Overslaan en naar de inhoud gaan

Basisopleiding van rechters en openbare aanklagers in de Europese Unie

Oostenrijk
Inhoud aangereikt door
Oostenrijk
Flag of Austria

Algemene beschrijving

De Oostenrijkse rechterlijke macht is belast met de basisopleiding van gewone rechters en openbare aanklagers. De uitleg hieronder heeft alleen betrekking op die groepen beoefenaren van juridische beroepen.

De basisopleiding voor rechters en openbare aanklagers in Oostenrijk is verplicht en wordt georganiseerd en uitgevoerd door de voorzitters van de vier hogere regionale rechtbanken (Wenen, Graz, Linz en Innsbruck). Anders dan in sommige andere landen, is er in Oostenrijk geen gerechtelijke school of academie, maar wordt de opleiding decentraal georganiseerd.

Zowel rechters als openbare aanklagers in opleiding volgen dezelfde vierjarige basisopleiding. In deze fase is er geen specialisatie.

De basiselementen van de basisopleiding zijn vastgelegd in de wet inzake de functie van rechters en openbare aanklagers (RStDG) en in de verordening inzake de opleiding van rechters in opleiding.

De specifieke opzet en inhoud van de basisopleiding worden bepaald door de voorzitters van de vier hogere regionale rechtbanken.

Op 1 juli 2021 waren er 180 rechters en openbare aanklagers in opleiding.

Toegang tot de basisopleiding

Na het voltooien van een rechtenstudie heeft elke afgestudeerde recht op een “rechtbankstage” van zeven maanden. Deze stage is wettelijk verplicht voor wie een “klassiek” juridisch beroep (d.w.z. rechter, openbaar aanklager, advocaat en notaris) wil uitoefenen. Wie zich voor de rechtbankstage inschrijft, moet aangeven of hij/zij tot de gerechtelijke voorbereidende stage (dus om rechter of openbaar aanklager te worden) wil worden toegelaten. Onder bepaalde omstandigheden kan deze wens ook naderhand worden uitgedrukt.

De selectieprocedure om tot de gerechtelijke voorbereidende stage te worden toegelaten, is in handen van de hogere regionale rechtbank die op basis van de woonplaats van de kandidaat bevoegd is.

De rechtbankstage bestaat uit opdrachten van twee tot drie maanden bij verschillende gewone rechtbanken die zich bezighouden met burgerlijke en strafzaken.

Na de eerste opdracht wordt elke kandidaat onderworpen aan een test voor de voorzitter van de bevoegde regionale rechtbank over de materie die in de voorbije opdracht aan de orde is gekomen. Als de kandidaat slaagt voor de test, mag hij/zij deelnemen aan de volgende ronde van de selectieprocedure.

De tweede ronde bestaat uit twee schriftelijke examens over het burgerlijk recht en het strafrecht, waarbij de kandidaten een vonnis moeten opstellen op basis van een echt gerechtelijk dossier. Deze examens duren elk vijf uur. De ontwerpvonnissen worden beoordeeld door rechters of openbare aanklagers die bij de basisopleiding zijn betrokken.

De kandidaten die slagen voor de tweede ronde, gaan naar de derde ronde die bestaat uit vier mondelinge examens (burgerlijk recht, burgerlijk procesrecht, strafrecht, strafprocesrecht), ook ten overstaan van rechters die bij de basisopleiding zijn betrokken.

Alle kandidaten die voor al deze selectieronden zijn geslaagd, worden uitgenodigd voor een gesprek met de voorzitter van de bevoegde hogere regionale rechtbank, een vertegenwoordiger van het bureau van de senior openbare aanklager en van de vereniging van Oostenrijkse rechters.

Vervolgens draagt de voorzitter van de hogere regionale rechtbank de geselecteerde kandidaten voor aan het federale ministerie van Justitie, op basis van de resultaten van de selectieronden en de gestandaardiseerde schriftelijke beoordelingen die zijn opgesteld door de rechters die belast waren met de opleiding tijdens de opdrachten in de rechtbank.

Ten slotte nodigt het federale ministerie van Justitie de voorgedragen kandidaten uit voor een laatste gesprek.

Vervolgens benoemt de federale minister van Justitie de geselecteerde kandidaten tot rechter in opleiding of openbaar aanklager in opleiding.

Kandidaten kunnen slechts één keer aan alle bovengenoemde examens en gesprekken deelnemen. De hele selectieprocedure duurt ongeveer 14 maanden.

Zo nodig worden volledig opgeleide advocaten uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor een vacante functie van rechter in opleiding. Zij moeten een aangepaste basisopleiding volgen en een aanvullend examen afleggen.

Vorm en inhoud van de basisopleiding

Tijdens de vier jaar durende basisopleiding wordt een praktijkgerichte aanpak gehanteerd. Dit betekent dat rechters en openbare aanklagers in opleiding gedurende hun hele basisopleiding aan een rechtbank of een parket zijn toegewezen.

Hun taak bestaat er in wezen in hun respectieve rechter-opleider of aanklager-opleider bij te staan door rechterlijke beslissingen op te stellen, hoorzittingen te houden, het openbaar ministerie te vertegenwoordigen tijdens processen enz., dit alles onder de supervisie van hun respectieve rechter-opleider of aanklager-opleider.

Deze opdrachten duren elk twee tot vier maanden en vinden plaats bij rechtbanken van alle instanties (d.w.z. districtsrechtbanken, regionale rechtbanken, hogere regionale rechtbanken enz.), parketten, maar ook advocatenkantoren.

Naast deze opdrachten bij de rechtbanken moeten alle rechters en openbare aanklagers in opleiding twee weken bij een organisatie voor slachtofferbescherming en drie weken bij een penitentiaire inrichting werken.

Daarnaast volgen alle rechters en openbare aanklagers in opleiding theoretische lessen over burgerlijk recht, strafrecht, familierecht, EU-recht, bestuurs- en constitutioneel recht, justitiële en digitale vaardigheden enz.

Bovendien moet elke rechter en openbaar aanklager in opleiding een module over mensenrechten, grondrechten en de geschiedenis van de Oostenrijkse justitie volgen.

Deze theoretische lessen omvatten presentaties, groepswerken, workshops enz. Bij gerechtelijke onderwerpen zijn de opleiders meestal rechters en openbare aanklagers. Voor de opleiding op het gebied van zachte vaardigheden doet de Oostenrijkse rechterlijke macht grotendeels een beroep op deskundigen uit het desbetreffende vakgebied.

Naast het nationale opleidingsprogramma worden rechters en openbare aanklagers in opleiding ook verzocht en aangemoedigd om deel te nemen aan internationale opleidingsactiviteiten, zoals die van het ENJO en de ERA.

Afronding van de basisopleiding en kwalificatiesysteem

Het eindexamen vindt plaats in de laatste vier maanden van de basisopleiding (§ 20 RStDG, zie link onder Algemene beschrijving). Het bestaat uit twee tien uur durende schriftelijke examens (burgerlijk recht en strafrecht), waarbij de examinant telkens een beslissing moet opstellen op basis van een echt gerechtelijk dossier. Daarnaast is er ook een mondeling eindexamen voor een commissie bestaande uit vier rechters/openbare aanklagers (onder wie de voorzitter van de bevoegde hogere regionale rechtbank) en een advocaat. Het mondelinge examen heeft betrekking op het strafrecht, het strafprocesrecht, het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht, het handelsrecht, het constitutioneel recht, de mensenrechten en de grondrechten, de basisbeginselen van het bestuursrecht, het verloop van hoorzittingen, het ambtenarenrecht en het Europees recht. Het mondelinge examen is niet openbaar en duurt ten minste twee uur. Het eindexamen kan één keer worden overgedaan.

Wanneer de rechter in opleiding geslaagd is voor het eindexamen en de vier jaar durende basisopleiding heeft voltooid, komt hij/zij in aanmerking om tot rechter of openbaar aanklager te worden benoemd. Daartoe moet de rechter in opleiding voor een vacante functie solliciteren. Alle kandidaten worden op basis van hun geschiktheid voor de respectieve functies gerangschikt door een of twee commissies (afhankelijk van de functie waarvoor zij hebben gesolliciteerd), bestaande uit collegiaal gekozen rechters. De commissie legt per vacante functie een gerangschikte shortlist van drie kandidaten voor aan de federale minister van Justitie, die de rechter of openbaar aanklager benoemt volgens de shortlist.

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina