Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Erfenissen - België

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE

 

Dit informatieblad is opgesteld in samenwerking met de De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad van notarissen van de Europese Unie (CNUE).

 

1 Hoe wordt de uiterste wilsbeschikking (testament, gemeenschappelijk testament, erfovereenkomst) opgesteld?

Het Belgisch recht onderscheidt in essentie drie vormen van testamenten: het testament bij openbare of notariële akte, het eigenhandig testament (geschreven, gedateerd en ondertekend door de erflater) en internationale testamenten.

Erflaters moeten in staat zijn om hun wensen op rechtsgeldige wijze en in vrijheid tot uitdrukking te brengen (artikelen 901 tot en met 904 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).

Overeenkomsten inzake erfopvolging zijn in beginsel, op bepaalde uitzonderingen na, verboden.

In een grensoverschrijdende situatie is een testament in beginsel rechtsgeldig in België als het in overeenstemming is met het recht van het land waar het is opgemaakt (“locus regit actum”) of met een van de andere in het Verdrag van Den Haag van 5 oktober 1961 genoemde wetten.

2 Moet de wilsbeschikking worden geregistreerd en, zo ja, hoe?

Een notaris ten overstaan van wie een (internationaal) testament is opgemaakt of bij wie een eigenhandig testament in bewaring is gegeven, is verplicht om dat testament in te schrijven in het centraal register van testamenten (CRT), dat wordt beheerd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat (Fédération Royale du Notariat belge). Die verplichting geldt niet voor bij een notaris gedeponeerde eigenhandige testamenten, die alleen in het CRT worden ingeschreven als de erflater dat wil.

3 Gelden er beperkingen voor de bevoegdheid om bij uiterste wil te beschikken (bv. een wettelijk erfdeel)?

In het Belgisch recht gaat een minimumdeel van de nalatenschap (voorbehouden erfdeel of legitieme portie) verplicht naar de overlevende echtgenoot, de kinderen en de vader en moeder van de overledene.

Wat de kinderen (of afstammelingen) betreft, bedraagt de legitieme portie de helft van de nalatenschap wanneer de overledene één kind nalaat, twee derde wanneer de overledene twee kinderen nalaat en drie kwart wanneer de overledene drie of meer kinderen nalaat.

Wanneer er geen afstammelingen zijn, hebben de vader en moeder van de overledene ieder recht op een kwart van de nalatenschap. In dat geval mogen de giften aan de langstlevende echtgenoot echter de gehele nalatenschap omvatten.

De overlevende echtgenoot verkrijgt altijd ten minste het vruchtgebruik van de helft van de goederen van de nalatenschap (het recht om deze gebruiken en de vruchten ervan te plukken) of van het onroerend goed dat als voornaamste woning diende en van het daarin aanwezige huisraad, zelfs wanneer deze goederen de helft van de nalatenschap overschrijden.

Wanneer de erflater in zijn testament bewust geen rekening heeft gehouden met de legitieme portie van een of meer erfgenamen en de erfgenamen samen besluiten om zijn wensen te respecteren, dan kan het testament worden uitgevoerd zoals opgesteld. Erfgenamen van wie het recht op de legitieme portie niet in acht is genomen en die voornemens zijn om deze op te eisen, kunnen echter een vordering tot inkorting (action en réduction) instellen.

4 Wie erft er en hoeveel, wanneer er geen uiterste wilsbeschikking is?

Wanneer de overledene niet getrouwd was en geen kinderen nalaat, worden de ascendenten en de bevoorrechte bloedverwanten in de zijlijn (broers en zusters) als eerste tot de nalatenschap geroepen. De vader en moeder verkrijgen ieder een kwart en de broers en zusters, of hun afstammelingen, voor zover van toepassing, het restant. Wanneer een van de ouders of beide zijn vooroverleden, gaat hun deel naar de broers en zusters. Als er noch ascendenten, noch broers of zusters, noch afstammelingen van broers of zusters zijn, gaat de helft van de nalatenschap naar de bloedverwanten van moederszijde en de helft naar de bloedverwanten van vaderszijde (oom, tante, neef, nicht, enz.).

