Overslaan en naar de inhoud gaan

Basisopleiding van rechters en openbare aanklagers in de Europese Unie

Bulgarije
Inhoud aangereikt door
Bulgarije
Flag of Bulgaria

Algemene beschrijving

Overeenkomstig artikel 249, lid 1, punt 1, en artikel 258 van de wet inzake het justitiële stelsel is de basisopleiding voor junior rechters, junior aanklagers en junior onderzoeksrechters een verplichte opleiding. De stagiairs volgen een opleidingsprogramma dat is afgestemd op het beroep waarop zij zich voorbereiden: junior rechter, junior aanklager of junior onderzoeksrechter. De status van de kandidaten voor de functie van junior rechter, junior aanklager of junior onderzoeksrechter wordt geregeld in de voorschriften voor de opleiding van kandidaten voor de functie van junior rechter, junior aanklager en junior onderzoeksrechter. Het aantal stagiairs varieert elk jaar en wordt bepaald door het aantal vacante functies dat de respectieve kamer van de hoge justitiële raad (VSS) meedeelt.

Het nationaal instituut voor justitie (NIJ) organiseert ook een verplichte opleiding voor de regionale en districtsrechters, openbare aanklagers en bestuursrechters die worden benoemd via een gecentraliseerd vergelijkend onderzoek voor eerste aanstelling, overeenkomstig artikel 249, lid 1, punt 2, van de wet inzake het justitiële stelsel. Zij moeten gedurende het eerste jaar na hun indiensttreding een verplichte inleidende opleiding volgen (artikel 259 van de wet inzake het justitiële stelsel). Het opleidingsprogramma verschilt naargelang van de functie van de betrokken magistraat (rechter, bestuursrechter, openbaar aanklager, onderzoeksrechter) en het bevoegdheidsniveau (regionaal niveau, districtsniveau).

Basisopleiding en inleidende opleiding (in het Engels en het Bulgaars).

Wet inzake het justitiële stelsel (in het Engels en het Bulgaars).

Nationale voorschriften voor de organisatie en het verloop van de opleidingen aan het instituut (in het Bulgaars).

Voorschriften voor de opleiding van kandidaten voor de functie van junior rechter, junior aanklager en junior onderzoeksrechter (in het Bulgaars).

Het opleidingscentrum voor advocaten “Krustiu Tsonchev” organiseert de opleiding van advocaten.

Toegang tot de basisopleiding

De belangrijkste toegangspoort voor aanwerving binnen de rechterlijke macht is het instituut voor junior rechters, junior aanklagers en junior onderzoeksrechters. Kandidaten die junior magistraat willen worden, moeten slagen voor de gecentraliseerde vergelijkende onderzoeken, die worden georganiseerd door de respectieve kamer van de hoge justitiële raad. Overeenkomstig artikel 176, lid 1, van de wet inzake het justitiële stelsel maakt de respectieve kamer van de hoge justitiële raad het jaarlijkse vergelijkende onderzoek bekend. Alleen Bulgaarse burgers kunnen zich daarvoor inschrijven. Zij moeten een universitair diploma in de rechten hebben behaald en de juridische bekwaamheid hebben verworven door de in de wet inzake het justitiële stelsel genoemde stage te volgen. Daarnaast moeten zij over de vereiste morele en professionele kwaliteiten beschikken, overeenkomstig de ethische gedragscode voor Bulgaarse magistraten.

De voorwaarden, vereisten en organisatie van de gecentraliseerde vergelijkende onderzoeken worden uiteengezet in afdeling II van de wet inzake het justitiële stelsel. Volgens artikel 184 van de wet inzake het justitiële stelsel bestaat het vergelijkend onderzoek uit een schriftelijk en een mondeling examen, die elk op zes punten staan. Het schriftelijke examen bestaat uit een casestudy waarbij de kennis en vaardigheden van de kandidaat worden beoordeeld. Het testen van de kennis van het EU-recht en de mensenrechten vormt een integraal onderdeel van het vergelijkend onderzoek. Het mondelinge examen bestaat uit een gesprek met de kandidaat over kwesties betreffende de respectieve rechtsgebieden en over kwesties in verband met de ethische gedragscode voor Bulgaarse magistraten, volgens een vooraf gepubliceerd compendium. Wie slaagt voor de examens, wordt vervolgens kandidaat voor de functie van junior rechter, junior aanklager of junior onderzoeksrechter en wordt geacht de verplichte basisopleiding van negen maanden aan het NIJ te volgen. Nadat de stagiairs de basisopleiding met succes hebben afgerond, worden zij junior rechter, junior aanklager of junior onderzoeksrechter en werken zij twee jaar lang onder toezicht van een ervaren mentor. Het mentorschap vormt een integraal onderdeel van de opleiding van junior rechters, junior aanklagers en junior onderzoeksrechters. De mentoren krijgen een grondige praktische opleiding aan het NIJ over hoe zij hun rol het best kunnen vervullen.

Een andere manier om voor een functie binnen de rechterlijke macht te worden aangeworven, is de procedure van artikel 178, lid 1, van de wet inzake het justitiële stelsel. De respectieve kamer van de hoge justitiële raad meldt de vacatures bij de regionale rechtbanken, districtsrechtbanken, respectieve parketten, administratieve rechtbanken en onderzoeksinstanties waarvoor kandidaten worden gezocht via een vergelijkend onderzoek voor eerste aanstelling. Bij de bepaling van het aantal vacatures wordt rekening gehouden met de behoeften van de respectieve gerechtelijke instantie. De selectie gebeurt op basis van een vergelijkend examen, dat bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte (artikel 184 van de wet inzake het justitiële stelsel). De geslaagde kandidaten worden benoemd tot rechter, bestuursrechter, openbaar aanklager of onderzoeksrechter. Anders dan bij het vergelijkend onderzoek voor junior magistraten is in dit geval beroepservaring vereist: drie jaar om magistraat op regionaal niveau te worden en acht jaar om districtsrechter, bestuursrechter, openbaar aanklager bij een districtsrechtbank of onderzoeksrechter te worden. De aangestelde kandidaten moeten gedurende het eerste jaar na hun indiensttreding aan het NIJ een verplichte inleidende opleiding volgen (artikel 259 van de wet inzake het justitiële stelsel). Zij krijgen een mentor (rechter of aanklager) toegewezen overeenkomstig artikel 259 van de wet inzake het justitiële stelsel.

Wet inzake het justitiële stelsel (in het Engels).

Ethische gedragscode voor Bulgaarse magistraten (in het Engels en het Bulgaars).

Vorm en inhoud van de basisopleiding

Overeenkomstig artikel 258, lid 1, van de wet inzake het justitiële stelsel duurt de verplichte basisopleiding voor junior magistraten negen maanden.

De inleidende opleiding op grond van artikel 249, lid 1, punt 2, van de wet inzake het justitiële stelsel voor pasbenoemde rechters, bestuursrechters, openbare aanklagers en onderzoeksrechters op regionaal en districtsniveau heeft een gemiddelde duur van één maand en bestaat uit onlinemodules en opleidingssessies via contactonderwijs.

Een programmaraad biedt het NIJ adviserende ondersteuning bij de opstelling en actualisering van de opleidingsprogramma’s voor de basis- en inleidende opleiding. Na overleg met de hoge justitiële raad keurt de raad van bestuur van het NIJ deze programma’s goed.

De basisopleiding en de inleidende opleiding hebben tot doel multifunctionele vaardigheden te ontwikkelen, waaronder juridische beroepsvaardigheden, juridische gedragsnormen en niet-juridische vaardigheden die verband houden met de kennis van de economische, sociale en culturele context. De opleiding op het gebied van het EU-recht is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat stagiairs inzicht krijgen in de rol van het EU-recht in de nationale rechtssystemen en de rechtsstaat. Het EU-recht maakt deel uit van het nationale opleidingsprogramma, maar wordt ook aangeboden in aparte modules. Het NIJ heeft een aantal materialen voor zelfstudie op het gebied van EU-recht uitgewerkt, die 24/7 toegankelijk zijn voor alle nieuwe beoefenaren van gerechtelijke beroepen:

  • nationale rechterlijke instanties en het EU-recht;
  • procedures van het Europees Hof van Justitie;
  • administratieve rechtbanken en het EU-recht;
  • Europees burgerschap en intern EU-beleid;
  • justitiële samenwerking in burgerlijke zaken in de EU;
  • justitiële samenwerking in strafzaken in de EU.

Op het online opleidingsplatform is ook materiaal voor zelfstudie op het gebied van juridisch taalgebruik beschikbaar in het Engels, bestaande uit videopresentaties, zelfstudie-oefeningen en tools voor zelfbeoordeling.

De opleiding van kandidaten voor de functie van junior magistraat wordt verzorgd door permanente en tijdelijke opleiders van het NIJ. De regels voor de selectie van de NIJ-opleiders zijn vastgelegd in de wet inzake het justitiële stelsel en de nationale voorschriften voor de organisatie en het verloop van de opleidingen aan het Instituut. De opleiding wordt hoofdzakelijk gegeven door rechters en openbare aanklagers; deskundigen van buiten de rechterlijke macht worden tijdelijk gedetacheerd voor gespecialiseerde onderwerpen waarvoor hun deskundigheid nodig is.

De opleiding is praktijkgericht en omvat gesimuleerde processen, rollenspellen, praktische taken en oefeningen, coöperatief leren, activiteiten in kleine groepen, besprekingen, studiebezoeken, casestudy’s, brainstormingsessies, sneeuwbaleffecten, geschillen enz.

Het NIJ neemt actief deel aan het Aiakos-programma van het ENJO in het kader van de Themis-wedstrijd. In het basisopleidingsprogramma van het NIJ speelt ook bilaterale samenwerking met instellingen voor justitiële opleiding in heel Europa een belangrijke rol, met name voor de uitwisseling van goede praktijken en beroepservaring. In 2021 hebben Bulgaarse kandidaten voor de functie van junior rechter samen met hun collega’s van de Escuela Judicial (Spanje) deelgenomen aan een gezamenlijk gesimuleerd onlineproces over de erkenning en handhaving van een verzoek in het kader van het Europees onderzoeksbevel.

Verplichte basisopleiding (in het Engels en het Bulgaars).

Nationale voorschriften voor de organisatie en het verloop van de opleidingen aan het instituut (in het Bulgaars).

Afronding van de basisopleiding en kwalificatiesysteem

Na afloop van de opleiding van negen maanden leggen de kandidaten voor de functie van junior rechter, junior aanklager en junior onderzoeksrechter het eindexamen af. De hoge justitiële raad is verantwoordelijk voor de eindexamens in overleg met de afdeling basisopleiding van het NIJ. De examencommissies worden door de respectieve kamer van de hoge justitiële raad bij loting benoemd. Zij selecteren zaken en formuleren vragen voor de stagiairs. De examencommissies bestaan uit:

  • voor de schriftelijke en mondelinge examens voor de functie van junior rechter: vijf rechters van de districtsrechtbanken en hoven van beroep, en twee reserveleden;
  • voor de examens voor de functie van junior aanklager: vijf openbare aanklagers bij de districtsrechtbanken en hoven van beroep, en twee reserveleden;
  • voor de examens voor de functie van junior onderzoeksrechter: vijf openbare aanklagers bij de districtsrechtbanken en hoven van beroep, en twee reserveleden.

De kandidaten voor de functie van junior rechter moeten schriftelijke examens afleggen over burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, strafrecht en strafprocesrecht. Tijdens de zes uur durende schriftelijke examens moeten zij een vonnis opstellen. Tijdens de mondelinge examens wordt van de stagiairs verwacht dat zij juridische oplossingen bieden voor echte zaken.

De kandidaten voor de functie van junior aanklager moeten schriftelijke en mondelinge examens afleggen over strafrecht en strafprocesrecht. Zij moeten een tenlastelegging of ander rechtsvervolgingsbesluit opstellen en de vragen van de examencommissie beantwoorden.

De kandidaten voor de functie van junior onderzoeksrechter moeten schriftelijke en mondelinge examens afleggen over strafrecht en strafprocesrecht. Zij moeten een verzoek tot tenlastelegging van de beklaagde opstellen. Tijdens hun mondelinge examen moeten zij praktische vragen beantwoorden over een echte zaak.

De resultaten van de examens worden gescoord op een zespuntsschaal. Een gemiddelde score wordt verkregen op basis van de punten van het schriftelijke en het mondelinge examen. Die score wordt vervolgens overgemaakt aan de respectieve kamer van de hoge justitiële raad. Een kandidaat voor de functie van junior rechter, junior aanklager of junior onderzoeksrechter moet een gemiddelde score behalen van minstens “zeer goed 4,50”. Wie niet slaagt voor de examens, kan een nieuw schriftelijk en mondeling examen afleggen ten vroegste één maand en ten laatste twee maanden na de bekendmaking van de score. Als een kandidaat opnieuw een lagere score dan “zeer goed 4,50” behaalt, wordt hij/zij niet benoemd tot junior rechter, junior aanklager of junior onderzoeksrechter. De examenprocedure wordt geregeld in de voorschriften voor de organisatie en het verloop van de examens voor junior rechters, junior aanklagers en junior onderzoeksrechters na afloop van de opleiding aan het NIJ.

Pasbenoemde rechters, bestuursrechters, openbare aanklagers en onderzoeksrechters op regionaal en districtsniveau moeten actief deelnemen aan de inleidende opleiding aan het NIJ. Tijdens die opleiding wordt de vooruitgang die zij boeken, beoordeeld aan de hand van verschillende meetinstrumenten en instrumenten voor formatieve evaluaties, waaronder feedback van hun deelname aan besprekingen, casestudy’s, groepsactiviteiten, vraag- en antwoordsessies en zelfpresentatie.

Voorschriften voor de organisatie en het verloop van de examens voor junior rechters, junior aanklagers en junior onderzoeksrechters na afloop van de opleiding aan het NIJ (in het Bulgaars).

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina