Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Welk recht is van toepassing? - Roemenië

1 Bronnen van geldend recht

1.1 Regels van nationaal recht

De interne bronnen van het Roemeense internationaal privaatrecht zijn onder meer de Roemeense Grondwet, boek VII van het burgerlijk wetboek, het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en verschillende bijzondere wetten die verband houden met het internationaal privaatrecht inzake vreemdelingen, ondernemingen, het handelsregister en nationaliteit.

1.2 Geldende multilaterale verdragen

De verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht betreffende de burgerlijke rechtsvordering, de afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse documenten, de betekening van stukken, de verkrijging van bewijs, de toegang tot de rechter, de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, de bescherming van kinderen, adoptie, forumkeuze en onderhoudsverplichtingen.

De verdragen van de Raad van Europa betreffende arbitrage in handelszaken, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen, het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht, adoptie, de wettelijke status van buiten het huwelijk geboren kinderen en nationaliteit.

De verdragen van de Verenigde Naties inzake vrouwen- en kinderrechten, de internationale inning van levensonderhoud, arbitrage, immuniteit, vervoer, intellectueel eigendom, aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor milieuschade, bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, verjaring en koopovereenkomsten.

1.3 De belangrijkste bilaterale verdragen

Verdragen betreffende rechtshulp in burgerlijke zaken die Roemenië heeft gesloten met Albanië, Algerije, België, Bulgarije, China, Cuba, Egypte, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Macedonië, Marokko, Moldavië, Mongolië, Oekraïne, Oostenrijk, Polen, Rusland, Servië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Syrië, Tsjechië, Tunesië, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Korea.

2 Toepassing van de conflictregels

De toepassing van vreemd recht op een rechtsverhouding met een internationaal element gebeurt zowel ambtshalve door de rechter als op verzoek van de betrokken partij.

De rechter kan op basis van zijn actieve rol het vreemd recht ambtshalve toepassen of de toepassing ervan ter overweging voorleggen aan partijen indien een Roemeense conflictregel daarnaar verwijst. Elke partij kan bij het gerecht echter een beroep doen op vreemd recht op grond van het beginsel van beschikbaarheid.

2.1 Ambtshalve toepassing van de conflictregelsv

Het vreemd recht omvat tevens de bepalingen van het materiële recht (waaronder de conflictregels), tenzij de partijen het toepasselijke vreemd recht hebben gekozen, alsook de gevallen waarin vreemd recht van toepassing is op de vorm van rechtshandelingen en niet‑contractuele verbintenissen en andere bijzondere gevallen conform het bepaalde in internationale verdragen waarbij Roemenië partij is, in het EU‑recht of in de wetgeving.

Wanneer het vreemd recht naar het Roemeense recht of het recht van een andere staat terugverwijst, is het Roemeense recht van toepassing, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Zie de artikelen 2559 en 2560 van het burgerlijk wetboek.

2.2 Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing)

Het vreemd recht omvat tevens de bepalingen van het materiële recht (waaronder de conflictregels), tenzij de partijen het toepasselijke vreemd recht hebben gekozen, alsook de gevallen waarin vreemd recht van toepassing is op de vorm van rechtshandelingen en niet‑contractuele verbintenissen en andere bijzondere gevallen conform het bepaalde in internationale verdragen waarbij Roemenië partij is, in het EU‑recht of in de wetgeving.

Wanneer het vreemd recht naar het Roemeense recht of het recht van een andere staat terugverwijst, is het Roemeense recht van toepassing, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Zie de artikelen 2559 en 2560 van het burgerlijk wetboek.

2.3 Wijziging aanknopingspunt

De gevallen waarin het oude recht altijd van toepassing blijft ondanks de wijziging van het aanknopingspunt zijn bijvoorbeeld: het recht van de laatste nationaliteit (beslissing tot vaststelling van vermoedelijk overlijden, afwezigheid of vermissing); het recht dat de gevolgen van het huwelijk van de ouders van een kind beheerst (afstamming van een binnen het huwelijk geboren kind) op het ogenblik van de geboorte van het kind; het nationale recht van het kind vanaf zijn geboortedatum (afstamming van een buitenechtelijk kind).

De gevallen waarin het oude recht voorrang heeft op het nieuwe recht ondanks de wijziging van het aanknopingspunt zijn bijvoorbeeld: het recht van de staat van waaruit een goed is verzonden (goed dat wordt vervoerd); het recht van de woonplaats/het hoofdkantoor van de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, op het tijdstip dat de overeenkomst wordt gesloten (vaststellen met welke recht de overeenkomst de nauwste banden heeft).

Gevallen waarin zowel het oude recht als het nieuwe recht kunnen worden toegepast in geval van wijziging van het aanknopingspunt zijn bijvoorbeeld: het recht van de plaats waar de roerende zaak zich bevond op het ogenblik dat het rechtsfeit zich voordeed waardoor het recht ontstond of teniet ging (vestiging, overdracht of tenietgaan van zakelijke rechten); het toepasselijke recht op het tijdstip en in het land waar de publiciteit is uitgevoerd (roerende zaken die eerder zijn verplaatst of die later naar een ander land worden gebracht); het recht van de staat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt bij aanvang van de termijn van bezit of waar vandaan de zaak is verplaatst (verkrijgende verjaring).

De gevallen waarin het meeste gunstige recht wordt toegepast in geval van wijziging van het aanknopingspunt zijn bijvoorbeeld: de wijziging van de nationaliteit bij het bereiken van de leeftijd van meerderjarigheid; de afstamming van het buitenechtelijke kind (dat bij de geboorte een dubbele nationaliteit heeft).

2.4 Niet-toepassing van conflictregels in uitzonderingsgevallen

Vreemd recht wordt niet toegepast wanneer dit in strijd is met de openbare orde van het Roemeense internationaal privaatrecht (bijvoorbeeld, indien de toepassing leidt tot een resultaat dat onverenigbaar is met de fundamentele beginselen van het Roemeense recht of het recht van de Europese Unie en met de fundamentele mensenrechten) of wanneer het betreffende vreemd recht van toepassing is geworden als gevolg van een schending van het Roemeense recht. Indien het vreemd recht niet wordt toegepast, is het Roemeense recht van toepassing.

Het recht dat volgens de interne regels van het internationaal privaatrecht is aangewezen, blijft bij uitzondering buiten toepassing, indien de rechtsverhouding geen nauwe band heeft met dat recht. In dat geval wordt het recht toegepast waarmee de zaak het nauwst verbonden is.

De dwingende bepalingen van het Roemeense recht waarin regels zijn vastgesteld voor rechtsverhoudingen met een internationaal element hebben voorrang. Dwingende bepalingen van het recht van een andere staat waarin regels zijn vastgesteld voor rechtsverhoudingen met een internationaal element kunnen ook rechtstreeks worden toegepast, indien de rechtsverhouding nauw verbonden is met het recht van die staat en de rechtmatige belangen van de partijen dat vereisen.

Zie de artikelen 2564 tot 2566 van het burgerlijk wetboek.

2.5 Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht

De rechter stelt de inhoud van het vreemd recht vast aan de hand van verklaringen die worden verstrekt door de staat die de rechtsregels heeft uitgevaardigd, door middel van een deskundigenrapport of een ander geschikt middel. De partij die het vreemd recht inroept, is gehouden de inhoud ervan aan te tonen.

Zie artikel 2562 van het burgerlijk wetboek; artikel 30 van wet nr. 189/2003 houdende internationale rechtshulp in burgerlijke zaken; de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht (Londen, 1968); de bilaterale verdragen die zijn gesloten met de onder punt 1.3 genoemde landen.

3 De conflictregels

3.1 Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen

De materiële voorwaarden van een rechtshandeling worden beheerst door het recht dat door de partijen of de auteur is gekozen. De partijen mogen het recht kiezen dat van toepassing is op (een deel van) de rechtshandeling.

Bij gebreke van een keuze wordt het recht van de staat toegepast waarmee de rechtshandeling het nauwst verbonden is (de staat waar de persoon die de kenmerkende prestatie moet verrichten of de persoon die de rechtshandeling verricht zijn gewone verblijfplaats of hoofdkantoor heeft); wanneer dit recht niet kan worden vastgesteld, wordt het recht van de staat waar de rechtshandeling is gesloten, toegepast.

De formele voorwaarden van een rechtshandeling worden beheerst door het recht dat de inhoud van de rechtshandeling beheerst. De rechtshandeling is geldig wanneer zij voldoet aan voorwaarden die zijn vastgesteld in een van de volgende rechtstelsels: het recht van de plaats waar de handeling tot stand is gekomen; het recht van de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van de persoon die ermee heeft ingestemd; het toepasselijke recht overeenkomstig het internationaal privaatrecht van de autoriteit die de geldigheid van de rechtshandeling onderzoekt.