Wanneer de overledene niet getrouwd was en kinderen nalaat, sluiten de kinderen alle overige familieleden uit. De kinderen verdelen de nalatenschap in volle eigendom en in gelijke delen onder elkaar. Wanneer een kind is vooroverleden (of de nalatenschap verwerpt of onwaardig is om te erven) en afstammelingen nalaat, dan erven deze in de plaats van het kind.

Wanneer de overledene een echtgenoot en kinderen nalaat, verkrijgt de overlevende echtgenoot het vruchtgebruik van alle goederen van de nalatenschap. De kinderen erven de blote eigendom voor gelijke delen.

Wanneer de overledene een echtgenoot nalaat, maar geen kinderen, dan wordt de overlevende echtgenoot de enige erfgenaam als de overledene geen ascendenten of bloedverwanten in de zijlijn tot en met de vierde graad heeft. Wanneer bedoelde bloedverwanten er wel zijn, verkrijgt de overlevende echtgenoot in beginsel het vruchtgebruik en de overige erfgenamen de blote eigendom. Het deel dat de overlevende echtgenoot in dat geval krijgt, hangt echter ook af van het huwelijksvermogensstelsel waaronder de echtgenoten getrouwd waren. Als de echtgenoten in gemeenschap van goederen waren getrouwd, erft de overlevende echtgenoot het deel van de gemeenschap van de overledene in volle eigendom.

Wanneer de overledene wordt overleefd door een partner waarmee hij/zij een geregistreerd partnerschap was aangegaan (België erkent alleen de “wettelijke samenwoning” als vorm van geregistreerd partnerschap), dan verkrijgt de overlevende wettelijk samenwonende het vruchtgebruik van het onroerend goed dat tijdens het samenwonen het gezin tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende en van het daarin aanwezige huisraad. De overlevende wettelijk samenwonende kan het recht op vruchtgebruik echter worden ontnomen bij testament of bij schenking onder de levenden aan andere personen.

Wanneer de overledene wordt overleefd door een partner waarmee hij/zij geen geregistreerd partnerschap was aangegaan (samenwoning zonder schriftelijke overeenkomst, feitelijk een niet-geregistreerd partnerschap), kan de partner alleen bij testament erven. Volgens het Belgische recht heeft hij/zij geen automatisch erfrecht.

5 Welke autoriteiten zijn bevoegd:

5.1 op het gebied van erfopvolging?

Voor erfrechtprocedures is geen specifieke autoriteit aangewezen.

In het geval van eigenhandige of internationale testamenten vereist de wet echter de tussenkomst van een notaris. Ook kan in bepaalde situaties de tussenkomst van de rechtbank van eerste aanleg of de vrederechter (juge de paix) volgens de wet zijn vereist, met name wanneer de erfgenaam handelingsonbekwaam is (bijv. minderjarigen), wanneer de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, wanneer de nalatenschap onbeheerd is, wanneer een bevelschrift tot inbezitstelling (envoi en possession) of de uitkering van legaten is vereist, of wanneer de vereffening/verdeling van de nalatenschap voorwerp van geschil is en de rechter een notaris moet benoemen.

5.2 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van de nalatenschap te ontvangen?

De eigendom van de goederen die aan de nalatenschap toebehoren, gaat bij overlijden automatisch over op de erfgerechtigden.

Ze hebben echter een keus: de nalatenschap kan zuiver of onder voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard, of worden verworpen.

Aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend gebeuren. Van expliciete aanvaarding is sprake wanneer iemand in een authentieke of onderhandse akte de titel of hoedanigheid van erfgenaam aanneemt. Van stilzwijgende aanvaarding is sprake wanneer een erfgenaam een handeling verricht die noodzakelijk zijn bedoeling om te aanvaarden insluit en die hij slechts in zijn hoedanigheid van erfgenaam bevoegd zou zijn te verrichten.

De nalatenschap kan worden aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving (sous bénéfice d'inventaire), overeenkomstig de in artikel 793 e.v. BW neergelegde procedure.

Een erfgenaam die een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving wil aanvaarden, moet een daartoe strekkende verklaring afleggen bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de nalatenschap is opengevallen of ten overstaan van een notaris.

Evenzo kan een nalatenschap worden verworpen door bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de overledene woonde een afschrift van de overlijdensakte in te dienen en een verklaring van verwerping te ondertekenen (artikel 784 e.v. BW) of een daartoe strekkende verklaring ten overstaan van een notaris te doen.

Bedoelde verklaringen moeten worden ingeschreven in een daartoe gehouden register bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de nalatenschap is opengevallen.

5.3 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een legaat te ontvangen?

Zie vraag 7.

5.4 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een wettelijk erfdeel te ontvangen?

Er is geen specifieke procedure (zie vraag 3).

6 Korte beschrijving van de procedure voor de behandeling van een erfopvolging uit hoofde van het nationale recht, waaronder de vereffening van de nalatenschap en de verdeling van de goederen (geef ook aan of de erfopvolgingsprocedure ambtshalve wordt ingeleid door een gerecht of een andere bevoegde autoriteit).

Het Burgerlijk Wetboek gaat uit van het beginsel dat een nalatenschap automatisch overgaat op de erfgenamen, zonder dat daarvoor juridische handelingen moeten worden verricht.

Door de dood van een persoon treden zijn erfgenamen van rechtswege in het bezit van zijn goederen, rechten en rechtsvorderingen, onder de verplichting om alle lasten van de nalatenschap te voldoen (artikelen 718 en 724 BW). Er zijn echter uitzonderingen (zie vraag 7).

In het geval van een gerechtelijke vereffening/verdeling wordt de erfrechtprocedure uitgevoerd door een door de rechter aangewezen notaris en afgesloten met een staat van vereffening en verdeling. In het geval van een minnelijke vereffening/verdeling hoeft alleen de verdeling van onroerend goed bij notariële akte te gebeuren.

7 Hoe en wanneer wordt iemand erfgenaam of legataris?

Uitgangspunt van de wet is dat de volledige nalatenschap (goederen en schulden) bij het overlijden van rechtswege op de erfgenamen overgaat. Hierop zijn de volgende uitzonderingen van toepassing:

  • Begunstigden van een algemeen legaat dat in een eigenhandig of internationaal testament is opgenomen, hebben een bevelschrift tot inbezitstelling (envoi en possession) van de president van de rechtbank van eerste aanleg nodig (artikel 1008 BW).
  • Begunstigden van een bijzonder legaat (artikel 1014 BW), een legaat bij algemene titel (artikel 1011 BW) en, als er legitimarissen zijn, een algemeen legaat bij notarieel testament (artikel 1004 BW), moeten de afgifte van het legaat vorderen (délivrance du legs).
  • Bepaalde categorieën legatarissen kunnen een aan hen vermaakt legaat alleen met toestemming van de overheid aanvaarden (bijv. gemeenten, liefdadigheidsinstellingen en in bepaalde gevallen ook stichtingen en non-profitorganisaties).

8 Zijn de erfgenamen aansprakelijk voor de schulden van de erflater en, zo ja, onder welke voorwaarden?

De erfgenamen zijn aansprakelijk als ze de nalatenschap zuiver aanvaarden. In dat geval zijn ze aansprakelijk voor alle schulden en lasten van de nalatenschap (artikel 724 BW).

Wanneer de erfgenamen de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarden, zijn ze slechts aansprakelijk voor de schulden voor zover die uit de baten van de nalatenschap kunnen worden betaald (artikel 802 BW). Een erfgenaam die een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving wil aanvaarden, moet een daartoe strekkende verklaring afleggen bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de nalatenschap is opengevallen of ten overstaan van een notaris.

Een erfgenaam is niet aansprakelijk voor schulden uit de nalatenschap als hij de nalatenschap verwerpt door bij de griffie van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg of ten overstaan van een notaris een daartoe strekkende verklaring af te leggen (artikel 785 BW).

Verder zijn legatarissen onder bijzondere titel, in tegenstelling tot algemene legatarissen en legatarissen onder algemene titel, in beginsel niet gehouden tot betaling van de schulden van de nalatenschap (artikel 1024 BW).

9 Welke documenten en/of informatie zijn normaliter vereist voor de registratie van onroerende goederen?

De hypotheekwet van 16 december 1851 regelt de publicatie van onroerendgoedtransacties. Artikel 1 van deze wet bepaalt als volgt: “Alle akten onder de levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken, worden in hun geheel overgeschreven in een daartoe bestemd register, op het kantoor van bewaring der hypotheken van het arrondissement waar de goederen zijn gelegen.”

Artikel 2 van dezelfde wet bepaalt in dit verband het volgende: “Alleen vonnissen, authentieke akten en in rechte of voor notaris erkende onderhandse akten worden ter overschrijving aangenomen. De volmachten tot die akten betrekkelijk moeten in dezelfde vorm gegeven worden.”

De wet van 16 december 1851 regelt echter niet de publicatie van de overdracht van eigendom bij overlijden.

Desalniettemin moeten volgens deze wet ook akten van verdeling (actes de partage) worden overgeschreven in het daartoe op het bevoegde kantoor van bewaring der hypotheken aangehouden register. In dat geval worden alle erfgenamen, of ze nu wel of geen onroerend goed erven, vermeld in de akte die in bedoeld register wordt overgeschreven. Hetzelfde geldt voor de openbare of onderhandse verkoop van onverdeeld onroerend goed.

9.1 Is de benoeming van een beheerder verplicht of op verzoek verplicht? Indien dat verplicht is of verplicht is op verzoek, welke maatregelen moeten er dan worden genomen?

In België bestaat in principe geen regeling voor het beheer van nalatenschappen.

Toch bepaalt artikel 803 bis BW dat “(d)e erfgenaam die onder voorrecht aanvaardt, (...) zich [kan] ontheffen van de zorg om de nalatenschap te beheren en te vereffenen”. Daarvoor moet hij eerst de president van de rechtbank verzoeken om een beheerder te benoemen, aan wie hij alle goederen van de nalatenschap overgeeft en die vervolgens de nalatenschap overeenkomstig bepaalde regels moet vereffenen.

Daarnaast stelt artikel 804 BW dat “(i)ngeval de belangen van de schuldeisers der nalatenschap of van de legatarissen in het gedrang kunnen komen wegens nalatigheid van de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam of wegens diens vermogenstoestand, (...) iedere belanghebbende [kan] vorderen dat deze wordt vervangen door een beheerder die de nalatenschap moet vereffenen” en dat “(d)ie beheerder wordt benoemd bij een beschikking in kort geding, de erfgenaam gehoord of vooraf opgeroepen”.

Verder kan de erflater in het testament een executeur aanwijzen die erop toeziet dat het wordt uitgevoerd.

9.2 Wie is er gerechtigd de uiterste wilsbeschikking van de erflater uit te voeren en/of de nalatenschap te beheren?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

9.3 Over welke bevoegdheden beschikt een beheerder?

Een beheerder die overeenkomstig de artikelen 803 bis en 804 is benoemd, heeft dezelfde bevoegdheden als de beneficiair erfgenaam. Beheerder en erfgenaam zijn onderworpen aan dezelfde verplichtingen. De beheerder hoeft geen borg te stellen.

10 Welke documenten worden krachtens het nationale recht gewoonlijk gebruikt tijdens of aan het einde van een erfopvolgingsprocedure ter staving van de rechtspositie en de rechten van de rechthebbenden? Hebben zij een specifieke bewijskracht?

Bewijs van de hoedanigheid van erfgenaam wordt geleverd door een “akte van bekendheid” (acte de notoriété) of een attest/akte van erfopvolging (wat het meest gangbaar is). Het attest of de akte van erfopvolging wordt uitgegeven door een notaris of, in sommige gevallen, de ontvanger van het successiekantoor waar de aangifte van nalatenschap moet worden ingediend (artikel 1240 bis BW).

Een notariële akte (acte notarié) wordt geacht de waarheid te bevatten. Ze heeft bewijskracht: de daarin neergelegde verklaring wordt geacht waar te zijn. De notaris bevestigt de juistheid van bepaalde feiten door de identiteit van de voor hem verschenen personen te vermelden en de informatie vast te stellen waarvan deze personen hem vragen daarvan melding te maken. De notariële akte is authentiek voor wat betreft de inhoud ervan. Verder heeft een authentieke akte een onbetwistbare datum. Het bewijs van de valsheid van een authentieke akte kan enkel worden geleverd langs de weg van een valsheidsprocedure.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 11/09/2015