1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?
In artikel 382 van het burgerlijk wetboek (Civillikums) is bepaald dat de nalatenschap van een overleden persoon alles omvat wat de persoon bezat op het moment van overlijden. Daarom kunnen de erfgenamen alles erven wat de overledene bezat; de enige uitzondering op deze regel is artikel 701, waarin is bepaald dat verplichtingen en rechten van strikt persoonlijke aard niet op de erfgenamen kunnen worden overgedragen. In het algemene erfrecht is dus louter bepaald dat erfgenamen geen rechten erven waarvan het bestaan nauw verbonden is met de overledene zelf — deze beperking geldt bijvoorbeeld niet voor het eigendomsrecht van onroerende goederen.
Er is echter geen automatische overdracht aan de erfgenaam van het recht om partner te zijn in een maatschap (artikel 2262, lid 4, van het burgerlijk wetboek), in een vennootschap onder firma (tenzij dit is toegestaan door de vennootschapsovereenkomst of overeengekomen door alle leden van de vennootschap (artikel 104 van het wetboek van koophandel (Komerclikums)), het recht om commanditaire vennoot te zijn in een commanditaire vennootschap (tenzij dit is toegestaan door de vennootschapsovereenkomst (artikel 133 van het wetboek van koophandel)), het recht op aandelen in een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (tenzij dit is toegestaan door de statuten van de vennootschap (artikel 191 van het wetboek van koophandel)), en het recht op lidmaatschap van een vereniging, tenzij bij wet anders is bepaald (artikel 29, lid 4, van de wet op de verenigingen en stichtingen (Biedrību un nodibinājumu likums)).
Als de erfgenaam geen vennoot wordt, dan heeft hij recht, in verhouding tot zijn deel van de nalatenschap, op wat de overleden vennoot bij de eindafrekening verschuldigd zou zijn geweest als de vennootschap bij het openvallen van de nalatenschap zou zijn ontbonden, of, als de erfgenaam geen aandelen in een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid kan bezitten, wordt hij gecompenseerd in overeenstemming met wat de overleden aandeelhouder zou hebben ontvangen als de vennootschap bij het openvallen van de nalatenschap zou zijn ontbonden.
Evenzo gelden er in Letland beperkingen voor transacties met betrekking tot de eigendom van grond en landbouwgrond. Deze beperkingen zijn vastgelegd in de wet op grondprivatisering in plattelandsgebieden (Likums par zemes privatizāciju lauku apvidos) en de wet op de landhervorming in de steden van de Republiek Letland (Likums par zemes reformu Latvijas Republikas pilsētās). Deze beperkingen gelden echter niet voor erfopvolgingen.
2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?
De hierboven vermelde speciale regels zijn van toepassing ongeacht het nationale recht dat van toepassing is op de nalatenschap van een overledene.
3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?
Er zijn geen bijzondere procedures.