1 Concentratie van de rechterlijke bevoegdheid
1.1 Welke instantie is bevoegd om kennis te nemen van verzoeken tot terugkeer op grond van het Haags Verdrag van 1980/artikel 22 van de verordening Brussel II ter (“verzoeken tot terugkeer”)?
Het team familie van de rechtbank Den Haag (en in hoger beroep: het team familie van het gerechtshof Den Haag).
1.2 Zijn alleen gespecialiseerde gerechten bevoegd om kennis te nemen van verzoeken tot terugkeer? - Zo ja, om welke gerechten gaat het? Hoeveel rechters zijn binnen de gespecialiseerde gerechten bevoegd? - Zo nee, worden verzoeken tot terugkeer behandeld door gespecialiseerde rechters?
Ja, zie het antwoord bij 1.1: het team familie van de rechtbank Den Haag (en in hoger beroep: het team familie van het gerechtshof Den Haag). Binnen die teams zijn er een aantal gespecialiseerde familierechters die de internationale kinderontvoeringszaken (hierna: IKO-zaken) behandelen.
1.3 Volgens welke methode worden de verzoeken tot terugkeer aan een rechter toegewezen?
In een van tevoren (door de teamvoorzitter) vastgesteld rooster zijn er data en tijdstippen vastgesteld waarop IKO-zaken kunnen worden gepland. De gespecialiseerde rechters zijn dan op die zitting ingedeeld en op die manier worden deze zaken door de teamvoorzitter aan de rechter toegewezen.
1.4 Welke gespecialiseerde opleidingen kunnen gespecialiseerde rechters krijgen? Hebben zij met name de mogelijkheid om internationale conferenties over internationaal familierecht bij te wonen? Zijn er binnen uw rechtsgebied regelmatig conferenties waarvoor alle rechters die verzoeken tot terugkeer behandelen, worden uitgenodigd?
Het Nederlandse opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht (SSR) biedt een cursus internationale kinderontvoering aan. Daarnaast is binnen de rechtbank Den Haag veel overdracht van kennis over de behandeling van IKO-zaken via interne bijeenkomsten. Ook zijn er landelijke bijeenkomsten van professionals waarin gesproken wordt over de behandeling van IKO-zaken.
Binnen het team familie van de rechtbank Den Haag zijn ook twee liaisonrechters internationale kinderbescherming werkzaam. Zij bezoeken met grote regelmaat internationale conferenties over internationaal familierecht. De daar opgedane kennis wordt gedeeld met de collega’s binnen het team familie.
2 Praktijk en procedure voor verzoeken tot terugkeer in eerste aanleg
2.1 Zijn er speciale praktijk- en procedureregels voor verzoeken tot terugkeer? Zo ja, geef een korte samenvatting van de procedure alsook, indien relevant, een weblink
Het betreft een reguliere verzoekschriftprocedure met een aantal specifieke kenmerken. Zo wordt binnen twee weken na indiening van het verzoek tot terugkeer een regiezitting gepland waarop wordt gesproken over deelname aan crossborder medation en over contact tussen de achtergebleven ouder en het kind. Twee weken later wordt de zaak inhoudelijk op de zitting met drie rechters behandeld. Twee weken daarna volgt de schriftelijke uitspraak. De hoger beroepstermijn is ingekort tot twee weken. Het gerechtshof behandelt en beslist binnen een termijn van 4 weken na binnenkomst van het beroepschrift. Cassatie is niet mogelijk in teruggeleidingszaken. Zie voor specifieke procedurele regels bij de rechtbank, het procesreglement IKO.
2.2 Welke maatregelen zijn er genomen om de in artikel 24, lid 2, van de verordening Brussel II ter genoemde termijn van zes weken in acht te nemen?
Zie het antwoord onder 2.1 over specifieke procedurele regels en termijnen.
2.3 Hoe wordt er in geval van mediation voor gezorgd dat de termijn van zes weken niet overschreden kan worden? Hoe onderzoekt het gerecht of er contact moet worden verzekerd overeenkomstig artikel 27, lid 2, van de verordening Brussel II ter? Verricht het gerecht dit onderzoek alleen op verzoek van een van de partijen of kan het dit ambtshalve doen?
De rechtbank Den Haag heeft een nauw samenwerkingsverband met het mediationbureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO). Het mediationbureau van het Centrum IKO regelt en verzorgt alles rondom het proces van gespecialiseerde crossborder mediation voor ouders die zijn verwikkeling in een IKO-zaak. De afspraak is dat ouders binnen een termijn van meestal slechts een paar dagen na de regiezitting bij de rechtbank in crossborder mediation gaan. Daar wordt de zogenaamde pressure cooker methode toegepast: drie sessies van anderhalf uur binnen drie dagen. Komen de ouders niet tot overeenstemming, dan gaat er direct een seintje naar de rechtbank dat de zaak inhoudelijk behandeld moet worden. De rechtbank heeft dan al in haar rooster een tijdstip vrijgehouden voor de behandeling van die zaak.
Op de regiezitting (die binnen twee weken na indiening van het verzoek tot terugkeer wordt gehouden) wordt altijd gesproken over de mogelijkheden tot contact tussen de achtergebleven ouder en het kind. De regie-rechter stelt zich daarbij zeer actief op en dringt erop aan dat dit contact er komt, zo nodig onder begeleiding van iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Op de regiezitting is er ook altijd iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig om ouders en de rechter hierover voor te lichten of mee te denken.
2.4 Hoe wordt het kind in een terugkeerprocedure in de gelegenheid gesteld zijn standpunt kenbaar te maken? Beschrijf in dit verband wie het kind hoort en in welk stadium van de procedure dit gebeurt
In het kader van grensoverschrijdende mediation vindt er altijd eerst een gesprek plaats tussen het kind en een gedragsdeskundige. Deze gedragsdeskundige maakt een verslag op van dat gesprek en dat verslag wordt aan het begin van de mediation aan de ouders voorgelezen. Als de ouders niet tot overeenstemming komen en de rechtbank de zaak inhoudelijk moet gaan behandelen, dan benoemt de rechtbank voor kinderen vanaf drie jaar direct een bijzondere curator voor het kind. Die bijzondere curator voert in een kort tijdsbestek (en vóór de zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank) twee gesprekken met het kind en maakt daar een schriftelijk verslag van. Dat verslag maakt onderdeel uit het van het procesdossier. De rechtbank nodigt kinderen vanaf 6 jaar uit om voorafgaand aan de zitting met de rechter te praten. Dat gebeurt in een kindvriendelijke ruimte. De bijzondere curator kan bij dat gesprek aanwezig zijn, als het kind dat wenst.
2.5 Is het aan de rechterlijke macht om het aantal rechtszittingen in het kader van verzoeken tot terugkeer te bepalen of schrijft uw rechtsstelsel een maximum-/minimumaantal voor? Zo ja, specificeer:
Het is aan de rechtbank om het aantal zittingen te bepalen.
2.6 Is getuigenbewijs op de rechtszitting toegestaan? Zo ja, zijn mondelinge verklaringen toegestaan als aanvulling op schriftelijke argumenten?
Nee.
2.7 Is de verzoeker verplicht de rechtszitting bij te wonen? Zijn er procedurele gevolgen indien de verzoeker de rechtszitting niet bijwoont?
Nee, er bestaat geen verplichting om de zitting bij te wonen. Er zijn ook geen procedurele gevolgen als de verzoeker de zitting niet bijwoont.
2.8 Zijn de gerechten uitgerust met videoconferentie-apparatuur om deelname op afstand via videoconferentie mogelijk te maken? Wat is het rechtskader voor het gebruik van videoconferenties tijdens de rechtszitting? Is er een specifiek rechtskader voor rechtszittingen in terugkeerprocedures?
Ja, de rechtbank is hiermee uitgerust. Het rechtskader is de wet (videozitting is mogelijk). De rechter beslist of een partij of beiden via videobellen mogen deelnemen. Nadere regels zijn neergelegd in het procesreglement IKO:
4.3 Deelname via beeldbellen: 4.3.1 Een verzoek tot deelname via beeldbellen aan de regiezitting of de inhoudelijke mondelinge behandeling dient uiterlijk drie werkdagen vóór de zitting te worden ingediend, met opgave van redenen.
4.3.2. De rechtbank beoordeelt het verzoek tot deelname via beeldbellen per geval. Deelname via beeldbellen worden uitsluitend toegestaan wanneer er sprake is van dringende redenen waardoor van de procesdeelnemer niet verwacht kan worden dat die fysiek deelneemt aan de zitting.
4.3.3. Indien een procesdeelnemer aan de zitting deelneemt via beeldbellen en gebruik maakt van een tolk, dan moet de advocaat van deze procesdeelnemer ervoor zorgen dat de tolk ook via beeldbellen bij de (regie)zitting aanwezig is en dat de tolk rechtstreeks met de procesdeelnemer door middel van een telefonische verbinding tolkt.
2.9 Welke maatregelen, met inbegrip van voorlopige of bewarende maatregelen (waarborgen), kunnen er worden genomen om de veilige terugkeer van het kind te garanderen?
In het Nederlandse recht kennen we geen maatregel ten aanzien van 'safe return orders'.
3 Beroep
3.1 Staat er beroep open tegen de rechterlijke beslissing in eerste aanleg?
Ja.
3.2 Indien er een recht van beroep is, is dat dan absoluut of is er daarvoor toestemming vereist? Of is het beroep beperkt tot rechtsvragen?
Er is geen toestemming vereist. Er bestaat ook geen beperking tot rechtsvragen.
3.3 Indien er beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing houdende terugkeer dan automatisch geschorst of kan ze toch ten uitvoer worden gelegd?
Deze wordt automatisch geschorst. In zeer uitzonderlijke gevallen kan de terugkeer uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard zodat hoger beroep de tenuitvoerlegging niet schorst. Dit wordt echter vrijwel nooit toegepast in IKO-zaken.
