Getuigenverhoor per videoconferentie - Italië

INHOUDSOPGAVE

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Het Italiaanse recht en met name het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevatten geen specifieke bepalingen inzake bewijsverkrijging via videoconferentie.

Toch is het gebruik van videoconferenties in de Italiaanse rechtsorde niet onbekend.

In artikel 202 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgelegd dat de rechter, wanneer hij overgaat tot een onderzoekshandeling, "de datum, plaats en wijze van uitvoering vaststelt." Als een van de wijzen waarop bewijzen kunnen worden verkregen, zou de rechter overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1206/2001 ook bevel kunnen geven tot tenuitvoerlegging van de onderzoekshandeling via videoconferentie.

Er zij voorts gewezen op het feit dat in artikel 261 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgesteld dat de rechter kan verzoeken om filmopnamen waarvoor het gebruik van mechanische middelen, instrumenten of procedures is vereist.

Videoconferentie wordt uitdrukkelijk genoemd in het wetboek van strafvordering (bijvoorbeeld in artikel 205 ter).

Daarom moet de toepassing van de beperking in artikel 10, lid 4, van de bovengenoemde verordening, die betrekking heeft op de "onverenigbaarheid" met de rechtsorde, worden uitgesloten voor procedures waarop de artikelen 10 e.v. van toepassing zijn.

De enige beperking die eventueel kan worden opgeworpen tegen het verzoek om videoconferentie kan zijn ingegeven door ernstige praktische problemen.

Wat betreft de wijzen van uitvoering van verschillende onderzoekshandelingen is het zaak de verordening van de Europese Unie, het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering en hun uitvoeringsbepalingen toe te passen.

Wat betreft de procedure waarop artikel 17 van toepassing is, zou de aangezochte lidstaat, na te hebben gecontroleerd of is voldaan aan de voorwaarden in artikel 17, lid 5, en na toestemming te hebben verleend voor de rechtstreekse verrichting van een onderzoekshandeling, het gebruik van videoconferentie moeten "aanmoedigen", die, voor zover zij een eenvoudige wijze van uitvoering van de onderzoekshandeling vormt, per geval moet worden gecontroleerd bij het aangezochte gerecht.

Behalve in geval van grote praktische problemen, dat wil zeggen wanneer het aangezochte gerecht niet over een dergelijk communicatiemiddel kan beschikken, kunnen alle onderzoekshandelingen die zijn gebaseerd op een rechtmatig verzoek in de zin van de artikelen 10 e.v. of waarvoor toestemming is verleend in de zin van artikel 17, dan ook worden verricht middels videoconferentie.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Videoconferentie is een nuttig instrument voor het horen van zowel getuigen als procespartijen. Er is geen reden waarom dit onverenigbaar zou zijn met de Italiaanse rechtsorde. Zoals bekend omvat deze reeds bewijsverkrijging door getuigen, vrij verhoor van de partijen en de eedaflegging door de partij.

Wat betreft het horen van deskundigen moet het probleem van de ambtshalve ontvankelijkheid van de technische deskundigheid vooraf worden onderzocht, vooral in het kader van rechtstreekse verrichting van een onderzoekshandeling (artikel 17).

In het Italiaanse recht zijn artikel 61 en de artikelen 191 t/m 201 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing op technisch deskundigenonderzoek. In de regel stellen deskundigen een schriftelijk expertiseverslag op (artikel 195, tweede alinea, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), maar de rechter kan ook om verduidelijking verzoeken. Nadat het deskundigenonderzoek is aanvaard, zou er geen belemmering meer moeten bestaan om de deskundigen via videoconferentie te horen. In het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering is namelijk bepaald dat "wanneer hij dit gepast acht, de president de deskundige uitnodigt om de discussie voor het college bij te wonen en zijn mening in de raadkamer te geven in aanwezigheid van de partijen, die hun argumenten via hun advocaten kunnen voorleggen en toelichten."

