EU-beleid justitiële opleiding

De opleiding van rechtsbeoefenaars in het EU-recht is een essentieel instrument om de juiste en doeltreffende toepassing van dat recht te waarborgen, het wederzijds vertrouwen tussen rechtsbeoefenaars in grensoverschrijdende procedures te bevorderen en de toepassing van de waarden en beginselen van de Unie, zoals de rechtsstaat, te ondersteunen. Doel van de opleiding is alle rechtsbeoefenaars (rechters, openbare aanklagers, personeel van de gerechtelijke diensten, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, reclasseringsambtenaren, gevangenispersoneel enz.) in staat te stellen de rol van het EU-recht in hun dagelijkse praktijk in aanmerking te nemen, dit recht onverkort toe te passen en de naleving van de uit het EU-recht voortvloeiende rechten en plichten te waarborgen in nationale en grensoverschrijdende gerechtelijke procedures.

MeerMinder

De Europese justitiële opleiding is van cruciaal belang voor alle beoefenaars van juridische beroepen, zoals gerechtelijk personeel, advocaten, deurwaarders, notarissen, bemiddelaars/mediators en, in het bijzonder, rechters en openbaar aanklagers.

Op grond van het Verdrag van Lissabon zijn aan de Europese Unie (EU) bevoegdheden toegekend om de justitiële samenwerking op civiel en strafrechtelijk gebied door de “opleiding van magistraten en justitieel personeel” te ondersteunen. Dankzij de justitiële opleiding in het EU-recht is er sindsdien verbetering opgetreden waar het gaat om de juiste en eenvormige toepassing van het EU-recht en is er wederzijds vertrouwen ontstaan in grensoverschrijdende gerechtelijke procedures, wat heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de Europese rechtsruimte.

In 2011 publiceerde de Europese Commissie de mededeling “Opbouwen van vertrouwen in justitie in de hele EU, een nieuwe dimensie in de Europese justitiële opleiding”, die betrekking had op de periode tot 2020. Deze mededeling had als doel een nieuwe dimensie te geven aan de Europese justitiële opleiding en tegen 2020 de helft van alle rechtsbeoefenaars in de Unie (800 000 personen) een opleiding te geven. Dankzij de krachtige gezamenlijke inspanning van de Commissie, de lidstaten, de nationale aanbieders van opleidingen, de Unie én alle rechtsbeoefenaars zelf werd dit doel al in 2017 bereikt, twee jaar eerder dan gepland.

In 2019 heeft de Commissie de evaluatie van de strategie voor de Europese justitiële opleiding 2011-2020 goedgekeurd. Uit die evaluatie kwam naar voren dat de strategie niet alleen heeft bijgedragen tot de toename van het aantal opleidingsactiviteiten, maar ook bevorderlijk is geweest voor nieuwe soorten activiteiten, zoals uitwisselingsprogramma’s. Zij heeft bijgedragen tot de verbetering van de opleiding in het EU-recht voor meerdere categorieën rechtsbeoefenaars, met name rechters en openbare aanklagers. Ook konden door de strategie de capaciteiten van netwerken zoals het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO) worden versterkt, en konden de opleidingsnetwerken en -aanbieders op EU-niveau worden geconsolideerd.

Uit het statistische jaarverslag over 2020 betreffende de Europese justitiële opleiding blijkt dat het aantal opgeleide rechtsbeoefenaars in 2019 uitzonderlijk hoog bleef, met ruim 182 000 personen die een opleiding in het EU-recht hebben gevolgd. Qua deelname aan deze opleiding blijven er echter wel verschillen bestaan tussen de lidstaten en de diverse juridische beroepen.

Uitgaande van de geleerde lessen en de nieuwe ontwikkelingen sinds de vaststelling van de strategie voor de Europese justitiële opleiding 2011-2020 heeft de Europese Commissie een volledige justitiële-opleidingsmodule opgezet ter verdere ondersteuning van de rechtssystemen en rechtsbeoefenaars om deze in staat te stellen de uitdagingen van de 21e eeuw aan te gaan en gelijke tred te houden met de voortdurende ontwikkelingen in het EU-recht:

De nieuwe strategie, die centraal staat binnen de opleidingsmodule, stelt nieuwe, ambitieuze opleidingsdoelen en nieuwe prioriteiten:

  • zij stelt nieuwe operationele doelen die aansluiten bij de behoeften van de verschillende juridische beroepen;
  • zij richt zich op een bredere doelgroep en een nieuw geografisch toepassingsgebied om naargelang van de behoeften van de rechtsbeoefenaars de nieuwe uitdagingen aan te gaan;
  • de justitiële opleiding moet de gemeenschappelijke rechtsstatelijke cultuur nog meer bevorderen, de grondrechten nog beter beschermen, de digitalisering van justitie verder ontwikkelen, verder gaan dan juridisch onderwijs en de versterking van beroepsvaardigheden ondersteunen, waarbij ervoor gezorgd moet worden dat er op korte termijn een nieuw opleidingsaanbod beschikbaar wordt gesteld dat inspeelt op de nieuwe opleidingsbehoeften;
  • hoewel de prioriteit bij de opleiding van rechters en openbare aanklagers ligt, gaat het om alle rechtsbeoefenaars: personeel van de gerechtelijke diensten, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, bemiddelaars, gerechtstolken/-vertalers, gerechtsdeskundigen en in bepaalde gevallen gevangenispersoneel en reclasseringsambtenaren. Met name de opleiding van het personeel van de gerechtelijke diensten en advocaten hinkt achterop en dat probleem moet worden aangepakt. Gevangenispersoneel en reclasseringsambtenaren vormen een nieuwe doelgroep in de strategie 2021-2024;
  • hoewel de strategie zich richt op de rechtsbeoefenaars in de EU, ondersteunt zij de vooruitzichten van de Westelijke Balkan op het EU-lidmaatschap en daarnaast andere niet-EU-landen, met name in Afrika en Latijns-Amerika, bij de versterking van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat;
  • de Europese Commissie zal steun verlenen voor hoogwaardige grensoverschrijdende opleidingsprojecten op het gebied van het EU-recht door gebruik te maken van de verschillende beschikbare EU-fondsen en -middelen, zoals de toekomstige programma’s “Justitie” en “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden”.

De verwezenlijking van deze nieuwe doelen valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle belanghebbenden. Lidstaten, Raden voor de rechtspraak, nationale en Europese justitiële-opleidingsinstanties en rechtsbeoefenaars op nationaal en Europees niveau moeten zich inzetten om het EU-recht en de tenuitvoerlegging daarvan op te nemen in nationale en lokale opleidingen en het aantal opleidingsactiviteiten in EU-recht en het aantal deelnemers aan deze activiteiten uit te breiden.

Maatregelen treffen

De Commissie blijft zich onverminderd inzetten voor de justitiële opleiding om te waarborgen dat de geboekte resultaten een vervolg krijgen en om naargelang van de behoeften van de rechtsbeoefenaars de nieuwe uitdagingen aan te gaan. De Europese justitiële opleiding vormt een essentieel thema en instrument om de goede tenuitvoerlegging van de instrumenten van het beleid op het gebied van justitie in de EU te waarborgen. Zij zou moeten worden meegenomen in het merendeel van de initiatieven op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking van de EU, alsook in het kader van de initiatieven op het gebied van de rechtsstaat.

Informatie over financiële steun van de EU voor Europese justitiële-opleidingsprojecten is te vinden op de websites van het directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, het directoraat-generaal Concurrentie, het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Als aanvulling op de nieuwe strategie heeft de Commissie het Europees opleidingsplatform (PEF) gelanceerd. Het PEF is een zoekinstrument waarmee rechtsbeoefenaars opleidingen in het EU-recht die binnen de EU worden georganiseerd, en zelfstudiemateriaal kunnen vinden. Rechtsbeoefenaars kunnen via dit platform opleidingen in het EU-recht zoeken en op de hoogte blijven van de in verschillende talen georganiseerde opleidingsactiviteiten. Het PEF is voor de eerste testfase in 2021 gelanceerd met deelname van de vier aanbieders van justitiële opleidingen die door de EU zijn erkend: het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO), de Academie voor Europees Recht (ERA), het Europees Instituut voor bestuurskunde (EIB) en het Europees Universitair Instituut (EUI). De Commissie draagt bij aan het platform met bijgewerkt(e) en gebruikskla(a)r(e) opleidingsmateriaal en handboeken die met name met de financiële steun van de EU zijn opgesteld.

Evaluatie van de huidige situatie

De Commissie publiceert een jaarverslag in het Engels over de deelname van rechtsbeoefenaars aan de opleiding in het EU-recht in de Europese Unie:

Sinds 2013 biedt de Commissie steun aan AIAKOS, een uitwisselingsprogramma van twee weken voor nieuwe rechters en openbare aanklagers, dat wordt beheerd door het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO). Daarnaast heeft zij aanvullende maatregelen ontwikkeld door de ondersteunende rol van het Europees e-justitieportaal te versterken en praktische richtsnoeren op te stellen, bijvoorbeeld over opleidingsmethoden en evaluatieprocedures.

In 2013-2014 heeft de Commissie het proefproject over de Europese justitiële opleiding uitgevoerd dat was voorgesteld door het Europees Parlement om beste praktijken in de opleiding van rechtsbeoefenaars in het EU-recht vast te stellen. De resultaten zijn gepubliceerd in:

  • Study on best practices in training of judges and prosecutors (studie over beste praktijken in de opleiding van rechters en openbare aanklagers), toegekend aan het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO):
    Het verslag is beschikbaar in het Engels  PDF (1619 Kb) en. De samenvatting is beschikbaar in het Engels  PDF (593 Kb) en en het Frans  PDF (589 Kb) fr.
    De informatiebladen over goede opleidingspraktijken zijn beschikbaar in het onderdeel “goede praktijken” van het portaal. Aan de hand van deze informatiebladen kunnen opleiders en aanbieders van opleidingen in alle juridische beroepen hun praktijken op het gebied van opleidingsbehoefteanalyse, opleidingsmethoden of evaluatie verbeteren.
  • Study on the state of play of court staff training in EU law and promotion of cooperation between court staff training providers at EU level (studie naar de stand van zaken van de opleiding van gerechtelijk personeel in het EU-recht en bevordering van samenwerking tussen aanbieders van opleidingen voor gerechtelijk personeel op EU-niveau), toegekend aan een consortium bestaande uit het Europees Centrum voor rechters en advocaten, Justice Coopération Internationale (JCI, Frankrijk), het Centro de Estudios Juridicos (Spanje), de Krajowa Szkoła Sądownictwa i Prokuratury (Polen) en het Staatsministerium der Justiz und für Europa van Saksen (Duitsland).
    De studie is beschikbaar in het Engels  PDF (1379 Kb) en. De samenvatting is beschikbaar in het Engels  PDF (909 Kb) en en het Frans  PDF (893 Kb) fr. De aanbevelingen van de studie ter verbetering van de opleiding van gerechtelijk personeel zijn eveneens beschikbaar in het Engels  PDF (938 Kb) en en het Frans  PDF (950 Kb) fr.
    Een overzicht van de voornaamste taken en rollen van het gerechtelijk personeel in de EU is te vinden in deze tabel  PDF (383 Kb) en. De gedetailleerde beschrijving van de taken van het gerechtelijk personeel in de verschillende lidstaten wordt binnenkort gepubliceerd op de pagina’s betreffende de lidstaten van het portaal.
    De beschrijving van de opleidingsstelsels voor het gerechtelijk personeel in de lidstaten wordt gepubliceerd in het onderdeel “Nationale opleidingsstelsels” van het portaal.
  • Project to promote the cooperation between judicial stakeholders concerned by European judicial training (project ter bevordering van de samenwerking tussen juridische betrokkenen bij de Europese justitiële opleiding), toegekend aan het ENJO:
    Het verslag is beschikbaar in het Engels  PDF (1499 Kb) en. De samenvatting is beschikbaar in het Engels  PDF (631 Kb) en en het Frans  PDF (630 Kb) fr.
    Het informatieblad over de rol van de gerechtelijke netwerken op EU-niveau op het gebied van opleiding is beschikbaar in het onderdeel “EU-opleidingsnetwerken en -structuren” van het portaal.

