.

1.7 Inhoud van het vonnis

Indien de eiser slaagt in zijn vordering, vaardigt het District Court voor het gevorderde bedrag een bevel uit ten gunste van de eiser, waarin wordt gelast dat dit bedrag binnen een bepaalde korte termijn moet worden betaald.

1.8 Vergoeding van de kosten

Hoewel de partijen het recht hebben een juridisch adviseur in te schakelen, hebben zij niet het recht de kosten daarvan op de wederpartij te verhalen, zelfs niet als het vonnis ten gunste van hen wordt gewezen. De basisgedachte achter de procedure voor geringe vorderingen is het mogelijk te maken een vordering in te stellen zonder dat een advocaat nodig is.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Zowel de eiser als de verweerder heeft het recht bij het Circuit Court beroep in te stellen tegen een bevel van het District Court. Het Circuit Court kan beslissen tot vergoeding van de kosten, zij het dat deze beslissing volledig aan het oordeel van de individuele rechter van het Circuit Court wordt overgelaten.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.courts.ie/

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.courts.ie/courts.ie/Library3.nsf/PageCurrentWebLookUpTopNav/Small%20Claims%20Procedure

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.citizensinformation.ie/en/justice/courts_system/small_claims_court.html

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.courts.ie/courts.ie/Library3.nsf/PageCurrentWebLookUpTopNav/Small%20Claims%20Procedure


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/11/2018

Geringe vorderingen - Griekenland


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Bestaat er in Griekenland een procedure voor geringe vorderingen (dat wil zeggen een speciale, vereenvoudigde procedure in vergelijking met de normale procedure; die procedure wordt toegepast bij vorderingen met een bepaalde bovengrens of voor bepaalde soorten geschillen, ongeacht de bovengrens)?

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hoofdstuk 13, artikelen 466 t/m 472) bevat bijzondere bepalingen voor geringe vorderingen.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De bijzondere bepalingen voor geringe vorderingen zijn van toepassing in de volgende gevallen: 1) als het voorwerp van de vordering onder de bevoegdheid van het kantongerecht (eirinodikeio) valt en betrekking heeft op vorderingen en rechten op roerende goederen of het bezit ervan en de waarde maximaal 5 000 EUR bedraagt, en 2) wanneer de waarde van het voorwerp van de vordering hoger is dan 5 000 EUR, als de schuldeiser verklaart genoegen te nemen met een bedrag dat lager is dan 5 000 EUR in plaats van het voorwerp dat in de vordering wordt geëist. In dit geval wordt de verweerder veroordeeld tot betaling van ofwel het vorderingsbedrag ofwel de raming van de waarde zoals aangegeven in het vonnis van de rechter.

1.2 Toepassing van de procedure

Het is een verplichte procedure.

De rechtbank of de partijen kunnen een zaak die betrekking heeft op een geringe vordering niet in een normale procedure behandelen.

1.3 Formulieren

Er bestaan geen formulieren.

1.4 Rechtsbijstand

Kunnen partijen die niet door een advocaat worden vertegenwoordigd, bijstand krijgen voor procedurekwesties (bijvoorbeeld door de griffie of de rechter)? Indien ja: welke soort bijstand?

De partijen kunnen zelf voor de rechtbank verschijnen. Zij kunnen ook worden vertegenwoordigd door hun echtgenoot of echtgenote, bloedverwanten in opgaande of neergaande lijn, bloedverwanten in de tweede graad (zowel bloedverwant als aangetrouwd) of werknemers. De echtgenoot of echtgenote wordt geacht altijd gemachtigd te zijn en kan andere vertegenwoordigers aanwijzen. In dat geval wordt er door de griffie of de rechter geen bijstand verleend aan de partijen of hun vertegenwoordigers (die geen hoedanigheid als advocaat bezitten).

1.5 Regels betreffende het bewijs

Zijn bepaalde regels voor de overlegging van bewijsstukken soepeler dan in een normale procedure? Zo ja, om welke regels gaat het en in welke mate zijn zij soepeler?

De rechter van het kantongerecht die uitspraak doet volgens de speciale procedure die van toepassing is op geringe vorderingen kan afwijken van de bepalingen die gelden voor de normale procedure. De rechter kan rekening houden met bewijzen die niet aan de wettelijke voorschriften voldoen en het staat hem of haar te allen tijde vrij om de methode te volgen waarmee de waarheid op de zekerste, snelste en kostenefficiëntste wijze kan worden vastgesteld.

1.6 Schriftelijke procedure

De vordering moet worden ingediend bij de griffie van het kantongerecht of mondeling worden gepresenteerd voor de kantonrechter, met een uiteenzetting van de feiten. De vordering moet de volgende onderdelen bevatten: a) een duidelijke uiteenzetting van de feiten waarmee de vordering wettelijk wordt onderbouwd en waarmee de instelling ervan door de eiser tegen de verweerder wordt gerechtvaardigd, b) een exacte beschrijving van het voorwerp van het geschil, c) een specifieke eis en d) de bewijsstukken.

1.7 Inhoud van het vonnis

Het vonnis wordt mondeling uitgesproken tijdens een openbare zitting, doorgaans rechtstreeks na de behandeling en wanneer de zitting nog niet is gesloten, voordat de kantonrechter overgaat tot de behandeling van een andere zaak. Vonnissen worden niet betekend als in het proces-verbaal wordt aangegeven dat deze zijn gewezen in aanwezigheid van de partijen, de namens hen handelende wettelijke vertegenwoordigers of hun advocaten.

1.8 Vergoeding van de kosten

De kosten worden niet vergoed.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Tegen beslissingen over geringe vorderingen kan geen beroep worden ingesteld.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 17/07/2017

Geringe vorderingen - Spanje

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Spaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Ja, een mondelinge procedure voor vorderingen van 6 000 EUR of minder.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Vorderingen van 6 000 EUR of minder worden behandeld in een mondeling procedure.

1.2 Toepassing van de procedure

Door middel van een schriftelijk verzoek.

1.3 Formulieren

Er bestaat geen verplicht standaardformulier. De bureaus van hogere rechters (los Decanatos) verstrekken echter doorgaans een modelformulier of een gedrukt formulier voor vorderingen van 2 000 EUR of minder.

Dit formulier wordt alleen gebruikt voor het verzoek, en het gebruik ervan is facultatief. Dit formulier kan worden gedownload van de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Algemene Raad voor de rechterlijke macht (Consejo General del Poder Judicial).

1.4 Rechtsbijstand

Verzoekers kunnen in persoon ter terechtzitting verschijnen, maar voor vorderingen van meer dan 2 000 EUR moeten er een advocaat (abogado) en een procureur (procurador) worden ingeschakeld.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De algemene regels zijn van toepassing op de bewijsverkrijging: elke type bewijs wordt aanvaard, en het is mogelijk om vóór de terechtzitting te verzoeken om bewijs en bewijs over te leggen.

1.6 Schriftelijke procedure

In het kader van de procedure zijn de schriftelijke formaliteiten beperkt tot het verzoek en het verweerschrift. Procedurele kwesties worden behandeld op de terechtzitting. Evenzo wordt het bewijs hoofdzakelijk mondeling en op beknopte wijze gepresenteerd bij de rechtbank.

1.7 Inhoud van het vonnis

Het vonnis wordt schriftelijk gemotiveerd, in dezelfde vorm als in alle andere procedures.

1.8 Vergoeding van de kosten

Wanneer er een advocaat en een procureur moeten worden ingeschakeld en er een verwijzing in de kosten is, kunnen de prodedurekosten van de in het gelijk gestelde partij worden vergoed, na beoordeling en mits die procedurekosten niet meer bedragen dan een derde van het bedrag van de procedure voor elk van de partijen die in het gelijk zijn gesteld.

Indien de partij van wie de kosten worden vergoed zijn woonplaats niet heeft in het rechtsgebied van de betrokken rechtbank, kunnen ook de kosten van de procureur worden vergoed, ook wanneer het niet verplicht was een procureur in te schakelen.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Er kan tegen het vonnis beroep worden ingesteld wanneer de zaak betrekking heeft op een bedrag van meer dan 3 000 EUR. Het beroep wordt schriftelijk ingesteld bij dezelfde rechtbank, binnen een termijn van twintig dagen.

Het beroep wordt behandeld door de bevoegde provinciale rechtbank (Audiencia Provincial). Tegen het vonnis van de provinciale rechtbank is geen hoger beroep mogelijk.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 26/07/2017

Geringe vorderingen - Frankrijk

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

In Frankrijk bestaat er een vereenvoudigde procedure voor de tribunal d’instance en de juridiction de proximité genaamd de verklaring bij de griffie, die wordt beheerst door artikelen 843 en 844 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. De zaak wordt aanhangig gemaakt bij de rechtbank door middel van een mondelinge of schriftelijke verklaring bij de griffie van het bevoegde gerecht. De griffie roept de partijen middels een aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging op voor de zitting. De rechter tracht de partijen op de zitting te verzoenen en met hun goedkeuring kan hij een gerechtelijk bemiddelaar aanwijzen. Als er geen verzoening wordt bereikt, wordt de procedure voortgezet. De partijen zijn niet verplicht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat. De partijen kunnen zich laten vertegenwoordigen door hun echtgenoot, de persoon met wie ze samenwonen, hun geregistreerde partner, hun bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn en de personen die zijn verbonden aan hun dienst.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De vordering mag niet meer bedragen dan 4 000 EUR en moet onder de bevoegdheid vallen van de tribunal d’instance of de juridiction de proximité.

1.2 Toepassing van de procedure

De verklaring bij de griffie is optioneel.

Het is niet mogelijk om de verklaring bij de griffie om te zetten in een gewone procedure.

1.3 Formulieren

Formulieren zijn niet verplicht, daar de verklaring bij de griffie mondeling kan worden afgelegd. Er bestaat echter een formulier voor de aanhangigmaking bij de rechtbank. Dit is het formulaire CERFA n° 10-0099, dat verkrijgbaar is via de website van de Franse overheid en bij alle griffies van de tribunaux d’instance.

1.4 Rechtsbijstand

Daar het gaat om een eenvoudige procedure voor bedragen van minder dan 4 000 EUR, waarbij de partijen door de rechter worden gehoord, is voor die procedures in de wetgeving geen rechtsbijstand vastgesteld.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De regels op het gebied van bewijs zijn vergelijkbaar met die van de gewone procedure.

1.6 Schriftelijke procedure

Er bestaat op dat gebied geen louter schriftelijke procedure.

1.7 Inhoud van het vonnis

De regels die gelden voor het vonnis zijn dezelfde als die in het kader van de gewone procedure.

1.8 Vergoeding van de kosten

De regels die gelden zijn gelijk aan de regels voor de andere procedures. Daar er voor deze procedure geen dagvaarding en vertegenwoordiging door een advocaat is vereist, zijn de kosten beperkt.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Gezien de waarde van de vordering is hoger beroep uitgesloten. Tegen het vonnis kan uitsluitend bezwaar worden gemaakt of in cassatie worden gegaan.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Website van het ministerie van Justitie

De link wordt in een nieuw venster geopend.Website van Legifrance


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 20/07/2017

Geringe vorderingen - Kroatië


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

In de Republiek Kroatië vallen geringe vorderingen onder de artikelen 457 tot en met 467 van de wet op de burgerlijke rechtsvordering (Zakon o parničnom postupku) (Narodne Novine (NN; Staatsblad van de Republiek Kroatië), nrs. 53/91, 91/92, 112/99, 129/00, 88/01, 117/03, 88/05, 2/07, 96/08, 84/08, 123/08, 57/11, 25/13 en 89/14; hierna "ZPP" genoemd), terwijl de Europese procedure voor geringe vorderingen die is bedoeld in Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna "Verordening (EG) nr. 861/2007" genoemd) onder de artikelen 507.o - 507.ž ZPP valt.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Onder een procedure voor geringe vorderingen voor een lokale rechtbank wordt verstaan een geschil waarbij de vordering maximaal 10 000 HRK bedraagt.

Bij procedures voor handelsrechtbanken zijn procedures voor geringe vorderingen geschillen waarbij de vordering maximaal 50 000 HRK bedraagt.

Procedures voor geringe vorderingen omvatten ook die procedures waarbij de vordering geen betrekking heeft op geld, maar waarbij de eiser in plaats daarvan heeft ingestemd met de ontvangst van een bedrag van maximaal 10 000 HRK (lokale rechtbanken) of 50 000 HRK (handelsrechtbanken) ter voldoening van de vordering.

Procedures voor geringe vorderingen omvatten ook die procedures waarbij het voorwerp van de vordering geen geld is maar de levering van roerende zaken waarvan de waarde volgens de eiser niet meer bedraagt dan 10 000 HRK (lokale rechtbanken) of 50 000 HRK (handelsrechtbanken).

Krachtens de huidige regelingen voor Europese procedures voor geringe vorderingen wordt Verordening (EG) nr. 861/2007 toegepast indien de waarde van de vordering op het moment dat het bevoegde gerecht het vorderingsformulier ontvangt niet meer dan 2 000 EUR bedraagt, exclusief alle rente, kosten en vergoedingen.

1.2 Toepassing van de procedure

Procedures voor geringe vorderingen worden gevoerd voor een lokale of handelsrechtbank overeenkomstig de regels inzake onderwerpgerelateerde jurisdictie in de artikelen 34 en 34.b ZPP. Procedures voor geringe vorderingen worden ingeleid door een vordering in te stellen bij de bevoegde rechtbank, d.w.z. door een verzoek tot tenuitvoerlegging in te dienen op basis van een authentieke akte bij een notaris indien tijdig een ontvankelijk bezwaarschrift tegen een executoriale titel is ingediend.

1.3 Formulieren

De betrokken formulieren, andere vorderingen of verklaringen worden in schriftelijke vorm, per fax of per e-mail ingediend en worden alleen gebruikt voor Europese procedures voor geringe vorderingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 861/2007.

Er zijn geen andere methoden vastgesteld om een rechtsvordering in een procedure voor geringe vorderingen in te stellen.

1.4 Rechtsbijstand

De ZPP bevat geen bijzondere bepalingen inzake rechtsbijstand in procedures voor geringe vorderingen. Een eiser mag zich tijdens een procedure voor geringe vorderingen door een advocaat laten vertegenwoordigen.

Indien aan de bepalingen van de wet inzake kosteloze rechtsbijstand (Zakon o besplatnoj pravnoj pomoći) (Narodne Novine (NN; Staatsblad van de Republiek Kroatië), nr. 143/13 – De link wordt in een nieuw venster geopend.https://narodne-novine.nn.hr/clanci/sluzbeni/2013_12_143_3064.html) is voldaan, hebben de partijen recht op primaire en secundaire rechtsbijstand.

