Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Erfenissen - Duitsland

INHOUDSOPGAVE

 

Dit informatieblad is opgesteld in samenwerking met de De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad van notarissen van de Europese Unie (CNUE).

 

1 Hoe wordt de uiterste wilsbeschikking (testament, gemeenschappelijk testament, erfovereenkomst) opgesteld?

Een testament kan worden opgemaakt als een handgeschreven testament (ook "holografisch testament" genoemd) of als een openbaar testament (ook "notarieel testament" genoemd).

Een handgeschreven testament kan alleen worden opgemaakt door personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, en moet van begin tot eind door de testateur zelf zijn geschreven en moet ook door hem of haar zijn ondertekend. Als het testament met een typemachine of met een computer is geschreven, als de handtekening ontbreekt of als het testament is gedicteerd (bv. op band), is het testament ongeldig en kunnen als gevolg daarvan alleen de wettelijke erfgenamen erven, mits er geen ander geldig testament met een andere erfregeling is. Om bewijsredenen mag ook beslist niet worden vergeten dat de testateur het testament moet ondertekenen met zijn of haar volledige naam (d.w.z. voor- en achternaam), zodat er geen misverstand kan bestaan over de vraag wie het testament heeft opgesteld. Tot slot wordt sterk aanbevolen om in het testament de datum en de plaats te vermelden, zodat duidelijk is wanneer en waar dit officiële schriftelijke document is opgesteld. Dat is belangrijk omdat een eerder testament – geheel of gedeeltelijk – kan worden ingetrokken en vervangen door een nieuw testament. Als de datum ontbreekt op een van de, of mogelijk zelfs beide testamenten, is het vaak onmogelijk te zeggen welk testament het meest recent is en als geldig kan worden beschouwd.

Echtparen en geregistreerde partners kunnen ook een gezamenlijk handgeschreven testament opstellen. In dat geval moet het holografisch testament dat door beide (of een van de) echtgenoten of geregistreerde partners is opgesteld, door beiden worden ondertekend. Voor meer informatie, zie: "Was ist ein gemeinschaftliches Testament?" ("Wat is een gezamenlijk testament?") op blz. 24 van de brochure "Erben und Vererben" ("Erven en nalaten") van het Bundesministerium der Justiz und für Verbraucherschutz (het Bondsministerie van Justitie en Consumentenbescherming).

Als u het risico wilt vermijden dat u fouten maakt bij het opstellen van uw testament, moet u een openbaar testament opstellen (ook een "notarieel testament" genoemd). Dat houdt in dat u uw laatste wil mondeling meedeelt aan een notaris, die deze wil schriftelijk vastlegt, dan wel dat u deze wil zelf op schrift stelt en dat u dat geschrift aan de notaris overhandigt. Voor meer informatie, zie: "Das öffentliche Testament" ("Het openbaar testament") op blz. 23 van de brochure "Erven en nalaten" van het Bondsministerie van Justitie en Consumentenbescherming. Een dergelijk testament kan reeds worden opgemaakt door minderjarigen die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.

Om een erfcontract te kunnen sluiten, moeten beide partijen tegelijkertijd voor de notaris verschijnen. Voor meer informatie, zie: "Der Erbvertrag" ("Het erfcontract") op blz. 29 van de brochure "Erven en nalaten" van het Bondsministerie van Justitie en Consumentenbescherming.

2 Moet de wilsbeschikking worden geregistreerd en, zo ja, hoe?

Om het risico te vermijden dat een holografisch testament na het overlijden van de erflater verborgen wordt, zoek raakt of wordt vergeten, is het vaak raadzaam (maar niet verplicht) om het testament in officiële bewaring te geven bij de lokale rechtbank (Amtsgericht) – of in de deelstaat Baden-Württemberg nog tot eind 2017 bij een notariskantoor (Notariat).

Een notarieel testament wordt altijd officieel bewaard. Hetzelfde geldt voor een erfcontract, tenzij de contractpartijen uitdrukkelijk verklaren dat het contract niet in officiële bewaring zal worden gegeven; in dat laatste geval wordt het document in plaats daarvan bij de notaris gedeponeerd. Officieel bewaarde testamenten en erfcontracten worden geopend na het overlijden van de persoon die daarin zijn of haar uiterste wilsbeschikking heeft neergelegd (in de wet de "Erblasser" genoemd).

