Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Erfenissen - Roemenië

INHOUDSOPGAVE

 

Dit informatieblad is opgesteld in samenwerking met de De link wordt in een nieuw venster geopend.Raad van notarissen van de Europese Unie (CNUE).

 

1 Hoe wordt de uiterste wilsbeschikking (testament, gemeenschappelijk testament, erfovereenkomst) opgesteld?

Gezamenlijke testamenten en erfovereenkomsten zijn in Roemenië wettelijk verboden.

Een testament kan een gelegaliseerd testament of een holografisch testament zijn.

Een holografisch testament is handgeschreven, gedateerd en ondertekend door de erflater en wordt aan een notaris overgelegd om naar behoren te worden gelegaliseerd.

Een gelegaliseerd testament wordt verleden door een notaris of een andere persoon met de bevoegdheid om testamenten te legaliseren. De erflater dicteert het testament aan de notaris, die het testament zal opstellen en voorlezen onder vermelding van deze formaliteiten. Als het testament reeds is opgesteld door de erflater, wordt het door de notaris voorgelezen en verklaart de erflater vervolgens dat het testament zijn of haar uiterste wilsbeschikking vertegenwoordigt. Het testament wordt ondertekend door de erflater, terwijl de verklaring van echtheid wordt ondertekend door de notaris. Tijdens de legalisering kan de erflater worden bijgestaan door een of twee getuigen. Geprivilegieerde testamenten, d.w.z. noodtestamenten die in bijzondere situaties worden opgemaakt door bepaalde functionarissen in het bijzijn van twee getuigen, hebben de bewijskracht van een gelegaliseerd instrument.

Als er in het testament bedragen worden toegekend aan gespecialiseerde instellingen, moet worden voldaan aan de specifieke formele voorwaarden van de van toepassing zijnde bijzondere wetgeving.

Het testament bevat bepalingen inzake de aanwijzing van (een) (in)directe legataris(sen), de verdeling van de nalatenschap, onterving, de benoeming van een executeur van het testament, verantwoordelijkheden, de herroeping van legaten, enz.

De bepalingen inzake de overdracht van de nalatenschap/goederen van de overledene worden legaten genoemd. Legaten zijn universeel of worden onder universele/bijzondere titel verstrekt. Het universele legaat verleent een recht op de hele nalatenschap, terwijl het legaat onder universele titel een recht op een fractie van de totale nalatenschap verleent.

Zie artikel 1034 en volgende van het Roemeense Burgerlijk Wetboek.

2 Moet de wilsbeschikking worden geregistreerd en, zo ja, hoe?

De notaris die het testament legaliseert moet het testament inschrijven in het Nationaal Notarieel Register voor het bewijs van liberaliteiten (Registrul naţional notarial de evidenţă a liberalităţilor – RNNEL), waarin ook schenkingen worden geregistreerd.

Zie artikel 1046 van het Roemeense Burgerlijk Wetboek en artikel 162 van Wet nr. 36/1995 betreffende het notarisambt, als gewijzigd.

3 Gelden er beperkingen voor de bevoegdheid om bij uiterste wil te beschikken (bv. een wettelijk erfdeel)?

De legitieme portie is het deel van de nalatenschap waarop legitimarissen (langstlevende echtgeno(o)t(e), nakomelingen en bevoorrechte voorouders – d.w.z. de ouders van de overledene) recht hebben, ook al gaat dit in tegen de wensen van de overledene. De legitieme portie voor elke legitimaris is de helft van het deel dat ze zouden hebben ontvangen als ze wettelijk zouden erven bij het ontbreken van liberaliteiten en ontervingsbepalingen in het testament.

Zie artikel 1086 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

4 Wie erft er en hoeveel, wanneer er geen uiterste wilsbeschikking is?

De nalatenschap gaat over op de wettelijke erfgenamen, te weten de langstlevende echtgeno(o)t(e) en verwanten van de overledene, in de volgende volgorde:

descendenten (d.w.z. nakomelingen) – eerste lijn van erfgenamen

bevoorrechte ascendenten (d.w.z. ouders) en bevoorrechte verwanten in de zijlinie – tweede lijn van erfgenamen

gewone ascendenten (voorouders) – derde lijn van erfgenamen

gewone verwanten in de zijlinie – vierde lijn van erfgenamen

Nakomelingen en (voor)ouders hebben recht op de nalatenschap ongeacht hun graad van verwantschap met de overledene, terwijl verwanten in de zijlinie niet verder dan tot de vierde graad recht op de nalatenschap hebben.

Alleen nakomelingen van de kinderen van de overledene en nakomelingen van de broers en zussen van de overledene kunnen op grond van een recht van vertegenwoordiging deelnemen aan de erfopvolging. In geval van vertegenwoordiging wordt de nalatenschap verdeeld langs de ouderlijke lijn. Als een lijn meer dan één tak heeft, vindt binnen de lijn een onderverdeling plaats waarbij de nalatenschap in gelijke porties wordt verdeeld.

De langstlevende echtgeno(o)t(e) neemt samen met wettelijke erfgenamen deel aan de erfopvolging in de volgende verhouding:

1/4 van de nalatenschap als het resterende deel overgaat op de nakomelingen

1/3 van de nalatenschap als het resterende deel overgaat op de bevoorrechte ascendenten (d.w.z. ouders) en bevoorrechte verwanten in de zijlinie

1/2 van de nalatenschap als het resterende deel overgaat op hetzij de bevoorrechte ascendenten (d.w.z. ouders), hetzij de bevoorrechte verwanten in de zijlinie

3/4 van de nalatenschap als het resterende deel overgaat op hetzij de gewone ascendenten (d.w.z. voorouders), hetzij de gewone verwanten in de zijlinie

De langstlevende echtgeno(o)t(e) heeft het recht om in de echtelijke woning te blijven wonen en kan ook het meubilair en de huishoudelijke goederen (de inboedel) erven.

Descendenten, de kinderen van de overledene en hun directe nakomelingen, sluiten alle andere typen erfgenamen uit en hebben recht op de nalatenschap in de volgorde die wordt bepaald door de graad van verwantschap met de overledene. Als de langstlevende echtgeno(o)t(e) recht heeft op een erfenis, ontvangen de descendenten gezamenlijk 3/4 van de nalatenschap.

De bevoorrechte ascendenten zijn de vader en de moeder van de overledene, en zij erven in gelijke delen.

De bevoorrechte verwanten in de zijlinie zijn de broers en zussen van de overledene en hun nakomelingen, tot de vierde graad.

Als de langstlevende echtgeno(o)t(e) samen met zowel de bevoorrechte ascendenten als bevoorrechte verwanten in de zijlinie deelneemt aan de erfopvolging, ontvangt de tweede lijn van erfgenamen 2/3 van de nalatenschap; de tweede lijn van erfgenamen ontvangt 1/2 als er bevoorrechte ascendenten of bevoorrechte verwanten in de zijlinie zijn, maar niet beide.

De portie voor de bevoorrechte ascendenten en de bevoorrechte verwanten in de zijlinie wordt onder hen verdeeld, en de individuele porties zijn derhalve afhankelijk van het aantal bevoorrechte ascendenten. Als er maar één ouder is, zal deze 1/4 van de nalatenschap ontvangen en ontvangen de bevoorrechte verwanten in de zijlinie 3/4 van de nalatenschap. Als er twee ouders zijn, zullen deze samen 1/2 van de nalatenschap ontvangen en ontvangen de bevoorrechte verwanten in de zijlinie de andere helft van de nalatenschap.

De erfenis van de bevoorrechte verwanten in de zijlinie wordt in gelijke delen tussen hen verdeeld of, als ze door een recht van vertegenwoordiging deelnemen aan de erfopvolging, tussen ouderlijke lijnen. Indien er verschillende verwantschappen in de zijlinies zijn, wordt de nalatenschap in gelijke delen verdeeld tussen de moederlijke lijn en de vaderlijke lijn, waarbij de hierboven beschreven regels worden toegepast. Verwanten in de zijlinie die via beide lijnen verwant zijn aan de overledene ontvangen cumulatieve porties.

