Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Bewijsverkrijging - Hongarije

INHOUDSOPGAVE

1 De bewijslast

De bewijslast rust op de partij die bij onbewezenverklaring in het ongelijk wordt gesteld.

1.1 Wat zijn de rechtsregels betreffende de bewijslast?

Tenzij de wet anders bepaalt, is het aan de partijen de relevante feiten van de zaak aan te voeren en bewijzen aan te dragen voor die feiten. De relevante feiten in een zaak moeten, tenzij de wet anders bepaalt, worden bewezen door de partij die er belang bij heeft dat zij als waar worden aanvaard door de rechter, en als een feit niet of onvoldoende wordt bewezen, zijn de gevolgen daarvan voor die partij. In een arbeidsgeschil moet de werkgever bewijs leveren voor de inhoud van een collectieve overeenkomst, interne voorschriften en aanwijzingen die nodig zijn om over de vordering te beslissen, en een in het kader van de activiteiten van de werkgever tot stand gebracht document dat nodig is om een uitspraak te doen over het juridisch geschil, de juistheid van berekeningen in verband met de gevorderde vergoedingen, indien betwist, en de betaling van een beloning, in het geval van een loongeschil.

In een geschil in verband met een arbeidsbetrekking bij een overheidsdienst moet het overheidsorgaan bewijs leveren voor de inhoud van de algemeen toepasselijke bepalingen en aanwijzingen die nodig zijn om over de vordering te beslissen, en in het kader van de activiteiten van het overheidsorgaan tot stand gebrachte documenten die nodig zijn om een uitspraak te doen over het juridisch geschil, de juistheid van de betwiste berekeningen in verband met de gevorderde vergoedingen, en de betaling van een beloning, in het geval van een loongeschil.

1.2 Bestaan er rechtsregels krachtens welke bepaalde feiten niet hoeven te worden bewezen? In welke gevallen? Kan bij deze vermoedens een tegenbewijs worden geleverd?

Als een partij een feit niet kan bewijzen, kan het toch als waar worden aanvaard, als de rechtbank geen twijfels heeft over het waarheidsgehalte ervan. Een constatering van een feit kan als waar worden aanvaard, als de rechter geen twijfels heeft over het waarheidsgehalte ervan, als de wederpartij het erkent, als het door de partijen op identieke wijze wordt gepresenteerd, als het, in weerwil van de rechters oproep tot betwisting, niet wordt betwist door de wederpartij, of als het krachtens deze wet als onbetwist wordt beschouwd. Feiten die de rechtbank als algemeen bekend beschouwt of waarvan de rechtbank officieel kennis heeft, worden door de rechtbank in aanmerking genomen, ook al doet geen der partijen er een beroep op. De rechter houdt ambtshalve rekening met wettelijke vermoedens, waaronder omstandigheden die, op grond van de wet en tenzij het tegendeel wordt bewezen, als waar moeten worden beschouwd. Zo kent het familierecht een beperkt aantal wettelijk onweerlegbare vermoedens en feiten.

1.3 In welke mate moet de rechtbank overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel erop te mogen baseren?

In het Hongaarse wetboek van burgerlijke rechtsvordering (WvBR) staan geen bepalingen over de mate van zekerheid die een rechter minimaal moet hebben. Tenzij de wet anders bepaalt, is de rechtbank niet gebonden aan specifieke formele bewijsregels, -methoden of -middelen en kan zij de feiten van de zaak vaststellen aan de hand van bewijs dat door de partijen wordt geleverd of enig ander geschikt bewijs. Die vrijheid heeft zij niet wanneer sprake is van wettelijke vermoedens, zoals wettelijke bepalingen op grond waarvan bepaalde feiten als waar moeten worden aangenomen, tenzij bewijs van het tegendeel wordt geleverd. De rechter stelt de relevante feiten van de zaak naar eigen overtuiging vast door de verklaringen en het gedrag van de partijen tijdens de procedure, evenals de tijdens de hoorzitting ontdekte bewijzen en andere gegevens in verband met de zaak, te vergelijken en afzonderlijk en gezamenlijk te beoordelen.