Het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst wordt vastgesteld volgens de bepalingen van het Unierecht en voor zaken die niet onder deze bepalingen vallen, worden de bepalingen van het interne recht betreffende het recht dat van toepassing is op de rechtshandelingen toegepast, tenzij in internationale verdragen of bijzondere voorschriften anders is bepaald.

Zie de artikelen 2640 tot 2646 van het burgerlijk wetboek.

3.2 Niet-contractuele verbintenissen

Het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen wordt vastgesteld volgens de bepalingen van het Unierecht en, voor zaken die daar niet onder vallen, wordt het recht toegepast dat de reeds eerder bestaande rechtsbetrekking tussen partijen beheerst, tenzij in internationale verdragen of bijzondere voorschriften anders is bepaald.

Vorderingen tot schadevergoeding wegens schending van de privacy en rechten betreffende de persoonlijkheid worden, naar keuze van de benadeelde, beheerst door de rechtsstelsels van: de staat waar de benadeelde zijn gewone verblijfplaats heeft; de staat waar de schade is veroorzaakt; de staat waar de veroorzaker van de schade zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdkantoor heeft.

Het recht van antwoord bij schade als gevolg van inbreuken op de persoonlijkheid wordt beheerst door het recht van de staat waar de publicatie is verschenen of het programma is uitgezonden.

Zie de artikelen 2641 en 2642 van het burgerlijk wetboek.

3.3 De burgerlijke staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid)

De naam van een persoon wordt beheerst door het nationale recht van die persoon. De vaststelling van de naam van het kind bij de geboorte wordt beheerst, naar keuze, hetzij door het recht van de staat waarvan de ouders en het kind de gemeenschappelijke nationaliteit hebben, hetzij door het recht van de staat waar het kind is geboren en waar het sinds zijn geboorte verblijft.

De woonplaats van een persoon wordt beheerst door het nationale recht.

De burgerlijke staat en de handelingsbekwaamheid van een natuurlijke persoon worden beheerst door het nationale recht van die persoon. Bijzondere vormen van onbekwaamheid met betrekking tot een bepaalde rechtsverhouding zijn onderworpen aan het recht dat van toepassing is op die rechtsverhouding. De aanvang en de beëindiging van de persoonlijkheid wordt bepaald door het nationale recht van iedere betrokken persoon.

Maatregelen tot bescherming van een persoon die volledig handelingsbekwaam is, worden beheerst door het recht van de staat waar deze persoon zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat hij onder curatele wordt gesteld of de dag waarop een andere beschermingsmaatregel wordt genomen.

Zie de artikelen 2570, 2572 tot 2576 en 2578 tot 2579 van het burgerlijk wetboek.

3.4 Afstamming en adoptie

3.4.1 Afstamming

De afstamming van een binnen het huwelijk geboren kind wordt vastgesteld conform het recht dat, op het tijdstip van de geboorte, de algemene gevolgen van het huwelijk van de ouders beheerst. Indien het huwelijk van de ouders vóór de geboorte van het kind is beëindigd of ontbonden, is het recht dat de gevolgen van de beëindiging of de ontbinding beheerst van toepassing. Ditzelfde recht is eveneens van toepassing op de ontkenning van het vaderschap van een binnen het huwelijk geboren kind, alsook op de verkrijging van de naam door het kind.

De afstamming van het buitenechtelijke kind wordt vastgesteld conform het nationale recht van het kind op het tijdstip van de geboorte, dat van toepassing is op zowel de erkenning als de ontkenning van het ouderschap en de gevolgen daarvan. Indien het kind meerdere nationaliteiten bezit, anders dan de Roemeense nationaliteit, wordt het meest gunstige nationale recht toegepast.

Zie de artikelen 2603 tot 2606 van het burgerlijk wetboek.

3.4.2 Adoptie

De vereiste materiële voorwaarden voor een adoptie worden beheerst door het nationale recht van de adoptant en de geadopteerde. Er moet tevens worden voldaan aan de voorwaarden die aan hen worden gesteld in elk van de betrokken nationale rechtsstelsels. De materiële voorwaarden die worden gesteld aan echtgenoten die gezamenlijk een kind adopteren of aan een van de echtgenoten die het kind van de andere echtgenoot adopteert, vallen onder het recht dat de algemene gevolgen van het huwelijk beheerst.

De gevolgen van de adoptie, de betrekkingen tussen de adoptant en de geadopteerde en de herroeping van de adoptie worden beheerst door het nationale recht van de adoptant. Wanneer beide echtgenoten adoptant zijn, is het recht dat de algemene gevolgen van het huwelijk beheerst van toepassing.

De adoptie wordt wat de vorm betreft beheerst door het recht van de staat op het grondgebied waarvan de adoptie tot stand komt.

Zie de artikelen 2607 tot 2610 van het burgerlijk wetboek.

3.5 Huwelijk, ongehuwd samenwonen en geregistreerd partnerschap, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen

3.5.1 Huwelijk

De vereiste materiële voorwaarden voor het sluiten van een huwelijk worden beheerst door het nationale recht van elk van de toekomstige echtgenoten op het ogenblik van de huwelijksvoltrekking.

Het huwelijk wordt wat de vorm betreft beheerst door het recht van de staat op het grondgebied waarvan het huwelijk wordt gesloten.

De wet die de wettelijke vereisten voor het sluiten van een huwelijk regelt, is tevens van toepassing op de nietigheid van het huwelijk en de gevolgen van die nietigheid.

De algemene gevolgen van het huwelijk worden beheerst door het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de echtgenoten, en bij gebreke daarvan, door het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten. Bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit is het recht van de staat waar het huwelijk is voltrokken van toepassing.

Zie de artikelen 2585 tot 2589 van het burgerlijk wetboek.

3.5.2 Ongehuwd samenwonen en geregistreerd partnerschap

3.5.3 Echtscheiding en scheiding van tafel en bed

Roemenië past de Rome III-verordening toe.

Volgens het interne recht kunnen de echtgenoten in onderlinge overeenstemming een van de volgende rechtstelsels kiezen voor hun echtscheiding: het recht van de staat op het grondgebied waarvan de echtgenoten hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben op het tijdstip dat de overeenkomst over de keuze van toepasselijk recht wordt gesloten; het recht van de staat op het grondgebied waarvan de echtgenoten hun laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hadden, wanneer ten minste een van hen daar woont op de datum waarop de overeenkomst over het gekozen toepasselijke recht wordt gesloten; het recht van de staat waarvan een van de echtgenoten onderdaan is; het recht van de staat op het grondgebied waarvan de echtgenoten minstens drie jaar hebben gewoond; het Roemeense recht.

De overeenkomst over de keuze van het recht dat van toepassing is op de echtscheiding kan worden gesloten of gewijzigd uiterlijk tot het moment waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de autoriteit die bevoegd is de echtscheiding uit te spreken. De rechter kan kennisnemen van de tussen de echtgenoten gesloten overeenkomst uiterlijk tot de datum van de eerste zitting waarvoor de partijen rechtmatig zijn gedagvaard.

Wanneer de echtgenoten geen rechtskeuze hebben gemaakt, is het volgende recht van toepassing op de echtscheiding: het recht van de staat op het grondgebied waarvan de echtgenoten hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben op het ogenblik van indiening van het echtscheidingsverzoek; bij gebreke van een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats, het recht van de staat op het grondgebied waarvan de echtgenoten hun laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hadden, indien ten minste een van hen daar zijn gewone verblijfplaats had op het moment dat het echtscheidingsverzoek werd ingediend; bij gebreke daarvan, het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten op het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek; bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit, het recht van de laatste gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten op het moment van indiening van het verzoek, indien ten minste een van hen deze nationaliteit nog had op het moment van indiening van het verzoek; in alle overige gevallen, het Roemeense recht.

Het recht dat de echtscheiding beheerst, is ook van toepassing op de scheiding van tafel en bed.

Zie de artikelen 2597 tot 2602 van het burgerlijk wetboek.

3.5.4 Onderhoudsverplichtingen

Het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen wordt bepaald conform het recht van de Europese Unie (artikel 2612 van het burgerlijk wetboek).

3.6 Huwelijksvermogensrecht

Het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime is het recht dat de echtgenoten hebben gekozen (de gewone verblijfplaats van een van de echtgenoten op het tijdstip van de keuze; het recht van de nationaliteit van een van de echtgenoten op het tijdstip van de keuze; dat van de eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats onmiddellijk na de voltrekking van het huwelijk). Dit recht beheerst de maatregelen betreffende publicatie en de werking jegens derden en, als alternatief voor het recht van de staat van de huwelijksvoltrekking, de vereiste vormvoorschriften voor het sluiten van huwelijkse voorwaarden.

De overeenkomst over de keuze van het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime kan voorafgaand aan het huwelijk, op het ogenblik van de sluiting of tijdens het huwelijk, worden gesloten.

De vormvoorschriften zijn de voorschriften zoals vastgesteld in het gekozen recht dat het huwelijksvermogensregime beheerst, of het recht van de staat waar de overeenkomst over de rechtskeuze is gesloten. Wanneer de echtgenoten het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht niet hebben gekozen, wordt dit regime beheerst door het recht dat van toepassing is op de algemene gevolgen van het huwelijk.

Zie de artikelen 2590 tot 2596 van het burgerlijk wetboek.

3.7 Erfrecht

Roemenië past de Verordening (EG) nr. 650/2012 toe.

Volgens het interne recht wordt de nalatenschap beheerst door het recht van de staat waar de erflater, op het tijdstip van het overlijden, zijn gewone verblijfplaats had.

Een persoon kan kiezen dat het recht van de staat waarvan hij onderdaan is, van toepassing is op de nalatenschap. Wanneer het toepasselijke recht is gekozen, beheerst dit recht tevens het bestaan en de geldigheid van de instemming die is vastgelegd in de verklaring betreffende de keuze van het toepasselijke recht.

De opstelling, wijziging of herroeping van een testament wordt geacht geldig te zijn wanneer de handeling voldoet aan de toepasselijke vormvoorschriften, hetzij op het tijdstip waarop het testament wordt opgesteld, gewijzigd of herroepen, hetzij op het tijdstip van overlijden van de testateur, overeenkomstig: het nationale recht van de testateur; het recht van de gewone verblijfplaats; het recht van dat staat waar de akte is opgesteld, gewijzigd of herroepen; het recht van de staat waar de onroerende zaak is gelegen, of het recht van het gerecht of het orgaan dat de procedure voor de overdracht van de geërfde zaken uitvoert.

Indien de nalatenschap overeenkomstig het toepasselijke recht onbeheerd is, worden de zaken die zijn gelegen/zich bevinden op Roemeens grondgebied, overgenomen door de Roemeense staat op grond van het Roemeense recht betreffende de toewijzing van goederen van een onbeheerde nalatenschap.

Zie de artikelen 2633 tot 2636 van het burgerlijk wetboek.

3.8 Goederenrecht

Het recht van de staat waar de zaak is gelegen/zich bevindt (lex rei sitae) beheerst bijvoorbeeld het bezit, het eigendomsrecht en andere zakelijke rechten op zaken, waaronder zakelijke zekerheden; (bij aanvang van de termijn van bezit) verkrijgende verjaring; (op het tijdstip dat het juridische feit plaatsvond dat het betreffende recht heeft doen ontstaan, gewijzigd of beëindigd) de vestiging, overdracht en het tenietgaan van zakelijke rechten op zaken die zijn verplaatst; (op het tijdstip dat de eigendomsoverdracht tot zekerheid wordt overeengekomen) de voorwaarden betreffende de geldigheid, de publiciteit en de gevolgen van de eigendomsoverdracht tot zekerheid; de vormen van publiciteit en de vormen van publiciteit die rechten doen ontstaan met betrekking tot een bepaalde onroerende zaak; (op het tijdstip van de diefstal/export of op het tijdstip van de revindicatie) de revindicatie van een gestolen of illegaal geëxporteerde zaak.

Goederen die worden vervoerd zijn onderworpen aan het recht van de staat van waaruit ze zijn verzonden.

De vestiging, overdracht en het tenietgaan van zakelijke rechten op een vervoersmiddel zijn onderworpen aan: het recht van de vlaggenstaat van het schip of het recht van de staat van inschrijving van het vliegtuig; het recht dat van toepassing is op het organieke statuut van het vervoersbedrijf met betrekking tot spoor- en motorvoertuigen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen.

De uitgifte van aandelen of obligaties, op naam of aan toonder, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op het organieke statuut van de uitgevende rechtspersoon.

Het ontstaan, de inhoud en het tenietgaan van auteursrechten op een eigen intellectuele schepping van de maker worden beheerst door het recht van de staat waar het werk voor het eerst aan het publiek is medegedeeld.

Het ontstaan, de inhoud en het tenietgaan van industriële-eigendomsrechten worden beheerst door het recht van de staat waar de rechten zijn gedeponeerd of geregistreerd, of waar de depot- of registratie-aanvraag is ingediend.

Zie de artikelen 2613 tot 2632 van het burgerlijk wetboek.

3.9 Insolventie

Bepalingen betreffende het toepasselijke recht zijn te vinden in wet nr. 85/2014 inzake insolventie en procedures ter voorkoming van insolventie, die de toepassing van Verordening (EG) nr. 1346/2000 faciliteert.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 13/04/2018