Een lijst van erkende verenigingen en bureaus voor rechtsbijstand die primaire rechtsbijstand verlenen, kunt u vinden door op de volgende link te klikken:
De link wordt in een nieuw venster geopend.https://pravosudje.gov.hr/istaknute-teme/besplatna-pravna-pomoc/ovlastene-udruge-i-pravne-klinike-za-pruzanje-primarne-pravne-pomoci/6190

1.5 Regels betreffende het bewijs

In procedures voor geringe vorderingen moeten de partijen alle feiten waarop zij hun vordering baseren uiterlijk bij de indiening van het vorderingsformulier of verweerschrift presenteren, en moeten zij alle bewijsstukken overleggen die nodig zijn om de gepresenteerde feiten te staven.

De partijen mogen nieuwe feiten of nieuwe bewijsstukken alleen op een voorbereidende zitting presenteren respectievelijk overleggen als zij deze buiten hun schuld niet in het vorderingsformulier of verweerschrift konden presenteren respectievelijk overleggen.

De rechter houdt geen rekening met nieuwe feiten en bewijsstukken die de partijen tijdens de voorbereidende zitting hebben gepresenteerd respectievelijk overgelegd in strijd met de bovenvermelde bepaling.

De algemene bepalingen van de ZPP zijn van toepassing op de bewijsverkrijging. Bewijsstukken in procedures voor geringe vorderingen kunnen derhalve bestaan uit inspecties, documenten, getuigenverklaringen, door een rechtbank gelaste deskundigenverslagen en door partijen verstrekte bewijzen, en de rechter beslist welk van de overgelegde bewijsstukken wordt gebruikt om de feiten van de zaak vast te stellen.

Meer informatie over de bewijsverkrijging is te vinden in het informatiepakket "Bewijsverkrijging - Republiek Kroatië" (Izvođenje dokaza – Republika Hrvatska).

1.6 Schriftelijke procedure

Procedures voor geringe vorderingen worden schriftelijk gevoerd.

In procedures voor geringe vorderingen wordt de vordering altijd aan de verweerder betekend om hem in staat te stellen opmerkingen in te dienen. In de dagvaarding van het gerecht om een verweerschrift in te dienen worden de partijen ervan in kennis gesteld dat een eiser wordt geacht de vordering te hebben ingetrokken als hij niet aanwezig is op de eerste rechtszitting; dat de partijen in deze procedure alle feiten moeten presenteren uiterlijk bij het instellen van de vordering of het indienen van het verweerschrift; dat tijdens de voorbereidende zitting geen nieuwe feiten of bewijsstukken mogen worden gepresenteerd respectievelijk overgelegd, behalve in de in artikel 461 bis, lid 3, ZPP genoemde gevallen indien de partijen buiten hun schuld werden verhinderd om vóór het begin van de voorbereidende zitting feiten te presenteren of bewijsstukken over te leggen; en dat tegen deze beslissing slechts beroep kan worden ingesteld op grond van ernstige schendingen van de bepalingen inzake burgerlijke rechtsvordering als bedoeld in artikel 354, lid 2, namelijk:

• punt 1 - als een rechter die volgens de wet had moeten worden gewraakt (artikel 71, lid 1, punten 1-6, ZPP) of die bij een rechterlijke uitspraak is gewraakt, of een persoon die niet de status van rechter had, aan het nemen van de beslissing heeft deelgenomen;

• punt 2 - als er een beslissing is genomen over een vordering in een geschil dat niet onder de bevoegdheid van de rechter valt (artikel 16 ZPP);

• punt 4 - als de rechter in strijd met de ZPP zijn beslissing heeft gebaseerd op niet‑ontvankelijke argumenten van de partijen (artikel 3, lid 3, ZPP);

• punt 5 - als de rechter in strijd met de ZPP een vonnis heeft gewezen op basis van de erkenning of de afstand van een vordering, een verstekvonnis heeft gewezen of een vonnis zonder voorafgaand proces heeft gewezen;

• punt 6 - als een van de partijen als gevolg van een onrechtmatig optreden, en met name het nalaten van de betekening (van gerechtelijke stukken), niet in de gelegenheid is gesteld door de rechter te worden gehoord;

• punt 8 - als een persoon die geen partij bij de procedure mag zijn er als eiser of verweerder aan heeft deelgenomen, of als een rechtspersoon niet door een gemachtigde persoon werd vertegenwoordigd, of als een onbekwame partij niet door een wettelijke vertegenwoordiger werd vertegenwoordigd, of als de wettelijke vertegenwoordiger of advocaat niet over de vereiste machtiging beschikte om te procederen of bepaalde procedurele handelingen te verrichten, voor zover er later geen toestemming is verleend om te procederen of bepaalde procedurele handelingen te verrichten;

• punt 9 - als er een beslissing is genomen over een vordering waarover er reeds een rechtszaak aanhangig was of waarover er reeds een rechtsgeldig vonnis is gewezen, of als er reeds een gerechtelijke schikking is getroffen of een schikking die krachtens afzonderlijke regelgeving kenmerken van een gerechtelijke schikking heeft;

• punt 10 - als het publiek onrechtmatig werd uitgesloten van het proces;

• punt 11 - als het vonnis zodanige gebreken vertoont dat het niet kan worden onderzocht, en met name als het dictum van het vonnis onbegrijpelijk is, als het dictum contradicties bevat of in tegenspraak is met de motivering van het vonnis, of als het vonnis elke grond mist, of als het vonnis geen motivering betreffende de belangrijkste feiten bevat, of als die motivering niet duidelijk genoeg is of contradicties bevat, of als de motivering van de beslissing betreffende de inhoud van de stukken of de notulen van de verklaringen die in de loop van de procedure zijn afgelegd, in strijd is met de feitelijke inhoud van die stukken of notulen,

of in het geval van een onjuiste rechtsopvatting.

Indien de partij tijdelijk of permanent buiten de Republiek Kroatië verblijft en haar adres bekend is, worden gerechtelijke stukken betekend overeenkomstig de voor de Republiek Kroatië bindende regels en overeenkomstig de EU-wetgeving, met name de in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 861/2007 bedoelde procedure.

1.7 Inhoud van het vonnis

In een procedure voor geringe vorderingen wordt het vonnis onmiddellijk na afloop van de hoofdzitting gewezen. De rechter is verplicht om bij de uitspraak van het vonnis de partijen in kennis te stellen van de voorwaarden waaronder zij beroep kunnen aantekenen.

Aangezien er geen bijzondere bepalingen zijn inzake de inhoud van het vonnis in procedures voor geringe vorderingen, zijn de algemene bepalingen van de ZPP van toepassing, namelijk artikel 338 ZPP, waarin is bepaald dat een schriftelijke versie van het vonnis een formele inleiding, een dictum en een uiteenzetting van de gronden (motivering) moet bevatten.

De inleiding van een vonnis bevat het volgende: een vermelding dat het vonnis wordt bekendgemaakt namens de Republiek Kroatië; de naam van de rechtbank; de naam en voornaam van de alleensprekende of voorzittende rechter, de rechter-rapporteur en de leden van de rechterlijke kamer, de voornaam en naam of titel en woonplaats of maatschappelijke zetel van de partijen, hun wettelijke vertegenwoordigers en agenten; een korte vermelding van het onderwerp van het geschil; de datum waarop het proces is afgesloten; een vermelding van de partijen, hun wettelijke vertegenwoordigers en agenten die het proces hebben bijgewoond; en de datum waarop het vonnis is gewezen.

Het dictum van het vonnis bevat de beslissing van de rechter over de toewijzing of afwijzing van specifieke vorderingen ten gronde en secundaire vorderingen, alsook een beslissing over het al dan niet bestaan van de ter voldoening voorgelegde vordering (artikel 333 ZPP).

In de motivering schetst de rechter de vordering van de partijen, de feiten die zij hebben gepresenteerd en het bewijsmateriaal waarop deze vorderingen zijn gebaseerd, welke van deze feiten de rechter heeft vastgesteld, waarom en hoe de rechter deze feiten heeft vastgesteld, en of de rechter deze feiten in het kader van een bewijsvoering heeft vastgesteld, welke bewijsstukken er zijn overgelegd en waarom en hoe deze zijn beoordeeld. De rechter vermeldt specifiek welke bepalingen van materieel recht er zijn toegepast in de uitspraak over de vorderingen van de partijen en geeft zo nodig zijn oordeel over de standpunten van de partijen betreffende de rechtsgronden van het geschil en over eventuele moties of bezwaren waarvoor hij geen motivering heeft gegeven in de beslissingen die hij in de loop van het geding heeft genomen.

In de motivering van een verstekvonnis, een vonnis op grond van de erkenning of de afstand van een vordering worden slechts de gronden voor het wijzen van dergelijke vonnissen vermeld.

1.8 Vergoeding van de kosten

Een beslissing over de vergoeding van de kosten voor procedures voor geringe vorderingen wordt genomen op grond van de algemene bepalingen van de ZPP, waarbij de partij die een zaak volledig verliest, verplicht is de kosten van de tegenpartij en haar interveniënt te vergoeden.

Als een partij slechts gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, kan de rechter, gelet op de gedeeltelijke toewijzing, elke partij verwijzen in haar eigen kosten of de ene partij veroordelen tot vergoeding van een evenredig deel van de kosten aan de andere partij en haar interveniënt.

De rechter kan beslissen dat één partij alle door de tegenpartij en haar interveniënt gemaakte kosten dient te betalen indien de tegenpartij voor slechts een relatief klein deel van haar vordering in het ongelijk is gesteld en er voor dat deel geen afzonderlijke kosten zijn opgelopen.

Aan de andere kant is een partij, ongeacht de uitkomst van de zaak, verplicht om alle kosten van de tegenpartij te vergoeden die het gevolg zijn van haar eigen schuld of van gebeurtenissen die haar zijn overkomen.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

In procedures voor geringe vorderingen kunnen de partijen binnen acht dagen beroep aantekenen tegen het vonnis in eerste aanleg of tegen de beslissing.

De beroepstermijn gaat in op de dag waarop het vonnis is gewezen of de beslissing is gegeven. Als het vonnis of de beslissing aan een partij is betekend, gaat de beroepstermijn in op de dag van betekening.

Het vonnis of de beslissing waarmee de procedure voor geringe vorderingen wordt beëindigd, kan worden aangevochten op de in punt 1.6 nader omschreven gronden, dat wil zeggen op grond van een ernstige schending van de in de punten 1, 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10 en 11 van artikel 354, lid 2, ZPP bedoelde bepalingen inzake burgerlijke rechtsvordering of op grond van een onjuiste rechtsopvatting.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 23/08/2018

Geringe vorderingen - Italië

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Italiaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Er is geen specifieke procedure voor geringe vorderingen. Geringe vorderingen worden behandeld door de vrederechter (giudice di pace).

In het algemeen worden procedures voor het vredegerecht zo eenvoudig mogelijk gehouden (artikelen 316–318 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De vrederechter is bevoegd in geschillen over roerende zaken met een waarde van ten hoogste 5 000 EUR, tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalt.

Ook rechtsvorderingen tot vergoeding van schade in verband met verkeersongevallen te water en op het land worden door de vrederechter behandeld, mits het bedrag van de vordering niet hoger is dan 20 000 EUR.

Ongeacht de hoogte van de vordering behandelt de vrederechter alle zaken in verband met:

  • het vaststellen van erfgrenzen en het naleven van de beplantingsafstand voor bomen en hagen, zoals vastgesteld bij wet- of regelgeving of op grond van wat gebruikelijk is;
  • de omvang en het gebruik van de diensten van appartementsgebouwen;
  • de betrekkingen tussen de eigenaren of bewoners van woningen met betrekking tot rook, dampen, warmte, geluidshinder, trillingen en vergelijkbare hinder die normale niveaus overschrijdt;
  • rente of bijkomende kosten voor laattijdige betaling van pensioen- of andere uitkeringen.

1.2 Toepassing van de procedure

Vorderingen die aan de vrederechter worden voorgelegd beginnen met een dagvaarding (citazione) tot verschijning op de vastgestelde zittingsdag. Een vordering kan ook mondeling worden ingesteld en wordt na opschriftstelling door de rechter, door eiser betekend aan de verweerder met een dagvaarding tot verschijning op de vastgestelde zittingsdag (artikel 316 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). In het verzoekschrift zijn de rechtbank en de partijen vermeld en worden de feiten en het onderwerp van de zaak beschreven. De tijd die mag verstrijken tussen de betekening of kennisgeving van een dagvaarding en de verschijning is de helft van de duur van de procedure voor de algemene rechtbank (tribunale) (artikel 318 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Op de eerste zitting stelt de vrederechter naar eigen goeddunken vragen aan de partijen en doet hij een poging tot bemiddeling: als deze slaagt, wordt de getroffen schikking op schrift gesteld. Indien de poging om tot een schikking te komen mislukt, vraagt de rechter aan de partijen om de feiten ter staving van hun vorderingen, verweer en verzet volledig uiteen te zetten en documenten en ander bewijsmateriaal voor te leggen. Indien dit tijdens de behandeling van de zaak op de eerste zitting noodzakelijk blijkt, gelast de rechter eenmalig een nieuwe zitting waarop aanvullend bewijsmateriaal kan worden overgelegd en in ontvangst kan worden genomen. De door de partijen overgelegde documenten kunnen worden toegevoegd aan en bewaard in het procesdossier totdat de rechter uitspraak doet in de zaak.

1.3 Formulieren

Er zijn geen standaardformulieren.

1.4 Rechtsbijstand

In zaken met een waarde van ten hoogste 1 100 EUR mogen de partijen zelf in rechte optreden bij de vrederechter (artikel 82 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering; zie het informatieblad ‘Werkwijze’).

In alle andere zaken moeten de partijen zich door een raadsman laten bijstaan. De vrederechter kan op grond van de aard en de omvang van de zaak evenwel toestaan dat een partij in eigen persoon als eiser optreedt, al dan niet op mondeling verzoek van de partij zelf.

De rechter gaat na of de partijen alle voor hun verschijning voor de rechtbank vereiste stappen hebben genomen en kan hen in voorkomend geval verzoeken om stukken die naar het oordeel van de rechter onvolledig zijn te vervolledigen of deze met de voorschriften in overeenstemming te brengen.

Indien de rechter vaststelt dat de aan de raadsman verleende machtiging tekortschiet, stelt hij of zij een termijn vast waarbinnen de partijen deze tekortkoming moeten herstellen. Indien de tekortkoming binnen de gestelde termijn wordt verholpen, wordt het verzoekschrift geacht te zijn geregulariseerd en worden de inhoudelijke en procedurele gevolgen ervan van kracht met ingang van de datum van eerste kennisgeving (artikel 182 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

1.5 Regels betreffende het bewijs

De regels voor bewijsverkrijging zijn dezelfde als bij gewone rechtszaken (zie het informatieblad ‘Bewijsverkrijging’).

1.6 Schriftelijke procedure

Er is niet voorzien in een louter schriftelijke procedure, aangezien de vrederechter verplicht is om de partijen te horen en om te proberen tot een gerechtelijke schikking te komen.

1.7 Inhoud van het vonnis

Zijn de regels voor de inhoud van de uitspraak flexibeler dan die bij gewone rechtszaken? Zo ja, in welke zin?

Nee, de normale regels gelden.

1.8 Vergoeding van de kosten

Is de terugbetaling van de kosten gebonden aan beperkingen? Zo ja, welke?

Voor het toewijzen van de kosten worden de normale regels toegepast, op grond waarvan de in het ongelijk gestelde partij de kosten moet betalen. Indien beide partijen in het ongelijk worden gesteld, of om een andere gegronde reden, is het echter mogelijk dat elke partij de eigen kosten moet betalen.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Is de mogelijkheid om rechtsmiddelen in te stellen uitgesloten of beperkt?

Als gevolg van een recente herziening (wetsbesluit nr. 40 van 2006) zijn de regels voor het betwisten van gerechtelijke uitspraken (sentenze di equità, waarbij de beoordelingsbevoegdheid van de rechter geldt) in geschillen met een waarde van ten hoogste 1 100 EUR gewijzigd: tegen dergelijke uitspraken kan alleen beroep worden ingesteld indien er sprake is geweest van de schending van procedurevoorschriften, constitutioneel recht of Gemeenschapsrecht, of van de beginselen van het onderwerp.

De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op alle uitspraken vanaf 2 maart 2006 (artikel 27 van wetsbesluit nr. 2006/40).

Tegen gerechtelijke uitspraken van voor die datum kan beroep worden aangetekend bij het hof van cassatie (binnen de wettelijke termijnen) wegens schending van constitutionele, communautaire of procedurele voorschriften, schending van de beginselen van de grond van de zaak of het ontbreken van een genoegzame uiteenzetting van de gronden van de oorspronkelijke uitspraak. Uitspraken van de vrederechter over bestuurlijke boetes kunnen alleen worden betwist door buitengewoon beroep in te stellen bij het hof van cassatie.

Alle andere uitspraken van de vrederechter kunnen worden aangevochten bij het hof van beroep.

Zie de informatiebladen over het gerechtelijk systeem, de rechtspraak en de werkwijze.

Bijlagen

Geringe vorderingen: artikelen van het wetboek van burgerlijke rechtsvorderingPDF(114 Kb)it


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/02/2019

Geringe vorderingen - Cyprus


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Er bestaat in het Cypriotische rechtsstelsel geen andere specifieke procedure voor geringe vorderingen dan de procedure die in Verordening (EG) nr. 861/2007 is opgenomen; ter uitvoering daarvan is een procedureverordening aangenomen.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

1.2 Toepassing van de procedure

1.3 Formulieren

1.4 Rechtsbijstand

1.5 Regels betreffende het bewijs

1.6 Schriftelijke procedure

1.7 Inhoud van het vonnis

1.8 Vergoeding van de kosten

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 17/07/2017

Geringe vorderingen - Letland


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

In Letland bestaan specifieke procedures voor geld- en alimentatievorderingen waarmee een totaalbedrag van niet meer dan 2 100 EUR is gemoeid.

Vorderingen van kleine bedragen zijn geregeld in hoofdstuk 303, artikelen 25018 – 25027, en hoofdstuk 541, artikelen 4491 – 44912, van de wet op de burgerlijke rechtsvordering (WBRv))

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De procedures voor geringe vorderingen gelden alleen voor geld- en alimentatievorderingen (artikel 35, lid 1, onder 1) en 3), WBRv).

In procedures voor geringe vorderingen mag de som van de hoofdschuld of, in het geval van alimentatievorderingen, het totale bedrag aan gevorderde alimentatie, op de dag dat de vordering wordt ingesteld niet hoger zijn dan 2 100 EUR. In het geval van alimentatievorderingen geldt dit maximum per kind. Verder wordt met het totale bedrag aan gevorderde alimentatie het bedrag aan alimentatie bedoeld dat binnen een jaar moet worden betaald.

De nationale wettelijke bepalingen inzake geringe vorderingen gelden niet voor de procedure voor geringe vorderingen van Verordening (EG) nr.   De link wordt in een nieuw venster geopend.861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, uitgezonderd de bepalingen waarin het instellen van beroep tegen beslissingen in eerste aanleg is geregeld. Grensoverschrijdende alimentatievorderingen binnen de Europese Unie vallen onder Verordening (EG) nr.  De link wordt in een nieuw venster geopend.4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

De voor een verzoekschrift verschuldigde griffierechten (valsts nodeva) bedragen 15% van het gevorderde bedrag, met een minimum van 71,41 EUR. Alimentatievorderingen zijn vrijgesteld van griffierechten.

1.2 Toepassing van de procedure

Geringe vorderingen worden behandeld volgens de regels voor de gewone procesvoering. Wel zijn op geringe vorderingen bepaalde uitzonderingen van toepassing. De rechter begint met de behandeling van een vordering op basis van een verzoekschrift.

De rechter neemt een verzoekschrift niet in behandeling als het niet overeenkomstig  artikel De link wordt in een nieuw venster geopend.250 WBRv is opgesteld: de verzoeker heeft zijn verzoekschrift niet op het standaardformulier voor geringe vorderingen gesteld of heeft verzuimd om aan te geven of hij behandeling ter zitting wenst.

In dat geval bepaalt de rechter bij gemotiveerde beslissing dat het verzoekschrift niet in behandeling wordt genomen, stelt hij een termijn voor het herstellen van de geconstateerde gebreken en wordt de beslissing aan de verzoeker verzonden. De termijn voor het herstellen van gebreken is minimaal twintig dagen, te rekenen vanaf de dag dat de beslissing wordt verzonden. Tegen de beslissing kan beroep worden aangetekend binnen tien dagen of, als de verzoeker buiten Letland woont, vijftien dagen.

1.3 Formulieren

Verzoek en verweer moeten worden gesteld op formulieren die overeenkomen met de modellen die zijn opgenomen in verordening nr. 783 van het kabinet (Ministru kabinets) van 11 oktober 2011 betreffende formulieren voor geringe vorderingen. In de bijlagen bij die verordening zijn modellen voor de volgende formulieren opgenomen:

  1. verzoekschrift tot geringe geldvordering;
  2. verzoekschrift tot geringe alimentatievordering;
  3. verweerschrift op verzoekschrift tot geringe geldvordering;
  4. verweerschrift op verzoekschrift tot geringe alimentatievordering;

De verordening is beschikbaar op het wetgevingsportaal van Latvijas Vēstnesis, het Letse staatsblad:  De link wordt in een nieuw venster geopend.http://likumi.lv/doc.php?id=237849.

Naast de gegevens van de eiser en de verweerder moet op het formulier voor geringe vorderingen de volgende informatie worden vermeld:

  1. Het districts- of gemeentelijk gerecht (rajona (pilsētas) tiesa) waarbij het verzoekschrift wordt ingediend: bij vorderingen tegen een natuurlijke persoon is het bevoegde gerecht het gerecht van de officiële woonplaats van die persoon en bij vorderingen tegen een rechtspersoon, het gerecht van de plaats van statutaire vestiging (wanneer de vordering verband houdt met de activiteiten van een bijkantoor of agentschap van de rechtspersoon-verweerder, kan de vordering ook aanhangig worden gemaakt bij het gerecht van de plaats waar dat bijkantoor of agentschap is gevestigd), tenzij de partijen schriftelijk anders zijn overeengekomen.

    Voor informatie over rechterlijke bevoegdheid, en dus over de vraag welk gerecht op het formulier moet worden vermeld, kan men terecht op het internetportaal   De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.tiesas.lv, onder de menuknoppen Tiesas (‘Gerechten’) en Tiesu darbības teritorijas (‘Territoriale bevoegdheid’).

  2. De gegevens van de persoon die de eiser in rechte vertegenwoordigt, indien van toepassing. Om iemand in rechte te kunnen vertegenwoordigen is een door een notaris opgemaakte volmacht (pilnvara) nodig, waarvan melding moet worden gemaakt in de desbetreffende kolom ("Grondslag van vertegenwoordiging"). Wanneer de vertegenwoordiger een beëdigd advocaat (zvērināts advokāts) is, moet de vertegenwoordiging worden bevestigd door een griffier (orderis) en is net als bij vertegenwoordiging door leken een volmachtbrief nodig, maar de volmacht hoeft dan niet door een notaris te zijn opgemaakt.
  3. Het voorwerp van de vordering: de betwiste rechten en de rechtsbetrekking tussen eiser en verweerder waarvan de eiser het bestaan of niet-bestaan ter beoordeling aan de rechter voorlegt ter bescherming van zijn/haar wettelijk beschermde rechten en belangen.
  4. De wijze waarop het gevorderde bedrag is berekend: de som van de hoofdschuld (d.w.z. vóór rente en contractuele boetes), eventuele contractuele boetes en contractueel of wettelijk verschuldigde rente en het totaalbedrag.
  5. De feiten waarop de vordering steunt en het bewijs daarvan, de specifieke wettelijke bepalingen waarop de vordering is gebaseerd en de maatregel waarom wordt verzocht.
  6. Het verzoekschrift moet worden ondertekend door de eiser of diens vertegenwoordiger of, als de rechtbank dit verlangt, door beiden. Bij het verzoekschrift moeten stukken worden gevoegd waaruit blijkt dat de zaak volgens de daarvoor gestelde procedures is onderworpen aan een voorafgaand buitengerechtelijk onderzoek, voor zover een dergelijk onderzoek door de wet is voorgeschreven, alsook stukken die kunnen dienen als bewijs van de feiten waarop de vordering steunt.

1.4 Rechtsbijstand

In de wet op de burgerlijke rechtsvordering zijn geen specifieke regels voor gefinancierde rechtsbijstand in procedures voor geringe vorderingen opgenomen. Eiser en verweerder kunnen zich in een procedure voor geringe vorderingen laten vertegenwoordigen.

Als de eiser zich in rechte wil laten vertegenwoordigen en het verzoekschrift is ondertekend door de vertegenwoordiger van de eiser, dan moet het verzoekschrift de voor- en achternaam, het identiteitsnummer en het correspondentieadres van de vertegenwoordiger of, wanneer de vertegenwoordiger een rechtspersoon is, diens registratienummer en plaats van statutaire vestiging vermelden. Elke natuurlijke persoon die achttien jaar of ouder is, niet onder voogdij staat en niet aan een of meer van de in artikel 84 WBRv genoemde restricties is onderworpen, kan optreden als vertegenwoordiger. Iemand die een partij in rechte vertegenwoordigt, moet daartoe door de betreffende partij door middel van een notariële volmacht zijn gemachtigd. De persoon die zich in rechte wil laten vertegenwoordigen, kan een ander ter zitting mondeling de bevoegdheid verlenen om namens hem te handelen. Deze machtiging moet in het proces-verbaal van de zitting worden vermeld. De vertegenwoordiger van een rechtspersoon moet beschikken over een volmachtbrief of een ander stuk waaruit blijkt dat hij bevoegd is om de rechtspersoon zonder speciale machtiging te vertegenwoordigen. Wanneer de vertegenwoordiger een beëdigd advocaat is, moet de vertegenwoordiging worden bevestigd door een griffier en is net als bij vertegenwoordiging door leken een volmachtbrief nodig, maar de volmacht hoeft dan niet in een notariële akte te zijn vervat. Wanneer een persoon wordt vertegenwoordigd, moeten de noodzakelijke stukken bij de rechtbank worden ingediend en worden ondertekend door de persoon die overeenkomstig de volmacht als vertegenwoordiger optreedt.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Op de bewijsvoering zijn de algemene bepalingen van de wet op de burgerlijke rechtsvordering van toepassing. Overeenkomstig die bepalingen wordt in procedures voor geringe vorderingen het volgende bewijs toegelaten: verklaringen van partijen of derden, verklaringen van getuigen, schriftelijk bewijs en deskundigenverklaringen.

1.6 Schriftelijke procedure

De rechter begint met de behandeling van een geringe vordering op basis van een verzoekschrift. Naar de verweerder worden een afschrift van het verzoek, afschriften van de daarbij gevoegde stukken en een formulier voor opmerkingen gezonden. De verweerder moet eventuele opmerkingen binnen 30 dagen indienen. De rechtbank stelt de verweerder er ook van in kennis dat het niet indienen van een verweerschrift geen beletsel vormt voor het doen van uitspraak in de zaak en dat hij kan verzoeken om behandeling ter zitting. Wanneer de rechtbank de stukken naar de partijen zendt, legt ze ook uit wat hun procedurele rechten zijn, hoe de rechtbank die de zaak zal behandelen, is samengesteld en welke rechtsmiddelen zij hebben tegen beslissingen van de rechter. De wet op de burgerlijke rechtsvordering kent de partijen bepaalde procedurele rechten toe met betrekking tot de voorbereiding van de behandeling van de zaak ter terechtzitting, die tot zeven dagen voor de zittingsdatum kunnen worden uitgeoefend.

Het verweer moet zijn gesteld op een formulier dat overeenkomt met een door het kabinet goedgekeurd model. Het betreft een van de modellen die zijn opgenomen in de bijlage bij verordening nr. 783 van het kabinet van 11 oktober 2011 betreffende formulieren voor geringe vorderingen (het model is beschikbaar op het portaal voor informatie over de Letse rechtbanken:  De link wordt in een nieuw venster geopend.http://likumi.lv/doc.php?id=237849). In het verweerschrift moet de volgende informatie worden verstrekt:

  1. de rechtbank waarbij het verweerschrift wordt ingediend;
  2. de voor- en achternaam, het identiteitsnummer en de officiële woonplaats van de eiser of, bij ontstentenis daarvan, diens feitelijke woonplaats, dan wel, in het geval dat de eiser een rechtspersoon is, zijn naam, registratienummer en plaats van statutaire vestiging;
  3. de voor- en achternaam, het identiteitsnummer en de officiële woonplaats van de verweerder en, voor zover beschikbaar, een aanvullend adres of, bij ontstentenis daarvan, diens feitelijke woonplaats, dan wel, in het geval dat de verweerder een rechtspersoon is, zijn naam, registratienummer en plaats van statutaire vestiging; verder kan de verweerder ook nog een adres voor het ontvangen van rechtbankstukken opgeven;
  4. het zaaknummer en het voorwerp van de vordering;
  5. of de vordering geheel of gedeeltelijk wordt erkend;
  6. het verweer tegen de vordering en de gronden en wettelijke bepalingen waarop het verweer is gebaseerd;
  7. bewijs van hetgeen als verweer tegen de vordering wordt aangevoerd;
  8. verzoek aan de rechter om de eiser te gelasten bewijs van het gestelde te leveren;
  9. of de verweerder wil dat de eiser bij afwijzing van diens vordering in de kosten wordt veroordeeld;
  10. of de verweerder nog andere aan de behandeling van de zaak gerelateerde kosten op de eiser wil verhalen, met vermelding van het bedrag en toevoeging van stukken ter onderbouwing van dit bedrag;
  11. of de verweerder behandeling ter zitting wenst;
  12. 12.  eventuele andere omstandigheden die de verweerder van belang acht voor de behandeling van de zaak;
  13. eventuele andere verzoeken;
  14. een lijst van de stukken die bij het verweerschrift zijn gevoegd;
  15. plaats, datum en tijd van opstelling van het verweerschrift.

De verweerder kan binnen dertig dagen nadat het verzoekschrift aan hem is verzonden, een tegenvordering instellen als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1) vordering en tegenvordering kunnen met elkaar worden verrekend; 2) het toelaten van de tegenvordering belet de rechtbank om alle of een deel van de vorderingen in het inleidende verzoekschrift toe te wijzen; 3) vordering en tegenvordering zijn aan elkaar gerelateerd en kunnen sneller en beter gezamenlijk worden behandeld. De zaak wordt behandeld in een procedure voor geringe vorderingen als de tegenvordering een geringe vordering is: het gevorderde bedrag overschrijdt niet het toegestane maximum en de eis is dienovereenkomstig opgesteld.

Wanneer het totale bedrag van de tegenvordering hoger is dan het voor geringe vorderingen gestelde maximum, of als de tegenvordering geen geld- of alimentatievordering is, wordt de zaak behandeld in een gewone procedure.

Wanneer de partijen niet verzoeken om een behandeling ter zitting en de rechtbank van oordeel is dat behandeling ter zitting niet nodig is, wordt een geringe vordering in een schriftelijke procedure behandeld. In dat geval worden de partijen tijdig in kennis gesteld van de datum en het tijdstip waarop ze bij de griffie van de rechtbank een afschrift van de uitspraak kunnen krijgen. Deze datum wordt geacht de datum van de (volledige) uitspraak te zijn.

Op daartoe strekkend verzoek van een partij of wanneer de rechtbank van oordeel is dat dit nodig is, wordt de zaak ter zitting in een gewone procedure behandeld.

Wanneer de woon- of verblijfplaats van een partij niet in Letland of onbekend is, worden rechtbankstukken betekend overeenkomstig voor Letland bindende internationale regelgeving en EU-wetgeving, in het bijzonder artikel 13 van Verordening (EG) nr.  De link wordt in een nieuw venster geopend.861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.

1.7 Inhoud van het vonnis

Een uitspraak wordt gewezen door onmiddellijk nadat de uitspraak is opgesteld een afschrift ervan aan de partijen uit te reiken.

Een afschrift van de uitspraak kan per post worden verzonden of op een andere manier aan de partijen worden meegedeeld, mits in overeenstemming met de in de wet op de burgerlijke rechtsvordering neergelegde procedures voor het betekenen van gerechtelijke stukken. Het afschrift moet onmiddellijk nadat de volledige uitspraak is opgesteld, worden verzonden. De datum waarop partijen het afschrift ontvangen, is voor een eventuele tenuitvoerleggings- of beroepstermijn niet van belang.

De uitspraak in een procedure voor geringe vorderingen moet in overeenstemming zijn met de algemene bepalingen van de wet op de burgerlijke rechtsvordering inzake de inhoud van rechterlijke beslissingen. Een uitspraak bestaat uit vier delen:

  1. In het inleidende gedeelte staat dat de uitspraak wordt gewezen in naam van de Republiek Letland en wordt de datum van de uitspraak, de rechtbank die de uitspraak wijst, de samenstelling van die rechtbank, de namen van de zittingsgriffier en de procederende partijen en het voorwerp van het geschil vermeld.
  2. In het beschrijvende gedeelte staat wat de eiser vordert, eventueel de tegenvordering van de verweerder, het gestelde verweer en de essentie van wat door partijen is verklaard.
  3. In de motivering staan de feiten die tijdens de behandeling van de zaak zijn vastgesteld, het bewijs waarop de uitspraak is gebaseerd en de redenen waarom bepaald bewijs is verworpen. In dit gedeelte van de uitspraak staat ook de wet- en regelgeving die de rechtbank heeft toegepast, haar beoordeling van de feiten en de conclusies ten aanzien van het wel of niet gegrond zijn van de vordering. Wanneer de verweerder de vordering in haar geheel heeft erkend, beperkt de rechtbank zich in de motivering tot een opsomming van de toegepaste wet- en regelgeving.
  4. In het dictum staat of de rechtbank de vordering toe- of afwijst (een vordering kan ook gedeeltelijk worden toe- of afgewezen) en wordt de inhoud van de uitspraak uitvoerig weergegeven. Daarin wordt ook vermeld wie welk deel van de rechtbankkosten moet betalen, eventueel de termijn waarbinnen de uitspraak moet worden uitgevoerd alvorens tot gedwongen tenuitvoerlegging kan worden overgegaan, de beroepstermijn en de procedure voor het instellen van beroep en de datum van de uitspraak.

De partijen kunnen tegen een in een procedure voor geringe vorderingen gewezen uitspraak beroep aantekenen op de in de wet op de burgerlijke rechtsvordering genoemde gronden.

1.8 Vergoeding van de kosten

Op geringe vorderingen zijn de algemene regels betreffende de betaling van rechtbankkosten van toepassing.

Wanneer de uitspraak wordt gewezen, wordt de in het ongelijk gestelde partij in de rechtbankkosten van de in het gelijk gestelde partij veroordeeld. Wanneer de vordering slechts ten dele wordt toegewezen, worden verweerder en eiser elk veroordeeld in een gedeelte van de rechtbankkosten van de ander, naar evenredigheid van het gedeelte van de vordering dat is toe- en het gedeelte dat is afgewezen. De griffierechten (valsts nodeva) die zijn betaald bij het indienen van een bezwaarschrift (valsts nodeva) tegen een rechterlijke beslissing of, in het geval van een bij verstek gewezen vonnis, een verzoekschrift tot heropening van de procedure en een nieuwe behandeling van de zaak, kunnen niet worden verhaald.

Wanneer de eiser zijn vordering intrekt, moet hij de rechtbankkosten van de verweerder vergoeden. In dat geval hoeft de verweerder de rechtbankkosten van de eiser niet te vergoeden. Maar wanneer de eiser de vordering intrekt omdat de verweerder de vordering uit eigen beweging voldoet nadat het verzoekschrift is ingediend, kan de rechtbank de verweerder op verzoek van de eiser veroordelen in het betalen van diens rechtbankkosten.

Evenzo kan in het geval dat een vordering niet wordt toegelaten, de eiser op verzoek van de verweerder worden verwezen in de rechtbankkosten van laatstgenoemde.

Wanneer de eiser is vrijgesteld van rechtbankkosten, kan de verweerder worden verwezen in het betalen van de rechtbankkosten naar evenredigheid van het gedeelte van de vordering dat is toegewezen.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Tegen een uitspraak in eerste aanleg kan beroep (apelācija) worden aangetekend wanneer de rechtbank:

  • een regel van materieel recht onjuist heeft toegepast of uitgelegd, waardoor een onjuiste beslissing in de zaak is gegeven;
  • een regel van formeel recht heeft geschonden, waardoor een onjuiste beslissing in de zaak is gegeven;
  • feiten onjuist heeft vastgesteld of bewijs onjuist heeft gewaardeerd, of een onjuiste juridische beoordeling van de omstandigheden van de zaak heeft gegeven, waardoor een onjuiste beslissing in de zaak is gegeven.

Voor geringe vorderingen die in een schriftelijke procedure zijn behandeld, gaat de beroepstermijn in op de dag dat de uitspraak officieel is opgesteld.

Naast de in de wet op de burgerlijke rechtsvordering genoemde punten moet een beroepschrift waarin wordt gesteld dat een uitspraak gebrekkig is, het volgende vermelden:

  • welke regel van materieel recht de rechtbank van eerste aanleg onjuist heeft toegepast of uitgelegd of welke regel van formeel recht ze heeft geschonden, en de wijze waarop dit de beslissing in de zaak heeft beïnvloed;
  • welke feiten de rechtbank in eerste aanleg onjuist heeft vastgesteld, welke bewijzen ze onjuist heeft gewaardeerd, waaruit blijkt dat sprake is van een onjuiste juridische beoordeling van de zaak en op welke wijze dit de beslissing in de zaak heeft beïnvloed.

Een van de rechters van de rechtbank die de beroepen beslissing heeft gewezen, bepaalt of het beroep doorgang kan vinden: als het beroep niet voldoet aan de vereisten van de wet op de burgerlijke rechtsvordering of niet alle vereiste stukken bij het beroepschrift zijn gevoegd, zoals een beëdigde vertaling van het beroepschrift en de bijgevoegde stukken, voor zover vereist, stelt de rechter een termijn voor het herstellen van de geconstateerde gebreken.

Wanneer de gebreken binnen die termijn worden hersteld, wordt het beroep geacht te zijn ingesteld op dag dat het beroepschrift voor de eerste keer werd ingediend. Gebeurt dat niet, dan wordt het beroepschrift geacht nooit te zijn ingediend en aan de verzoeker geretourneerd.

Een beroepschrift dat niet is ondertekend of dat is ingediend door een daartoe niet naar behoren gemachtigde persoon, of waarvoor de verschuldigde griffierechten niet zijn betaald, wordt niet in behandeling genomen en aan de verzoeker geretourneerd. Tegen een beslissing tot het niet toelaten van een beroepschrift kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.

Nadat een rechter van het appelgerecht zich ervan heeft verzekerd dat aan de vereisten van de procedure voor het instellen van beroep is voldaan, geeft hij een beslissing tot het inleiden van de beroepsprocedure. Die beslissing wordt binnen dertig dagen na ontvangst van het beroepschrift gegeven. In sommige gevallen beslist een college van drie rechters.

Wanneer ten minste een van de mogelijke beroepsgronden aanwezig is, geeft de rechter de beslissing tot het inleiden van de beroepsprocedure en stelt hij de partijen hiervan onverwijld in kennis, met vermelding van de termijn voor het indienen van schriftelijke verklaringen.

Als de rechter van oordeel is dat er geen gronden zijn voor het instellen van beroep, wordt de vraag naar de aanwezigheid van beroepsgronden voorgelegd aan een college van drie rechters.

Als ten minste een van hen van oordeel is dat ten minste een van de mogelijke gronden voor het instellen van beroep aanwezig is, wordt een beslissing gegeven tot het inleiden van de beroepsprocedure en worden de partijen hiervan onverwijld in kennis gesteld.

Als de rechters unaniem van oordeel zijn dat geen van de gronden voor het instellen van beroep aanwezig is, wordt een afwijzende beslissing gegeven en worden de partij hiervan onverwijld in kennis gesteld. Tegen deze beslissing (rezolūcija) kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.

Nadat het appelgerecht de partijen ervan in kennis heeft gesteld dat een beroepsprocedure is ingeleid, hebben ze twintig dagen de tijd tot het indienen van schriftelijke verklaringen over het beroepschrift, die in evenveel exemplaren moeten worden ingediend als er partijen zijn.

Nadat een partij in kennis is gesteld van de inleiding van een beroepsprocedure, heeft ze twintig dagen de tijd tot het indienen van een verweerschrift. De rechtbank stuurt de andere partijen een kopie hiervan.

Beroepen tegen uitspraken in procedures voor geringe vorderingen worden in de regel in een schriftelijke procedure behandeld. De partijen worden tijdig in kennis gesteld van de datum waarop ze bij de griffie van de rechtbank een afschrift van de uitspraak kunnen krijgen. Ook worden ze geïnformeerd over de samenstelling van de rechtbank en de mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan. Een uitspraak wordt geacht te zijn opgesteld op de dag dat bij de griffie van de rechtbank een afschrift ervan kan worden verkregen. Wanneer de rechtbank het nodig acht, kan een beroep tegen een in een procedure voor een geringe vordering gegeven uitspraak ter zitting worden behandeld.

De uitspraak van een appelgerecht is niet vatbaar voor cassatie en treedt in kracht van gewijsde op het moment dat ze wordt gewezen of, in geval van een schriftelijke procedure, op de datum dat ze officieel is opgesteld.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 07/02/2019

Geringe vorderingen - Litouwen

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Litouws) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

In hoofdstuk XXIV, deel IV, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Litouwen is een nationale procedure voor geringe vorderingen vastgesteld.

Geringe vorderingen worden behandeld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen. Europese geringe vorderingen worden behandeld volgens de toepasselijke algemene regels, met uitzondering van gevallen die zijn uitgesloten van de toepassing van het EU-recht en het internationale recht inzake de burgerrechtelijke procedure in Litouwen.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De nationale procedure voor geringe vorderingen is van toepassing op geldelijke vorderingen tot een maximumbedrag van 1 550 EUR.

De Europese procedure voor geringe vorderingen geldt voor rechtsvorderingen in burgerrechtelijke procedures met maximumbedragen van 2 000 EUR. De procedure geldt niet voor: de staat en de bekwaamheid van natuurlijke personen; het huwelijksgoederenrecht, onderhoudsverplichtingen en testamenten en erfenissen; faillissement, surseance van betaling, procedures ter ontbinding van insolvente vennootschappen of andere rechtspersonen, gerechtelijke en faillissementsakkoorden en andere soortgelijke procedures; sociale zekerheid; arbitrage; arbeidsrecht; huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken, met uitzondering van vorderingen van geldelijke aard, of inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en op de persoonlijkheidsrechten, waaronder begrepen laster.

1.2 Toepassing van de procedure

De procedure is van toepassing sinds 1 januari 2009. Zaken die betrekking hebben op Europese geringe vorderingen worden behandeld door de districtsrechtbanken, overeenkomstig de regels inzake territoriale bevoegdheid die zijn vastgesteld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Litouwen, namelijk de rechtbanken van steden en districten.

In de gevallen zoals omschreven in artikel 4, lid 3, en artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 861/2007 moet de rechtbank de eiser (of de verweerder) binnen 14 dagen na kennisgeving door de rechtbank in kennis stellen van zijn of haar recht om volgens de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Litouwen een vordering (of een tegenvordering) in te stellen. Als de eiser (of verweerder) niet binnen de in de eerste alinea van dit artikel gestelde termijn een vordering (of een tegenvordering) instelt met de vereiste stukken, wordt de vordering als niet-ingediend beschouwd en wordt een beschikking van de rechtbank meegedeeld aan de eiser (of verweerder). Deze beschikking kan afzonderlijk worden betwist.

1.3 Formulieren

De vorderingsformulieren zijn beschikbaar bij de rechtbanken alsook op de webpagina van de nationale administratie van de rechtbanken De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.teismai.lt/en/ en op de webpagina van de gerechtelijke diensten De link wordt in een nieuw venster geopend.https://e.teismas.lt/lt/public/home/.

