Algemene omschrijving
De basisopleiding voor rechters (gerechtelijke instanties en bestuurs- en fiscale gerechten) en openbare aanklagers wordt verzorgd door een landelijke instelling, het CEJ (centrum voor juridische studies). Dit is de enige instelling die hiermee belast is. Naast andere taken is het CEJ ook verantwoordelijk voor het bevorderen van de juridische en justitiële opleiding van advocaten en andere professionals die in de rechtspleging werkzaam zijn.
Bij de basisopleiding wordt onderscheid gemaakt tussen twee categorieën deelnemers: stagiairs voor rechter of openbaar aanklager bij gewone rechtbanken en stagiairs voor rechter bij bestuurs- en fiscale gerechten. De aanwerving in deze twee categorieën verschilt qua inhoud en procedure, maar doorgaans vinden de vergelijkende onderzoeken tegelijkertijd plaats.
De stagiairs worden auditores de justiça genoemd.
De basisopleiding is verplicht.
Het verplichte karakter van deze opleiding is geregeld bij de bepalingen van het Statuut voor rechters bij gerechtelijke instanties (zie artikel 40 d) van het Estatuto dos Magistrados Judiciais (EMJ)) en het Statuut voor het Openbaar Ministerie (zie artikel 146 d) van het Estatuto do Ministério Público (EMP)). In beide wetteksten wordt gesteld dat de succesvolle deelname aan opleidingen of stages een vereiste is om tot de rechterlijke macht of het Openbaar Ministerie toe te treden.
Sinds zijn oprichting in 1979 heeft het CEJ al 4 891 rechters en openbare aanklagers opgeleid. Momenteel bevinden 135 stagiairs (40 rechters en 65 openbare aanklagers voor gewone rechtbanken en 30 rechters voor bestuurs- en fiscale gerechten) zich in de eerste fase (eerste jaar) van de opleiding, die bijna drie jaar duurt. Een vergelijkbaar aantal bevindt zich in de tweede fase.
Momenteel worden er twee vergelijkende onderzoeken gehouden voor de toelating van ongeveer 130 stagiairs (auditores de justiça) tot het CEJ. De vergelijkende onderzoeken zijn bestemd voor rechters en openbare aanklagers bij gewone rechtbanken en voor rechters bij bestuurs- en fiscale gerechten.
Toegang tot de basisopleiding
Toegang tot de opleiding voor rechters en openbare aanklagers wordt verkregen via een openbare aanbesteding, die gepubliceerd wordt in het Portugese staatsblad (Diário da República, DR). Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende selectiemethoden.
De openbare aanbesteding wordt bekendgemaakt door de directeur van het CEJ. Deze heeft tot doel vacatures bij gerechtelijke instanties (voor rechters en openbare aanklagers) en vacatures voor rechters bij bestuurs- en fiscale gerechten in te vullen.
Geïnteresseerden kunnen op twee manieren solliciteren:
Op basis van academische kwalificaties: de sollicitant beschikt sinds vijf jaar over een diploma in de rechten, of gedurende kortere tijd, in welk geval dit moet worden aangevuld met een masterdiploma of doctoraat op juridisch gebied dat aan een Portugese universiteit is behaald, of een gelijkwaardige academische titel die in Portugal is erkend (artikel 5, onder b), van wet nr.º 2/2008 van 14 januari, juncto artikel 40, onder c), van het Statuut voor rechters bij gerechtelijke instanties (EMJ) en artikel 146, onder c), van het Statuut voor het Openbaar Ministerie (EMP)).
Op basis van werkervaring: de sollicitant moet voldoen aan de vereisten voor de academische opleiding, plus minimaal vijf jaar beroepservaring hebben op forensisch gebied of andere gerelateerde gebieden die relevant zijn voor de uitoefening van de functie van rechter of openbaar aanklager.
Om tot het vergelijkend onderzoek te worden toegelaten, moet de sollicitant bovendien:
- Portugees staatsburger zijn of een burger van een Portugeestalige staat die permanent in Portugal verblijft, en aan wie op grond van wederkerigheid een erkend recht is verleend om de functie van magistraat uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke voorwaarden;
- voldoen aan de overige algemene vereisten voor het vervullen van openbare functies.
Bij vergelijkende onderzoeken voor het vervullen van vacatures bij gerechtelijke instanties is voor elk functieprofiel (rechter en officier van justitie) een toelatingsquotum van 25 % gereserveerd voor elk van de twee toegangstrajecten.
Ook bij het vergelijkend onderzoek voor het vervullen van vacatures voor bestuurs- en belastingrechters is voor elk van de twee toegangstrajecten een toelatingsquotum van 25 % gereserveerd.
Kandidaten worden geselecteerd op basis van de volgende methoden, die elk afzonderlijk tot uitsluiting kunnen leiden:
- schriftelijke fase;
- mondelinge fase;
- een psychologische test.
Vorm en inhoud van de basisopleiding
De basisopleiding van magistraten (rechters en openbare aanklagers) voor alle rechtbanken bestaat uit een theoretische en praktische opleiding, die in twee opeenvolgende fasen wordt gevolgd, en een stage (estágio).
De eerste cyclus van de theoretische en praktische opleiding vindt plaats op het hoofdkantoor van het CEJ, ook al kunnen tussendoor kortdurende stages bij de rechtbank worden gevolgd. Deze cyclus begint op 15 september na het toelatingsexamen en eindigt op 15 juli van het volgende jaar.
De tweede cyclus van de theoretische en praktische opleiding vindt plaats bij de rechtbank, afgestemd op de desbetreffende functie (rechter of openbaar aanklager). Voor openbare aanklagers kan deze ook plaatsvinden op afdelingen van het Openbaar Ministerie. Deze cyclus begint op 1 september na afronding van de eerste cyclus en eindigt op 15 juli van het volgende jaar.
De stage (estágio) vindt ook plaats bij de rechtbank, afgestemd op de gekozen functie. De stage begint op 1 september na afronding van de tweede cyclus en eindigt op 15 juli van het volgende jaar.
Deze termijnen kunnen bij wet worden gewijzigd, onder meer om te voldoen aan dringende behoeften.
De theoretische en praktische opleiding heeft als voornaamste doelstelling de ontwikkeling van de kwaliteiten en de verwerving van de technische vaardigheden die stagiairs nodig hebben voor de uitoefening van de functie van rechter en openbaar aanklager bij gerechtelijke instanties en de functie van rechter bij bestuurs- en fiscale gerechten.
De opleidingsactiviteiten van het CEJ worden tijdens de eerste cyclus verzorgd door docenten die werkzaam zijn op het gebied van burgerlijk en strafrecht, arbeidsrecht, familierecht, administratief recht of fiscaal recht, alsook door externe opleiders.
De basisopleidingsactiviteiten worden ontwikkeld volgens een vooraf door de directeur opgesteld studieplan en moeten worden goedgekeurd door de Pedagogische Raad van het CEJ. Deze raad, die wordt voorgezeten door de directeur van het CEJ, bestaat uit vertegenwoordigers van de hoge raden voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie, docenten van het CEJ, de Orde van Advocaten en het parlement. Een van haar belangrijkste bevoegdheden is de goedkeuring van het studieplan voor theoretische en praktische opleidingen.
Tijdens de theoretische en praktische fasen wordt de opleiding ondersteund door een online e-learningplatform (Moodle); alle opleidingsdocumenten en papers worden met dat platform beheerd.
Het studieplan omvat:
- algemene opleiding (grondrechten en constitutioneel recht; ethiek en deontologie; gerechtelijke organisatie; methodologie en juridisch taalgebruik; informatie- en communicatietechnologieën; jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) over de grondrechten; organisatie en methoden voor zaakbeheer; vreemde talen (juridische terminologie, Engels is de voorkeurstaal);
- gespecialiseerde opleiding (Europees en internationaal recht; mededingingsrecht; boekhouding en management; forensische psychologie en forensische sociologie; milieu- en omgevingsrecht; kieswetgeving; overheidsopdrachten; niet-contractuele aansprakelijkheid van de staat. Voor stagiairs voor bestuurs- en fiscale gerechten: materieel en procedureel bestuursrecht; forensische geneeskunde; strafrechtelijk onderzoeken en het beheer van onderzoeken; en
- beroepsopleiding voor gewone rechtbanken (burgerlijk en handelsrecht en burgerlijke rechtsvordering; strafrecht en strafvordering; familie- en kinderrecht; arbeidsrecht). Voor bestuurs- en fiscale gerechten (bestuursrecht en bestuursprocesrecht; belastingrecht en fiscaal procesrecht; burgerlijk recht en burgerlijke rechtsvordering).
De cursussen en opleidingsactiviteiten worden georganiseerd in werkgroepen (van elk ongeveer 15 stagiairs), waarbij de volgende methoden worden gebruikt:
- besprekingen van zaken;
- besprekingen van jurisprudentie;
- presentaties door stagiairs;
- simulaties van rechtszaken;
- studiebezoeken (bijv. aan hooggerechtshoven, Openbaar Ministerie, gevangenissen, politiediensten, instellingen voor pleegzorg enz.);
- onderzoeksactiviteiten;
- conferenties en workshops; en
- tussentijdse stage van maximaal vier weken (bij rechtbanken).
Tijdens de tweede cyclus en de stage bij de rechtbanken worden de opleidingsactiviteiten verzorgd door regionale coördinatoren van de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie en de bestuurs- en fiscale gerechten en door magistraten die opleidingen verzorgen bij gerechtelijke instanties, het Openbaar Ministerie en de bestuurs- en fiscale gerechten.
Afronding van de basisopleiding en de kwalificatieprocedure
De stagiairs worden toegelaten tot het CEJ op basis van een ranglijst die wordt bepaald door de scores bij de toegangsexamens.
Deze ranglijst dient slechts als beslissende factor in geval van gelijke beoordelingscijfers aan het einde van de eerste en de tweede fase (artikel 47, lid 1, eerste deel, en artikel 57, lid 2, van wet nr. 2/2008 van 14 januari (geconsolideerde versie).
De beoordeling van de stagiairs wordt uitgevoerd door het CEJ. Dit gebeurt volgens het algemene beoordelingsmodel, waarbij rekening wordt gehouden met:
- de prestaties tijdens de eerste en tweede fase van de opleiding;
- alle uitgevoerde werkzaamheden;
- de prestaties van de stagiairs;
- de ontwikkeling van de opleidingsactiviteiten.
Het eindcijfer is gewogen, waarbij het cijfer voor de eerste cyclus een gewicht van 40 % heeft en dat van de tweede cyclus een gewicht van 60 %.
Stagiairs met een score van ten minste 10 op 20 worden door de respectieve hoge raad voor de rechtspraak benoemd tot rechter op proef (juiz estagiário) of openbaar aanklager op proef (procurador da República estagiário). Zij hebben de beroepsstatus van rechter of openbaar aanklager, met de bijbehorende rechten en plichten, maar worden in deze fase bijgestaan door een mentor.