Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Getuigenverhoor per videoconferentie - Zweden

INHOUDSOPGAVE

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Ja, bewijsverkrijging kan via videoconferentie plaatsvinden met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat of rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat.

Op grond van § 5 van de wet (2003:493) betreffende de EG-verordening inzake bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (verordening inzake bewijsverkrijging), moet bewijsverkrijging worden verricht door de rechtbank van eerste aanleg ("tingsrätt"); indien het bewijs niet op de zitting wordt verkregen, zijn de bepalingen van het wetboek van procesrecht ("rättegångsbalken") betreffende bewijsverkrijging van toepassing (hoofdstuk 35, §§ 8-11 van het wetboek van procesrecht), tenzij in de verordening anders is bepaald.

Wanneer de verordening inzake bewijsverkrijging niet van toepassing is, zijn met name de bepalingen betreffende bewijsverkrijging van andere wetten van toepassing, bijvoorbeeld de wet (1946:816) inzake bewijsverkrijging bij een buitenlands gerecht.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Alle partijen in een zaak kunnen per videoconferentie worden gehoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Er zijn geen bijzondere beperkingen vastgesteld.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

De bewijsverkrijging wordt verricht door de rechtbank van eerste aanleg. Verder zijn er geen bijzondere beperkingen van toepassing.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Ja, dat is toegestaan en er zijn voorzieningen beschikbaar.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

a)      Het verhoor moet worden gedaan in het Zweeds, maar het gerecht kan een beroep doen op een tolk.

b)      Dat is afhankelijk van de regelgeving in de verzoekende lidstaat.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Vindt het verhoor in Zweden plaats, dan beslist het Zweedse gerecht over de aanwezigheid van tolken.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Het bevoegde gerecht dient de te verhoren persoon op te roepen. De oproeping vermeldt de plaats en datum van het verhoor. Er is niet vastgesteld welke termijn moet worden aangehouden tussen de oproeping en de datum van het verhoor.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Op verzoek van het Zweedse gerecht moet het bevoegde gerecht de kosten voor deskundigen en tolken, de kosten in verband met de uitvoering van het verzoek volgens een speciale procedure evenals de kosten voor de gebruikte communicatiemiddelen zoals video- en teleconferenties, voor zijn rekening nemen (zie artikel 18, lid 2, en artikel 10, leden 3 en 4, van de verordening inzake bewijsverkrijging).

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Het verzoekende gerecht moet de betrokkene informeren dat het verhoor plaatsvindt op vrijwillige basis overeenkomstig artikel 17 van de verordening inzake bewijsverkrijging.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Er is geen bijzondere procedure vastgesteld voor het controleren van de identiteit.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Over het algemeen zijn op de eedaflegging de nationale regels van toepassing; er bestaan geen bijzondere vereisten en er is niets vastgelegd over specifieke informatie met betrekking tot artikel 17.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Ieder gerecht beschikt over bekwaam personeel dat in staat is de videoconferentie-apparatuur te bedienen.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Over het algemeen is er geen aanvullende informatie vereist.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 06/06/2017