Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Getuigenverhoor per videoconferentie - Kroatië

INHOUDSOPGAVE

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

In de Republiek Kroatië mag bewijs worden verkregen door getuigen, partijen of deskundigen via videoconferentie te verhoren, conform de artikelen 10 tot 12 en artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (hierna "de verordening" genoemd). Als het nodig is bewijs te verkrijgen op de wijze zoals bepaald in de verordening, kan het gerecht van de Republiek Kroatië:

1. het bevoegde gerecht van een andere lidstaat rechtstreeks verzoeken een handeling tot het verkrijgen van bewijs te verrichten, of

2. overeenkomstig artikel 17 van de verordening, verzoeken een handeling tot het verkrijgen van bewijs rechtstreeks in een andere lidstaat te mogen verrichten.

De regels voor bewijsverkrijging op grond van de verordening zijn vastgelegd in de artikelen 507.d tot 507.h van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (staatscourant van de Republiek Kroatië (Zakon o parničnom postupku) nr. 53/91, 91/92, 112/99, 88/01, 117/03, 88/05, 02/07, 84/08, 96/08, 123/08, 57/11, 148/11, 25/13 en 89/14; hierna het "WvRV" genoemd).

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Videoconferentie kan worden gebruikt voor het ondervragen van getuigen, maar ook voor bewijsverkrijging door het verhoren van deskundigen en partijen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

In de Republiek Kroatië gelden er geen bijzondere beperkingen met betrekking tot het soort bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen. Het gerecht dat de procedure leidt, beslist welke handelingen tot bewijsverkrijging moeten worden verricht voor het vaststellen van bepaalde feiten, en op welke manier dat moet gebeuren. Het gerecht beslist welke feiten het bewezen acht op grond van een zorgvuldige en nauwkeurige waardering van elk afzonderlijk bewijsmiddel en van alle bewijsmiddelen tezamen, en op basis van de resultaten van de gehele procedure. Videoconferentie zal echter voornamelijk worden gebruikt voor bewijsverkrijging door het verhoren van partijen en getuigen, aangezien er bepaalde feitelijke en technische problemen ontstaan wanneer bestudering van een document of onderzoek ter plaatse geboden is.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Een verhoor vindt doorgaans plaats bij een gerecht. In de wet zijn er geen bijzondere beperkingen gesteld aan de plaats waar de betrokken persoon zich tijdens het verhoor per videoconferentie moet bevinden.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

In de Republiek Kroatië zijn geen bepalingen vastgelegd met betrekking tot de registratie van een verhoor via videoconferentie, maar de artikelen 126.a tot 126.c van het WvRV vormen de rechtsgrondslag voor het maken van geluidsopnamen tijdens zittingen. De rechter beslist, ambtshalve of op verzoek van partijen, dat er geluidsopnamen worden gemaakt. In het reglement voor de procesvoering van het gerecht (staatscourant van de Republiek Kroatië, nr. 37/14, 49/14, 08/15, 35/15, 123/15 en 45/16) zijn regels opgenomen over de opslag en transcriptie van geluidsopnamen, de technische eisen en de registratiemethoden.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Indien het verzoek wordt gedaan op grond van de artikelen 10 tot 12 van de verordening, wordt het verhoor doorgaans in Kroatië geleid. Het gebruik van nationale minderheidstalen in het kader van een civiele procedure is geregeld in een bijzondere wet (civiele procedures worden gevoerd in het Kroatisch, tenzij de wet voorziet in het gebruik van een andere taal bij bepaalde gerechten). Bovendien geldt overeenkomstig artikel 102 van het WvRV dat als de procedure niet wordt gevoerd in de taal van de partij of andere procesdeelnemers, er wordt gezorgd voor een vertolking naar hun taal van het gesproken woord tijdens de zitting en van de stukken die tijdens de zitting zijn overlegd als bewijs.

In het geval van rechtstreekse bewijsverkrijging op grond van artikel 17 van de verordening, kan het verhoor plaatsvinden in een vreemde taal aangezien de betreffende handeling door het verzoekende gerecht zelf wordt verricht. Niettemin moet de vertolking naar de taal die de partijen en andere procesdeelnemers begrijpen, zijn gewaarborgd.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Het aangezochte gerecht zorgt in de regel dat er een beëdigde tolk aanwezig is bij de verhoren bedoeld in de artikelen 10 tot 12 van de verordening. Het gerecht kan onder bepaalde voorwaarden (artikel 251 in verbinding met artikel 263 van het WvRV) besluiten een beroep te doen op de diensten van een door een partij gekozen tolk.

Het verzoekende gerecht en het aangezochte gerecht kunnen ook in onderlinge overeenstemming een afspraak maken over de inzet van een tolk, zodat de tolk door een van beide gerechten kan worden geregeld. In de praktijk wordt een beroep gedaan op een beëdigd tolk die aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt die de vertolking nodig heeft of op de plaats van het aangezochte gerecht, indien het verzoekende gerecht de procedure in zijn eigen taal voert conform artikel 17 van de verordening. Indien het verhoor wordt geleid door het aangezochte gerecht, conform de artikelen 10 tot 12 van de verordening, dan is de tolk aanwezig op de plaats van het verzoekende gerecht.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Overeenkomstig artikel 242 van het WvRV ontvangen de getuigen een dagvaarding waarin onder meer de datum en de plaats van het verhoor worden vermeld. De dagvaarding voor de betreffende zitting moet aan de te verhoren persoon worden betekend of ter kennis gebracht volgens de regels voor betekening in persoon. Als deze persoon wordt vertegenwoordigd, dan wordt de dagvaarding voor de zitting waarbij de partijen of betreffende persoon zullen worden verhoord, aan zijn vertegenwoordiger betekend of ter kennis gebracht (artikel 268 in verbinding met de artikelen 138 en 142 van het WvRV). Getuigen die vanwege hun leeftijd, gezondheidstoestand of een ernstige lichamelijke beperking niet in staat zijn voor de rechter te verschijnen, worden thuis gehoord. In het WvRV is niet vastgesteld hoeveel dagen van tevoren een getuige op de hoogte moet worden gesteld van het verhoor. Er moet echter een redelijke termijn (minimaal 8 dagen) worden aangehouden, zodat de partijen zich kunnen voorbereiden op het verhoor.

In het geval van een verhoor op grond van de artikelen 10 tot 12 van de verordening, informeert het aangezochte gerecht de getuigen/partijen over de datum en de plaats van het verhoor, terwijl het verzoekende gerecht zorgt voor de betekening of kennisgeving van de dagvaarding wanneer het verhoor op grond van artikel 17 van de verordening plaatsvindt.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Overeenkomstig artikel 153 van het WvRV moet de verzoekende partij, op bevel van het gerecht, een voorschot betalen ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan de handeling tot bewijsverkrijging. Indien de handeling tot bewijsverkrijging door beide partijen wordt verzocht of ambtshalve door het gerecht wordt bevolen, bepaalt het gerecht het bedrag dat nodig is om de kosten te dekken. De partijen moet ieder een gelijk deel van dit bedrag betalen.

Bovendien is artikel 18 van de verordening van toepassing op de kosten van videoconferentie.

In de Republiek Kroatië zijn geen kosten verbonden aan de bewijsverkrijging via videoconferentie.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De persoon wordt hier in een dagvaarding over geïnformeerd. Het WvRV voorziet niet in aanvullende vereisten.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De getuige wordt voorafgaand aan het verhoor gevraagd opgave te doen van zijn naam, voornaam, persoonlijke identiteitsnummer, voornaam van zijn vader, beroep, woonplaats, geboorteplaats, leeftijd en zijn relatie tot of band met de partijen (artikel 243, lid 3, van het WvRV).

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Op grond van artikel 246 van het WvRV kan het gerecht beslissen dat de getuige voorafgaand aan zijn verklaring de eed af moet leggen. In het geval waarin artikel 17 van de verordening voorziet, zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk de regels van de verzoekende lidstaat van toepassing, bijvoorbeeld wanneer de verzoekende lidstaat het centraal orgaan of de bevoegde autoriteit van de aangezochte lidstaat vóór de datum van de zitting informeert dat het een getuige onder ede wenst te verhoren.

Overeenkomstig artikel 270 van het WvRV wordt een handeling tot bewijsverkrijging door het verhoren van partijen zonder eedaflegging uitgevoerd.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn hier geen bepalingen over opgenomen. In de praktijk moeten de technici en de vereiste rechterlijke ambtenaren voorafgaand en tijdens het verhoor aanwezig zijn om te zorgen voor de technische zaken rondom de videoconferentie.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Er bestaat geen speciale regel op grond waarvan aanvullende informatie is vereist. Het verzoekende gerecht en het aangezochte gerecht moeten bij het vaststellen van de zittingsdatum echter mogelijk bepaalde technische aspecten met elkaar afstemmen om een goed verloop van de zitting te garanderen. In de praktijk regelen de rechters dit soort kwesties meestal per e-mail.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 22/02/2019