INLEIDING
In Zweden vallen faillissement, de herstructurering van een onderneming en schuldsanering onder de verordening inzake insolventieprocedures. Op deze pagina wordt overeenkomstig artikel 86, lid 1, van de herziene verordening inzake insolventieprocedures een korte beschrijving gegeven van een aantal aspecten van de Zweedse wetgeving met betrekking tot deze procedures. De beschrijving is dus niet allesomvattend.
FAILLISSEMENT
Algemene informatie
Faillissement is een algemene vorm van gedwongen executie waarbij alle schuldeisers van de schuldenaar, collectief en gedwongen, alle goederen van de schuldenaar overnemen voor de voldoening van hun vorderingen. Tijdens een faillissement vormen de goederen van de schuldenaar een boedel die wordt beheerd ten gunste van de schuldeisers door een of meerdere curatoren. De taak van de curator is het beheren van de goederen. De arrondissementsrechtbank (tingsrätt) behandelt het verzoek tot faillietverklaring, spreekt het faillissement uit en begeleidt het faillissement in het kader van een faillissementsprocedure. De arrondissementsrechtbank spreekt zich tijdens de procedure over een aantal kwesties uit, bijvoorbeeld over de verdeling van de boedel of de noodzaak om een verificatieprocedure in te stellen. De arrondissementsrechtbank organiseert ook bepaalde zittingen, zoals een zitting voor het afleggen van een eed, waarbij de schuldenaar een eed inzake de boedelinventaris aflegt. De curator staat onder toezicht van de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie (Kronofogdemyndigheten).
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Algemene informatie
Na een beslissing van een rechtbank kan een handelaar in financiële moeilijkheden een speciale procedure starten om zijn handelsactiviteit te herstructureren (herstructurering van een onderneming). Tijdens een herstructurering van een onderneming (företagsrekonstruktion) onderzoekt de door de rechtbank benoemde bewindvoerder voor herstructurering van een onderneming of de door de schuldenaar beheerde onderneming geheel of gedeeltelijk kan worden voortgezet en, zo ja, hoe dit kan worden bereikt, en of de omstandigheden de schuldenaar in staat stellen een financiële regeling met zijn schuldeisers te treffen. De bewindvoerder moet bij de uitvoering van zijn taak in het belang van de schuldeisers handelen. Een beslissing tot herstructurering van een onderneming leidt niet tot een formele beperking van de handelingsbekwaamheid van de schuldenaar. Voor bepaalde kwesties is echter de toestemming van de bewindvoerder vereist.
SCHULDSANERING en SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Algemene informatie
De schuldsaneringsregeling houdt in dat een schuldenaar geheel of gedeeltelijk wordt ontslagen van de verplichting tot het betalen van de schulden die onder de schuldsaneringsprocedure vallen. Er zijn twee vormen van schuldsanering: de schuldsanering zoals vastgesteld in de wet inzake schuldsanering (skuldsaneringslagen), en de schuldsanering voor ondernemingen (F-skuldsanering) zoals vastgesteld in de wet inzake schuldsanering voor ondernemingen (lagen om skuldsanering för företagare). Hieronder worden deze twee schuldsaneringsregelingen nader uiteengezet.
1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?
FAILLISSEMENT
Een faillissementsprocedure kan ten aanzien van zowel rechtspersonen als natuurlijke personen worden geopend (waaronder natuurlijke personen die geen economische activiteit verrichten).
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Een procedure voor de herstructurering van een onderneming kan ten aanzien van zowel rechtspersonen als natuurlijke personen worden geopend, mits de betrokken persoon een handelaar is. Bepaalde rechtspersonen vallen buiten het toepassingsgebied van de wet, zoals banken (bankaktiebolag), kredietinstellingen, verzekerings- en investeringsmaatschappijen.
SCHULDSANERING
Schuldsanering kan worden toegestaan voor natuurlijke personen wier voornaamste belangen zich in Zweden bevinden (met inbegrip van natuurlijke personen die een individuele commerciële activiteit uitoefenen).
De schuldsaneringsdossiers worden in eerste instantie beoordeeld door de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Schuldsanering voor ondernemingen kan worden toegestaan voor een natuurlijke persoon van wie de voornaamste belangen zich in Zweden bevinden en die:
- ondernemer is en betrokken is bij een economische activiteit, wanneer zijn schulden hoofdzakelijk verband houden met die activiteit;
- ondernemer is en betrokken is bij een economische activiteit, wanneer de schulden die verband houden met die activiteit, op gewone wijze betaald kunnen worden, of wanneer het onvermogen om de schulden te betalen slechts van tijdelijke aard is, of;
- een familielid van een ondernemer is, wanneer de schulden van dat familielid hoofdzakelijk verband houden met de economische activiteit van de ondernemer.
Onder familielid wordt verstaan de echtgenoot, samenwonende partner, ouder, broer of zus van de ondernemer of de kinderen van de echtgenoot of de samenwonende partner.
De schuldsaneringsdossiers met betrekking tot ondernemingen worden in eerste instantie beoordeeld door de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie.
2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?
FAILLISSEMENT
Een faillissementsprocedure kan alleen worden geopend als er sprake is van een insolvente schuldenaar. Insolventie betekent dat de schuldenaar niet meer in staat is om zijn schulden op gewone wijze te voldoen en dit onvermogen niet van tijdelijke aard is. De insolventverklaring van de schuldenaar kan alleen wegens bijzondere redenen worden verworpen. Tegelijkertijd bestaan er een aantal vermoedens met betrekking tot het bewijs van insolventie. Bij gebrek aan bewijs van het tegendeel wordt de schuldenaar bijvoorbeeld geacht insolvent te zijn wanneer uit een executie op grond van hoofdstuk 4 van het wetboek inzake tenuitvoerlegging (utsökningsbalken), die binnen zes maanden voorafgaand aan de faillissementsaanvraag plaatsvindt, blijkt dat hij niet over voldoende vermogen beschikte om de beslagvordering volledig te voldoen. Hetzelfde geldt wanneer de schuldenaar heeft verklaard zijn betalingsverplichtingen niet te kunnen nakomen.
Het verzoek tot opening van een faillissementsprocedure kan zowel door de schuldenaar als door een schuldeiser worden ingediend.
Wanneer er voldoende gronden zijn om het verzoek tot opening van de faillissementsprocedure toe te wijzen en er reden is aan te nemen dat de schuldenaar goederen verbergt, kan de rechtbank een bevel tot conservatoir beslag op de goederen van de schuldenaar uitvaardigen in afwachting van de bestudering van het verzoek. Er kan tevens een reisverbod worden uitgevaardigd.
De arrondissementsrechtbank moet het vonnis van faillietverklaring onverwijld publiceren. Het vonnis van faillietverklaring heeft onmiddellijke werking, zodat de schuldenaar vanaf de openbaarmaking van het vonnis niet meer over zijn goederen kan beschikken. Er bestaat echter een zekere bescherming met betrekking tot het gerechtvaardigde vertrouwen van derden. Zie ook de informatie onder "Welke bevoegdheden hebben respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?
Tegen een beslissing van de rechtbank tot opening van de faillissementsprocedure of tot afwijzing van het verzoek tot opening van de faillissementsprocedure kan beroep worden ingesteld.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Een verzoek tot herstructurering van een onderneming kan worden ingediend door de schuldenaar of door een schuldeiser. Een beslissing waarbij de herstructurering van een onderneming wordt toegestaan, kan alleen worden genomen indien kan worden aangenomen dat de schuldenaar niet in staat is schulden te betalen die opeisbaar zijn of binnenkort niet in staat zal zijn deze te betalen, of dat de schuldenaar andere financiële moeilijkheden ondervindt die het risico van insolventie met zich meebrengen. Er mogen geen beslissingen tot herstructurering van een onderneming worden genomen, tenzij er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de herstructurering van een onderneming de levensvatbaarheid van de onderneming kan waarborgen. Een verzoek van een schuldeiser kan alleen worden goedgekeurd als het verzoek door de schuldenaar is aanvaard.
Indien het verzoek van de schuldenaar ontvankelijk wordt geacht, moet de rechtbank het onmiddellijk beoordelen. Indien het verzoek afkomstig is van een schuldeiser, dient de rechter een zittingsdatum vast te stellen. De zitting moet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek door de rechtbank worden gehouden. De zitting kan wegens bijzondere redenen ook op een later tijdstip worden gehouden, maar dient uiterlijk binnen zes weken plaats te vinden.
De rechter benoemt bij toewijzing van het verzoek gelijk een bewindvoerder. Indien nodig kunnen er meerdere bewindvoerders worden benoemd. De bewindvoerder moet binnen een week na de datum van de beslissing tot herstructurering van een onderneming alle bekende schuldeisers op de hoogte stellen van de beslissing. De beslissing tot herstructurering moet onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd, tenzij de rechter anders heeft besloten.
SCHULDSANERING
Een verzoek tot schuldsanering moet door de schuldenaar worden ingediend. De beslissing tot opening van de schuldsaneringsprocedure moet zo spoedig mogelijk worden genomen, tenzij het verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verworpen. Het verzoek kan bijvoorbeeld worden verworpen wanneer uit het verzoek zelf of uit andere beschikbare informatie blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor schuldsanering.
De schuldsanering wordt toegewezen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de schuldenaar is een natuurlijke persoon van wie het centrum van zijn voornaamste belangen in Zweden ligt;
- de schuldenaar is insolvent en heeft een zodanige schuldenlast dat hij, rekening houdend met alle omstandigheden, niet kan worden geacht over de middelen te beschikken om zijn schulden binnen een voorzienbare termijn te betalen; en
- de schuldsanering is redelijk gelet op de persoonlijke en financiële situatie van de schuldenaar.
De volgende beperkingen zijn van toepassing:
- Een schuldenaar op wie een verbod tot uitoefening van een economische activiteit van toepassing is, kan geen gebruik maken van een schuldsaneringsregeling.
- Wanneer de schuldenaar een handelaar is, kan de schuldsanering alleen worden toegekend wanneer de financiële situatie van de onderneming op eenvoudige wijze kan worden onderzocht. en
- Wanneer de schuldenaar al gebruikmaakt van een schuldsaneringsregeling, kan een nieuwe schuldsaneringsregeling alleen wegens bijzondere redenen worden toegewezen.
Een voorlopige beslissing tot inleiding van de procedure voor schuldsanering voor ondernemingen moet onverwijld in de Zweedse staatscourant worden gepubliceerd (Post- och Inrikes Tidningar). Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om over het algemeen binnen een maand na de datum van de publicatie de volgende handelingen te verrichten: hun schuldvorderingen indienen, details over deze vorderingen geven en andere informatie verstrekken die van belang is bij de bestudering van het dossier, en aangeven op welke rekening de betalingen tijdens de schuldsaneringsprocedure moeten worden verricht.
Tegen de voorlopige beslissing kan beroep worden ingesteld binnen een termijn van drie weken na de datum van de beslissing.
Na de voorlopige beslissing kan het beslag op vorderingen die vóór die beslissing zijn ontstaan niet worden uitgevoerd totdat de beslissing inzake de schuldsanering definitief is geworden. Deze regel is echter niet van toepassing op vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling vallen. De regel is ook niet van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser toestemming geeft voor de beslaglegging.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Een verzoek tot schuldsanering voor ondernemingen moet worden ingediend door de schuldenaar. De beslissing tot opening van de schuldsaneringsprocedure moet zo spoedig mogelijk worden genomen, tenzij het verzoek als niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verworpen. Het verzoek kan bijvoorbeeld worden verworpen wanneer uit het verzoek zelf of uit andere beschikbare informatie blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor schuldsanering voor ondernemingen.
De schuldsanering voor ondernemingen wordt toegewezen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de voornaamste belangen van de schuldenaar liggen in Zweden;
- de schuldenaar is insolvent en heeft een zodanige schuldenlast dat hij, rekening houdend met alle omstandigheden, niet kan worden geacht over de middelen te beschikken om zijn schulden binnen een voorzienbare termijn te betalen; en
- de schuldsanering is redelijk gelet op de persoonlijke en financiële situatie van de schuldenaar.
De volgende beperkingen zijn van toepassing:
- Een schuldenaar op wie een verbod tot uitoefening van een economische activiteit van toepassing is, kan geen gebruik maken van de schuldsanering voor ondernemingen.
- Schuldsanering voor ondernemingen wordt niet toegekend wanneer de ondernemer de economische activiteit op onverantwoorde wijze verricht of heeft verricht.
- Schuldsanering voor ondernemingen wordt niet toegekend wanneer de schuldenaar een marge heeft voor betaling van de kwartaalbijdrage van minder dan een zevende deel van het geïndexeerde basisbedrag (prisbasbeloppet) op grond van hoofdstuk 2, artikelen 6 en 7, van de socialezekerheidswet (socialförsäkringsbalken) (dit bedroeg in 2024 ongeveer 8 200 SEK).
- Wanneer de schuldenaar al gebruikmaakt van een schuldsaneringsregeling, kan een schuldsaneringsregeling voor ondernemingen alleen wegens bijzondere redenen worden toegestaan.
Een voorlopige beslissing tot inleiding van de procedure voor schuldsanering voor ondernemingen moet onverwijld in de Zweedse staatscourant worden gepubliceerd (Post- och Inrikes Tidningar). Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om over het algemeen binnen een maand na de datum van de publicatie de volgende handelingen te verrichten: hun schuldvorderingen indienen, details over deze vorderingen geven en andere informatie verstrekken die van belang is bij de bestudering van het dossier, en aangeven op welke rekening de betalingen tijdens de procedure voor schuldsanering van de onderneming moeten worden verricht.
Tegen de voorlopige beslissing kan beroep worden ingesteld binnen een termijn van drie weken na de datum van de beslissing.
Na de voorlopige beslissing kan geen beslag worden gelegd op vorderingen die voor de datum van beslissing zijn ontstaan totdat er definitief uitspraak is gedaan over de schuldsanering voor ondernemingen. Deze regel geldt echter niet voor vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling voor ondernemingen vallen. De regel is ook niet van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser toestemming geeft voor de beslaglegging.
3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?
FAILLISSEMENT
Tenzij in bijzondere afwijkingsregels anders is bepaald betreffende rechtshandelingen die de schuldenaar of een derde onmiddellijk na de faillietverklaring verricht, bestaat de failliete boedel uit alle goederen die de schuldenaar heeft op de datum van openbaarmaking van het vonnis en die hij gedurende de faillissementsprocedure verwerft en die vatbaar zijn voor beslag. Goederen die in de boedel terug kunnen vloeien door terugvordering van schuldvorderingen maken ook deel uit van de failliete boedel. Voor natuurlijke personen gelden bijzondere regels met betrekking tot het salaris en andere goederen die de schuldenaar nodig heeft voor zijn levensonderhoud. De schuldenaar mag een aantal van deze goederen behouden.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Alle activa van de schuldenaar vallen onder de procedure. De bewindvoerder moet binnen een week na de datum van de beslissing tot herstructurering van een onderneming alle bekende schuldeisers op de hoogte stellen van de beslissing. De kennisgeving dient vergezeld te gaan van een voorlopige inventaris van de activa en passiva van de schuldenaar. De procedure leidt niet tot de liquidatie van de activa van de schuldenaar en de schuldenaar behoudt in beginsel de controle over zijn goederen. Dit betekent dat de activa tijdens de procedure kunnen veranderen. Zoals hieronder uiteengezet, is de toestemming van de bewindvoerder voor herstructurering van een onderneming vereist indien bijvoorbeeld de schuldenaar voornemens is verplichtingen na te komen die vóór de beslissing tot herstructurering van de onderneming zijn ontstaan.
Onder bepaalde omstandigheden hebben vorderingen die betrekking hebben op overeenkomsten die de schuldenaar gedurende de herstructureringsprocedure met toestemming van de bewindvoerder heeft gesloten, een algemene preferente status (allmän förmånsrätt).
SCHULDSANERING
De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering bevat een betalingsplan. Het betalingsplan heeft een looptijd van vijf jaar, tenzij er om gewichtige redenen een kortere termijn wordt vastgesteld. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven. Aangezien de schuldenaar al vanaf de datum van de voorlopige beslissing begint met het verrichten van betalingen, wordt de termijn waarbinnen de voorlopige beslissing van kracht was over het algemeen van de looptijd van het betalingsplan afgetrokken.
Het bedrag dat de schuldenaar moet betalen, wordt zodanig vastgesteld dat de schuldsanering van toepassing is op alle goederen en inkomsten van de schuldenaar na aftrek van het bedrag dat de schuldenaar nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien. Ook kan een deel worden gereserveerd voor de betaling van vorderingen die niet onder de schuldsaneringsregeling vallen.
Wanneer de financiële situatie van de schuldenaar na de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering aanzienlijk is verbeterd en die verbetering het gevolg is van onvoorziene omstandigheden, kunnen de schuldeisers en de schuldenaar verzoeken de beslissing opnieuw te beoordelen.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering bevat een betalingsplan. Het betalingsplan heeft een looptijd van drie jaar. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven. Aangezien de schuldenaar al vanaf de datum van de voorlopige beslissing begint met het verrichten van betalingen, wordt de termijn waarbinnen de voorlopige beslissing van kracht was over het algemeen van de looptijd van het betalingsplan afgetrokken.
Het bedrag dat de schuldenaar moet betalen, wordt zodanig vastgesteld dat de schuldsanering van de onderneming van toepassing is op alle activa en inkomsten van de schuldenaar na aftrek van het bedrag dat de schuldenaar nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien. Ook kan een deel worden gereserveerd voor de betaling van vorderingen die niet onder de schuldsaneringsregeling vallen.
Wanneer de financiële situatie van de schuldenaar na de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering aanzienlijk is verbeterd, kunnen de schuldeisers en de schuldenaar verzoeken de beslissing opnieuw te beoordelen.
4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?
FAILLISSEMENT
De schuldenaar verliest nadat het faillissement is uitgesproken het beheer en de beschikking over de goederen die tot de boedel behoren. De schuldenaar mag geen verbintenissen meer aangaan waar in het kader van het faillissement een beroep op kan worden gedaan. Er bestaan uitzonderingen op deze regel. De curator vertegenwoordigt de failliete boedel gedurende de hele faillissementsprocedure. Hij wordt benoemd door de arrondissementsrechtbank. De curator dient de kennis en ervaring te hebben die in het bijzonder voor de uitoefening van zijn taak is vereist en ook in andere opzichten geschikt te zijn voor de taak. Personen in dienst bij de rechtbank mogen niet optreden als curator. Personen met een mogelijk belangenconflict kunnen evenmin tot curator worden benoemd.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
De bewindvoerder moet beschikken over de specifieke kennis en ervaring die voor de uitoefening van zijn taak vereist is en ook in andere opzichten geschikt zijn voor de taak. De bewindvoerder moet het vertrouwen van de schuldeisers hebben. De bewindvoerder kan de hulp inschakelen van deskundigen.
De bewindvoerder moet onderzoeken of de onderneming van de schuldenaar geheel of gedeeltelijk kan worden voortgezet en zo ja, hoe dit kan worden bereikt. Bovendien moet de bewindvoerder de schuldenaar helpen bij het opstellen van een herstructureringsplan dat de nodige maatregelen bevat om de financiële moeilijkheden van de schuldenaar aan te pakken en ervoor te zorgen dat de onderneming geheel of gedeeltelijk wordt voortgezet. Het plan moet worden aanvaard door de schuldeisers en degenen met een deelneming in de schuldenaar.
De schuldenaar is verplicht alle informatie over zijn financiële situatie die relevant is voor de herstructurering van zijn onderneming aan de bewindvoerder te verstrekken. De schuldenaar moet de instructies van de bewindvoerder met betrekking tot de manier waarop de onderneming moet worden geleid, opvolgen. De schuldenaar behoudt de zeggenschap over zijn goederen. De schuldenaar kan bepaalde rechtshandelingen alleen met toestemming van de bewindvoerder verrichten. Hij mag bijvoorbeeld geen schulden betalen die vóór de beslissing zijn ontstaan, nieuwe verbintenissen aangaan of goederen die van essentieel belang zijn voor de onderneming van de schuldenaar vervreemden of in onderpand geven. Indien de schuldenaar deze verplichtingen niet nakomt, kan de bewindvoerder verzoeken de rechtshandeling ongedaan te maken.
SCHULDSANERING
Er wordt geen bewindvoerder benoemd. De schuldenaar behoudt gedurende de schuldsaneringsprocedure het recht om over zijn goederen te beschikken.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Er wordt geen bewindvoerder benoemd. De schuldenaar behoudt de zeggenschap over zijn goederen tijdens de procedure voor schuldsanering van de onderneming.
5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?
FAILLISSEMENT
Een vordering van een schuldeiser op de schuldenaar die in het kader van het faillissement kan worden opgeëist, kan worden verrekend met een vordering die de schuldenaar op de schuldeiser had ten tijde van de openbaarmaking van de faillietverklaring. Dit is echter niet mogelijk wanneer verrekening was uitgesloten vanwege de aard van de betrokken vorderingen. Er gelden bijzondere regels voor voorwaardelijke vorderingen. Ook zijn er afwijkende bepalingen van toepassing met betrekking tot recent verworven vorderingen (die grotendeels overeenkomen met de bepalingen betreffende betalingen die terugvloeien in de boedel).
In bijzondere regels die gelden voor de financiële markt is bepaald dat verrekeningsovereenkomsten en vergelijkbare akkoorden met betrekking tot, onder andere, financiële instrumenten kunnen worden tegengeworpen aan de boedel en aan de schuldeisers.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Eenieder die ten tijde van de beslissing tot herstructurering van de onderneming een vordering op de schuldenaar had, ook al is de vordering niet opeisbaar, kan die vordering verrekenen met een vordering die de schuldenaar op dat moment op de schuldeiser had. Dit is echter niet mogelijk wanneer verrekening is uitgesloten wegens de aard van een van de betrokken vorderingen of op grond van andere bepalingen in de wet inzake de herstructurering van ondernemingen. Ook zijn er afwijkende bepalingen van toepassing met betrekking tot recent verworven vorderingen (die grotendeels overeenkomen met de bepalingen betreffende de terugvordering van betalingen).
In bijzondere regels die gelden voor de financiële markt is bepaald dat verrekeningsovereenkomsten en vergelijkbare akkoorden met betrekking tot, onder andere, financiële instrumenten worden tegengeworpen aan schuldenaren en aan de schuldeisers met vorderingen die onder een aanvaard herstructureringsplan vallen.
SCHULDSANERING
Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot verrekening.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot verrekening.
6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?
FAILLISSEMENT
De faillissementswet bevat geen algemene regels met betrekking tot de vraag of de boedel is gebonden door overeenkomsten die de schuldenaar heeft gesloten. In beginsel is de failliete boedel, als zelfstandige rechtspersoon, niet aansprakelijk voor verplichtingen die uit een dergelijke overeenkomst kunnen voortvloeien. De boedel kan de overeenkomst in plaats van de schuldenaar uitvoeren wanneer dat gunstig is voor de vereffening. Hiervoor is over het algemeen toestemming van de medecontractant nodig.
In andere wetgevingsinstrumenten, zoals de wet inzake de verkoop van roerende zaken en de wet inzake de handel in financiële instrumenten zijn bijzondere bepalingen vastgesteld. Zo kan op grond van de wet inzake de verkoop van roerende zaken de boedel partij worden bij een overeenkomst als een van de partijen failliet is verklaard. De wederpartij mag vorderen dat zij binnen een redelijke termijn wordt geïnformeerd over het voornemen van de boedel om de overeenkomst al dan niet uit te voeren.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Zodra een verzoek om herstructurering van een onderneming is ingediend, kan een wederpartij bij een overeenkomst met de schuldenaar de overeenkomst niet opzeggen wegens vertraging van de betaling of uitvoering in enig ander opzicht, indien de vertraging zich heeft voorgedaan of zich waarschijnlijk zal voordoen vóór de beslissing over de herstructurering van de onderneming. De schuldenaar kan, met instemming van de bewindvoerder, verzoeken de overeenkomst uit te voeren. De schuldenaar moet de wederpartij op haar verzoek binnen een redelijke termijn informeren of hij de overeenkomst al dan niet wenst uit te voeren. In geval van uitvoering van de overeenkomst zijn er bijzondere regels van toepassing op de wijze van uitvoering. Onder bepaalde omstandigheden kan de wederpartij zekerheid verkrijgen met betrekking tot de nakoming van de verplichtingen van de schuldenaar. De wederpartij kan ook het recht hebben de overeenkomst op te zeggen indien de schuldenaar de overeenkomst niet uitvoert. De wet inzake de verkoop van roerende zaken bevat bijzondere bepalingen die onder meer betrekking hebben op arbeidsovereenkomsten en financiële instrumenten.
SCHULDSANERING
Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot de gevolgen van schuldsanering op een lopende overeenkomst.
Zie ook de informatie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van beëindiging van de insolventieprocedure?"
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Er bestaan geen bijzondere regels met betrekking tot de gevolgen van schuldsanering voor ondernemingen op een lopende overeenkomst.
Zie ook de informatie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van beëindiging van de insolventieprocedure?"
7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?
FAILLISSEMENT
In de regel kan nadat een beslissing over faillissement is genomen geen beslag worden gelegd op de goederen die tot de boedel behoren voor het voldoen van de vorderingen op de schuldenaar. Deze regel geldt automatisch na opening van de faillissementsprocedure. Voor vorderingen waaraan een bepaald voorrecht is verbonden, gelden aparte regels. Elke beslaglegging in strijd met dit verbod is nietig. Ongeacht het faillissement mag voor de voldoening van een bepaalde vordering wel beslag worden gelegd op een goed waarop een pandrecht rust.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Gedurende de herstructureringsprocedure mag geen beslag worden gelegd of een andere executiemaatregel ingevolge de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging tegen de schuldenaar worden genomen. Het is ook mogelijk dat een schuldeiser de activa van de schuldenaar niet liquideert, bijvoorbeeld door verpande goederen te verkopen. In bepaalde gevallen blijft tenuitvoerlegging echter wel mogelijk, onder andere met betrekking tot schulden waarop de schuldeiser een pand- of retentierecht heeft. De bijstand als bedoeld in de wet inzake de verkoop op afbetaling tussen handelaren (lagen om avbetalningsköp mellan näringsidkare m.fl.) is niet van toepassing (1978:599). Tijdens de herstructureringsprocedure mogen er geen beslissing worden gegeven tot oplegging van conservatoir beslag of vestiging van een zekerheidsrecht.
Tijdens de herstructurering van de onderneming moet het verzoek van een schuldeiser om de schuldenaar failliet te verklaren worden opgeschort indien de schuldenaar daarom verzoekt en er geen bijzondere redenen zijn om aan te nemen dat de rechten van de schuldeiser ernstig in het gedrang komen.
SCHULDSANERING
Na de voorlopige beslissing kan het beslag op vorderingen die vóór die beslissing zijn ontstaan niet worden uitgevoerd totdat de beslissing inzake de schuldsanering definitief is geworden. Deze regel is echter niet van toepassing op vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling vallen. De regel is evenmin van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser beslist dat een beslaglegging kan worden uitgevoerd.