3.4 Is er een tweede beroep mogelijk? Zo ja, is er daarvoor toestemming vereist?
Nee, naast één hoger beroep is er geen ander hoger beroep en ook geen cassatie mogelijk.
3.5 Over welke specialistische ervaring en deskundigheid beschikken de beroepsrechters?
Hetzelfde als rechters in eerste aanleg; specialistische rechter met ervaring en kennis van IKO-zaken.
3.6 Hoelang duurt het voordat er in beroep en, indien van toepassing, in een tweede beroep, een eindbeslissing wordt genomen? Wordt er in geval van een spoedprocedure voorrang gegeven op grond van de wet, procedureregels of de praktijk?
Zie hiervoor ook het antwoord bij vraag 2.1: De hoger beroepstermijn is ingekort tot twee weken. Het gerechtshof behandelt en beslist binnen een termijn van vier weken na binnenkomst van het beroepschrift.
3.7 Welke procedurele stappen moeten er overeenkomstig artikel 24, lid 3, van de verordening Brussel II ter worden ondernomen om de termijn van zes weken te laten ingaan waarbinnen de rechter in hogere aanleg het beroep behandelt?
Zie hiervoor de antwoorden bij 2.1 en 3.6.
4 Tenuitvoerlegging van de door een gerecht gegeven beslissing houdende terugkeer
4.1 Welke autoriteit is bevoegd voor de tenuitvoerlegging van beslissingen houdende terugkeer?
Het Openbaar Ministerie en de politie. Er is een speciaal teruggeleidingsprotocol teruggeleiding, waarbij wordt samengewerkt met onder andere de Raad voor de Kinderbescherming.
4.2 Zijn beslissingen houdende terugkeer uitvoerbaar bij voorraad? Zo ja, beslist het gerecht hier automatisch over of moet de verzoeker hierom verzoeken? Welke gevolgen heeft het aanvechten van een beslissing houdende terugkeer voor de uitvoerbaarheid bij voorraad?
Nee. De verzoeker kan verzoeken om de terugkeer uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, maar de rechtbank kan dat ook ambtshalve doen. De rechtbank zal dit echter slechts zeer uitzonderlijke gevallen (ambtshalve dan wel op verzoek) de terugkeer uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het uitgangspunt is dat het in het belang van het kind is dat de hoger beroepsprocedure wordt afgewacht voordat het kind wordt teruggeleid.
4.3 Wat is de procedure voor de tenuitvoerlegging van beslissingen houdende terugkeer? Zijn er wettelijke maatregelen (bijvoorbeeld bepaalde sancties) die de tenuitvoerlegging van de beslissing houdende terugkeer kunnen helpen garanderen?
Zie hiervoor het antwoord onder 4.1: Hiervoor is een speciaal protocol met werkafspraken gemaakt. Er zijn geen specifieke wettelijke maatregelen of sancties in dit kader.
4.4 Beschrijf de procedure voor verzoeken om schorsing of weigering van de tenuitvoerlegging van beslissingen houdende terugkeer?
Een ouder kan via een kort geding (dit is een algemene spoedprocedure voor alle soorten zaken) schorsing van de tenuitvoerlegging vragen. Dit wordt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toegewezen. Uitgangspunt is dat een rechterlijke beslissing ten uitvoer moet worden gelegd.
5 Tenuitvoerlegging van de door een buitenlands gerecht gegeven geprivilegieerde beslissing
5.1 Welke autoriteit is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van een buitenlandse “beslissing die voorrang heeft”, d.w.z. een beslissing houdende terugkeer als bedoeld in artikel 11, lid 8, van de verordening Brussel II bis of een buitenlandse geprivilegieerde beslissing overeenkomstig artikel 29, lid 6, van de verordening Brussel II ter die de terugkeer van een kind met zich meebrengt, na een weigering in de aangezochte staat op grond van artikel 13, lid 1, punt b), of artikel 13, lid 2, van het Haags Verdrag van 1980.
Als bevoegde autoriteit voor de tenuitvoerlegging zijn in Nederland de politie en het Openbaar Ministerie aan te merken.
6 Justitiële netwerken
6.1 Is er binnen uw rechtsgebied een gespecialiseerde rechter officieel/informeel aangewezen om deel te nemen aan het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken (EJN-civiel)/Internationale Haagse Netwerk van rechters (IHNJ)?
Ja, Nederland heeft twee liaisonrechters aangewezen die zowel zijn aangesloten bij het Europees Justitieel Netwerk (civiel) als bij het IHNJ. Beide rechters zijn daar ook zeer actief in.
6.2 Zo ja, is de aangewezen rechter een zittende rechter? Was de aanwijzing officieel/informeel?
Het zijn twee zittende rechters die hiertoe formeel (in hun hoedanigheid van teamvoorzitter van het team familie van de rechtbank Den Haag en senior rechter internationaal familierecht) zijn aangewezen.