Overslaan en naar de inhoud gaan

Verwerking van binnenkomende zaken betreffende terugkeer door de centrale autoriteiten

Flag of Belgium
België
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
(in civil and commercial matters)

1 Ontvangst van het verzoek

1.1 Verstrek, indien van toepassing, informatie over de vreemde talen die door de centrale autoriteit worden gebruikt (contactgegevens zijn te vinden in de Europese justitiële atlas voor burgerlijke zaken). In welke taal of talen aanvaardt de centrale autoriteit nieuwe binnenkomende verzoeken?

De medewerkers van de centrale autoriteit beheersen het Nederlands, het Engels en het Frans.

Verzoeken worden aanvaard in het Nederlands, Frans en Duits. 

Bij de keuze van de taal van de stukken die aan de rechtbank worden voorgelegd, dient rekening te worden gehouden met de taal van de procedure, die wordt bepaald door de plaats waar de betrokken minderjarige/ouder zich bevindt (bindende regelgeving inzake het gebruik van talen in gerechtelijke aangelegenheden).

Voor meer informatie wordt aangeraden contact op te nemen met de centrale autoriteit alvorens tot vertalingen over te gaan, om te voorkomen dat vertalingen in een verkeerde taal worden uitgevoerd.

1.2 Welke communicatiemethode heeft de voorkeur van de centrale autoriteit — e-mail, fax of post? Aanvaardt de centrale autoriteit verzoeken die langs elektronische weg worden ontvangen? Zo ja, is het oorspronkelijke verzoek op papier nog steeds nodig (om de procedure te starten of in een bepaalde fase van de procedure) of worden elektronisch verzonden verzoeken in alle fasen van de procedure aanvaard?

De voorkeurswijze voor communicatie is e-mail.

Verzoeken die elektronisch worden ontvangen, volstaan doorgaans. Indien het originele verzoek of enig ander document in de originele versie nodig is om de procedure in gang te zetten, wordt de verzoekende centrale autoriteit hiervan op de hoogte gesteld en verzocht deze documenten toe te zenden. 

1.3 Zou uw centrale autoriteit een binnenkomend verzoek weigeren op grond van artikel 27 van het Haags Verdrag van 1980? Zo ja, onder welke voorwaarden?

Ja – indien het verzoek kennelijk ongegrond is. De centrale autoriteit baseert zich op de gids voor goede praktijken opgesteld door de HCCH.

2 Beheer van de zaak

2.1 Wie kan bij uw gerecht om de terugkeer van het kind verzoeken (meerdere antwoorden mogelijk)? Is het i) de centrale autoriteit, ii) het openbaar ministerie, bijvoorbeeld een openbaar aanklager of procureur-generaal enz., iii) een advocaat, of iv) iemand anders (zo ja, licht toe, bijvoorbeeld de verzoeker zelf)?

1/ Wanneer het verzoek tot terugkeer via de centrale autoriteit wordt behandeld, wordt de gerechtelijke procedure door het openbaar ministerie ingeleid. De verzoeker kan er echter voor kiezen om de procedure door een advocaat van zijn keuze te laten inleiden. 

2/ Wanneer het verzoek tot terugkeer niet via de centrale autoriteit wordt behandeld, wordt de procedure rechtstreeks ingeleid door de advocaat die de verzoeker heeft gemandateerd overeenkomstig artikel 29 van het Verdrag van Den Haag. 

2.2 Wordt de verzoeker op de rechtszitting vertegenwoordigd door de bovenbedoelde persoon of instantie? Zo nee, wie is de wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker in de procedure? Is het i) de centrale autoriteit, ii) het openbaar ministerie, bijvoorbeeld een openbaar aanklager of procureur-generaal enz., iii) een advocaat, of iv) iemand anders (zo ja, licht toe)?

Als het dossier door de centrale autoriteit wordt behandeld, wordt het verzoek tot terugkeer doorgaans aan de rechtbank voorgelegd door het openbaar ministerie die de verzoeker kan vertegenwoordigen. Indien hij dat wenst, kan de verzoeker zich laten bijstaan door een Belgische advocaat.

De verzoeker kan er ook voor kiezen om de procedure rechtstreeks in te leiden met bijstand van een advocaat (zie 2.1). 

2.3 Hoe snel wordt de zaak door de centrale autoriteit doorverwezen naar de wettelijke vertegenwoordiger van de verzoeker?

Bij ontvangst controleert de centrale autoriteit of het verzoek volledig en ontvankelijk is. 

Indien dit het geval is, stuurt de centrale autoriteit het verzoek onverwijld door naar het openbaar ministerie met het oog op het opsporen van het kind/de kinderen en het horen van de andere ouder. Deze fase kan, afhankelijk van het geval, meer of minder tijd in beslag nemen. 

De inhoud van het verhoor wordt vervolgens overgemaakt aan de verzoekende centrale autoriteit voor informatie van de verzoeker. De verzoeker wordt verzocht om zijn opmerkingen in reactie hierop door te geven, in voorkomend geval vergezeld van relevante documenten, en om aan te geven welk gevolg hij aan zijn verzoek wenst te geven. 

Als de andere ouder zich verzet tegen de terugkeer van het kind/de kinderen, een minnelijke schikking onmogelijk blijkt, en de verzoeker zijn verzoek tot terugkeer handhaaft, wordt het verzoek aan de rechtbank voorgelegd, hetzij door het openbaar ministerie op verzoek van de centrale autoriteit, hetzij rechtstreeks door de door de verzoeker aangewezen advocaat.

2.4 Indien gebruik wordt gemaakt van de diensten van een advocaat treft de centrale autoriteit dan de nodige regelingen namens de verzoeker? Als de zaak niet door de centrale autoriteit wordt doorverwezen naar een advocaat, verstrekt de centrale autoriteit dan een lijst van mogelijke advocaten waaruit de verzoeker kan kiezen?

Wanneer het verzoek tot terugkeer via de centrale autoriteit wordt behandeld, wordt de gerechtelijke procedure door het openbaar ministerie ingeleid (2.1). In bepaalde uitzonderlijke situaties kan het openbaar ministerie echter een belangenconflict aanvoeren. In dat geval wordt door de centrale autoriteit een advocaat aangewezen om het verzoek in te dienen en de belangen van de verzoeker in het kader van de terugkeerprocedure te behartigen. Bij wijze van uitzondering zal de centrale autoriteit dan rechtstreeks in contact staan met de advocaat.  

Indien het openbaar ministerie geen belangenconflict aanvoert, maar de verzoeker zelf een advocaat wenst te mandateren, mengt de centrale autoriteit zich niet in de keuze van de advocaat en neemt zij geen rechtstreeks contact met de advocaat op. Het is dan aan de verzoeker om instructies te geven aan zijn advocaat. 

De centrale autoriteit beschikt niet over een lijst van advocaten, maar de verzoeker kan de volgende websites raadplegen: 

2.5 Is er rechtsbijstand beschikbaar voor verzoekers? Wie beslist of de verzoeker rechtsbijstand wordt verleend? Is er een specifiek aanvraagformulier dat de verzoeker moet invullen? Zijn er voorwaarden waaraan moet worden voldaan om rechtsbijstand te kunnen ontvangen? Vindt er een draagkrachttoets en/of een toets inzake de gegrondheid plaats? Welke bewijsstukken moet de verzoeker verstrekken? Hoelang duurt het om een besluit over de rechtsbijstand te verkrijgen? Welke kosten vallen onder de rechtsbijstand (bijvoorbeeld kosten voor juridisch advies, bemiddelingskosten, reiskosten)?

De verzoeker kan een verzoek tot rechtsbijstand indienen op grond van de beschikbare internationale instrumenten (EU Richtlijn 2003/8/EG, Europese Overeenkomst van 1977, bilaterale overeenkomst). 

Voor intra-EU verzoeken moet het formulier van de Richtlijn worden gebruikt. Voor andere verzoeken moet de verzoeker het nationale aanvraagformulier gebruiken dat beschikbaar is in het Duits, Engels, Frans, en Nederlands op de websites van de balies (avocats.be en advocaat.be).

Het verzoek wordt ingediend bij het territoriaal bevoegde bureau voor juridische bijstand en moet vergezeld gaan van de volgende documenten:

  • Een kopie van het identiteitsbewijs van de verzoeker, 

  • Een samenstelling van het gezin of een gelijkwaardig document waarin de identiteit en de leeftijd van de personen die tot het huishouden van de verzoeker behoren, worden vermeld, 

  • Bewijzen van het inkomen van de verzoeker en van elk van de meerderjarige leden van zijn huishouden voor de afgelopen drie maanden,

  • Het meest recente document van de belastingdienst waarin de financiële situatie van de aanvrager en van elk van zijn meerderjarige huisgenoten wordt weergegeven.

Deze documenten moeten recent zijn (niet ouder dan twee maanden op het moment van ontvangst door het bureau voor juridische bijstand) en vertaald zijn in de taal van de procedure. 

Het bureau voor juridische bijstand is als enige bevoegd om een beslissing te nemen over de aanvraag na een onderzoek van de persoonlijke en financiële situatie van de verzoeker. De verzoeker kan volledige of gedeeltelijke rechtsbijstand krijgen. De termijn voor het verkrijgen van een beslissing kan variëren.  

De volgende kosten worden gedekt zijn: advocatenkosten, bemiddelingskosten, kosten voor vertalingen, kosten voor betekening of kennisgeving van documenten, en gerechtskosten.

2.6 Verleent i) de centrale autoriteit, ii) het openbaar ministerie, bijvoorbeeld een openbaar aanklager of procureur-generaal enz., iii) een advocaat, iv) het gerecht zelf of v) iemand anders (zo ja, licht toe) bijstand bij het lokaliseren van de exacte verblijfplaats van het kind? Sluit het ontbreken van informatie over de exacte verblijfplaats van het kind op de een of andere manier de mogelijkheid uit om bij het gerecht te verzoeken om de terugkeer van het kind?

Bij ontvangst van het verzoek gaat de centrale autoriteit na of het kind in het Belgisch rijksregister is ingeschreven. 

Indien er geen inschrijving is, kan een verzoek tot lokalisatie worden gericht aan het openbaar ministerie op basis van de door de verzoeker verstrekte gegevens.

Als het kind van schoolgaande leeftijd is, kan ook informatie worden opgevraagd bij de bevoegde onderwijsinstanties. 

Als de verblijfplaats van de minderjarige niet kan worden vastgesteld en bevestigd, zal het niet mogelijk zijn om de territoriaal bevoegde rechtbank te bepalen en kan het verzoek tot terugkeer niet worden ingediend. 

2.7 Zal de centrale overheid naar vrijwillige terugkeer streven? Zo ja, gebeurt dit vóór de zaak aan een advocaat en/of het gerecht wordt voorgelegd?

Het verzoek tot terugkeer ontvangen door de centrale autoriteit wordt doorgestuurd naar het openbaar ministerie met het oog op het opsporen van het kind of de kinderen en het horen van de andere ouder. Tijdens dit verhoor wordt de ouder aangespoord om het kind/de kinderen vrijwillig terug te brengen naar hun gewone verblijfplaats en, indien van toepassing, een minnelijke schikking voor te stellen. 

Indien de ouder zich verzet tegen de terugkeer van het kind/de kinderen, een minnelijke schikking onmogelijk blijkt, en de verzoeker zijn verzoek tot terugkeer handhaaft, wordt de gerechtelijke terugkeerprocedure opgestart. 

Bij de inleiding van de gerechtelijke procedure worden de partijen door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de mogelijkheid om een beroep te doen op bemiddeling.

Bovendien zal de rechter tijdens de eerste zitting de partijen horen over de wijze waarop ze getracht hebben om het geschil op minnelijke wijze op te lossen voor de inleiding van de zaak en stelt hij vast of een minnelijke oplossing overwogen kan worden, tenzij dit in strijd is met het hoger belang van het kind, dit in het specifieke geval niet passend is of dit de procedure onnodig zou vertragen.. 

