Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Getuigenverhoor per videoconferentie - Roemenië

INHOUDSOPGAVE

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja. In dit geval is wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken van toepassing en met name artikel 25, leden 1 en 3, en artikel 35, lid 3.

De aangezochte Roemeense justitiële autoriteit kan op verzoek van de verzoekende justitiële autoriteit een speciale procedure volgen, mits deze niet in strijd is met de Roemeense wetgeving. Het Roemeense gerecht informeert de verzoekende justitiële autoriteit op welke datum en plaats de rogatoire commissie zal worden uitgevoerd; en het kan, op verzoek, ook toestemming geven voor de deelname van buitenlandse rechters. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 vervult het ministerie van Justitie taken betreffende de beslissingen die worden genomen over verzoeken die op grond van artikel 17 van de genoemde verordening zijn ingediend.

De videoconferentie moet plaatsvinden in aanwezigheid van de rechter van het gerecht in het arrondissement waarin de handeling tot bewijsverkrijging moet worden verricht, eventueel met behulp van een tolk. De rechter moet de identiteit van de te verhoren persoon controleren en toezien op de naleving van de fundamentele beginselen van de Roemeense wet.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Nee. Volgens de procedure betreffende rogatoire commissies mogen zowel getuigen als andere betrokken personen worden gehoord (artikel 17 van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken).

De uitvoering van een rogatoire commissie kan overeenkomstig artikel 26, lid 2, van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken, echter worden geweigerd indien de te verhoren personen niet mag worden gehoord op grond van in de Roemeense wetgeving vastgestelde verbodsbepalingen, of indien de te versturen of te bestuderen documenten niet verspreid mogen worden.

Bovendien mogen de volgende personen conform de artikelen 315, 316 en 317 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering niet als getuigen worden gehoord: bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad; echtgenoot of vroegere echtgenoot, verloofde of feitelijk samenwonende partner; personen die een vijandige relatie met of een bepaald belang hebben ten aanzien van een van de partijen; personen die wettelijk onbekwaam zijn verklaard; personen die veroordeeld zijn voor het afleggen van een valse verklaring. De partijen kunnen echter, uitdrukkelijk of stilzwijgend, overeenkomen dat de volgende personen eveneens als getuigen mogen worden gehoord: bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad; de echtgenoot of vroegere echtgenoot, verloofde of feitelijk samenwonende partner; personen die een vijandige relatie met of een bepaald belang hebben ten aanzien van een van de partijen.

In procedures waarbij het om verwantschap, echtscheiding of andere familierechtelijke betrekkingen gaat, kunnen de bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad worden gehoord, met uitzondering van afstammelingen.