Context

In 2006 heeft de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een mededeling over de justitiële opleiding in de Europese Unie gepresenteerd.

In 2008 is er een resolutie aangenomen van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de opleiding van rechters, openbare aanklagers en justitieel personeel in de Europese Unie.

In 2009 publiceerde het Europees Parlement een studie over het versterken van de justitiële opleiding in de Europese Unie  PDF (553 Kb) fr, in het Frans.

De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in december 2009 verschafte een juridische basis voor activiteiten met betrekking tot de Europese justitiële opleiding. De artikelen 81 en 82 noemen onder meer “de ondersteuning van de opleiding van magistraten en justitieel personeel” als maatregel die nodig is om de justitiële samenwerking op civiel, handelsrechtelijk en strafrechtelijk gebied te versterken.

In december 2009 heeft de Raad het programma van Stockholm aangenomen, gericht op de Europese justitiële opleiding voor alle rechtsbeoefenaars.

In het actieplan van het programma van Stockholm en het verslag over het EU-burgerschap van 2010 verklaarde de Commissie dat de Europese justitiële opleiding prioriteit krijgt. Het Europees Parlement heeft ook steeds benadrukt dat een behoorlijke justitiële opleiding een aanzienlijke bijdrage levert aan de verbetering van de werking van de interne markt en de burgers steunt bij de uitoefening van hun rechten.

Eind 2010 heeft de Commissie een raadpleging georganiseerd onder de belanghebbenden, met inbegrip van de lidstaten, leden van het Justice Forum en EU-opleidingsnetwerken en -structuren/a> en hun leden. Een samenvatting van de resultaten van de raadpleging is hier  PDF (192 Kb) en te vinden.

Op 13 september 2011 gaf de Europese Commissie haar goedkeuring aan de mededeling “Opbouwen van vertrouwen in justitie in de hele EU, een nieuwe dimensie in de Europese justitiële opleiding”.

In zijn conclusies van 27 en 28 oktober 2011 met betrekking tot de Europese justitiële opleiding (beschikbaar in het Engels) pleitte de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken voor de jaarlijkse uitwisseling van informatie met de Commissie over beschikbare opleidingen in EU-recht en het aantal opgeleide rechtsbeoefenaars, en verzocht de Raad de Commissie te overwegen jaarlijks verslag uit te brengen over de Europese justitiële opleiding.

In 2012 diende het Europees Parlement een voorstel in voor een proefproject over de Europese justitiële opleiding, om bij te dragen aan:

  • de vaststelling van beste praktijken in de opleiding van rechters, openbare aanklagers en rechtsbeoefenaars op het gebied van nationale rechtsstelsels, tradities en het EU-recht,
  • de vaststelling van de effectiefste methoden voor de opleiding in het EU-recht en nationale rechtsstelsels voor rechters, openbare aanklagers en rechtsbeoefenaars op lokaal niveau en voor bevordering van de dialoog en coördinatie tussen rechters en openbare aanklagers van de EU,
  • aanmoediging van aanbieders van justitiële opleidingen in de EU om ideeën over beste praktijken uit te wisselen en ze in de EU te verspreiden, en
  • verbetering van de samenwerking tussen het ENJO en nationale instellingen voor justitiële opleiding. Hierbij zijn aanbieders van opleidingen betrokken zoals de Academie voor Europees Recht, en Europese beroepsorganisaties als het Europees netwerk van Raden voor de rechtspraak, het netwerk van voorzitters van de Hoge Rechtscolleges, de Vereniging van Raden van State en Hoogste Administratieve Rechtscolleges en het netwerk van de procureurs-generaal van de Hoge Rechtscolleges van de EU.

In november 2013 heeft vicevoorzitter Reding van de Commissie in het Engels een toespraak gehouden in de workshop van het Europees Parlement getiteld “Juridische opleiding: een essentieel instrument voor Europese justitiële excellentie”.

In juni 2016 heeft het Europees netwerk voor justitiële opleiding negen beginselen voor de justitiële opleiding goedgekeurd, die door de rechterlijke macht gebruikt kunnen worden als uitgangspunt voor het beheer van haar opleidingsbehoeften, maar ook als kader aan de hand waarvan aanbieders van opleidingen opleidingsactiviteiten voor rechters en openbare aanklagers kunnen plannen en uitvoeren. Deze beginselen hebben betrekking op kwesties als het recht op justitiële opleiding binnen werktijd, de verantwoordelijkheid voor het verschaffen van de benodigde middelen, de verplichte basisopleiding aan het begin van de carrière, de toepassing van moderne opleidingsmethoden en het in de opleiding opnemen van niet-juridische technieken en vraagstukken. De tekst van de beginselen en informatie over de context is hier beschikbaar in het Engels en het Frans.

In 2019 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan het werkdocument van haar diensten betreffende de evaluatie van de strategie voor de Europese justitiële opleiding 2011-2020. Uit de evaluatie en de versie voor 2019 van de jaarverslagen van DG JUST, met statistieken en cijfers over de deelname van rechtsbeoefenaars aan de opleiding in het EU-recht, blijkt dat de doelstellingen globaal gezien zijn bereikt. Uit deze evaluatie komt naar voren dat:

  • de hoofddoelstelling van de mededeling uit 2011, namelijk dat de helft van de rechtsbeoefenaars in de Unie (800 000 personen) tussen 2011 en 2020 een opleiding in het EU-recht volgt, al in 2017 werd bereikt, twee jaar eerder dan gepland;
  • in de loop der jaren het jaarlijkse streefcijfer van 5 % opgeleide beroepsbeoefenaars per beroep is gehaald voor bijna alle categorieën rechtsbeoefenaars die tot de doelgroep behoren;
  • deze strategie niet alleen heeft bijgedragen tot de toename van het aantal opleidingsactiviteiten, maar ook bevorderlijk is geweest voor nieuwe soorten activiteiten, zoals uitwisselingsprogramma’s;
  • de doelstelling van 1 200 justitiële uitwisselingen per jaar ruimschoots is gehaald en dat het aantal opleidingsactiviteiten een alsmaar stijgende lijn vertoont;
  • met het succes van het programma AIAKOS de verwezenlijking van een andere doelstelling veel dichterbij is gekomen, namelijk dat alle nieuw benoemde rechters en openbare aanklagers deelnemen aan een door de nationale instellingen voor justitiële opleiding georganiseerde uitwisseling;
  • dankzij deze strategie het totaalbedrag van de middelen die in het kader van de EU-programma’s zijn toegekend aan de opleiding van rechtsbeoefenaars, bijna is verdubbeld;
  • deze strategie voorts heeft bijgedragen tot het versterken van de capaciteiten van netwerken zoals het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO) en het versterken van de opleidingsnetwerken en -aanbieders op het niveau van de Unie, zoals de Academie voor Europees Recht (ERA) en het Europees Instituut voor bestuurskunde (EIB-Luxemburg).

Relevante studies

Versterking van de justitiële samenwerking in de Europese Unie  PDF (1694 Kb) fr, 2009, in het Frans (Vers un renforcement des outils de coopération européenne en matière pénale)

Justitiële opleiding in de lidstaten van de Europese Unie, 2011, in het Engels (Judicial training in the European Union Member States)

Door het Europees Parlement georganiseerde workshop over de opleiding van rechtsbeoefenaars: onderricht in het EU-recht en de rol van de rechter op Europees niveau: Sessie I – Het EU-recht leren en er toegang toe krijgen: enkele goede praktijken en Sessie II – Het wederzijds vertrouwen versterken (in het Engels), 2013 (Learning & Accessing EU Law resp. Improving Mutual Trust)

Laatste update: 28/09/2022

Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.