Het verzoek tot schuldsanering vervalt wanneer de schuldenaar failliet wordt verklaard.
Indien een verzoek om een hoorzitting over het plan in het kader van de herstructurering van de onderneming ontvankelijk wordt geacht nadat de schuldenaar om schuldsanering heeft verzocht, moet de schuldsaneringszaak worden opgeschort. Indien een beslissing tot herstructurering van een onderneming wordt genomen, vervalt de aanvraag voor schuldsanering.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Na de voorlopige beslissing kan geen beslag worden gelegd op vorderingen die voor de datum van beslissing zijn ontstaan totdat er definitief uitspraak is gedaan over de schuldsanering voor ondernemingen. Deze regel geldt echter niet voor vorderingen die buiten de schuldsaneringsregeling voor ondernemingen vallen. De regel is ook niet van toepassing wanneer de rechter, in hoger beroep, op vordering van een schuldeiser toestemming geeft voor de beslaglegging.
Het verzoek tot schuldsanering voor ondernemingen vervalt wanneer de schuldenaar failliet wordt verklaard.
Indien een verzoek om een hoorzitting over het plan in het kader van de herstructurering van de onderneming ontvankelijk wordt geacht nadat de schuldenaar om schuldsanering van de onderneming heeft verzocht, moet de zaak betreffende de schuldsanering van de onderneming worden opgeschort. Als een herstructureringsplan wordt aanvaard, vervalt de aanvraag voor schuldsanering voor de onderneming.
8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?
FAILLISSEMENT
Indien beslag is gelegd bij de schuldenaar vóór de openbaarmaking van het faillissement, kan de tenuitvoerlegging onafhankelijk van het faillissement volgens de algemene regel worden voortgezet. Er bestaan uitzonderingen op deze regel.
In het geval van een lopend geding tussen de schuldenaar en een derde met betrekking tot een goed dat tot de failliete boedel behoort, kan de boedel als rechtspersoon de rechtsvordering van de schuldenaar overnemen. Wanneer de boedel de rechtsvordering van de schuldenaar niet overneemt, wordt het goed geacht niet tot de failliete boedel te behoren. Indien een rechtsvordering tegen de schuldenaar ingesteld in verband met een vordering die in het kader van het faillissement kan worden opgeëist, dan kan de boedel zich aan de zijde van de schuldenaar in het geding voegen. Voor deze procedure gelden aanvullende bepalingen.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Het verbod op tenuitvoerlegging dat gedurende de herstructurering van een onderneming in beginsel van kracht is, vormt geen belemmering voor de voortzetting of beëindiging van een lopend geding tussen de schuldenaar en een derde.
SCHULDSANERING
Zie de informatie onder "Welke gevolgen heeft een insolventieprocedure voor procedures die zijn ingeleid door individuele schuldeisers?"
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Zie de informatie onder "Welke gevolgen heeft een insolventieprocedure voor procedures die zijn ingeleid door individuele schuldeisers?"
9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?
FAILLISSEMENT
De schuldeisers spelen geen formele rol in de faillissementsprocedure. De curator moet over belangrijke kwesties echter met de meest betrokken schuldeisers overleggen wanneer niets zich daartegen verzet. De schuldeisers hebben recht op informatie van de curator en zij mogen bijvoorbeeld aanwezig zijn bij de eedaflegging. Een schuldeiser kan verzoeken om benoeming van een toezichthouder (granskningsman) die namens hem toezicht houdt op het beheer van de failliete boedel.
Zie ook de informatie onder “Welke regels gelden voor de indiening, verificatie en erkenning van schuldvorderingen?”
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Wanneer de rechter beslist toestemming te geven voor de herstructurering van een onderneming, moet hij een datum voor de schuldeisersvergadering vaststellen die voor de rechtbank zal plaatsvinden. De vergadering moet binnen drie weken na de beslissing tot herstructurering worden gehouden; alleen wanneer dat noodzakelijk is, wordt een langere termijn aangehouden.
De schuldeisers moeten tijdens de schuldeisersvergadering de mogelijkheid krijgen om zich uit te spreken over het vervolg van de herstructurering. De rechter moet op verzoek van een schuldeiser tijdens de vergadering een commissie van schuldeisers benoemen uit de deelnemers aan de schuldeisersvergadering. De commissie bestaat uit maximaal drie personen. In bepaalde gevallen kunnen ook werknemers in de commissie tot vertegenwoordiger worden benoemd. Wanneer daartoe bijzondere redenen bestaan kan de rechter ook andere personen aanwijzen om zitting te nemen in de commissie. De bewindvoerder moet over belangrijke kwesties overleg voeren met de commissie van schuldeisers, wanneer niets zich daartegen verzet.
Indien een hoorzitting over het plan wordt gehouden, moeten de schuldeisers wier vorderingen vóór de beslissing tot herstructurering van de onderneming zijn ontstaan, aan de hoorzitting deelnemen, mits het herstructureringsplan rechtstreeks gevolgen heeft voor hun vorderingen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een voorstel wordt gedaan om de vorderingen te verlagen. De schuldeisers moeten vervolgens stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan tijdens een vergadering over het plan voor de rechtbank.
SCHULDSANERING
Schuldeisers moeten hun vorderingen indienen. Zie de informatie onder “Welke regels gelden voor de indiening, verificatie en erkenning van schuldvorderingen?”
Een schuldeiser kan verzoeken om intrekking of wijziging van een schuldsaneringsbeslissing.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Schuldeisers moeten hun vorderingen indienen. Zie de informatie onder “Welke regels gelden voor de indiening, verificatie en erkenning van schuldvorderingen?”
Een schuldeiser kan verzoeken om intrekking of wijziging van een schuldsaneringsbeslissing.
10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?
FAILLISSEMENT
Tijdens een faillissement worden de goederen die tot boedel behoren beheerd ten gunste van de schuldeisers (zie hierboven). De boedel wordt beheerd door een of meer curatoren. De goederen moeten over het algemeen zo spoedig mogelijk worden verkocht. Wanneer de schuldenaar een onderneming had, kan de curator deze onder bepaalde voorwaarden namens de boedel voortzetten.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Tijdens een herstructurering behoudt de debiteur de beheers- en beschikkingsbevoegdheid over zijn goederen.
SCHULDSANERING
Er wordt geen bewindvoerder benoemd.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Er wordt geen bewindvoerder benoemd.
11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?
FAILLISSEMENT
Zweedse faillissementen kunnen in twee categorieën worden onderverdeeld: faillissementen met en zonder verificatieprocedure. In de regel is de procedure zonder verificatie van de vorderingen van kracht. De reden hiervoor is dat niet-preferente schuldeisers bij de uitdeling over het algemeen niets ontvangen. De arrondissementsrechtbank kan, op verzoek van de curator, besluiten tot toepassing van de verificatieprocedure. De verificatieprocedure wordt uitgevoerd wanneer wordt aangenomen dat gewone schuldvorderingen kunnen worden voldaan. Nadat is besloten tot uitvoering van de verificatieprocedure, moeten vorderingen die in het faillissement kunnen worden ingediend, worden geverifieerd alvorens deze aan de schuldeisers kunnen worden uitgekeerd. Ook preferente vorderingen moeten worden geverifieerd. Vorderingen waarop een pandrecht of retentierecht rust, hoeven echter niet te worden geverifieerd voordat deze aan de schuldeiser kunnen worden uitgekeerd.
Doordat de schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn goederen verliest, kan hij geen verbintenissen meer aangaan die tijdens de faillissementsprocedure kunnen worden ingeroepen. Verbintenissen die de schuldenaar aangaat of die ontstaan na opening van de faillissementsprocedure, kunnen over het algemeen niet worden geverifieerd. In de jurisprudentie is vast komen te staan dat de schuldenaar in bepaalde gevallen zijn beschikkingsrecht over bepaalde goederen terugkrijgt wanneer de curator daar uitdrukkelijk afstand van heeft gedaan.
De boedel, die door de curator wordt vertegenwoordigd, kan rechten en verplichtingen verwerven, bijvoorbeeld door een verbintenis aan te gaan. De vorderingen op de boedel worden “boedelschulden” (massafordringar) genoemd. De boedelschulden hebben in beginsel voorrang op de vorderingen in het faillissement (konkursfordringar). Het salaris van de curator en andere soortgelijke schulden (ook wel faillissementskosten genoemd) moeten echter uit de failliete boedel worden betaald voordat kan worden overgegaan tot de betaling van de andere vorderingen op de boedel. Wanneer de faillissementskosten niet uit de boedel kunnen worden voldaan, moeten deze doorgaans door de overheid worden betaald. Uitkering aan de schuldeisers in het faillissement vindt pas plaats nadat de faillissementskosten en de boedelschulden zijn voldaan.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Er bestaan geen algemene regels betreffende de indiening van vorderingen in het kader van de herstructurering van een onderneming. De rechter kan in een herstructureringszaak, op verzoek van de schuldenaar, echter besluiten dat een hoorzitting over het plan moet worden toegestaan (planförhandling). De schuldeisers kunnen in het kader van de hoorzitting hun vorderingen indienen (zie hierna). Alleen schuldeisers met een vordering die is ontstaan vóór indiening van het herstructureringsverzoek, mogen deelnemen aan de hoorzitting over het plan. Bij dergelijke hoorzittingen zijn echter niet alle schuldeisers betrokken, maar alleen degenen die rechtstreeks door het herstructureringsplan worden getroffen. Het herstructureringsplan moet vergezeld gaan van een lijst van activa en passiva van de boedel. Een schuldeiser die wil deelnemen aan de hoorzitting over het plan met betrekking tot een vordering die niet in het overzicht is opgenomen en ook niet later aan het licht is gekomen, moet zijn vordering uiterlijk een week voor de vergadering over het plan schriftelijk indienen bij de bewindvoerder.
Vorderingen die voortvloeien uit een overeenkomst die de schuldenaar gedurende de herstructurering heeft gesloten met toestemming van de bewindvoerder, hebben voorrang. De algemene voorrang is niet langer van toepassing wanneer een herstructureringsplan wordt aanvaard of, indien een herstructureringsplan niet wordt aanvaard, drie maanden na de annulering van de herstructurering van de onderneming, tenzij binnen die termijn een faillissementsaanvraag tegen de schuldenaar is ingediend.
Vorderingen die zijn opgenomen in een aanvaard herstructureringsplan en die nieuwe financiering vormen op grond van de bepalingen van de wet op de herstructurering van ondernemingen (Lagen om företagsrekonstruktion), zijn preferent in de mate en voor de periode die in het plan zijn gespecificeerd. Zie hieronder over de procedure voor het opstellen van een herstructureringsplan.
SCHULDSANERING
Een schuldsanering omvat in principe alle geldvorderingen op de schuldenaar die zijn ontstaan vóór de datum waarop de voorlopige beslissing is genomen. Schuldeisers moeten derhalve alle vorderingen indienen die vóór de voorlopige beslissing zijn ontstaan en onder de schuldsaneringsregeling vallen. Verzuimt een schuldeiser dit te doen, dan bestaat het risico dat de schuldenaar wordt vrijgesteld van de verplichting om de betreffende schuld te betalen (zie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure").
Van schuldsanering zijn uitgesloten:
- onderhoudsverplichtingen, tenzij het Zweedse verzekeringsfonds (Försäkringskassan) of een buitenlandse overheidsinstantie in de plaats is getreden van de rechten van de onderhoudsgerechtigde;
- vorderingen waarop de schuldeiser een pandrecht of een ander voorrangsrecht heeft conform de artikelen 6 en 7 van de wet inzake preferente vorderingen (förmånsrattslagen) (1970:979), of een retentierecht, voor zover de zekerheid voldoende is om de betaling van de vordering te dekken;
- de vorderingen waarop de schuldeiser vóór de openbaarmaking van de voorlopige beslissing een voorrangsrecht heeft verkregen op grond van artikel 8 van de wet inzake preferente vorderingen, met betrekking tot goederen die voorwerp waren van gedwongen tenuitvoerlegging;
- vorderingen die niet opeisbaar zijn en die afhankelijk zijn van een tegenprestatie van de schuldeiser; of
- betwiste vorderingen.
Voorwaardelijke vorderingen, vorderingen waarvan het bedrag nog niet definitief is vastgesteld of die nog niet opeisbaar zijn, kunnen middels een beslissing buiten de schuldsanering worden gelaten. Een vordering die als ongegrond kan worden beschouwd, mag niet in de schuldsanering worden opgenomen.
Vorderingen die zijn ontstaan na de voorlopige beslissing vallen buiten de schuldsanering.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Een schuldsanering voor ondernemingen omvat in principe alle geldvorderingen op de schuldenaar die zijn ontstaan vóór de datum van openbaarmaking van de voorlopige beslissing. Schuldeisers moeten derhalve alle vorderingen indienen die vóór de voorlopige beslissing zijn ontstaan en onder de schuldsaneringsregeling vallen. Verzuimt een schuldeiser dit te doen, dan bestaat het risico dat de schuldenaar wordt vrijgesteld van de verplichting om de betreffende schuld te betalen (zie onder "Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure").
Van schuldsanering voor ondernemingen zijn uitgesloten:
- onderhoudsverplichtingen, tenzij het Zweedse verzekeringsfonds of een buitenlandse overheidsinstantie in de plaats is getreden van de rechten van de onderhoudsgerechtigde;
- preferente vorderingen conform artikel 5 van de wet inzake preferente vorderingen (1970:979), voor zover de zekerheid voldoende is om de betaling van de vordering te dekken;
- vorderingen waarop de schuldeiser een pandrecht of een ander voorrangsrecht heeft conform de artikelen 6 en 7 van de wet inzake preferente vorderingen, of een retentierecht, voor zover de zekerheid voldoende is om de betaling van de vordering te dekken;
- de vorderingen waarop de schuldeiser vóór de openbaarmaking van de voorlopige beslissing een voorrangsrecht heeft verkregen op grond van artikel 8 van de wet inzake preferente vorderingen, met betrekking tot goederen die voorwerp waren van gedwongen tenuitvoerlegging;
- vorderingen die niet opeisbaar zijn en die afhankelijk zijn van een tegenprestatie van de schuldeiser; of
- betwiste vorderingen.
Voorwaardelijke vorderingen, vorderingen waarvan het bedrag nog niet definitief is vastgesteld of die nog niet opeisbaar zijn, kunnen middels een beslissing buiten de schuldsanering worden gelaten. Een vordering die als ongegrond kan worden beschouwd, mag niet in de schuldsanering worden opgenomen.
Vorderingen die zijn ontstaan na de voorlopige beslissing vallen buiten de schuldsanering.
12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?
FAILLISSEMENT
In beginsel mogen alleen vorderingen die zijn ontstaan vóór de openbaarmaking van het vonnis van faillietverklaring worden ingediend. Ook vorderingen waaraan voorwaarden zijn verbonden of die niet opeisbaar zijn, mogen worden ingediend.
Er bestaan bij gebreke van een verificatieprocedure geen regels betreffende de wijze waarop vorderingen moeten worden ingediend. De curator moet er in dat geval op eigen initiatief op toezien dat preferente vorderingen op de juiste wijze worden betaald. Er bestaat geen enkele belemmering voor een schuldeiser om zijn vordering op informele wijze in te dienen, in principe tot de uiterste datum waarop het voorstel voor de verdeling van de boedel kan worden betwist.
Wanneer kan worden aangenomen dat er voldoende vermogen is om de gewone schuldeisers te betalen, dient er verplicht een verificatieprocedure te worden uitgevoerd (zie voor uitleg over de verificatieprocedure hierboven). Wanneer de rechter oordeelt dat een verificatieprocedure vereist is, stelt hij een proceduretermijn van vier tot tien weken vast. De beslissing tot uitvoering van een verificatieprocedure wordt gepubliceerd. Schuldeisers moeten hun vorderingen binnen de gestelde termijn schriftelijk indienen. Schuldeisers met een pand- of retentierecht hoeven hun vorderingen niet ter verificatie in te dienen om uit de boedel te worden betaald. Wanneer de verificatieprocedure al is uitgevoerd, kan een schuldeiser die na afloop van de termijn een vordering wil indienen of een voorrangsrecht wil verkrijgen dit schriftelijk doen in het kader van de zogenaamde “procedure van verlate indiening” (efterbevakning). Een verlate indiening kan worden gedaan tot uiterlijk de dag waarop de curator zijn voorstel voor de verdeling van de boedel opstelt, dat wil zeggen voordat het voorstel bij de rechtbank wordt ingediend en gepubliceerd. Wanneer een schuldeiser zijn vorderingen niet ter verificatie indient, verliest hij de mogelijkheid te worden betaald uit de activa die onder het uitdelingsbesluit vallen. In principe kan een schuldeiser alleen nog betaling van zijn vordering krijgen als er nieuwe activa beschikbaar komen (verlate uitdeling, efterutdelning).
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Zoals hierboven vermeld, bestaat er geen algemene verplichting voor schuldeisers om vorderingen in te dienen in het geval van een herstructurering van een onderneming. Het is echter mogelijk dat schuldeisers hun vorderingen moeten indienen tijdens een hoorzitting over het plan indien de bewindvoerder deze niet op eigen initiatief heeft opgenomen.
Als een hoorzitting over het plan moet worden georganiseerd, moet de schuldenaar een herstructureringsplan opstellen met de steun van de bewindvoerder. In het plan kan een schuldregeling worden voorgesteld waarbij de vorderingen van de schuldeisers worden afgeschreven of de betalingsvoorwaarden worden gewijzigd.
Het herstructureringsplan moet vergezeld gaan van een door de bewindvoerder opgestelde lijst van activa en passiva van de boedel. Op de lijst moet onder meer worden vermeld of een schuldeiser een voorrangsrecht heeft en op welke gronden. In het herstructureringsplan moeten schuldeisers en aandeelhouders en anderen met een deelneming in de schuldenaar (betrokken partijen) in groepen worden verdeeld op basis van voorrang en de mate van prioriteit van vorderingen. Alleen schuldeisers wier vorderingen zijn ontstaan vóór de beslissing tot herstructurering van de onderneming en die rechtstreeks gevolgen ondervinden van het herstructureringsplan — bijvoorbeeld omdat wordt voorgesteld de vordering van de schuldeiser te verlagen — zijn betrokken bij een hoorzitting over het plan.
Indien het verzoek tot het houden van een hoorzitting over het plan wordt toegewezen, moet de rechter de betreffende beslissing onmiddellijk bekendmaken. De rechter moet tegelijkertijd een datum vaststellen voor de vergadering met de betrokken partijen, die bij de rechtbank plaatsvindt (vergadering over het plan), de vergadering bijeenroepen en de beslissing publiceren. Tijdens de vergadering over het plan moet de rechter de selectie van de betrokken partijen en hun indeling in groepen onderzoeken. De rechter heeft vervolgens de mogelijkheid om de selectie van de partijen en de verdeling in groepen te wijzigen. Daarna stemmen de betrokken partijen over het herstructureringsplan.
Vóór de vergadering over het plan hebben de bewindvoerder, de schuldenaar en de betrokken partijen, zoals schuldeisers, de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een vordering die onder het herstructureringsplan zou vallen. Bezwaren moeten zo vroeg mogelijk, en in ieder geval vóór de stemming tijdens de vergadering over het plan, schriftelijk aan de bewindvoerder worden voorgelegd.
Een bezwaar tegen een vordering of een recht belet de betrokken partij niet met de vordering of het recht deel te nemen aan de stemming. Indien de uitslag van de stemming afhangt van het al dan niet aanvaarden van een bezwaar, moet de rechter tijdens de vergadering de betwiste kwestie onderzoeken en trachten tot een minnelijke schikking te komen. Indien geen minnelijke schikking kan worden bereikt, moet de rechter de bezwaren beoordelen.
Een herstructureringsplan wordt geacht door de betrokken partijen te zijn aanvaard indien het in elke groep door ten minste twee derde van de stemmers is goedgekeurd en hun vorderingen of rechten ten minste twee derde bedragen van de vorderingen of rechten die gepaard gaan met stemrechten. Indien het herstructureringsplan wordt aanvaard, keurt de rechter het goed, tenzij er belemmeringen zijn om dit te doen. Onder bepaalde bijzondere voorwaarden kan de rechter een herstructureringsplan goedkeuren dat niet door de betrokken partijen is aanvaard.
Een goedgekeurd herstructureringsplan is bindend voor de schuldenaar en alle betrokken partijen, alsook voor de wederpartij van de schuldenaar in een overeenkomst betreffende nieuwe financiering.
SCHULDSANERING
Een voorlopige beslissing tot inleiding van de procedure voor schuldsanering moet onverwijld in de Zweedse staatscourant worden gepubliceerd (Post- och Inrikes Tidningar). Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om over het algemeen binnen een maand na de datum van de publicatie de volgende handelingen te verrichten: hun schuldvorderingen indienen, details over deze vorderingen geven en andere informatie verstrekken die van belang is bij de bestudering van het dossier, en aangeven op welke rekening de betalingen tijdens de schuldsaneringsprocedure moeten worden verricht.
Wanneer er na de voorlopige beslissing voldoende gegevens zijn verzameld, wordt een schuldsaneringsvoorstel opgesteld. Dit voorstel moet naar alle bekende schuldeisers worden gestuurd van wie de vorderingen in het voorstel zijn opgenomen, met het verzoek om binnen een bepaalde termijn hun opmerkingen kenbaar te maken. Verzuimt een schuldeiser zijn opmerkingen kenbaar te maken, dan kan het schuldsaneringsvoorstel niettemin worden aangenomen.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Een voorlopige beslissing tot inleiding van de procedure voor schuldsanering voor ondernemingen moet onverwijld in de Zweedse staatscourant worden gepubliceerd (Post- och Inrikes Tidningar). Tevens moet uiterlijk binnen een week na de publicatie een kennisgeving naar de bekende schuldeisers worden gestuurd. In de publicatie en de kennisgeving wordt de schuldeisers onder meer verzocht om over het algemeen binnen een maand na de datum van de publicatie de volgende handelingen te verrichten: hun schuldvorderingen indienen, details over deze vorderingen geven en andere informatie verstrekken die van belang is bij de bestudering van het dossier, en aangeven op welke rekening de betalingen tijdens de schuldsaneringsprocedure moeten worden verricht.
Wanneer er na de voorlopige beslissing voldoende gegevens zijn verzameld, wordt een schuldsaneringsvoorstel opgesteld. Dit voorstel moet naar alle bekende schuldeisers worden gestuurd van wie de vorderingen in het voorstel zijn opgenomen, met het verzoek om binnen een bepaalde termijn hun opmerkingen kenbaar te maken. Verzuimt een schuldeiser zijn opmerkingen kenbaar te maken, dan kan het schuldsaneringsvoorstel niettemin worden aangenomen.
13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?
FAILLISSEMENT
Indien de baten van de boedel niet voldoende zijn om de faillissementskosten en de boedelschulden te betalen, wordt het faillissement opgeheven (zie de informatie hierboven over de faillissementskosten en de boedelschulden). Wanneer het faillissement wordt opgeheven, vindt er in principe geen uitkering aan de schuldeisers plaats.
Wordt het faillissement niet opgeheven, dan worden de baten van de boedel na betaling van de faillissementskosten en de boedelschulden, onder de schuldeisers verdeeld. Het geld moet in beginsel worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen van de wet inzake preferente vorderingen.
In de wet inzake preferente vorderingen is bepaald welk recht op betaling de schuldeisers ten opzichte van elkaar hebben in geval van een faillissement. Hieronder volgt algemene informatie over de wet inzake preferente vorderingen.
Er bestaan met betrekking tot vorderingen bijzondere en algemene voorrechten. Een bijzonder voorrecht heeft betrekking op een bepaald goed (bijvoorbeeld een pandrecht, een retentierecht of een hypotheek). Een algemeen voorrecht heeft betrekking op alle goederen die tot de failliete boedel behoren (bijvoorbeeld de kosten van de schuldeiser om de schuldenaar failliet te laten verklaren en het salaris van de bewindvoerder wanneer het faillissement vooraf is gegaan door een herstructurering van de onderneming). Een bijzonder voorrecht heeft voorrang op een algemeen voorrecht. Vorderingen waaraan geen voorrecht is verbonden, hebben onderling dezelfde rang. In een overeenkomst kan echter zijn vastgesteld dat een bepaalde schuldeiser pas wordt betaald nadat de andere schuldeisers zijn betaald (achtergestelde vordering (efterställd fordran)).
Het voorrangsrecht dat aan een vordering is verbonden blijft bestaan, ook als de vordering wordt overgedragen of voorwerp is van beslag, of op een andere wijze naar een andere houder overgaat.
Wanneer aan een vordering een bijzonder voorrecht is verbonden voor een bepaald goed, en die vordering niet volledig met de opbrengst van dat goed kan worden voldaan, wordt het restant behandeld als een niet-bevoorrechte vordering.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Er vindt geen uitkering plaats in het kader van een herstructurering van een onderneming, tenzij in het herstructureringsplan in een schuldregeling is voorzien.
Een schuldregeling kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van een schuldvermindering of een wijziging van de betalingsvoorwaarden. Het herstructureringsplan kan alleen worden vastgesteld indien de schuldeisers binnen dezelfde groep gelijk worden behandeld in verhouding tot hun vordering. Aangezien de schuldvermindering en de betalingsvoorwaarden voor het overige in overeenstemming zijn met hetgeen in het herstructureringsplan is besloten, kunnen deze verschillen.
Indien het herstructureringsplan een schuldregeling bevat, heeft een schuldeiser wiens vordering ten tijde van de vaststelling van het herstructureringsplan niet bekend was, slechts recht op betaling die overeenkomt met wat de groep schuldeisers waarin de schuldeiser zou zijn ingedeeld indien hij bekend was geweest, zou hebben ontvangen.
Een schuldeiser die een herstructureringsplan met een schuldregeling heeft aanvaard, verliest zijn rechten ten aanzien van een garant of iemand anders die naast de schuldenaar aansprakelijk is voor de vordering, niet.
Vorderingen die zijn opgenomen in een aanvaard herstructureringsplan en die nieuwe financiering vormen op grond van de bepalingen van de wet op de herstructurering van ondernemingen (Lagen om företagsrekonstruktion), zijn preferent in de mate en voor de periode die in het plan zijn gespecificeerd.
SCHULDSANERING
In een beslissing om schuldsanering toe te staan, bepaalt de gerechtsdeurwaardersinstantie onder meer welke vorderingen worden gedekt, welk betalingsplan van toepassing is op de schuldenaar en hoeveel van elke vordering moet worden betaald.
Alle vorderingen die onder de schuldsanering vallen, hebben dezelfde rang. Een vordering kan echter met instemming van de schuldeiser een lagere rang krijgen, of met voorrang op andere vorderingen worden betaald, indien de uitdeling slechts een klein bedrag betreft en het redelijk is de vordering als eerste te voldoen rekening houdend met de omvang van de vorderingen en andere omstandigheden.
In de beslissing betreffende de schuldsanering is vastgesteld welke bepalingen op de vorderingen van toepassing zijn.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
In een beslissing om de schuldsanering voor ondernemingen toe te staan, bepaalt de gerechtsdeurwaardersinstantie onder meer welke vorderingen worden gedekt, welk betalingsplan van toepassing is op de schuldenaar en hoeveel van elke vordering moet worden betaald.
Alle vorderingen die onder de schuldsanering voor ondernemingen vallen, hebben dezelfde rang. Een vordering kan echter met instemming van de schuldeiser een lagere rang krijgen, of met voorrang op andere vorderingen worden betaald, indien de uitdeling slechts een klein bedrag betreft en het redelijk is de vordering als eerste te voldoen rekening houdend met de omvang van de vorderingen en andere omstandigheden.
In de beslissing betreffende de schuldsanering voor ondernemingen is bepaald welke voorwaarden van toepassing zijn op de vorderingen.
14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?
FAILLISSEMENT
Wanneer de schuldenaar een akkoord sluit met de schuldeisers over de betaling van zijn schulden of op een andere wijze een regeling treft (vrijwillige schikking), beëindigt de rechter het faillissement. In faillissementen waarbij verificatieprocedures worden uitgevoerd, kan het faillissement ook worden beëindigd door middel van een beslissing over een gerechtelijk akkoord. In overige gevallen wordt het faillissement opgeheven (indien de activa niet volstaan om de faillissementskosten en de boedelschulden te dekken) of door een verdeling van de boedel onder de schuldeisers.
Een faillissement stelt een natuurlijke persoon niet vrij van de verplichting tot betaling van zijn schulden (zie de informatie over schuldsanering, waarbij andere regels gelden). Dit betekent dat schulden die niet zijn betaald ná het faillissement blijven bestaan (tenzij deze schulden deel uitmaken van een vrijwillige schikking of een akkoord).
Een rechtspersoon wordt na een faillissement ontbonden (de regels hieromtrent zijn vastgesteld in het vennootschapsrecht). Hieruit volgt dat schuldeisers na het faillissement, in principe, geen betaling van eventuele restschulden van de rechtspersoon kunnen vorderen.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Onder bepaalde voorwaarden moet de rechter beslissen dat een herstructurering van een onderneming moet worden beëindigd. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het doel van de herstructurering wordt geacht te zijn bereikt of indien het niet mogelijk wordt geacht dat doel te bereiken.
Bovendien moet de rechter beslissen dat de herstructurering moet eindigen drie maanden na de datum waarop de beslissing over de herstructurering is genomen. De herstructurering kan op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder of een schuldeiser met nog eens drie maanden worden verlengd indien er bijzondere redenen zijn om dit te doen. Er zijn uitzonderlijke redenen nodig voor een verdere verlenging.
Een herstructurering mag in totaal niet langer duren dan twaalf maanden, tenzij de rechter eerder een beslissing heeft genomen over een hoorzitting over het plan. In dat geval moet de herstructurering uiterlijk 15 maanden na de datum waarop de beslissing over de herstructurering is genomen, eindigen.
Indien de herstructurering eindigt, is de bescherming van de schuldenaar tegen vereffeningsmaatregelen, zoals beslag en faillissement, niet langer van toepassing. De bescherming loopt ook af twaalf maanden nadat de beslissing over de herstructurering is genomen, ook al is de herstructurering op dat moment nog niet beëindigd.
Als de herstructurering eindigt, blijft een aanvaard herstructureringsplan van toepassing. Dit blijft bindend voor de schuldenaar en de betrokken partijen. De rechter kan beslissen dat een aanvaard herstructureringsplan moet worden geannuleerd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer sprake is van wezenlijke niet-nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van het plan door de schuldenaar.
SCHULDSANERING
De schuldenaar wordt als gevolg van de schuldsaneringsbeslissing vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van de schulden die onder de schuldsaneringsregeling vallen tot aan het bedrag van de verlaging. De schuldenaar wordt als gevolg van de beslissing tot schuldsanering eveneens vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van onbekende schulden, tenzij het schulden zijn die niet in de schuldsaneringsregeling kunnen worden opgenomen. Schuldsanering heeft tot gevolg dat rente of boetes wegens te late betaling van vorderingen die onder de schuldsaneringsregeling vallen, vanaf de dag volgend op de openbaarmaking van de voorlopige beslissing komen te vervallen. Schuldsanering heeft geen gevolgen voor het recht dat een schuldeiser heeft jegens een borg of een ander persoon die naast de schuldenaar aansprakelijk is voor de schuld.
De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering bevat een betalingsplan. Het betalingsplan heeft een looptijd van vijf jaar, tenzij er om gewichtige redenen een kortere termijn wordt vastgesteld. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven. Bij het vaststellen van de vervaltermijn van het betalingsplan, wordt de termijn vanaf de voorlopige beslissing afgetrokken van de looptijd van het betalingsplan, tenzij er aanleiding is om een kortere termijn af te trekken, gelet op de houding van de schuldenaar na de beslissing tot opening van de procedure.
Wanneer de beslissing over de schuldsanering definitief van kracht wordt, eindigt de bescherming van de schuldenaar tegen vereffeningsmaatregelen.
Een beslissing tot schuldsanering kan in bepaalde omstandigheden worden gewijzigd of ingetrokken. Op verzoek van een schuldeiser wiens vordering onder de schuldsanering valt, kan de beslissing onder meer worden ingetrokken indien de schuldenaar onjuiste informatie heeft verstrekt, indien de schuldenaar het betalingsplan niet naleeft en de afwijking van het plan aanzienlijk is of indien de financiële situatie van de schuldenaar aanzienlijk is verbeterd.
In geval van wijziging van een schuldsaneringsbeslissing, kan de looptijd van het betalingsplan tot ten hoogste zeven jaar worden verlengd.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
De schuldenaar wordt als gevolg van de beslissing tot schuldsanering voor ondernemingen vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van de schulden die onder de schuldsaneringsregeling vallen tot aan het bedrag van de verlaging. De schuldenaar wordt als gevolg van de beslissing tot schuldsanering eveneens vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van onbekende schulden, tenzij het schulden zijn die niet in de schuldsaneringsregeling voor de onderneming kunnen worden opgenomen.
Schuldsanering heeft tot gevolg dat rente of boetes wegens te late betaling van vorderingen die onder de schuldsaneringsregeling vallen, vanaf de dag volgend op de openbaarmaking van de voorlopige beslissing komen te vervallen.
Schuldsanering voor ondernemingen heeft geen gevolgen voor het recht dat een schuldeiser heeft jegens een borg of een ander persoon die naast de schuldenaar aansprakelijk is voor de schuld.
De beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering voor een onderneming bevat een betalingsplan. Het betalingsplan heeft een looptijd van drie jaar. Het betalingsplan begint te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot goedkeuring van de schuldsanering is gegeven.
Wanneer de beslissing over de schuldsanering voor ondernemingen definitief van kracht wordt, eindigt de bescherming van de schuldenaar tegen vereffeningsmaatregelen.
Een beslissing tot schuldsanering voor ondernemingen kan in bepaalde omstandigheden worden gewijzigd of ingetrokken. Een beslissing tot schuldsanering kan in bepaalde omstandigheden worden gewijzigd of ingetrokken. Op verzoek van een schuldeiser wiens vordering onder de schuldsanering voor de onderneming valt, kan de beslissing onder meer worden ingetrokken indien de schuldenaar onjuiste informatie heeft verstrekt, indien de schuldenaar het betalingsplan niet naleeft en de afwijking van het plan aanzienlijk is of indien de financiële situatie van de schuldenaar aanzienlijk is verbeterd.
In geval van wijziging van een schuldsaneringsbeslissing, kan de looptijd van het betalingsplan tot ten hoogste vijf jaar worden verlengd.
15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?
FAILLISSEMENT
Zoals hierboven reeds is toegelicht wordt een natuurlijke persoon in geval van een faillissement niet vrijgesteld van de aansprakelijkheid voor zijn schulden; rechtspersonen worden na een faillissement ontbonden.
Indien er na een faillissement nog baten resteren, bestaat de mogelijkheid van een “verlate uitdeling”.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Zie hierboven voor informatie over het effect van een aanvaard herstructureringsplan met schuldregeling. Indien een herstructureringsplan niet is aanvaard en de schuldenaar met de schuldeisers geen overeenstemming heeft bereikt over een vrijwillige schuldregeling, blijven de vorderingen na voltooiing van de herstructurering nog openstaan.
Schuldeisers met vorderingen die voortvloeien uit een overeenkomst die de schuldenaar gedurende de herstructurering heeft gesloten met toestemming van de bewindvoerder, hebben voorrang. De algemene voorrang is niet langer van toepassing wanneer een herstructureringsplan wordt aanvaard of, indien een herstructureringsplan niet wordt aanvaard, drie maanden na de annulering van de herstructurering van de onderneming, tenzij binnen die termijn een faillissementsaanvraag tegen de schuldenaar is ingediend.
Schuldeisers met vorderingen die zijn opgenomen in een aanvaard herstructureringsplan en die nieuwe financiering vormen op grond van de bepalingen van de wet op de herstructurering van ondernemingen, hebben voorrang in de mate en voor de periode die in het plan zijn gespecificeerd.
SCHULDSANERING
Schuldsanering vermindert de vorderingen die onder de schuldsanering vallen. De schuldenaar wordt als gevolg ervan eveneens vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van onbekende schulden, tenzij het schulden zijn die niet in de schuldsaneringsregeling kunnen worden opgenomen. Schuldsanering heeft geen gevolgen voor het recht dat een schuldeiser heeft jegens een borg of een ander persoon die naast de schuldenaar aansprakelijk is voor de schuld.
Een schuldeiser kan onder bepaalde omstandigheden een schuldsanering laten herbeoordelen nadat de schuldenaar het betalingsplan heeft nageleefd, indien het betalingsplan minder dan vijf jaar na de beslissing tot inleiding van de procedure afloopt.
Zie voor meer informatie onder “Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van beëindiging van de insolventieprocedure?”
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Schuldsanering voor ondernemingen vermindert de vorderingen die onder de schuldsanering vallen. De schuldenaar wordt als gevolg ervan eveneens vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van onbekende schulden, tenzij het schulden zijn die niet in de schuldsaneringsregeling voor ondernemingen kunnen worden opgenomen. Schuldsanering voor ondernemingen heeft geen gevolgen voor het recht dat een schuldeiser heeft jegens een borg of een ander persoon die naast de schuldenaar aansprakelijk is voor de schuld.
Een schuldeiser kan onder bepaalde omstandigheden een schuldsanering voor een onderneming laten herbeoordelen nadat de schuldenaar het betalingsplan heeft nageleefd, indien het betalingsplan minder dan drie jaar na de beslissing tot inleiding van de procedure afloopt.
Zie voor meer informatie onder “Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van beëindiging van de insolventieprocedure?”
16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?
FAILLISSEMENT
Het salaris van de curator en soortgelijke kosten (faillissementskosten), evenals andere door de boedel aangegane schulden (boedelschulden) moeten vóór de uitdeling aan de schuldeisers uit de boedel worden betaald. De faillissementskosten hebben voorrang op de vorderingen in de boedel.
Indien het faillissement is ingeleid op verzoek van een andere schuldeiser dan de staat, moeten eventuele faillissementskosten die niet uit de boedel kunnen worden gehaald, binnen bepaalde grenzen door de schuldeiser worden betaald. In andere gevallen moeten zij door de staat worden betaald.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
De kosten van de procedure voor de rechtbank en de bezoldiging van de bewindvoerder en van een eventuele vertegenwoordiger van een toezichthoudende autoriteit moeten door de schuldenaar worden betaald.
De bezoldiging mag niet hoger zijn dan als een redelijke bezoldiging voor de taak kan worden beschouwd, gelet op het werk dat vereist is voor de taak, de zorg en de deskundigheid waarmee deze is uitgevoerd en de omvang van de bedrijfsactiviteit.
Het recht van de bewindvoerder op vergoeding moet op verzoek van de toezichthoudende autoriteit, de bewindvoerder of de schuldenaar door de rechter worden beoordeeld. Totdat het herstructureringsplan is voltooid, kan elke belanghebbende wiens vordering of recht onder het plan valt, ook om een dergelijke evaluatie verzoeken.
De bezoldiging is onderworpen aan een algemene preferentie in geval van faillissement, voor zover het bedrag in de gegeven omstandigheden redelijk is.
SCHULDSANERING
De schuldenaar maakt de betalingen in het kader van een schuldsaneringsregeling over aan de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie (Kronofogdemyndigheten), die als tussenpersoon optreedt voor de schuldeisers. De Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie brengt een jaarlijkse vergoeding in rekening bij de schuldenaar voor de administratieve verwerking van de betalingen.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
De schuldenaar maakt de betalingen in het kader van een schuldsaneringsregeling over aan de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie (Kronofogdemyndigheten), die als tussenpersoon optreedt voor de schuldeisers. De Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie brengt een jaarlijkse vergoeding in rekening bij de schuldenaar voor de administratieve verwerking van de betalingen.
17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?
FAILLISSEMENT
De regels betreffende terugvordering zijn opgenomen in de faillissementswet. Het uitgangspunt voor de berekening van de in de regels betreffende terugvordering vastgestelde termijnen is in het algemeen de datum van de faillissementsaanvraag.
Een rechtshandeling wordt vernietigd wanneer als gevolg daarvan een schuldeiser op ongepaste wijze is begunstigd ten opzichte van de andere schuldeisers, wanneer goederen aan het vermogen van de schuldenaar zijn onttrokken, wanneer de schulden van de schuldenaar zijn gestegen, wanneer de schuldenaar insolvent was of als gevolg van die handeling alleen of in samenhang met andere factoren insolvent is geworden, en wanneer de wederpartij wist of behoorde te weten dat de schuldenaar insolvent was en wat de omstandigheden waren die maakten dat de rechtshandeling ongepast was. Naasten van de schuldenaar worden geacht bekend te zijn met de in de vorige zin genoemde omstandigheden, tenzij wordt aangetoond dat zij daarvan niet op de hoogte waren of konden zijn. Een rechtshandeling die meer dan vijf jaar vóór de referentietermijn is verricht, kan alleen worden vernietigd indien de wederpartij een naaste van de schuldenaar is.
De betaling van een schuld binnen drie maanden vóór de referentietermijn met ongebruikelijke betaalmiddelen, de betaling vóór de vervaldatum, of de betaling van een zodanig grote geldsom dat daardoor de financiële situatie van de schuldenaar aanzienlijk is verslechterd, wordt vernietigd, tenzij de betaling in de gegeven omstandigheden als normaal kan worden beschouwd. Een betaling die tussen de drie maanden en twee jaar vóór de referentietermijn is verricht ten gunste van een familielid van de schuldenaar wordt vernietigd, tenzij wordt aangetoond dat de schuldenaar niet insolvent was of niet als gevolg van die transactie insolvent is geworden.
Er bestaan bijzondere regels voor onder meer giften, huwelijkse voorwaarden en loon. Bepaalde betalingen aan de staat vallen niet onder de regels betreffende terugvordering, zoals bijvoorbeeld reeds betaalde belastingen.
De curator kan terugvordering eisen met name door het instellen van een rechtsvordering bij een gewone rechtbank of door vorderingen te betwisten die tijdens de faillissementsprocedure worden geverifieerd. Indien de curator geen terugvordering eist en er geen minnelijke schikking tot stand komt, kan een schuldeiser terugvordering eisen door het instellen van een rechtsvordering voor een gewone rechtbank.
In het geval van terugvordering vloeien de goederen die door de schuldenaar waren onttrokken terug in de boedel.
HERSTRUCTURERING VAN EEN ONDERNEMING
Nadat een beslissing over de herstructurering van een onderneming is genomen, zijn de bepalingen inzake terugvordering bij faillissement van de faillissementswet van toepassing indien een herstructureringsplan met een schuldregeling wordt aanvaard (zie het deel over faillissement).
Indien een rechtsvordering wegens terugvordering betrekking heeft op een preferentie of een door beslag verkregen betaling, kan de rechter beslissen dat de tenuitvoerlegging in de tenuitvoerleggingsprocedure tot nader order niet mag worden voortgezet.
Een rechtsvordering wegens terugvordering wordt ingesteld door de bewindvoerder of door een belanghebbende. De vordering moet vóór de vergadering over het plan worden ingesteld en kan pas definitief worden beoordeeld nadat het herstructureringsplan is aanvaard. Een betrokken partij die een rechtsvordering wenst in te stellen, moet de bewindvoerder daarvan in kennis stellen. Indien de betrokken partij dit niet heeft gedaan, is de rechtsvordering niet-ontvankelijk.
De rechtsvordering wegens terugvordering moet worden afgewezen indien de herstructurering van de onderneming eindigt zonder dat een herstructureringsplan wordt aanvaard en de schuldenaar niet failliet wordt verklaard na een verzoek dat binnen drie weken na de beëindiging van de herstructurering is ingediend.
Na terugbetaling van de kosten van de eiser moet de opbrengst van een rechtsvordering wegens terugvordering worden toegerekend overeenkomstig de gronden voor de vereffening van de schuld, tenzij in het herstructureringsplan anders is bepaald. Een verweerder die als gevolg van de rechtsvordering van de eiser een vordering op de schuldenaar krijgt, kan op grond van die vordering deelnemen aan de hoorzitting over het plan en het recht krijgen om de geldsom die bij de uitdeling aan hem toekomt af te trekken van het bedrag dat hij anders zou moeten betalen.
De rechter kan een bijzonder beheer gelasten van hetgeen op grond van de eerste alinea aan de betrokken partijen moet worden toegewezen, indien een van hen of de schuldenaar hierom in de terugvorderingsprocedure verzoekt. Er kan alleen beslag worden gelegd op goederen die onder het bijzonder beheer vallen indien het herstructureringsplan is geannuleerd.
SCHULDSANERING
Er bestaan geen bijzondere regels betreffende terugvordering.
SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN CONFORM DE WET INZAKE SCHULDSANERING VOOR ONDERNEMINGEN
Er bestaan geen bijzondere regels betreffende terugvordering.