Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Getuigenverhoor per videoconferentie - Duitsland

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

INHOUDSOPGAVE

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Bewijsverkrijging via videoconferentie in de Duitse civiele procedure is aanvaardbaar op verzoek krachtens artikel 128 a, lid 2, eerste zin, van het Duitse wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung, ZPO). De audiovisuele uitzending van het verhoor dient tegelijkertijd plaats te vinden op de plek waar een getuige, een deskundige of een partij zich bevindt tijdens het verhoor én in de zittingszaal. Indien de partijen, gevolmachtigden en advocaten zijn gemachtigd om op een andere plek bijeen te komen, vindt de audiovisuele uitzending eveneens gelijktijdig plaats op deze plek. Artikel 128 a van het ZPO kan eventueel met enkele wijzigingen van toepassing zijn op verhoren via videoconferentie op verzoek krachtens Verordening (EG) nr. 1206/2001, gezien het feit dat de rechtbank die de bewijzen verkrijgt niet de rechtbank is die een directe indruk krijgt. In geval van een handeling tot het indirect verkrijgen van bewijs overeenkomstig artikel 17, wordt in principe gehoor gegeven aan een verzoek om de directe verrichting van een handeling tot het verkrijgen van bewijs met gebruik van communicatietechnologie. De gerechtelijke procedures voor bewijsvoering kunnen eveneens verder gaan dan artikel 128 a van het ZPO. Er kan uitsluitend geweigerd worden op de gronden die zijn vermeld in artikel 17, lid 5. Het centraal orgaan kan echter conform het Duitse recht voorwaarden stellen aan het verloop van de indirecte verkrijging van bewijs.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Getuigen, deskundigen of partijen kunnen worden gehoord via videoconferentie (artikel 128 a, lid 2, eerste zin, van het ZPO).

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Overeenkomstig het Duitse wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen er videoconferentietechnieken worden gebruikt voor het verhoren van getuigen, deskundigen of partijen (artikel 128 a, lid 2, van het ZPO). Ander bewijsmateriaal (documenten, visuele inspectie) kan niet via videoconferentie worden overgelegd.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

De wet geeft niet aan waar de te horen persoon zich dient te bevinden. Overeenkomstig het Duitse wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient de plaats waar de uitzending in de zittingszaal geschiedt zich in principe op het nationale grondgebied te bevinden.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Artikel 128 a, lid 3, eerste zin, van het ZPO voorziet niet in de registratie van de videoconferentie. Voor een indirecte handeling tot het verkrijgen van bewijs in het kader van rechtshulp krachtens artikel 17 van de verordening betreffende bewijsverkrijging kan een dergelijke registratie worden uitgevoerd.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a) Het verhoor dat wordt afgenomen na een verzoek op grond van de artikelen 10 t/m 12 dient in het Duits te worden gehouden. Indien er personen deelnemen aan het verhoor die het Duits niet machtig zijn, is de aanwezigheid van een tolk vereist. Het is niet nodig om een beroep op een tolk te doen als alle betrokkenen de vreemde taal machtig zijn.

b) In het kader van indirecte rechtshulp bepaalt de verzoekende rechtbank de taal van het verhoor, maar kan het centraal orgaan gebruikmaken van de toestemming zoals is bedoeld in artikel 17, lid 4, om voorwaarden op te leggen wat betreft de directe handeling voor het verkrijgen van bewijs, zoals de taal van de procedure of het verhoor.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

In geval van directe rechtshulp heeft de aangezochte Duitse rechtbank de leiding over de procedure en het verkrijgen van bewijs. Er dient tijdens het verkrijgen van bewijs door de Duitse rechtbanken een tolk aanwezig te zijn, zelfs als slechts één van de deelnemers het Duits niet machtig is. De kennis van de Duitse taal wordt ambtshalve gecontroleerd. De rechtbank kiest in principe de tolk. In geval van indirecte verkrijging van bewijs overeenkomstig artikel 17, is het de verzoekende rechtbank die beslist om een beroep te doen op een tolk en wijst die rechtbank een tolk aan. Conform artikel 17, lid 4, kan het centraal orgaan in bepaalde gevallen toestemming geven, zoals voor het inzetten van tolken. Het centraal orgaan kan gelasten dat het verkrijgen van bewijs in het Duits gebeurt.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Het oproepen van getuigen en deskundigen gebeurt in geval van directe rechtshulp informeel door de diensten van de aangezochte rechtbank, tenzij de aangezochte rechtbank de betekening gelast. Indien de rechtbank verhoor via videoconferentie gelast, dienen de betrokkenen te worden opgeroepen op de plaats waar de videoconferentie plaatsvindt. De oproeping vermeldt de naam van de partijen, het onderwerp en de datum van het verhoor en de juridische gevolgen van verstek. De oproeping dient de plaats en tijd van het verhoor precies te vermelden. Er is geen termijn voor de oproeping vastgelegd.