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Concreet lijkt videoconferentie vooral een doeltreffend instrument om bewijzen te verkrijgen door getuigen te horen en om getuigen en partijen met elkaar te confronteren.

Niettemin wordt in de bovengenoemde verordening niet rechtstreeks ingegaan op de vraag van de specificiteit of de volledigheid van het bewijs, wat in de praktijk problemen kan opleveren voor deskundigenonderzoek (bijvoorbeeld grafologisch onderzoek), onderzoek naar genetische informatie of telefonische bewijzen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

In de regel worden bewijzen in de aangezochte lidstaat verkregen binnen de gerechtelijke structuur of politiestructuur die daartoe territoriaal bevoegd is, mits die structuur over de benodigde technische apparatuur beschikt en er hulpfunctionarissen van de griffie aanwezig zijn. Op dit moment bestaan er echter geen statistieken voor civielrechtelijke procedures waarnaar kan worden verwezen.

Voor videoconferentie in strafrechtelijke procedures wordt doorgaans gebruikgemaakt van een van de beschikbare, hiertoe uitgeruste locaties van het hof van beroep (Corte d’Appello) van het district van het aangezochte gerecht (een ruimte bij de rechtbank, een zwaar beveiligde hoorzittingsruimte of een kleine ruimte in een strafinrichting).

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Er lijken geen juridische belemmeringen te bestaan voor de opname van hoorzittingen als dit in de verzoekende lidstaat wettelijk is toegestaan.

In ieder geval dient de onderzoekshandeling te worden verricht overeenkomstig de artikelen 4 e.v., alsmede artikel 126 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 46 van de uitvoeringsbepalingen voor dat wetboek, met betrekking tot het opstellen van het proces-verbaal.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Deze kwestie is in de wetgeving niet uitdrukkelijk geregeld.

Artikel 5 van de verordening zou een aanduiding kunnen bevatten over de taal waarin de hoorzittingen dienen plaats te vinden, aangezien hierin is vastgesteld dat het verzoek en de kennisgevingen moeten worden gesteld in de officiële taal van de aangezochte lidstaat.

Wanneer er verzoeken worden ingediend op grond van de artikelen 10 e.v., waarop het binnenlandse recht van toepassing is, moet de hoorzitting in het Italiaans worden gehouden.

In artikel 122 van het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering is namelijk het volgende vastgesteld: "De gehele procedure moet in het Italiaans worden gevoerd. Wanneer een persoon moet verschijnen die het Italiaans niet beheerst, kan de rechter een tolk aanwijzen."

Op de procedure zoals bedoeld in artikel 17 is echter het recht van de verzoekende lidstaat van toepassing. Deze bepaling zou ook gevolgen kunnen hebben voor de taal die moet worden gebruikt bij de verrichting van de onderzoekshandeling. Die taal moet dus ook hier de taal van de verzoekende lidstaat zijn. In dergelijke gevallen kan de inzet van tolken noodzakelijk blijken.

Overigens kan de autoriteit die toestemming verleent voor de verrichting van de onderzoekshandeling de voorwaarden aangeven voor het verloop van de procedure en in het bijzonder aangeven in welke taal deze moet plaatsvinden.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Deze kwestie is in de wetgeving niet uitdrukkelijk geregeld.

In de procedure zoals bedoeld in de artikelen 10 e.v. is het recht van de aangezochte lidstaat van toepassing.

In ieder geval is artikel 122, tweede alinea, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing.

In het Italiaanse wetboek is vastgesteld dat een tolk wordt aangewezen wanneer een opgeroepen persoon het Italiaans niet machtig is. Er wordt dus uitgegaan van het principe dat de taal van de procedure (en van de rechter) het Italiaans is.

De kosten voor de tolkwerkzaamheden worden in ieder geval vergoed en komen voor rekening van het verzoekende gerecht (zie artikel 18).