De volgende personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te getuigen: 1. geestelijken, artsen, apothekers, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, mediators, verloskundigen, verpleegkundigen en alle andere beroepsbeoefenaars die een geheimhoudingsplicht hebben ten aanzien van feiten die hen bekend zijn geworden door hun werk of in de uitoefening van hun beroep, ook nadat zij hun werkzaamheden hebben beëindigd; 2. rechters, officieren van justitie en ambtenaren, ook na beëindiging van hun functie, ten aanzien van geheime informatie die hen in die hoedanigheid ter kennis is gekomen; 3. personen die, met hun antwoorden, zichzelf of hun bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, of de echtgenoot of vroegere echtgenoot, verloofde of feitelijk samenwonende partner blootstellen aan het risico op een strafrechtelijke veroordeling of publieke schande. Deze personen (met uitzondering van geestelijken) mogen echter een verklaring afleggen, indien de partij die belang heeft bij de geheimhouding hen van hun beroepsgeheim heeft ontslagen, tenzij in de betrokken wetgeving anders is bepaald. Rechters, officieren van justitie en ambtenaren mogen eveneens een verklaring afleggen indien de autoriteit of de instelling waarbij zij werken of hebben gewerkt daar in voorkomend geval toestemming voor geeft.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Nee, er gelden geen beperkingen. Op grond van artikel 17 van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken, is volgens de procedure inzake rogatoire commissies het volgende toegestaan: het (ver)horen van getuigen en andere betrokken personen, het verkrijgen van documenten, het opstellen van deskundigenverslagen, het uitvoeren van een onderzoek of het verkrijgen van andere stukken of gegevens die nodig zijn voor de afwikkeling van een bepaalde zaak.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Nee, er gelden geen beperkingen. Niettemin is in artikel 16, artikel 261, lid 1, en artikel 314 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaald dat bewijzen moeten worden verkregen door het gerecht dat over de zaak beslist. Indien de bewijzen om praktische redenen alleen kunnen worden verkregen op een andere plaats dan waar het gerecht is gevestigd, kan de handeling tot bewijsverkrijging via een rogatoire commissie worden uitgevoerd door een gerecht van hetzelfde niveau of van een lager niveau als er in de genoemde plaats geen gerecht van hetzelfde niveau is. Het gerecht dat is aangewezen voor de uitvoering van een rogatoire commissie gaat over tot bewijsverkrijging in aanwezigheid van de partijen, of in hun afwezigheid indien zij conform de wettelijke voorschriften zijn opgeroepen, en heeft ten aanzien van de te volgen procedure daarbij dezelfde bevoegdheden als het gerecht dat de zaak behandelt. Een getuige die als gevolg van een ziekte of ernstige belemmering niet kan verschijnen, mag echter worden gehoord op de plaats waar hij zich bevindt, na oproeping van de partijen.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, dat is toegestaan op grond van artikel 13 van wet nr. 304/2004 inzake de rechterlijke organisatie, opnieuw bekendgemaakt.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a) in het Roemeens;

b) in het Roemeens, omdat het Roemeense aangezochte gerecht een proces-verbaal moet opmaken waarin de datum en de plaats van het verhoor, de identiteit van de gehoorde persoon, de gegevens betreffende de eedaflegging, de technische voorwaarden van het verhoor enzovoort moeten worden opgenomen.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Het verzoekende gerecht is verantwoordelijk voor het inschakelen van een tolk op grond van artikel 27 van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken. Het Roemeense aangezochte gerecht kan het verzoekende gerecht eventueel helpen bij het vinden van een tolk in Roemenië door een lijst van tolken te verstrekken.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Minimaal 1 maand en maximaal 3 maanden van tevoren.

In dit geval is artikel 23, lid 3, van wet nr. 189/2003 inzake internationale wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken van toepassing. Het Roemeense gerecht informeert de verzoekende justitiële autoriteit op welke datum en plaats de rogatoire commissie zal worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 261, lid 4, van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering gaat het gerecht dat is aangewezen voor de uitvoering van een rogatoire commissie over tot bewijsverkrijging in aanwezigheid van de partijen, of in hun afwezigheid indien zij volgens de wettelijke voorschriften zijn opgeroepen, en heeft het ten aanzien van de te volgen procedure daarbij dezelfde bevoegdheden als het gerecht dat de zaak behandelt.

Aangezien er twee procedures bestaan met betrekking tot buitenlandse instanties (betekeningsprocedure bij bewijsverkrijging) wordt er in de praktijk een termijn van minimaal één en maximaal drie maanden in acht genomen, gelet op de termijnen die al zijn vastgesteld voor:

- de uitvoering van de aanvragen om betekening vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, waarbij minimaal een termijn van één maand moet worden in acht genomen voor de feitelijke uitvoering van de aanvraag om betekening per post (bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging);

- de verplichtingen van het verzoekende gerecht om te voldoen aan de verzoeken van het aangezochte gerecht wat betreft onder meer de verstrekking van aanvullende gegevens of de betaling van een voorschot/deposito, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten inzake bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken.

De reden hiervoor is de tijd die nodig is voor de eventuele vertaling van de correspondentie met het verzoekende gerecht of de getuige, evenals de tijd die nodig is voor het versturen van post naar het buitenland, het grote aantal te verwerken dossiers en met name de planning van videoconferenties.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Er kan geen raming worden gemaakt van de kosten aangezien die afhankelijk zijn van de duur en van het land in kwestie. De betrokken bedragen moeten via een bankoverschrijving worden overgemaakt op de rekening van het gerecht, als secundaire ordonnateur of op de rekening van de rechtbank, als tertiaire ordonnateur. De kosten voor de totstandbrenging van de videoverbinding en voor de terbeschikkingstelling van deze verbinding in de verzoekende lidstaat, de vergoeding van de tolken en de vergoeding van de getuigen en deskundigen, evenals de gemaakte reiskosten in de aangezochte lidstaat worden door het buitenlandse verzoekende gerecht terugbetaald aan het Roemeense aangezochte gerecht.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De te verhoren persoon moet eveneens worden opgeroepen conform de bepalingen van het Roemeense nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Deze persoon moet via de oproeping door het Roemeense aangezochte gerecht ervan in kennis worden gesteld dat het verhoor op vrijwillige basis plaatsvindt. De oproeping wordt uitgevaardigd op basis van het afschrift van de beslissing, of een ander document, waarin het verzoek tot bewijsverkrijging van het verzoekende gerecht wordt aanvaard.

Overeenkomstig artikel 261, lid 4, van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering gaat het gerecht dat is aangewezen voor de uitvoering van een rogatoire commissie over tot bewijsverkrijging in aanwezigheid van de partijen, of in hun afwezigheid indien zij volgens de wettelijke voorschriften zijn opgeroepen, en heeft het ten aanzien van de te volgen procedure daarbij dezelfde bevoegdheden als het gerecht dat de zaak behandelt.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Overeenkomstig artikel 318 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering vraagt de voorzitter, alvorens de verklaring af te nemen, aan de getuige om zijn naam, beroep, woonplaats en leeftijd op te geven; aan te geven of hij bloed- of aanverwant is van een van de partijen en zo ja, in welke graad; en of hij werkt voor een van de partijen. Vervolgens verlangt de voorzitter dat de getuige de eed aflegt en wordt uitgelegd wat deze inhoudt.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Conform de artikelen 319 en 320 van het Roemeense nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering leggen getuigen voorafgaand aan het verhoor de volgende eed af: "Ik zweer de waarheid te vertellen en niets achter te houden van wat ik weet. Zo waarlijk helpe mij God almachtig".

Bij het uitspreken van de eed legt de getuige zijn hand op het kruis of de Bijbel. In de eedtekst wordt de verwijzing naar God vervangen al naar gelang de geloofsovertuiging van de getuige. De bovengenoemde bepalingen gelden dan ook alleen voor getuigen met het christelijke geloof.

De getuige zonder geloofsovertuiging legt de volgende eed af: "Ik zweer naar eer en geweten de waarheid te vertellen en niets achter te houden van wat ik weet".

De getuigen die op grond van gewetensbezwaren of een andere overtuiging de eed niet willen afleggen, spreken de volgende tekst uit ten overstaan van de rechtbank: "Ik verbind mij ertoe de waarheid te vertellen en niets achter te houden van wat ik weet".

Geletterde doven of doofstommen leggen de eed af door de formulering op te schrijven en te ondertekenen; slechthorenden spreken de eed uit en zij die niet kunnen schrijven, leggen de eed af met gebaren en met behulp van een tolk.

Na de eedafneming informeert de voorzitter de getuige dat hij kan worden gestraft voor het afleggen van een valse verklaring indien hij niet de waarheid spreekt.

Dit alles wordt schriftelijk vastgelegd in het proces-verbaal.

Kinderen jonger dan veertien jaar en kinderen die ten tijde van het verhoor niet handelingsbekwaam zijn, zonder dat zij wettelijke onbekwaam zijn verklaard, kunnen worden gehoord zonder aflegging van de eed. De rechtbank wijst hen echter wel op het feit dat zij de waarheid moeten spreken en houdt bij de beoordeling van hun verklaring rekening met hun bijzondere situatie.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

De IT-specialisten van de gerechtshoven, de griffier en de rechter kunnen optreden als contactpersoon. Van de 244 rechtbanken beschikken 144 rechtbanken over videoconferentie-apparatuur. Al deze 144 rechtbanken zijn uitgerust met 2 videoconferentiesystemen.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 01/06/2017