Sinds 1 januari 2012 worden de holografische testamenten en de door een notaris gelegaliseerde uiterste wilsbeschikkingen (testamenten en erfcontracten) die in officiële bewaring zijn gedeponeerd bij de lokale rechtbank – of in Baden-Württemberg, tot eind 2017, bij een notariskantoor – elektronisch geregistreerd in het centrale register van testamenten van de Bundesnotarkammer (Bondskamer van notarissen). Uiterste wilsbeschikkingen die voorafgaand aan deze datum zijn opgesteld en bij de burgerlijke stand in bewaring zijn gegeven, worden doorgegeven aan dat register.

De Bundesnotarkammer wordt als registrerende autoriteit in kennis gesteld van alle sterfgevallen in Duitsland; de Bundesnotarkammer stelt de bevoegde erfrechtbank (Nachlassgericht) daarvan in kennis, zodat de in bewaring gegeven uiterste wilsbeschikkingen kunnen worden geopend en deelt ook mee of en welke beschikkingen zijn geregistreerd en waar deze worden bewaard.

3 Gelden er beperkingen voor de bevoegdheid om bij uiterste wil te beschikken (bv. een wettelijk erfdeel)?

Naaste verwanten kunnen door middel van een testament worden onterfd. Een situatie waarin een overlevende echtgeno(o)t(e), kinderen, kinderen van kinderen of ouders niets zouden ontvangen, ook al zouden zij de wettelijke erfgena(a)m(en) zijn geweest indien de testamentaire beschikking niet had bestaan, is echter altijd als onrechtvaardig ervaren. Aangezien de aanvaarding van wederzijdse verplichtingen in een geregistreerd partnerschap tussen personen van hetzelfde geslacht officieel is erkend en wettelijk is geregeld, geldt dat ook voor de overlevende partner van een dergelijk partnerschap. Daarom kent de wet deze eng gedefinieerde groep van personen een zogeheten "legitieme portie" toe. De begunstigden van een legitieme portie hebben het recht om van de erfgena(a)m(en) een geldelijke betaling te vorderen die gelijk is aan de helft van de waarde van het wettelijke erfdeel.

Voorbeeld: de erflater laat een echtgenoot na (met wie zij heeft samengeleefd onder het huwelijksvermogensstelsel van gemeenschap van vermogensaanwas) en een dochter. In haar testament heeft de testateur haar echtgenoot aangewezen als enige erfgenaam. De nalatenschap bedraagt 100 000 EUR. De legitieme portie van de dochter is ¼ van de nalatenschap (terwijl haar wettelijke erfdeel ½ is; dezelfde portie als de echtgenoot die met de erflater heeft samengeleefd onder het huwelijksvermogensstelsel van gemeenschap van vermogensaanwas). Om te berekenen op welk geldelijk bedrag zij recht heeft, moet de legitieme portie worden vermenigvuldigd met de waarde van de nalatenschap op het moment van het openvallen van de erfenis. Dit betekent dat de dochter een legitieme portie ten bedrage van 25 000 EUR (¼ × 100 000 EUR) kan vorderen van de echtgenoot.

Testateurs kunnen een vordering op deze legitieme portie niet blokkeren door begunstigden van een legitieme portie in hun testament op te nemen en hen minder dan de helft van hun wettelijke erfdeel toe te wijzen. In dergelijke gevallen hebben begunstigden van een legitieme portie recht op een extra bedrag om te komen tot het bedrag van hun legitieme portie.

Voorbeeld: in zijn testament heeft de testateur zijn vrouw (met wie hij heeft samengeleefd onder het huwelijksvermogensstelsel van gemeenschap van vermogensaanwas) en zijn dochter aangewezen als erfgenamen, voor respectievelijk ⅞ en ⅛ van de nalatenschap. De nalatenschap bedraagt 800 000 EUR. De legitieme portie van de dochter is ¼ van de nalatenschap (= 200 000 EUR). Gegeven het feit dat zij in het testament is opgenomen en derhalve reeds 100 000 EUR (⅛ van 800 000 EUR) zal erven, heeft zij slechts recht op een aanvullend bedrag (100 000 EUR) om het tekort aan te vullen.

Vorderingen betreffende legitieme porties moeten worden ingediend binnen drie jaar nadat de potentiële begunstigde van de legitieme portie kennis krijgt van de erfenis en van de beschikking waarbij hij of zij benadeeld wordt, en in elk geval binnen dertig jaar na het openvallen van de erfenis.