In het kader van het verkrijgen van bewijs krachtens artikel 17 van de verordening dient de verzoekende rechtbank de te verhoren persoon in kennis te stellen van de datum en plaats van het verhoor. Dit is in het algemeen echter afhankelijk van de materiële omstandigheden waarmee de Duitse rechtbanken te maken hebben (waar de beschikbare installatie zich bevindt, wanneer deze kan worden gebruikt). Dientengevolge zijn de datum en plaats van het verhoor in principe nauw verbonden met de afgifte van de toestemming door het centraal orgaan. In principe is het niet nodig om een vaste termijn in acht te nemen, maar er dient rekening te worden gehouden met het feit dat internationale post langer onderweg is.

Er is geen speciale procedure vastgelegd voor het plannen van een videoconferentie. In de praktijk wijst het centraal orgaan een contactpersoon aan bij de rechtbank waar de videoconferentie zal plaatsvinden. Deze persoon is beschikbaar om praktische vragen te beantwoorden.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Het gebruik van videoconferentie brengt kosten met zich mee in verband met de aankoop, het onderhoud en de werking van de installaties. Deze kosten kunnen niet worden doorberekend aan de partijen in een civiele procedure. Daarnaast zijn er ook nog de telecommunicatiekosten. De aangezochte rechtbank kan de telecommunicatiekosten terugvorderen door te verwijzen naar artikel 10, lid 4, en artikel 18, lid 2, van de verordening.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De verzoekende rechtbank dient de te verhoren persoon er overeenkomstig artikel 64, lid 2, van de Duitse verordening inzake rechtshulp in civiele zaken (Rechtshilfeordnung für Zivilsachen, ZRHO) van in kennis te stellen dat het verhoor plaatsvindt op vrijwillige basis.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Bij twijfel over de identiteit van de te verhoren persoon dient de rechtbank in iedere fase van de procedure over te gaan tot controles.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Als een Duitse rechtbank wordt uitgenodigd om over te gaan tot een indirecte handeling voor het verkrijgen van bewijs via videoconferentie, gebeurt dit volgens het procesrecht van de verzoekende rechtbank, met inbegrip van het afleggen van de eed. Aangezien de medewerking van een gehoorde persoon aan een handeling voor het verkrijgen van bewijs en de eedaflegging geschieden op vrijwillige basis (de betrokkene dient daarvan in kennis te worden gesteld), kan de aangezochte staat geen andere voorwaarden opleggen. Het centraal orgaan dient er in ieder geval op toe te zien dat er geen inbreuk wordt gemaakt op het verbod om verklaringen af te leggen dat (in het Duitse recht) is opgelegd aan de gehoorde persoon. Dat geldt bijvoorbeeld voor het verhoor van een Duitse ambtenaar zonder voorafgaande toestemming van zijn leidinggevende of voor het verhoor van een arts die is gebonden door het beroepsgeheim.

Het centraal orgaan bepaalt of het mogelijk is om de eed af te leggen en welke informatie er aan de verzoekende rechtbank dient te worden verstrekt. In het kader van de toestemming dient het centraal orgaan erop toe te zien dat er geen inbreuk wordt gemaakt op het verbod om verklaringen af te leggen. Derhalve kan het centraal orgaan vragen onder welke omstandigheden de te horen persoon de informatie heeft verkregen. Krachtens het Duitse recht moet een Duitse ambtenaar die verklaringen wil afleggen daarvoor de toestemming van zijn leidinggevende hebben.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het rechtsstelsel is op federaal niveau georganiseerd en valt onder de verantwoordelijkheid van de gerechtelijke administratie van de deelstaten. Dit betekent dat er hiervoor geen uniforme regels op federaal niveau bestaan, dat de overbrenging en het verloop van het verhoor ter plaatse worden geregeld door de gerechtelijke administratie van de betrokken deelstaat en dat de werkwijzen aanzienlijk kunnen variëren. In de praktijk worden de voorschriften van de procedure normaal gesproken opgesteld door het Duitse gerechtshof (Oberlandesgericht) dat bevoegd is voor het rechtsgebied waaronder de aangezochte rechtbank valt.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Verzoeken uit het buitenland en de kennisgevingen zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1206/2001 moeten in het Duits worden opgesteld of vergezeld gaan van een Duitse vertaling (artikel 1075 van het ZPO).


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 01/06/2017