1.4 Rechtsbijstand

De deelname van een wettelijke vertegenwoordiger of advocaat is niet verplicht. De rechtbanken bieden praktische hulp bij het invullen van de formulieren, maar geven geen advies over de procedure ten gronde.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Op het verkrijgen van bewijzen is hoofdstuk XIII, deel II, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

1.6 Schriftelijke procedure

In een nationale procedure voor geringe vorderingen beslist het gerecht van eerste aanleg over de vorm en voorschriften van de procedure. Op verzoek van ten minste een van beide partijen kan het gerecht een hoorzitting houden. In het geval van een schriftelijke procedure worden de betrokken partijen niet opgeroepen en nemen zij geen deel aan het proces. De betrokken partijen worden overeenkomstig de voorschriften in artikel 133, lid 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in kennis gesteld van de schriftelijke procedure. Wanneer een zaak via een schriftelijke procedure wordt behandeld, worden de datum, het tijdstip en de plaats van het proces alsmede de samenstelling van de rechtbank uiterlijk zeven dagen vóór de datum van het proces op een speciale website gepubliceerd (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://pranesimai.teismai.lt/teismu_pranesimai/), behalve wanneer de partijen een andere kennisgeving ontvangen, overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze informatie wordt tevens verstrekt door de griffie van de rechtbank.

1.7 Inhoud van het vonnis

In een nationale procedure voor geringe vorderingen geeft de rechtbank een beslissing, die een inleidend deel, een dictum en een korte motivering moet bevatten.

1.8 Vergoeding van de kosten

Voor de behandeling van geringe vorderingen wordt een vast zegelrecht in rekening gebracht, dat is vastgesteld in artikel 80, lid 1, eerste alinea, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit zegelrecht bedraagt 3 % van het vorderingsbedrag (minimaal 16 EUR).

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

In artikel 29 van de wet is vastgesteld dat beroep kan worden aangetekend tegen gerechtelijke beslissingen die in Litouwen overeenkomstig de Europese procedure voor geringe vorderingen zijn genomen. In Litouwen zijn de artikelen 301 t/m 333 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing op beroepsprocedures. Overeenkomstig artikel 307, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan uiterlijk 30 dagen na de datum van het vonnis beroep worden aangetekend als aan de beroepsvoorwaarden is voldaan.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 27/07/2017

Geringe vorderingen - Luxemburg

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Naast de in Verordening (EG) nr. 861/2007 van 11 juli 2007 vastgestelde Europese procedure voor geringe vorderingen, voorziet het Luxemburgse recht in een vereenvoudigde procedure om schuldvorderingen tot 10 000 EUR in hoofdsom (rente en kosten niet inbegrepen) in te vorderen, de zogenaamde "betalingsbevelprocedure" (procédure des ordonnances de paiement).

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De invordering van schuldvorderingen volgens de betalingsbevelprocedure is mogelijk voor alle geldvorderingen tot 10 000 EUR, mits de schuldenaar zijn woonplaats in Luxemburg heeft.

1.2 Toepassing van de procedure

Een beroep op de betalingsbevelprocedure is facultatief. De schuldeiser kan er ook voor opteren de zaak door middel van dagvaarding bij de vrederechter aanhangig te maken.

Een van de verschillen tussen de betalingsbevelprocedure voor de vrederechter en de verzoekschriftprocedure bestaat erin dat de procedure voor de vrederechter tot een vonnis (jugement) kan leiden, terwijl de procedure voor de arrondissementsrechtbank alleen maar tot een rechterlijk bevel (ordonnance) kan leiden.

1.3 Formulieren

Het verzoekschrift voor het verkrijgen van een betalingsbevel wordt ingediend op de griffie van de vrederechter door middel van een eenvoudige mondelinge of schriftelijke verklaring.

Die verklaring moet op straffe van nietigheid de naam, de voornaam, het beroep en de woon- of verblijfplaats van de eiser en de verweerder en het bedrag en de oorsprong van de schuldvordering vermelden en het verzoek tot het verkrijgen van een voorwaardelijk betalingsbevel behelzen.

De schuldeiser moet bij zijn verklaring alle documenten voegen die het bestaan en het bedrag van de vordering aantonen of deze naderhand overleggen.

Uit de vergelijking van de wettelijke bepalingen blijkt dat de motiveringsplicht minder streng is voor de procedure die bij de vrederechter wordt ingesteld: het volstaat immers om het bedrag en de oorsprong van de schuldvordering te vermelden.

1.4 Rechtsbijstand

De wet verplicht gerechtsdeurwaarders of rechterlijke instanties niet de rechtzoekenden bijstand te verlenen.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De bewijsregeling van gemeen recht is van toepassing.

1.6 Schriftelijke procedure

Indien de schuldenaar verzet aantekent en de schuldeiser de procedure wenst voort te zetten, dient er een openbare behandeling ter zitting plaats te vinden.

1.7 Inhoud van het vonnis

Het vonnis dat volgens de betalingsbevelprocedure wordt uitgesproken, moet voldoen aan dezelfde regels en beginselen als vonnissen die volgens de gewone procedure worden uitgesproken.

1.8 Vergoeding van de kosten

Volgens het Luxemburgse recht wordt de partij die het proces verliest normaal gesproken veroordeeld tot de betaling van de kosten. De in het ongelijk gestelde partij wordt tot betaling van de kosten veroordeeld, tenzij de rechtbank bij bijzondere en gemotiveerde beslissing de kosten geheel of ten dele ten laste legt van een andere partij. Indien de partij die het proces wint gerechtskosten heeft moeten betalen, kan zij deze verhalen op de andere partij.

Anders dan in andere landen worden de advocatenkosten niet systematisch vergoed. In Luxemburg omvatten de in artikel 238 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering bedoelde kosten de kosten van de gerechtsdeurwaarder en van het deskundigenonderzoek, vergoedingen die eventueel aan de getuigen zijn betaald, kosten van vertaling enzovoort, maar dus niet de advocatenkosten.

De rechter kan de in het gelijk gestelde partij echter een vergoeding toekennen die de kosten van het proces, waaronder de advocatenkosten, compenseert. Dat is met name het geval wanneer het onbillijk zou zijn dat een partij uitgaven moet dragen die niet onder de kosten zijn begrepen; de rechter kan de andere partij dan veroordelen tot betaling van het door hem vastgestelde bedrag.

Opgemerkt zij dat de beslissing of al dan niet een procedurevergoeding wordt toegekend, aan de wijsheid van de rechter wordt overgelaten, net als het bedrag van deze vergoeding.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

De regels van gemeen recht zijn van toepassing op het betalingsbevel. Tegen een vonnis van de vrederechter kan beroep worden ingesteld, indien de vordering meer dan 2000 EUR bedraagt.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.legilux.lu/; De link wordt in een nieuw venster geopend.https://justice.public.lu/fr.html


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 14/06/2017

Geringe vorderingen - Hongarije

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Hongaars) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Ja, er bestaat een procedure voor geringe vorderingen, zoals voorzien in wet III van 1952 betreffende het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De procedure voor geringe vorderingen kan worden ingesteld in het kader van rechtsvorderingen die aanhangig zijn gemaakt naar aanleiding van een verweerschrift tegen een betalingsbevel voor een geldvordering van maximaal 1 miljoen HUF.

1.2 Toepassing van de procedure

De procedure wordt gevoerd bij districtsrechtbanken (járásbíróság).

1.3 Formulieren

Voor het indienen van een verzoek waarmee een procedure voor geringe vorderingen wordt ingesteld, bestaat geen speciaal formulier. Zo'n formulier is er wel voor betalingsbevelprocedures, die daaraan voorafgaan. Betalingsbevelprocedures vallen onder de bevoegdheid van notarissen. Het betreffende formulier is beschikbaar op de homepage van de Kamer van Notarissen en in notariskantoren.

1.4 Rechtsbijstand

Er is een voorziening voor rechtsbijstand. Om natuurlijke personen die op grond van hun inkomen en financiële situatie de proceskosten niet kunnen betalen toch in staat te stellen hun rechten te handhaven, worden zij op hun verzoek geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van deze kosten. Ingevolge de wet inzake heffingen hebben de partijen onder omstandigheden ook recht op een tegemoetkoming in de griffierechten (vrijstelling of uitstel van betaling), en weinig draagkrachtigen hebben krachtens de wet op de rechtsbijstand ook recht op toevoeging van een juridisch raadsman als dat nodig is voor een doeltreffende handhaving van hun rechten.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Bij een procedure die is ingeleid naar aanleiding van een verweerschrift tegen een betalingsbevel stelt het gerecht de gedaagde uiterlijk in de dagvaarding in kennis van de door de eiser aangevoerde feiten en bewijzen. Een partij moet haar bewijsmiddelen uiterlijk op de eerste dag van de zitting overleggen. Als uitzondering op deze regel kan een partij op elk moment in de procedure bewijs overleggen als de wederpartij hiermee instemt of als ze bij de bewijsvoering feiten of bewijzen aanvoert of zich beroept op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraken of bestuursrechtelijke beslissingen die, om redenen die niet aan haar zijn toe te rekenen, pas na het verstrijken van de termijn voor het indienen van bewijs bij haar bekend zijn geworden en zij dit voldoende kan staven.

Indien in het verzoekschrift wijzigingen worden aangebracht of een vordering in reconventie wordt ingediend, moet relevant bewijs worden overgelegd op het moment dat de wijzigingen worden aangebracht c.q. de vordering in reconventie wordt ingediend, terwijl in het geval van een verweerschrift tegen een vordering strekkende tot wederzijds te compenseren schuldvorderingen, bewijs in verband met die vordering gelijktijdig met het verweerschrift moet worden ingediend. Bewijsmiddelen die in strijd met deze bepalingen worden overgelegd, worden door het gerecht afgewezen. Voor het overige gelden de algemene bewijsregels.

1.6 Schriftelijke procedure

Er vindt ook een mondelinge behandeling plaats.

1.7 Inhoud van het vonnis

De inhoud van uitspraken wordt beheerst door de algemeen toepasselijke regels, ingevolge waarvan de partijen na het dictum moeten worden geïnformeerd over de onderdelen die in het beroepschrift moeten worden opgenomen en over de rechtsgevolgen van het ontbreken van die onderdelen.

1.8 Vergoeding van de kosten

De algemene regel is dat de verliezer betaalt.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Aan de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, zijn verscheidene beperkingen gesteld. De belangrijkste is dat beroep alleen mogelijk is bij een ernstige schending van de procesregels in eerste aanleg of bij een onjuiste toepassing van de wetgeving die ten grondslag ligt aan de beslissing in de hoofdzaak. Op het instellen van beroep en beroepstermijnen zijn de algemene regels van toepassing: het beroep moet binnen vijftien dagen na betekening van de uitspraak worden ingesteld bij het gerecht dat de uitspraak in eerste aanleg heeft gedaan en wordt behandeld door de bevoegde provinciale rechtbank (törvényszék).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/10/2017

Geringe vorderingen - Malta

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Engels) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

De specifieke procedure voor kleine vorderingen is geregeld in hoofdstuk 380 van de Wetten van Malta (Wet betreffende de gerechtelijke instantie voor kleine vorderingen) evenals in de daarvan afgeleide wetgeving 380.01, 380.02 en 380.03.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Deze gerechtelijke instantie [Small Claims Tribunal, Tribunal għal Talbiet Żgħar] is enkel bevoegd voor de behandeling van en het nemen van beslissingen over geldvorderingen met een waarde van ten hoogste 3 494,06 euro.

1.2 Toepassing van de procedure

De procedure begint wanneer de verzoeker het noodzakelijke formulier invult, zijn of haar vordering indient bij de griffie van de rechtbank, de kosten betaalt en de rechtbank verzoekt de vordering aan verweerder te betekenen. De verweerder heeft na betekening van de kennisgeving van de vordering achttien dagen de tijd om zijn of haar antwoord in te dienen. Een tegenvordering is toegestaan. Indien de verweerder van mening is dat iemand anders moet betalen voor de vordering van de verzoeker, moet hij of zij die persoon noemen. De griffie van de rechtbank stelt vervolgens de partijen in kennis van de datum en het tijdstip van behandeling. De arbiter regelt de procedure in de gerechtelijke instantie op een door hem of haar passend geachte wijze overeenkomstig de regels van de billijkheid. De arbiter zorgt ervoor dat de zaak, voor zover mogelijk, snel wordt behandeld, dat op de dag van de behandeling uitspraak wordt gedaan en dat de behandeling niet langer dan één zitting duurt. Hij of zij verzamelt informatie op een volgens hem of haar geschikte wijze en is niet gebonden aan de regels inzake beste bewijzen of de regels inzake bewijzen uit de tweede hand, indien hij of zij van mening is dat hij of zij over voldoende betrouwbaar bewijsmateriaal beschikt om tot een conclusie te komen in de aan hem of haar voorgelegde zaak. Hij of zij onthoudt zich, voor zover mogelijk, van de benoeming van deskundigen als getuigen. Hij of zij heeft dezelfde bevoegdheid als een magistraat van een vredesrechtbank (Court of Magistrates, Qorti tal-Maġistrati) in zijn of haar burgerrechtelijke bevoegdheid en heeft met name de bevoegdheid om getuigen op te roepen en hen de eed af te nemen.

1.3 Formulieren

De partij die de vordering instelt moet het formulier voor het instellen van een vordering invullen, dat is opgenomen in de eerste bijlage bij afgeleide wetgeving 380.1 (regels inzake de gerechtelijke instantie voor kleine vorderingen). De verweerder moet voor zijn of haar antwoord eveneens een formulier invullen, en ook dit formulier is opgenomen in de eerste bijlage bij afgeleide wet 380.01 (regels inzake de gerechtelijke instantie voor kleine vorderingen).

1.4 Rechtsbijstand

De partijen kunnen zich door wie dan ook laten bijstaan; dit hoeft niet per se een advocaat of procureur te zijn.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De partijen kunnen bewijsmateriaal indienen in schriftelijke vorm of in de vorm van documenten, of in beide vormen. Een getuige kan – uiterlijk drie dagen voor de datum waarop hij of zij getuigenis moet afleggen – worden opgeroepen om op een specifieke datum en een specifiek tijdstip voor de gerechtelijke instantie te verschijnen om een getuigenverklaring af te leggen of documenten te overleggen. Indien een getuige naar behoren is gedagvaard en niet ter zitting verschijnt, kan de gerechtelijke instantie gelasten om de getuige onder arrest naar een op een andere datum te houden zitting te brengen.

1.6 Schriftelijke procedure

De vordering en het antwoord worden schriftelijk ingediend. Bewijsmateriaal kan bestaan uit documenten. Het is echter verplicht om op het door de gerechtelijke instantie vastgestelde tijdstip voor de rechtbank te verschijnen.

1.7 Inhoud van het vonnis

De arbiter noemt in zijn of haar beslissing de belangrijkste gegevens waarop hij of zij de beslissing baseert. In deze beslissing maakt hij ook gewag van zijn beslissing omtrent de kosten.

1.8 Vergoeding van de kosten

In elk vonnis bepaalt de arbiter de kosten die door elke partij moeten worden gedragen. Tenzij speciale omstandigheden een andersluidend besluit rechtvaardigen, dient de verliezende partij de kosten te betalen van de partij in wier voordeel de uitspraak is gedaan. De kosten moeten worden beperkt tot de daadwerkelijke uitgaven die rechtstreeks in verband met de zaak zijn gedaan door de partij in wier voordeel de betaling van de kosten is uitgevallen. In geval van een lichtzinnige of vexatoire vordering kan de rechtbank de verzoeker gelasten een boete aan de verweerder te betalen van ten hoogste 232,94 euro, welke boete is verschuldigd als civielrechtelijke schuld.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Een beroep tegen een vonnis van de gerechtelijke instantie moet binnen achttien dagen vanaf de datum van het door de arbiter gegeven vonnis worden ingesteld bij de griffie van de rechtbank door middel van een verzoekschrift aan het hof van beroep in zijn lagere bevoegdheid.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 22/03/2017

Geringe vorderingen - Nederland


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

De dagvaardingsprocedure bij de sector kanton van de rechtbank is de gebruikelijke procedure voor geringe vorderingen. Dit is een gewone dagvaardingsprocedure, met procedurele vereenvoudigingen. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat geen afzonderlijke regelgeving voor het procederen bij de kantonrechter.

In grensoverschrijdende zaken binnen de EU kan tevens gebruik worden gemaakt van de Europese procedure voor geringe vorderingen.

Het Nederlandse recht kent een Uitvoeringswet Verordening Europese procedure voor geringe vorderingen (Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De kantonrechter neemt kennis van:

  • zaken betreffende  vorderingen  tot maximaal € 25.000,--
  • zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien aannemelijk is dat de waarde niet hoger is dan € 25.000,--

Daarnaast beslist de kantonrechter in arbeidsrechtzaken, huurzaken, agentuurzaken, zaken betreffende huurkoop en consumentenkoopovereenkomst, beroep tegen verkeersboetes en overtredingen.

Zaken betreffende Europese geringe vorderingen worden ook behandeld door de kantonrechter. De drempelwaarde voor de Europese procedure voor geringe vorderingen is door de verordening vastgesteld op maximaal € 2.000,--

1.2 Toepassing van de procedure

Een bijzondere procedure voor de kantonrechter bestaat niet. In beginsel geldt de regeling van de dagvaardingsprocedure zowel voor de rechtbank als voor de sector kanton. Een belangrijk verschil is dat in kantonzaken partijen zelf de procedure kunnen voeren, terwijl in andere zaken (die bij de rechtbank dienen) partijen zich moeten laten vertegenwoordigen door een advocaat. Zie verder vraag 1.4. Daarnaast worden in de sector kanton de zaken behandeld door een enkelvoudige kamer, dat wil zeggen door één (1) rechter.

Op de Europese geringe vordering zijn de regels inzake de verzoekschriftprocedure van toepassing.

1.3 Formulieren

De procedure bij de kantonrechter wordt meestal ingeleid met een dagvaarding. De procedure die met een dagvaarding begint, is voor alle colleges (de rechtbank en sector kanton) gelijk. De belangrijkste vermelding in de dagvaarding zijn de eis (de vordering zelf) en de gronden (feiten en rechten waarop de eis is gebaseerd) daarvoor.

Enige bijzonderheden voor de kantonprocedure zijn:

  1. de gedaagde wordt gedaagd voor rechtbank A, maar om te verschijnen voor de kantonrechter die zitting heeft in de hoofdplaats A of in een opgegeven nevenvestigingsplaats van die rechtbank A.
  2. als eiser bij gemachtigde procedeert, moet de naam en de woonplaats van de gemachtigde in de dagvaarding worden vermeld

Een vordering in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt aanhangig gemaakt met formulier A. Dit formulier is te vinden op het Europees e-justice portaal.

Het verzoek moet worden ingediend bij het gerecht dat voor de behandeling bevoegd is. Het gerecht moet bevoegd zijn overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 44/2001, betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

1.4 Rechtsbijstand

In zaken voor de kantonrechter kunnen partijen in persoon procederen. Hier geldt dus niet de verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Bijstand door een gemachtigde, die geen advocaat hoeft te zijn, is ook toegestaan. Zie verder voor de vergoeding van kosten van rechtsbijstand voor een advocaat ook vraag 1.8.

Ook in de Europese procedure zijn de partijen niet verplicht zich door een advocaat of een andere rechtsbijstandverlener te laten vertegenwoordigen.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De gebruikelijke regels van het bewijsrecht zijn van toepassing. Naar Nederlands bewijsrecht is de rechter in beginsel vrij in de waardering van de bewijsmiddelen. Zie ook Zie “Verkrijging van bewijs en bewijsvoering”. De eerdergenoemde verordening (EG) nr. 861/2007 regelt in artikel 9 de bewijsverkrijging in de Europese procedure.

1.6 Schriftelijke procedure

Er is een Landelijk Procesreglement voor de civiele rol van de kantonsectoren. Schriftelijke stukken kunnen worden ingediend bij de griffie van de rechtbank (persoonlijk, post, fax) vóór de roldatum, maar ook ter zitting. Conclusies en akten kunnen in de procedure bij de sector kanton mondeling worden genomen. De Europese procedure is een schriftelijke procedure, waarbij indien de rechter dit nodig acht of indien een partij daarom verzoekt een mondelinge behandeling kan worden gehouden.

1.7 Inhoud van het vonnis

Het vonnis moet inhouden:

  • namen en woonplaats van de partijen en van hun gemachtigden of advocaten;
  • het verloop van de procedure;
  • de slotsom van de dagvaarding en de conclusies van partijen;
  • de gronden van de beslissing met vermelding van de feiten en de overwegingen van de rechter;
  • de uiteindelijke beslissing van de rechter;
  • de naam van de rechter en
  • de dag van de uitspraak.

Het vonnis wordt door de rechter ondertekend.

1.8 Vergoeding van de kosten

Wanneer een zaak bij de kantonrechter aanhangig wordt kan dat de volgende kosten met zich meebrengen; griffierecht, kostenveroordeling en kosten voor rechtsbijstand.

Griffierecht is verschuldigd bij het aanhangig maken van een zaak. De hoogte daarvan is afhankelijk van het geschil. In de praktijk zal uw advocaat dit bedrag voorschieten en u vervolgens in rekening brengen. De rechter kan de partij die in het ongelijk is gesteld veroordelen tot het betalen van de kosten van de tegenpartij. Als geen van beide partijen volledig gelijk heeft gekregen, betaalt ieder zijn eigen kosten. Onder kostenveroordeling kunnen ook kosten voor rechtsbijstand vallen, maar ook de kosten van getuigen, deskundigen, reis- en verblijfskosten, kosten van uittreksels en verdere buitengerechtelijke kosten (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/).

De Nederlandse wetgeving biedt minder draagkrachtigen soms de mogelijkheid een bijdrage in de kosten van rechtsbijstand te verkrijgen. Niet voor alle kantonzaken is gesubsidieerde rechtsbijstand mogelijk. Indien gesubsidieerde rechtsbijstand wel mogelijk is, betaalt de rechtzoekende afhankelijk van zijn financiële situatie ook een eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand wordt door de advocaat aangevraagd bij de Raad voor rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Wet op de Rechtsbijstand. Deze wet bevat in hoofdstuk III A. de regeling met betrekking tot de verlening van rechtsbijstand in grensoverschrijdende geschillen binnen de EU. Deze regeling geeft uitvoering aan de Europese Richtlijn van 27 januari 2003 tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rvr.org./).

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Hoger beroep van uitspraken van de sector kanton van de rechtbank, kan worden ingesteld bij het gerechtshof. Hoger beroep is alleen mogelijk als de vordering hoger is dan € 1.750,-- Hoger beroep kan binnen 3 maanden na de uitspraak van de rechter worden ingesteld. In de Europese procedure voor geringe vorderingen staat geen hoger beroep open tegen een beslissing van de kantonrechter.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/01/2019

Geringe vorderingen - Oostenrijk

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Het Oostenrijkse recht kent geen procedure voor geringe vorderingen in de eigenlijke zin. Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (ZivilprozessordnungZPO) voorziet slechts in een vereenvoudigde procedure voor bepaalde zaken die bij de Bezirksgerichte aanhangig worden gemaakt. In de regel zijn er alleen bijzondere procedureregels of een vereenvoudigde procedure voor zuiver financiële geschillen die onder de bevoegdheid van de Bezirksgerichte vallen (geldvorderingen tot 15 000 EUR, een bedrag dat op 1 januari 2015 wordt verhoogd tot 20 000 EUR en op 1 januari 2016 tot 25 000 EUR). Een uitzondering vormen arbeids- en socialezekerheidsrechtelijke zaken, waarvoor ongeacht de hoogte van het financieel belang bepaalde procedurele vereenvoudigingen bestaan.

Deze vereenvoudigingen gelden in de regel alleen voor geringe vorderingen van maximaal 1 000 EUR (zie punt 1.5) of 2 700 EUR (zie punt 1.9).

1.2 Toepassing van de procedure

De specifieke regels voor geringe vorderingen waarin het procesrecht voorziet, hebben een dwingend karakter. De partijen kunnen er bijgevolg niet van afwijken.

Dus noch de rechter noch de partijen kunnen de vordering naar een 'gewone' procedure overhevelen.

1.3 Formulieren

Omdat Oostenrijk geen procedure voor geringe vorderingen kent, bestaan er ook geen speciale formulieren voor dergelijke vorderingen.

1.4 Rechtsbijstand

Bij geschillen over vorderingen van 5 000 EUR of minder hoeft men zich in Oostenrijk niet door een advocaat te laten bijstaan. De rechter moet partijen die niet door een advocaat worden bijgestaan, ondersteuning verlenen, wat betekent dat hij hen moet instrueren over hun rechten en plichten in de procedure en over de rechtsgevolgen van hun handelen en nalaten. Partijen kunnen hun vordering ook mondeling bij het bevoegde Bezirksgericht of dat van hun woonplaats in een proces-verbaal laten opnemen. Indien het verzoekschrift van een partij die niet door een advocaat wordt bijgestaan, niet aan de eisen voldoet, moet de rechter die partij een passende toelichting en advies geven. De onpartijdigheid van de rechter mag daardoor niet worden beperkt.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Bij vorderingen van 1 000 EUR of minder kan de rechter voorbij gaan aan het door de partij aangeboden bewijs indien de volledige opheldering van alle relevante feiten onevenredige moeilijkheden met zich meebrengt. Ook in dat geval moet de rechter echter te goeder trouw en zonder willekeur beslissen op basis van de resultaten van de procedure als geheel. Die beslissing is appellabel.

1.6 Schriftelijke procedure

Een volledig schriftelijke procedure is volgens het Oostenrijkse recht niet toegestaan. Omdat in Oostenrijk geen beperkingen worden gesteld aan het bewijs, zijn ook schriftelijke getuigenverklaringen toegestaan. De getuigenverklaring wordt dan echter niet als getuigenbewijs maar als schriftelijk bewijs gewaardeerd.

1.7 Inhoud van het vonnis

Ingevolge het wetboek van burgerlijke rechtsvordering worden minder strenge eisen gesteld aan de schriftelijke bekendmaking van een rechterlijke beslissing wanneer die beslissing eerst mondeling is gegeven. Dit geldt onafhankelijk van het financieel belang van de zaak. Wanneer een beslissing in aanwezigheid van de partijen mondeling bekend is gemaakt en geen van de partijen binnen de daarvoor gestelde termijn beroep tegen de beslissing heeft aangetekend, kan de rechter een zogenoemd "verkort afschrift van de beslissing" afgeven, dat zich beperkt tot de hoofdoverwegingen die aan de beslissing ten grondslag liggen.

1.8 Vergoeding van de kosten

Volgens het Oostenrijkse recht is de vergoeding die partijen in civiele zaken ontvangen in het algemeen afhankelijk van de mate waarin ze in het gelijk zijn gesteld. Zowel de griffierechten als het honorarium van de advocaat zijn rechtstreeks gerelateerd aan het financieel belang van de zaak. Hoe kleiner het financieel belang hoe lager in de regel de griffierechten en het honorarium van de advocaat zullen zijn. Aangezien deze kosten in wet- en regelgeving als tarieven zijn vastgelegd, kan de kostenbelasting bij geringe vorderingen laag worden gehouden. Er zijn echter geen speciale kostenregelingen voor dergelijke vorderingen.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Bij geringe vorderingen stelt het Oostenrijkse recht beperkingen aan de beschikbare rechtsmiddelen. Tot 2 700 EUR is het instellen van beroep alleen mogelijk wegens schending van het recht of wegens zeer ernstige procedurele fouten die grond voor nietigverklaring kunnen zijn. Andere procedurele fouten vormen geen geldige beroepsgrond. Ook de feiten die de rechter in eerste aanleg heeft vastgesteld en zijn waardering van het bewijs kunnen niet in hoger beroep worden aangevochten. Voor het overige gelden de voorschriften voor de gewone procedure.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 02/06/2018

Geringe vorderingen - Portugal

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Portugees) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Er is inderdaad een speciale, vereenvoudigde procedure voor de in dit informatieblad bedoelde zaken.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De speciale procedure om af te dwingen dat wordt voldaan aan geldelijke verplichtingen met een lage waarde of voortvloeiend uit commerciële transacties, is van toepassing op zaken die betrekking hebben op bedragen van maximaal 15 000 EUR.

1.2 Toepassing van de procedure

Deze procedure is slechts facultatief.

1.3 Formulieren

Er zijn in de Portugese wetgeving geen formulieren vastgesteld voor dergelijke rechtsvorderingen.

1.4 Rechtsbijstand

De regeling voor rechtsbijstand geldt voor alle rechtbanken en voor alle soorten zaken.

In zaken waarin het gaat om bedragen van 5 000 EUR of minder worden de getuigen ondervraagd door de rechter indien de partijen geen vertegenwoordiger hebben aangesteld of de vertegenwoordiger niet aanwezig is op de hoorzitting tijdens welke de zaak wordt behandeld en uitspraak wordt gedaan.

1.5 Regels betreffende het bewijs

De regels voor de bewijsverkrijging in deze procedure zijn minder strikt en soepeler dan die in gewone procedures.

