Algemene beschrijving
De basisopleiding van rechters en openbare aanklagers wordt verzorgd door het Nationaal Instituut van de magistratuur (INM) en is verplicht voor gerechtelijke stagiairs. Op basis van de behoeften van de rechterlijke macht stelt de Hoge Raad van de magistratuur (CSM) jaarlijks het aantal beschikbare plaatsen vast. In 2021 waren er 300 vacante functies, waarvan 175 voor rechters en 125 voor openbare aanklagers, en het vergelijkend onderzoek loopt momenteel.
Volgens de wettelijke voorschriften duurt de basisopleiding twee jaar, maar de gerechtelijke stagiairs kiezen pas aan het einde van het eerste jaar welk beroep zij willen uitoefenen — dat van rechter of van openbaar aanklager. In het eerste jaar is de basisopleiding dus een algemene opleiding, aangezien alle gerechtelijke stagiairs hetzelfde studieprogramma volgen en aan dezelfde beoordelingsprocedure worden onderworpen, ongeacht hun toekomstige beroep. Tijdens het tweede jaar krijgen zij een gespecialiseerde opleiding, voornamelijk in rechtbanken en parketten, afhankelijk van het beroep dat zij kiezen.
Het Nationaal Instituut van de magistratuur (INM) is een professionele opleidingsinstelling en geen verlengstuk van de universitaire opleiding. Daarom heeft de basisopleiding aan het INM voornamelijk betrekking op toegepaste vaardigheden en niet alleen op een grondigere kennis van wetsbepalingen en wetteksten.
De gerechtelijke stagiairs leren er dan ook hoe zij bijvoorbeeld een rechtbankzitting en een verhoor bij een strafvervolging moeten leiden, hoe zij de door de partijen voor de rechter aangevoerde bewijzen moeten onderzoeken, hoe zij de psychologie van de verschillende soorten procespartijen kunnen begrijpen, hoe zij een dossier gemakkelijk kunnen analyseren en hoe zij een beslissing of een andere rechtshandeling moeten opstellen.
Toegang tot de basisopleiding
De toegang tot de basisopleiding wordt uitsluitend verleend via een vergelijkend onderzoek om toegang te krijgen tot het INM. Dit onderzoek wordt georganiseerd door de Hoge Raad van de magistratuur, via het INM, en is gebaseerd op vakbekwaamheid, vaardigheden en een goede reputatie.
Dit vergelijkend onderzoek voor toegang tot het INM staat open voor al wie een bachelordiploma in de rechten heeft behaald, ongeacht leeftijd of eerdere beroepservaring, en omvat vier fasen:
- een examen waarbij de juridische kennis wordt getoetst door middel van meerkeuzevragen, met het oog op een objectieve en efficiënte eerste selectie;
- een schriftelijk examen waarbij het vermogen wordt beoordeeld om gegevens te verwerken en onderlinge verbanden te leggen, de wetgeving uit te leggen en toe te passen, schriftelijk te argumenteren en daarbij aan te tonen dat men logisch en correct kan redeneren;
- een psychologische test, bestaande uit een schriftelijke test en een gesprek, om te bepalen of de kandidaten psychologisch in staat zijn het beroep uit te oefenen;
- een mondeling examen, bestaande uit een gesprek waarbij wordt nagegaan of de kandidaten over de kennis, maar ook over de vaardigheden, bekwaamheden, motivatie en menselijke kwaliteiten beschikken om een dergelijk beroep uit te oefenen.
De geselecteerde kandidaten krijgen de hoedanigheid van gerechtelijke stagiairs en volgen het basisopleidingsprogramma aan het INM, dat wordt afgesloten met een eindexamen aan het INM.
Er zijn geen alternatieve toegangspoorten tot de basisopleiding. Toch zijn er ook andere manieren om toe te treden tot de magistratuur:
- door deelname aan een vergelijkend onderzoek voor toegang tot de magistratuur, dat wordt georganiseerd door de Hoge Raad van de magistratuur via het INM en openstaat voor al wie een rechtendiploma heeft behaald en ten minste vijf jaar ervaring heeft in één van een aantal bij wet bepaalde juridische functies. De geslaagde kandidaten krijgen de hoedanigheid van rechter of openbaar aanklager en zijn verplicht gedurende zes maanden een beroepsopleiding aan het INM te volgen;
- zonder vergelijkend onderzoek of examen, via een procedure die de Hoge Raad van de magistratuur organiseert en die openstaat voor al wie vroeger al ten minste tien jaar de functie van rechter, openbaar aanklager of assistent-magistraat had uitgeoefend en daarmee was gestopt wegens niet aan hen toe te schrijven redenen, om vacatures bij rechtbanken of parketten in te vullen.
Vorm en inhoud van de basisopleiding
De basisopleiding van gerechtelijke stagiairs loopt over een periode van twee jaar, waarbij het eerste jaar gewijd is aan theoretische en praktische opleidingen door middel van cursussen en seminars aan het INM en het tweede jaar voornamelijk aan stages bij rechtbanken en parketten.
Het programma van de basisopleiding wordt jaarlijks goedgekeurd door de plenaire vergadering van de Hoge Raad van de magistratuur, op voorstel van het Nationaal Instituut van de magistratuur, dat dit programma uitwerkt en indient voor analyse door de Pedagogische Raad en de Wetenschappelijke Raad.
Het studieprogramma voor het eerste jaar omvat de studiegebieden, het aantal cursussen en seminars per studiegebied, en de evaluatiemethode. Het studieprogramma voor het tweede jaar voorziet in praktijkstages.
Het opleidingspersoneel van het instituut, dat gewoonlijk wordt gekozen uit zittende rechters en aanklagers, staat in voor de opleiding van de gerechtelijke stagiairs. De voltijdse opleiders, die worden gedetacheerd aan het Nationaal Instituut van de magistratuur, en de meewerkende opleiders worden toegewezen aan afdelingen, afhankelijk van de opleidingsgebieden waarin zij gespecialiseerd zijn.
De opleiders stellen voor elk studiegebied het studieprogramma samen. Dit omvat de thema’s en subthema’s, het aantal uren dat aan elk daarvan wordt toegewezen, de opleidingsmethode en meer informatie over de evaluatie van de gerechtelijke stagiairs.
De praktijkcoördinatoren zijn rechters en openbare aanklagers van rechtbanken en parketten die de aan de praktijkopleiding gekoppelde activiteiten in het tweede jaar begeleiden.
Eerste opleidingsjaar
- De activiteiten van de gerechtelijke stagiairs worden georganiseerd in groepen van 15 tot 17 mensen en vinden hoofdzakelijk plaats op de hoofdzetel van het INM. Daar volgen zij cursussen en seminars in het kader van het basisopleidingsprogramma om hun juridische kennis uit te breiden en de vaardigheden te ontwikkelen die specifiek nodig zijn voor het beroep van rechter en openbaar aanklager. Aan het INM is de studie van het recht voornamelijk praktijkgericht, waarbij de reële omstandigheden waarin een magistraat werkt, zo goed mogelijk worden nagebootst. In het kader hiervan werken de stagiairs onder meer in kleine groepjes aan casestudy’s onder begeleiding van de beroepsbeoefenaren die de documenten hebben opgesteld. De seminars omvatten ook praktische activiteiten, zoals een dossieronderzoek, het opstellen van proceduredocumenten en gesimuleerde processen.
- In het eerste jaar neemt de studie van de fundamentele gebieden (burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, strafrecht en strafprocesrecht) een belangrijke plaats in het studieprogramma in, aangezien het werk van een rechter/openbaar aanklager in grote mate is gebaseerd op specifieke kennis van deze gebieden.
- Naast opleiding in de fundamentele rechtsgebieden krijgen de gerechtelijke stagiairs ook opleiding in bestuursrecht, beroepsgeschillen, familierecht, criminalistiek, constitutioneel recht, EU-recht en mensenrechten.
- Het opleidingsprogramma omvat zowel juridische als niet-juridische vaardigheden, die worden gegroepeerd in een pool van disciplines gewijd aan sociale en menswetenschappen, die betrekking hebben op onderwerpen in verband met psychologie, communicatie en persoonlijke ontwikkeling, sociologie en kritisch denken. De studie van vreemde talen heeft ook tot doel kennis te verwerven en niet-juridische vaardigheden te ontwikkelen die relevant zijn voor de uitoefening van het beroep. De studie van beroepsethiek en deontologie vormt een belangrijk onderdeel van de opleiding en heeft tot doel de gedrags- en morele normen vast te stellen en te verwerven die specifiek zijn voor de functie van rechter/openbaar aanklager, zowel bij de uitoefening van het beroep als ten opzichte van de samenleving, overeenkomstig nationale en internationale regels.
Na het eerste opleidingsjaar kiezen de gerechtelijke stagiairs voor de functie van rechter of openbaar aanklager, op basis van hun rangschikking en het aantal beschikbare functies dat de Hoge Raad van de magistratuur vaststelt.
Tweede opleidingsjaar
- De gerechtelijke stagiairs werken voornamelijk bij rechtbanken en parketten. Zo kunnen zij de nodige specifieke professionele vaardigheden die zij in het eerste jaar hebben verworven, verder ontwikkelen en tegelijkertijd vertrouwd raken met hun toekomstige werkomgeving. Zij worden daarbij begeleid door mentoren/praktijkcoördinatoren (rechters en openbare aanklagers), die ervoor moeten zorgen dat zij deelnemen aan alle relevante activiteiten binnen een rechtbank en parket. De mentoren/praktijkcoördinatoren behoren tot het opleidingspersoneel/personeel van het INM.
- Daarnaast volgen de gerechtelijke stagiairs stages bij advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Zij doen ook praktisch werk bij reclasseringsdiensten, politiebureaus en penitentiaire instellingen. Het doel van deze stages is om hen een overzicht te geven van de rechterlijke macht en hen vertrouwd te maken met de realiteit van andere juridische beroepen, zodat zij in hun toekomstige beroepsleven tot een doeltreffende en vruchtbare samenwerking kunnen komen.
Tijdens hun basisopleiding krijgen de gerechtelijke stagiairs de kans om vertrouwd te raken met de gemeenschappelijke Europese justitiële ruimte. Zo kunnen zij deelnemen aan uitwisselingen die worden georganiseerd in het kader van de Maakohus-component van het uitwisselingsprogramma, aan de Themis-wedstrijd tussen justitiële opleidingsinstellingen en aan zomerscholen, die tot doel hebben de specifieke vaardigheden en competenties voor het beroep van magistraat, de talenkennis enz. te ontwikkelen en te verbeteren.
Afronding van de basisopleiding en kwalificatiesysteem
Nadat zij hun basisopleiding aan het INM hebben afgerond, leggen de gerechtelijke stagiairs een eindexamen af waarbij de verworven kennis, vaardigheden en bekwaamheden die nodig zijn om de functie van rechter of openbaar aanklager uit te oefenen, worden geëvalueerd.
Dit eindexamen bestaat uit schriftelijke tests over burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, strafrecht en strafprocesrecht, ethiek en justitiële organisatie.
Alle kandidaten die voor dit examen slagen, krijgen de hoedanigheid van junior rechter of junior aanklager en kiezen, afhankelijk van hun rangschikking, de rechtbank of het parket waar zij hun loopbaan willen beginnen.
Na een proeftijd van één jaar moeten zij slagen voor een geschiktheidsexamen om senior rechter of senior aanklager te worden. Bij dit examen wordt hun theoretische en praktische kennis beoordeeld door middel van schriftelijke en mondelinge examens. Junior rechters en junior aanklagers die voor dit examen slagen, worden door de president van de republiek benoemd tot senior rechter of senior aanklager.
Een van de belangrijkste doelstellingen van de basisopleiding aan het INM is toekomstige magistraten een uitgebreide opleiding op instapniveau te bieden en hen te helpen hun kennis in zoveel mogelijk onderdelen van het recht te verruimen. De doelstelling met betrekking tot de Europese en internationale openheid van het recht wordt voortdurend bereikt door middel van opleidingssessies over het EU-recht, het EVRM en Europese rechtsbegrippen, door invoeging in het studieprogramma van nieuwe elementen van vergelijkend recht en door samenwerkingsprogramma’s met Europese instellingen die verantwoordelijk zijn voor de opleiding van rechters en openbare aanklagers, en met andere Europese rechterlijke instellingen.