Erfgenamen kunnen vragen om uitstel van de vordering betreffende de legitieme portie als de onmiddellijke toewijzing van de vordering hen op onredelijke wijze ernstig zou benadelen. Het in de wetgeving aangehaalde voorbeeld is het geval waarin de gezinswoning anders zou moeten worden verkocht. De belangen van de begunstigde(n) moeten desalniettemin steeds in acht worden genomen. Uitstel betekent dat de legitieme portie niet meteen hoeft te worden betaald. Het is aan de rechter om per geval te beslissen hoe lang de betaling van de legitieme portie kan worden uitgesteld en of er een zekerheid moet worden gesteld in verband met de vordering betreffende de legitieme portie.

4 Wie erft er en hoeveel, wanneer er geen uiterste wilsbeschikking is?

Als er geen testament of erfcontract is, zijn de regels van de wettelijke erfopvolging van toepassing.

In het Duitse erfrecht worden alleen bloedverwanten aangemerkt als erfgenaam, d.w.z. personen met dezelfde ouders, grootouders of overgrootouders als de overledene, evenals personen die gemeenschappelijke voorouders verder in de opgaande lijn delen met de overledene. Volgens deze definitie worden aangetrouwde familieleden (zoals de schoonmoeder, schoonzoon, stiefvader, stiefdochter, aangetrouwde tante, aangetrouwde oom enz.) geacht in het geheel niet verwant te zijn aan de overledene en zijn deze derhalve uitgesloten van erfopvolging, aangezien zij geen gemeenschappelijke voorouders delen met de overledene.

Een verwantschap kan ook voortvloeien uit adoptie (van kinderen). Adoptie brengt immers een volledige wettelijke familiebetrekking tot stand tussen het kind en de adoptant en de verwanten van de adoptant, die gepaard gaat met alle bijbehorende rechten en verplichtingen. Bijgevolg hebben geadopteerde kinderen over het algemeen dezelfde rechten als biologische kinderen (er kunnen bijzondere voorwaarden gelden in het geval van adoptie van meerderjarige 'kinderen').

Een uitzondering op het beginsel dat alleen bloedverwanten kunnen erven zijn de echtgenoten. Hoewel echtgenoten doorgaans geen bloedverwanten van elkaar zijn en derhalve geen gemeenschappelijke voorouders hebben, hebben zij een zelfstandig recht om van elkaar te erven. Als de echtgenoten gescheiden zijn, hebben zij geen recht op de erfenis. Onder bepaalde voorwaarden geldt dat ook al voor echtgenoten die nog niet gescheiden zijn, maar die wel al apart leven.

Krachtens het erfrecht hebben geregistreerde partners dezelfde rechten van erfopvolging als echtgenoten. Aan andere vormen van samenleving is daarentegen geen wettelijk recht op een erfdeel verbonden.

Het erfrecht voor bloedverwanten

Niet alle bloedverwanten hebben dezelfde rechten op een erfenis. De wet maakt een onderscheid tussen erfgenamen in verschillende orden.

Eerste orde

Erfgenamen van de eerste orde zijn alleen nakomelingen van de overledene, d.w.z. kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen enz.

Buitenechtelijke kinderen zijn wettelijke erfgenamen van hun moeders en vaders en van hun respectieve bloedverwanten (een uitzondering hierop is het geval waarin de erflater vóór 29 mei 2009 is overleden en het buitenechtelijke kind vóór 1 juli 1949 is geboren – zie de voetnoten op blz. 11 en blz. 15 van de brochure "Erven en nalaten" van het Bondsministerie van Justitie en Consumentenbescherming).

Indien er iemand is die tot deze groep van zeer nauwe verwanten behoort, ontvangen alle meer verre verwanten niets en hebben zij geen erfdeel.

Voorbeeld: de overledene heeft één dochter en diverse neven en nichten (oom-/tantezeggers). De neven en nichten erven niets.

De kinderen van kinderen (d.w.z. kleinkinderen, achterkleinkinderen enz.) kunnen doorgaans alleen iets erven als hun ouders reeds zijn overleden of hebben afgezien van de erfenis.

Voorbeeld: de overledene laat één dochter na en drie kleinkinderen van een zoon die zelf al eerder was overleden. De dochter ontvangt de helft van de erfenis, terwijl de kleinkinderen de andere helft onderling moeten verdelen – d.w.z. de helft die anders naar hun vader zou zijn gegaan. Dat betekent dat elk kleinkind ⅙ van de erfenis ontvangt.

Tweede orde

Erfgenamen van de tweede orde zijn de ouders van de overledene samen met hun kinderen en kinderen van kinderen, d.w.z. broers en zussen en neven en nichten (oom-/tantezeggers) van de overledene. Ook hier geldt weer dat de kinderen van de ouders van de erflater alleen erven wanneer de ouders van de erflater reeds zijn overleden. Zij erven dan het erfdeel van hun overleden vader of moeder.

Verwanten van de tweede orde kunnen alleen erven als er geen verwanten van de eerste orde zijn.

Voorbeeld: de overledene laat een nicht en een neef (oom-/tantezeggers) na. De zussen en ouders van de overledene zijn reeds overleden. De neef en nicht erven derhalve elk de helft van de nalatenschap.

Derde orde en lagere orden

De derde orde omvat de grootouders plus hun kinderen en kinderen van kinderen (tante, oom, volle neven en nichten enz.), terwijl de vierde orde de overgrootouders plus hun kinderen en kinderen van kinderen bestrijkt enzovoort. De erfopvolging is in essentie gebaseerd op dezelfde regels als die welke gelden voor bovengenoemde orden. Vanaf de vierde orde geldt echter dat als de nakomelingen van de grootouders reeds zijn overleden, het niet langer de afstammelingen van die nakomelingen zijn die de volgende in lijn zijn; in plaats daarvan wordt/worden de perso(o)n(en) die het nauwst verwant is/zijn de enige erfgena(a)m(en) (op dit punt vindt er een omschakeling plaats van het parentele erfrechtsstelsel [waarin steeds een lijn (parentele) lager wordt gezocht tot er een erfgenaam is gevonden] naar een stelsel op basis van de orde van verwantschap [waarbij naar de dichtstbijzijnde verwant op basis van verwantschapsgraden wordt gezocht]).

Altijd geldt het volgende: er hoeft maar één verwant van de hogere orde in leven te zijn om alle andere mogelijke erfgenamen van de volgende orde uit te sluiten.

Echtgenoten en geregistreerde partners

Ongeacht het betrokken huwelijksvermogensstelsel wordt de overlevende echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner aangemerkt als wettelijke erfgenaam en heeft deze recht op ¼ van de nalatenschap samen met eventuele nakomelingen, en op ½ van de nalatenschap samen met eventuele verwanten van de tweede orde (d.w.z. ouders, broers, zussen, neven en nichten (oom-/tantezeggers) van de overledene) en eventuele grootouders.

Als de echtgenoten hebben samengeleefd onder het huwelijksvermogensstelsel van gemeenschap van vermogensaanwas (dit is het stelsel dat in principe van toepassing is, tenzij de echtgenoten een ander huwelijksvermogensstelsel zijn overeengekomen als onderdeel van vóór of tijdens het huwelijk overeengekomen huwelijkse voorwaarden), neemt de bovengenoemde portie met ¼ toe. Hetzelfde geldt voor geregistreerde partners.

Als er geen verwanten van de eerste of tweede orde en geen grootouders zijn, ontvangt de overlevende echtgeno(o)t(e)/partner de gehele nalatenschap.

Voorbeeld: de overledene laat een echtgenote (met wie hij heeft samengeleefd onder het huwelijksvermogensstelsel van gemeenschap van vermogensaanwas) en zijn ouders na. De echtgenote ontvangt ¾ (½ + ¼), en de ouders – als erfgenamen van de tweede orde – ontvangen elk ⅛ van de nalatenschap. Daarnaast heeft de echtgenote, wanneer, zoals hier het geval is, de andere erfgenamen verwanten van de tweede orde of grootouders zijn, recht op wat in Duitsland de "Großer Voraus" wordt genoemd, dit is een voorkeursrecht dat meestal alle huisraad en huwelijksgeschenken omvat (wanneer de andere erfgenamen verwanten van de eerste orde zijn, heeft een overlevende echtgeno(o)t(e) alleen recht op deze goederen voor zover hij of zij ze nodig heeft om een behoorlijk huishouden te kunnen voeren).

Het wettelijk recht van de staat op een nalatenschap

Als de erflater geen echtgeno(o)t(e), partner of verwanten heeft, wordt de staat de wettelijke erfgenaam. De aansprakelijkheid van de staat is in principe beperkt tot de omvang van de nalatenschap.

5 Welke autoriteiten zijn bevoegd:

5.1 op het gebied van erfopvolging?

In beginsel is de lokale erfrechtbank van de laatste gewone verblijfplaats van de overledene bevoegd om erfrechtelijke aangelegenheden te behandelen (of in Baden-Württemberg tot eind 2017 het desbetreffende notariskantoor).

5.2 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van de nalatenschap te ontvangen?

Een erfenis wordt verworpen door een verklaring af te leggen of in te dienen bij de erfrechtbank; deze verklaring moet worden afgelegd ten overstaan van de erfrechtbank of moet in een officieel gewaarmerkt document worden neergelegd (zie hieronder voor nadere bijzonderheden).

Een verklaring van aanvaarding hoeft niet in een speciale vorm te worden ingediend, en er hoeft daarvoor geen ontvangstbewijs te worden verstrekt. Het louter laten verstrijken van de uiterste termijn voor het verwerpen, houdt in dat de nalatenschap wordt aanvaard.

5.3 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een legaat te ontvangen?

Een legaat wordt aanvaard of verworpen door een verklaring in te dienen bij de betrokken lasthebber. Dit kan de erfgenaam of een legataris zijn.

5.4 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een wettelijk erfdeel te ontvangen?

Het Duitse erfrecht voorziet niet in een verklaring inzake de aanvaarding of verwerping van een legitieme portie.

6 Korte beschrijving van de procedure voor de behandeling van een erfopvolging uit hoofde van het nationale recht, waaronder de vereffening van de nalatenschap en de verdeling van de goederen (geef ook aan of de erfopvolgingsprocedure ambtshalve wordt ingeleid door een gerecht of een andere bevoegde autoriteit).

Het openen van het testament

Een aan de erfrechtbank overgelegde uiterste wilsbeschikking of een uit officiële bewaring genomen uiterste wilsbeschikking wordt na het overlijden van de erflater ambtshalve geopend door de erfrechtbank. De erfgenamen worden ambtshalve in kennis gesteld van de opening.

Procedure voor de afgifte van een erfrechtverklaring

De erfrechtverklaring wordt afgegeven door de erfrechtbank (of in Baden-Württemberg tot eind 2017 door het betrokken notariskantoor), en in de verklaring wordt vermeld wie de erfgenamen zijn, welk erfdeel een erfgenaam heeft en – indien van toepassing – ook hoe de daaropvolgende erfopvolging of de uitvoering van de wilsbeschikking moet worden geregeld.

De erfrechtbank geeft op verzoek de erfrechtverklaring af. In het verzoek moet worden aangetoond dat de wettelijk vereiste gegevens correct zijn, of er moet onder ede worden verklaard dat er geen gronden zijn om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. De verklaring onder ede kan alleen worden afgelegd ten overstaan van een notaris of een rechtbank, tenzij de wetgeving van de betrokken deelstaat bepaalt dat alleen notarissen bevoegd zijn om deze verklaring af te nemen.

Afgifte van een Europese erfrechtverklaring

In het Internationale Erbrechtsverfahrensgesetz (de wet inzake de internationale erfrechtprocedure) is de procedure voor de Europese erfrechtverklaring neergelegd. De Europese erfrechtverklaring is een erfrechtverklaring die in bijna de hele Unie geldig is (uitzonderingen: het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken). Op verzoek wordt de erfrechtverklaring ook door de erfrechtrechtbank afgegeven in de vorm van een gewaarmerkt afschrift met een beperkte geldigheidsduur. Die verklaring heeft tot doel de afwikkeling van nalatenschappen in de EU te vereenvoudigen.

Verdeling van de goederen

Als er meerdere erfgenamen zijn, wordt de nalatenschap gezamenlijk eigendom van de gemeenschap van erfgenamen. Als gevolg daarvan kunnen de mede-erfgenamen alleen over afzonderlijke onderdelen van de nalatenschap beschikken door gezamenlijk op te treden, bv. bij de verkoop van de auto van de overledene. Ook moeten zij de nalatenschap gezamenlijk beheren. Dit veroorzaakt vaak grote problemen, met name als de erfgenamen ver van elkaar wonen en niet tot overeenstemming kunnen komen. Deze 'gedwongen gemeenschap' is doorgaans bijzonder oncomfortabel en in beginsel kan elke erfgenaam de gemeenschap laten ontbinden door te verzoeken om de verdeling van de nalatenschap. De belangrijkste uitzondering hierop is wanneer de overledene in zijn of haar uiterste wilsbeschikking heeft bepaald dat de nalatenschap gedurende een bepaalde periode niet mag worden verdeeld, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat een familiebedrijf kan blijven functioneren.

Als de overledene een executeur-testamentair heeft benoemd, is deze persoon verantwoordelijk voor de verdeling van de nalatenschap. Als de overledene dat niet heeft gedaan, moeten de erfgenamen dit zelf doen. Daarbij kunnen zij de hulp inroepen van een notaris. Als de erfgenamen ondanks de benoeming van een notaris als intermediair niet tot overeenstemming kunnen komen, is de enige resterende optie een gang naar de rechter.

7 Hoe en wanneer wordt iemand erfgenaam of legataris?

Voor nadere informatie over wettelijke erfopvolging, zie hierboven.

Als de overledene een testament heeft opgesteld, heeft dit voorrang boven de regels van de wettelijke erfopvolging. Alleen degenen die in het testament worden genoemd, erven, mits de erflater in zijn of haar testament over de gehele nalatenschap heeft beschikt. Voor nadere informatie over de vraag wie recht heeft op een legitieme portie, zie hierboven.

Bij het overlijden van de erflater gaat de nalatenschap wettelijk over op de erfgenaam of erfgenamen (beginsel van automatische verwerving van de nalatenschap). Erfgenamen hebben echter het recht om de erfenis te verwerpen (zie hieronder).

De overledene kan iemand ook een legaat nalaten in zijn of haar testament, bv. door deze persoon specifieke goederen of bedragen toe te wijzen. In dergelijke gevallen worden de ontvangers van het legaat ("legatarissen") niet aangemerkt als erfgenaam, maar hebben zij een vordering op de betrokken lasthebber(s) voor de specifiek in het testament aan hen toegewezen goederen.

8 Zijn de erfgenamen aansprakelijk voor de schulden van de erflater en, zo ja, onder welke voorwaarden?

Verwerping van de erfenis

De erfgenamen zijn niet aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap indien zij binnen de desbetreffende termijn de erfenis verwerpen. Als algemeen beginsel moet de desbetreffende erfgenaam binnen zes weken na in kennis te zijn gesteld van het openvallen van de nalatenschap en van de grond van zijn of haar status van erfgenaam, zijn of haar erfenis verwerpen door een officiële verklaring in te dienen bij de erfrechtbank. Dit kan ten overstaan van de rechtbank, die de verklaring vervolgens schriftelijk vastlegt, of in een officieel gewaarmerkt document. In dat laatste geval volstaat het om een brief te sturen, hoewel de handtekening van de erfgenaam moet zijn gewaarmerkt door de notaris. De rechtshandeling van het verwerpen of aanvaarden van de erfenis is in de regel bindend.

Aansprakelijkheid bij aanvaarding van de erfenis

Als de erfgenamen hun erfenis aanvaarden, nemen zij wettelijk gezien de plaats in van de overledene. Dat betekent dat zij ook de schulden van de overledene erven en in beginsel ook hun eigen goederen moeten gebruiken om deze schulden te betalen.

De erfgenamen kunnen hun aansprakelijkheid voor de geërfde schulden beperken tot wat de "boedel" ("Erbmasse") wordt genoemd. Dat houdt in dat crediteuren bij wie de overledene schulden had hun vorderingen kunnen verhalen op de goederen van de nalatenschap, maar dat de eigen goederen van de erfgena(a)m(en) beschermd blijven tegen vorderingen van derden. De erfgenamen kunnen deze aansprakelijkheidsbeperking verkrijgen door: ofwel de rechtbank te verzoeken om de nalatenschap te beheren, ofwel een insolvabiliteitsprocedure met betrekking tot de nalatenschap in te leiden door bij de lokale faillissementsrechtbank daartoe een verzoek in te dienen.

Als de nalatenschap niet eens toereikend is om de kosten van het beheer van de nalatenschap of van de insolvabiliteitsprocedure betreffende de nalatenschap te dekken, kunnen de erfgenamen nog steeds een beperking van hun aansprakelijkheid verkrijgen. Als een crediteur een vordering indient, kunnen de erfgenamen aanvoeren dat de nalatenschap ontoereikend is om de vordering te betalen. De erfgenamen kunnen weigeren de schulden van de nalatenschap te vereffenen voor zover de omvang van de nalatenschap ontoereikend is om deze schulden te dekken. De erfgenamen zijn echter verplicht om de goederen van de nalatenschap aan de crediteuren over te dragen.

Als de erfgenamen willen voorkomen dat zij worden geconfronteerd met onverwachte schulden, hoeven zij slechts een openbare kennisgevingsprocedure ("Aufgebotsverfahren") in te leiden, waarbij de erfgenamen de erfrechtbank kunnen verzoeken om van alle crediteuren van de overledene te verlangen dat ze de rechtbank – vóór een gestelde uiterste datum – in kennis stellen van de uitstaande schuld die de overledene bij hen had. Als de crediteur zijn of haar vordering niet tijdig indient, moet hij of zij worden betaald uit wat er aan het eind is overgebleven van de nalatenschap. Via de openbare kennisgevingsprocedure kunnen de erfgenamen ook duidelijkheid krijgen over het feit of er gronden zijn om de nalatenschap in het kader van een beheers- of insolvabiliteitsprocedure onder officieel beheer te plaatsen.

9 Welke documenten en/of informatie zijn normaliter vereist voor de registratie van onroerende goederen?

Om de erfgenaam van een onroerend goed in het kadaster als eigenaar te laten registreren, moet deze erfgenaam een verzoek tot rectificatie van het kadaster indienen en bewijzen dat de betrokken kadastrale gegevens onjuist zijn. Om rectificatie van gegevens in het kadaster aan te vragen na het overlijden van de geregistreerde eigenaar, moet de aanvrager eerst bewijzen dat hij of zij de status van erfgenaam heeft.

Dat bewijs kan worden geleverd door de overlegging van een erfrechtverklaring of een Europese erfrechtverklaring.

Als de erfopvolging is gebaseerd op een in een openbaar document (een notarieel testament of erfcontract) vastgelegde uiterste wilsbeschikking, volstaat het om de beschikking en de officiële verklaring inzake de opening van het document aan het kadaster voor te leggen.

Als een onroerende zaak wordt gelegateerd, moet ‑ ongeacht het van toepassing zijnde erfrecht ‑ met het oog op de overdracht van de eigendom, altijd een notariële akte worden overgelegd waaruit moet blijken dat de legataris het recht heeft om de onroerende zaak in eigendom over te nemen.

Naargelang de omstandigheden van het geval, moeten mogelijk ook andere documenten worden overgelegd. Zo moeten verzoekers, om als erfgenaam een handelsvennootschap te laten registreren, bewijs verstrekken van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid (bv. een officieel uittreksel uit het handelsregister).

9.1 Is de benoeming van een beheerder verplicht of op verzoek verplicht? Indien dat verplicht is of verplicht is op verzoek, welke maatregelen moeten er dan worden genomen?

Volgens het Duitse erfrecht heeft het beheer van de nalatenschap tot doel het eigen vermogen van de erfgenamen te beschermen tegen crediteuren van de nalatenschap. De erfrechtbank kan alleen op verzoek van een belanghebbende (erfgenaam, executeur-testamentair, crediteur van de nalatenschap, koper van de totale nalatenschap of verwachter) gelasten dat de nalatenschap onder beheer wordt geplaatst.

De beheerder is een officieel aangewezen orgaan, dat is belast met het beheer van het totale vermogen van een derde en dat zelfstandig kan optreden in rechtsgedingen. Het orgaan verricht zijn officiële taken in verband met het beheer van het vermogen van een derde in het belang van alle betrokken partijen (erfgenamen en crediteuren) als particuliere entiteit. Het beheer van de nalatenschap waartoe de beheerder gerechtigd, maar ook verplicht is, is niet louter bedoeld om de nalatenschap in stand te houden en te vergroten, maar wel vooral om de vorderingen van de crediteuren van de nalatenschap te voldoen. De belangrijkste taak van de beheerder is om ervoor te zorgen dat de schulden van de nalatenschap worden vereffend.

9.2 Wie is er gerechtigd de uiterste wilsbeschikking van de erflater uit te voeren en/of de nalatenschap te beheren?

Behalve aan de feitelijke erfgenamen, de (insolvabiliteits)beheerder (zie hierboven) en de executeur-testamentair (zie hieronder), kunnen de desbetreffende bevoegdheden ook worden verleend aan een curator van de nalatenschap.

De erfrechtbank stelt ambtshalve een curator aan wanneer de identiteit van de verantwoordelijke erfgenaam onzeker is of wanneer niet bekend is of hij of zij de erfenis heeft aanvaard. Met het curatorschap van de nalatenschap wordt beoogd om de nalatenschap te beschermen en in stand te houden in het belang van de onbekende erfgenamen.

De erfrechtbank stelt de omvang van de bevoegdheden van de curator vast afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het betrokken geval. Deze bevoegdheden kunnen tamelijk omvangrijk zijn of louter beperkt zijn tot het beheer van afzonderlijke onderdelen van de nalatenschap. De curator van de nalatenschap wordt doorgaans belast met het opsporen van de onbekende erfgenamen en het beschermen en in stand houden van de nalatenschap.

In beginsel streeft een curator van een nalatenschap er niet naar om de vorderingen van crediteuren van de nalatenschap te voldoen, omdat hij of zij in de eerste plaats is benoemd om de erfgenamen te beschermen. Bij wijze van uitzondering kan de curator ook tot taak hebben de middelen uit de nalatenschap te gebruiken om de schulden van de nalatenschap te voldoen voor zover dit noodzakelijk is voor een behoorlijk beheer en de instandhouding van de nalatenschap of om verlies of schade te voorkomen (met name kosten die zouden kunnen ontstaan als gevolg van onnodige rechtsgedingen).

9.3 Over welke bevoegdheden beschikt een beheerder?

Een testateur kan in zijn of haar uiterste wilsbeschikking een of meerdere executeurs‑testamentair aanwijzen. Ook kan hij of zij een derde, de executeur-testamentair of de erfrechtbank machtigen om een (bijkomende) executeur-testamentair te benoemen. De verplichtingen van de executeur-testamentair vangen aan zodra de aangewezen persoon zijn of haar benoeming aanvaardt.

Krachtens de wet is het de taak van de executeur-testamentair om de testamentaire beschikkingen van de overledene uit te voeren. Als er meer dan één erfgenaam is, is de executeur-testamentair belast met de verdeling van de nalatenschap tussen de erfgenamen.

De executeur-testamentair moet de nalatenschap beheren. Hij of zij is in het bijzonder gerechtigd om de nalatenschap in bezit te nemen en de onderdelen van de nalatenschap van de hand te doen. In dit geval hebben de erfgenamen geen beschikkingsbevoegdheid over enig onderdeel van de nalatenschap die onder beheer van de executeur-testamentair is geplaatst. De executeur-testamentair is ook gerechtigd om in naam van de nalatenschap verplichtingen aan te gaan, mits dit noodzakelijk is voor een behoorlijk beheer van de nalatenschap. Hij of zij is tevens gerechtigd om onderdelen van de nalatenschap kosteloos van de hand te doen als er daartoe een morele verplichting bestaat of om redenen van fatsoen.

De testateur kan de bevoegdheden van de executeur-testamentair echter naar eigen goeddunken inperken in vergelijking met de in de wetgeving omschreven bevoegdheden. De testateur kan ook een termijn vaststellen waarbinnen het testament moet worden uitgevoerd. De testateur zou bijvoorbeeld kunnen bepalen dat de executeur-testamentair de nalatenschap binnen een bepaalde (korte) tijdspanne moet afhandelen en verdelen. Aan de andere kant zou de testateur in zijn of haar testament of erfcontract ook kunnen bepalen dat de nalatenschap over een lange periode moet worden afgehandeld ("Dauervollstreckung"). Een dergelijke afhandeling kan in beginsel maximaal dertig jaar in beslag nemen, gerekend vanaf de datum van het openvallen van de nalatenschap. De testateur kan echter ook bepalen dat het beheer moet worden voortgezet tot het overlijden van een erfgenaam of de executeur-testamentair, of tot een andere persoonlijke gebeurtenis betreffende een van die personen. In dergelijke gevallen kan de tenuitvoerlegging van het testament feitelijk langer duren dan dertig jaar.

10 Welke documenten worden krachtens het nationale recht gewoonlijk gebruikt tijdens of aan het einde van een erfopvolgingsprocedure ter staving van de rechtspositie en de rechten van de rechthebbenden? Hebben zij een specifieke bewijskracht?

Over het algemeen is een erfrechtverklaring of een Europese erfrechtverklaring vereist om te bewijzen dat een erfgenaam een bepaald recht heeft, bv. als een erfgenaam een stuk grond of een door de overledene aangehouden rekening op zijn of haar eigen naam wil laten zetten. Als er een openbaar testament is (zie hierboven), is het misschien niet nodig om een erfrechtverklaring of een Europese erfrechtverklaring over te leggen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 25/10/2017