Als er geen erfgenamen zijn, is de nalatenschap vacant en gaat deze naar de gemeente waar de nalatenschap zich op het moment van de verdeling bevindt.

Zie de artikelen 970-983 en 1135-1140 van het Burgerlijk Wetboek.

5 Welke autoriteiten zijn bevoegd:

5.1 op het gebied van erfopvolging?

De bevoegde organen voor niet-contentieuze erfopvolgingsprocedures zijn notarissen, terwijl rechtbanken van eerste aanleg (“Judecătorie”) verantwoordelijk zijn voor de behandeling van contentieuze erfopvolgingsprocedures.

De erfgenaam of andere belanghebbenden kunnen de zaak rechtstreeks voorleggen aan de rechtbank na overlegging van een gelegaliseerde verklaring inzake de verificatie van het erfregister.

Zie artikel 101 en volgende van Wet nr. 36/1995 en artikel 193 van het Roemeense Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

5.2 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van de nalatenschap te ontvangen?

Zie onder b).

Een erfgenaam aanvaardt de erfenis uitdrukkelijk wanneer hij of zij uitdrukkelijk de titel/hoedanigheid van erfgenaam aanvaardt. Deze aanvaarding vindt stilzwijgend plaats als de erfgenaam een notariële akte laat verlijden of een handeling verricht die alleen kan worden doen verleden c.q. worden verricht in de hoedanigheid van erfgenaam (artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek).

De verklaring van afstand van de nalatenschap wordt afgelegd ten overstaan van een notaris of een diplomatieke missie of consulaire vertegenwoordiging van Roemenië (artikel 1120, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek).

Alle notariële instrumenten die betrekking hebben op de aanvaarding of weigering van de nalatenschap worden geregistreerd in het Nationaal Notarieel Register voor het bewijs van liberaliteiten (Registrul naţional notarial de evidenţă a liberalităţilor – RNNEL).

5.3 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een legaat te ontvangen?

Zie onder b).

5.4 om een verklaring houdende verwerping of aanvaarding van een wettelijk erfdeel te ontvangen?

Zie onder b).

Na de opening van een erfopvolgingsprocedure worden liberaliteiten (onverplichte handelingen van vrijgevigheid) die inbreuk maken op legitieme porties op verzoek van legitimarissen, erfopvolgers en niet-zekergestelde crediteuren van legitimarissen onderworpen aan een korting. Wanneer er meerdere legitimarissen zijn, wordt deze korting slechts toegepast tot het niveau van de legitieme portie van de verzoeker en is de verzoeker de enige begunstigde van de korting. De korting zal resulteren in de ongeldigheid van de legaten of nietigverklaring van de schenkingen.

Zie de artikelen 1092-1097 van het Burgerlijk Wetboek.

6 Korte beschrijving van de procedure voor de behandeling van een erfopvolging uit hoofde van het nationale recht, waaronder de vereffening van de nalatenschap en de verdeling van de goederen (geef ook aan of de erfopvolgingsprocedure ambtshalve wordt ingeleid door een gerecht of een andere bevoegde autoriteit).

De notariële erfopvolgingsprocedure wordt op verzoek geopend. Het verzoek wordt ingeschreven in het erfregister van de betreffende notaris, nadat het eerst is ingeschreven in het erfregister van de Kamer van notarissen. De notaris verifieert de territoriale jurisdictie voor de nalatenschap en geeft opdracht tot dagvaarding van de personen die recht hebben op erfopvolging, en wanneer er een testament is, van eventuele legatarissen, executeurs van het testament, wettelijke vertegenwoordigers van rechtsonbekwame erfgenamen, vertegenwoordigers van het toezichthoudende orgaan en vertegenwoordigers van de bevoegde overheidsinstantie (in geval van een vacante nalatenschap). De notaris stelt de hoedanigheid van de erfgenamen en legatarissen en hun rechten vast en bepaalt de samenstelling van de nalatenschap van de overledene.

Het aantal erfgenamen en/of legatarissen en hun respectieve hoedanigheden worden vastgesteld door raadpleging van de registers van de burgerlijke stand, bij testament en in het bijzijn van getuigen. De goederen van de nalatenschap worden vastgesteld met behulp van officiële documenten of enig ander wettelijk toegelaten bewijsmiddel.

Zie de artikelen 101-118 van Wet nr. 36/1995, als gewijzigd.

De erfgenaam of andere belanghebbenden kunnen de zaak rechtstreeks voorleggen aan de bevoegde rechtbank na overlegging van een gelegaliseerde verklaring inzake de verificatie van het erfregister. De gerechtelijke verdeling van de nalatenschap kan worden uitgevoerd op grond van overeenstemming tussen de partijen, bij gebreke waarvan de rechtbank de goederen, de status van elke erfgenaam, het aandeel van elke erfgenaam in de nalatenschap en alle op de nalatenschap rustende vorderingen, schulden en verplichtingen moet vaststellen. De rechtbank kan een beschikking inzake de beperking van buitensporige liberaliteiten en schenkingen afgeven. De verdeling van de goederen vindt plaats in natura, door de vorming van kavels of door de toekenning van een goed aan een van de erfgenamen mits deze een geldbedrag betaalt aan de overige erfgenamen. De rechtbank kan gelasten dat bezittingen worden verkocht, met toestemming van de partijen of door een deurwaarder middels een openbare veiling. De rechtbank neemt hierover een besluit en de door een van de erfgenamen gedeponeerde bedragen voor de andere erfgenamen en de opbrengst van de verkochte bezittingen worden door de rechtbank verdeeld.

Zie artikel 108 van Wet nr. 36/1995 en artikel 193, lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De notaris kan met toestemming van alle erfgenamen overgaan tot afwikkeling van de verplichtingen van de nalatenschap, alsmede tot de inning van vorderingen, de betaling van schulden, de verkoop van roerende zaken en de tenuitvoerlegging van specifieke legaten.

In de verplichte eerste fase zal de notaris een verklaring inzake de afwikkeling van de nalatenschap afgeven, waarin de nalatenschap (vorderingen en verplichtingen), de erfgenamen en hun respectieve aandelen in de nalatenschap, de toestemming van de erfgenamen voor de wijze waarop de verplichtingen worden afgewikkeld, de benoeming van een curator en een termijn voor de voltooiing van de procedure worden vermeld.

De curator int de vorderingen, betaalt de schulden en verkoopt de goederen van de nalatenschap. De curator dient bij de benoemde notaris een verslag in met een beschrijving van de door hem of haar voor de inning van de vorderingen verrichte handelingen en de gebruikte methode voor het betalen van de schulden. Na afloop van de procedure geeft de notaris een verklaring van erfrecht af en wordt het nettoproduct van de afwikkeling aangegeven in het document waarin de nalatenschap wordt beschreven.

Zie de artikelen 119-132 van Wet nr. 36/1995 en artikel 1114 van het Burgerlijk Wetboek.

De verdeling van de nalatenschap tussen de erfgenamen vindt plaats nadat de verklaring van erfrecht is afgegeven na de afwikkeling. De verdeling van de nalatenschap kan op vrijwillige basis plaatsvinden. Met betrekking tot schenkingen is het de verplichting van langstlevende echtgeno(o)t(e) en de nakomelingen van de overledene die recht hebben op een wettelijk erfdeel om de geschonken goederen terug in de nalatenschap te brengen zonder vrijstelling van de verplichting om hiervan verslag te doen.

Voldoening van verplichtingen. Uitzonderingen op de wettelijke verdeling van de verplichtingen van de nalatenschap

De universele erfgenamen en erfgenamen onder universele titel moeten bijdragen aan de voldoening van de schulden en verplichtingen van de nalatenschap naar rato van hun respectieve aandeel in de nalatenschap.

De persoonlijke crediteuren van de erfgenamen en belanghebbenden kunnen om de verdeling van de nalatenschap verzoeken of het recht uitoefenen om aanwezig te zijn bij de vrijwillige verdeling of zich te mengen in de verdeling. Verzoeken van crediteuren worden geregistreerd in het Nationaal Notarieel Register voor bewijs van crediteuren die natuurlijke personen zijn en bewijs van bezwaren tegen verdelingen van nalatenschappen (Registrul naţional notarial de evidenţă a creditorilor persoanelor fizice şi a opoziţiilor la efectuarea partajului succesoral – RNNEC).

De universele erfgenaam of erfgenaam onder universele titel die te veel heeft bijgedragen aan de betaling van een gezamenlijke schuld heeft verhaalsrecht jegens de anderen, maar alleen voor het deel van de gezamenlijke schuld dat aan elke erfgenaam kan worden toegeschreven, ook als hij of zij in de rechten van de crediteuren was getreden.

Verdeling van de goederen van ascendenten

Ascendenten kunnen hun goederen onder descendenten verdelen door middel van schenkingen of bij testament. Wanneer niet alle goederen van de nalatenschap zijn opgenomen, worden de niet-opgenomen goederen verdeeld overeenkomstig de wet.

Zie de artikelen 669-686 en 1143-1163 van het Burgerlijk Wetboek.

7 Hoe en wanneer wordt iemand erfgenaam of legataris?

Personen kunnen erven als ze op het moment van de opening van de erfopvolgingsprocedure bestaan en/of rechtsbekwaam zijn om liberaliteiten te ontvangen, recht hebben op een nalatenschap, waardig zijn bevonden om te erven en niet zijn onterfd.

De persoon die wordt geroepen om een erfenis te ontvangen kan de erfenis aanvaarden of weigeren. De legataris die tevens de wettelijke erfgenaam is kan maar in een van deze hoedanigheden optreden. Wanneer geen inbreuk is gemaakt op de legitieme portie, maar uit het testament blijkt dat de overledene het erfdeel van de wettelijke erfgenaam wilde verlagen, kan deze laatste alleen als legataris optreden.

Zie de artikelen 957-963, 987, 989, 993, 1074-1076, 1100 en 1102 van het Burgerlijk Wetboek.

8 Zijn de erfgenamen aansprakelijk voor de schulden van de erflater en, zo ja, onder welke voorwaarden?

Ja, zie bij vraag 6.

9 Welke documenten en/of informatie zijn normaliter vereist voor de registratie van onroerende goederen?

Het verzoek om inschrijving in het kadaster moet vergezeld gaan van het originele document of een door een notaris gelegaliseerde kopie daarvan, en in geval van een gerechtelijk besluit, van een gewaarmerkt afschrift met de vermelding "definitief". De inschrijving wordt voltooid door de afgifte van een inschrijvingsbewijs door het kadaster als het document aan diverse formele eisen voldoet, de identificatie van de partij en van de onroerende zaak, het bestaan van een gelegaliseerde vertaling (in geval van een authentiek notarieel instrument moet dit door een Roemeense notaris zijn afgegeven), het bestaan van uittreksels uit het kadaster, de betaling van de vergoeding, enz. De eerste inschrijving van de onroerende zaak in het geïntegreerde informatiesysteem van het kadaster kan ook op basis van de verklaring van erfrecht en de kadastrale documentatie worden verricht.

9.1 Is de benoeming van een beheerder verplicht of op verzoek verplicht? Indien dat verplicht is of verplicht is op verzoek, welke maatregelen moeten er dan worden genomen?

Vrijwillige benoeming

De erflater kan een of meer personen benoemen tot executeur van het testament. De executeur van het testament beheert de nalatenschap tot maximaal twee jaar na de opening van de erfopvolgingsprocedure. Deze termijn kan bij een gerechtelijke beschikking worden verlengd.

Verplichte benoeming

Als de debiteur overlijdt voordat hij of zij een executeur heeft kunnen benoemen, kan de verplichte uitvoering niet plaatsvinden, en als hij of zij na de start van de benoemingsprocedure overlijdt, kan de benoeming niet worden voortgezet totdat de erfenis is aanvaard of totdat er een bewindvoerder van de (bijzondere) nalatenschap is benoemd. Als de crediteur of de executeur zich bewust wordt van het feit dat de debiteur is overleden, is hij of zij verplicht de kamer van notarissen van de laatste woonplaats van de overledene te verzoeken dit feit in te schrijven in het speciale register teneinde de verplichte executieprocedure te openen en een verklaring af te geven. In deze verklaring moet worden vermeld of de nalatenschap is afgewikkeld, en zo ja wie de erfgenamen zijn en of er een bewindvoerder is benoemd totdat de erfenis wordt aanvaard.