2 Het verkrijgen van bewijs

Doel van de bewijslevering is om de rechter in staat te stellen tot het vaststellen van de feiten die nodig zijn om ten aanzien van een geschil een beslissing te kunnen geven.

2.1 Kan bewijsverkrijging enkel op verzoek van een partij plaatsvinden of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

De relevante feiten in een zaak moeten, tenzij de wet anders bepaalt, worden bewezen door de partij die er belang bij heeft dat zij als waar worden aanvaard door de rechter, en als een feit niet of onvoldoende wordt bewezen, zijn de gevolgen daarvan voor die partij. In burgerlijke zaken kan de rechter ambtshalve opdracht geven tot bewijsverkrijging, als dat bij wet is toegestaan.

In administratieve procedures kan de rechter ambtshalve opdracht geven tot bewijsverkrijging voor feiten of bewijzen ter staving van omstandigheden die door de rechter ambtshalve in acht moeten worden genomen, als er sprake is van een overtreding waardoor een minderjarige of iemand met recht op invaliditeitsuitkeringen in het gedrang komt, of als dat wettelijk zo is bepaald.

2.2 Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Getuigen worden gehoord, adviezen worden verkregen van deskundigen en indien nodig worden deskundigen gehoord en inspecties uitgevoerd en houders van documenten, beeldopnamen, geluidsopnamen, beeld-en-geluidsopnamen of andere materiële bewijzen wordt gelast die te presenteren.

2.3 In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

De rechter is niet gebonden aan een verzoek tot het leveren van door een partij ingediend bewijs of aan een bewijsopdracht. De rechtbank kan een verzoek om bewijslevering afwijzen als dat verzoek niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen van Wet WvBR, tenzij in de wet anders is bepaald, of als de partij die de kosten van bewijsverkrijging vooruit moet betalen, niet aan haar verplichting heeft voldaan, ondanks daartoe te zijn opgeroepen. De rechtbank wijst een verzoek om bewijslevering af of staakt de eerder gelaste bewijsverkrijging als het betrokken bewijs niet nodig is om uitspraak te doen in het juridische geschil.

2.4 Wat zijn de verschillende bewijsmiddelen?

Onder bewijsmiddelen vallen in het bijzonder bewijzen verkregen van getuigen, adviezen van deskundigen, beeldopnamen, geluidsopnamen, beeld- en geluidsopnamen en ander materieel bewijs. Bewijsmiddelen kunnen niet worden toegelaten als zij bij wet zijn uitgesloten of als er voorwaarden aan zijn verbonden waaraan zij niet voldoen. Bewijs kan middels inspectie worden verkregen. Tijdens het geding mogen geen verklaringen onder ede worden afgelegd.

2.5 Wat zijn de methodes om bewijs te verkrijgen van getuigen en zijn deze verschillend van de middelen om bewijs te verkrijgen van deskundigen? Wat zijn de regels betreffende het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten/-adviezen?

Overeenkomstig het onmiddellijkheidsbeginsel worden getuigen en getuigendeskundigen in de regel gehoord. Een partij die haar beweringen met documenten wil onderbouwen, voegt de relevante stukken bij haar verzoekschrift of presenteert de documenten op de hoorzitting. Bij een document in een vreemde taal moet ten minste een gewone Hongaarse vertaling van het document worden gevoegd. Bij twijfel over de vraag of de vertaalde tekst juist en volledig is, moet een beëdigde vertaling worden gepresenteerd, anders wordt het document niet in acht genomen door de rechtbank. Op verzoek van de partij die het bewijs presenteert, kan de rechtbank de wederpartij verplichten tot beschikbaarstelling van een document dat zij in bezit heeft en dat zij krachtens het burgerlijk recht hoe dan ook zou moeten vrijgeven of presenteren. In het bijzonder is de wederpartij daartoe verplicht als het document is afgegeven in het belang van de partij die bewijs presenteert of als het document dient ter bevestiging van een rechtsverhouding met laatstgenoemde partij dan wel verband houdt met een hoorzitting over een dergelijke rechtsverhouding. Als het document in bezit is van iemand die geen deel heeft aan het geding, zorgt de rechtbank voor beschikbaarstelling ervan middels toepassing van de inspectieregels. Als een partij een verzoek indient om bewijs te presenteren, ziet de rechtbank toe op de verkrijging van documenten of gegevens die in bewaring zijn bij een rechtbank, notaris, andere overheidsinstantie, bestuurlijk lichaam of andere organisatie, mits de partij de documenten of gegevens niet zelf opvraagt. Het is niet nodig het originele document te verkrijgen als het niet hoeft te worden ingezien en de partij er tijdens de zitting een gewaarmerkt of gewoon exemplaar van toont. Het verzenden van een document kan alleen worden geweigerd als er gerubriceerde informatie in staat.

2.6 Hebben bepaalde bewijsmiddelen meer bewijskracht dan andere?

In het algemeen niet.

2.7 Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

In het algemeen is het niet zo dat bepaalde bewijsmiddelen verplicht zijn. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld in procedures voor het niet-handelingsbekwaam verklaren van een persoon, is de rechter verplicht tot het benoemen van een medisch/psychiatrisch deskundige voor het beoordelen van de geestesgesteldheid van die persoon.

2.8 Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Ja, maar in bepaalde gevallen kunnen ze weigeren om te getuigen.

2.9 In welke gevallen kan een getuige zich beroepen op het verschoningsrecht?

De volgende personen kunnen weigeren om te getuigen:

  • een familielid van een van de partijen;
  • een persoon die door te getuigen zichzelf of een familielid zou beschuldigen van een strafbaar feit in verband met de desbetreffende zaak;
  • een persoon die gebonden is aan een beroepsgeheim, wanneer zijn/haar getuigenverklaring een schending van dat beroepsgeheim zou betekenen, tenzij de betrokken partij hem/haar van zijn/haar beroepsgeheim ontheft;
  • een aan geheimhouding van bedrijfsgeheimen gebonden persoon met betrekking tot kwesties waarbij het afleggen van getuigenis een schending van de geheimhoudingsplicht zou betekenen, tenzij de in het kader van de getuigenis te verstrekken gegevens geen bedrijfsgeheimen zijn volgens de Wet inzake de toegankelijkheid van gegevens van openbaar belang en om redenen van openbaar belang toegankelijke gegevens, of als het geding als voorwerp heeft te beslissen of de betrokken gegevens van openbaar belang zijn of om redenen van openbaar belang toegankelijk zijn;

de bij het geschil betrokken mediator/deskundige in bemiddeling, aanbieders van media-inhoud en personen die in een dienst- of vergelijkbare betrekking staan tot een dergelijke aanbieder, ten aanzien van kwesties waarbij door het afleggen van getuigenis de identiteit bekend wordt van de persoon die hun in het kader van zijn of haar werkzaamheid als aanbieder van media-inhoud informatie heeft verstrekt.

2.10 Kan een persoon die weigert te getuigen, daartoe worden gedwongen? Kan hij worden gestraft?

Getuigen, door de rechtbank aangewezen deskundigen, eigenaren van een te inspecteren document of voorwerp en andere personen wier deelname aan de bewijsverkrijging noodzakelijk wordt geacht door de rechtbank (hierna gezamenlijk: “bijdragers” genoemd) zijn verplicht bij te dragen aan het bewijs dat wordt verkregen. De rechtbank zal bijdragers verplichten tot vergoeding van de gemaakte kosten als zij hun plicht verzaken zonder vooraf te hebben verzocht zich te laten verontschuldigen om gegronde redenen die zij kunnen onderbouwen, en de rechtbank kan in een dergelijk geval bijdragers een boete opleggen, gelasten te verschijnen, hun beloning verlagen en hun chef, leidinggevende of werkgever informeren over het verzuim. De rechter kan meer dan één van deze dwangmaatregelen tegelijk toepassen.

Dwangmaatregelen kunnen niet worden gebruikt tegen kinderen die jonger zijn dan 14 jaar, maar hun wettelijke vertegenwoordiger kan de verplichting tot betaling van de gemaakte kosten en mogelijk een boete worden opgelegd.

De rechtbank zal de beslissing inzake de dwangmaatregel nietig verklaren als de bijdragers na toepassing van een dwangmaatregel hun plicht alsnog nakomen of verzoeken zich te laten verontschuldigen om gegronde redenen die zij kunnen onderbouwen.

Een getuige kan afzonderlijk beroep instellen tegen een hem of haar opgelegde verplichting een verklaring af te leggen. Als gevolg van het beroep wordt het verhoor van de getuige opgeschort. Als blijkt dat de weigering een verklaring af te leggen duidelijk ongegrond is, kan de rechtbank die het beroep behandelt de getuige een boete opleggen en kan de rechtbank waar het geding aanhangig is, de getuige verwijzen in de gemaakte kosten.

2.11 Zijn er personen van wie geen getuigenis kan worden verkregen?

De wettelijk vertegenwoordiger van een getuige kan alleen als getuige worden gehoord als de door hem of haar vertegenwoordigde natuurlijke persoon bekwaam is om aan de procedure deel te nemen.

Personen kunnen niet als getuige worden gehoord als zij als raadslieden hebben opgetreden in verband met een kwestie waarvan zij kennis hebben gekregen in hun hoedanigheid van raadslieden of als zij niet zijn vrijgesteld van de geheimhoudingsplicht in een kwestie in verband met gerubriceerde informatie.

Kinderen jonger dan 14 jaar kunnen alleen als getuige worden gehoord als het bewijs dat van hun verklaring wordt verwacht, niet op een andere wijze kan worden verkregen.

2.12 Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologieën zoals videoconferencing?

De getuigen verschijnen ter zitting nadat ze daartoe door de rechter zijn opgeroepen en worden in beginsel gehoord door de voorzittende rechter of, in het geval van een alleensprekende rechter, de rechter die de zaak behandelt.

De voorzittende rechter kan de partij die om het getuigenverhoor heeft verzocht, desgevraagd toestaan zich als eerste tot de getuige te richten, alvorens de wederpartij de gelegenheid te bieden vragen te stellen, als de wederpartij daarom heeft verzocht. In zulke gevallen kunnen de voorzittende rechter en de overige leden van het college de getuige horen nadat de partijen hun vragen hebben gesteld.

3 De waardering van het bewijs

De rechter stelt de relevante feiten van de zaak naar eigen overtuiging vast door de verklaringen en het gedrag van de partijen tijdens de procedure, evenals de tijdens de hoorzitting ontdekte bewijzen en andere gegevens in verband met de zaak, te vergelijken en afzonderlijk en gezamenlijk te beoordelen.

3.1 Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

Een bewijsmiddel of een afscheidbaar deel daarvan is onrechtmatig en mag niet worden gebruikt in de procedure als

a) het is verkregen of ingediend door iemands recht op leven en lichamelijke integriteit te schenden of in gevaar te brengen;

b) het is geproduceerd op een andere onrechtmatige wijze;

c) het is verkregen op een onrechtmatige wijze;

d) indiening ervan bij de rechtbank schending van persoonlijkheidsrechten zou inhouden.

Tenzij voor verkrijging of indiening ervan iemands recht op leven en lichamelijke integriteit is geschonden of in gevaar is gebracht, kan de rechtbank een onrechtmatig bewijsmiddel bij wijze van uitzondering in aanmerking nemen, met passende inachtneming van de specifieke omstandigheden en ernst van de schending van de wet, het juridisch belang dat is gemoeid met de schending van de wet, de gevolgen van het onrechtmatige bewijs voor de waarheidsvinding, het gewicht van andere beschikbare bewijzen en alle overige omstandigheden van de zaak.

3.2 Geldt ook de verklaring van een partij als bewijs?

De verklaring van een partij wordt niet als bewijs beschouwd; de rechter beoordeelt echter ook de vorderingen van de partijen bij het vaststellen van de feiten van de zaak, zoals is beschreven onder vraag 3.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Laatste update: 18/11/2020