Getuigenverhoor per videoconferentie

Het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken (EJN-civiel) heeft een reeks informatiebladen opgesteld met praktische informatie over regels, procedures en technische voorzieningen voor videoconferenties tussen gerechten in verschillende EU-landen.


Verordening (EG) De link wordt in een nieuw venster geopend.nr. 1206/2001 van de Raad, die betrekking heeft op de samenwerking tussen de gerechten in de verschillende EU-landen op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, voorziet in een algemeen rechtskader voor de bewijsverkrijging in een ander land dan het land van het betrokken gerecht. Elk EU-land heeft echter zijn eigen procesrecht op dit gebied, zodat de nadere regels betreffende de procedure verschillen naargelang het recht van het land dat een verzoek om samenwerking ontvangt.

Om het voor de justitiële autoriteiten in de verschillende EU-landen gemakkelijker te maken om samen te werken en ten volle gebruik te maken van videoconferenties voor de bewijsverkrijging in andere EU-landen, zijn er in het kader van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken (EJN-civiel) een reeks infobladen opgesteld. Deze infobladen bevatten praktische informatie over regels, procedures en technische faciliteiten in de verschillende EU-landen.

Klik op een van de vlaggen voor landspecifieke informatie.


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 21/02/2019

Getuigenverhoor per videoconferentie - België

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja, beide vormen van bewijsverkrijging zijn mogelijk. Procedures werden ad hoc uitgewerkt. De Belgische wetgeving voorziet niets betreffende videoconferenties maar verbiedt ze ook niet.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Zowel getuigen als deskundige kunnen worden verhoord. In de praktijk werden in het kader van art. 17 ook reeds partijen verhoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

De nationale wet van het verzoekend gerecht dient hierbij te worden toegepast. De gevraagde verrichting van de handeling tot het verkrijgen van bewijs mag niet strijdig zijn met fundamentele beginselen van het nationale recht van België (art. 17.5c).

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

De plaats waar de persoon via videoconferentie wordt verhoord moet geen rechtbank zijn.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Het verzoekend gerecht bepaald hier conform haar regelgeving of er een registratie plaatsvindt en zorgt hier in voorkomend geval zelf voor.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a) enkel in het Nederlands, het Frans en het Duits (Belgisch recht).

b) er worden geen taalvereisten gesteld.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Het verzoekend gerecht zorgt voor de vertaler en neemt de vertalingskosten ten laste. Normalerwijze stelt hij zijn diensten ter beschikking bij het verzoekend gerecht, op het moment dat de videoconferentie plaatsvindt. Er lijkt echter geen bezwaar te zijn moest deze zich fysiek bevinden bij de getuige.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Dit wordt bepaald overeenkomstig de nationale wet van het verzoekend gerecht.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Het verzoekend gerecht betaald de kosten.

De telefoonverbinding wordt opgestart door het verzoekend gerecht. Ook mogelijke vervoerskosten dienen ten laste genomen te worden van het verzoekend gerecht. De centrale autoriteit wijst het verzoekend gerecht daar op wanneer zij de ontvangstmelding van het verzoek verzendt.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De buitenlandse rechter stelt de getuige in kennis van de oproepingsbrief waarin vermeld wordt dat zijn medewerking op vrijwillige basis gebeurt.

De centale autoriteit vraagt het verzoekend gerecht de oproepingsbrief voorafgaandelijk aan het verzenden van formulier J naar haar op te sturen, waaruit duidelijk zou moeten blijken dat gewezen werd op de vrijwilligheid voor deelname aan het verhoor.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Bij middel van identiteitspapieren.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Dit gebeurt overeenkomstig het recht van de verzoekende staat.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Een medewerker van de centrale autoriteit neemt voorlopig de rol van coördinator op zich met betrekking tot het vastleggen van concrete afspraken rond datum en uur van test en effectief verhoor.

Een administratief medewerker/griffier zorgt voor het aan- en uiteenzetten van het systeem.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Vragen voor aanvullende informatie worden voorafgaand aan het verhoor door de centrale autoriteit voorgelegd aan het verzoekend gerecht.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/07/2016

Getuigenverhoor per videoconferentie - Tsjechië

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Tsjechisch) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Deze procedure wordt niet alleen geregeld door wet nr. 99/1963 Rec., Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gewijzigd (hierna te noemen "Rv”), maar vooral door de instructie nr. 505/2001 van het ministerie van Justitie ter vaststelling van het huishoudelijk en administratief reglement van de arrondissementsrechtbanken, de regionale gerechten en de hogere gerechten (hierna te noemen “instructie nr. 505/2001 van het ministerie van Justitie”).

De president van de kamer (alleensprekend rechter) kan conform artikel 10a van de instructie nr. 505/2001 van het ministerie van Justitie gebruikmaken van een technisch apparaat voor de uitzending van beeld en geluid (hierna te noemen een “videofoon”) om een getuige of deskundige te verhoren, indien dit passend lijkt te zijn met het oog op de bescherming van de rechten van de personen of om hun veiligheid te garanderen, of indien dit nodig is om veiligheidsredenen of op andere ernstige gronden, en indien deze oplossing technisch uitvoerbaar is.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Overeenkomstig artikel 11a van de instructie nr. 505/2001 van het ministerie van Justitie is het mogelijk om getuigen en deskundigen via videofoon te verhoren.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Het gebruik van een videofoon is uitsluitend mogelijk voor het verhoren van getuigen en deskundigen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Indien de president van de kamer (alleensprekend rechter) overgaat tot het verhoren van een getuige of deskundige via een videofoon, geeft de oproeping eveneens de plaats aan waar de persoon zich dient aan te melden voor het verhoor. Het is derhalve niet uitgesloten om andere ruimtes te gebruiken die geschikt zijn voor een dergelijke handeling, zoals de plaats waar de deskundigen of getuigen zich bevinden (ziekenhuis, laboratorium).

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

De belangrijke elementen van de verklaring van de getuige worden opgenomen in een proces‑verbaal. Het kan noodzakelijk zijn om bepaalde delen van de verklaring letterlijk op te nemen in het proces-verbaal. Het is eveneens mogelijk om alternatieve middelen te gebruiken, zoals de registratie van de gehele verklaring door de ambtenaar die belast is met het opstellen van het proces-verbaal of het maken van een audio-opname of een audio- en video-opname indien de wet dit voorschrijft of indien de president van de kamer (alleensprekend rechter) hiertoe besluit.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Indien de getuige de taal van de procedure niet machtig is, heeft hij recht op een tolk conform artikel 37, lid 4, van staatswet nr. 2/1993, Handvest van fundamentele rechten en vrijheden. Overeenkomstig artikel 18, lid 2, Rv verschaft de rechtbank de partij waarvan het Tsjechisch niet de moedertaal is een tolk, zodra dit nodig blijkt in de procedure.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Conform artikel 18, leden 1 en 2, Rv dient de rechtbank de partijen dezelfde mogelijkheden te garanderen om hun rechten te doen gelden en een tolk te verschaffen aan de partijen waarvan het Tsjechisch niet de moedertaal is, zodra dit nodig blijkt in de procedure.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Om een persoon op te roepen handelt de rechtbank overeenkomstig artikel 51 Rv. Voor zover de wet of de bijzondere bepalingen voor oproepingen verder niets vereisen, dient de oproeping de volgende informatie te bevatten: de zaak waarin de opgeroepen persoon dient te verschijnen, het onderwerp, de plaats van handeling bij de rechtbank, het tijdstip waarop de handeling begint, de reden voor de oproeping, de status van de opgeroepen persoon in de procedure, de verplichtingen van de opgeroepen persoon tijdens de handeling en in voorkomend geval de voorziene duur van de handeling. De dagvaarding om te verschijnen kan op papier of digitaal en in spoedgevallen eveneens telefonisch of per fax ter kennis worden gebracht. Indien het verhoor van een getuige of deskundige via een videofoon dient te gebeuren en de te verhoren persoon naar het rechtsgebied van een andere rechtbank dient te komen, wordt hij opgeroepen door de rechtbank in het rechtsgebied waar hij zich dient aan te melden om te worden verhoord en de verzoekende rechtbank verzoekt de aangezochte rechtbank om medewerking bij de uitvoering van deze handeling (rogatoire commissie). Conform artikel 115, lid 2, Rv dient de oproeping zodanig aan de partijen ter kennis te worden gebracht dat zij voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden, over het algemeen ten minste tien dagen vóór de datum van het verhoor, indien dit niet wordt voorafgegaan door een voorbereidende bijeenkomst.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Het gebruik van videoconferentie brengt kosten voor informatie-overdracht met zich mee. De informatie-overdracht komt voor rekening van de verzoekende rechtbank die het initiatief neemt voor de videoconferentie.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Overeenkomstig artikel 126, lid 1, Rv is iedere natuurlijke persoon die geen partij bij de procedure verplicht om te verschijnen na oproeping door een rechtbank en als getuige een verklaring af te leggen. Weigering is alleen mogelijk als de getuigenverklaring een risico op strafrechtelijke vervolging van de getuige zelf of van zijn naasten met zich meebrengt. De getuige wordt vóór het begin van het verhoor altijd in kennis gesteld van het belang van zijn verklaring, van zijn rechten en plichten en van de strafrechtelijke gevolgen van een valse getuigenis.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Overeenkomstig artikel 126, lid 2, Rv is de rechtbank verplicht om aan het begin van het verhoor de identiteit van de getuige vast te stellen. Over het algemeen wordt hem gevraagd zijn identiteitskaart of paspoort te tonen.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Overeenkomstig artikel 104, lid 1, van wet nr. 91/2012 Rec. inzake het internationaal privaatrecht is het op verzoek van een buitenlandse autoriteit eveneens mogelijk om getuigen, deskundigen en partijen onder ede te verhoren. De getuigen en partijen bij de procedure leggen de volgende eed af: “Ik zweer om op alle vragen die het gerecht mij stelt een volledig en waarheidsgetrouw antwoord te geven en niets te verzwijgen”. De eed van deskundigen is als volgt: “Ik zweer om naar eer en geweten en met kennis van zaken een deskundigenrapport te verstrekken.” Als de eed achteraf wordt afgelegd, wordt de formulering dienovereenkomstig aangepast.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

De concrete maatregelen worden tijdens de voorbereiding van de videoconferentie overeengekomen, zodat deze voldoen aan de behoeften van de verzoekende en de aangezochte rechtbank.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

De concrete maatregelen worden tijdens de voorbereiding van de videoconferentie overeengekomen, zodat deze voldoen aan de behoeften van de verzoekende en de aangezochte rechtbank.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/02/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Duitsland

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Bewijsverkrijging via videoconferentie in de Duitse civiele procedure is aanvaardbaar op verzoek krachtens artikel 128 a, lid 2, eerste zin, van het Duitse wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung, ZPO). De audiovisuele uitzending van het verhoor dient tegelijkertijd plaats te vinden op de plek waar een getuige, een deskundige of een partij zich bevindt tijdens het verhoor én in de zittingszaal. Indien de partijen, gevolmachtigden en advocaten zijn gemachtigd om op een andere plek bijeen te komen, vindt de audiovisuele uitzending eveneens gelijktijdig plaats op deze plek. Artikel 128 a van het ZPO kan eventueel met enkele wijzigingen van toepassing zijn op verhoren via videoconferentie op verzoek krachtens Verordening (EG) nr. 1206/2001, gezien het feit dat de rechtbank die de bewijzen verkrijgt niet de rechtbank is die een directe indruk krijgt. In geval van een handeling tot het indirect verkrijgen van bewijs overeenkomstig artikel 17, wordt in principe gehoor gegeven aan een verzoek om de directe verrichting van een handeling tot het verkrijgen van bewijs met gebruik van communicatietechnologie. De gerechtelijke procedures voor bewijsvoering kunnen eveneens verder gaan dan artikel 128 a van het ZPO. Er kan uitsluitend geweigerd worden op de gronden die zijn vermeld in artikel 17, lid 5. Het centraal orgaan kan echter conform het Duitse recht voorwaarden stellen aan het verloop van de indirecte verkrijging van bewijs.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Getuigen, deskundigen of partijen kunnen worden gehoord via videoconferentie (artikel 128 a, lid 2, eerste zin, van het ZPO).

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Overeenkomstig het Duitse wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen er videoconferentietechnieken worden gebruikt voor het verhoren van getuigen, deskundigen of partijen (artikel 128 a, lid 2, van het ZPO). Ander bewijsmateriaal (documenten, visuele inspectie) kan niet via videoconferentie worden overgelegd.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

De wet geeft niet aan waar de te horen persoon zich dient te bevinden. Overeenkomstig het Duitse wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient de plaats waar de uitzending in de zittingszaal geschiedt zich in principe op het nationale grondgebied te bevinden.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Artikel 128 a, lid 3, eerste zin, van het ZPO voorziet niet in de registratie van de videoconferentie. Voor een indirecte handeling tot het verkrijgen van bewijs in het kader van rechtshulp krachtens artikel 17 van de verordening betreffende bewijsverkrijging kan een dergelijke registratie worden uitgevoerd.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a) Het verhoor dat wordt afgenomen na een verzoek op grond van de artikelen 10 t/m 12 dient in het Duits te worden gehouden. Indien er personen deelnemen aan het verhoor die het Duits niet machtig zijn, is de aanwezigheid van een tolk vereist. Het is niet nodig om een beroep op een tolk te doen als alle betrokkenen de vreemde taal machtig zijn.

b) In het kader van indirecte rechtshulp bepaalt de verzoekende rechtbank de taal van het verhoor, maar kan het centraal orgaan gebruikmaken van de toestemming zoals is bedoeld in artikel 17, lid 4, om voorwaarden op te leggen wat betreft de directe handeling voor het verkrijgen van bewijs, zoals de taal van de procedure of het verhoor.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

In geval van directe rechtshulp heeft de aangezochte Duitse rechtbank de leiding over de procedure en het verkrijgen van bewijs. Er dient tijdens het verkrijgen van bewijs door de Duitse rechtbanken een tolk aanwezig te zijn, zelfs als slechts één van de deelnemers het Duits niet machtig is. De kennis van de Duitse taal wordt ambtshalve gecontroleerd. De rechtbank kiest in principe de tolk. In geval van indirecte verkrijging van bewijs overeenkomstig artikel 17, is het de verzoekende rechtbank die beslist om een beroep te doen op een tolk en wijst die rechtbank een tolk aan. Conform artikel 17, lid 4, kan het centraal orgaan in bepaalde gevallen toestemming geven, zoals voor het inzetten van tolken. Het centraal orgaan kan gelasten dat het verkrijgen van bewijs in het Duits gebeurt.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Het oproepen van getuigen en deskundigen gebeurt in geval van directe rechtshulp informeel door de diensten van de aangezochte rechtbank, tenzij de aangezochte rechtbank de betekening gelast. Indien de rechtbank verhoor via videoconferentie gelast, dienen de betrokkenen te worden opgeroepen op de plaats waar de videoconferentie plaatsvindt. De oproeping vermeldt de naam van de partijen, het onderwerp en de datum van het verhoor en de juridische gevolgen van verstek. De oproeping dient de plaats en tijd van het verhoor precies te vermelden. Er is geen termijn voor de oproeping vastgelegd.

In het kader van het verkrijgen van bewijs krachtens artikel 17 van de verordening dient de verzoekende rechtbank de te verhoren persoon in kennis te stellen van de datum en plaats van het verhoor. Dit is in het algemeen echter afhankelijk van de materiële omstandigheden waarmee de Duitse rechtbanken te maken hebben (waar de beschikbare installatie zich bevindt, wanneer deze kan worden gebruikt). Dientengevolge zijn de datum en plaats van het verhoor in principe nauw verbonden met de afgifte van de toestemming door het centraal orgaan. In principe is het niet nodig om een vaste termijn in acht te nemen, maar er dient rekening te worden gehouden met het feit dat internationale post langer onderweg is.

Er is geen speciale procedure vastgelegd voor het plannen van een videoconferentie. In de praktijk wijst het centraal orgaan een contactpersoon aan bij de rechtbank waar de videoconferentie zal plaatsvinden. Deze persoon is beschikbaar om praktische vragen te beantwoorden.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Het gebruik van videoconferentie brengt kosten met zich mee in verband met de aankoop, het onderhoud en de werking van de installaties. Deze kosten kunnen niet worden doorberekend aan de partijen in een civiele procedure. Daarnaast zijn er ook nog de telecommunicatiekosten. De aangezochte rechtbank kan de telecommunicatiekosten terugvorderen door te verwijzen naar artikel 10, lid 4, en artikel 18, lid 2, van de verordening.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De verzoekende rechtbank dient de te verhoren persoon er overeenkomstig artikel 64, lid 2, van de Duitse verordening inzake rechtshulp in civiele zaken (Rechtshilfeordnung für Zivilsachen, ZRHO) van in kennis te stellen dat het verhoor plaatsvindt op vrijwillige basis.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Bij twijfel over de identiteit van de te verhoren persoon dient de rechtbank in iedere fase van de procedure over te gaan tot controles.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Als een Duitse rechtbank wordt uitgenodigd om over te gaan tot een indirecte handeling voor het verkrijgen van bewijs via videoconferentie, gebeurt dit volgens het procesrecht van de verzoekende rechtbank, met inbegrip van het afleggen van de eed. Aangezien de medewerking van een gehoorde persoon aan een handeling voor het verkrijgen van bewijs en de eedaflegging geschieden op vrijwillige basis (de betrokkene dient daarvan in kennis te worden gesteld), kan de aangezochte staat geen andere voorwaarden opleggen. Het centraal orgaan dient er in ieder geval op toe te zien dat er geen inbreuk wordt gemaakt op het verbod om verklaringen af te leggen dat (in het Duitse recht) is opgelegd aan de gehoorde persoon. Dat geldt bijvoorbeeld voor het verhoor van een Duitse ambtenaar zonder voorafgaande toestemming van zijn leidinggevende of voor het verhoor van een arts die is gebonden door het beroepsgeheim.

Het centraal orgaan bepaalt of het mogelijk is om de eed af te leggen en welke informatie er aan de verzoekende rechtbank dient te worden verstrekt. In het kader van de toestemming dient het centraal orgaan erop toe te zien dat er geen inbreuk wordt gemaakt op het verbod om verklaringen af te leggen. Derhalve kan het centraal orgaan vragen onder welke omstandigheden de te horen persoon de informatie heeft verkregen. Krachtens het Duitse recht moet een Duitse ambtenaar die verklaringen wil afleggen daarvoor de toestemming van zijn leidinggevende hebben.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het rechtsstelsel is op federaal niveau georganiseerd en valt onder de verantwoordelijkheid van de gerechtelijke administratie van de deelstaten. Dit betekent dat er hiervoor geen uniforme regels op federaal niveau bestaan, dat de overbrenging en het verloop van het verhoor ter plaatse worden geregeld door de gerechtelijke administratie van de betrokken deelstaat en dat de werkwijzen aanzienlijk kunnen variëren. In de praktijk worden de voorschriften van de procedure normaal gesproken opgesteld door het Duitse gerechtshof (Oberlandesgericht) dat bevoegd is voor het rechtsgebied waaronder de aangezochte rechtbank valt.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Verzoeken uit het buitenland en de kennisgevingen zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1206/2001 moeten in het Duits worden opgesteld of vergezeld gaan van een Duitse vertaling (artikel 1075 van het ZPO).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 01/06/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Estland

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Ests) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja, het is mogelijk om over te gaan tot een handeling voor het verkrijgen van bewijs via videoconferentie. Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken voorziet in artikel 10, lid 4, in de mogelijkheid om te verzoeken om gebruik te maken van een videoconferentie. Krachtens artikel 17 van de verordening is het ook mogelijk om videoconferenties te gebruiken voor handelingen voor het verkrijgen van bewijs. Het centraal orgaan of de bevoegde autoriteit moedigt het gebruik aan van communicatietechnologieën, zoals video- en teleconferentie. De Estse rechtbanken beschikken over de apparatuur die nodig is om videoconferenties te houden. Ingevolge artikel 15, lid 6, van het Ests wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Tsiviilkohtumenetluse seadustik, WRv, De link wordt in een nieuw venster geopend.hier te raadplegen) zijn de bepalingen van het WRv van toepassing als de rechtbank van een lidstaat van de Europese Unie Estland om hulp vraagt voor het verkrijgen van bewijs, met uitzondering van bepalingen die strijdig zijn met Verordening (EG) nr. 1206/2001. Artikel 15, lid 5, van het WRv bepaalt dat een Estse rechtbank op verzoek van een buitenlandse rechtbank hulp biedt bij de uitvoering van een procedure, als de procedure krachtens de Estse wetgeving onder het rechtsgebied van de Estse rechtbank valt en dit niet wettelijk is verboden en voor zover de wet of een verdrag dat is gesloten met een ander land niet anders bepaalt. Het is ook mogelijk om een procedurehandeling uit te voeren krachtens de wet van een ander land indien dit nodig is voor de procedure in dat land en dit de belangen van de partijen bij de procedure niet schaadt. Zittingen in de vorm van een videoconferentie zijn geregeld in artikel 350 van het WRv. Er zijn geen speciale regels of beperkingen met betrekking tot de organisatie van een videoconferentie krachtens Verordening (EG) nr. 1206/2001, met inbegrip van een zitting door middel van een videoconferentie die direct wordt gehouden door de lidstaat die het verzoek indient krachtens artikel 17 van de verordening.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Overeenkomstig artikel 350, lid 1, van het WRv, kan een partij tijdens een zitting in de vorm van een videoconferentie in real time procedurehandelingen uitvoeren, dat wil zeggen een verklaring onder ede afleggen of tijdens een procedure van vrijwillige rechtspraak een verklaring afleggen die niet onder ede is. Conform lid 2 is het ook mogelijk om een getuige of een deskundige te horen tijdens een zitting in de vorm van een videoconferentie.

Bovendien kan een partij bij de procedure door middel van een videoconferentie een verklaring onder ede afleggen of tijdens een procedure van vrijwillige rechtspraak een verklaring afleggen die niet onder ede is. Het is ook mogelijk om een getuige of deskundige via videoconferentie te horen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Overeenkomstig artikel 350, lid 1, van het WRv kan de rechtbank de zitting in de vorm van een videoconferentie zodanig organiseren dat een partij bij de procedure of zijn vertegenwoordiger of adviseur zich tijdens de zitting op een andere plek kan bevinden en in real time procedurehandelingen kan uitvoeren op deze plek.

De rechtbank kan de zitting in de vorm van een videoconferentie derhalve zodanig organiseren dat de te horen persoon zich niet naar de rechtbank hoeft te begeven.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, de zittingen kunnen worden geregistreerd. De registratie geschiedt volgens de bepalingen van artikel 52 of artikel 42 van het WRv. Het materiaal voor verhoren op afstand dat de rechtbanken gebruiken, maakt het mogelijk om zittingen te registreren krachtens artikel 52 van het WRv, maar de rechtbanken hebben geen tools geïnstalleerd om deze registraties op te slaan, te bewerken en te archiveren. In de praktijk worden verhoren op afstand derhalve niet geregistreerd.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Overeenkomstig artikel 32, lid 1, van het WRv is het Ests de taal voor de procedure en de werkzaamheden van de rechtbanken in Estland. Conform artikel 32, lid 2, van het WRv worden de processen-verbaal van de zittingen en de andere proceduredocumenten in het Ests opgesteld. In geval van verklaringen of uiteenzettingen in een andere taal kan de rechtbank deze in de originele taal toevoegen aan de processen-verbaal samen met de vertaling in het Ests, mits dit nodig is om de inhoud ervan precies weer te geven. Het WRv bevat geen bijzondere voorschriften met betrekking tot de taalkundige bepaling in verband met het indienen van verklaringen of uiteenzettingen naar aanleiding van het verzoek van een rechtbank van een andere lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1206/2001, met inbegrip van de taalkundige bepaling in verband met de uitvoering van handelingen voor het verkrijgen van bewijs krachtens artikel 17.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Krachtens artikel 34, lid 1, van het WRv kan de rechtbank, als een partij bij de procedure het Ests niet machtig is en tijdens de procedure geen vertegenwoordiger heeft, ofwel op verzoek van een partij bij de procedure ofwel op eigen initiatief een beroep doen op een tolk. De aanwezigheid van een tolk is niet verplicht als de verklaringen van de partij bij de procedure begrijpelijk zijn voor de rechtbank en voor de andere partijen. Indien de rechtbank er niet direct voor kan zorgen dat er een tolk aanwezig is, geeft zij een beschikking af waarin de partij bij de procedure die deze nodig heeft, wordt verzocht om binnen de termijn die de rechtbank voorschrijft een tolk of vertegenwoordiger te vinden die Ests spreekt (artikel 34, lid 2, van het WRv). Het WRv bevat geen bijzondere voorschriften met betrekking tot de plaats waar de tolk zich dient te bevinden tijdens de handeling voor het verkrijgen van bewijs krachtens de verordening.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Volgens artikel 343, lid 1, van het WRv betekent de rechtbank oproepen aan de partijen bij de procedure en aan de andere personen die dienen te verschijnen op de zitting om ze in kennis te stellen van de datum en de plaats van de zitting. Overeenkomstig artikel 343, lid 2, van het WRv dient er ten minste een periode van tien dagen te zitten tussen de datum waarop de oproep wordt betekend en de zittingsdatum. Indien de partijen bij de procedure hiermee instemmen, kan deze termijn echter worden ingekort.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

In Verordening (EG) nr. 1206/2001 wordt de verdeling van de kosten die voortvloeien uit de handeling voor het verkrijgen van bewijs geregeld in artikel 18 van die verordening. Artikel 15, lid 4, van het WRv bepaalt dat de verzoekende rechtbank de proceskosten niet hoeft te betalen. De rechtbank die de procedurehandeling heeft uitgevoerd, stelt de verzoekende rechtbank in kennis van de kosten, die worden geboekt als kosten in verband met de te beoordelen zaak. De kosten die als gerechtskosten voortvloeien uit de handeling voor het verkrijgen van bewijs worden verdeeld op grond van artikel 148, lid 1, van het WRv. Krachtens artikel 148, lid 1, van het WRv neemt de partij bij de procedure die het verzoek heeft ingediend dat aanleiding geeft tot de gerechtskosten deze voor haar rekening, tenzij de rechtbank anders beslist. Indien het verzoek door beide partijen wordt ingediend of indien er getuigen of deskundigen worden opgeroepen of indien het onderzoek op initiatief van de rechtbank wordt uitgevoerd, nemen de partijen de kosten in gelijke delen op zich. Daar de rechtbanken zijn uitgerust met videoconferentie-apparatuur, zijn er geen extra kosten.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Op grond van artikel 17, lid 2, van de verordening wordt de betrokken persoon ervan in kennis gesteld dat hij rechtstreeks en op vrijwillige basis wordt gehoord door de verzoekende rechtbank.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Overeenkomstig artikel 347, lid 2, punt 1, van het WRv gaat de rechtbank aan het begin van een verhoor na welke opgeroepen personen er aanwezig zijn en controleert zij hun identiteit. Het WRv voorziet niet in nadere bepalingen om de identiteit van personen te controleren tijdens een zitting. De rechtbank dient de identiteit van de opgeroepen personen te controleren. Hiertoe controleert de rechtbank bijvoorbeeld een identiteitsbewijs met een foto van de opgeroepen persoon.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Overeenkomstig artikel 269, lid 2, van WRv dienen partijen bij de procedure de eed af te leggen voordat ze een verklaring kunnen doen:

“Ik, ondergetekende, bevestig naar eer en geweten dat ik met betrekking tot deze zaak de gehele waarheid zal spreken, zonder zaken te verzwijgen, toe te voegen of aan te passen.” De partijen bij de procedure leggen mondeling de eed af en ondertekenen een kopie van de eed.

Conform artikel 36, lid 1, van het WRv leggen personen die het Ests niet machtig zijn de eed af in een taal die zij beheersen. Krachtens lid 2 dient de handtekening te worden aangebracht op de Estse tekst van de eed, die hierbij wordt vertaald voor de desbetreffende persoon.

Overeenkomstig artikel 262, lid 1, tweede zin, van het WRv licht de rechtbank de inhoud van de artikelen 256 t/m 259 van het WRv toe ten behoeve van de getuige, voordat deze verklaringen doet. Ingevolge artikel 303, lid 5, van het WRv zijn de bepalingen die van toepassing zijn op het verhoren van getuigen eveneens van toepassing op deskundigen. Deskundigen die niet zijn erkend door een rechtbank of door de staat worden er voor het indienen van hun deskundigenadvies van in kennis gesteld dat zij verantwoordelijk zijn als zij opzettelijk een fout advies geven. Deskundigen dienen het proces-verbaal van de zitting of een kopie van de waarschuwing te ondertekenen. De ondertekende waarschuwing wordt samen met het deskundigenadvies overgelegd aan de rechtbank.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Krachtens artikel 350, lid 3, van het WRv dienen de rechten van alle partijen bij de procedure om verklaringen af te leggen en verzoeken in te dienen, evenals het geven van hun standpunt over verklaringen en verzoeken van andere partijen technisch te worden gewaarborgd, evenals de andere omstandigheden in verband met de zitting voor de goede overbrenging van beeld en geluid van de plaats waar de partij zich bevindt naar de rechtbank en omgekeerd.

Bij iedere rechtbank is er een werknemer van het centrum van registers en informatiesystemen (Registrite ja Infosüsteemide Keskus) als lokale IT-specialist, die ervoor zorgt dat de videoconferentie-apparatuur goed werkt en dat technische problemen worden opgelost.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Op de verzoekformulieren staat welke informatie er dient te worden verstrekt. De aard van aanvullende informatie waar om wordt gevraagd, hangt af van de omstandigheden van de zaak.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 08/05/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Griekenland

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja, dit is mogelijk, maar (momenteel) alleen bij de rechtbank van eerste aanleg van Athene.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Er zijn geen beperkingen op dit gebied. Alle deelnemers aan het proces kunnen via videoconferentie worden verhoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Er zijn geen beperkingen wat betreft het verhoren van getuigen, partijen, deskundigen etc.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Het verhoor kan plaatsvinden in een daartoe uitgeruste zaal van de rechtbank of van de Griekse consulaire autoriteit in het buitenland.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Het is toegestaan verhoren via videoconferentie te registreren en de processen-verbaal worden bewaard bij de griffie van de rechtbank of de Griekse consulaire autoriteit in het buitenland.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Het verhoor vindt plaats in het Grieks, indien nodig in aanwezigheid van een tolk.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

De partij die heeft verzocht om het verhoor van een getuige, een partij of een deskundige die het Grieks niet machtig is, is verantwoordelijk voor het vinden en vergoeden van een tolk. De tolken dienen zich in dezelfde zaal te bevinden als de rechter die belast is met de videoconferentieprocedure of als de secretaris van de Griekse consulaire autoriteit in het buitenland.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Overeenkomstig artikel 3 van presidentieel besluit 142/2013 “beslist de rechtbank ambtshalve of op verzoek van de partijen om tijdens een zaak een videoconferentie te organiseren. De rechtbank gaat al dan niet in op een dergelijk verzoek en beoordeelt of het gebruik van deze technologie geschikt is voor het goede verloop van de procedure. De rechtbank kan, rekening houdend met de omstandigheden van iedere zaak, instemmen met het verzoek om videoconferentie door in voorkomend geval aanvullende garanties vast te stellen voor het goede verloop van de procedure: a) verzoek van een partij: de betrokken partij dient een verzoek om videoconferentie (art. 270, lid 7, van het Griekse wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) of om verhoor via videoconferentie (art. 270, lid 8, van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) in bij de griffie van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt. Dit verzoek omvat: de naam van de rechtbank of de consulaire autoriteit in het buitenland, de namen van de deelnemers aan de videoconferentie, hun postadressen (en e-mailadressen) en hun telefoon- en faxnummer, de rechterlijke handeling waarvoor om videoconferentie wordt verzocht, de voorziene duur ervan en de eventuele specifieke apparatuurvereisten. Bovendien bevat dit verzoek de eventuele voorwaarden die de partijen hebben vastgesteld voor het verloop van de videoconferentie. Het verzoek kan op ieder moment en gedurende iedere fase van de procedure worden ingediend, mits de termijnen waarin het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet voor het verloop van de procedure worden nageleefd. Het verzoek en de bewijsstukken kunnen digitaal worden ingediend conform de geldende bepalingen. Het contact voor de planning en het verloop van de videoconferentie vindt plaats op initiatief van de medewerkers van de rechtbank en het buitenland en kan op iedere manier gedaan worden: telefonisch, per e-mail of per fax. De rechtbank aanvaardt of verwerpt het verzoek. De griffie betekent deze beslissing op een van de passende wijzen aan de verzoekende partij. Indien het verzoek wordt aanvaard, wordt het verloop van de procedure via videoconferentie op initiatief van de verzoekende partij aan de andere partijen betekend; b) ambtshalve door de rechtbank: de beslissing om een videoconferentie te houden wordt ambtshalve genomen door de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt en wordt betekend aan de partijen”.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

De partij die heeft verzocht om het verhoor van een getuige, een partij of een deskundige die het Grieks niet machtig is, is verantwoordelijk voor het vinden en vergoeden van een tolk. De partij betaalt de vergoedingen direct aan de tolk.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De betrokken persoon wordt door de rechtbank in kennis gesteld.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De rechter die het verhoor uitvoert, controleert de identiteit van de gehoorde persoon. Voor de identificatie van een persoon die niet ter plaatse is, wordt de rechter bijgestaan door de griffier of de door de consul gemachtigde persoon.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

De rechter die het verhoor leidt, vraagt de gehoorde getuige, deskundige etc. of hij de eed of de belofte af wenst te leggen. Hetzelfde geldt voor de tolk voordat hij zijn taak uitvoert.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Medewerkers van de rechtbank moeten vóór en na de videoconferentie aanwezig zijn.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Geen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 07/03/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Spanje

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Spaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Dit kan op twee manieren.

Wet- en regelgeving:

- artikel 177 van de wet inzake burgerlijke rechtsvordering (Ley de Enjuiciamiento Civil (LEC)), conform wet 29/2015 van 30 april 2015 inzake de internationale juridische samenwerking in burgerlijke zaken;

- artikel 229 van de organieke wet inzake de rechterlijke macht (Ley Orgánica del Poder Judicial, (LOPJ)) wat betreft videoconferenties; artikel 229, lid 3, van de organieke wet maakt het volgende mogelijk: verklaringen afnemen, personen verhoren, bewijsverkrijging, confrontatie van getuigen, onderzoek, verslagen, validering van deskundigenadviezen en de organisatie van procedures via videoconferentie, in aanwezigheid van de rechter of de rechtbank en in aanwezigheid of met deelname van, in voorkomend geval, de partijen. In alle gevallen blijft het voor elke partij mogelijk om het door de andere partij aangedragen bewijs te onderzoeken en te weerleggen en voorts wordt het recht van verweer gewaarborgd. Behalve in uitzonderlijke gevallen, gaat het daarbij om openbare procedures;

- titel IV, hoofdstuk II, van de overeenkomst van 15 september 2005 van de plenaire zitting van de Algemene raad van de rechterlijke macht (Pleno del Consejo General del Poder Judicial), ter goedkeuring van verordening 1/2005 wat betreft de bijkomende aspecten van de gerechtelijke procedures (de artikelen 74 t/m 80).

Gevallen waarin Spanje verzoekt om medewerking van een buitenlandse autoriteit

In deze gevallen heeft wet 29/2015 een aanvullende functie overeenkomstig het beginsel van voorrang van het Unierecht, op grond waarvan prioriteit wordt gegeven aan de regels van de Europese Unie op dit gebied en aan de internationale verdragen en overeenkomsten waarbij Spanje partij is. Op het gebied van internationale juridische samenwerking in burgerlijke zaken kunnen de Spaanse autoriteiten samenwerken met buitenlandse autoriteiten. Wederkerigheid is niet vereist, maar de regering kan bij koninklijk besluit beslissen dat de Spaanse autoriteiten niet samenwerken met de autoriteiten van een buitenlandse staat als deze samenwerking herhaaldelijk is geweigerd of indien deze verboden is door de autoriteiten van die staat.

De bevoegdheid van de Spaanse rechtbanken om op directe wijze te communiceren

De wetgeving van elke betrokken staat wordt altijd geëerbiedigd. Onder directe gerechtelijke communicatie wordt verstaan communicatie zonder tussenpersonen tussen nationale en buitenlandse rechtbanken. Dergelijke communicatie mag de onafhankelijkheid van de betrokken rechtbanken en de rechten van de partijen om zich te verdedigen niet beïnvloeden of in gevaar brengen.

De Spaanse autoriteiten weigeren verzoeken om internationale juridische samenwerking in burgerlijke zaken als:

a) het onderwerp of het doel van de gevraagde samenwerking strijdig is met de openbare orde;

b) de procedure in het kader waarvan de samenwerking wordt gevraagd onder de exclusieve bevoegdheid van de Spaanse rechtbank valt;

c) de inhoud van de te overleggen akte niet onder de bevoegdheid van de aangezochte Spaanse rechtbank valt. In dit geval kan de Spaanse rechtbank het verzoek doorsturen naar de bevoegde autoriteit, na de verzoekende autoriteit hiervan in kennis te hebben gesteld;

d) het te behandelen verzoek om internationale samenwerking niet voldoet aan de inhoudelijke vereisten en de minimumvereisten vastgesteld in wet 29/2015;

e) de regering bij koninklijk besluit beslist dat de Spaanse autoriteiten niet samenwerken met de autoriteiten van een buitenlandse staat ingeval deze samenwerking herhaaldelijk is geweigerd of ingeval deze verboden is door de autoriteiten van die staat.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Er zijn geen beperkingen met betrekking tot de deelname van partijen aan de procedure of van andere personen die bewijs aandragen, ongeacht of het gaat om getuigen of deskundigen. De kwestie of de bewijselementen passend zijn en welke informatie aan deskundigen wordt verstrekt, behoort tot de beoordelingsvrijheid van de rechter.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

De beperkingen, die altijd een uitzonderlijk karakter hebben en dienen te worden vastgesteld bij een gemotiveerde rechterlijke beslissing waarin de evenredigheid ervan wordt beoordeeld, hebben betrekking op de bescherming van grondrechten of de bescherming van het belang van minderjarigen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Het verhoor dient plaats te vinden in de rechtbank van het rechtsgebied waar de procedure loopt en het bewijs wordt ingediend in een openbare of, in uitzonderingsgevallen, een besloten zitting. Er zijn geen beperkingen met betrekking tot de plaats waar de persoon die via videoconferentie deelneemt aan de procedure zich dient te bevinden. De referendaris van de rechterlijke macht van de rechtbank (Letrado de la administración de justicia) waar de procedure wordt gehouden, dient in de rechtbank de identiteit van de personen die via videoconferentie deelnemen te bevestigen door de identiteitsdocumenten van tevoren voor te leggen of direct te tonen of door persoonlijke kennis.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja. Bovendien moeten zij worden opgenomen.

Conform artikel 147 van de wet inzake burgerlijke rechtsvordering wordt de mondelinge fase van de zittingen en comparities opgenomen op een drager die het mogelijk maakt om beeld en geluid te reproduceren. Alle rechtbanken in Spanje hebben audiovisuele apparatuur voor het registreren van processen en hoorzittingen. De gebruikte fysieke drager is een dvd, die vervolgens wordt bewaard door de betrokken referendaris. De partijen kunnen verzoeken om op eigen kosten een kopie toegestuurd te krijgen.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Indien een Spaanse rechtbank tussenbeide komt, lijkt het noodzakelijk om voor de procedure en de behandeling van dossiers de Spaanse taal te gebruiken, tenzij een van de andere officiële talen van bepaalde rechtsgebieden kan worden aanvaard (Galicië, Catalonië, Valencia en Baskenland), mits de personen die via videoconferentie worden gehoord deze talen kennen en zich hierin uit wensen te drukken.

In het geval van artikel 17 zorgt dit niet voor een nadeel, aangezien de gehoorde personen dit vrijwillig doen en het verhoor plaatsvindt in de taal van het verzoekende land.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

In burgerlijke zaken kunnen tolken/vertalers worden gebruikt, zowel tijdens de procedure als daarna om akten te vertalen. Indien de tolken/vertalers niet worden geleverd door de partij die daarom verzoekt, zal de rechterlijke macht daar zelf voor zorgen; deze taak is ook gedelegeerd aan bepaalde autonome gemeenschappen. In bepaalde gevallen worden deze diensten verleend door het ministerie van Justitie. De kosten voor het verlenen van deze diensten kunnen voor rekening komen van de partij die wordt veroordeeld in de proceskosten en worden aangepast indien deze partij recht heeft op rechtsbijstand van overheidswege.

Om er effectief voor te zorgen dat de bewijselementen tijdens de procedure kunnen worden onderzocht en weerlegd, kan de tolk zich tijdens de zitting in de rechtbank bevinden dan wel op de plaats waar de persoon via videoconferentie wordt gehoord.

De tolk wordt in ieder geval gevraagd de eed af te leggen of te beloven om de waarheid te spreken en om tijdens de uitvoering van zijn taken zo objectief mogelijk te handelen.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

De interne procedure die dient te worden gevolgd om over te gaan tot een verhoor in het geval dat is bedoeld in artikel 10 van de verordening, is vastgesteld in de artikelen 301 en volgende van het LEC wat betreft het verhoor van de partijen, in de artikelen 360 en volgende wat betreft het verhoor van getuigen en in de artikelen 335 en volgende wat betreft het uitbrengen van deskundigenverslagen en het indienen ervan met het oog op de toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor in een openbare zitting.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

In principe is de videoconferentie kosteloos, maar indien belanghebbende partijen een kopie van de registratie wensen te ontvangen, dienen zij een informatiedrager te verstrekken of de desbetreffende kosten te dragen.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Dit gebeurt onder toezicht van de Spaanse rechtbank.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Zie het antwoord op vraag 4 hierboven.

De referendaris van de rechterlijke macht van de rechtbank waar de procedure wordt gevoerd, dient in de rechtbank de identiteit van de personen die via videoconferentie deelnemen te bevestigen door de identiteitsdocumenten van tevoren voor te leggen of direct te tonen of door persoonlijke kennis.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de onderstaande gevallen.

a) De partijen hoeven geen eed of belofte af te leggen tijdens de zitting. In de uitnodiging wordt de betrokken partij erop gewezen dat het ongerechtvaardigd afwezig zijn ertoe kan leiden dat de rechtbank de door die partij aangevoerde feiten opnieuw ter discussie stelt en dat het niet-verschijnen voor die partij uiterst nadelig kan zijn.

b) Voor getuigen: iedere getuige dient vóór hij wordt gehoord de eed af te leggen of te beloven de waarheid te spreken, op straffe van burgerrechtelijke sancties wegens meineed, die de rechtbank in geval van weigering kan uitspreken. Indien de getuige niet op de hoogte is van deze sancties, zal de rechter hem daarover informeren.

Als de getuigen strafrechtelijk minderjarig zijn, hoeven zij geen eed af te leggen en niet te beloven de waarheid te spreken.

c) Voor deskundigen: deskundigen dienen, voordat zij hun advies uitbrengen, onder ede of belofte mede te delen dat zij zo objectief mogelijk hebben gehandeld en, in bepaalde gevallen, zullen handelen, waarbij zij rekening hebben gehouden met de elementen die in het voordeel of het nadeel van de partijen kunnen zijn en dat zij op de hoogte zijn van de strafrechtelijke sancties die kunnen worden toegepast als zij hun taak als deskundige niet vervullen. Deze eed of belofte wordt herhaald ter terechtzitting, als het advies is onderworpen aan het beginsel van hoor en wederhoor tussen de partijen en de rechtbank zelf.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het beheer van de audiovisuele communicatiemiddelen is van tevoren afgesproken en de diensten van de Secretaría del Decanato of van de rechterlijke instantie stellen de dag, het tijdstip en de plaats van de videoconferentie vast, waarbij zij erop toezien dat er voldoende bezetting is om het goede verloop te waarborgen. Gewoonlijk worden van tevoren tests uitgevoerd om te garanderen dat verbindingen en uitrusting correct functioneren.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Alle informatie die relevant wordt geacht om ervoor te zorgen dat de bewijsverkrijging zo correct en vlot mogelijk verloopt.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 26/01/2018

Getuigenverhoor per videoconferentie - Kroatië

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

In de Republiek Kroatië mag bewijs worden verkregen door getuigen, partijen of deskundigen via videoconferentie te verhoren, conform de artikelen 10 tot 12 en artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (hierna "de verordening" genoemd). Als het nodig is bewijs te verkrijgen op de wijze zoals bepaald in de verordening, kan het gerecht van de Republiek Kroatië:

1. het bevoegde gerecht van een andere lidstaat rechtstreeks verzoeken een handeling tot het verkrijgen van bewijs te verrichten, of

2. overeenkomstig artikel 17 van de verordening, verzoeken een handeling tot het verkrijgen van bewijs rechtstreeks in een andere lidstaat te mogen verrichten.

De regels voor bewijsverkrijging op grond van de verordening zijn vastgelegd in de artikelen 507.d tot 507.h van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (staatscourant van de Republiek Kroatië (Zakon o parničnom postupku) nr. 53/91, 91/92, 112/99, 88/01, 117/03, 88/05, 02/07, 84/08, 96/08, 123/08, 57/11, 148/11, 25/13 en 89/14; hierna het "WvRV" genoemd).

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Videoconferentie kan worden gebruikt voor het ondervragen van getuigen, maar ook voor bewijsverkrijging door het verhoren van deskundigen en partijen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

In de Republiek Kroatië gelden er geen bijzondere beperkingen met betrekking tot het soort bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen. Het gerecht dat de procedure leidt, beslist welke handelingen tot bewijsverkrijging moeten worden verricht voor het vaststellen van bepaalde feiten, en op welke manier dat moet gebeuren. Het gerecht beslist welke feiten het bewezen acht op grond van een zorgvuldige en nauwkeurige waardering van elk afzonderlijk bewijsmiddel en van alle bewijsmiddelen tezamen, en op basis van de resultaten van de gehele procedure. Videoconferentie zal echter voornamelijk worden gebruikt voor bewijsverkrijging door het verhoren van partijen en getuigen, aangezien er bepaalde feitelijke en technische problemen ontstaan wanneer bestudering van een document of onderzoek ter plaatse geboden is.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Een verhoor vindt doorgaans plaats bij een gerecht. In de wet zijn er geen bijzondere beperkingen gesteld aan de plaats waar de betrokken persoon zich tijdens het verhoor per videoconferentie moet bevinden.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

In de Republiek Kroatië zijn geen bepalingen vastgelegd met betrekking tot de registratie van een verhoor via videoconferentie, maar de artikelen 126.a tot 126.c van het WvRV vormen de rechtsgrondslag voor het maken van geluidsopnamen tijdens zittingen. De rechter beslist, ambtshalve of op verzoek van partijen, dat er geluidsopnamen worden gemaakt. In het reglement voor de procesvoering van het gerecht (staatscourant van de Republiek Kroatië, nr. 37/14, 49/14, 08/15, 35/15, 123/15 en 45/16) zijn regels opgenomen over de opslag en transcriptie van geluidsopnamen, de technische eisen en de registratiemethoden.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Indien het verzoek wordt gedaan op grond van de artikelen 10 tot 12 van de verordening, wordt het verhoor doorgaans in Kroatië geleid. Het gebruik van nationale minderheidstalen in het kader van een civiele procedure is geregeld in een bijzondere wet (civiele procedures worden gevoerd in het Kroatisch, tenzij de wet voorziet in het gebruik van een andere taal bij bepaalde gerechten). Bovendien geldt overeenkomstig artikel 102 van het WvRV dat als de procedure niet wordt gevoerd in de taal van de partij of andere procesdeelnemers, er wordt gezorgd voor een vertolking naar hun taal van het gesproken woord tijdens de zitting en van de stukken die tijdens de zitting zijn overlegd als bewijs.

In het geval van rechtstreekse bewijsverkrijging op grond van artikel 17 van de verordening, kan het verhoor plaatsvinden in een vreemde taal aangezien de betreffende handeling door het verzoekende gerecht zelf wordt verricht. Niettemin moet de vertolking naar de taal die de partijen en andere procesdeelnemers begrijpen, zijn gewaarborgd.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Het aangezochte gerecht zorgt in de regel dat er een beëdigde tolk aanwezig is bij de verhoren bedoeld in de artikelen 10 tot 12 van de verordening. Het gerecht kan onder bepaalde voorwaarden (artikel 251 in verbinding met artikel 263 van het WvRV) besluiten een beroep te doen op de diensten van een door een partij gekozen tolk.

Het verzoekende gerecht en het aangezochte gerecht kunnen ook in onderlinge overeenstemming een afspraak maken over de inzet van een tolk, zodat de tolk door een van beide gerechten kan worden geregeld. In de praktijk wordt een beroep gedaan op een beëdigd tolk die aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt die de vertolking nodig heeft of op de plaats van het aangezochte gerecht, indien het verzoekende gerecht de procedure in zijn eigen taal voert conform artikel 17 van de verordening. Indien het verhoor wordt geleid door het aangezochte gerecht, conform de artikelen 10 tot 12 van de verordening, dan is de tolk aanwezig op de plaats van het verzoekende gerecht.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Overeenkomstig artikel 242 van het WvRV ontvangen de getuigen een dagvaarding waarin onder meer de datum en de plaats van het verhoor worden vermeld. De dagvaarding voor de betreffende zitting moet aan de te verhoren persoon worden betekend of ter kennis gebracht volgens de regels voor betekening in persoon. Als deze persoon wordt vertegenwoordigd, dan wordt de dagvaarding voor de zitting waarbij de partijen of betreffende persoon zullen worden verhoord, aan zijn vertegenwoordiger betekend of ter kennis gebracht (artikel 268 in verbinding met de artikelen 138 en 142 van het WvRV). Getuigen die vanwege hun leeftijd, gezondheidstoestand of een ernstige lichamelijke beperking niet in staat zijn voor de rechter te verschijnen, worden thuis gehoord. In het WvRV is niet vastgesteld hoeveel dagen van tevoren een getuige op de hoogte moet worden gesteld van het verhoor. Er moet echter een redelijke termijn (minimaal 8 dagen) worden aangehouden, zodat de partijen zich kunnen voorbereiden op het verhoor.

In het geval van een verhoor op grond van de artikelen 10 tot 12 van de verordening, informeert het aangezochte gerecht de getuigen/partijen over de datum en de plaats van het verhoor, terwijl het verzoekende gerecht zorgt voor de betekening of kennisgeving van de dagvaarding wanneer het verhoor op grond van artikel 17 van de verordening plaatsvindt.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Overeenkomstig artikel 153 van het WvRV moet de verzoekende partij, op bevel van het gerecht, een voorschot betalen ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan de handeling tot bewijsverkrijging. Indien de handeling tot bewijsverkrijging door beide partijen wordt verzocht of ambtshalve door het gerecht wordt bevolen, bepaalt het gerecht het bedrag dat nodig is om de kosten te dekken. De partijen moet ieder een gelijk deel van dit bedrag betalen.

Bovendien is artikel 18 van de verordening van toepassing op de kosten van videoconferentie.

In de Republiek Kroatië zijn geen kosten verbonden aan de bewijsverkrijging via videoconferentie.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De persoon wordt hier in een dagvaarding over geïnformeerd. Het WvRV voorziet niet in aanvullende vereisten.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De getuige wordt voorafgaand aan het verhoor gevraagd opgave te doen van zijn naam, voornaam, persoonlijke identiteitsnummer, voornaam van zijn vader, beroep, woonplaats, geboorteplaats, leeftijd en zijn relatie tot of band met de partijen (artikel 243, lid 3, van het WvRV).

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Op grond van artikel 246 van het WvRV kan het gerecht beslissen dat de getuige voorafgaand aan zijn verklaring de eed af moet leggen. In het geval waarin artikel 17 van de verordening voorziet, zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk de regels van de verzoekende lidstaat van toepassing, bijvoorbeeld wanneer de verzoekende lidstaat het centraal orgaan of de bevoegde autoriteit van de aangezochte lidstaat vóór de datum van de zitting informeert dat het een getuige onder ede wenst te verhoren.

Overeenkomstig artikel 270 van het WvRV wordt een handeling tot bewijsverkrijging door het verhoren van partijen zonder eedaflegging uitgevoerd.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn hier geen bepalingen over opgenomen. In de praktijk moeten de technici en de vereiste rechterlijke ambtenaren voorafgaand en tijdens het verhoor aanwezig zijn om te zorgen voor de technische zaken rondom de videoconferentie.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Er bestaat geen speciale regel op grond waarvan aanvullende informatie is vereist. Het verzoekende gerecht en het aangezochte gerecht moeten bij het vaststellen van de zittingsdatum echter mogelijk bepaalde technische aspecten met elkaar afstemmen om een goed verloop van de zitting te garanderen. In de praktijk regelen de rechters dit soort kwesties meestal per e-mail.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 22/02/2019

Getuigenverhoor per videoconferentie - Italië

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Het Italiaanse recht en met name het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevatten geen specifieke bepalingen inzake bewijsverkrijging via videoconferentie.

Toch is het gebruik van videoconferenties in de Italiaanse rechtsorde niet onbekend.

In artikel 202 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgelegd dat de rechter, wanneer hij overgaat tot een onderzoekshandeling, "de datum, plaats en wijze van uitvoering vaststelt." Als een van de wijzen waarop bewijzen kunnen worden verkregen, zou de rechter overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1206/2001 ook bevel kunnen geven tot tenuitvoerlegging van de onderzoekshandeling via videoconferentie.

Er zij voorts gewezen op het feit dat in artikel 261 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgesteld dat de rechter kan verzoeken om filmopnamen waarvoor het gebruik van mechanische middelen, instrumenten of procedures is vereist.

Videoconferentie wordt uitdrukkelijk genoemd in het wetboek van strafvordering (bijvoorbeeld in artikel 205 ter).

Daarom moet de toepassing van de beperking in artikel 10, lid 4, van de bovengenoemde verordening, die betrekking heeft op de "onverenigbaarheid" met de rechtsorde, worden uitgesloten voor procedures waarop de artikelen 10 e.v. van toepassing zijn.

De enige beperking die eventueel kan worden opgeworpen tegen het verzoek om videoconferentie kan zijn ingegeven door ernstige praktische problemen.

Wat betreft de wijzen van uitvoering van verschillende onderzoekshandelingen is het zaak de verordening van de Europese Unie, het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering en hun uitvoeringsbepalingen toe te passen.

Wat betreft de procedure waarop artikel 17 van toepassing is, zou de aangezochte lidstaat, na te hebben gecontroleerd of is voldaan aan de voorwaarden in artikel 17, lid 5, en na toestemming te hebben verleend voor de rechtstreekse verrichting van een onderzoekshandeling, het gebruik van videoconferentie moeten "aanmoedigen", die, voor zover zij een eenvoudige wijze van uitvoering van de onderzoekshandeling vormt, per geval moet worden gecontroleerd bij het aangezochte gerecht.

Behalve in geval van grote praktische problemen, dat wil zeggen wanneer het aangezochte gerecht niet over een dergelijk communicatiemiddel kan beschikken, kunnen alle onderzoekshandelingen die zijn gebaseerd op een rechtmatig verzoek in de zin van de artikelen 10 e.v. of waarvoor toestemming is verleend in de zin van artikel 17, dan ook worden verricht middels videoconferentie.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Videoconferentie is een nuttig instrument voor het horen van zowel getuigen als procespartijen. Er is geen reden waarom dit onverenigbaar zou zijn met de Italiaanse rechtsorde. Zoals bekend omvat deze reeds bewijsverkrijging door getuigen, vrij verhoor van de partijen en de eedaflegging door de partij.

Wat betreft het horen van deskundigen moet het probleem van de ambtshalve ontvankelijkheid van de technische deskundigheid vooraf worden onderzocht, vooral in het kader van rechtstreekse verrichting van een onderzoekshandeling (artikel 17).

In het Italiaanse recht zijn artikel 61 en de artikelen 191 t/m 201 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing op technisch deskundigenonderzoek. In de regel stellen deskundigen een schriftelijk expertiseverslag op (artikel 195, tweede alinea, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), maar de rechter kan ook om verduidelijking verzoeken. Nadat het deskundigenonderzoek is aanvaard, zou er geen belemmering meer moeten bestaan om de deskundigen via videoconferentie te horen. In het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering is namelijk bepaald dat "wanneer hij dit gepast acht, de president de deskundige uitnodigt om de discussie voor het college bij te wonen en zijn mening in de raadkamer te geven in aanwezigheid van de partijen, die hun argumenten via hun advocaten kunnen voorleggen en toelichten."

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Concreet lijkt videoconferentie vooral een doeltreffend instrument om bewijzen te verkrijgen door getuigen te horen en om getuigen en partijen met elkaar te confronteren.

Niettemin wordt in de bovengenoemde verordening niet rechtstreeks ingegaan op de vraag van de specificiteit of de volledigheid van het bewijs, wat in de praktijk problemen kan opleveren voor deskundigenonderzoek (bijvoorbeeld grafologisch onderzoek), onderzoek naar genetische informatie of telefonische bewijzen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

In de regel worden bewijzen in de aangezochte lidstaat verkregen binnen de gerechtelijke structuur of politiestructuur die daartoe territoriaal bevoegd is, mits die structuur over de benodigde technische apparatuur beschikt en er hulpfunctionarissen van de griffie aanwezig zijn. Op dit moment bestaan er echter geen statistieken voor civielrechtelijke procedures waarnaar kan worden verwezen.

Voor videoconferentie in strafrechtelijke procedures wordt doorgaans gebruikgemaakt van een van de beschikbare, hiertoe uitgeruste locaties van het hof van beroep (Corte d’Appello) van het district van het aangezochte gerecht (een ruimte bij de rechtbank, een zwaar beveiligde hoorzittingsruimte of een kleine ruimte in een strafinrichting).

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Er lijken geen juridische belemmeringen te bestaan voor de opname van hoorzittingen als dit in de verzoekende lidstaat wettelijk is toegestaan.

In ieder geval dient de onderzoekshandeling te worden verricht overeenkomstig de artikelen 4 e.v., alsmede artikel 126 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 46 van de uitvoeringsbepalingen voor dat wetboek, met betrekking tot het opstellen van het proces-verbaal.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Deze kwestie is in de wetgeving niet uitdrukkelijk geregeld.

Artikel 5 van de verordening zou een aanduiding kunnen bevatten over de taal waarin de hoorzittingen dienen plaats te vinden, aangezien hierin is vastgesteld dat het verzoek en de kennisgevingen moeten worden gesteld in de officiële taal van de aangezochte lidstaat.

Wanneer er verzoeken worden ingediend op grond van de artikelen 10 e.v., waarop het binnenlandse recht van toepassing is, moet de hoorzitting in het Italiaans worden gehouden.

In artikel 122 van het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering is namelijk het volgende vastgesteld: "De gehele procedure moet in het Italiaans worden gevoerd. Wanneer een persoon moet verschijnen die het Italiaans niet beheerst, kan de rechter een tolk aanwijzen."

Op de procedure zoals bedoeld in artikel 17 is echter het recht van de verzoekende lidstaat van toepassing. Deze bepaling zou ook gevolgen kunnen hebben voor de taal die moet worden gebruikt bij de verrichting van de onderzoekshandeling. Die taal moet dus ook hier de taal van de verzoekende lidstaat zijn. In dergelijke gevallen kan de inzet van tolken noodzakelijk blijken.

Overigens kan de autoriteit die toestemming verleent voor de verrichting van de onderzoekshandeling de voorwaarden aangeven voor het verloop van de procedure en in het bijzonder aangeven in welke taal deze moet plaatsvinden.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Deze kwestie is in de wetgeving niet uitdrukkelijk geregeld.

In de procedure zoals bedoeld in de artikelen 10 e.v. is het recht van de aangezochte lidstaat van toepassing.

In ieder geval is artikel 122, tweede alinea, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing.

In het Italiaanse wetboek is vastgesteld dat een tolk wordt aangewezen wanneer een opgeroepen persoon het Italiaans niet machtig is. Er wordt dus uitgegaan van het principe dat de taal van de procedure (en van de rechter) het Italiaans is.

De kosten voor de tolkwerkzaamheden worden in ieder geval vergoed en komen voor rekening van het verzoekende gerecht (zie artikel 18).

Voor de procedure zoals bedoeld in artikel 17 verwijzen wij naar punt 6. Ook tijdens de hoorzittingen moet de taal van de verzoekende lidstaat worden gebruikt. De rechtsorde van de verzoekende lidstaat is hierin dan ook richtinggevend, ook wat betreft de verantwoordelijkheid voor de aanwijzing van tolken. In dit geval kan de autoriteit die bevoegd is voor de rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling verzoeken om informatie over de aanwijzing van de tolk.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

In artikel 250 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder, op verzoek van de betrokken partij, de getuigen dagvaardt op de plaats, de datum en het tijdstip zoals vastgesteld, met vermelding van de naam van de rechter die is belast met de onderzoekshandeling en de zaak waarin zij moeten worden gehoord. In artikel 103 van de uitvoeringsbepalingen voor het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgesteld dat getuigen moeten worden gedagvaard uiterlijk zeven dagen vóór de hoorzitting waarop zij moeten verschijnen.

De regels voor getuigenbewijs zijn vastgesteld in de artikelen 244 t/m 257 bis van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en in de artikelen 102 t/m 108 van de uitvoeringsbepalingen van dit wetboek.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Kosten voor een videoconferentie op grond van artikel 4 (niet-rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling), zoals vastgesteld in artikel 10, lid 4, worden op verzoek van het aangezochte gerecht terugbetaald, zoals bepaald in artikel 18, lid 2, van de verordening.

Deze verplichting tot terugbetaling is op grond van artikel 17 niet van toepassing wanneer het buitenlandse gerecht overgaat tot rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling middels videoconferentie.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Het verzoekende gerecht heeft de taak de te horen persoon ervan in kennis te stellen dat de onderzoekshandeling vrijwillig wordt verricht; ingevolge artikel 17 van de verordening is de rechtstreekse verrichting van de handeling alleen maar toegestaan wanneer aan dit vereiste is voldaan.

De verordening bevat echter geen soortgelijke verplichting voor het aangezochte gerecht.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De identificatie van de getuige is doorgaans de taak van het verzoekende gerecht dat op grond van artikel 17 gebruik maakt van videoconferentie. In geval van niet-rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling zij erop gewezen dat bij getuigenbewijs artikel 252 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing is op de identificatie van de getuige: "De rechter vraagt de getuige om zijn naam en voornaam, de naam en voornaam van zijn vader, zijn leeftijd, zijn beroep, en vraagt hem of hij familiebanden heeft [...] met de partijen, of belang heeft bij de zaak." De getuige deelt zijn identiteit mee na de eedaflegging zoals vastgesteld in artikel 251 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. In de praktijk verzoekt de rechter tevens om een identiteitsdocument en neemt hij de daarop vermelde gegevens over in het proces-verbaal.

Wat betreft de te horen partijen moet er een bijzondere volmacht worden verstrekt als het gaat om een bijzondere procurator.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Er is geen specifieke regeling vastgesteld voor de in artikel 17 bedoelde procedure. Het kan zinvol zijn om informatie te ontvangen over het belang dat in strafrechtelijk opzicht (in de rechtsorde van de verzoekende lidstaat) wordt gehecht aan een valse getuigenis of verzwijging, conform de procedureregels van de verzoekende lidstaat.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het Italiaanse departement voor het gevangeniswezen (Dipartimento dell’Amministrazione Penitenziaria), dat is belast met verbindingen via videoconferentie, voert in de dagen voorafgaand aan de geplande datum voor de videoconferentie compatibiliteitstests uit met buitenlandse technici.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Het is wenselijk dat het verzoekende gerecht tezamen met het verzoek om internationale rechtsbijstand de technische kenmerken van het in zijn lidstaat gebruikte videoconferentiesysteem doorgeeft (als het deze kent) en in ieder geval de naam en telefoonnummers van een contactpersoon verstrekt (bij voorkeur een gespecialiseerde technicus), en tevens vermeldt in welke taal de werkzaamheden zullen plaatsvinden.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/02/2019

Getuigenverhoor per videoconferentie - Cyprus

INHOUDSOPGAVE


1 Huwa possibbli li l-evidenza tinġabar bil-vidjokonferenza jew bil-parteċipazzjoni ta' qorti fl-Istat Membru li jagħmel it-talba jew direttament f'qorti ta' dak l-Istat Membru? Jekk iva, x'inhuma l-proċeduri nazzjonali relevanti jew il-liġijiet li japplikaw?

Bewijsverkrijging kan hetzij rechtstreeks of via een videoverbinding plaatsvinden met de deelname van een rechtbank in de verzoekende lidstaat. De nationale wetgeving legt de rechtsgrond hiervoor vast in artikel 36A van hoofdstuk 9 van de Bewijswet, zoals gewijzigd door wet 122(I)/2010. De rechtbank kan, ingevolge artikel 36A, naar eigen goeddunken voorwaarden opleggen die noodzakelijk worden geacht voor de bewijsverkrijging, mits deze voorwaarden niet in strijd zijn met de internationale verbintenissen van de Republiek Cyprus.

2 Hemm xi restrizzjonijiet dwar it-tip ta' persuna li tista' tiġi eżaminata bil-vidjokonferenzi – per eżempju, huma biss ix-xhieda li jistgħu jiġu eżaminati jew anke esperti jew partijiet oħra?

Er is geen sprake van dergelijke beperkingen. Elke persoon wiens getuigenis noodzakelijk wordt geacht kan worden verhoord, op voorwaarde dat het verzoek om die getuigenis binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 1206/2001 valt en niet in strijd is met het nationale recht.

3 Hemm xi restrizzjonijiet fuq it-tip ta' evidenza li tista' tinkiseb bil-vidjokonferenzi?

Er zijn geen beperkingen op het soort bewijs dat kan worden verkregen via videoconferentie, op voorwaarde dat het verzoek om bewijsverkrijging niet in strijd is met het nationale recht en dat het praktisch haalbaar is om het gevraagde bewijs te verkrijgen.

4 Hemm xi restrizzjonijiet fuq fejn persuna tista' tiġi eżaminata bil-vidjokonferenzi – i.e. trid tkun fil-qorti?

Er zijn geen beperkingen.

5 Huwa permess li s-seduti tal-vidjokonferenzi jiġu rekordjati u jekk iva, din il-faċilità hija disponibbli?

Enkel de notulen van de procedure worden geregistreerd.

6 B'liema lingwa għandu jsir is-smigħ: (a) fejn it-talbiet isiru taħt l-Artikoli 10 sa 12; u (b) fejn ikun hemm ġbir ta' evidenza taħt l-Artikolu 17?

De getuigenis wordt afgenomen in de moedertaal van de getuige en wordt vervolgens door een tolk vertaald naar de officiële taal van de rechtbank, met name het Grieks.

7 Jekk ikunu meħtieġa interpreti, min hu responsabbli biex jipprovdihom taħt iż-żewġ tipi ta' smigħ u fejn għandhom ikunu?

De regelingen voor het gebruik van tolken moeten worden getroffen door de griffie van de rechtbank die de zaak behandelt in het kader waarvan de betrokken persoon wordt verhoord.

8 Liema proċedura tapplika għall-arranġamenti tas-smigħ u biex il-persuni jiġu notifikati dwar il-post u l-ħin? Kemm għandu jitħalla żmien meta tiġi ffissata d-data tas-smigħ biex il-persuna jkollha biżżejjed żmien minn mindu tirċievi n-notifika?

De te verhoren persoon wordt als getuige opgeroepen. De datum waarop de zaak wordt behandeld, wordt zodanig vastgelegd dat de betrokken persoon tijdig in kennis kan worden gesteld.

9 Liema spejjeż japplikaw għall-użu tal-vidjokonferenzi u kif għandhom jitħallsu?

De kosten die worden gemaakt voor de tolken, worden gedragen door de lidstaat waar de behandelende rechtbank is gevestigd. De kosten die worden gemaakt voor het verstrekken van technische ondersteuning op de dag van het verhoor, worden gedragen door de lidstaat waar de getuige zich bevindt.

10 Hemm xi kundizzjonijiet, u jekk iva, liema huma, biex jiġi żgurat li l-persuna eżaminata direttament mill-qorti li tagħmel it-talba tkun ġiet infurmata li s-smigħ isir fuq bażi volontarja?

De oproeping van de getuige wordt om die reden verstuurd.

11 Liema proċeduri jeżistu biex jivverifikaw l-identità tal-persuna li se tiġi eżaminata?

Er wordt een eed of verklaring afgelegd en de identiteitsgegevens van de te verhoren persoon worden bekendgemaakt.

12 Liema kundizzjonijiet japplikaw biex jittieħdu l-ġuramenti u x'informazzjoni hija meħtieġa mill-qorti li tagħmel it-talba meta ġurament ikun meħtieġ waqt it-teħid dirett tal-evidenza taħt l-Artikolu 17?

De verzoekende rechtbank moet de identiteitsgegevens van de te verhoren persoon verstrekken. Wanneer de eed wordt afgelegd, zweert de te verhoren persoon op de Bijbel of de Koran, naargelang zijn of haar religieuze overtuiging, of legt de te verhoren persoon een verklaring af.

13 Hemm xi arranġamenti biex jiżguraw li hemm persuna ta' kuntatt fil-post tal-vidjokonferenzi li l-qorti li tagħmel it-talba tista' tagħmel l-arranġamenti magħha u persuna li tkun disponibbli fil-jum tas-smigħ biex topera l-faċilitajiet tal-vidjokonferenzi u tindirizza xi problemi tekniċi?

Er wordt een proefverbinding tot stand gebracht vóór de dag van het verhoor, na een voorafgaande coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten (de griffies van de rechtbanken).

14 X'jiġri jekk ikun hemm bżonn ta' xi informazzjoni addizzjonali mill-qorti li tagħmel it-talba?

Er is geen bijkomende informatie vereist.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 13/05/2019

Getuigenverhoor per videoconferentie - Luxemburg

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja, beide procedures zijn mogelijk. De meeste verzoeken die Luxemburg ontvangen heeft bevatten de wens de getuige te horen door een gerecht van die verzoekende lidstaat door middel van videoconferentie.

Er bestaan geen specifieke bepalingen betreffende videoconferentie, zodat de artikelen van het Nouveau code de procédure civile (nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering) over het horen van getuigen, door de rechter uitgevoerde controles en verschijning van de partijen van toepassing zijn. Momenteel is er nog geen jurisprudentie over videoconferenties.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Door middel van videoconferenties kunnen ook partijen en in sommige gevallen de partijen en gerechtsdeskundigen gehoord worden. Tot op heden hadden de verzoeken echter alleen betrekking op het horen van getuigen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

De enige restrictie betreft de vrijwillige basis waarop het getuigenverhoor dient te geschieden. Indien een getuige weigert gehoord te worden, beschikken de Luxemburgse autoriteiten niet over een dwangmiddel.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Het moet gaan om bewijs dat kan worden gepresenteerd in de gebouwen van onze rechtbanken die over de nodige technische apparatuur beschikken.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Indien de verzoekende staat de videoconferentie wenst te registreren, moet deze de uitdrukkelijke toestemming hebben van de getuige die in Luxemburg wordt gehoord. Luxemburg registreert videoconferenties als aangezochte staat niet omdat de Luxemburgse wet registratie verbiedt.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

A) Frans, Duits;

B) alle talen.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

De Luxemburgse rechter zorgt voor een tolk telkens wanneer dat nodig is om te communiceren met de autoriteiten van de verzoekende staat of met de te verhoren persoon.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

De Luxemburgse autoriteiten, met name de rechter die de instructiemaatregel moet uitvoeren, nemen contact op met de autoriteiten van de verzoekende staat om de datum en het tijdstip voor de videoconferentie af te spreken. De oproeping moet minstens vijftien dagen op voorhand plaatsvinden. De Luxemburgse autoriteiten zorgen voor het oproepen van de personen.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Overeenkomstig de verordening geeft de aangezochte staat toestemming voor de videoconferentie en de verzoekende staat is verantwoordelijk voor alle formele, organisatorische en technische zaken met inbegrip van het berichten van de betrokken personen.

De kosten van de videoconferentie en de heffing voor getuigen worden door de Luxemburgse staat op zich genomen. De kosten voor tolken zijn in principe ten laste van de verzoekende staat.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De betrokkene wordt daarvan op de hoogte gesteld in de oproepingsbrief en door de rechter of de griffier voorafgaand aan de videoconferentie.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De Luxemburgse gerechten controleren als aangezochte staat de identiteit aan het begin van het verhoor aan de hand van de identiteitsbewijzen.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

De getuigen en deskundigen leggen de eed af dat zij de waarheid zullen spreken. Zij worden ervan in kennis gesteld dat het afleggen van een valse getuigenis kan worden bestraft met een geldboete en een gevangenisstraf.

De eed wordt afgenomen door het verzoekende gerecht.

In het geval van artikel 17 past de verzoekende staat zijn voorwaarden toe. De bij de videoconferentie aanwezige Luxemburgse rechter zal als aangezochte staat slechts ingrijpen wanneer er zich problemen voordoen.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Op de dag van de videoconferentie zijn een rechter, een griffier, een technicus en, indien nodig, een tolk aanwezig.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Om de videoconferentie uit te voeren dienen een aantal technische kwesties te worden opgehelderd. Het succes van een verhoor via videoconferentie hangt af van een goede voorbereiding en een doelmatige samenwerking tussen de contactpunten.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 18/09/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Hongarije

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Hongaars) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Hongaarse wet nr. III van 1952 inzake het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna te noemen het “wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering”) maakt het rechtbanken mogelijk om op verzoek van een van de partijen of ambtshalve te gelasten dat een partij of iedere andere deelnemer aan het proces, een deskundige of een getuige wordt gehoord met gebruik van een gesloten telecomnetwerk. Er is met name aanleiding om het verhoor door middel van een gesloten telecomnetwerk te gelasten als dit het verloop van de procedure versnelt of als het verhoor op de plaats die hiervoor is vastgesteld grote problemen oplevert of buitensporige extra kosten met zich meebrengt.

De regels voor verhoren via een gesloten telecomnetwerk zijn vastgesteld in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Er is in geen enkele beperking met betrekking tot personen die kunnen worden verhoord met gebruik van een gesloten telecomnetwerk. Partijen en andere deelnemers aan het proces alsook getuigen en deskundigen kunnen derhalve op deze wijze worden gehoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Uitsluitend het persoonlijke verhoor van de partijen en andere deelnemers aan het proces, deskundigen en getuigen kan plaatsvinden met gebruik van een gesloten telecomnetwerk.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Verhoren met gebruik van een gesloten telecomnetwerk gebeuren in een ruimte die hiervoor speciaal is ingericht en die zich kan bevinden in een rechtbank of een ander orgaan.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet niet in audio- of videoregistratie van verhoren die zijn gehouden met gebruik van een gesloten telecomnetwerk. Het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt echter dat het proces-verbaal van de zitting in geval van verhoren met gebruik van een gesloten telecomnetwerk de omstandigheden van het verloop van een dergelijk verhoor dient te vermelden, evenals de personen die aanwezig zijn in de speciaal hiervoor ingerichte ruimte.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

De bepalingen van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van toepassing op verzoeken die zijn ingediend uit hoofde van de artikelen 10 t/m 12 van de verordening. Overeenkomstig het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het Hongaars de taal van de gerechtelijke procedure, maar de betrokken personen mogen geen schade ondervinden van een gebrek aan kennis van de Hongaarse taal. In het kader van gerechtelijke procedures heeft iedereen het recht om zijn moedertaal of de regionale taal of nationale minderheidstaal te gebruiken, binnen de limieten die zijn vastgesteld in internationale overeenkomsten. Hiertoe dient de rechtbank indien nodig een beroep te doen op een tolk.

Voor verzoeken die zijn ingediend uit hoofde van artikel 17 van de verordening houdt de verzoekende rechtbank het verhoor in overeenstemming met het recht van de lidstaat waar zij onder valt.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Voor verzoeken die zijn ingediend uit hoofde van de artikelen 10 t/m 12 dient de rechtbank, indien nodig, een beroep te doen op een tolk om het gebruik van de moedertaal, regionale taal of nationale minderheidstaal te garanderen.

In het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niets bepaald over de plaats waar de aanwezigheid van de tolk is vereist in geval van verhoren die worden gehouden met gebruik van een gesloten telecomnetwerk.

Voor verzoeken die zijn ingediend uit hoofde van artikel 17 van de verordening dient het verhoor te worden gehouden conform artikel 17, leden 4 en 6.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet niet in bijzondere bepalingen op het gebied van de oproeping voor de zitting die wordt gehouden met gebruik van een gesloten telecomnetwerk. De dagvaarding om te verschijnen dient tijdig te worden betekend om ervoor te zorgen dat de ontvangstbevestiging ter bevestiging van de stiptheid van de betekening vóór de zitting bij de rechtbank aankomt.

Indien het verzoek en de dagvaarding om te verschijnen gelijktijdig aan de verzoeker worden betekend, dient de datum van de zitting zodanig te worden vastgesteld dat het verzoek over het algemeen ten minste vijftien dagen vóór de zittingsdag wordt betekend aan de verweerder. In geval van nood kan de president deze termijn inkorten.

De bepalingen van artikel 17, leden 4 en 6, zijn van toepassing op verzoeken die zijn ingediend uit hoofde van artikel 17 van de verordening.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

De kosten variëren en dienen te worden betaald door de verzoekende rechtbank.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Conform artikel 17, lid 2, stelt de verzoekende rechtbank de betrokken persoon in kennis van het vrijwillige karakter van het verhoor.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De controle van de identiteit van de gehoorde persoon met gebruik van een gesloten telecomnetwerk vindt plaats:

- op basis van de gegevens die zijn verschaft als bewijs van zijn identiteit en woonplaats; en

- aan de hand van een officieel identiteitsbewijs dat of een verblijfsvergunning die via beelden wordt weergegeven.

De rechtbank controleert langs elektronische weg of door directe raadpleging van een database:

- de overeenstemming van de geregistreerde gegevens met de gecommuniceerde gegevens als bewijs van de identiteit en de woonplaats van de persoon die wordt gehoord met gebruik van een gesloten telecomnetwerk; en

- de geldigheid van het officiële identiteitsbewijs dat of de verblijfsvergunning die is getoond door de persoon die wordt gehoord met gebruik van een gesloten telecomnetwerk, evenals de overeenstemming van deze stukken met de geregistreerde gegevens.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Volgens het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is er geen aanleiding om tijdens de procedure de eed af te leggen.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Er bestaat hierover geen specifieke wetgeving. De verzoekende en aangezochte rechtbank dienen hierover afspraken te maken. Volgens het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet er echter een persoon aanwezig zijn die ervoor zorgt dat het technische materiaal voor het verhoor met gebruik van een gesloten telecomnetwerk werkt op de locatie waar dit verhoor moet plaatsvinden.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Er is over het algemeen geen aanvullende informatie vereist.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/10/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Malta

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Als Malta de verzoekende staat is, wordt in laatste instantie gebruikgemaakt van videoconferenties.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Nee, er is geen enkele beperking wat betreft het soort personen dat kan worden verhoord; het kan om getuigen gaan, maar ook om deskundigen en partijen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

De rechtbank dient te bepalen wat toelaatbaar is als bewijs.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Als Malta de aangezochte staat is, dient de persoon in een rechtbank te worden verhoord.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, het is toegestaan om verhoren per videoconferentie te registreren en er zijn middelen beschikbaar om over te gaan tot het registreren van verhoren.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a) Als Malta de aangezochte staat is, wordt het verhoor dat wordt afgenomen op grond van een verzoek krachtens de artikelen 10 tot 12 van de verordening in het Maltees of Engels gehouden;

b) Als Malta de verzoekende staat is, dienen verzoeken krachtens artikel 17 van de verordening in het Maltees of Engels te zijn.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Als Malta de aangezochte staat is en dientengevolge overgaat tot het verhoor, bepaalt artikel 596, lid 1, van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering, hoofdstuk 12 van de wetten van Malta: “Indien de rechtbank de taal waarin de getuigenis wordt afgelegd niet begrijpt, wijst zij een gekwalificeerde tolk aan, (voorlopig) op de kosten van de partij die de getuige oproept”. In dit geval dient de tolk zich op dezelfde locatie te bevinden als de getuige.

Als Malta de verzoekende staat is krachtens artikel 17 van de verordening en in geval van directe tenuitvoerlegging van een handeling voor het verkrijgen van bewijs, hangt de locatie van de tolk af van de omstandigheden van de zaak.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Als er is overgegaan tot een handeling voor het verkrijgen van bewijs krachtens de artikelen 10 en 12 van de verordening en als Malta de aangezochte staat is, bepaalt artikel 568, lid 1, van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering: “De getuigen worden opgeroepen om te verschijnen middels een dagvaarding van getuigen die wordt betekend op verzoek van de belanghebbende partij”. Tussen twee zittingen dient een termijn van een maand te zitten, zodat de getuige voldoende op voorhand in kennis kan worden gesteld.

Krachtens artikel 17 van de verordening dient de rechtbank, als Malta de verzoekende staat is, te beslissen welke middelen er worden gebruikt om de te verhoren persoon in kennis te stellen van de datum en plaats van het verhoor. Tussen twee zittingen dient een termijn van een maand te zitten, zodat de getuige voldoende op voorhand in kennis kan worden gesteld.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Er dient een bedrag van 100 EUR te worden overgemaakt om de eerste twee uur van de conferentie te dekken.

Voor alle uren daarna bedragen de kosten 50 EUR per uur.

Tevens zijn er kosten voor technici ten bedrage van 58 EUR per uur.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Voordat hij zijn getuigenis aflegt, wordt de getuige er door de rechtbank van in kennis gesteld dat hij het verzoekende gerecht ervan in kennis dient te stellen als hij zich niet goed voelt bij de gedachte dat hij moet getuigen.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De rechtbank kan de te horen persoon vragen om zijn paspoort of identiteitskaart te tonen voordat hij zijn getuigenis aflegt. De getuige wordt voorafgaand aan de zitting in kennis gesteld van de verplichting om een van deze documenten bij zich te dragen.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Artikel 111 van het Wetboek van organisatie en burgerlijke rechtsvordering: “Een rooms‑katholieke getuige legt de eed af volgens de gebruiken van personen die dit geloof aanhangen. Een getuige die dit geloof niet aanhangt legt de eed af op de wijze die hij het meest bindend acht voor zijn geweten.”

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Dit zijn de contactpersonen:

Charles Calleja, hoofdtechnicus beeld en geluid

Deze persoon is verantwoordelijk voor het aansluiten en testen van het materiaal en biedt technische bijstand tijdens de videoconferentie

Contact +356 25902375 - Kantoor 4e verdieping van het gerechtsgebouw van Valletta

De link wordt in een nieuw venster geopend.charles-george.calleja@gov.mt

Maria Ruth Ciantar, beschikbaarheid van de videoconferentie

Contact +356 25902391 - Kantoor 4e verdieping van het gerechtsgebouw van Valletta

De link wordt in een nieuw venster geopend.maria.a.ciantar@gov.mt

Alan J. Darmanin, klerk

Contact +356 25902211 - Kantoor 4e verdieping van het gerechtsgebouw van Valletta

De link wordt in een nieuw venster geopend.alan.a.darmanin@gov.mt

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Voorafgaand aan het verhoor wordt het verzoekende gerecht verzocht de volgende informatie te verschaffen:

a. Tijdzone

b. Afspraak om het materiaal te testen (datum en tijd)

c. Vast IP-adres

d. Gegevens van de contactpersoon die verantwoordelijk is voor de technische aspecten


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 09/03/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Nederland

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Het Nederlands civiele procesrecht bevat geen algemene regeling over dit onderwerp. Videoconferentie wordt echter niet uitgesloten en is in deze gevallen op grond van de wet dan ook mogelijk

Binnen het civiele recht wordt videoconferentie regelmatig toegepast als alternatief voor de fysieke rogatoire commissie.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Wanneer een persoon kan worden gehoord op grond van het civiele procesrecht kan dit in beginsel ook via videoconferentie. Voor het civiele procesrecht zijn er geen specifieke bepalingen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Er zijn geen regels over specifieke beperkingen. De nationale regels van het civiele procesrecht zijn van toepassing.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Er gelden geen specifieke regels voor het verhoor via videoconferentie. De nationale civiele procesregels zijn van toepassing. De regel is dat personen in de rechtbank worden gehoord. Dit kan anders zijn als een getuige verhinderd is door ziekte of anderszins niet naar het gerechtsgebouw kan komen (art 175 Rv)

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Wanneer door de Nederlandse rechter een getuigenverhoor wordt afgenomemn met behulp van een videoconferentie geldt dit als een live uitzending van een gewoon getuigenverhoor. Ingevolge de wet wordt een verhoor van getuigen door een rechter-commissaris vastgelegd in een proces verbaal. Voor een verhoor per videoconferentie gelden geen afwijkende regels en geldt derhalve eveneens de verslaglegging door middel van een proces verbaal. De wet verzet zich er niet tegen dat eventueel naast het proces verbaal een vastlegging in beeld of geluid plaatsvindt, maar deze vastlegguing is als zodanig niet te vereenzelvigen met het proces verbaal.

Ingevolge komend recht kan de rechter beslissen om een beeld- of geluidsopname van de mondelinge behandeling te maken ter vervanging van het papieren proces verbaal. Op basis daarvan kan ook van het proces verbaal van een getuigenverhoor desgewenst een opname worden gemaakt.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Als het aangezochte gerecht in Nederland is vindt een verhoor in de Nederlandse taal plaats. Er gelden daarbij geen speciale regels.

Wel bevat de Nederlandse invoeringswet de regel dat een bevoegde autoriteit aan de rechtsstreekse verrichting van een handeling tot het verkrijgen van bewijs voorwaarden kan stellen die zij uit een oogpunt van een goede procesorde nuttig of noodzakelijk vindt.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Het Nederlandse civiele procesrecht voorziet niet in een bijzondere regeling voor de bijstand van tolken. In civiele rechtszaken in Nderland moeten partijen in beginsel zelf voor een tolk zorgen.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

In de Nederlandse uitvoeringswet is opgenomen dat het aangezochte gerecht kan bepalen welke van de partijen zorg draagt voor oproeping uit hoofde van een verzoek om een bewijshandeling te verrichten.

Oproepingen die niet door een van de partijen worden verricht geschieden door de griffier van het aangezochte gerecht. Volgens het Nederlandse civiele procesrecht dienen getuigen  tenminste een week (volgens het komende recht tenminste 10 dagen) voor het verhoor te worden opgeroepen.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

De kosten voor de bijzondere vorm en de kosten voor communicatietechnologioe komen niet ten laste van de partijen. Dit zijn kosten die naar Nederlands recht niet worden doorberekend. De kosten worden gedragen door de staat waarvan op grond van artikel 18, twede lid, jo. art ikel 10, vierde lidvan de verordening terugbetaling kan worden verzocht.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De verordening bepaalt in artikel 17, tweede lid, dat indien de rechtstreekse verrichting van een handeling tot het verkrijgen van bewijs inhoudt dat een persoon wordt gehoord, het verzoekende gerecht de personen daarvan in kennis stelt dat de handeling vrijwillig wordt verricht. Er gelden op dit punt geen nadere eisen.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Op grond van het Nederlandse civiele procesrecht gebeurt dit door de rechter (artikel 177 Rv).

De rechter vraagt getuigen naar de naam, voornaam, leeftijd, beroep en woon- of verblijfplaats. Ook wordt gevraagd naar de relatie tot de partijen (bloed- of aanverwantschap, dienstverband)

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Volgens het Nederlandse civiele procesrecht vraagt de rechter voorafgaand aan het verhoor de eed of de belofte af te leggen. Hiermee wordt aangegeven de waarheid en niet dan de waarheid te zeggen. Getuigen die opzettelijk niet de waarheid spreken, maken zich schuldig aan meineed. Een rechtstreekse bewijsverrichting geschiedt overeenskomstig het recht van de verzoekende staat.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Een internationaal verzoek om rechtshulp waarin videoconferentie wordt toegepast wordt afgestemd met de ICT ondersteuner van de Rechtspraak (SPIRIT). Technische en logistieke afspraken worden door hen uitgevoerd.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Deze informatie zal door de bevoegde autoriteit kunnen worden opgevraagd.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 28/01/2019

Getuigenverhoor per videoconferentie - Oostenrijk

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Beide soorten bewijsverkrijging via videoconferentie zijn in Oostenrijk mogelijk en toegestaan. De civiele procedure wordt in Oostenrijk geregeld in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung, ZPO) voor contentieuze procedures en in de wet inzake de niet-contentieuze procedure (Außerstreitgesetz, AußStrG) voor niet-contentieuze procedures. De bepalingen met betrekking tot bewijsverkrijging staan in de artikelen 266 t/m 389 van het ZPO en in de artikelen 16, 20 en 31 t/m 35 van de AußStrG (met gedeeltelijke verwijzing naar het ZPO), en in de afzonderlijke bepalingen voor specifieke soorten procedures, zoals artikel 85 over bepaalde medewerkingsverplichtingen in het kader van afstammingsprocedures. Voor meer informatie raadpleegt u voor interne procedures en relevante juridische normen de onderstaande antwoorden en het informatieblad “Bewijsverkrijging - Oostenrijk”.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Ingevolge artikel 277 van het ZPO (contentieuze procedures) of artikel 35 AußStrG juncto artikel 277 van het ZPO (niet-contentieuze procedures) kunnen de videoconferentietechnieken worden gebruikt voor bewijsverkrijging en dientengevolge voor het verhoren van de partijen en getuigen of de deskundigenanalyse met een gerechtelijk deskundige.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Ingevolge artikel 277 van het ZPO (contentieuze procedures) of artikel 35 AußStrG juncto artikel 277 van het ZPO (niet-contentieuze procedures) kunnen de videoconferentietechnieken worden gebruikt voor bewijsverkrijging. Uiteraard kunnen er zich tijdens een handeling tot het verkrijgen van bewijs problemen voordoen, zoals wanneer er documenten worden gebruikt of er een visuele inspectie moet worden verricht.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Iedereen kan worden gedagvaard om te verschijnen voor de bevoegde lokale rechtbank in zijn woonplaats en om daar via videoconferentie te worden verhoord. Iedere rechtbank, ieder openbaar ministerie en iedere penitentiaire inrichting in Oostenrijk is uitgerust met ten minste één videoconferentiesysteem. Bovendien is er in de Oostenrijkse wetgeving niet voorgeschreven dat videoconferenties op het gebied van handelingen tot het verkrijgen van bewijs alleen zijn toegestaan in een gerechtsgebouw.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Wat civiele zaken betreft, zijn er in het Oostenrijkse recht geen algemene juridische voorschriften inzake de gegevensbescherming op het gebied van de registratie van verhoren via videoconferentie. Dientengevolge is het noodzakelijk om de instemming van alle personen die betrokken zijn bij de videoconferentie te registreren. Dit heeft betrekking op de indirecte uitvoering van een handeling tot het verkrijgen van bewijs die conform artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1206/2001 betreffende bewijsverkrijging (hierna te noemen de “verordening”) dient te worden uitgevoerd overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte staat.

De directe uitvoering van een verzoek om een handeling tot het verkrijgen van bewijs gebeurt overeenkomstig de wetgeving van de verzoekende staat (artikel 17, lid 6, van de verordening). Indien deze wetgeving zelfs registratie van een videoconferentie toestaat zonder instemming van de betrokken personen, is dit ook vanuit Oostenrijks oogpunt toegestaan.

In principe is de registratie van een verhoor via videoconferentie technisch mogelijk met ieder videoconferentiesysteem. In ruimtes waar doorgaans verhoren worden geregistreerd (in veel strafrechtbanken), is registratie van het verhoor via videoconferentie mogelijk met de beschikbare technische voorzieningen. Maar er kan eveneens een registratie worden gedaan in andere ruimtes door eenvoudigweg een geschikt registratiemiddel te installeren.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

(a) Krachtens artikel 10, lid 2, van de verordening dient de bewijsverkrijging plaats te vinden overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte staat, hetgeen betekent dat het verhoor in het Duits dient te worden gehouden (in bepaalde Oostenrijkse rechtbanken zijn het Kroatisch, het Sloveens of het Hongaars eveneens toegestaan). De verzoekende rechtbank kan echter vragen om haar officiële taal (of iedere andere taal) te gebruiken als bijzondere vorm voor de uitvoering van haar verzoek om een handeling tot het verkrijgen van bewijs. De aangezochte rechtbank kan dit verzoek echter verwerpen indien grote praktische problemen de uitvoering onmogelijk maken (artikel 10, lid 3, van de verordening).

(b) Krachtens artikel 17, lid 6, van de verordening gaat de verzoekende rechtbank over tot de directe uitvoering van een handeling tot het verkrijgen van bewijs op basis van haar eigen wetgeving en dientengevolge in een van de officiële talen die krachtens deze wetgeving zijn toegestaan. Als aangezochte lidstaat kan Oostenrijk in overeenstemming met artikel 17, lid 4, het gebruik van haar taal als voorwaarde vaststellen voor de uitvoering van het verhoor.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Voor de indirecte uitvoering van een handeling tot het verkrijgen van bewijs berust de verantwoordelijkheid voor het ter beschikking stellen van tolken in eerste instantie bij de aangezochte rechtbank, zonder afbreuk te doen aan een eventuele terugbetaling van de kosten of vergoedingen uit hoofde van artikel 18, lid 2, van de verordening. De betrokken rechtbanken wordt echter aanbevolen om constructief samen te werken (net als op andere gebieden).

In geval van directe uitvoering van een handeling tot het verkrijgen van bewijs krachtens artikel 17 van de verordening komt het ter beschikking stellen van tolken eveneens in eerste instantie toe aan de verzoekende rechtbank. In dit geval bevat artikel 17 niet uitdrukkelijk een voorschrift voor de verplichte assistentie door de aangezochte lidstaat, maar sluit dat artikel deze assistentie ook niet uit. De Oostenrijkse wet voorziet er in artikel 39a, lid 4, van de Oostenrijkse wet inzake de civiele procedure en de gerechtelijke organisatie (Jurisdiktionsnorm, JN) in dat de rechtbank die rechtshulp biedt op verzoek van de buitenlandse rechtbank tijdens de uitvoering van de handeling tot het verkrijgen van bewijs effectieve assistentie dient te verlenen, waaronder eveneens het ter beschikking stellen van een geschikte tolk.

Het besluit van de staat van herkomst om te kiezen voor tolken dient per geval te worden genomen afhankelijk van de behoeften.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Iedere kennisgeving voor een verhoor via videoconferentie op nationaal niveau dient tijdig te worden gedaan, zoals wanneer een te verhoren persoon wordt gedagvaard om te verschijnen voor de rechtbank waar de procedure loopt.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Het gebruik van videoconferentie brengt in het kader van het internetprotocol (IP) geen kosten met zich mee. Het ISDN-netwerk brengt voor de gebruiker dezelfde kosten met zich mee als bij een telefoongesprek. Deze variëren echter afhankelijk van de plaats van de installatie van de gebelde ontvanger.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

In verband met artikel 17, lid 2, van de verordening dient de verzoekende rechtbank de betrokken persoon in principe in eerste instantie de uitnodiging tot deelname aan de videoconferentie ter kennis te brengen. Indien de Oostenrijkse centrale autoriteit of een Oostenrijkse rechtbank tijdens de voorbereiding of de directe uitvoering van een handeling tot het verkrijgen van bewijs vaststelt dat artikel 17, lid 2, van de verordening is geschonden, dient deze autoriteit of rechtbank samen met de verzoekende rechtbank op gepaste wijze toe te zien op de naleving van deze bepaling. De Oostenrijkse griffiers zijn opgeleid voor de toepassing van de Europese verordening betreffende bewijsverkrijging. Zij beschikken eveneens over de “Gids over videoconferenties in grensoverschrijdende gerechtelijke procedures” op de Intranet-applicatie van het gerechtelijk apparaat.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De identiteit wordt gecontroleerd door middel van een officieel identiteitsbewijs met een foto en deze identiteitscontrole is vereist voor gerechtelijke verhoren (artikel 340, lid 1, van het ZPO).

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

De regelgeving op het gebied van eedaflegging is wat betreft partijen neergelegd in de artikelen 377 en 379 van het ZPO en wat betreft getuigen in de artikelen 336 t/m 338 van het ZPO.

De eed is in principe verplicht voor zowel partijen als getuigen. Terwijl de eedaflegging door partijen niet kan worden afgedwongen, kan de eedaflegging door getuigen in geval van onrechtmatige weigering worden afgedwongen met dezelfde dwangmiddelen als die voor een getuigenis (de artikelen 325 en 326 van het ZPO; de dwangmiddelen kunnen de vorm aannemen van boetes en zelfs gevangenisstraffen tot zes weken).

Overeenkomstig artikel 288, lid 2, van het Oostenrijkse wetboek van Strafrecht (Strafgesetzbuch - StGB) wordt er een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar opgelegd aan eenieder die onder ede een valse getuigenis aflegt of die een door een eed bekrachtigde valse getuigenis aflegt of die een valse eed aflegt.

De valse verklaring van een partij (die niet onder ede is afgelegd) is daarentegen niet strafbaar. Een getuige (die niet onder ede staat) die een valse verklaring aflegt, dient daarentegen te worden gestraft met een gevangenisstraf tot maximaal drie jaar (artikel 288, lid 1, van het wetboek van Strafrecht).

Krachtens artikel XL van de wet tot invoering van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Einführungsgesetz zur Zivilprozessordnung, EGZPO) dienen de bepalingen van de wet van 3 mei 1868 RGBl nr. 33 (formulering van de eed en andere formaliteiten) te worden nageleefd tijdens de eedaflegging (s. De link wordt in een nieuw venster geopend.http://alex.onb.ac.at/cgi-content/alex?aid=rgb&datum=18680004&seite=00000067).

Artikel 336, lid 1, en artikel 377, lid 1, van het ZPO: het is niet toegestaan dat personen die zijn veroordeeld wegens valse getuigenis of die op het moment van hun verhoor niet ouder waren dan veertien jaar de eed afleggen; dat geldt ook voor personen die de betekenis van de eed onvoldoende begrijpen vanwege een gebrek aan volwassenheid of een verstandelijke handicap.

In niet-contentieuze procedures is de toepassing van de bepalingen inzake verklaringen onder ede van een getuige of een partij uitgesloten (artikel 35 AußStrG).

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

In iedere plaats waar zich een videoconferentiesysteem bevindt, dient dit te worden toevertrouwd aan een medewerker die een supervisor is. Laatstbedoelde is in staat om het videoconferentiesysteem te gebruiken en eenvoudige registraties te maken. Ieder videoconferentiesysteem is verbonden met een centrale eenheid die ressorteert onder de IT‑administratie van het ministerie van Justitie. De IT-administratie kan nauwgezette registraties uitvoeren voor ieder videoconferentiesysteem in het hele land.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

De volgende informatie dient te worden verstrekt aan de verzoekende rechtbank:

  • IP-adres en/of ISDN-nummer, inclusief sleutel
  • Naam, telefoonnummer en e-mailadres van een medewerker van de verzoekende rechtbank die de technische aspecten van het systeem van de correspondent kent en kan bedienen.

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 02/06/2018

Getuigenverhoor per videoconferentie - Polen

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

In Polen mag bewijs per videoconferentie worden verkregen, zowel op grond van de artikelen 10 tot en met 12 als krachtens artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten inzake bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, alsmede op grond van het Verdrag van Den Haag van 18 maart 1970 inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken (Publicatieblad (Dz. U.) van 2000, nr. 50, akte 582) voor overige landen (waar de verordening niet van toepassing is).

Het gebruik van videoconferentie is geregeld in artikel 235, leden 2 en 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en in het besluit van de minister van Justitie van 24 februari 2010 betreffende technische apparatuur en middelen waarmee handelingen tot bewijsverkrijging in het kader van een civiele procedure op afstand kunnen worden verricht.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Het Poolse recht kent dat soort beperkingen niet. Deskundigen, partijen en getuigen kunnen allemaal per videoconferentie worden verhoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Het Poolse recht kent geen beperkingen ten aanzien van het soort bewijs dat per videoconferentie kan worden verkregen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Er gelden volgens het Poolse recht geen beperkingen ten aanzien van de plaats waar het verhoor per videoconferentie moet plaatsvinden. Het verhoor vindt in principe plaats op het gerecht, behalve in het geval van toepassing van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001; in dat geval beslist het verzoekende gerecht op welke locatie het verhoor zal worden gehouden.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Het Poolse recht bevat geen afzonderlijke bepalingen betreffende de registratie van verhoren per videoconferentie. Het is derhalve aan de rechter die de handeling tot bewijsverkrijging verricht om een beslissing te nemen over de registratie.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Het verhoor verloopt in de regel in het Pools. Indien de verhoorde persoon het Pools niet machtig is, is een tolk nodig.

Er bestaan geen regels met betrekking tot verhoren die overeenkomstig artikel 17 worden afgenomen, maar de centrale autoriteit die de rechtstreekse bewijsverkrijging goedkeurt kan het verzoekende gerecht verplichten de tolk ter beschikking te stellen.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Ingeval het verhoor wordt uitgevoerd op grond van de artikelen 10 tot en met 12, wordt de tolk in principe ter beschikking gesteld door het aangezochte gerecht (waarbij uit een lijst met beëdigd tolken wordt gekozen). Het gerecht kan in uitzonderlijke gevallen echter akkoord gaan met de deelname van een tolk die is voorgesteld door de betrokken partij.

Ingeval het verhoor wordt uitgevoerd op grond van artikel 17, dat wil zeggen wanneer de centrale autoriteit het verzoekende gerecht verplicht de tolk ter beschikking te stellen, zorgt het aangezochte gerecht ervoor dat een tolk kan deelnemen.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Wanneer het verhoor plaatsvindt op grond van de artikelen 10 tot en met 12, stelt het aangezochte gerecht de getuige of de betrokken partij ten minste zeven dagen van tevoren in kennis van de datum en plaats van het verhoor. In uitzonderlijke gevallen kan het aangezochte gerecht de getuige of de betrokken partij drie dagen van tevoren in kennis stellen van de datum en plaats van het verhoor.

Wanneer het verhoor plaatsvindt op grond van artikel 17, stelt de centrale autoriteit de getuige of de betrokken partij ervan in kennis dat zij haar goedkeuring heeft gegeven voor het verhoor, dat slechts mag plaatsvinden op vrijwillige basis en zonder gebruikmaking van dwangmaatregelen. Het is dus de taak van het verzoekende gerecht om kennisgeving te doen van de datum en plaats en datum van het verhoor.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Indien het verrichten van de handeling tot bewijsverkrijging met behulp van moderne technologie kosten veroorzaakt voor het aangezochte gerecht, past het gerecht artikel 1135¹§3 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering toe. In dit artikel is bepaald dat indien de uitvoering van een verzoek van een gerecht of een andere buitenlandse autoriteit kosten veroorzaakt door het gebruik van een methode die niet in het Poolse recht is vastgesteld, het aangezochte gerecht het verzoek alleen uitvoert nadat het gerecht of de buitenlandse autoriteit in kwestie binnen de gestelde termijn een passend voorschot heeft betaald.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De centrale autoriteit stelt de getuige of de betrokken partij ervan in kennis dat zij haar goedkeuring heeft gegeven voor het verhoor, dat slechts mag plaatsvinden op vrijwillige basis en zonder gebruikmaking van dwangmaatregelen.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Het gerecht controleert de identiteit door aan de betrokkene te vragen een geschikt document te overleggen, zoals een identiteitskaart, een paspoort of een rijbewijs.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Voor verhoren op grond van artikel 17 geldt dat wanneer het verzoekende gerecht de centrale autoriteit ervan in kennis stelt dat het wenst een getuige onder ede te verhoren, de centrale autoriteit de tekst van de eed kan opvragen. Indien de tekst in strijd is met fundamentele beginselen van het recht van de aangezochte staat, heeft de centrale autoriteit het recht om het verhoor af te wijzen of te eisen dat de eed uit het Poolse recht wordt gebruikt.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

In de regel beschikt ieder gerecht over een medewerker die verantwoordelijk is voor het bedienen van technische apparatuur. In geval van problemen kan het beste contact worden opgenomen met het Poolse contactpunt van het EJN.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Volgens het Poolse recht is geen aanvullende informatie vereist. In bepaalde zaken kan het verstrekken van aanvullende informatie echter noodzakelijk blijken te zijn.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 14/03/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Portugal

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Portugees) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

De rechter van het verzoekende gerecht moet op grond van het Portugese recht bewijs rechtstreeks verkrijgen van personen die per videoconferentie worden gehoord, zonder interventie van de rechter van het aangezochte gerecht. Deze regel is van toepassing in nationale procedures waarbij een handeling tot het verkrijgen van bewijs per videoconferentie wordt verricht. De procedure is ook van toepassing op grensoverschrijdende zaken in het kader waarvan het gerecht van een verzoekende lidstaat een verzoek indient tot de uitvoering van een handeling tot bewijsverkrijging per videoconferentie op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001.

Het gerecht van de verzoekende lidstaat kan in het kader van een grensoverschrijdende zaak ook een verzoek indienen tot het uitvoeren van een handeling tot bewijsverkrijging per videoconferentie op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste nationale procedureregels die van toepassing zijn op het verkrijgen van bewijs per videoconferentie van deskundigen, getuigen en partijen:

Deskundigen

Artikel 486 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Verschijning van deskundigen op de slotzitting

1 – Deskundigen verschijnen, op verzoek van een van de partijen of op bevel van de rechter, op de eindzitting om onder ede opheldering te geven over zaken die aan hen worden gevraagd.

2 - Deskundigen van instituten, laboratoria of officiële diensten worden vanaf hun werkplek per videoconferentie gehoord.

Getuigen

Artikel 502 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Bewijsverkrijging per videoconferentie

1 - Getuigen die buiten het arrondissement wonen (of buiten het betreffende eiland in het geval van de autonome regio's) worden door de partijen voorgedragen op grond van artikel 507, lid 2, indien zij verklaard hebben als getuigen te willen optreden, of per videoconferentie gehoord tijdens een speciale zitting op de rechtbank van het arrondissement van hun woonplaats.

2 - De rechtbank die de zaak behandelt, stelt na overleg met de rechtbank waar de getuige zijn verklaring zal afleggen de zittingsdatum vast en betekent de oproeping aan de getuige om te verschijnen.

3 – De getuige toont op de dag van het verhoor zijn identiteit aan bij de griffier van de rechtbank waar de verklaring zal worden afgelegd. Vanaf dat moment wordt de handeling tot bewijsverkrijging, per videoconferentie, verricht door de rechtbank die de zaak behandelt en door de vertegenwoordigers van de partijen, zonder dat de rechter van de rechtbank waar de verklaring wordt afgelegd tussenbeide hoeft te komen.

4 - Getuigen die in het buitenland wonen, worden per videoconferentie gehoord, mits de nodige technische voorzieningen in de betreffende woonplaats beschikbaar zijn.

5 - In geval van lopende zaken bij rechtbanken die zijn gevestigd in de grootstedelijke regio's Lissabon en Porto, vindt er geen bewijsverkrijging per videoconferentie plaats indien de getuige in een van de twee respectieve regio’s woont, behoudens de in artikel 520 vastgestelde gevallen.

Artikel 520 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Directe communicatie tussen de rechtbank en de getuige

1 - Indien het voor de getuige niet mogelijk of zeer moeilijk is ter zitting te verschijnen, kan de rechter, met instemming van de partijen, bepalen dat het verhoor zal plaatsvinden per telefoon of met behulp van een ander middel dat geschikt is voor directe communicatie tussen de rechtbank en de betrokken persoon, teneinde de nodige opheldering te krijgen om de zaak goed te kunnen onderzoeken, voor zover de aard van de te bestuderen of te verduidelijken feiten verenigbaar is met die procedure.

2 - De rechtbank dient zich met alle mogelijke middelen ervan te vergewissen dat de verklaring echt is en in alle vrijheid is afgelegd, door er met name op toe te zien dat de getuige zijn verklaring aflegt in het bijzijn van een ambtenaar van de rechtbank, en dat de inhoud van de verklaring evenals de omstandigheden waarin deze is gegeven duidelijk in het proces-verbaal worden opgenomen.

3 - De bepalingen van artikel 513 (eed en voorafgaand verhoor door de rechter) evenals het eerste deel van lid 4 van het vorige artikel (de rechter kan het bevel geven tot het opnieuw afleggen van een verklaring in zijn aanwezigheid) zijn van toepassing op de in dit artikel vastgestelde gevallen.

Partijen

Artikel 456 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Tijd en plaats van de verklaring

1 - De verklaring dient, in principe, te worden afgelegd tijdens de slotzitting, behalve in het geval van spoed of indien de getuige niet in staat is om voor de rechtbank te verschijnen.

2 – De regels betreffende verklaringen die per videoconferentie worden afgelegd op grond van artikel 502 zijn van toepassing op partijen die buiten het arrondissement wonen, of in het geval van de autonome regio's, buiten het betreffende eiland.

3 - Verklaringen kunnen ook worden afgelegd tijdens de voorbereidende zitting. In dat geval zijn de voorgaande leden van toepassing, eventueel met de nodige aanpassingen,

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Er zijn geen specifieke beperkingen vastgesteld. Volgens het Portugese recht kunnen getuigen, partijen en deskundigen per videoconferentie worden gehoord conform de bovenstaande wettelijke voorschriften.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

De algemene regel luidt dat het verhoor van een getuige per videoconferentie moet plaatsvinden op de rechtbank. Deskundigen van officiële diensten kunnen echter ook vanaf hun werkplek per videoconferentie worden gehoord. In uitzonderlijke gevallen, vastgesteld in artikel 520 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (genoemd in het antwoord op vraag 1) kan de rechtbank een persoon per videoconferentie verhoren die zich op een andere locatie dan die van de rechtbank bevindt.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, verhoren per videoconferentie worden altijd geregistreerd met behulp van het geluidsopnamesysteem van de rechtbank, overeenkomstig artikel 155 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Indien Portugal de aangezochte lidstaat is, varieert de taal van het verhoor afhankelijk van het volgende:

a) verzoeken ingediend op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 worden opgesteld in het Portugees. Indien een buitenlandse onderdaan gehoord moet worden die de Portugese taal niet begrijpt, heeft hij het recht zich uit te drukken in een andere taal. In dat geval moet het verzoekende gerecht het aangezochte gerecht daarvan op de hoogte stellen, zodat laatstbedoelde een tolk kan oproepen voor het verhoor in het aangezochte gerecht.

b) verzoeken ingediend op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001, worden opgesteld in een taal die is vastgesteld in het nationale recht van de lidstaat van het verzoekende gerecht. Wanneer personen moeten worden gehoord die geen Portugees spreken, kan het verzoekende gerecht overeenkomstig zijn nationale wetgeving een tolk oproepen die aanwezig zal zijn in het gebouw van het verzoekende gerecht. Het verzoekende gerecht kan naar eigen keuze het Portugese (aangezochte) gerecht verzoeken een tolk op te roepen om aanwezig te zijn in het gebouw van het aangezochte gerecht.

In de gevallen genoemd onder a) en b), waarbij de aanwezigheid van een tolk op het gerecht van de aangezochte lidstaat vereist is, verzoekt het aangezochte gerecht aan het gerecht van de verzoekende lidstaat om de vergoeding voor de tolk te betalen op grond van artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Deze informatie is al gegeven in het antwoord op vraag 6.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

In het Portugese recht is de procedure met betrekking tot de organisatie van het verhoor en de oproeping van personen om voor de rechtbank te verschijnen hoofdzakelijk geregeld in artikel 7, lid 3, artikel 172, leden 5 en 6, artikel 220, artikel 247, lid 2, artikel 251, lid 1, en de artikelen 417, 507, 508 en 603 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Over het algemeen is de griffie van de rechtbank verantwoordelijk om op eigen initiatief getuigen, deskundigen, partijen en hun vertegenwoordigers te informeren dat zij in het kader van een gerechtelijke procedure op grond van een rechterlijk bevel worden opgeroepen te verschijnen. Met name wanneer een partij het verhoor van een getuige per videoconferentie vordert, is het de taak van de griffie om deze getuige op te roepen om te verschijnen.

De kennisgeving om getuigen, deskundigen en andere incidentele deelnemers (tolken, technisch adviseurs enzovoort) op te roepen om voor de rechtbank te verschijnen, wordt per aangetekende brief verzonden, met vermelding van de datum, plaats en het doel van de verschijning. De kennisgeving wordt geacht te zijn verricht, zelfs als de geadresseerde weigert het poststuk in ontvangst te nemen. De bezorger van de postdienst moet de weigering schriftelijk vastleggen.

De oproeping van een partij om in het kader van een gerechtelijke procedure te verschijnen of een verklaring af te leggen, wordt ter kennisgeving per aangetekende brief verzonden, met vermelding van de datum, plaats en het doel van de verschijning. Indien de partij een advocaat heeft aangesteld of indien zij wordt vertegenwoordigd door zowel een advocaat als een procureur, wordt de kennisgeving ook aan laatstbedoelden gedaan.

De vertegenwoordigers van de partijen ontvangen de betekening op elektronische wijze overeenkomstig artikel 25 van ministerieel besluit (Portaria) nr. 280/2013 van 26 augustus 2013. Het computersysteem bevestigt de datum waarop de betekening is verricht.

In de wet is geen specifieke termijn vastgelegd die moet worden in acht genomen tussen de kennisgeving en de datum van het verhoor. In alle bovenbedoelde gevallen wordt de kennisgeving geacht te zijn verricht op de derde dag volgend op de registratie of de elektronische verzending van de kennisgeving. Is de derde dag geen werkdag, dan wordt de kennisgeving geacht te zijn verricht op de eerstvolgende werkdag. Deze termijn tot de zittingsdatum moet om praktische redenen worden in acht genomen, opdat kan worden aangenomen dat de kennisgeving op behoorlijke wijze is uitgevoerd.

In spoedgevallen kan de oproeping (of annulering van de oproeping) van getuigen, deskundigen, andere incidentele deelnemers, partijen of hun vertegenwoordigers, per telegram, telefoon of een ander analoog communicatiemiddel worden gedaan. Mededelingen die per telefoon zijn gedaan, worden vastgelegd in het zaakdossier en later op om het even welke wijze schriftelijk bevestigd.

Indien een persoon die is opgeroepen te verschijnen niet aanwezig is, moet hij de reden voor zijn afwezigheid op de zitting binnen een termijn van vijf dagen aantonen (te weten kalenderdagen; als de laatste dag geen werkdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag).

De Portugese wet voorziet in het geval van niet-verschijning in de volgende dwangmaatregelen: Een getuige die niet verschijnt en die wel tijdig en op de voorgeschreven wijze is opgeroepen maar zijn afwezigheid niet binnen de wettelijke termijn heeft gerechtvaardigd, wordt veroordeeld tot het betalen van een boete. Bovendien is de rechter in dat geval bevoegd om zijn hechtenis en voorgeleiding te bevelen. Deze sancties zijn niet van toepassing indien de behandeling van de zaak wordt uitgesteld om een andere reden dan de afwezigheid van de getuige. Een deskundige of een andere incidentele deelnemer die niet verschijnt en die wel tijdig en op de voorgeschreven wijze is opgeroepen maar zijn afwezigheid niet binnen de wettelijke termijn heeft gerechtvaardigd, wordt veroordeeld tot het betalen van een boete. Een partij die niet verschijnt en die wel tijdig en op de voorgeschreven wijze is opgeroepen maar haar afwezigheid niet binnen de wettelijke termijn heeft gerechtvaardigd, wordt veroordeeld tot het betalen van een boete en zijn niet-verschijning kan door de rechtbank vrijelijk worden geïnterpreteerd voor bewijsdoeleinden. Indien de rechtbank bovendien van oordeel is dat het onmogelijk is te voldoen aan de bewijslast als gevolg van de afwezigheid van de partij, kan zij besluiten tot omkering van de bewijslast.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Er worden geen kosten in rekening gebracht voor het gebruik van het videoconferentiesysteem.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Indien het Portugese gerecht de partij is die een verzoek heeft ingediend op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001, wordt de betrokken persoon per post opgeroepen om voor het gerecht van de andere (aangezochte) lidstaat te verschijnen, op een van de wijzen genoemd in het antwoord op vraag 8, afhankelijk van zaak. De mogelijkheid om stukken ter kennisgeving per post te verzenden, is vastgesteld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van 13 november 2007. De opgeroepen persoon wordt in de kennisgeving geïnformeerd dat hij op vrijwillig basis verschijnt.

Indien het Portugese gerecht de aangezochte partij is, roept het verzoekende gerecht de personen op en stelt het hen ervan in kennis dat zij op vrijwillige basis verschijnen.

Het verzoekende en het aangezochte gerecht kunnen onderling overeenkomen dat het gerecht van de aangezochte lidstaat zorg draagt voor de oproeping en het verstrekken van de informatie over het vrijwillige karakter van de verschijning. Dat gebeurt in de praktijk los van het feit of het Portugese gerecht de aangezochte of de verzoekende partij is.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De griffier van het gerecht controleert op het geplande tijdstip voor de zitting of dat de te verhoren persoon aanwezig is en geeft dit door aan de rechter die het verhoor leidt of aan het verzoekende gerecht die het verhoor rechtstreeks uitvoert.

Indien de handeling tot bewijsverkrijging door een Portugese rechter wordt verricht, worden, nadat de procedure is gestart en voorafgaand aan de getuigenis, de volgende stappen doorlopen: i) de persoon die de verklaring aflegt, een getuige of deskundige, legt de eed af bij de rechter; ii) de rechter stelt de voorvragen aan de persoon die de verklaring aflegt om zijn identiteit te controleren.

Het is aan de rechter om de voorvragen te stellen teneinde de identiteit van de te verhoren persoon te kunnen vaststellen. De rechter vraagt naar zijn naam, beroep, woonplaats, burgerlijke staat en andere gegevens die hij nodig acht om de identiteit te kunnen vaststellen.

De rechter vraagt bovendien aan de te verhoren persoon of hij een verwant, vriend of vijand is van een van de partijen en of hij direct of indirect enig belang heeft in deze zaak, teneinde de geloofwaardigheid van zijn verklaring te kunnen beoordelen.

Wanneer de rechter tijdens het voorafgaande verhoor constateert dat een getuige onbekwaam is of dat de aanwezige persoon een andere is dan de opgeroepen persoon, geeft hij deze persoon geen toestemming om een verklaring af te leggen. Een getuige is onbekwaam wanneer hij, ondanks dat hij niet door een psychische aandoening wordt belemmerd, niet over de natuurlijke (lichamelijke of geestelijke) bekwaamheid beschikt om een verklaring af te leggen.

De rechter kan via het voorafgaande verhoor bovendien controleren of een van de onderstaande gevallen zich voordoet, waarbij de getuigen of partijen, conform het Portugese wetboek van burgerlijke rechtsvordering, kunnen weigeren een verklaring af te leggen.

De volgende personen kunnen weigeren een verklaring als getuige af te leggen (met uitzondering van procedures die tot doel hebben de geboorte of het overlijden van hun kinderen te verifiëren):

a) bloedverwanten in de opgaande lijn in zaken waarbij hun afstammelingen zijn betrokken, en adoptieouders in zaken waarbij hun geadopteerde kinderen zijn betrokken, en vice versa;

b) de schoonvader- of moeder in zaken waarbij hun schoonzoon of -dochter is betrokken, en vice versa;

c) echtgenoot of vroegere echtgenoot in zaken waarbij de andere echtgenoot of vroegere echtgenoot is betrokken;

d) de partner die samenwoont of heeft samengewoond op een vergelijkbare wijze als een gehuwd echtpaar met een van de procespartijen.

De rechter dient bovenbedoelde personen te informeren dat zij kunnen weigeren een verklaring af te leggen.

De getuigen die tot geheimhouding zijn verplicht uit hoofde van hun beroep, hun betrekking als openbaar ambtenaar of op grond van een staatsgeheim, kunnen zich verschonen van het afleggen van een verklaring als getuigen in zaken die binnen hun geheimhoudingsplicht valt. In dat geval controleert de rechter de rechtmatigheid van de reden van verschoning en indien hij dat nodig acht, ontslaat hij hen van hun geheimhoudingsplicht.

Partijen mogen alleen een verklaring afleggen met betrekking tot persoonlijke feiten. In een civiele procedure mag het bewijs van een partij niet steunen op strafbare of onrechtmatige feiten op grond waarvan de wederpartij verdachte is in een strafprocedure.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Op grond van het Portugese recht geldt het volgende:

  • de rechter wijst de te verhoren persoon voordat deze zijn verklaring aflegt, op het morele belang van de eed die hij zal afleggen, en op zijn plicht de waarheid te spreken en op de straffen die van toepassing zijn in het geval van een valse verklaring;
  • de rechter vraagt de getuige vervolgens de volgende eed af te leggen: "Ik zweer de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen" (Juro pela minha honra que hei-de dizer toda a verdade e só a verdade);
  • de weigering om de eed af te leggen is gelijk aan de weigering om een verklaring af te leggen; in beide gevallen kan de weigering, indien ongegrond, worden gekwalificeerd als een belediging van het gerecht en als zodanig worden bestraft.

Wanneer een gerecht van een andere lidstaat directe bewijzen in Portugal wil verkrijgen per videoconferentie op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001, moet het gerecht van de verzoekende lidstaat het Portugese (aangezochte) gerecht de volgende identiteitsgegevens verstrekken van de persoon die een verklaring zal afleggen: naam, beroep, woonplaats, burgerlijke staat en andere gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van zijn identiteit; zijn hoedanigheid als verhoord persoon (partij, getuige, deskundige, technisch adviseur); de taal die hij spreekt en de noodzaak om al dan niet een tolk op te roepen voor het aangezochte gerecht.

Het Portugese (aangezochte) gerecht heeft deze gegevens nodig om enerzijds een tolk te kunnen oproepen, en anderzijds, om te kunnen controleren of de te verhoren persoon op het geplande tijdstip voor de videoconferentie aanwezig zal zijn.

Aangezien de Portugese rechter niet optreedt in de procedure, moet de eed per videoconferentie worden afgelegd bij de rechter van het gerecht van de verzoekende lidstaat. Dit geldt in voorkomend geval ook voor het voorbereidend verhoor, en voor de vragen omtrent de bekwaamheid, de weigering om een getuigenis af te leggen of de verschoning van getuigen, waarvoor de rechter van het verzoekende gerecht bevoegd is op grond van de procedureregels van de verzoekende lidstaat, conform artikel 17, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het verzoekende en het aangezochte gerecht (zodra laatstbedoelde door de centrale autoriteit is aangewezen) moeten contact opnemen met elkaar voor het inplannen van de videoconferentie en de voorafgaande testsessie.

Het verdient om praktische redenen de voorkeur om deze testsessie uit te voeren voordat de getuige wordt opgeroepen. De datum van de testsessie moet dan ook zover van tevoren worden ingepland dat er voldoende tijd is om de getuige op te roepen.

Op de dag van de testsessie en op de dag van het verhoor per videoconferentie moet er op beide gerechten een IT-specialist, een telecommunicatiespecialist of een griffier van het gerecht met de vereiste competenties aanwezig zijn.

In Portugal beschikt het Instituut voor Financieel Management en Voorzieningen van Justitie (Instituto de Gestão Financeira e Estruturas da Justiça -IGFEJ) over een team dat is gespecialiseerd in videoconferenties bij de gerechten.

De datum van de testsessie en de datum van het verhoor moeten om organisatorische redenen, indien mogelijk, ten minste drie dagen van tevoren aan het IGFEJ worden doorgegeven. Op die manier heeft het IGFEJ voldoende tijd om te controleren of dat is voldaan aan alle technische voorwaarden voor het tot stand brengen van de videoconferentie, om onmiddellijk op te treden in geval van communicatieproblemen tussen de gerechten en om toezicht te houden op de testsessie.

Planning van een videoconferentie in een andere lidstaat op verzoek van een Portugees gerecht

Het Portugese (verzoekende) gerecht moet vooraf aan het IGFEJ vragen om te controleren of is voldaan aan alle technische voorwaarden voor het tot stand brengen van de videoconferentie, om onmiddellijk op te treden in geval van communicatieproblemen tussen de rechtbanken en om toezicht te houden op de testsessie.

Het Portugese gerecht verzoekt het gerecht van de aangezochte lidstaat om ook een diensthoofd aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor de videoconferentie en dat toezicht houdt bij de testsessie en eventueel technische hulp verleent in samenwerking met de Portugese technici.

Portugese gerechten doen als verzoekende partij over het algemeen een beroep op het Portugese contactpunt van het EJN-civiel (Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken), dat vervolgens rechtstreeks contact opneemt met het aangezochte gerecht voor het inplannen van de testsessie en de videoconferentie. Als er technische problemen worden gesignaleerd, neemt het contactpunt rechtstreeks contact op met de teams van de betrokken lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de videoconferentie en verzoekt het hen informatie over verbindingen en technische gegevens of instellingen te verstrekken en informeert de betrokken gerechten hierover. Het doel van deze werkwijze is om een eventuele taalbarrière uit de weg te ruimen zodat de videoconferentie succesvol kan verlopen.

Planning van een videoconferentie in een Portugees gerecht op verzoek van een andere lidstaat

In Portugal is het directoraat-generaal Rechtsbedeling (Direcção-Geral da Administração da Justiça - DGAJ) de bevoegde centrale autoriteit voor het ontvangen en aanvaarden van verzoeken op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 die zijn ingediend door een andere lidstaat. Als het verzoek is aanvaard, geeft het DGAJ aan het gerecht van de verzoekende lidstaat door bij welk (aangezocht) Portugees gerecht de videoconferentie zal plaatsvinden. Nadat deze informatie is verstrekt, moeten het verzoekende en het aangezochte gerecht met elkaar afspreken op welke datum de testsessie en het verhoor per videoconferentie zal plaatsvinden.

Het DGAJ coördineert als centrale autoriteit het rechtstreekse contact tussen de verzoekende en aangezochte gerechten alsook het contact met het team van het IGFEJ dat bij de videoconferentie assisteert voor het oplossen van eventuele technische problemen. Het Portugese contactpunt van het EJN-civiel kan de contactgegevens eventueel ook op verzoek verstrekken.

De gerechten nemen rechtstreeks contact met elkaar op om de videoconferentiezaal te reserveren en om de werknemers aan te wijzen die verantwoordelijk zijn voor de technische verbindingen en de assistentie tijdens de videoconferentie in respectievelijk het verzoekende en het aangezochte gerecht. In Portugal is het gebruikelijk om een griffier van het gerecht met de vereiste competenties aan te wijzen. Hij wordt bij voorkeur geassisteerd door een IT-specialist van het Portugese gerecht.

Indien de videoconferentie via een internetverbinding verloopt, moet de verbinding verplicht vanuit Portugal tot stand worden gebracht. Het Portugese gerecht moet vooraf een verzoek indienen bij het IGFEJ voor het opzetten van een externe verbinding.

Indien voor de videoconferentie een ISDN-lijn wordt gebruikt, kan de verbinding met het Portugese gerecht ook vanuit het gerecht van een andere lidstaat tot stand worden gebracht.

De IT-specialist van het Portugese gerecht of van het IGFEJ kunnen de nodige ondersteuning bieden in geval van technische problemen.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Bij een verzoek om videoconferentie moeten de onderstaande gegevens worden verstrekt; deze gegevens moeten worden ingevuld in punt 12 van formulier I bij Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 of als bijlage bij dat formulier worden gevoegd.

1. Technische gegevens van de videoconferentieapparatuur die door het verzoekende gerecht wordt gebruikt:

  • Gebruikte standaard voor communicatie (bijvoorbeeld H.323, H.320)
  • Videostandaard (bijvoorbeeld H.261, H.263 en H.264)
  • Standaard voor audiocodering (bijvoorbeeld G.711a, G.711u, G.722, G.729)
  • Eventueel de standaard voor het delen van inhoud (bijvoorbeeld H.239 of BFCP (SIP))
  • Beveiliging: H.235 en de respectieve toegestane waarde
  • Maximaal toegestane bandbreedte
  • Stand-aloneapparaat, MCU of gateway
  • Of de MCU of gateway is voorzien van IVR

2. Gegevens van de ISDN-verbinding en/of het openbaar netwerk van de rechtbank.

3. Aanvraag voor het inplannen van de testsessie voorafgaand aan de handeling tot bewijsverkrijging per videoconferentie.

4. Naam en directe contactgegevens (telefoon, fax en e-mail) van de persoon die assistentie verleent bij de videoconferentie (griffier van het gerecht bij voorkeur samen met een IT-specialist of telecommunicatiespecialist die het gerecht ondersteuning biedt).

Algemene opmerking

De informatie op deze pagina is algemeen van aard, niet alomvattend en niet bindend voor het contactpunt van het EJN-civiel, de rechtbanken of enige andere ontvanger. Raadpleging van deze informatie kan niet in de plaats komen van het raadplegen van de toepasselijke wetgeving. Deze pagina's worden regelmatig bijgewerkt en worden gewijzigd afhankelijk van de ontwikkelingen in de jurisprudentie.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 05/07/2018

Getuigenverhoor per videoconferentie - Roemenië

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja. In dit geval is wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken van toepassing en met name artikel 25, leden 1 en 3, en artikel 35, lid 3.

De aangezochte Roemeense justitiële autoriteit kan op verzoek van de verzoekende justitiële autoriteit een speciale procedure volgen, mits deze niet in strijd is met de Roemeense wetgeving. Het Roemeense gerecht informeert de verzoekende justitiële autoriteit op welke datum en plaats de rogatoire commissie zal worden uitgevoerd; en het kan, op verzoek, ook toestemming geven voor de deelname van buitenlandse rechters. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 vervult het ministerie van Justitie taken betreffende de beslissingen die worden genomen over verzoeken die op grond van artikel 17 van de genoemde verordening zijn ingediend.

De videoconferentie moet plaatsvinden in aanwezigheid van de rechter van het gerecht in het arrondissement waarin de handeling tot bewijsverkrijging moet worden verricht, eventueel met behulp van een tolk. De rechter moet de identiteit van de te verhoren persoon controleren en toezien op de naleving van de fundamentele beginselen van de Roemeense wet.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Nee. Volgens de procedure betreffende rogatoire commissies mogen zowel getuigen als andere betrokken personen worden gehoord (artikel 17 van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken).

De uitvoering van een rogatoire commissie kan overeenkomstig artikel 26, lid 2, van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken, echter worden geweigerd indien de te verhoren personen niet mag worden gehoord op grond van in de Roemeense wetgeving vastgestelde verbodsbepalingen, of indien de te versturen of te bestuderen documenten niet verspreid mogen worden.

Bovendien mogen de volgende personen conform de artikelen 315, 316 en 317 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering niet als getuigen worden gehoord: bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad; echtgenoot of vroegere echtgenoot, verloofde of feitelijk samenwonende partner; personen die een vijandige relatie met of een bepaald belang hebben ten aanzien van een van de partijen; personen die wettelijk onbekwaam zijn verklaard; personen die veroordeeld zijn voor het afleggen van een valse verklaring. De partijen kunnen echter, uitdrukkelijk of stilzwijgend, overeenkomen dat de volgende personen eveneens als getuigen mogen worden gehoord: bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad; de echtgenoot of vroegere echtgenoot, verloofde of feitelijk samenwonende partner; personen die een vijandige relatie met of een bepaald belang hebben ten aanzien van een van de partijen.

In procedures waarbij het om verwantschap, echtscheiding of andere familierechtelijke betrekkingen gaat, kunnen de bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad worden gehoord, met uitzondering van afstammelingen.

De volgende personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te getuigen: 1. geestelijken, artsen, apothekers, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, mediators, verloskundigen, verpleegkundigen en alle andere beroepsbeoefenaars die een geheimhoudingsplicht hebben ten aanzien van feiten die hen bekend zijn geworden door hun werk of in de uitoefening van hun beroep, ook nadat zij hun werkzaamheden hebben beëindigd; 2. rechters, officieren van justitie en ambtenaren, ook na beëindiging van hun functie, ten aanzien van geheime informatie die hen in die hoedanigheid ter kennis is gekomen; 3. personen die, met hun antwoorden, zichzelf of hun bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, of de echtgenoot of vroegere echtgenoot, verloofde of feitelijk samenwonende partner blootstellen aan het risico op een strafrechtelijke veroordeling of publieke schande. Deze personen (met uitzondering van geestelijken) mogen echter een verklaring afleggen, indien de partij die belang heeft bij de geheimhouding hen van hun beroepsgeheim heeft ontslagen, tenzij in de betrokken wetgeving anders is bepaald. Rechters, officieren van justitie en ambtenaren mogen eveneens een verklaring afleggen indien de autoriteit of de instelling waarbij zij werken of hebben gewerkt daar in voorkomend geval toestemming voor geeft.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Nee, er gelden geen beperkingen. Op grond van artikel 17 van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken, is volgens de procedure inzake rogatoire commissies het volgende toegestaan: het (ver)horen van getuigen en andere betrokken personen, het verkrijgen van documenten, het opstellen van deskundigenverslagen, het uitvoeren van een onderzoek of het verkrijgen van andere stukken of gegevens die nodig zijn voor de afwikkeling van een bepaalde zaak.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Nee, er gelden geen beperkingen. Niettemin is in artikel 16, artikel 261, lid 1, en artikel 314 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaald dat bewijzen moeten worden verkregen door het gerecht dat over de zaak beslist. Indien de bewijzen om praktische redenen alleen kunnen worden verkregen op een andere plaats dan waar het gerecht is gevestigd, kan de handeling tot bewijsverkrijging via een rogatoire commissie worden uitgevoerd door een gerecht van hetzelfde niveau of van een lager niveau als er in de genoemde plaats geen gerecht van hetzelfde niveau is. Het gerecht dat is aangewezen voor de uitvoering van een rogatoire commissie gaat over tot bewijsverkrijging in aanwezigheid van de partijen, of in hun afwezigheid indien zij conform de wettelijke voorschriften zijn opgeroepen, en heeft ten aanzien van de te volgen procedure daarbij dezelfde bevoegdheden als het gerecht dat de zaak behandelt. Een getuige die als gevolg van een ziekte of ernstige belemmering niet kan verschijnen, mag echter worden gehoord op de plaats waar hij zich bevindt, na oproeping van de partijen.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, dat is toegestaan op grond van artikel 13 van wet nr. 304/2004 inzake de rechterlijke organisatie, opnieuw bekendgemaakt.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a) in het Roemeens;

b) in het Roemeens, omdat het Roemeense aangezochte gerecht een proces-verbaal moet opmaken waarin de datum en de plaats van het verhoor, de identiteit van de gehoorde persoon, de gegevens betreffende de eedaflegging, de technische voorwaarden van het verhoor enzovoort moeten worden opgenomen.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Het verzoekende gerecht is verantwoordelijk voor het inschakelen van een tolk op grond van artikel 27 van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken. Het Roemeense aangezochte gerecht kan het verzoekende gerecht eventueel helpen bij het vinden van een tolk in Roemenië door een lijst van tolken te verstrekken.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Minimaal 1 maand en maximaal 3 maanden van tevoren.

In dit geval is artikel 23, lid 3, van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken van toepassing. Het Roemeense gerecht informeert de verzoekende justitiële autoriteit op welke datum en plaats de rogatoire commissie zal worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 261, lid 4, van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering gaat het gerecht dat is aangewezen voor de uitvoering van een rogatoire commissie over tot bewijsverkrijging in aanwezigheid van de partijen, of in hun afwezigheid indien zij volgens de wettelijke voorschriften zijn opgeroepen, en heeft het ten aanzien van de te volgen procedure daarbij dezelfde bevoegdheden als het gerecht dat de zaak behandelt.

Aangezien er twee procedures bestaan met betrekking tot buitenlandse instanties (betekeningsprocedure bij bewijsverkrijging) wordt er in de praktijk een termijn van minimaal één en maximaal drie maanden in acht genomen, gelet op de termijnen die al zijn vastgesteld voor:

- de uitvoering van de aanvragen om betekening vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, waarbij minimaal een termijn van één maand moet worden in acht genomen voor de feitelijke uitvoering van de aanvraag om betekening per post (bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging);

- de verplichtingen van het verzoekende gerecht om te voldoen aan de verzoeken van het aangezochte gerecht wat betreft onder meer de verstrekking van aanvullende gegevens of de betaling van een voorschot/deposito, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten inzake bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken.

De reden hiervoor is de tijd die nodig is voor de eventuele vertaling van de correspondentie met het verzoekende gerecht of de getuige, evenals de tijd die nodig is voor het versturen van post naar het buitenland, het grote aantal te verwerken dossiers en met name de planning van videoconferenties.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Er kan geen raming worden gemaakt van de kosten aangezien die afhankelijk zijn van de duur en van het land in kwestie. De betrokken bedragen moeten via een bankoverschrijving worden overgemaakt op de rekening van het gerecht, als secundaire ordonnateur of op de rekening van de rechtbank, als tertiaire ordonnateur. De kosten voor de totstandbrenging van de videoverbinding en voor de terbeschikkingstelling van deze verbinding in de verzoekende lidstaat, de vergoeding van de tolken en de vergoeding van de getuigen en deskundigen, evenals de gemaakte reiskosten in de aangezochte lidstaat worden door het buitenlandse verzoekende gerecht terugbetaald aan het Roemeense aangezochte gerecht.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De te verhoren persoon moet eveneens worden opgeroepen conform de bepalingen van het Roemeense nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Deze persoon moet via de oproeping door het Roemeense aangezochte gerecht ervan in kennis worden gesteld dat het verhoor op vrijwillige basis plaatsvindt. De oproeping wordt uitgevaardigd op basis van het afschrift van de beslissing, of een ander document, waarin het verzoek tot bewijsverkrijging van het verzoekende gerecht wordt aanvaard.

Overeenkomstig artikel 261, lid 4, van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering gaat het gerecht dat is aangewezen voor de uitvoering van een rogatoire commissie over tot bewijsverkrijging in aanwezigheid van de partijen, of in hun afwezigheid indien zij volgens de wettelijke voorschriften zijn opgeroepen, en heeft het ten aanzien van de te volgen procedure daarbij dezelfde bevoegdheden als het gerecht dat de zaak behandelt.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Overeenkomstig artikel 318 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering vraagt de voorzitter, alvorens de verklaring af te nemen, aan de getuige om zijn naam, beroep, woonplaats en leeftijd op te geven; aan te geven of hij bloed- of aanverwant is van een van de partijen en zo ja, in welke graad; en of hij werkt voor een van de partijen. Vervolgens verlangt de voorzitter dat de getuige de eed aflegt en wordt uitgelegd wat deze inhoudt.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Conform de artikelen 319 en 320 van het Roemeense nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering leggen getuigen voorafgaand aan het verhoor de volgende eed af: "Ik zweer de waarheid te vertellen en niets achter te houden van wat ik weet. Zo waarlijk helpe mij God almachtig".

Bij het uitspreken van de eed legt de getuige zijn hand op het kruis of de Bijbel. In de eedtekst wordt de verwijzing naar God vervangen al naar gelang de geloofsovertuiging van de getuige. De bovengenoemde bepalingen gelden dan ook alleen voor getuigen met het christelijke geloof.

De getuige zonder geloofsovertuiging legt de volgende eed af: "Ik zweer naar eer en geweten de waarheid te vertellen en niets achter te houden van wat ik weet".

De getuigen die op grond van gewetensbezwaren of een andere overtuiging de eed niet willen afleggen, spreken de volgende tekst uit ten overstaan van de rechtbank: "Ik verbind mij ertoe de waarheid te vertellen en niets achter te houden van wat ik weet".

Geletterde doven of doofstommen leggen de eed af door de formulering op te schrijven en te ondertekenen; slechthorenden spreken de eed uit en zij die niet kunnen schrijven, leggen de eed af met gebaren en met behulp van een tolk.

Na de eedafneming informeert de voorzitter de getuige dat hij kan worden gestraft voor het afleggen van een valse verklaring indien hij niet de waarheid spreekt.

Dit alles wordt schriftelijk vastgelegd in het proces-verbaal.

Kinderen jonger dan veertien jaar en kinderen die ten tijde van het verhoor niet handelingsbekwaam zijn, zonder dat zij wettelijke onbekwaam zijn verklaard, kunnen worden gehoord zonder aflegging van de eed. De rechtbank wijst hen echter wel op het feit dat zij de waarheid moeten spreken en houdt bij de beoordeling van hun verklaring rekening met hun bijzondere situatie.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

De IT-specialisten van de gerechtshoven, de griffier en de rechter kunnen optreden als contactpersoon. Van de 244 rechtbanken beschikken 144 rechtbanken over videoconferentie-apparatuur. Al deze 144 rechtbanken zijn uitgerust met 2 videoconferentiesystemen.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 01/06/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Slovenië

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Bewijsverkrijging via videoconferentie is mogelijk zowel met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat als rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat. In burgerlijke en handelszaken is altijd artikel 114 bis van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing (Zakon o pravdnem postopku – ZPP; hierna "WvRV" genoemd). Dit artikel bepaalt dat een gerecht kan toestaan, met instemming van de partijen, dat de partijen en hun vertegenwoordigers tijdens de zitting op een andere plaats zijn en dat zij vanaf die plaats proceshandelingen verrichten, mits er wordt gezorgd voor de overdracht over en weer van beeld en geluid tussen de plaats van de zitting en de plaats of plaatsen waar de partijen en vertegenwoordigers zich bevinden (videoconferentie). Het gerecht kan onder deze voorwaarden beslissen ook over te gaan tot het verrichten van een handeling tot bewijsverkrijging, door partijen en getuigen te horen of een deskundige te ondervragen.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Zowel partijen en getuigen als deskundigen kunnen per videoconferentie worden verhoord. De partijen en hun vertegenwoordigers (bijvoorbeeld hun advocaten) kunnen alle proceshandelingen per videoconferentie verrichten.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

De partijen en hun vertegenwoordigers kunnen in principe alle proceshandelingen op afstand verrichten. Het WvRV beperkt de mogelijkheden voor bewijsverkrijging via videoconferentie tot de limitatief opgesomde bewijsmiddelen (verhoor van partijen, verhoor van getuigen en deskundigen). Het is dus niet mogelijk om per videoconferentie bewijs te verkrijgen van materiële zaken of documenten.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

De partijen en hun vertegenwoordigers kunnen in principe alle proceshandelingen op afstand verrichten. Er zijn geen beperkingen gesteld ten aanzien van de plaats waar de andere persoon zich buiten de rechtbank moet bevinden.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

De rechtsgrondslag van de audiovisuele registratie van zittingen is artikel 125 bis WvRV. Overeenkomstig dit artikel kan de voorzitter van de kamer de geluidsopname of video-opname van een zitting bevelen. Dat betekent dat de voorzitter van de kamer waar het proces zich afspeelt, de bevoegdheid heeft om naar eigen inzicht te besluiten of er een geluidsopname of video-opname van de zitting wordt gemaakt. Overeenkomstig artikel 114 bis is het partijen niet toegestaan het gerecht te vragen toestemming te geven voor een videoconferentie. Het gerecht kan ook op eigen initiatief om een videoconferentie vragen, maar heeft daarvoor de toestemming van de partijen nodig. De beslissing van het gerecht om de videoconferentie te bevelen moet tijdig voor de zitting worden genomen, gelet op de tijd die nodig is voor de technische voorbereidingen en om de betrokken partij vooraf te laten weten of zij al dan niet voor het gerecht moet verschijnen.

De elf regionale rechtbanken (okrožna sodišča) beschikken sinds 2011 elk over een zittingszaal die is uitgerust met videoconferentie - en opnameapparatuur. Het is mogelijk om alleen geluid, alleen beeld of allebei tegelijk te registreren. Er zijn ook drie mobiele videoconferentie-apparaten beschikbaar die de gerechten kunnen gebruiken bij lokale rechtbanken (okrajna sodišča) en andere rechtbanken. Aangezien de videoconferentie wordt georganiseerd via een centraal toegangspunt, kan elke videoconferentie op bevel van de rechter worden geregistreerd

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening leidt het aangezochte gerecht het verhoor in zijn officiële taal (het Sloveens en de twee officiële talen van de nationale gemeenschappen die worden gebruikt in de rechtbanken in de regio's waar deze nationale gemeenschappen wonen, namelijk het Italiaans en het Hongaars), en, indien nodig, met een vertaling naar de taal die de partij of een andere procesdeelnemer begrijpt, als laatstbedoelde daartoe een verzoek heeft ingediend of als het gerecht vaststelt dat de betreffende partij of procesdeelnemer de Sloveense taal niet begrijpt.

Het verhoor wordt op grond van artikel 17 van de verordening rechtstreeks door het aangezochte gerecht afgenomen. In dat geval kan het verhoor in een vreemde taal plaatsvinden, mits er wordt gezorgd voor een geschikte vertolking naar de taal die de partij of andere procesdeelnemers begrijpen.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Zowel het aangezochte gerecht als het verzoekende gerecht kan zorgen voor de tolk (afhankelijk van de afspraak die zij onderling hebben gemaakt). De tolk kan zodoende aanwezig zijn op de plaats van het aangezochte gerecht, het verzoekende gerecht of op een andere plaats.

In de praktijk zijn tolken aanwezig op de plaats waar de persoon zich bevindt die de vertolking nodig heeft. Dat betekent dat de tolk aanwezig is op de plaats van het aangezochte gerecht wanneer het verzoekende gerecht het verhoor in zijn officiële taal leidt overeenkomstig artikel 17 van de verordening, of op de plaats van het verzoekende gerecht indien het aangezochte gerecht het verhoor leidt overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

De te verhoren persoon wordt, via schriftelijke oproeping, persoonlijk uitgenodigd om voor het gerecht te verschijnen. De oproeping vermeldt hoofdzakelijk de plaats en datum van het verhoor. Bepaalde getuigen mogen vanwege hun hoge leeftijd, hun gezondheidstoestand of een ernstige lichamelijke handicap thuis worden gehoord. In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is geen termijn vastgesteld voor het versturen van de oproepingen, maar de partijen moeten vanaf de ontvangst van de oproeping ten minste vijftien dagen de tijd hebben om zich op het verhoor voor te bereiden. Deze termijn geldt niet indien de partij als getuige wordt opgeroepen.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Overeenkomstig artikel 153 WvRV moet een partij die een verzoek om bewijsverkrijging indient een voorschot betalen ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de handeling tot bewijsverkrijging. Indien het verzoek door beide partijen wordt gedaan, moeten zij allebei een gelijk deel van de kosten dragen. De kosten worden op basis van de uitslag van de rechtszaak terugbetaald.

In de Republiek Slovenië zijn er geen kosten verbonden aan het gebruik van videoconferentie.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Het WvRV voorziet niet in aanvullende vereisten.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De getuige wordt voorafgaand aan het verhoor gevraagd opgave te doen van zijn naam, voornamen, naam van zijn vader, beroep, woonplaats, geboortedatum, leeftijd en zijn relatie tot de partijen (artikel 238, lid 3, WvRV).

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Het WvRV voorziet niet in een eedaflegging. Overeenkomstig artikel 238 wijst het gerecht de getuige er voorafgaand aan het verhoor op dat hij verplicht is de waarheid te spreken en dat hij niets mag achterhouden en op de gevolgen van een valse verklaring.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het WvRV voorziet niet in dergelijke regelingen.

In de praktijk wordt ten minste een week vóór de videoconferentie een testverbinding tot stand gebracht, om te controleren of de verbinding werkt, of de kwaliteit voldoende is en om eventuele gebreken op te lossen. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat de technicus die tijdens de zitting aanwezig is de videoconferentie-apparatuur zonder problemen kan bedienen aangezien deze vooraf al worden opgelost. Tegelijk met het verzoek of nadat het verzoek is ingediend, wisselen beide gerechten de gegevens van de contactpersonen uit die zorgen voor de technische uitvoering van de videoconferentie.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Hier is niets over opgenomen in het WvRV.

In de regel stuurt het verzoekende gerecht het verzoek naar het aangezochte gerecht, tezamen met een formulier waarop alle technische gegevens van het videoconferentiesysteem staan vermeld, evenals de contactgegevens van de technici die zorgen voor de technische aspecten van de videoconferentie. Beide gerechten hebben gegevens nodig over de videoconferentiesystemen, het type verbinding (ISDN, IP), de verbindingssnelheid, het adres (telefoonnummer), de taal die tijdens de verbindingstest wordt gebruikt, de datum en tijd van de testsessie, het eventuele tijdsverschil en de gegevens van de technicus die voor de technische uitvoering zorgt.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 16/03/2017

Getuigenverhoor per videoconferentie - Slowakije

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Het Slowaakse recht kent geen specifieke regels voor het verkrijgen van bewijs met deelname van het gerecht van de verzoekende lidstaat, maar het bevat ook geen bepalingen die dat verbieden. Volgens de procedureregels verkrijgt een gerecht bewijs op de zitting en, indien passend, buiten de zitting (zie artikel 122 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering; hierna het “WvRV” genoemd). De rechtbank kan met instemming van de partijen een zitting per videoconferentie of een ander technologisch communicatiemiddel laten plaatsvinden. (zie artikel 116, lid 6, WvRV). De partijen hebben in principe het recht om aanwezig te zijn bij de bewijsverkrijging.

Er bestaan geen specifieke procedures voor het verkrijgen van bewijs per videoconferentie (met uitzondering van de bovengenoemde). Alleen de verordening inzake bewijsverkrijging, het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en de wet betreffende de procedurele en administratieve regels voor de rechtbanken (besluit nr. 543 van het ministerie van Justitie van de Republiek Slowakije van 11 november 2005 inzake de procedurele en administratieve regels voor de districtsrechtbanken, de regionale rechtbanken, de speciale rechtbank en de militaire rechtbanken) zijn in dit geval van toepassing.

Alle andere kwesties moeten in samenspraak met de betrokken gerechten en met behulp van het EJN worden opgelost.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Het Slowaakse recht kent geen beperkingen ten aanzien van personen die per videoconferentie mogen worden gehoord. Overeenkomstig artikel 125 WvRV zijn alle bewijsmiddelen toegestaan waarmee de feiten in een zaak kunnen worden vastgesteld. Het zijn met name partijen, getuigen en deskundigen die mogen worden gehoord.

Overeenkomstig artikel 124 WvRV moet de bewijsverkrijging op zodanige wijze plaatsvinden dat de vertrouwelijkheid van gerubriceerde gegevens gewaarborgd is.

Overeenkomstig artikel 100, lid 3, geldt dat indien het gerecht beslist rekening te houden met het standpunt van een minderjarig kind, dit standpunt moet worden gegeven via de vertegenwoordiger van het kind of via de bevoegde instantie op het gebied van sociale bescherming en rechtsbescherming van kinderen en voogdij; het gerecht kan de minderjarige ook horen zonder dat de ouders aanwezig zijn. In dat geval zijn de beperkingen uiteraard afhankelijk van de leeftijd van de minderjarige en van de manier waarop het gerecht besluit het kind te horen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Nee, behalve de beperkingen die voortvloeien uit de aard van videoconferenties (het is bijvoorbeeld niet mogelijk een onderzoek ter plaatse per videoconferentie uit te voeren enzovoort).

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Bewijs wordt in de regel op een zitting verkregen (zie artikel 122 WvRV) die over het algemeen plaatsvindt in het gerechtsgebouw (zie artikel 25 in verbinding met artikel 35 van de procedurele en administratieve regels voor de rechtbanken). Het is vanwege technische redenen lastig een verhoor op een andere locatie af te nemen.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Videoconferenties kunnen met behulp van de videoconferentie-apparatuur worden geregistreerd. Overeenkomstig artikel 116, lid 6, WvRV kan een verhoor per videoconferentie alleen plaatsvinden met toestemming van de partijen. Indien de partijen geen toestemming geven, is de algemene bepaling van artikel 44a WvRV van toepassing. Op grond van dat artikel mogen de zittingen ook met behulp van geluidsopnameapparatuur worden geregistreerd. De geluidsopname wordt opgeslagen op een gegevensdrager die aan het zaakdossier wordt toegevoegd.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Deze vraag heeft niet specifiek betrekking op bewijsverkrijging in het buitenland of per videoconferentie. Volgens de algemene regels worden zittingen in Slowakije altijd in de officiële taal gehouden en, indien nodig, worden er tolken opgeroepen.

Indien een gerecht deelneemt aan de bewijsverkrijging, wordt het verhoor afgenomen door het aangezochte gerecht, zodat de zitting verloopt in de taal van dat gerecht. Wanneer het bewijs rechtstreeks door een gerecht wordt verkregen zoals bedoeld in artikel 17, gebeurt dat in de taal van dat gerecht.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

In het Slowaakse recht zijn geen bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. De kwestie wordt ad hoc opgelost na overleg tussen de betrokken gerechten.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

In het Slowaakse recht zijn geen specifieke bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. De algemene regels betreffende het verloop van de zitting en de oproeping van getuigen en partijen zijn van toepassing. Het gerecht verricht de bewijsverkrijging over het algemeen op de zitting (zie artikel 122 WvRV). De oproeping moeten tijdig worden gedaan, zodat de wettelijke termijn voor de voorbereiding op de zitting kan worden nageleefd (zie artikel 46/3 van de procedurele en administratieve regels voor de rechtbanken), te weten "over het algemeen ten minste vijf dagen voor de zittingsdatum" (zie artikel 115, lid 2, WvRV).

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

De Slowaakse gerechten brengen geen kosten in rekening voor de videoconferentie zelf.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

In het Slowaakse recht zijn geen specifieke bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. Als algemene regel geldt dat het gerecht aan het begin van de zitting de betreffende persoon moet informeren over zijn procedurele rechten en plichten. De regel geldt niet wanneer de persoon door een advocaat wordt vertegenwoordigd. (zie artikel 5 WvRV).

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

In het Slowaakse recht zijn geen specifieke bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. De concrete procedure zal wordt vastgesteld na een ad hoc overeenkomst tussen de betrokken gerechten. Uiteraard zijn de algemene regels betreffende de controle van de identiteit van de te verhoren persoon van toepassing. Hierin is bepaald dat de identiteit van de getuige aan het begin van de zitting moet worden vastgesteld, evenals de omstandigheden die mogelijk van invloed zijn op zijn geloofwaardigheid (zie artikel 126, lid 2, WvRV).

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Het Slowaakse recht kent alleen specifieke bepalingen die gelden voor strafrechtelijke procedures, maar niet voor civiele procedures.

Volgens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (zie artikel 126, lid 2) moet het gerecht de getuige aan het begin van het verhoor wijzen op het belang van zijn getuigenis, op zijn rechten en plichten (de waarheid zeggen en niets achterhouden), en op de strafrechtelijke gevolgen van een valse verklaring. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze bepaling (valse verklaring) niet van toepassing is op de procespartijen.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Ieder Slowaaks gerecht beschikt over een administratief ambtenaar met wie een afspraak kan worden gemaakt voor het uitvoeren van een verbindingstest op de dag van het verhoor enzovoort. Hij is opgeleid om de videoconferentie-apparatuur te bedienen. Deze ambtenaar neemt in het geval van problemen contact op met een IT-specialist van het gerecht en kan ervoor zorgen dat de IT-specialist op de dag van de zitting aanwezig is.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

De technische informatie die nodig is om de verbinding met de apparatuur van het verzoekende gerecht tot stand te brengen.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 14/01/2019

Getuigenverhoor per videoconferentie - Finland

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Beide opties zijn mogelijk. Het verzoekende gerecht moet in het verzoek duidelijk aangeven welke van de twee procedures het wil toepassen.

In het geval van een verzoek op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening zijn de bepalingen van het wetboek van procesrecht betreffende bewijsverkrijging van toepassing op het verhoor.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Dergelijke beperkingen bestaan niet in gerechtelijke procedures in burgerlijke of handelszaken. Ook deskundigen en partijen kunnen per videoconferentie worden gehoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Geen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Nee.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

De registratie van verhoren per videoconferentie is niet verboden, maar niet alle gerechten beschikken over de benodigde voorzieningen. Dat moet per geval worden bekeken bij de indiening van het verzoek.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

In het geval van een verzoek op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening vindt het verhoor in het Fins of Zweeds plaats. In het geval van rechtstreekse bewijsverkrijging op grond van artikel 17 kiest het verzoekende gerecht de taal die zal worden gebruikt.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Wanneer een verzoek wordt ingediend op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening maken het verzoekende gerecht en het aangezochte gerecht onderling afspraken over wie de tolk ter beschikking stelt en op welke locatie deze aanwezig moet zijn. In het geval van een verzoek op grond van artikel 17 wordt de tolk ter beschikking gesteld door het verzoekende gerecht, dat tevens bepaalt waar de tolk aanwezig moet zijn.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Wanneer een verzoek wordt ingediend op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening, stuurt het aangezochte gerecht de te verhoren personen een schriftelijke oproeping voor het verhoor. Deze kennisgeving dient bij voorkeur ten minste twee tot drie weken vóór de datum van het verhoor te worden gedaan. In het geval van een verzoek op grond van artikel 17 zorgt het verzoekende gerecht voor de kennisgeving en de organisatie van het verhoor.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Wanneer een persoon wordt verhoord conform de artikelen 10 tot en 12 van de verordening in een rechtbank die over videoapparatuur beschikt, zijn er over het algemeen geen extra kosten verbonden aan het gebruik van videoconferentie. Wanneer een persoon daarentegen wordt verhoord conform artikel 17 van de verordening op een andere locatie dan op de rechtbank, komen de kosten van de videoconferentie voor rekening van het verzoekende gerecht.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Het verzoekende gerecht stelt overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de verordening de betrokken persoon ervan in kennis dat de handeling tot bewijsverkrijging op vrijwillige basis wordt verricht.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

In het geval van een verzoek op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening controleert het aangezochte gerecht de identiteit van de te verhoren persoon, indien nodig op basis van een identiteitskaart of paspoort. Het verzoekende gerecht controleert in het geval van een verzoek op grond van artikel 17 zelf de identiteit van de te verhoren persoon.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Er gelden geen aparte vereisten inzake de eedafneming bij rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 van de verordening. Deze eed wordt afgelegd op de wijze die is vastgesteld in de wetgeving van het gerecht dat de getuige verhoort.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het aangezochte gerecht wijst een contactpersoon aan.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

- Het verzoekende gerecht wijst bij voorkeur zowel een contactpersoon aan voor de technische aspecten als een contactpersoon voor de inhoudelijke (juridische) aspecten van de zaak.

- Het verzoek vermeldt de gegevens van de contactpersonen (e-mail en/of telefoonnummer) zodat eventueel contact met hen kan worden opgenomen tijdens het verhoor, met name als er zich tijdens de videoconferentie technische problemen voordoen.

- Wanneer er tijdsverschil bestaat tussen de twee lidstaten, moet in het verzoekschrift worden vermeld of het geplande tijdstip van het verhoor overeenkomt met de tijd in de verzoekende lidstaat of in de aangezochte lidstaat.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 08/02/2018

Getuigenverhoor per videoconferentie - Zweden

INHOUDSOPGAVE


1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja, bewijsverkrijging kan via videoconferentie plaatsvinden met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat of rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat.

Op grond van § 5 van de wet (2003:493) betreffende de EG-verordening inzake bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (verordening inzake bewijsverkrijging), moet bewijsverkrijging worden verricht door de rechtbank van eerste aanleg ("tingsrätt"); indien het bewijs niet op de zitting wordt verkregen, zijn de bepalingen van het wetboek van procesrecht ("rättegångsbalken") betreffende bewijsverkrijging van toepassing (hoofdstuk 35, §§ 8-11 van het wetboek van procesrecht), tenzij in de verordening anders is bepaald.

Wanneer de verordening inzake bewijsverkrijging niet van toepassing is, zijn met name de bepalingen betreffende bewijsverkrijging van andere wetten van toepassing, bijvoorbeeld de wet (1946:816) inzake bewijsverkrijging bij een buitenlands gerecht.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Alle partijen in een zaak kunnen per videoconferentie worden gehoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Er zijn geen bijzondere beperkingen vastgesteld.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

De bewijsverkrijging wordt verricht door de rechtbank van eerste aanleg. Verder zijn er geen bijzondere beperkingen van toepassing.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, dat is toegestaan en er zijn voorzieningen beschikbaar.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a)      Het verhoor moet worden gedaan in het Zweeds, maar het gerecht kan een beroep doen op een tolk.

b)      Dat is afhankelijk van de regelgeving in de verzoekende lidstaat.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Vindt het verhoor in Zweden plaats, dan beslist het Zweedse gerecht over de aanwezigheid van tolken.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Het bevoegde gerecht dient de te verhoren persoon op te roepen. De oproeping vermeldt de plaats en datum van het verhoor. Er is niet vastgesteld welke termijn moet worden aangehouden tussen de oproeping en de datum van het verhoor.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Op verzoek van het Zweedse gerecht moet het bevoegde gerecht de kosten voor deskundigen en tolken, de kosten in verband met de uitvoering van het verzoek volgens een speciale procedure evenals de kosten voor de gebruikte communicatiemiddelen zoals video- en teleconferenties, voor zijn rekening nemen (zie artikel 18, lid 2, en artikel 10, leden 3 en 4, van de verordening inzake bewijsverkrijging).

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Het verzoekende gerecht moet de betrokkene informeren dat het verhoor plaatsvindt op vrijwillige basis overeenkomstig artikel 17 van de verordening inzake bewijsverkrijging.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Er is geen bijzondere procedure vastgesteld voor het controleren van de identiteit.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Over het algemeen zijn op de eedaflegging de nationale regels van toepassing; er bestaan geen bijzondere vereisten en er is niets vastgelegd over specifieke informatie met betrekking tot artikel 17.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Ieder gerecht beschikt over bekwaam personeel dat in staat is de videoconferentie-apparatuur te bedienen.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Over het algemeen is er geen aanvullende informatie vereist.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/06/2017