Voor de procedure zoals bedoeld in artikel 17 verwijzen wij naar punt 6. Ook tijdens de hoorzittingen moet de taal van de verzoekende lidstaat worden gebruikt. De rechtsorde van de verzoekende lidstaat is hierin dan ook richtinggevend, ook wat betreft de verantwoordelijkheid voor de aanwijzing van tolken. In dit geval kan de autoriteit die bevoegd is voor de rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling verzoeken om informatie over de aanwijzing van de tolk.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

In artikel 250 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder, op verzoek van de betrokken partij, de getuigen dagvaardt op de plaats, de datum en het tijdstip zoals vastgesteld, met vermelding van de naam van de rechter die is belast met de onderzoekshandeling en de zaak waarin zij moeten worden gehoord. In artikel 103 van de uitvoeringsbepalingen voor het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is vastgesteld dat getuigen moeten worden gedagvaard uiterlijk zeven dagen vóór de hoorzitting waarop zij moeten verschijnen.

De regels voor getuigenbewijs zijn vastgesteld in de artikelen 244 t/m 257 bis van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en in de artikelen 102 t/m 108 van de uitvoeringsbepalingen van dit wetboek.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Kosten voor een videoconferentie op grond van artikel 4 (niet-rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling), zoals vastgesteld in artikel 10, lid 4, worden op verzoek van het aangezochte gerecht terugbetaald, zoals bepaald in artikel 18, lid 2, van de verordening.

Deze verplichting tot terugbetaling is op grond van artikel 17 niet van toepassing wanneer het buitenlandse gerecht overgaat tot rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling middels videoconferentie.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Het verzoekende gerecht heeft de taak de te horen persoon ervan in kennis te stellen dat de onderzoekshandeling vrijwillig wordt verricht; ingevolge artikel 17 van de verordening is de rechtstreekse verrichting van de handeling alleen maar toegestaan wanneer aan dit vereiste is voldaan.

De verordening bevat echter geen soortgelijke verplichting voor het aangezochte gerecht.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

De identificatie van de getuige is doorgaans de taak van het verzoekende gerecht dat op grond van artikel 17 gebruik maakt van videoconferentie. In geval van niet-rechtstreekse verrichting van de onderzoekshandeling zij erop gewezen dat bij getuigenbewijs artikel 252 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing is op de identificatie van de getuige: "De rechter vraagt de getuige om zijn naam en voornaam, de naam en voornaam van zijn vader, zijn leeftijd, zijn beroep, en vraagt hem of hij familiebanden heeft [...] met de partijen, of belang heeft bij de zaak." De getuige deelt zijn identiteit mee na de eedaflegging zoals vastgesteld in artikel 251 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. In de praktijk verzoekt de rechter tevens om een identiteitsdocument en neemt hij de daarop vermelde gegevens over in het proces-verbaal.

Wat betreft de te horen partijen moet er een bijzondere volmacht worden verstrekt als het gaat om een bijzondere procurator.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Er is geen specifieke regeling vastgesteld voor de in artikel 17 bedoelde procedure. Het kan zinvol zijn om informatie te ontvangen over het belang dat in strafrechtelijk opzicht (in de rechtsorde van de verzoekende lidstaat) wordt gehecht aan een valse getuigenis of verzwijging, conform de procedureregels van de verzoekende lidstaat.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het Italiaanse departement voor het gevangeniswezen (Dipartimento dell’Amministrazione Penitenziaria), dat is belast met verbindingen via videoconferentie, voert in de dagen voorafgaand aan de geplande datum voor de videoconferentie compatibiliteitstests uit met buitenlandse technici.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Het is wenselijk dat het verzoekende gerecht tezamen met het verzoek om internationale rechtsbijstand de technische kenmerken van het in zijn lidstaat gebruikte videoconferentiesysteem doorgeeft (als het deze kent) en in ieder geval de naam en telefoonnummers van een contactpersoon verstrekt (bij voorkeur een gespecialiseerde technicus), en tevens vermeldt in welke taal de werkzaamheden zullen plaatsvinden.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/02/2019