Het doel om de procedure minder veeleisend en flexibeler te maken, komt tot uitdrukking in de volgende regels:

a)      het bewijs wordt gepresenteerd tijdens een hoorzitting. Indien het bedrag in kwestie lager is dan 5 000 EUR mogen de partijen slechts drie getuigen oproepen; in andere gevallen mogen zij vijf getuigen oproepen. Ze mogen echter niet meer dan drie getuigen oproepen voor elk van de feiten die zij willen aantonen, met uitzondering van de getuigen die verklaard hebben niets te weten;

b)      de hoorzitting wordt binnen dertig dagen gehouden en indien het bedrag waarover de zaak in kwestie gaat lager is dan 5 000 EUR is het niet nodig een datum te plannen met de instemming van de eventueel aangestelde vertegenwoordiger;

c)      wanneer een van beide partijen afwezig is, ook als er daarvoor gegronde redenen zijn, is dat geen reden tot schorsing; de afwezigheid van een vertegenwoordiger, ook als er daarvoor gegronde redenen zijn, is evenmin een reden tot schorsing mits het bedrag in kwestie lager is dan het in het vorige punt genoemde bedrag;

d)     indien het bedrag hoger is dan dat bedrag en de zaak wordt geschorst, moet de hoorzitting worden gehouden binnen een termijn van dertig dagen. Een tweede schorsing is niet toegestaan;

e)      indien de rechter van mening is dat nader onderzoek nodig is om tot een correct besluit te komen, stelt hij de hoorzitting uit op het volgens hem het meest geschikte moment en stelt hij onmiddellijk een datum voor dit nadere onderzoek vast. Het proces moet binnen dertig dagen zijn afgerond;

f)       deskundigenbewijs wordt altijd geleverd door één enkele deskundige;

g)      wanneer de bewijsvoering is voltooid, kan elke vertegenwoordiger een korte verklaring afleggen.

1.6 Schriftelijke procedure

Net als bij de andere procedures, gaat het om een mondelinge procedure.

1.7 Inhoud van het vonnis

De regels voor de inhoud van het vonnis zijn flexibeler, aangezien de motivering altijd beknopt moet zijn, met andere woorden: kort en ter zake.

Bovendien is de rechter niet verplicht het vonnis uit te schrijven, maar kan hij het rechtstreeks dicteren ten behoeve van het dossier.

De rechterlijke beslissing in zaken waarin de persoonlijk gedagvaarde verweerder de vordering niet betwist, heeft ook een veel eenvoudigere structuur, omdat de enige handeling van de rechter, die de rechtskracht van een rechterlijke beslissing heeft, bestaat uit het afgeven van een uitvoerbaarverklaring bij het verzoekschrift, tenzij er duidelijk sprake is van een dilatoire exceptie of indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Dilatoire excepties (procedurefouten die de rechter belangrijk genoeg acht om het verzoek niet te beoordelen en de verweerder vrij te spreken) en het afwijzen van de vordering van de eiser als kennelijk niet-ontvankelijk, zijn alleen mogelijk wanneer het bewijs daarvoor overduidelijk is.

1.8 Vergoeding van de kosten

Er zijn geen beperkingen.

Uiterlijk vijf dagen na de uitspraak sturen partijen die recht hebben op vergoeding van de kosten de desbetreffende toelichting naar de rechtbank, ter attentie van de verliezende partij.

De toelichting moet de volgende informatie bevatten:

a)      naam van de partij, zaaknummer en naam van de vertegenwoordiger of de gerechtsdeurwaarder;

b)      in een aparte rubriek: de door de partij betaalde gerechtelijke kosten;

c)      in een aparte rubriek: de door de partij betaalde onkosten;

d)     in een aparte rubriek: de bedragen die zijn betaald voor vertegenwoordigers, behalve wanneer de betreffende bedragen hoger zijn dan 50 % van de totale gerechtelijke kosten die door de verliezende en de winnende partij zijn betaald;

e)      indicatie van het te ontvangen bedrag.

Kosten worden rechtstreeks door de verliezende partij betaald aan de partij aan wie de kosten verschuldigd zijn, behoudens in de gevallen bedoeld in De link wordt in een nieuw venster geopend. artikel 540 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

De verliezende partij wordt gelast, conform het bepaalde in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, de volgende bedragen als kosten te betalen:

a)      bedragen die door de winnende partij zijn betaald in verband met gerechtelijke kosten, in verhouding tot de winst;

b)      de bedragen die door de winnende partij zijn betaald voor onkosten;

c)      50 % van de in totaal door de verliezende en de winnende partij betaalde gerechtelijke kosten, ter compensatie van de winnende partij voor onkosten in verband met vertegenwoordiging, mits de bovengenoemde toelichting is overgelegd.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Er gelden geen specifieke regels voor het instellen van beroep en er zijn dan ook geen uitzonderingen of specifieke beperkingen verbonden aan de mogelijkheid om beroep in te stellen, en bij de beoordeling van het al dan niet ontvankelijk zijn van een beroep worden de algemene bepalingen toegepast.

Related links

Voor meer informatie kunt u terecht op de volgende websites:


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/01/2019

Geringe vorderingen - Roemenië


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

De artikelen 1025 t/m 1032 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat op 15 februari 2013 in werking is getreden, bevatten een nieuwe regeling voor de procedure voor geringe vorderingen.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

In artikel 1025 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt bepaald dat de waarde van de vordering, exclusief rente, kosten en andere bijkomende inkomsten, op de datum waarop de vordering wordt ingesteld niet meer dan 10 000 RON mag bedragen.

Wat betreft de werkingssfeer (ratione materiae) is de procedure voor geringe vorderingen niet van toepassing op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens omissies of handelingen bij de uitoefening van het staatsgezag. De procedure is evenmin van toepassing op zaken met betrekking tot: de staat en de bekwaamheid van natuurlijke personen; het huwelijksgoederenrecht, onderhoudsverplichtingen en testamenten en erfenissen; faillissement, surseance van betaling, procedures ter ontbinding van insolvente vennootschappen of andere rechtspersonen, gerechtelijke en faillissementsakkoorden en andere soortgelijke procedures; sociale zekerheid; arbeidsrecht; huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken, met uitzondering van vorderingen van geldelijke aard; arbitrage, of inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en op de persoonlijkheidsrechten.

1.2 Toepassing van de procedure

In het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de procedure voor geringe vorderingen een alternatieve procedure. De eiser kan kiezen tussen de procedure voor geringe vorderingen en de gemeenrechtelijke procedure. Als hij een vordering bij de rechtbank indient, wordt deze behandeld volgens de gemeenrechtelijke procedure, behalve wanneer de eiser uiterlijk bij de eerste hoorzitting expliciet om toepassing van de speciale procedure verzoekt. Wanneer de vordering niet volgens de bepalingen van de procedure voor geringe vorderingen kan worden behandeld, stelt het gerecht de eiser hiervan in kennis. Als de eiser zijn vordering niet intrekt, wordt deze behandeld volgens het gemeen recht. De behandeling van de vordering in eerste aanleg valt onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank (judecătorie). De territoriale bevoegdheid wordt bepaald op grond van het gemeen recht.

1.3 Formulieren

Er bestaan verplichte standaardformulieren voor de procedure voor geringe vorderingen, die zijn vastgesteld in beschikking nr. 359/C van het ministerie van Justitie van 29 januari 2013 betreffende de goedkeuring van formulieren die worden gebruikt in het kader van de procedure voor geringe vorderingen, zoals bepaald in de artikelen 1025 t/m 1032 van wet nr. 134/210 betreffende het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vastgestelde standaardformulieren zijn: het vorderingsformulier, het formulier waarmee het vorderingsformulier wordt aangevuld en/of gecorrigeerd en het antwoordformulier.

1.4 Rechtsbijstand

Binnen de grenzen van de actieve rol die de rechter uitoefent en dus niet op bijzondere wijze voor dit soort zaken.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Het gerecht kan het gebruik van andere bewijsstukken toestaan, los van de door de partijen ingediende stukken. Niettemin is het niet toegestaan bewijsstukken te gebruiken waarvan de administratie in verhouding tot waarde van de vordering of de tegenvordering onevenredige kosten met zich meebrengt.

1.6 Schriftelijke procedure

In de artikelen 1028 en volgende van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de eiser de procedure voor geringe vorderingen instelt door het vorderingsformulier in te vullen en voor te leggen of door te geven aan het bevoegde gerecht, via de post of ieder ander middel waarmee het formulier kan worden doorgestuurd en de ontvangst ervan kan worden bevestigd. Samen met het vorderingsformulier moeten er ook kopieën van de stukken worden voorgelegd of opgestuurd die de eiser overweegt te gebruiken. Als de door de eiser verstrekte informatie niet duidelijk genoeg is of inadequaat is, of als het vorderingsformulier niet juist is ingevuld, biedt het gerecht de eiser de mogelijkheid om het formulier aan te vullen of te corrigeren of om aanvullende informatie of stukken te verstrekken, met uitzondering van situaties waarin de vordering kennelijk ongegrond of niet ontvankelijk is. De vordering wordt afgewezen als zij kennelijk ongegrond of niet ontvankelijk is. Als de eiser het vorderingsformulier niet binnen de door het gerecht gestelde termijn invult of corrigeert, wordt de vordering nietig verklaard.

De procedure voor geringe vorderingen verloopt schriftelijk en wordt volledig in de raadkamer afgehandeld. Als het gerecht het noodzakelijk acht of op verzoek van een van de partijen kan het de partijen bevelen persoonlijk te verschijnen. Het gerecht kan een dergelijk verzoek afwijzen als het van oordeel is dat er gezien de omstandigheden van de zaak geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden. De afwijzing wordt schriftelijk gemotiveerd en kan niet afzonderlijk worden aangevochten.

Na ontvangst van het correct ingevulde vorderingsformulier stuurt het gerecht het antwoordformulier onverwijld naar de verweerder, vergezeld van een kopie van het vorderingsformulier en kopieën van de door de eiser ingediende stukken. Binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van de stukken legt de verweerder het ingevulde antwoordformulier voor of stuurt hij het op, tezamen met kopieën van de stukken die hij overweegt te gebruiken. De verweerder kan met elk ander gepast middel reageren, zonder het antwoordformulier te gebruiken. Het gerecht stuurt kopieën van het antwoord van de verweerder en eventueel de tegenvordering en de door de verweerder voorgelegde stukken onmiddellijk door aan de eiser. Als de verweerder een tegenvordering heeft opgesteld, legt de eiser binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving hiervan het correct ingevulde antwoordformulier voor, of antwoordt hij via elk ander middel. De tegenvordering die niet in deze procedure kan worden behandeld, wordt uit het dossier gehaald en behandeld op grond van het gemeen recht. Het gerecht kan de partijen verzoeken meer informatie te verstrekken, binnen een daartoe vastgestelde termijn van maximaal 30 dagen na ontvangst van het antwoord van de verweerder of de eiser. Wanneer het gerecht een termijn heeft vastgesteld voor de verschijning van de partijen, moeten zij worden gedagvaard. Telkens wanneer het gerecht een termijn vaststelt voor het verrichten van een proceshandeling, stelt het de belanghebbende partijen in kennis van de gevolgen van het niet in acht nemen van deze termijn.

Het gerecht wijst het vonnis binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van alle noodzakelijke informatie, of eventueel na de mondelinge behandeling. Indien de belanghebbende partij niet binnen de gestelde termijn reageert, doet het gerecht op basis van de dossierstukken uitspraak over de oorspronkelijke vordering of over de tegenvordering. Het vonnis in eerste aanleg is direct na de uitspraak voor tenuitvoerlegging vatbaar en wordt meegedeeld aan de partijen.

1.7 Inhoud van het vonnis

Nee

1.8 Vergoeding van de kosten

In artikel 1031 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de in het ongelijk gestelde partij op verzoek van de andere partij wordt veroordeeld tot betaling van de kosten. Het gerecht wijst de in het gelijk gestelde partij echter geen vergoeding toe voor kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

In artikel 1032 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank (judecătorie) enkel beroep kan worden aangetekend bij de rechtbank, binnen een termijn van 30 dagen na de mededeling ervan. Om naar behoren gerechtvaardigde redenen kan de rechterlijke beroepsinstantie de tenuitvoerlegging schorsen mits een borg wordt gesteld van 10 % van de betwiste waarde. De uitspraak van de beroepsinstantie wordt meegedeeld aan de partijen en is onherroepelijk.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 01/08/2017

Geringe vorderingen - Slovenië

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Sloveens) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

De Sloveense wetgeving bevat een specifieke procedure met betrekking tot geringe vorderingen, die is vastgelegd in hoofdstuk 30 van de wet betreffende het burgerlijk procesrecht (Zakon o pravdnem postopku, ZPP).

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Ingevolge de bepalingen van de ZPP is een geringe vordering een geschil waarin het bedrag dat wordt gevorderd, lager is dan 2 000 EUR. In handelsgeschillen is een geringe vordering een geschil waarin het bedrag dat wordt gevorderd, lager is dan 4 000 EUR. Geringe vorderingen omvatten ook geschillen waarin de vordering geen geldvordering is, waarbij de eiser in de vordering verklaart dat hij of zij bereid is een vervangende betaling te aanvaarden van ten hoogste 2 000 EUR (4 000 EUR bij handelsgeschillen), en geschillen waarin het voorwerp van de vordering de levering van roerende zaken betreft, waarbij het bedrag dat door de eiser in de vordering wordt genoemd ten hoogste 2 000 EUR is (4 000 EUR bij handelsgeschillen). Geringe vorderingen omvatten geen geschillen betreffende eigendom, geschillen betreffende auteursrechten, geschillen betreffende de bescherming of het gebruik van uitvindingen en handelsmerken of het recht een handelsnaam te gebruiken, en geschillen betreffende bescherming van mededinging of schending van eigendomsrechten.

1.2 Toepassing van de procedure

De werkingssfeer van de procedure wordt behandeld onder punt 1.1. Een procedure voor geringe vorderingen wordt behandeld door een plaatselijke rechtbank (okrajno sodišče), behalve in het geval van een handelsgeschil, waarover uitspraak wordt gedaan door een arrondissementsrechtbank (okrožno sodišče).

1.3 Formulieren

Er zijn alleen formulieren opgesteld voor procedures voor geringe vorderingen die door een partij worden geïnitieerd op basis van een authentieke akte. Een volledig ingevuld formulier kan op elektronische wijze worden ingediend via het volgende internetadres De link wordt in een nieuw venster geopend.https://evlozisce.sodisce.si/esodstvo/index.html. Dit betreft een procedure voor tenuitvoerlegging op basis van een authentieke akte die, naar aanleiding van het indienen van een voldoende gestaafde klacht, verder wordt behandeld als een bezwaar tegen een betalingsbevel. Behalve dit formulier zijn er geen andere formulieren voor het inleiden van een procedure betreffende geringe vorderingen.

Voor uitgebreidere informatie over de mogelijkheden met betrekking tot het op elektronische wijze indienen van verzoekschriften, raadpleegt u 'Automatische verwerking'.

