Overslaan en naar de inhoud gaan

Aanpassing van zakelijke rechten

Flag of Germany
Duitsland
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
(in civil and commercial matters)

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Volgens het Duitse recht gaat bij overlijden van de erflater diens hele vermogen, dat wil zeggen alle rechten en verplichtingen, over op de erfgenamen. Als de nalatenschap van de erflater aan meerdere erfgenamen toekomt, vormt zij overeenkomstig artikel 2032 van het Burgerlijk Wetboek (Bürgerliches Gesetzbuch — BGB) het gezamenlijke vermogen van de erfgenamen. Door erfopvolging ontstaan geen nieuwe zakelijke rechten. Legaten en instructies van de erflater over de verdeling van de nalatenschap hebben alleen verbintenisrechtelijke werking.

De ervaring sinds de inwerkingtreding van de Europese erfrechtverordening heeft echter geleerd dat met name beperkingen van de beschikkingsvrijheid problemen kunnen opleveren vanwege de bepalingen betreffende voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging (Vor- und Nacherbfolge) die in het Duitse recht zijn opgenomen (de artikelen 2100 tot en met 2146 van het Burgerlijk Wetboek). Bij de voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging wijst de erflater een aantal opeenvolgende erfgenamen aan, waarbij een persoon (Nacherbe) pas bij de latere erfopvolging erfgenaam wordt nadat eerst een andere persoon (Vorerbe) erfgenaam is geweest. De voorwaardelijke erfgenaam (verwachter) verwerft echter al bij overlijden van de erflater een verwachtingsrecht (Anwartschaftsrecht). Het verwachtingsrecht is een door het recht gewaarborgde positie in geval van een uit meerdere handelingen bestaande verwerving waarbij de eerste begunstigde de latere eigendomsverwerving (Eigentumserwerb) door de andere begunstigde niet meer eenzijdig kan voorkomen. Het verwachtingsrecht is niet uitdrukkelijk geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Vanwege de niet-uitputtende opsomming van zakelijke rechten (numerus clausus in het zakenrecht) kan het verwachtingsrecht dan ook niet als een dergelijk recht worden aangemerkt. Het is een subjectief recht met zakelijke werking.

Voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging brengt voor de voorlopige erfgenamen een groot aantal beperkingen en verplichtingen mee, met name beperkingen van hun beschikkingsbevoegdheid. Beschikkingen over onroerende goederen zijn bij de latere erfopvolging ongeldig wanneer zij inbreuk maken op de rechten van de voorwaardelijke erfgenaam (artikel 2113, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek). Dit geldt ook voor giften (artikel 2113, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek). De erflater kan echter de voorlopige (bezwaarde) erfgenaam bij uiterste wilsbeschikking van enkele van deze beperkingen ontheffen. De “vrijgestelde voorlopige erfgenaam” kan het onroerend goed dan verkopen en de opbrengst gebruiken. Vrijstelling van het verbod op geschenken op grond van artikel 2113, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek is niet mogelijk. Als het onroerend goed wordt verkocht, moet de verkoopprijs derhalve overeenkomen met de marktwaarde. Beperkingen van de beschikkingsvrijheid bij de latere erfopvolging moeten worden ingeschreven in het Duitse kadaster.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Volgens Duits recht gaan alle rechten van de erflater bij diens overlijden van rechtswege over op de erfgenaam of de gezamenlijke erfgenamen. Deze rechten, en ook aan registratie onderworpen rechten, hoeven daartoe niet in een register te worden ingeschreven. Wat de aan registratie onderworpen rechten betreft, zijn de bij de erfopvolging betrokken registers (kadaster, handelsregister) niet meer actueel en moeten zij worden bijgewerkt. Daartoe moet de erfopvolging worden bewezen door middel van authentieke of gewaarmerkte akten of een Europese erfrechtverklaring. Bepaalde latere transacties (bv. bezwaring van geërfd onroerend goed) moeten worden gecorrigeerd door inschrijving van de erfgenaam of de gezamenlijke erfgenamen in het kadaster. Inschrijving in het handelsregister is in het algemeen geen voorwaarde voor de geldigheid van latere transacties, maar vormt slechts het fundament voor het “te goeder trouw”-effect van het register.

Ook de met de voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging samenhangende beperkingen van de beschikkingsvrijheid en het verwachtingsrecht van de voorwaardelijke erfgenaam ontstaan onmiddellijk na het overlijden van de erflater. De voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging wordt echter in het kadaster ingeschreven om verkrijging te goeder trouw zonder bezwaring door derden te voorkomen (inschrijving van voorwaardelijke erfgenamen, artikel 51 van het Wetboek inzake het kadaster [Grundbuchordnung]). Ook een eventuele vrijstelling van de voorlopige erfgenaam wordt in het kadaster ingeschreven.

Als individuele erfgenamen of legatarissen bij wet of uiterlijke wilsbeschikking een (verbintenisrechtelijke) aanspraak hebben op bepaalde vermogensbestanddelen, moet de eigendom van deze vermogensbestanddelen aan hen worden overgedragen door middel van een contract met de erfgenamen en moeten eventuele onroerendgoedrechten op basis van authentieke of gewaarmerkte akten in het kadaster worden ingeschreven.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

De inschrijving van zakelijke rechten die als gevolg van erfopvolging op een erfgenaam of de gezamenlijke erfgenamen zijn overgegaan, heeft een zuiver declaratoire werking. De inschrijving vormt echter wel de basis voor de goede trouw van derden en is nodig voor bepaalde latere transacties.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Zakelijke rechten die in het Duitse recht onbekend zijn, worden doorgaans van rechtswege aan een soortgelijk Duits juridisch concept aangepast op grond van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 650/2012 (Europese erfrechtverordening). Het Duitse recht voorziet niet in bijzondere procedureregels voor de aanpassing van zakelijke rechten. 

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina