1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?
Het Groothertogdom Luxemburg kent verschillende insolventieprocedures.
Twee van deze procedures gelden voor handelaren (natuurlijke personen en rechtspersonen):
- De faillissementsprocedure, als bedoeld in het wetboek van koophandel (Code de Commerce), heeft tot doel de activa van een handelaar die insolvent en niet-kredietwaardig is geworden, te gelde te maken;
- De procedure voor gerechtelijke reorganisatie is een instrument om een onderneming in financiële moeilijkheden in staat te stellen zich te reorganiseren om faillissement te voorkomen. Zij heeft tot doel, onder toezicht van de rechter, de continuïteit van alle of een deel van de activa of activiteiten van de onderneming te behouden.
Het inleiden van een procedure voor gerechtelijke reorganisatie kan tot doel hebben:
- opschorting te verkrijgen om een minnelijke schikking te kunnen treffen;
- de instemming van de schuldeisers met het reorganisatieplan te verkrijgen;
- toestaan dat alle of een deel van de goederen of activiteiten bij rechterlijke beslissing aan een of meer derden worden overgedragen.
De procedure voor gerechtelijke reorganisatie kan worden ingeleid door:
- commerciële rechtspersonen;
- maatschappelijk middenveld;
- natuurlijke personen die een commerciële activiteit uitoefenen; en
- ambachtslieden.
Er zijn ook insolventieprocedures die specifiek gelden voor notarissen, kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen en instellingen voor collectieve belegging (aangezien deze procedures specifiek zijn voor een bepaalde beroepsgroep of bedrijfssector, worden zij op dit inlichtingenblad niet beschreven).
2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?
1. Faillissement
De faillissementsprocedure wordt ingeleid door de faillissementsaanvraag van de schuldenaar, door een verzoek van een of meer schuldeisers om faillietverklaring van de schuldenaar of door een rechtbank.
Handelaren moeten het faillissement aanvragen bij de griffie van de districtsrechtbank voor handelszaken (tribunal d’arrondissement) in het rechtsgebied waar de handelaar zijn woonplaats of statutaire zetel heeft. Dit moet gebeuren binnen één maand na de datum waarop aan de faillissementsvoorwaarden wordt voldaan.
Wanneer een of meer schuldeisers van de schuldenaar het faillissement van de handelaar willen aanvragen, moeten zij een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Deze roept de handelaar via een exploot op om binnen acht dagen (exploot met vaste datum) voor de districtsrechtbank voor handelszaken te verschijnen, zodat een beslissing kan worden genomen over de gronden van de faillissementsaanvraag.
Een faillissementsprocedure kan ook door een rechtbank worden ingeleid op basis van de informatie waarover deze beschikt. In dit geval moet de rechtbank de gefailleerde via de griffie oproepen om zijn situatie uit te leggen aan de rechtbank, die zitting houdt in kamers.
Alvorens een handelaar failliet te verklaren moet de districtsrechtbank voor handelszaken (tribunal de commerce) controleren of de persoon of vennootschap in kwestie aan de drie volgende voorwaarden voldoet:
- Status van handelaar: een natuurlijke persoon die in de uitoefening van zijn normale beroep (hoofdberoep of bijberoep) bij wet als commercieel omschreven handelingen uitvoert (bv. de in artikel 2 van het wetboek van koophandel vermelde handelingen), of een rechtspersoon die is opgericht in een van de vormen als bedoeld in de gewijzigde wet van 10 augustus 1915 betreffende handelsvennootschappen (loi modifiée du 10 août 1915 concernant les sociétés commerciales) (bv. naamloze vennootschap (société anonyme), besloten vennootschap (société à responsabilité limitée), coöperatie enz.);
- Staking van betalingen: De staking van betalingen veronderstelt onbetaalde vaststaande, liquide en opeisbare schulden, (bv. lonen, sociale zekerheid, enz.), waarbij termijn- of voorwaardelijke schulden en louter natuurlijke verplichtingen niet volstaan; en
- Verlies van kredietwaardigheid: de handelaar kan niet langer krediet krijgen van banken, leveranciers of schuldeisers.
Hoewel de weigering of het onvermogen om één enkele onbetwistbare en opeisbare schuld (ongeacht het bedrag) te betalen, in beginsel voldoende is om de staat van staking van betalingen vast te stellen, betekent een simpel cashflowprobleem niet dat er sprake is van de staat van faillissement, mits de handelaar het krediet kan krijgen dat nodig is om de handelsactiviteiten voort te zetten en de verbintenissen na te komen.
2. Gerechtelijke reorganisatie
Er wordt een procedure voor gerechtelijke reorganisatie ingeleid, wanneer de schuldenaar zelf een verzoek indient bij districtsrechtbank voor handelszaken. Het gaat dus om een vrijwillige procedure. Een procedure voor gerechtelijke reorganisatie door overdracht bij rechterlijke beslissing kan echter worden opgelegd aan de schuldenaar, op verzoek van de openbaar aanklager, middels de dagvaarding van een schuldeiser of op verzoek van een persoon die belang heeft bij de volledige of gedeeltelijke overname van de onderneming.
De voorwaarden voor het inleiden van een procedure voor gerechtelijke reorganisatie zijn als volgt:
- Status van handelaar of ambachtsman: De procedure voor gerechtelijke reorganisatie kan worden ingeleid door handelaren, ambachtslieden en handelsondernemingen.
- Bedreiging van de continuïteit van de onderneming of financiële moeilijkheden: De onderneming moet in financiële moeilijkheden verkeren die tot staking van betalingen kunnen leiden. De financiële moeilijkheden moeten voldoende ernstig zijn om een gerechtelijke tussenkomst te rechtvaardigen, maar een reorganisatie van de onderneming moet nog steeds tot de mogelijkheden behoren.
- Staat van faillissement: Het bestaan van een staat van faillissement mag geen belemmering vormen voor het inleiden of voortzetten van een gerechtelijke reorganisatie. Een failliete onderneming kan een herstructurering overwegen en zo een volledige verrekening te vermijden.
- Voorgaande reorganisatieprocedure: Als de schuldenaar in de afgelopen drie jaar al baat heeft gehad bij een gerechtelijke reorganisatie, is een nieuwe procedure alleen mogelijk als deze tot doel heeft de activa of activiteiten van de onderneming geheel of gedeeltelijk over te dragen bij rechterlijke beslissing.
3. Overmatige schuldenlast
Een overmatige schuldenlast van natuurlijke personen wordt omschreven als een situatie waarin een in het Groothertogdom Luxemburg woonachtige schuldenaar duidelijk niet in staat is om al zijn opeisbare en weldra opeisbare niet-zakelijke schulden te voldoen en om de verbintenis na te komen die hij is aangegaan om zich hoofdelijk borg te stellen voor de schulden van een eenmanszaak of een vennootschap of om deze schulden te betalen, mits hij rechtens of feitelijk geen bestuurder van die vennootschap is geweest.
De procedure voor collectieve schuldenregeling bestaat uit drie fasen:
- de minnelijke fase, die plaatsvindt voor de bemiddelingscommissie voor overmatige schuldenlast (Commission de médiation en matière de surendettement);
- de gerechtelijke reorganisatiefase, die plaatsvindt voor het vredegerecht (juge de paix) van de woonplaats van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast;
- de schuldsaneringsfase, ook “persoonlijk faillissement” (faillite civile) genoemd, die plaatsvindt voor het vredegerecht van de woonplaats van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast.
Er zij op gewezen dat de schuldsaneringsfase, die ondergeschikt is aan de twee andere fasen van de procedure voor collectieve schuldenregeling, alleen kan worden ingeleid, wanneer de schuldenaar met een overmatige schuldenlast zich in een onherstelbaar slechte situatie bevindt, die wordt omschreven als een situatie waarin de schuldenaar niet in staat is tot uitvoering van:
- de maatregelen van de minnelijke regeling, of
- de maatregelen die door de bemiddelingscommissie zijn voorgesteld als onderdeel van de minnelijke schikking, en
- de maatregelen die in de gerechtelijke reorganisatieprocedure zijn vastgesteld.
Ook moet worden opgemerkt dat verzoeken om een minnelijke procedure moeten worden gericht aan de voorzitter van de bemiddelingscommissie.
Een formulier voor een minnelijke procedure kan van de website https://justice.public.lu worden gedownload op het volgende adres:
https://justice.public.lu/fr/creances/surendettement.html
Bovendien moeten schuldeisers van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast hun vorderingen indienen bij de voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast (Service d’information et de conseil en matière de surendettement). Een formulier voor het indienen van de vorderingen kan van de website www.justice.public.lu worden gedownload op het volgende adres:
https://justice.public.lu/fr/creances/surendettement.html
3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?
1. Faillissement
Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt gefailleerden automatisch het recht ontnomen om hun activa te beheren, ook de activa die de gefailleerde na de faillietverklaring verwerft.
De ontneming van het beheersrecht heeft betrekking op alle roerende en onroerende activa van de gefailleerde. Dit mechanisme heeft tot doel de belangen van de gezamenlijke schuldeisers te beschermen.
Over het algemeen gaat de curator naar de gebouwen van de gefailleerde om een inventarisatie te maken van de activa die zich daarin bevinden. De curator moet daarbij onderscheid maken tussen de activa die volledig eigendom zijn van de gefailleerde, en de activa waarop derden diverse eigendomsrechten kunnen doen gelden.
Bij de tegeldemaking van de roerende en onroerende activa zorgt de curator ervoor dat alle activa van de gefailleerde worden verkocht in het beste belang van de gezamenlijke schuldeisers. Om die activa te kunnen verkopen, heeft de curator toestemming van de rechtbank nodig. De roerende en onroerende activa moeten worden verkocht volgens de bepalingen van het wetboek van koophandel. De opbrengst moet worden gestort op de bankrekening die op naam van de insolventieprocedure is geopend.
2. Overmatige schuldenlast
De rechtbank laat de financiële en de sociale situatie van de schuldenaar beoordelen om de vorderingen te verifiëren en de waarde van de activa en passiva te bepalen.
Nadat de rechtbank heeft beslist om de schuldsaneringsprocedure in te leiden en heeft bepaald dat er activa zijn die te gelde kunnen worden gemaakt, gaat de rechtbank over tot de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar.
De rechtbank beslist over alle betwiste vorderingen en gelast de tegeldemaking van de persoonlijke bezittingen van de schuldenaar. Alleen meubilair dat de schuldenaar nodig heeft voor zijn dagelijkse leven, en niet-zakelijke bezittingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, zijn uitgesloten. De activa van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast worden in de schuldsaneringsprocedure te gelde gemaakt overeenkomstig de doelstelling van de wet, namelijk de financiële situatie van de schuldenaar te verbeteren door hem en zijn gezin een menswaardig leven mogelijk te maken.
De rechten en handelingen van de schuldenaar met betrekking tot zijn activa worden tijdens de tegeldemaking uitgeoefend door een door de rechtbank aangewezen vereffenaar.
De vereffenaar heeft zes maanden de tijd om de activa van de schuldenaar op minnelijke basis te verkopen of om een gedwongen verkoop te organiseren.
Gevolgen van de schuldsaneringsprocedure:
- Wanneer de opbrengst van de tegeldemaking van de activa voldoende is om de schuldeisers te voldoen, gelast de rechtbank de beëindiging van de procedure.
- Wanneer de opbrengst van de tegeldemaking van de activa onvoldoende is om de schuldeisers te voldoen, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.
- Wanneer de schuldenaar alleen beschikt over het meubilair dat hij nodig heeft voor zijn dagelijkse leven, en over niet-zakelijke bezittingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.
- Wanneer de activa geen marktwaarde hebben of wanneer verkoop van de activa onevenredig hoge kosten in vergelijking met hun marktwaarde met zich mee zou brengen, gelast de rechtbank beëindiging wegens ontoereikende activa.
Beëindiging wegens ontoereikende activa heeft tot gevolg dat alle niet-zakelijke schulden van de schuldenaar worden kwijtgescholden.
Bij de kwijtschelding van de niet-zakelijke schulden van de schuldenaar wordt echter geen rekening gehouden met:
- schulden die een borg of medeschuldenaar heeft betaald in plaats van de schuldenaar;
- in artikel 46 van de wet genoemde schulden, dat wil zeggen lopende betalingen van onderhoudsschulden en geldbedragen die aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden zijn toegekend wegens toegebracht lichamelijk letsel.
De in artikel 46 van de wet genoemde schulden kunnen echter worden kwijtgescholden, wanneer de betrokken schuldeiser heeft ingestemd met de verlichting, herschikking of kwijtschelding van de schulden in kwestie.
4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?
1. Faillissement
Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt gefailleerden automatisch het recht ontnomen om hun activa te beheren, ook de activa die de gefailleerde later verwerft.
Na de faillietverklaring wordt het beheer van de activa van de schuldenaar opgedragen aan een curator.
Wanneer de gefailleerde een rechtspersoon is, bestaat de insolvente boedel uit alle activa en passiva van de vennootschap, met uitzondering van rechten die vennoten in die hoedanigheid bezitten.
Curatoren worden gekozen uit degenen die de beste garanties kunnen bieden op het gebied van intelligentie en zorgvuldigheid van hun beheer.
In de praktijk kiezen rechters bij de districtsrechtbank voor handelszaken de curatoren uit de lijst van advocaten. Wanneer dit nodig is in het belang van de gefailleerde, kan de rechtbank echter ook notarissen of accountants/auditoren benoemen.
Zoals bij alle procedures waarbij handelaren zijn betrokken, is de districtsrechtbank voor handelszaken bevoegd in faillissementszaken.
Het is derhalve de handelsrechtbank die het faillissement uitspreekt, de datum van de staking van betalingen bepaalt, de verschillende betrokkenen (rechter-commissaris, curator) benoemt, de datum voor de indiening van vorderingen en de datum voor de voltooiing van het verslag inzake de verificatie van de vorderingen vaststelt, en de beëindiging van de faillissementsprocedure gelast.
Het beheer van de activa wordt opgedragen aan een door de rechtbank aangewezen curator, die verantwoordelijk is voor de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar en de verdeling van de opbrengst onder de verschillende schuldeisers, overeenkomstig de regels voor preferente vorderingen en zakelijke zekerheden.
De rechter-commissaris is verantwoordelijk voor het toezicht op de faillissementsprocedure, het beheer en de tegeldemaking. Tijdens een zitting brengt hij verslag uit over eventuele geschillen en geeft hij opdracht om dringende maatregelen te nemen, teneinde de insolvente boedel veilig te stellen en te beschermen. Tevens leidt hij de vergaderingen van schuldeisers van de gefailleerde.
Nadat het faillissement is uitgesproken, wordt failliete handelaren het recht ontnomen om hun activa te beheren en kunnen zij niet langer betalingen verrichten of transacties of andere handelingen met betrekking tot die activa uitvoeren.
2. Gerechtelijke reorganisatie
In het kader van een gerechtelijke reorganisatie wordt op verzoek van de schuldenaar een gerechtsmandataris benoemd, als dit noodzakelijk is om de doelstellingen van de reorganisatie te verwezenlijken. Zodra deze persoon in functie is, kunnen zijn bevoegdheden variëren afhankelijk van de specifieke behoeften van de schuldenaar en de beslissing van de rechtbank. Zijn rol kan beperkt blijven tot het louter ondersteunen bij het beheer, of kan zich uitstrekken tot het voorbereiden en het faciliteren van een overeenkomst. In het kader van een gerechtelijke reorganisatie door overdracht door een rechterlijke beslissing is de gerechtsmandataris verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van de overdracht in naam en voor rekening van de schuldenaar. Aangezien elke situatie uniek is, zijn de verantwoordelijkheden van de gerechtsmandataris aangepast aan de omstandigheden en behoeften van de schuldenaar.
Wanneer er sprake is van ernstige en gekwalificeerde fout van de schuldenaar of van een van zijn organen, kan er op verzoek van een belanghebbende derde of de openbaar aanklager een voorlopige bestuurder worden aangesteld. Hij of zij heeft vervolgens tot taak de directie van de onderneming te vervangen en gedurende de gehele duur van de opschorting het beheer van de onderneming waar te nemen.
De schuldenaar speelt daarentegen een proactieve rol bij het inleiden van de procedure, het opstellen en uitvoeren van het reorganisatieplan, en werkt samen met de schuldeisers en de gerechtelijke autoriteiten om de financiële gezondheid van de onderneming te herstellen.
3. Overmatige schuldenlast
Wat betreft de verplichtingen van de schuldenaar en de gevolgen voor de activa van de schuldenaar van het inleiden van de procedure voor collectieve schuldenregeling, moet worden opgemerkt dat de schuldenaar is onderworpen aan een verplichting van goed gedrag.
Tijdens de periode van goed gedrag:
- moet de schuldenaar met de bij de procedure betrokken autoriteiten en instanties samenwerken door uit eigen beweging informatie te verstrekken over zijn activa, inkomsten en schulden, en eventuele wijzigingen in zijn situatie;
- moet de schuldenaar voor zover mogelijk een bezoldigde bezigheid verrichten die aansluit bij zijn capaciteiten;
- mag de schuldenaar zijn insolventie niet verergeren en moet hij plichtsgetrouw handelen om zijn schulden te verminderen;
- mag de schuldenaar geen schuldeisers bevoordelen, met uitzondering van onderhoudsgerechtigden voor lopende betalingen, verhuurders voor lopende huurbetalingen voor huisvesting die aan de basisbehoeften van de schuldenaar voldoet, leveranciers van goederen en diensten die noodzakelijk zijn voor een waardig leven, en schuldeisers voor lopende betalingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de betaling door de schuldenaar van schadevergoeding wegens lichamelijk letsel als gevolg van opzettelijke gewelddaden;
- moet de schuldenaar de verbintenissen in het kader van de procedure nakomen.
Bij de procedure zijn twee typen instanties betrokken, afhankelijk van de vraag of de procedure zich in de minnelijke fase of de gerechtelijke fase bevindt.
De minnelijke fase vindt plaats voor de bemiddelingscommissie. De leden van de bemiddelingscommissie worden door de minister benoemd. De commissie heeft een voorzitter en een secretaris en komt ten minste eenmaal per kwartaal bijeen. Om lid van de bemiddelingscommissie te kunnen worden, moeten de kandidaten onder meer een verklaring omtrent het gedrag overleggen. Na hun benoeming zijn de leden wettelijk verplicht de minister in kennis te stellen van eventuele tegen hen gevoerde strafrechtelijke procedures of uitgesproken strafrechtelijke veroordelingen, zodat zij kunnen worden vervangen. De leden van de bemiddelingscommissie ontvangen een toelage van 10 EUR per zitting en de voorzitter ontvangt een toelage van 20 EUR per zitting.
De bemiddelingscommissie beslist met name of verzoeken om de procedure moeten worden aanvaard en of ingediende vorderingen toelaatbaar zijn. Ook heeft de commissie tot taak ontwerpen voor minnelijke regelingen die naar aanleiding van een onderzoek door de voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast (hierna: “de dienst”) bij haar zijn ingediend, goed te keuren of te wijzigen.
Als de voorgestelde regeling binnen zes maanden na goedkeuring van de procedure door de commissie niet door de belanghebbende partijen is aanvaard, stelt de commissie een verslag op waarin wordt vermeld dat de minnelijke procedure is mislukt. Binnen twee maanden na de datum waarop dit verslag in het register is gepubliceerd, kan de schuldenaar een gerechtelijke reorganisatieprocedure aanhangig maken bij het vredegerecht van zijn woonplaats. Als de schuldenaar dit verzoek niet binnen de aangegeven termijn indient, kan hij pas een nieuwe procedure voor collectieve schuldenregeling aanhangig maken, nadat een periode van twee jaar is verstreken sinds de datum waarop het verslag in het register is gepubliceerd.
Na het inleiden van de gerechtelijke reorganisatiefase worden de partijen opgeroepen om voor het vredegerecht te verschijnen, dat van hen kan verlangen alle documenten of informatie te verstrekken aan de hand waarvan de activa en/of passiva van de schuldenaar kunnen worden vastgesteld.
Op basis van de verstrekte informatie stelt de rechtbank een reorganisatieplan op, waarin maatregelen worden opgenomen die de schuldenaar in staat stellen zijn verbintenissen na te komen.
Het door de rechtbank opgestelde reorganisatieplan geldt maximaal zeven jaar en vervalt in een beperkt aantal gevallen (met name wanneer de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen in het kader van het reorganisatieplan heeft voldaan).
5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?
1. Gerechtelijke reorganisatie
In het kader van de reorganisatie kan worden bepaald dat opgeschorte vorderingen (vorderingen die zijn uitgesteld) niet mogen worden verrekend met schulden die de schuldeiser na de goedkeuring van het reorganisatieplan jegens de onderneming kan hebben.
Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. De regel is niet van toepassing op samenhangende vorderingen (vorderingen die met elkaar verbonden zijn, bijvoorbeeld in het kader van hetzelfde contract of dezelfde transactie) of op vorderingen die op grond van een vóór de inleiding van de reorganisatieprocedure gesloten overeenkomst, al konden worden verrekend.
2. Faillissement
“Met betrekking tot faillissement is het vaste rechtspraak dat er na de faillietverklaring geen wettelijke, gerechtelijke of minnelijke verrekening meer mogelijk is, ook niet tussen reeds bestaande vorderingen, wanneer zij tot dat moment een van de drie kenmerken liquiditeit, opeisbaarheid en fungibiliteit misten. Hoewel de faillietverklaring dus wettelijke verrekening kan beletten, mag niet worden geconcludeerd dat dit absoluut is of terugwerkende kracht heeft. De faillietverklaring heeft geen gevolgen voor wettelijke verrekening, wanneer aan de voorwaarden daarvoor werd voldaan, voordat de faillissementsprocedure werd ingeleid. Het hof van beroep (Cour d’appel) heeft geoordeeld dat de verdachte periode dit soort verrekening niet belet. Wettelijke verrekening is mogelijk ondanks de staking van betalingen. Het is geen handeling van de schuldenaar, aangezien deze plaatsvindt zonder zijn medeweten; artikel 445 van het wetboek van koophandel verwijst er niet naar.”
Wat gerechtelijke verrekening betreft: daartoe kan geen opdracht worden gegeven, nadat de collectieve procedure is ingeleid. Gerechtelijke verrekening is echter wel mogelijk tijdens de verdachte periode, mits de betreffende beschikking definitief is geworden (niet vatbaar is voor beroep). In dit geval kan verrekening pas werking hebben vanaf de datum van de beschikking.
Wat minnelijke verrekening betreft: daarvan kan uiteraard geen sprake meer zijn, nadat de collectieve procedure is ingeleid. Bovendien kan er geen minnelijke verrekening plaatsvinden tijdens de verdachte periode, omdat minnelijke verrekening in artikel 445 van het wetboek van koophandel wordt beschouwd als een ongebruikelijke betaalmethode die wordt geacht nietig te zijn. [1]”
Er moet echter worden opgemerkt dat de wet van 5 augustus 2005 betreffende financiële garanties (loi du 5 août 2005 sur les garanties financières) voorziet in specifieke uitzonderingen op de hierboven beschreven regels met betrekking tot bijvoorbeeld verrekeningsovereenkomsten die tussen partijen kunnen worden afgesloten op de datum waarop de insolventieprocedure wordt ingeleid (of zelfs daarna — zie artikel 18 e.v. van de wet van 5 augustus 2005 betreffende financiële garanties).
[1] “La compensation comme garantie d’une créance sur un débiteur en faillite”, Pierre Hurt, J.T., 2010, blz. 30.
6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?
1. Faillissement
Een van de belangrijkste problemen waarmee curatoren worden geconfronteerd, nadat de faillissementsprocedure is ingeleid, betreft lopende contracten die vóór de faillietverklaring zijn afgesloten. Met uitzondering van arbeidscontracten die van rechtswege eindigen op de datum waarop het faillissement wordt uitgesproken (artikel L.125-1 van het wetboek van Arbeid (Code du travail)), wordt er traditioneel van uitgegaan dat lopende contracten worden voortgezet, totdat zij door de curator worden beëindigd.
De curator moet de betrokken belangen tegen elkaar afwegen bij zijn beslissing of deze contracten tijdelijk moeten worden voortgezet. Als er clausules in het contract staan die bepalen dat het contract wordt beëindigd, wanneer een van de partijen failliet wordt verklaard, dient te worden beslist of de curator de toepasselijkheid van deze clausules moet betwisten (gelet op het feit dat de geldigheid van deze clausules discutabel is; zo worden deze clausules in België als ongeldig beschouwd in het kader van handelshuurcontracten).
In elk geval is de keuze tussen uitvoering en beëindiging van deze contracten in beginsel de uitsluitende verantwoordelijkheid van de curator. In geval van betwisting door de andere partij die zich beroept op beëindiging van het contract van rechtswege wegens faillissement, stelt de curator zich bloot aan een juridische procedure met een onzekere uitkomst en aan nieuwe kosten voor de insolvente boedel [1].
2. Gerechtelijke reorganisatie
Wanneer een procedure voor gerechtelijke reorganisatie wordt ingeleid, worden de gevolgen voor lopende overeenkomsten zodanig geregeld dat de onderneming haar activiteiten kan voortzetten, zodat zij zich gedurende de gehele procedure daadwerkelijk kan reorganiseren.
Continuïteitsbeginsel: In de regel leidt het inleiden van een procedure voor gerechtelijke reorganisatie niet tot de automatische beëindiging van lopende overeenkomsten. De lopende contracten blijven bestaan en de schuldenaar kan eenzijdig besluiten deze al dan niet uit te voeren, wanneer dit essentieel is voor de instandhouding van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming tijdens de reorganisatie.
Boetebedingen: De boetebedingen die bedoeld zijn om potentiële schade als gevolg van de niet-nakoming van de hoofdverbintenis op forfaitaire wijze te dekken, worden geschorst gedurende de periode van opschorting en tot de volledige uitvoering van het reorganisatieplan. De schuldeiser kan evenwel de door de niet-nakoming van de hoofdverbintenis werkelijk geleden schade in zijn opgeschorte vordering opnemen.
Bescherming van werknemers: Arbeidsovereenkomsten worden niet automatisch beëindigd door het inleiden van de reorganisatieprocedure. In het kader van het reorganisatieplan kan het echter nodig zijn ontslagen om economische redenen door te voeren of om arbeidsomstandigheden te wijzigen. Deze maatregelen moeten door de rechtbank worden goedgekeurd en de rechten van de werknemers moeten worden gerespecteerd.
[1] Bronnen: “Les procédures collectives au Luxembourg”, Yvette Hamilius en Brice Hellinckx (auteurs van hoofdstuk 3), Editions Larcier, 2014, blz. 86.
7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?
1. Faillissement
Tijdens een faillissementsprocedure worden de uitvoeringshandelingen ten aanzien van de handelaar en zijn activa opgeschort. Er is in het groothertogdom echter geen enkele wettekst van toepassing die schuldeisers belet maatregelen te nemen om de integriteit van de activa van hun schuldenaar te beschermen.
In al deze procedures hebben schuldenaren niet langer de beschikkingsvrijheid over hun activa. “Vanaf de faillietverklaring kan tegen de gefailleerde zelf geen rechtsvordering worden ingesteld met betrekking tot de activa die zijn afgewezen. “(Lux. 12 januari 1935, Pas. 14, blz. 27): “Concurrente schuldeisers en schuldeisers die een algemeen voorrecht genieten, kunnen tijdens het faillissement de failleerde of zelfs de curator niet dagvaarden om hun veroordeling te eisen, maar kunnen slechts optreden door middel van het indienen van de schuldvordering of een vordering tot erkenning van hun vordering.” (Cass. 13 november 1997, Pas. 30, blz. 265)
In bepaalde gevallen kunnen echter beschikkingshandelingen worden uitgevoerd met toestemming van de door de districtsrechtbank voor handelszaken gemachtigde persoon (met betrekking tot uitstel van betaling of beheer onder toezicht).
Bovendien worden door de faillietverklaring nog niet vervallen schulden opeisbaar en wordt de toepassing van rente onderbroken.
2. Gerechtelijke reorganisatie
Tijdelijk verbod op het te gelde maken van roerende of onroerende goederen: Voor de duur van de opschorting kunnen er geen individuele handelingen met het oog op het doen gelden van opgeschorte vorderingen worden ingesteld tegen de roerende of onroerende goederen van de schuldenaar.
3. Overmatige schuldenlast
Wat de collectieve schuldenregeling betreft, worden door de beslissing van de bemiddelingscommissie om het verzoek van de schuldenaar te aanvaarden, eventuele executiemaatregelen ten aanzien van het vermogen van de schuldenaar van rechtswege opgeschort (behalve maatregelen met betrekking tot onderhoudsverplichtingen), wordt de toepassing van rente onderbroken en worden nog niet vervallen schulden opeisbaar.
Als de minnelijke fase mislukt, kan het vredegerecht waarvoor de gerechtelijke fase wordt behandeld, eventuele executiemaatregelen opschorten onder dezelfde voorwaarden als hierboven vermeld.
8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?
1. Faillissement
Rechtszaken die al lopen wanneer de insolventieprocedure wordt ingeleid, kunnen rechtsgeldig worden voortgezet door de curator die in die hoedanigheid optreedt. De verzoekende partijen moeten in dergelijke gevallen echter de procedure reguleren door de curator in te schakelen, die als enige bevoegd is de failliete schuldenaar rechtsgeldig te vertegenwoordigen.
Wanneer de zaak tegen de schuldenaar is gericht, verkrijgen de schuldeisers die de procedure vóór het faillissement hebben aangespannen, een zekerheid die zij bij de tegeldemaking kunnen gebruiken. Deze zekerheid kan echter niet worden uitgewonnen, aangezien de faillietverklaring tot gevolg heeft dat de schuldenaar zijn activa niet meer mag beheren.
2. Gerechtelijke reorganisatie
Zodra een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie is ingediend, biedt de wet beschermende maatregelen om de schuldenaar de nodige tijd te geven om een efficiënte reorganisatie uit te voeren, zonder onmiddellijk onder druk te komen te staan door faillissementsprocedures of beslagleggingen, om de continuïteit van het bedrijf te behouden. Daartoe zijn de volgende maatregelen gepland:
Verbod op faillietverklaring: Zolang de rechter geen uitspraak heeft gedaan over het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie, kan de schuldenaar niet failliet worden verklaard, zelfs als de faillissementsprocedure of de tenuitvoerleggingsprocedure is ingeleid. Voor ondernemingen betekent dit ook dat zij niet gerechtelijk of administratief kunnen worden ontbonden zonder verrekening.
Opschorting van tenuitvoerleggingsprocedures: De tenuitvoerlegging van roerende of onroerende goederen die aan de schuldenaar toebehoren, mag niet plaatsvinden na de uitoefening van een executoriale titel. Dit betekent dat schuldeisers de activa van de schuldenaar niet in beslag kunnen nemen en verkopen tijdens de periode waarin het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie door de rechtbank wordt behandeld.
9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?
1. Faillissement
Door publicatie van de faillietverklaring in een of meer in Luxemburg verspreide dagbladen worden de schuldeisers erover geïnformeerd dat hun schuldenaar failliet is gegaan. Vervolgens moeten zij binnen de in de faillietverklaring gestelde termijn hun vorderingen, samen met hun zekerheden, indienen bij de griffie van de districtsrechtbank voor handelszaken. De griffier registreert de vorderingen en verstrekt een ontvangstbewijs.
De formulieren voor het aanmelden van vorderingen moeten worden ondertekend en moeten de achternaam, de voornaam, het beroep en het adres van de schuldeisers bevatten, alsook het bedrag van de vordering, de redenen voor de vordering en eventuele aan de vordering verbonden garanties of zekerheden. De diverse ingediende vorderingen worden vervolgens geverifieerd in aanwezigheid van de curator, de failliete schuldenaar en de rechter-commissaris.
Tijdens deze procedure kunnen schuldeisers in geval van een geschil worden opgeroepen om tijdens het kruisverhoor gedetailleerde uitleg te geven over hun vordering en de gegrondheid of het exacte bedrag ervan.
Als de curator heeft kunnen vaststellen welke activa onder de schuldeisers kunnen worden verdeeld, roept hij deze laatsten op voor een vergadering waarin de rekeningen worden gepresenteerd. Tijdens deze vergadering kunnen de schuldeisers hun mening geven over het verdelingsplan.
Als er onvoldoende activa zijn, wordt het faillissement voor beëindigd verklaard.
Als de curator zijn taak niet naar tevredenheid van de schuldeisers vervult, kunnen deze laatsten hun klachten indienen bij de rechter-commissaris, die zo nodig de curator kan vervangen.
2. Gerechtelijke reorganisatie
De betrokkenheid van schuldeisers bij een procedure voor gerechtelijke reorganisatie door middel van een collectieve overeenkomst is van cruciaal belang voor het welslagen van de reorganisatie. Belangrijke aspecten van deze betrokkenheid zijn:
- Deelname aan de onderhandelingen: Schuldeisers nemen deel aan onderhandelingen over de voorwaarden van het reorganisatie- of herstructureringsplan. Het plan kan voorstellen bevatten zoals schuldvermindering (gedeeltelijke kwijtschelding), herschikking van betalingen of omzetting van schulden in eigen vermogen.
- Stemming over het reorganisatieplan: Schuldeisers hebben het recht om te stemmen over het door de schuldenaar voorgestelde reorganisatieplan. Om te worden goedgekeurd moet het plan doorgaans de instemming krijgen van een meerderheid van de schuldeisers, vaak volgens categorieën van vorderingen (preferente schuldeisers, concurrente schuldeisers enz.). De precieze wijze van stemmen en de vereiste meerderheden kunnen variëren, afhankelijk van het type procedure.
- Toezicht op de uitvoering van het plan: Zodra het plan door de rechtbank is goedgekeurd en bekrachtigd, hebben schuldeisers recht om controle uit te oefenen op de uitvoering ervan. De commissaris inzake opschorting kan verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de correcte uitvoering van het plan en voor het afleggen van verantwoording aan de schuldeisers en de rechtbank. Als de schuldenaar het plan niet naleeft, kunnen schuldeisers om tussenkomst van de rechtbank verzoeken.
- Interventie in geval van moeilijkheden: Als zich tijdens de uitvoering van het plan moeilijkheden voordoen, kunnen schuldeisers ingrijpen en verzoeken om wijzigingen van het plan of, in ernstige gevallen, om de reorganisatieprocedure om te zetten in een faillissementsprocedure.
- Beroep en recht van betwisting: Schuldeisers kunnen beroep aantekenen tegen beslissingen die voor hen ongunstig zouden zijn, zoals de validering van betwiste vorderingen of de goedkeuring van het reorganisatieplan. Dit beroep moet worden ingesteld binnen de in de wet bepaalde termijnen en vormen.
Deze elementen moeten ervoor zorgen dat schuldeisers inspraak hebben in de reorganisatieprocedure door middel van een collectieve overeenkomst en dat hun rechten worden beschermd en de onderneming in moeilijkheden een overlevingskans wordt geboden.
3. Overmatige schuldenlast
Tijdens de minnelijke fase moeten de schuldeisers eerst hun vorderingen indienen bij de voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast. De schuldeisers kunnen vervolgens actief deelnemen aan de goedkeuring van een minnelijke regeling door deze dienst.
De voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast roept vervolgens de schuldeisers bijeen en licht de in de minnelijke regeling gedane voorstellen toe. Ten minste 60 % van de schuldeisers wier vorderingen 60 % van alle vorderingen vertegenwoordigen, moet aangeven dat zij de minnelijke regeling aanvaarden om deze als aanvaard te kunnen beschouwen. Als er geen reactie van de schuldeisers wordt ontvangen, worden zij geacht met de voorstellen in te stemmen.
10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?
Curatoren in een faillissement vertegenwoordigen zowel de gefailleerde als zijn gezamenlijke schuldeisers. In deze dubbele hoedanigheid zijn zij niet alleen verantwoordelijk voor het beheren van de activa van de gefailleerde, maar mogen zij ook als eisende of verwerende partij toezicht uitoefenen op alle maatregelen ter bescherming van de activa die als zekerheid voor de schuldeisers moeten worden gebruikt, en die activa terugvorderen of verhogen in het gemeenschappelijke belang van de schuldeisers (hof van beroep, 2 juli 1880, Pas. 2, blz. 49).
De curator kan alle maatregelen nemen die betrekking hebben op de gemeenschappelijke zekerheid voor de schuldeisers (de activa van de gefailleerde), dat wil zeggen alle maatregelen om die activa terug te vorderen, te beschermen of te gelde te maken. (hof van beroep, 25 februari 2015, Pas. 37, blz. 483)
Wat lopende contracten na de faillietverklaring betreft, moet de curator beslissen of deze moeten worden beëindigd, dan wel of het beter zou zijn, wanneer er middelen kunnen vrijkomen, om de uitvoering ervan voort te zetten, teneinde later aan de verplichtingen van de gefailleerde te kunnen voldoen.
11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?
1. Faillissement
Alle schuldeisers moeten hun vordering aanmelden, ongeacht de aard van de vordering en of zij een preferente vordering hebben. Een uitzondering op deze procedure zijn vorderingen die voortvloeien uit de boedel, dat wil zeggen vorderingen die later ontstaan en in het belang van de faillissementsprocedure zijn (bv. kosten van de curator, huur die na de faillietverklaring verschuldigd is enz.).
Vorderingen die uit de boedel voortvloeien, nadat de insolventieprocedure is ingeleid en die het gevolg zijn van het beheer van het faillissement of de voortzetting van bepaalde activiteiten van het failliete bedrijf, worden eerst voldaan, voordat de rest van de activa onder de gezamenlijke schuldeisers wordt verdeeld. Uit de boedel voortvloeiende vorderingen worden daarom in alle gevallen vóór die van andere schuldeisers voldaan.
2. Gerechtelijke reorganisatie
In het kader van een gerechtelijke reorganisatieprocedure zijn vorderingen die zijn te verhalen op het vermogen van de schuldenaar, die welke vóór het inleiden van de procedure voor gerechtelijke reorganisatie zijn ontstaan. De schuldenaar moet bij zijn verzoek een volledige lijst van erkende of vermeende schuldeisers voegen, met vermelding van hun naam.
Vorderingen die ontstaan na de inleiding van de procedure voor gerechtelijke reorganisatie, d.w.z. vorderingen die ontstaan tijdens de gerechtelijke reorganisatie, worden doorgaans op een bijzondere manier behandeld. Vorderingen met betrekking tot diensten die tijdens de procedure voor gerechtelijke reorganisatie aan de schuldenaar zijn verleend, ongeacht of zij voortvloeien uit nieuwe verbintenissen van de schuldenaar of uit tijdens het inleiden van de procedure hangende overeenkomsten, worden beschouwd als “boedelschulden” in geval van faillissement, verrekening of gerechtelijke overdracht. Om deze vorderingen in een latere collectieve procedure als boedelschulden te kunnen aanmerken, moet er een nauw verband bestaan tussen het einde van de procedure voor gerechtelijke reorganisatie en het inleiden van de collectieve procedure (zoals faillissement). Dit verband wordt verondersteld als de collectieve procedure binnen twaalf maanden na het einde van de gerechtelijke reorganisatie wordt ingeleid.
Verdeling van de vergoeding: De vergoeding die door de schuldeiser wordt gevorderd als gevolg van de beëindiging van een overeenkomst of de niet-nakoming ervan, wordt evenredig verdeeld naargelang van de verhouding ervan tot de periode vóór of na het inleiden van de procedure voor gerechtelijke reorganisatie. Dit betekent dat als een overeenkomst tijdens de reorganisatieprocedure wordt beëindigd, het deel van de vergoeding dat betrekking heeft op de periode na het inleiden van de reorganisatie, anders zal worden behandeld dan het deel dat betrekking heeft op de eerdere periode.
Voorrang bij de betaling van goederen waarop zakelijke rechten rusten: Vorderingen die voortvloeien uit uitkeringen die hebben bijgedragen tot het behoud van de zekerheid of het eigendom (zoals activa waarop een schuldeiser een zakelijk recht heeft), hebben voorrang bij de betaling. Dit betekent dat de opbrengst van de verkoop van deze goederen bij voorrang zal worden gebruikt om deze specifieke vorderingen terug te betalen.
12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?
1. Faillissement
In een faillissementsprocedure wordt de faillietverklaring op verschillende manieren gepubliceerd (pers, registratie bij de handelsrechtbank), zodat de situatie onder de aandacht van de schuldeisers van de failliete schuldenaar wordt gebracht en deze zich vervolgens bekend kunnen maken (artikel 472 van het wetboek van koophandel).
De schuldeisers moeten vervolgens hun vordering bij de griffie van de districtsrechtbank voor handelszaken indienen en hun bewijsstukken overleggen (artikel 496 van het wetboek van koophandel).
Een formulier waarop de schuldeisers de vordering kunnen aanmelden, is online beschikbaar op het volgende adres: https://justice.public.lu/fr/creances/declaration-creance.html
De vorderingen worden geverifieerd door de curator die voor de tegeldemaking verantwoordelijk is, en kunnen door hem worden betwist (artikel 500 van het wetboek van koophandel).
Elke ingediende vordering die wordt betwist, wordt aan de rechter voorgelegd.
Als geschillen echter naar hun aard onder de bevoegdheid van een ander gerecht dan de districtsrechtbank voor handelszaken vallen, worden zij terugverwezen naar de rechter die bevoegd is om ten gronde uitspraak te doen. Ondertussen behoudt de districtsrechtbank voor handelszaken overeenkomstig artikel 504 de bevoegdheid om te bepalen tot welk bedrag de betwiste schuldeiser aan de beraadslaging mag deelnemen.
2. Gerechtelijke reorganisatie
De schuldenaar moet bij zijn verzoek een volledige lijst voegen van erkende of vermeende schuldeisers, met vermelding van hun naam, adres en bedrag van hun vordering, met specifieke vermelding van de status van buitengewone schuldeiser en van de activa die zijn bezwaard door een zakelijke zekerheid op roerende goederen of door een hypotheek of die eigendom zijn van de schuldeiser.
Kennisgevingsplicht: De schuldenaar moet elke schuldeiser binnen veertien dagen na de uitspraak individueel in kennis stellen van de beslissing. Dit zorgt ervoor dat alle schuldeisers op de hoogte zijn van de situatie en dienovereenkomstig kunnen handelen.
Raadpleging van de lijst van schuldeisers: Schuldeisers hebben het recht de lijst van schuldeisers te raadplegen die ter griffie is neergelegd, overeenkomstig de eerder in de wet vastgestelde regels. Deze lijst bevat nadere gegevens over alle vorderingen op de onderneming, zodat schuldeisers hun eigen positie kunnen verifiëren.
Recht van betwisting: Elke schuldeiser of vermeende schuldeiser kan het bedrag of de indeling van zijn vordering, zoals aangegeven door de schuldenaar, betwisten. Dit omvat het betwisten van de categorie (gewoon of buitengewoon) waarin de schuldeiser door de schuldenaar is ingedeeld.
Procedure voor het betwisten: Als er een meningsverschil blijft bestaan tussen de schuldeiser en de schuldenaar, kan het geschil worden voorgelegd aan de rechtbank die de procedure voor gerechtelijke reorganisatie heeft ingeleid.
Wijziging van vorderingen: Op gezamenlijk verzoek van de schuldeiser en de schuldenaar kan de rechtbank het bedrag of de indeling van de oorspronkelijk door de schuldenaar vastgestelde schuldvordering wijzigen. Dit besluit wordt door de griffie ter kennis van de schuldeiser gebracht.
Termijn voor het betwisten: Als de schuldeiser een maand voor de zitting zijn betwisting niet aan de rechtbank voorlegt, wordt hij geacht het door de schuldenaar voorgestelde bedrag te aanvaarden en kan hij slechts stemmen tot dat bedrag.
Betwisting van de lijst van schuldeisers: Elke opgeschorte vordering die in de officiële lijst van schuldvorderingen is opgenomen, kan door elke belanghebbende worden betwist. De handeling is gericht tegen de schuldenaar en de schuldeiser wiens vordering wordt betwist. De rechtbank hoort, na een rapport van de rechter-commissaris, de betrokken partijen en beslist over het geschil.
Bevoegdheid van het Gerecht: Als het geschil de bevoegdheid van de rechtbank voor reorganisatiezaken te buiten gaat, kan deze voorlopig het bedrag en de kwaliteit van de vordering voor de gerechtelijke reorganisatie vaststellen, in afwachting van een beslissing ten gronde van de bevoegde rechter. Als de beslissing over het geschil niet snel kan worden gegeven, kan de rechter ook voorlopig het bedrag en de kwaliteit van de vordering vaststellen. Tegen het vonnis waarbij het bedrag en de kwaliteit van de schuldvordering voorlopig zijn vastgesteld, kan geen beroep worden ingesteld, wat inhoudt dat het niet kan worden betwist.
Wijziging indien nodig: Op verzoek van de schuldenaar of een schuldeiser kan de rechtbank te allen tijde en wanneer dit absoluut noodzakelijk is, zijn beslissing over het bedrag en de status van een opgeschorte vordering wijzigen in het licht van nieuwe ontwikkelingen.
Bijwerken van de lijst van schuldeisers: De schuldenaar moet de lijst van schuldeisers zo nodig corrigeren of aanvullen en deze vóór de geplande hoorzitting indienen bij de griffie. De griffier is dan verantwoordelijk voor de kennisgeving van dergelijke wijzigingen aan de betrokken schuldeisers.
3. Procedure voor overmatige schuldenlast:
De schuldeisers van de schuldenaar met een overmatige schuldenlast moeten binnen één maand na publicatie van de collectieve schuldenregeling in het register hun vorderingen indienen bij de voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast.
De aanmelding van de vorderingen moet voldoen aan de artikelen 6 en 7 van de groothertogelijke verordening van 17 januari 2014 tot uitvoering van de wet van 8 januari 2013 betreffende overmatige schuldenlast (règlement grand-ducal du 17 janvier 2014 portant exécution de la loi du 8 janvier 2013 concernant le surendettement).
Een formulier voor het indienen van de vorderingen kan van de website www.justice.public.lu worden gedownload op het volgende adres: https://justice.public.lu/fr/creances/surendettement.html
De bemiddelingscommissie onderzoekt of de vorderingen toelaatbaar zijn.
13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?
Het uitgangspunt in het faillissementsrecht is dat iedere schuldeiser een gelijk aandeel in verhouding tot het bedrag van zijn vordering moet ontvangen.
Sommige schuldeisers met een zekerheid of een preferente vordering worden het eerst voldaan.
Preferente schuldeisers worden gerangschikt in een wettelijke volgorde die overheidsbeleid is (verhuurders van onroerend goed, hypotheekhouders, schuldeisers met zekerheden op de bedrijfsmiddelen, en met name de schatkist in de meest brede zin).
In het algemeen verwijst de curator naar de artikelen 2096 tot en met 2098, 2101 en 2102 van het burgerlijk wetboek (Code civil).
De curator moet elke vordering verifiëren onder verwijzing naar de wet en de jurisprudentie.
De voor concurrente schuldeisers beschikbare nettoactiva moeten op pro rata-basis worden verdeeld overeenkomstig artikel 561, eerste alinea, van het wetboek van koophandel.
Zodra de curator het bedrag van de door de rechtbank vastgestelde kosten weet, de preferente schuldeisers heeft gerangschikt en het voor verdeling onder de concurrente schuldeisers resterende bedrag kent, stelt hij een plan voor de verdeling van de activa op dat eerst wordt voorgelegd aan de rechter-commissaris. Overeenkomstig artikel 533 van het wetboek van koophandel nodigt de curator alle schuldeisers bij aangetekende brief uit voor de vergadering waarin de rekeningen worden gepresenteerd. Bij de brief voegt hij een afschrift van het plan voor de verdeling van de activa.
De gefailleerde moet van de vergadering in kennis worden gesteld door een gerechtsdeurwaarder of door publicatie in een Luxemburgs dagblad.
Tenzij de presentatie van de rekeningen door de curator wordt betwist door een schuldeiser, legt de curator de notulen van de presentatievergadering (op basis van het plan voor de verdeling van de activa) ter ondertekening voor aan de rechter-commissaris en de griffier.
Na de presentatie van de rekeningen voldoet de curator de schuldeisers.
14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?
1. Faillissement
In een faillissementsprocedure kan de curator na uitvoering van de betalingen verzoeken om beëindiging van de procedure, waarna de beëindigingsbeschikking volgt die, zoals de naam al zegt, de faillissementsprocedure beëindigt.
Op grond van artikel 586 van het wetboek van koophandel kan aan gefailleerden die alle verschuldigde bedragen (hoofdsom, rente en kosten) volledig betalen, kwijting worden verleend door indiening van een verzoek daartoe bij het hooggerechtshof (Cour supérieure de justice).
2. Gerechtelijke reorganisatie
De procedure voor gerechtelijke reorganisatie door middel van een collectieve overeenkomst kan onder verschillende voorwaarden worden afgesloten, meestal afhankelijk van het succes of het mislukken van de reorganisatie. De belangrijkste voorwaarden zijn:
Volledige uitvoering van het reorganisatieplan: De procedure kan worden beëindigd, wanneer het gerechtelijke reorganisatieplan met succes is uitgevoerd. Dit betekent dat de geplande maatregelen om de onderneming te herstructureren en schuldeisers terug te betalen ten uitvoer zijn gelegd overeenkomstig het plan dat door de rechtbank is goedgekeurd en door de schuldeisers is aanvaard.
Niet-uitvoering of mislukking van het plan: Als het reorganisatieplan niet kan worden uitgevoerd of als de onderneming er niet in slaagt de in het kader van dat plan aangegane verbintenissen na te komen, kan de procedure voor gerechtelijke reorganisatie worden afgesloten. In dat geval kan de procedure worden omgezet in faillissement, als de onderneming haar activiteiten niet kan voortzetten door de financiële situatie.
Herroeping of terugtrekking van de schuldenaar: De schuldenaar kan om beëindiging van de reorganisatieprocedure verzoeken, als hij van oordeel is dat voortzetting van de procedure niet langer noodzakelijk is of dat hij erin is geslaagd zijn financiële situatie te herstellen, zonder dat hij de procedure hoeft voort te zetten.
Volledige betaling van de schuldeisers: Beëindiging kan ook plaatsvinden als de schuldenaar in staat is de bij de procedure betrokken schuldeisers volledig terug te betalen, met inbegrip van vorderingen die vóór en na de opening van de reorganisatieprocedure zijn ontstaan.
Gebrek aan perspectief voor de reorganisatie: Als na onderzoek blijkt dat de reorganisatie van de onderneming kennelijk onmogelijk is, kan de rechter besluiten de procedure te beëindigen en een faillissementsprocedure te openen.
Gevolgen van de beëindiging van de procedure voor gerechtelijke reorganisatie
De beëindiging van de procedure voor gerechtelijke reorganisatie heeft verschillende juridische en economische gevolgen voor zowel de schuldenaar als de schuldeisers:
Opheffing van de schorsingsmaatregelen: De beëindiging van de procedure maakt een einde aan de beschermingsmaatregelen van de schuldenaar, zoals de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen en het verbod van beslaglegging. Schuldeisers verkrijgen vervolgens opnieuw het recht om de schuldenaar individueel te vervolgen om hun vorderingen te innen, onder voorbehoud van eventuele overeenkomsten of moratoria die in het kader van het reorganisatieplan zijn ingesteld.
Teruggave van het beheer: Als het beheer van de onderneming aan een voorlopige bestuurder was toevertrouwd, heeft de beëindiging van de procedure tot gevolg dat het beheer weer aan de schuldenaar wordt teruggegeven.
Einde van de gevolgen van het reorganisatieplan: Als het reorganisatieplan volledig ten uitvoer is gelegd, wordt met de afsluiting bevestigd dat de in dit kader aangegane verbintenissen zijn nagekomen en kunnen de bij het plan betrokken schuldeisers geen aanvullende betaling meer eisen voor de vorderingen die in de procedure aan bod zijn gekomen.
15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?
1. Faillissement
Als er na beëindiging van de insolventieprocedure nog activa zijn, ontvangen de schuldeisers het volledige bedrag of een deel van het bedrag van hun vorderingen overeenkomstig de in de beëindigingsbeschikking aanvaarde verdelingsvoorwaarden.
Schuldeisers kunnen ook een zaak aanspannen op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het burgerlijk wetboek om de algemene wettelijke aansprakelijkheid van bestuurders van de failliete vennootschap in te roepen of een zaak aanhangig maken op grond van de artikelen 441-9 en 710-16 van de wet op de handelsvennootschappen (aansprakelijkheid van bestuurders en managers in de uitoefening van hun mandaat).
2. Gerechtelijke reorganisatie
Als de procedure voor gerechtelijke reorganisatie is beëindigd omdat het reorganisatieplan met succes ten uitvoer is gelegd:
Betaling van de vorderingen volgens plan: Schuldeisers behouden het recht om betalingen te ontvangen overeenkomstig de voorwaarden van het reorganisatieplan. Als het plan voorziet in een spreiding van betalingen, schuldkwijtschelding of andere regelingen, moeten de schuldeisers aan deze voorwaarden voldoen.
Inning van de resterende vorderingen: Als het plan niet voorziet in een volledige kwijtschelding van de vordering, kunnen de schuldeisers de resterende bedragen blijven innen volgens het tijdschema dat in het reorganisatieplan is vastgesteld.
Beperkt regres: Schuldeisers die het plan hebben aanvaard of door de beslissing van de rechtbank gedwongen zijn het te aanvaarden, kunnen de schuldenaar niet dagvaarden voor het bedrag van de vorderingen die in het kader van het plan zijn geannuleerd of verlaagd. Zij kunnen alleen aanspraak maken op hetgeen in het plan is bepaald.
Rechten in geval dat de reorganisatie mislukt en wordt omgezet in faillissement
Als de reorganisatieprocedure is beëindigd wegens het mislukken van het plan en wordt omgezet in faillissement:
Deelname aan de verrekening: Schuldeisers hebben het recht deel te nemen aan de faillissementsprocedure na de omzetting. Zij moeten hun vorderingen in deze nieuwe procedure indienen, als zij dat nog niet hebben gedaan.
Classificatie van vorderingen: Vorderingen worden geclassificeerd en voldaan op basis van hun rangorde, met inachtneming van de voorrechten en waarborgen. Preferente schuldeisers, zoals hypothecaire schuldeisers of werknemers, zullen voorrang krijgen boven de opbrengsten van de liquidatie van de activa.
16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?
1. Faillissement
De kosten van de faillissementsaanvraag zijn opgenomen in de kosten van de insolvente boedel.
Aangezien deze kosten in het belang van de faillissementsprocedure worden gemaakt, worden zij uit de failliete boedel betaald, voordat de curator de rest van de activa onder de diverse schuldeisers verdeelt.
In de wet van 29 maart 1893 betreffende rechtsbijstand en de schuldenprocedure (loi du 29 mars 1893 concernant l’assistance judiciaire et la procédure en débet) zijn in de artikelen 1 en 2 de verschillende kosten opgenomen die uit de in het kader van de insolventieprocedure voorgeschreven formaliteiten kunnen voortvloeien, en wordt de volgorde van de betaling daarvan bepaald, wanneer de activa ontoereikend zijn.
De bevoegde districtsrechtbank stelt het honorarium van de curator vast op basis van de groothertogelijke verordening van 18 juli 2003 (règlement grand-ducal du 18 juillet 2003).
De curator moet aan de districtsrechtbank voor handelszaken een overzicht van de kosten en de honoraria op basis van de gerecupereerde activa overleggen.
In artikel 536-1, tweede alinea, van het wetboek van koophandel is bepaald dat de kosten en honoraria van faillissementen die wegens ontoereikende activa zijn beëindigd, door de dienst indirecte belastingen (Administration de l’Enregistrement) worden voorgeschoten onder de voorwaarden van de wet van 29 maart 1893 betreffende rechtsbijstand en de schuldenprocedure.
2. Gerechtelijke reorganisatie
De kosten en uitgaven van de procedure voor gerechtelijke reorganisatie komen voornamelijk ten laste van de schuldenaar, dat wil zeggen de onderneming in moeilijkheden.
Honoraria van gerechtsmandatarissen: De honoraria van gerechtsmandatarissen, zoals de curator, de commissaris inzake opschorting of de vereffenaar, komen ten laste van de schuldenaar. Deze honoraria worden doorgaans vastgesteld door de rechtbank en worden voornamelijk uit de activa van de schuldenaar betaald.
Gerechtskosten: De gerechtskosten, met inbegrip van de kosten in verband met hoorzittingen, rechterlijke beslissingen en andere gerechtskosten, komen eveneens ten laste van de schuldenaar.
17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?
1. Faillissement
In de faillietverklaring kan de datum van staking van betalingen door de gefailleerde worden vastgesteld op een eerdere datum dan de datum van de faillietverklaring. Deze datum kan echter niet meer dan zes maanden vóór de faillietverklaring liggen.
Om de belangen van schuldeisers te beschermen wordt de periode tussen de staking van betalingen en de faillietverklaring als “verdachte periode” beschouwd.
Bepaalde handelingen die tijdens deze periode worden uitgevoerd en de rechten van schuldeisers kunnen schaden, zijn nietig. Daarbij gaat het met name om:
- handelingen met betrekking tot roerende of onroerende goederen die de gefailleerde om niet of tegen betaling heeft verkocht, wanneer de verkoopprijs duidelijk veel lager is dan de waarde van het goed in kwestie;
- alle betalingen in contanten of door overschrijving, verkoop, verrekening of anderszins voor schulden die nog niet opeisbaar zijn;
- alle betalingen anders dan in contanten of met gebruikmaking van commerciële instrumenten voor schulden die opeisbaar zijn;
- hypothecaire of andere zakelijke rechten die door de schuldenaar zijn verleend voor schulden die vóór de staking van betalingen zijn aangegaan.
Voor andere handelingen wordt het beginsel van nietigheid evenwel niet automatisch toegepast.
Bijgevolg zijn bepaalde betalingen van de gefailleerde voor opeisbare schulden en andere tegen betaling verrichte handelingen tijdens de verdachte periode vernietigbaar, wanneer wordt bewezen dat de derde die de betalingen heeft ontvangen of die met de gefailleerde heeft onderhandeld, van de staking van betalingen op de hoogte was.
Wanneer een schuldeiser weet dat een schuldenaar verbintenissen niet kan nakomen, mag die schuldeiser niet om een voorkeursbehandeling vragen ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers.
Hypothecaire en preferente rechten die op rechtsgeldige wijze zijn verworven, kunnen worden ingeschreven tot de datum van faillietverklaring. Rechten die in de tien dagen vóór de datum van staking van betalingen of daarna zijn ingeschreven, kunnen echter nietig worden verklaard wanneer meer dan vijftien dagen zijn verstreken tussen de datum van de hypotheekakte en de datum van inschrijving.
Tot slot worden handelingen of betalingen met bedrieglijke benadeling van schuldeisers, dat wil zeggen wanneer deze door de schuldenaar zijn verricht met volledige kennis van de nadelige gevolgen daarvan voor de schuldeiser (door vermindering van de insolvente boedel, niet-inachtneming van de rangorde van de vorderingen enz.), als nietig beschouwd, ongeacht de datum waarop zij zijn uitgevoerd.
Het concept van de verdachte periode geldt niet voor financiële zekerheidsovereenkomsten en evenmin in gevallen van overdracht van toekomstige vorderingen aan een securitisatie-instelling.
2. Overmatige schuldenlast
De rechter kan in voorkomend geval personen aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het bieden van sociale en educatieve bijstand en bijstand op het gebied van financieel beheer om te waarborgen dat het deel van de inkomsten van de schuldenaar dat niet is toegewezen om schulden af te lossen, wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd.
Bij het uitvoeren van hun werkzaamheden zijn deze personen gemachtigd alle maatregelen te nemen om te voorkomen dat dit deel van de inkomsten voor een ander doel dan zijn natuurlijke doel wordt gebruikt of dat de belangen van het gezin van de schuldenaar worden geschaad.