Als het risico bestaat dat goederen worden verkocht, zoekraken of worden vervangen of vernietigd, verzegelt de notaris de goederen en overhandigt hij of zij deze aan een bewaarnemer.

Totdat de erfenis is aanvaard of als de erfgenaam niet bekend is, kan de notaris een speciale bewindvoerder voor de nalatenschap benoemen om de rechten van potentiële erfgenamen te beschermen.

Zie artikel 686 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 1117, lid 3, 1136 en 1077-1085 van het Burgerlijk Wetboek.

9.2 Wie is er gerechtigd de uiterste wilsbeschikking van de erflater uit te voeren en/of de nalatenschap te beheren?

De executeur van het testament, een curator, een wettelijke erfgenaam/erfgenaam onder universele titel, een benoemde bewaarnemer/bewindvoerder (zie onder a)).

De curator, die zijn of haar taken onder toezicht van de notaris verricht, kan worden benoemd door de overledene, de erfgenamen of de rechtbank.

Zie artikel 124 van Wet nr. 36/1995 en artikel 1117, lid 3 en artikel 1136 van het Burgerlijk Wetboek.

9.3 Over welke bevoegdheden beschikt een beheerder?

Zie onder a).

De executeur van het testament verzegelt de goederen, stelt de boedelbeschrijving op, verzoekt de rechtbank om de verkoop van goederen te fiatteren, betaalt de schulden van de nalatenschap en int de vorderingen van de nalatenschap.

Zie de artikelen 1077-1085 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 101-132 van Wet nr. 36/1995.

10 Welke documenten worden krachtens het nationale recht gewoonlijk gebruikt tijdens of aan het einde van een erfopvolgingsprocedure ter staving van de rechtspositie en de rechten van de rechthebbenden? Hebben zij een specifieke bewijskracht?

De notaris stelt gemotiveerde conclusies op en formuleert na de afwikkeling van de nalatenschap eindconclusies op basis waarvan de verklaringen van erfrecht voor de erfgenamen en legatarissen worden afgegeven.

De verklaring van erfrecht omvat een beschrijving van de wijze waarop de omvang van rechten is vastgesteld en dient als bewijs voor de hoedanigheid van erfgenaam en voor het eigendomsrecht. De notaris kan een verklaring inzake de status van erfgenaam afgeven, waarin het aantal erfgenamen, hun hoedanigheid en de omvang van hun rechten worden beschreven, maar niet de nalatenschap.

Wanneer er geen erfgenamen zijn, wordt de nalatenschap geacht vacant te zijn en wordt een verklaring inzake de vacatie van de nalatenschap afgegeven.

De notaris kan de procedure hervatten om de notariële conclusies aan te vullen met de ontbrekende goederen en zal daartoe een addendum bij de verklaring van erfrecht afgeven.

Personen die menen schade te hebben geleden kunnen de rechtbank om vernietiging van de verklaring en vaststelling van hun rechten verzoeken. In geval van een vernietiging zal de notaris een nieuwe verklaring van erfrecht afgeven op basis van de definitieve gerechtelijke uitspraak.

Door middel van een verzoek om erfopvolging kan de universele erfgenaam/de erfgenaam onder universele titel te allen tijde de erkenning van zijn of haar hoedanigheid verkrijgen jegens de persoon die goederen van de nalatenschap bezit zonder daarop eigendomsrechten te hebben.

Tijdens een contentieuze erfopvolgingsprocedure geven rechtbanken conclusies en gerechtelijke beslissingen af. De verdelingsbeslissing heeft een constitutief effect en wordt afdwingbaar nadat zij definitief is geworden.

Zie de artikelen 1130-1134 en 1635-1639 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 111-118 en volgende van Wet nr. 36/1995.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 13/10/2015