Geringe vorderingen - Hongarije

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Hongaars) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

Ja, er bestaat een procedure voor geringe vorderingen, zoals voorzien in wet III van 1952 betreffende het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

De procedure voor geringe vorderingen kan worden ingesteld in het kader van rechtsvorderingen die aanhangig zijn gemaakt naar aanleiding van een verweerschrift tegen een betalingsbevel voor een geldvordering van maximaal 1 miljoen HUF.

1.2 Toepassing van de procedure

De procedure wordt gevoerd bij districtsrechtbanken (járásbíróság).

1.3 Formulieren

Voor het indienen van een verzoek waarmee een procedure voor geringe vorderingen wordt ingesteld, bestaat geen speciaal formulier. Zo'n formulier is er wel voor betalingsbevelprocedures, die daaraan voorafgaan. Betalingsbevelprocedures vallen onder de bevoegdheid van notarissen. Het betreffende formulier is beschikbaar op de homepage van de Kamer van Notarissen en in notariskantoren.

1.4 Rechtsbijstand

Er is een voorziening voor rechtsbijstand. Om natuurlijke personen die op grond van hun inkomen en financiële situatie de proceskosten niet kunnen betalen toch in staat te stellen hun rechten te handhaven, worden zij op hun verzoek geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van deze kosten. Ingevolge de wet inzake heffingen hebben de partijen onder omstandigheden ook recht op een tegemoetkoming in de griffierechten (vrijstelling of uitstel van betaling), en weinig draagkrachtigen hebben krachtens de wet op de rechtsbijstand ook recht op toevoeging van een juridisch raadsman als dat nodig is voor een doeltreffende handhaving van hun rechten.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Bij een procedure die is ingeleid naar aanleiding van een verweerschrift tegen een betalingsbevel stelt het gerecht de gedaagde uiterlijk in de dagvaarding in kennis van de door de eiser aangevoerde feiten en bewijzen. Een partij moet haar bewijsmiddelen uiterlijk op de eerste dag van de zitting overleggen. Als uitzondering op deze regel kan een partij op elk moment in de procedure bewijs overleggen als de wederpartij hiermee instemt of als ze bij de bewijsvoering feiten of bewijzen aanvoert of zich beroept op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraken of bestuursrechtelijke beslissingen die, om redenen die niet aan haar zijn toe te rekenen, pas na het verstrijken van de termijn voor het indienen van bewijs bij haar bekend zijn geworden en zij dit voldoende kan staven.

Indien in het verzoekschrift wijzigingen worden aangebracht of een vordering in reconventie wordt ingediend, moet relevant bewijs worden overgelegd op het moment dat de wijzigingen worden aangebracht c.q. de vordering in reconventie wordt ingediend, terwijl in het geval van een verweerschrift tegen een vordering strekkende tot wederzijds te compenseren schuldvorderingen, bewijs in verband met die vordering gelijktijdig met het verweerschrift moet worden ingediend. Bewijsmiddelen die in strijd met deze bepalingen worden overgelegd, worden door het gerecht afgewezen. Voor het overige gelden de algemene bewijsregels.

1.6 Schriftelijke procedure

Er vindt ook een mondelinge behandeling plaats.

1.7 Inhoud van het vonnis

De inhoud van uitspraken wordt beheerst door de algemeen toepasselijke regels, ingevolge waarvan de partijen na het dictum moeten worden geïnformeerd over de onderdelen die in het beroepschrift moeten worden opgenomen en over de rechtsgevolgen van het ontbreken van die onderdelen.

1.8 Vergoeding van de kosten

De algemene regel is dat de verliezer betaalt.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Aan de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, zijn verscheidene beperkingen gesteld. De belangrijkste is dat beroep alleen mogelijk is bij een ernstige schending van de procesregels in eerste aanleg of bij een onjuiste toepassing van de wetgeving die ten grondslag ligt aan de beslissing in de hoofdzaak. Op het instellen van beroep en beroepstermijnen zijn de algemene regels van toepassing: het beroep moet binnen vijftien dagen na betekening van de uitspraak worden ingesteld bij het gerecht dat de uitspraak in eerste aanleg heeft gedaan en wordt behandeld door de bevoegde provinciale rechtbank (törvényszék).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/10/2017