1.4 Rechtsbijstand

Partijen kunnen een verzoek voor rechtsbijstand indienen. Zij ontvangen deze bijstand alleen als wordt voldaan aan de voorwaarden van de wet betreffende kosteloze rechtsbijstand (Zakon o brezplačni pravni pomoči, ZBPP).

1.5 Regels betreffende het bewijs

In zijn verzoek tot inleiding van de procedure voor geringe vorderingen vermeldt de eiser alle feiten en voert hij alle bewijs aan, terwijl de verweerder dat doet in zijn verweerschrift. Elke partij kan vervolgens één voorbereidende memorie indienen. Feiten en bewijzen die op een later moment in schriftelijke memories worden ingediend, worden genegeerd. De termijn voor het indienen van een verweerschrift en een voorbereidende memorie is acht dagen.

1.6 Schriftelijke procedure

De procedure voor geringe vorderingen wordt gevoerd op basis van stukken. De rechtbank kan de tijd en de omvang van de procedure voor de aanvaarding van bewijs beperken en die procedure naar eigen inzicht uitvoeren teneinde te komen tot een balans tussen een adequate bescherming van de rechten van partijen en de doelstelling om de procedures te versnellen en goedkoper te maken.

1.7 Inhoud van het vonnis

Een vonnis in een procedure voor een geringe vordering wordt direct na het einde van de hoofdzitting uitgesproken. Het schriftelijke vonnis bevat een inleiding, een dictum, een motivering en een nota van wettelijk rechten. De motivering bevat enkel een korte beschrijving van de feiten en een verwijzing naar de bepalingen van het materiële en procedurele recht waarop de beslissing is gebaseerd. Met betrekking tot geringe handelsvorderingen bevat het verklarende onderdeel van het vonnis slechts een verwijzing naar de vorderingen en naar de feiten waarop de vordering van partijen is gebaseerd, een nota van wettelijke rechten en een nota over het recht op beroep, en de vermelding dat het vonnis zal worden opgesteld met een dictum als een partij aankondigt beroep te zullen instellen.

1.8 Vergoeding van de kosten

Bij de bepaling van de kosten wordt rekening gehouden met het resultaat van de procedure. Dat wil zeggen dat de in het ongelijk gestelde partij de kosten van de andere partij moet vergoeden.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Partijen kunnen binnen acht dagen beroep instellen tegen een uitspraak in eerste aanleg of tegen een besluit waarmee een geringe vordering wordt afgesloten. Een uitspraak en een beslissing kunnen alleen worden aangevochten op basis van een ernstige schending van de regels van het burgerlijk procesrecht waarnaar wordt verwezen in artikel 339, lid 2, van de ZPP en op basis van een schending van materieel recht. In procedures voor geringe handelsvorderingen kan alleen de partij die heeft aangekondigd dat zij van plan is beroep in te stellen, beroep aantekenen tegen een uitspraak. In procedures voor geringe vorderingen vinden geen herzieningen plaats en de redenen voor de herziening van een procedure zijn beperkt.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.dz-rs.si/wps/portal/Home/deloDZ/zakonodaja/preciscenaBesedilaZakonov

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.sodisce.si/

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.uradni-list.si/glasilo-uradni-list-rs

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.pisrs.si/Pis.web/


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/12/2016

Geringe vorderingen - Slowakije


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Er bestaat geen specifieke procedure voor geringe vorderingen, die vallen onder de algemene bepalingen inzake burgerrechtelijke procedures. Er wordt geen hoorzitting gehouden voor vorderingen van 2 000 EUR of minder; voor dergelijke vorderingen volstaat een eenvoudige beoordeling.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De procedure wordt geregeld door de algemene bepalingen inzake burgerrechtelijke procedures.

1.2 Toepassing van de procedure

De procedure wordt ingeleid door een verzoek, conform de gebruikelijke procedure voor alle verzoeken tot inleiding van een procedure.

1.3 Formulieren

Er zijn geen specifieke formulieren.

1.4 Rechtsbijstand

De partijen ontvangen bijstand in overeenstemming met de algemene verplichting van gerechten om de partijen te allen tijde te adviseren over hun procedurele rechten en verplichtingen en over de mogelijkheid om te kiezen voor een advocaat of contact op te nemen met het centrum voor rechtsbijstand (Centrum právnej pomoci).

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.centrumpravnejpomoci.sk/

1.5 Regels betreffende het bewijs

De procedure valt onder de algemene bepalingen inzake burgerrechtelijke procedures.

1.6 Schriftelijke procedure

Dat is doorgaans dezelfde regeling als voor andere burgerrechtelijke procedures.

1.7 Inhoud van het vonnis

Dat is doorgaans dezelfde regeling als voor andere burgerrechtelijke procedures.

1.8 Vergoeding van de kosten

Dat is doorgaans dezelfde regeling als voor andere burgerrechtelijke procedures.

Het gerecht gelast dat de proceskosten van een partij worden vergoed, afhankelijk van de mate waarin die partij in het gelijk wordt gesteld. Indien de partij slechts gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, gelast het gerecht dat de proceskosten pro rata worden vergoed of veroordeelt het geen van de partijen in de proceskosten. Indien een partij procedureel verantwoordelijk is voor de stopzetting van de procedure, gelast het gerecht de vergoeding van de proceskosten van de andere partij. Indien een partij verantwoordelijk is voor proceskosten die anders niet zouden zijn gemaakt, gelast het gerecht de vergoeding van deze kosten. In uitzonderlijke omstandigheden en om redenen die bijzondere aandacht verdienen, kan het gerecht beslissen de proceskosten niet te vergoeden.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Een partij heeft de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen een rechterlijke beslissing op de manier die gebruikelijk is in burgerrechtelijke procedures. Beroep kan worden ingesteld bij het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gegeven, binnen 15 dagen na de betekening van die beslissing.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 08/04/2019

Geringe vorderingen - Finland


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

De huidige wetgeving van Finland bevat geen procedurele voorschriften die afhankelijk zijn van de geldwaarde van de vordering van de eiser. Op basis van de aard van de zaak kan echter een passende procedurele vorm worden vastgesteld. Een zaak zal alleen alle verschillende fasen van de wettelijke procedure doorlopen als daarvoor voldoende gronden zijn en de belanghebbende partijen dat willen. Zo kan een zaak bijvoorbeeld worden behandeld door een alleensprekend rechter, zonder voorbereidende mondelinge zitting, of door middel van een volledig schriftelijke procedure. Niet-contentieuze civiele zaken hebben hun eigen specifieke procedure. Niet-betwiste vorderingen worden verwerkt via de hierboven beschreven eenvoudige procedure (zie "Procedures voor betalingsbevelen – Finland" en "Geautomatiseerde verwerking – Finland").

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Zoals hierboven is opgemerkt, is de geldwaarde van de vordering irrelevant. De vorm van de procedure is afhankelijk van de kwalitatieve inhoud van de zaak.

1.2 Toepassing van de procedure

Procedures in civiele zaken worden ingeleid door een aan een districtsrechtbank (käräjäoikeus) gericht schriftelijk verzoek om een dagvaarding. Niet-betwiste vorderingen kunnen ook worden ingediend door middel van een elektronisch verzoek (zie "Procedures voor betalingsbevelen – Finland").

1.3 Formulieren

Op nationaal niveau bestaan er geen specifieke formulieren om kennis te geven van een voornemen om beroep in te stellen tegen een beslissing van een districtsrechtbank. Bepaalde districtsrechtbanken hebben formulieren voor specifieke soorten correspondentie ontworpen; dit zijn meestal aanvraag- of antwoordformulieren. Het is niet verplicht om formulieren te gebruiken.

Niet-betwiste vorderingen kunnen worden ingediend met behulp van een elektronisch aanvraagformulier (zie "Procedures voor betalingsbevelen – Finland").

1.4 Rechtsbijstand

De griffie van de rechtbank verstrekt indien nodig procedureel advies.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Als de vordering niet wordt betwist, hoeft er geen bewijs te worden aangedragen. In volledig schriftelijke procedures zal alleen schriftelijk bewijs worden onderzocht. Er zijn geen bepalingen die inhouden dat er specifieke voorschriften van toepassing zijn op de bewijsverkrijging in zaken betreffende kleine vorderingen.

1.6 Schriftelijke procedure

Een zaak kan worden beslecht zonder dat er een mondelinge zitting wordt gehouden, zuiver op basis van schriftelijk bewijs. Niet-contentieuze zaken worden altijd op deze manier beslecht. Betwiste vorderingen kunnen worden beslecht op basis van alleen schriftelijk bewijs als de aard van de zaak zodanig is dat er geen hoofdzitting nodig is en geen van de belanghebbende partijen bezwaar heeft tegen het gebruik van een schriftelijke procedure.

1.7 Inhoud van het vonnis

Er zijn geen specifieke bepalingen inzake de inhoud van vonnissen in zaken betreffende kleine vorderingen.

1.8 Vergoeding van de kosten

In de regel zal de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van alle redelijke juridische kosten die de tegenpartij heeft moeten maken bij het zetten van de noodzakelijke stappen. Wel zijn er plafonds vastgesteld voor het bedrag aan te vergoeden kosten in zaken betreffende niet-betwiste vorderingen en in huurzaken. In deze gevallen kan het maximumbedrag aan kosten dat een in het ongelijk gestelde verweerder aan de eiser moet betalen worden vastgesteld op basis van een voor dat doel opgestelde kostentabel.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

De aard van de zaak is niet van invloed op het recht om beroep in te stellen. De beroepsprocedure is voor alle zaken identiek. Van het voornemen om beroep tegen de beslissing van de districtsrechtbank in te stellen moet binnen een bepaalde termijn kennis worden gegeven, en beroepen worden behandeld door hoven van beroep (hovioikeus).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 08/02/2018

Geringe vorderingen - Zweden


1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Ja, er bestaat een speciale procedure voor geschillen over vorderingen met een geringe waarde.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De speciale procedure voor geschillen over vorderingen met een geringe waarde wordt door de gewone rechtbank van eerste aanleg (de arrondissementsrechtbank; “tingsrätt”) gevolgd wanneer de vordering van de eiser onder een bepaalde drempelwaarde ligt. Deze drempelwaarde bedraagt momenteel (per 2013) 22 500 SEK. De drempelwaarde is niet wettelijk vastgelegd, maar is gekoppeld aan een zogeheten prijsbasiswaarde. Dit houdt in dat de drempelwaarde wordt berekend aan de hand van de inflatie.

1.2 Toepassing van de procedure

De mogelijkheid om deze procedure te gebruiken is niet beperkt tot bepaalde typen zaken, zoals civielrechtelijke consumentenzaken. De toepasselijke criteria zijn dat het om een civiele procedure moet gaan en dat de waarde van het geschil onder de drempelwaarde moet liggen. De procedure kan niet worden gebruikt in familierechtelijke zaken.

1.3 Formulieren

Er is geen standaardformulier om de procedure voor geschillen met een geringe waarde te initiëren. Wel is er een formulier waarmee een verzoek tot dagvaarding kan worden ingediend, dat kan worden gebruikt ongeacht het bedrag van de vordering. Het formulier is te vinden op de website van de Zweedse nationale instantie voor de organisatie van de rechtbanken (“Domstolsverket”) (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.domstol.se/) in het De link wordt in een nieuw venster geopend.Zweeds en het De link wordt in een nieuw venster geopend.Engels.

1.4 Rechtsbijstand

Bij het aanhangig maken van een procedure bij een arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) kunt u hulp krijgen. De staat heeft een algemene, wettelijke dienstverleningsverplichting. Deze dienstverleningsverplichting houdt in dat u bijvoorbeeld een arrondissementsrechtbank kunt bellen of bezoeken om algemeen advies te krijgen over de procedure en de procedureregels. Daarnaast is de president van de rechtbank verplicht om er tijdens de voorbereiding van de zaak, al naar gelang de aard ervan, op toe te zien dat de betwiste punten worden opgehelderd en dat de partijen alle feiten naar voren brengen die zij willen aanvoeren. In de praktijk voldoet de rechter aan deze verplichting door aanvullende vragen te stellen en aanwijzingen te geven.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Er zijn geen bijzondere bewijsregels voor zaken over geschillen met een geringe waarde. Met andere woorden, er kan zowel mondeling als schriftelijk bewijs worden aangedragen. Schriftelijke getuigenverklaringen worden alleen onder bepaalde bijzondere omstandigheden toegelaten. Meer informatie over de regels voor het verkrijgen van bewijs volgens het Zweedse recht zijn te vinden op.

1.6 Schriftelijke procedure

De rechter kan uitspraak doen op grond van enkel een schriftelijke behandeling. Deze mogelijkheid wordt benut in zaken waarin een mondelinge behandeling niet nodig is voor het onderzoek van de zaak en geen van beide partijen om mondelinge behandeling verzoekt.

1.7 Inhoud van het vonnis

Er zijn geen bijzondere regels voor de inhoud van het vonnis in zaken over geschillen met een geringe waarde. Het onderstaande is van toepassing op alle civiele zaken, met inbegrip van vonnissen in zaken over geschillen met een geringe waarde. De uitspraak van de rechter moet schriftelijk worden gedaan en moet de volgende informatie bevatten, in afzonderlijke paragrafen: de naam van de rechtbank en de datum en plaats van afgifte van het vonnis, de partijen en hun vertegenwoordigers of juridisch adviseur(s), het dictum van de uitspraak, de vorderingen en argumenten van de respectieve partijen en de omstandigheden waarop deze zijn gebaseerd, en de gronden van het vonnis, waaronder informatie over de bewezen feiten in de zaak.

1.8 Vergoeding van de kosten

De speciale kostenregeling is het belangrijkste bijzondere kenmerk van zaken over geschillen met een geringe waarde. De in het gelijk gestelde partij heeft alleen recht op vergoeding van de kosten van één uur juridisch advies, griffierechten, reis- en verblijfskosten, kosten voor het leveren van bewijs door getuigen en kosten van de vertaling van documenten. De vergoeding wordt toegekend voor redelijke kosten die voor de in het gelijk gestelde partij noodzakelijk waren om zijn of haar rechten te doen gelden. De kosten van vertegenwoordiging die het equivalent van een uurhonorarium overschrijden, worden dus niet vergoed.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Tegen een vonnis van een lagere rechtbank kan beroep worden ingesteld bij een hogere rechtbank.

Om bij het hof van beroep (“hovrätt”) beroep te kunnen instellen tegen een vonnis van de arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) is toestemming nodig. Deze toestemming kan alleen worden gegeven als behandeling van de zaak door een hogere rechtbank in het belang van de toepassing van het recht is, als er gronden zijn om de conclusie van de arrondissementsrechtbank te wijzigen of als er andere redelijke redenen zijn om het beroep in behandeling te nemen. Beroep tegen een vonnis van een arrondissementsrechtbank moet schriftelijk worden ingesteld en het beroepschrift moet binnen drie weken na de datum van uitspraak door de arrondissementsrechtbank zijn ontvangen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/11/2015