Overslaan en naar de inhoud gaan

Bewijsverkrijging

Flag of Romania
Roemenië
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
(in civil and commercial matters)

1 De bewijslast

Belangrijkste rechtsgrondslag: de artikelen 249 tot en met 365 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Codul de procedură civilă).

1.1 Wat zijn de rechtsregels betreffende de bewijslast?

Een bewering in de loop van de procedure moet worden bewezen door de bewerende partij, behalve in bepaalde gevallen die uitdrukkelijk zijn vastgesteld in de wet. Een eiser moet zijn stellingen bewijzen. De bewijslast voor procedurele bezwaren van de verweerder ligt bij de verweerder. In het geval van vermoedens verschuift de bewijslast van de partij ten gunste waarvan deze zijn vastgesteld, naar de tegenpartij.

1.2 Bestaan er rechtsregels krachtens welke bepaalde feiten niet hoeven te worden bewezen? In welke gevallen? Kan bij deze vermoedens een tegenbewijs worden geleverd?

Niemand is verplicht aan te tonen wat de rechter ambtshalve moet vaststellen.

De rechter moet ambtshalve rekening houden met de in Roemenië geldende wetgeving. Wetgeving die niet in het Staatsblad van Roemenië (Monitorul Oficial) of op andere wijze is gepubliceerd, internationale overeenkomsten, verdragen en akkoorden die in Roemenië van toepassing zijn en niet in de wetgeving zijn opgenomen, alsmede het internationaal gewoonterecht moeten door de belanghebbende partij worden aangetoond. Wettelijke bepalingen die in vertrouwelijke documenten zijn opgenomen, mogen alleen worden ingezien en geraadpleegd onder de bij wet vastgestelde voorwaarden. De rechtbank kan ambtshalve rekening houden met het recht van een vreemde staat, mits daarop in de procedure een beroep is gedaan. Bewijsstukken met betrekking tot buitenlands recht worden overgelegd overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (Codul civil) inzake de inhoud van buitenlands recht.

Als een feit algemeen bekend is of niet wordt betwist, kan de rechter besluiten dat het, gezien de omstandigheden van de zaak, niet hoeft te worden bewezen. Gebruikelijke praktijken, beroeps- en gedragsregels en tussen de partijen overeengekomen praktijken moeten worden aangetoond door de partij die zich daarop beroept. Plaatselijke wet- en regelgeving hoeft alleen als de rechter dat vraagt, te worden bewezen door de partij die zich erop beroept.

Een vermoeden is een conclusie die de wet of de rechter trekt uit een bekend feit om een onbekend feit vast te stellen. Een wettelijk vermoeden ontslaat degene ten gunste van wie het wordt vastgesteld, van de bewijslast voor het feit dat de wet als bewezen beschouwt. Een wettelijk vermoeden kan worden weerlegd met bewijs van het tegendeel, tenzij in de wet anders is bepaald.

1.3 In welke mate moet de rechtbank overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel erop te mogen baseren?

Het bewijs moet toelaatbaar en relevant voor de uitkomst van de procedure zijn. Nadat de rechtbank bewijsmateriaal met betrekking tot bepaalde feiten heeft toegelaten, bepaalt hij naar eigen goeddunken of die feiten zijn bewezen, tenzij de wet de bewijskracht ervan vaststelt.

2 Het verkrijgen van bewijs

2.1 Kan bewijsverkrijging enkel op verzoek van een partij plaatsvinden of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

Bewijsstukken moeten door de eiser in de inleidende vordering en door de verweerder in zijn of haar verweer worden aangedragen, tenzij de wet anders bepaalt; bij gebreke daarvan vervalt het recht om zich op dergelijke bewijsstukken te beroepen. Indien het aangevoerde bewijsmateriaal onvoldoende is om de zaak volledig op te helderen, zal de rechtbank de partijen gelasten aanvullend bewijsmateriaal aan te voeren. De rechter kan ambtshalve de aandacht van de partijen vestigen op de behoefte aan nader bewijs en kan de verkrijging van dergelijk bewijs gelasten, ook al verzetten de partijen zich daartegen.

De partijen kunnen verzoeken dat het volgende bewijs wordt geleverd: documenten, deskundigenrapporten, getuigenverklaringen, inspecties ter plaatse en het verhoor van een partij op verzoek van de partij die een bekentenis van de tegenpartij nastreeft. Het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering regelt ook materiële bewijsmiddelen, die in bepaalde categorieën van burgerlijke procedures (bv. echtscheidingsprocedures) relevant kunnen zijn.

2.2 Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

De rechter beoordeelt eerst of het door de partijen aangevoerde bewijs toelaatbaar is en doet vervolgens uitspraak over de te bewijzen feiten, het toegelaten bewijs en de verplichtingen van de partijen ten aanzien van het leveren van bewijs. Voor zover mogelijk wordt het bewijs geleverd tijdens de zitting waarop het ontvankelijk wordt verklaard.

Voor de bewijsverkrijging gelden enkele essentiële voorschriften: het bewijs moet wordt verkregen in de door de rechter bepaalde volgorde; voor zover mogelijk moet bewijs op dezelfde zitting worden verkregen; het bewijs moet worden verzameld voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak; bewijs en tegenbewijs moeten zoveel mogelijk tegelijkertijd worden verzameld.

Het bewijs wordt afgenomen tijdens een openbare zitting voor de rechtbank die de zaak behandelt, tenzij de wet anders bepaalt. Indien het bewijs om objectieve redenen alleen kan worden afgenomen buiten de gemeente waar de rechtbank is gevestigd, kan dit gebeuren door middel van een gerechtelijke delegatie door een rechtbank van hetzelfde niveau of, indien er in die gemeente geen dergelijke rechtbank bestaat, door een lagere rechtbank.

2.3 In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

Bewijs mag alleen worden gebruikt als het voldoet aan bepaalde eisen op het gebied van rechtmatigheid, aannemelijkheid, relevantie en bewijskracht. Wat de rechtmatigheid betreft, moet het gevraagde bewijs een bij wet voorzien bewijsmiddel zijn en mag het niet bij wet verboden zijn. Wat de aannemelijkheid betreft, mag het gevraagde bewijs niet in strijd zijn met algemeen erkende natuurwetten. Wat de relevantie betreft, moet het bewijsmateriaal verband houden met het voorwerp van de procedure; het moet dus betrekking hebben op feiten die moeten worden bewezen ter ondersteuning van de vorderingen of verweren die door de partijen naar voren zijn gebracht. Om toelaatbaar te zijn, moet het bewijs ook aannemelijk zijn en kunnen bijdragen aan de afhandeling van de procedure.

In het geval van bewijsstukken moet de rechtbank een verzoek om overlegging van een document afwijzen: wanneer de inhoud van het document strikt persoonlijke aangelegenheden betreft die verband houden met de waardigheid of de persoonlijke levenssfeer van een persoon; wanneer het overleggen van het document een schending van de geheimhoudingsplicht zou inhouden; of wanneer dit zou leiden tot een strafrechtelijke procedure tegen de partij, diens echtgenoot of echtgenote, of een familielid of schoonfamilielid tot en met de derde graad.

Getuigenverklaringen zijn niet toelaatbaar voor rechtshandelingen met een waarde van meer dan 250 RON, waarvoor de wet schriftelijk bewijs voorschrijft. Getuigenbewijs dat in strijd is met de inhoud van een document, is evenmin toelaatbaar.

Het bewijs wordt door de eiser in de inleidende vordering of door de verweerder in het verweerschrift aangevoerd. Bewijs dat niet op deze wijze is aangevoerd, kan door de rechtbank worden opgevraagd en toegelaten in een van de volgende situaties: de noodzaak aan bewijs vloeit voort uit een wijziging van de vordering; de noodzaak van bewijs ontstaat in de loop van de procedure, en de partij dat niet kan hebben voorzien; de partij overtuigt de rechter dat er gegronde redenen zijn waarom zij het verzochte bewijs niet binnen de toegestane termijn kon indienen; de bewijsverkrijging leidt niet tot uitstel van het proces; alle partijen hebben hiermee uitdrukkelijk ingestemd.

2.4 Wat zijn de verschillende bewijsmiddelen?

Een rechtshandeling of een feit kan worden bewezen door middel van documenten, getuigen, vermoedens, een bekentenis van een van beide partijen (hetzij vrijwillig afgelegd, hetzij verkregen tijdens een verhoor), een deskundigenrapport, materieel bewijs, inspecties ter plaatse of enig ander bij wet toegestaan middel.

2.5 Wat zijn de methodes om bewijs te verkrijgen van getuigen en zijn deze verschillend van de middelen om bewijs te verkrijgen van deskundigen? Wat zijn de regels betreffende het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten/-adviezen?

Getuigen worden door de partijen voorgedragen, hetzij door de eiser in het verzoekschrift, hetzij door de verweerder in het verweerschrift. Nadat de rechtbank de getuigenverklaringen heeft toegestaan, roept zij de getuigen op voor verhoor.

Wanneer de rechtbank het passend acht om deskundigenadvies in te winnen ter verduidelijking van bepaalde feiten, benoemt zij, op verzoek van de partijen of ambtshalve, één of drie deskundigen en vaardigt zij een beschikking uit waarin de aangelegenheden worden gespecificeerd waarover zij hun advies moeten geven, alsmede de termijn voor hun rapport. De bevindingen van de deskundigen worden vastgelegd in een deskundigenrapport. Indien dit gerechtvaardigd is, kan de rechtbank op verzoek van de partijen of ambtshalve opdracht geven tot het opstellen van een aanvullend rapport door een andere deskundige.

Wat schriftelijk bewijs betreft, kan elke partij de stukken waarop zij zich tijdens de procedure wil baseren, indienen in de vorm van naar behoren gewaarmerkte afschriften. De partij moet tevens over het origineel beschikken en dit op verzoek ter terechtzitting kunnen overleggen; bij gebreke daarvan wordt het stuk niet in aanmerking genomen. De rechter kan de tegenpartij gelasten een document dat in haar bezit is, over te leggen indien het document gemeenschappelijk is voor de partijen, als de tegenpartij er zelf naar heeft verwezen tijdens het proces, of als de tegenpartij verplicht is het te verstrekken. Indien een document in het bezit is van een partij en niet voor de rechtbank kan worden gebracht, kan de rechtbank een rechter aanwijzen in wiens aanwezigheid de partijen het document kunnen onderzoeken op de plaats waar het wordt bewaard. Als een document in het bezit is van een derde partij, kan die partij als getuige worden opgeroepen en worden bevolen het document mee te nemen.

De bewijsvoering vindt plaats voor de rechtbank, in de raadkamer. Wanneer de bewijsvoering in een andere gemeente moet plaatsvinden, wordt deze uitgevoerd door middel van een gerechtelijke delegatie door een rechtbank van hetzelfde niveau of, indien er in die gemeente geen dergelijke rechtbank bestaat, door een lagere rechtbank. Indien de aard van het bewijs dit toelaat en de partijen hiermee instemmen, kan de rechtbank die het bewijs afneemt, afzien van het dagvaarden van de partijen.

2.6 Hebben bepaalde bewijsmiddelen meer bewijskracht dan andere?

Alle bewijsmiddelen hebben dezelfde bewijskracht, tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalt.

Authentieke akten worden door de partijen vaak aanvaard vanwege de voordelen die ze bieden, waaronder het vermoeden van authenticiteit, waardoor de partij die zich op een dergelijk document beroept, van de bewijslast wordt ontheven.

2.7 Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Voor rechtshandelingen met een waarde van meer dan 250 RON mag uitsluitend schriftelijk bewijs worden aanvaard, hoewel er bepaalde uitzonderingen zijn waarbij ook getuigenverklaringen toelaatbaar zijn.

Zolang een authentieke akte niet vals wordt verklaard, vormt deze ten opzichte van eenieder volledig bewijs van de feitelijke vaststellingen die persoonlijk zijn gedaan door degene die het overeenkomstig de wet heeft gewaarmerkt. Verklaringen van de partijen die in een authentiek document zijn vastgelegd, vormen slechts bewijs totdat het tegendeel wordt bewezen.

Wanneer vermoedens aan het oordeel en de beoordeling van de rechter worden overgelaten, mag de rechter zich daarop alleen baseren indien ze voldoende gewicht en kracht hebben om de waarschijnlijkheid van het gestelde feit vast te stellen; dergelijke vermoedens mogen alleen worden toegelaten wanneer de wet getuigenbewijs toestaat.

2.8 Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Zie het antwoord op vraag 2.11.

2.9 In welke gevallen kan een getuige zich beroepen op het verschoningsrecht?

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vermeldt niet op welke gronden een getuige mag weigeren te getuigen, maar geeft slechts aan welke personen niet als getuige mogen worden gehoord en welke personen zijn vrijgesteld van het afleggen van getuigenverklaringen. Zie het antwoord op vraag 2.11.

2.10 Kan een persoon die weigert te getuigen, daartoe worden gedwongen? Kan hij worden gestraft?

De rechtbank legt een boete op aan elke getuige die niet verschijnt of weigert te getuigen. Indien een getuige na de eerste dagvaarding niet verschijnt, kan de rechtbank een bevel tot verschijning uitvaardigen om zijn of haar aanwezigheid af te dwingen. In dringende zaken kan de rechter een dergelijk bevel zelfs al vóór de eerste zitting uitvaardigen.

Indien een partij niet verschijnt of weigert vragen te beantwoorden, kan de rechtbank dit beschouwen als een volledige bekentenis of slechts als een begin van bewijs ten gunste van de partij die om het verhoor van die partij heeft verzocht.

2.11 Zijn er personen van wie geen getuigenis kan worden verkregen?

De volgende personen mogen niet als getuige worden gehoord: familieleden en aanverwanten tot en met de derde graad, echtgenoten, voormalige echtgenoten, verloofden of samenwonende partners, personen die vijandig staan tegenover of een belangenverstrengeling hebben met een van beide partijen, personen onder bijzondere voogdij en personen die zijn veroordeeld wegens meineed.

In procedures betreffende ouderschap, echtscheiding of andere familiezaken kan de rechtbank familieleden en aanverwanten horen, met uitzondering van nakomelingen.

De volgende personen zijn ontheven van de plicht als getuige te verschijnen:

  • geestelijken, artsen, apothekers, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, bemiddelaars, verloskundigen en verpleegkundigen, alsmede alle andere beroepsbeoefenaars die wettelijk gebonden zijn aan het beroeps- of ambtsgeheim met betrekking tot feiten waarvan zij kennis hebben gekregen tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden of beroep, zelfs nadat zij hun werkzaamheden hebben beëindigd;
  • rechters, openbare aanklagers en overheidsfunctionarissen, ook nadat zij hun functie hebben neergelegd, met betrekking tot vertrouwelijke omstandigheden waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun functie;
  • personen die door hun antwoorden zichzelf, hun familieleden of aanverwanten, hun echtgenoot, voormalige echtgenoot enz. zouden blootstellen aan strafrechtelijke vervolging of publieke minachting.

2.12 Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologieën zoals videoconferencing?

De rechter roept getuigen op en bepaalt de volgorde waarin zij worden gehoord. Voorafgaand aan het verhoor wordt de identiteit van de getuige vastgesteld en wordt hem de eed afgenomen. Elke getuige moet apart worden gehoord. De getuige moet eerst de vragen van de voorzittende rechter beantwoorden en vervolgens, na toestemming van de voorzittende rechter, de vragen van de partij die de getuige heeft opgeroepen en van de tegenpartij. Een getuige die niet voor de rechter kan verschijnen, kan worden gehoord op de plaats waar hij of zij zich bevindt.

Er zijn geen wettelijke bepalingen die regelen in welke gevallen een getuigenverklaring met audiovisuele middelen mag worden opgenomen, maar dergelijke opnames zijn toelaatbaar. Zij kunnen naderhand op verzoek van een belanghebbende partij conform de wet worden getranscribeerd.

3 De waardering van het bewijs

3.1 Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

Indien de partij die een document heeft overgelegd, erop staat zich daarop te beroepen, hoewel het als vervalsing is aangevochten en die betwisting niet is ingetrokken, en indien er aanwijzingen zijn met betrekking tot de maker van de vervalsing of een medeplichtige, kan de rechtbank de procedure schorsen en het vermeende valse document onmiddellijk, vergezeld van een daartoe opgesteld rapport, voor onderzoek doorsturen naar het bevoegde Openbaar Ministerie. Wanneer geen strafrechtelijke vervolging kan worden ingesteld of voortgezet, wordt het onderzoek naar de vervalsing uitgevoerd door de burgerlijke rechtbank.

Bovendien legt de rechter een boete op aan eenieder die te kwader trouw het handschrift of de handtekening op een document of de authenticiteit van een geluids- of video-opname betwist.

Bij de beoordeling van getuigenverklaringen houdt de rechtbank rekening met de oprechtheid van de getuigen en de omstandigheden waarin de feiten waarover zij getuigen, hun ter kennis zijn gekomen. Indien er in de loop van het onderzoek aanwijzingen zijn voor meineed of omkoping van getuigen, stelt de rechtbank een rapport op en verwijst zij de zaak naar de bevoegde vervolgingsinstantie.

3.2 Geldt ook de verklaring van een partij als bewijs?

Een erkenning is de bevestiging door een van de partijen van een feit waarop de wederpartij haar vordering of verweer baseert. Een erkenning ter zitting is volledig bewijs tegen de erkennende persoon en kan niet in afzonderlijke delen in aanmerking worden genomen, tenzij die delen betrekking hebben op afzonderlijke feiten zonder onderlinge samenhang. Buitengerechtelijke erkenningen worden buiten de procedure gedaan en worden door de rechtbank beoordeeld. Ze zijn onderworpen aan de toelaatbaarheids- en bewijsvoeringseisen die volgens het gewone recht van toepassing zijn op andere vormen van bewijs.

De rechtbank kan bevelen dat een van beide partijen wordt ondervraagd over persoonlijke feiten die kunnen leiden tot de beslechting van de zaak.

4 Heeft deze lidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de verordening inzake bewijsverkrijging andere autoriteiten aangewezen die bevoegd zijn om overeenkomstig de verordening bewijs te verkrijgen met het oog op een gerechtelijke procedure in burgerlijke en handelszaken? Zo ja, in welke procedures zijn zij bevoegd bewijs te verkrijgen? Kunnen zij alleen verzoeken om bewijs te verkrijgen of kunnen zij ook bijstand verlenen bij het verkrijgen van bewijs naar aanleiding van een verzoek van een andere lidstaat? Zie ook de mededeling op grond van artikel 2, lid 1, van de verordening inzake bewijsverkrijging

Er is geen andere instantie in kennis gesteld.

 

Links

https://www.just.ro

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina