Rechters
Algemene omschrijving
De Zweedse Nationale Raad voor de Rechtspraak en de Academie voor justitiële opleiding zijn verantwoordelijk voor de justitiële opleiding van rechters, bestuursrechters en justitieel personeel. De basisopleiding is verplicht voor rechters en bestuursrechters. (Het Zweedse openbaar ministerie leidt de Zweedse openbare aanklagers op). De opleiding heeft een wettelijke grondslag. Het aantal deelnemers aan de basisopleidingssessies bedraagt ongeveer 1 000.
Toegang tot de basisopleiding
De basisopleiding duurt vier jaar.
Na afronding van de universitaire opleiding, die gewoonlijk zes jaar duurt, moet er als eerste stap worden gesolliciteerd voor de functie van griffier, die twee jaar moet worden uitgeoefend.
De volgende stap (om rechter te worden) is een sollicitatie voor assistent-rechter bij een hof van beroep of een administratief hof van beroep. Na ten minste één jaar in dienst te zijn geweest bij een hof van beroep of een administratief hof van beroep, keert de stagiair-rechter voor een periode van ten minste twee jaar terug naar een districtsrechtbank of een regionale administratieve rechtbank. Daarna volgt ten minste één jaar dienst bij een hof van beroep of een administratief hof van beroep, waarna de stagiair-rechter bij coöptatie wordt benoemd bij de rechtbank. Na afloop van deze proefperiode wordt de assistent-rechter benoemd tot rechter-assessor. Assistent-rechters en rechter-assessoren worden aangeduid als niet-permanente rechters.
Vorm en inhoud van de basisopleiding
Er worden tien verplichte opleidingssessies gehouden in Stockholm (elk van één week). De meeste opleiders zijn hooggeplaatste rechters of hoogleraren, maar ook artsen, psychologen en deskundigen op verschillende gebieden.
Bij de opleiding komt een breed scala aan onderwerpen op het gebied van het EU-recht aan bod, zoals burgerlijk recht, strafrecht, horizontale juridische vraagstukken en gespecialiseerde rechtsgebieden, zoals administratief en sociaal recht, belasting-, handels- en arbeidsrecht, de rechterlijke vaardigheden en grondrechten.
De opleiding wordt aangeboden door middel van blended leren (lezingen, seminars, discussies, webinars) en in kleine groepen. Het gemiddelde aantal deelnemers is 20-25 per sessie. Er wordt geen taalopleiding aangeboden.
Afronding van de basisopleiding en de kwalificatieprocedure
Informatie over het eindexamen, wie verantwoordelijk is voor het examen, verdere selectieprocedure om na afronding van de basisopleiding rechter, aanklager of advocaat te worden.
Er is geen eindexamen, maar de rechter-assessoren krijgen wel cijfers. Na als junior rechter te hebben gewerkt, moet er een aantal jaren op verschillende gebieden worden gewerkt (bijvoorbeeld door te worden gedelegeerd naar een staatsministerie of als assistent bij een hooggerechtshof) voordat naar een permanente benoeming kan worden gesolliciteerd.
Wat de aanwerving van permanente (hogere) rechters betreft, mede door bevorderingen, is de Nationale Raad voor de Rechtspraak alleen bevoegd om kennisgeving te doen van vacatures. De benoeming zelf gebeurt echter door de regering op voorstel van de Raad van Justitie. De leden van deze Raad worden benoemd door de regering, maar het is ook een volledig onafhankelijke overheidsinstantie. De Raad is bevoegd voor het selectieproces van kandidaten, waarbij onder andere referenties van de functies die de sollicitant de afgelopen jaren heeft bekleed. Zodra de referenties zijn verstrekt, stuurt de Raad een schriftelijke verklaring over de sollicitanten naar het hoofd van de rechtbank in kwestie, die vervolgens sollicitatiegesprekken voert met de kandidaten die hij/zij geschikt acht voor de functie en die daarna een schriftelijk advies uitbrengt over de kandidaten, met inbegrip van een rangschikking. Vervolgens stelt de Raad zijn eigen rangorde vast en stuurt hij zijn aanbeveling naar de regering. De regering is niet gebonden aan de aanbeveling van de Raad, maar moet de Raad om advies vragen als zij daarvan wil afwijken.
Openbare aanklagers
Algemene omschrijving
Alle nieuwe openbare aanklagers moeten een verplichte basisopleiding volgen, die momenteel ongeveer 14 weken on-site opleiding en een aantal online-opleidingen omvat. De basisopleiding is onderverdeeld in vier modules die in een periode van ongeveer 2,5 jaar worden voltooid. Elke studiegroep telt 30 deelnemers. Het opleidingscentrum van het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor de verplichte basisopleiding.
Alle nieuwe openbare aanklagers hebben op de werkplek ten minste één begeleider die verantwoordelijk is voor de introductieopleiding tijdens de eerste negen maanden. Daarna begint de verplichte basisopleiding.
Toegang tot de basisopleiding
Alle nieuwe openbare aanklagers moeten de verplichte basisopleiding volgen. Een openbaar aanklager moet echter in vaste dienst zijn om de basisopleiding te kunnen starten. Na 9-12 maanden volgt een vaste aanstelling. Alle nieuwe openbare aanklagers volgen de verplichte basisopleiding, ongeacht hun achtergrond, bijvoorbeeld als advocaat of rechter.
Vorm en inhoud van de basisopleiding
De basisopleiding is bedoeld om ervoor te zorgen dat elke openbare aanklager zich veilig en zeker voelt bij het zelfstandig uitvoeren van de taak als openbare aanklager in alle soorten zaken die gewoonlijk door een openbare aanklager worden behandeld.
Het doel van de basisopleiding is dat nieuwe openbare aanklagers zodanige kennis en ervaring opdoen dat zij in staat zijn alle bestaande zaken te behandelen die niet direct specialistische bekwaamheid vereisen. Daarnaast heeft de basisopleiding tot doel nieuwe openbare aanklagers een kennisbasis te bieden voor het vervullen van oproepdiensten.
De basisopleiding omvat ook praktische werkzaamheden van een openbare aanklager bij een plaatselijk parket. De basisopleiding bestaat dus uit leren op de werkplek.
De basisopleiding is onderverdeeld in vier modules. De openbare aanklager volgt één module per semester. Tussen de modules 3 en 4 wordt de opleiding gedurende een semester onderbroken. In die periode neemt een aantal deelnemers deel aan het uitwisselingsprogramma Aiakos.
Module 1 duurt vijftien dagen, module 2 twintig dagen, module 3 twintig dagen en module 4 vijftien dagen.
Elke module telt vier leiders (openbare aanklagers) die de cursus plannen en organiseren en de deelnemers aan de cursus begeleiden. De meeste opleiders zijn interne opleiders, die als ervaren openbare aanklagers bij het Openbaar Ministerie werken. Er zijn ook externe opleiders, zoals politieagenten, rechters, forensische wetenschappers, psychologen en journalisten.
De inhoud van de basisopleiding is zeer breed, aangezien de opleiding meer dan 14 weken duurt. Er is geen specifieke opleiding over het EU-recht. Er wordt echter wel een opleiding gegeven over het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
Afronding van de basisopleiding en de kwalificatieprocedure
Er is geen eindexamen. Vanaf uw eerste werkdag bent u openbare aanklager en werkt u als zodanig. Na ongeveer 2 jaar en 9 maanden krijgt u een speciale titel, met een bredere taakstelling en meer bevoegdheden. Aan het einde van module 4 wordt er een ceremonie gehouden.