Indien de rechter vaststelt dat een verzoening mogelijk is, kan hij de zaak verdagen naar een vaste datum binnen een termijn die vijftien dagen niet mag overschrijden, behoudens akkoord van de partijen, teneinde hen in de gelegenheid te stellen een akkoord voor te leggen.

Ten slotte kan de rechter, op vraag van de partijen of indien hij dit nuttig acht, de zaak ook verwijzen naar de kamer voor minnelijke schikking.

2.8 Neemt de centrale autoriteit maatregelen om te voorkomen dat het kind tijdens het onderzoek inzake de mogelijkheid van vrijwillige terugkeer, verder wordt overgebracht? Welke preventieve maatregelen zijn er in uw rechtsstelsel beschikbaar?

Indien de verzoeker over aanwijzingen beschikt die doen vermoeden dat het kind opnieuw zou kunnen worden overgebracht, wordt aanbevolen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat te verzoeken over te gaan tot de nodige seiningen/signalementen.

Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie, bepaalt immers dat het de staat van herkomst van het kind is die verantwoordelijk is voor de internationale signalering. 

Een nationale signalering kan door de centrale autoriteit worden gevraagd aan het openbaar ministerie. 

Ten slotte kan, indien de bevoegde Belgische autoriteiten van oordeel zijn dat het kind zich in een situatie van ernstig en onmiddellijk gevaar bevindt vanwege het risico van een nieuwe verplaatsing of om een andere reden, de voorlopige plaatsing van het kind worden gelast.

2.9 Hoe snel geeft de centrale autoriteit updates over een lopende zaak? Hoe snel reageert de centrale autoriteit op verzoeken om updates over een lopende zaak?

De centrale autoriteit bevestigt ontvangst van het verzoek binnen enkele dagen na ontvangst. Zodra het verzoek is doorgestuurd naar het openbaar ministerie, duurt het doorgaans één tot twee maanden voordat de resultaten van het onderzoek (opsporing en verhoor van de andere ouder) bekend zijn. Deze termijn kan echter langer zijn, afhankelijk van de omstandigheden. 

Alle nieuwe informatie die de centrale autoriteit ontvangt, wordt onverwijld doorgegeven aan de verzoekende centrale autoriteit. 

2.10 Zorgt de centrale autoriteit voor de vertaling van alle relevante formulieren (bijvoorbeeld inzake rechtsbijstand) of van gerechtelijke documenten inzake de rechtszittingen? Zo ja, hoeveel tijd is daarvoor nodig?

De centrale autoriteit komt niet tussen voor vertalingen in binnenkomende dossiers (wanneer het kind naar België werd overgebracht).

In uitgaande dossiers (wanneer het kind vanuit België naar een andere staat werd overgebracht) worden de nodige documenten van het dossier vertaald, met inbegrip van het verzoek tot rechtsbijstand. De tijd voor de vertaling hangt af van de omvang van de documenten en de doeltaal. Gemiddeld bedraagt de termijn 5 tot 10 dagen.

2.11 Zorgt de centrale autoriteit voor tolken tijdens alle rechtszittingen die de verzoeker verplicht is bij te wonen?

De regeling van de tolkdiensten tijdens de zittingen valt onder de bevoegdheid van de rechtbank. De centrale autoriteit kan het openbaar ministerie verzoeken om bij de rechtbank een tolk aan te vragen voor de zitting(en) waarop de verzoeker persoonlijk of op afstand aanwezig zal zijn.

3 Mediation of alternatieve geschillenbeslechting

3.1 Is mediation mogelijk? Geef nadere informatie over de mediationprocedure, waaronder namen van organisaties op het gebied van mediation, de kosten van mediation en de eventuele financiële middelen die voor mediation beschikbaar zijn. Kunnen de kosten van mediation door de rechtsbijstand worden gedekt?

In het kader van de gerechtelijke terugkeerprocedure wordt de minnelijke schikking van geschillen geregeld door artikel 1322nonies van het Belgische Gerechtelijk Wetboek, dat het volgende bepaalt:

§ 1. Zodra een verzoek bedoeld in artikel 1322bis, 2°, wordt ingediend, informeert de griffier de partijen over de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening en elke andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten, door hen onmiddellijk de tekst toe te zenden van de artikelen 1730 tot 1737, vergezeld van een door de voor justitie bevoegde minister opgestelde informatiebrochure over de bemiddeling, de lijst van de erkende bemiddelaars die zijn gespecialiseerd in familiezaken en gevestigd zijn in het gerechtelijk arrondissement, alsook de inlichtingen betreffende de informatiesessies, wachtdiensten of andere in het gerechtelijk arrondissement georganiseerde initiatieven die erop gericht zijn de minnelijke oplossing van conflicten te bevorderen.
§ 2. De partijen worden verzocht in persoon te verschijnen op de inleidingszitting, alsook op de pleitzittingen.
Indien de beide partijen in persoon verschijnen op de inleidingszitting, hoort de rechter hen over de wijze waarop ze getracht hebben om het geschil op minnelijke wijze op te lossen voor de inleiding van de zaak en stelt hij vast of een minnelijke oplossing overwogen kan worden, tenzij dit in strijd is met het hoger belang van het kind, dit in het specifieke geval niet passend is of dit de procedure onnodig zou vertragen.
Indien er evenwel ernstige aanwijzingen zijn dat de ene partij geweld, bedreigingen of enige andere vorm van druk gebruikt of heeft gebruikt ten aanzien van de andere partij is artikel 1734, § 1, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
§ 3. Indien de rechter vaststelt dat een verzoening mogelijk is, kan hij, onverminderd paragraaf 2, derde lid, de zaak verdagen naar een vaste datum binnen een termijn die vijftien dagen niet mag overschrijden, behoudens akkoord van de partijen, teneinde hen in de gelegenheid te stellen een akkoord voor te leggen.
Op vraag van de partijen of indien hij dit nuttig acht, kan de rechter de zaak ook verwijzen naar de kamer voor minnelijke schikking, waarbij hij toeziet op de inachtneming van de in artikel 1322nonies/4 bedoelde termijnen.
§ 4. Indien de partijen niet in persoon zijn verschenen of indien zij niet op korte termijn tot een akkoord zijn gekomen, hoort de familierechtbank de partijen betreffende hun geschil.

Als de partijen vóór het inleiden van de gerechtelijke terugkeerprocedure gebruik willen maken van bemiddeling, is de relevante informatie te vinden op de volgende websites: 

Federale Bemiddelingscommissie: https://www.cfm-fbc.be/   
Cross border Family Mediators: https://crossbordermediator.eu/  

De kosten van de bemiddeling kunnen worden gedekt in het kader van rechtsbijstand.

3.2 Is de centrale autoriteit betrokken bij het regelen van mediation en, zo ja, hoe?

De centrale autoriteit kan algemene informatie verstrekken over bemiddeling in België, maar is niet betrokken bij het regelen ervan. 

3.3 Is er een andere vorm van alternatieve geschillenbeslechting beschikbaar? Zo ja, geef toelichting over de procedure, de betrokken organisaties, waaronder de centrale autoriteit, en het kostenbeheer.

Neen.

4 Tenuitvoerleggingsprocedures

4.1 Is de centrale autoriteit betrokken bij de tenuitvoerlegging van beslissingen houdende terugkeer en, zo ja, hoe?

Wanneer de terugkeerbeslissing is uitgesproken, kan de centrale autoriteit het openbaar ministerie om bijstand vragen bij de tenuitvoerlegging. In eerste instantie zal de andere ouder worden verzocht de beslissing vrijwillig uit te voeren. In dit kader kunnen de partijen via de centrale autoriteit praktische afspraken maken.

Indien de ouder weigert vrijwillig de beslissing uit te voeren, zal het aan het openbaar ministerie worden verzocht om tot de tenuitvoerlegging van de beslissing over te gaan. 

De tenuitvoerlegging wordt niet aan een rechtbank gevraagd in het kader van een nieuwe procedure. 

4.2 Beschikt de centrale autoriteit over specialisten (bijvoorbeeld maatschappelijk werkers, psychologen, voogden ad litem) die beschikbaar zijn om het kind en de ontvoerende ouder voor te bereiden op de tenuitvoerlegging van de beslissing inzake terugkeer?

Neen. Indien nodig kan een beroep worden gedaan op de jeugdhulpverlening. 

4.3 Wie verzoekt om de tenuitvoerlegging van een beslissing houdende terugkeer? Is het i) de centrale autoriteit, ii) het openbaar ministerie, bijvoorbeeld een openbaar aanklager of procureur-generaal enz., iii) een advocaat, of iv) iemand anders (zo ja, licht toe)?

De tenuitvoerlegging wordt niet aan een rechtbank gevraagd in het kader van een nieuwe procedure (zie 4.1)

Indien de tenuitvoerlegging, ondanks het optreden van het openbaar ministerie en de politie, echter onmogelijk blijft, kan de verzoeker zich opnieuw wenden tot de rechtbank die de terugkeerbeslissing heeft genomen met een verzoek tot tenuitvoerlegging, op grond van artikel 387ter van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 387ter van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat:

§ 1. Ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de verblijfsregeling van de kinderen of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, kan de zaak opnieuw voor de reeds geadieerde familierechtbank worden gebracht, overeenkomstig de in artikel 1253ter/7 van het Gerechtelijk Wetboek voorziene procedure.
De rechter doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken.
Hij kan nieuwe beslissingen nemen met betrekking tot het ouderlijk gezag of de huisvesting van het kind.
Onverminderd strafvervolging kan hij de partij die het slachtoffer is van de miskenning van de in het eerste lid bedoelde beslissing toestaan een beroep te doen op dwangmaatregelen. Hij bepaalt de aard van deze maatregelen en de nadere regels betreffende de uitoefening ervan, rekening houdend met het belang van het kind en wijst, indien hij zulks nodig acht, de personen aan die gemachtigd zijn de gerechtsdeurwaarder te vergezellen voor de tenuitvoerlegging van zijn beslissing.
De rechter kan een dwangsom uitspreken om te waarborgen dat de te nemen beslissing zal worden nageleefd en, in die hypothese, stellen dat voor de tenuitvoerlegging van die dwangsom, artikel 1412 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is.
De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.
§ 2. Dit artikel is eveneens van toepassing wanneer de rechten van de partijen geregeld zijn door een overeenkomst zoals voorzien in artikel 1288 van het Gerechtelijk Wetboek. In dit geval, en onverminderd § 3, wordt de zaak bij de familierechtbank aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift op tegenspraak.
§ 3. In geval van absolute noodzaak, en onverminderd de mogelijkheid om een beroep te doen op artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek, kan bij eenzijdig verzoekschrift de toestemming worden gevraagd om een beroep te doen op de dwangmaatregelen als bedoeld in § 1. De artikelen 1026 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. De verzoekende partij moet het verzoekschrift staven met alle dienstige stukken die aantonen dat de weigerende partij daadwerkelijk werd aangemaand haar verplichtingen na te komen en dat zij zich heeft verzet tegen de tenuitvoerlegging van de beslissing.
De inschrijving van het verzoekschrift is kosteloos. Het verzoekschrift wordt gevoegd bij het dossier van de rechtspleging die aanleiding heeft gegeven tot de beslissing die niet werd nageleefd, tenzij de zaak inmiddels bij een andere rechter aanhangig is gemaakt.
§ 3/1. Paragraaf 1, vierde tot zesde lid, is eveneens van toepassing op de buitenlandse gerechtelijke beslissingen gegeven in dezelfde materies en die uitvoerbaar zijn in België.
Onverminderd paragraaf 3, eerste lid, wordt de familierechtbank gevat volgens de procedure bedoeld in de artikelen 1034bis tot 1034sexies van het Gerechtelijk Wetboek. De territoriale bevoegdheid wordt bepaald overeenkomstig artikel 35/2, § 4, van het Wetboek van internationaal privaatrecht.
Wanneer de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde buitenlandse beslissing onder de Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (herschikking) valt, verstrekt de verzoeker de rechtbank het gepaste certificaat dat is afgegeven overeenkomstig die Verordening.
§ 4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de internationale bepalingen die België verbinden op het vlak van de internationale ontvoering van kinderen.

Een dergelijk verzoek moet door de verzoeker worden ingediend bij de rechtbank die de beslissing heeft gewezen met bijstand een advocaat. De centrale autoriteit is niet bevoegd om tussen te komen. 

4.4 Wordt de verzoeker in het geval van een rechtszitting tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure vertegenwoordigd door de bovenbedoelde persoon of instantie?

Voor de procedure artikel 387ter van het Burgerlijk Wetboek kan de verzoeker zich laten vertegenwoordigen door een advocaat. 

5 Afsluiting zaak

5.1 Wie bevestigt de terugkeer van het kind?

De verzoekende centrale autoriteit of de verzoeker.

5.2 Wanneer acht de centrale autoriteit een zaak afgesloten? Ontvangt de verzoeker een schriftelijke bevestiging van de afsluiting van de zaak?

De centrale autoriteit sluit het dossier af bij terugkeer van het kind of bij bericht van de verzoekende centrale autoriteit waarin wordt aangegeven dat deze het dossier afsluit. De afsluiting wordt schriftelijk bevestigd aan de verzoekende centrale autoriteit.

6 De procedure uit hoofde van artikel 29 van de verordening Brussel II ter (Verordening (EU) 2019/1111) en artikel 11, leden 6, 7 en 8, van de verordening Brussel II bis- (Verordening (EG) nr. 2201/2003) (het zogenaamde “voorrangsmechanisme”)

Wanneer een beslissing tot niet-terugkeer op grond van artikel 13 van het Verdrag van Den Haag wordt uitgesproken, sluit de centrale autoriteit het dossier af:

  • wanneer een definitieve beslissing is gegeven en, in voorkomend geval, ten uitvoer is gelegd na afloop van de procedure van artikel 29 van de Verordening

  • indien de zaak niet aanhangig is gemaakt bij de rechtbank na het verstrijken van de in artikel 29 bedoelde termijn

  • indien de verzoeker aangeeft niet van plan te zijn de procedure voort te zetten

  • indien de verzoekende centrale autoriteit het dossier afsluit. 

6.1 Speelt uw centrale autoriteit een rol bij het voorrangsmechanisme?

In het kader van de procedures bedoeld in artikel 29 van Verordening 2019/1111 (artikel 11, lid 6, van Verordening 2201/2003) komt de centrale autoriteit niet tussen in gerechtelijke procedures.

Voor uitgaande dossiers (kind overgebracht vanuit België naar het buitenland) blijft de centrale autoriteit, op verzoek van de verzoeker, hem bijstaan en het verloop van de procedure volgen. Er kan met name hulp worden geboden bij de vertaling en de verzending van documenten. 

Voor inkomende dossiers (kind overgebracht naar België) kan de centrale autoriteit de procedure blijven volgen en op verzoek van de verzoekende centrale autoriteit informatie over het verloop ervan inwinnen bij de rechtbank. Indien de verzoekende centrale autoriteit haar tussenkomst beëindigt, zal de centrale autoriteit hetzelfde doen. 

6.2 Beschrijf de procedure voor de tenuitvoerlegging van een buitenlandse beslissing houdende terugkeer als bedoeld in artikel 11, lid 8, van de verordening Brussel II bis of van een buitenlandse geprivilegieerde beslissing op grond van artikel 29, lid 6, van de verordening Brussel II ter die de terugkeer van een kind met zich meebrengt, wanneer een terugkeerprocedure op grond van het Haags Verdrag van 1980 in uw staat eerder tot een weigering krachtens artikel 13, lid 1, punt b), of artikel 13, lid 2, van het Haags Verdrag heeft geleid (zie de subvragen van 2.2 voor de gevraagde informatie)

Zie onderdeel 4 hierboven.

7 Opleiding

7.1 Worden er gespecialiseerde opleidingen over zaken betreffende terugkeer georganiseerd voor de verschillende beroepsbeoefenaars (zoals advocaten, mediators, openbare aanklagers, gerechtsdeurwaarders enz.)?

De centrale autoriteit kan tussenkomen bij opleidingen georganiseerd door oa. de ordes van advocaten, het openbaar ministerie, en het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding.

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina