Overslaan en naar de inhoud gaan

Digitaliseringsverordening — Kennisgevingen van de lidstaten

Italië

Deze pagina bevat informatie over de kennisgevingen die de lidstaten op grond van Verordening (EU) 2023/2844 hebben gedaan.

Inhoud aangereikt door
Italië
Flag of Italy

1. Nationale IT-portalen voor de communicatie met rechtbanken of andere autoriteiten

Italië heeft een portaal opgezet en operationeel gemaakt dat toegang biedt tot telematische gerechtelijke diensten voor gebruikers en professionals, bekend als het portaal voor telematische diensten (Portale dei Servizi Telematici — PST); het portaal bevat links naar andere bronnen voor interactie in burgerlijke en strafzaken, waaronder het “online-gerechtshof” (Tribunale Online), dat personen die persoonlijk deelnemen aan niet-contentieuze procedures in staat stelt processtukken en documenten elektronisch in te dienen, zonder dat er vervolgens een indiening op papier nodig is.

Het PST bestaat uit een openbaar en een beperkt toegankelijk gedeelte; dit laatste gedeelte is toegankelijk via authenticatie. Momenteel is authenticatie toegestaan met behulp van een smartcard [nationale dienstkaart (Carta Nazionale dei Servizi — CNS) of een elektronische identiteitskaart (Carta di Identità Elettronica — CIE) of een multiservice-justitiekaart (model AT-kaart)] of via SPID — Openbaar systeem voor digitale identiteit (Sistema Pubblico di Identità Digitale).

2. Nationaal recht inzake videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

Toepasselijk rechtskader

In het licht van de noodmaatregelen die zijn genomen om de noodsituatie als gevolg van de pandemie te beheersen, is het gebruik van audiovisuele verbindingen op afstand om burgerrechtelijke hoorzittingen op afstand te houden een vast onderdeel geworden (Wetgevend besluit nr. 149 van 10 oktober 2022). Het gebruik van videoconferenties is dus vastgesteld in en geregeld bij artikel 127 bis van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hoorzitting via audiovisuele verbindingen), dat als volgt luidt: “De rechtbank kan bepalen dat hoorzittingen, waaronder openbare hoorzittingen, via audiovisuele verbindingen op afstand worden gehouden, waarbij alleen de advocaten, de partijen, de openbare aanklager en de hulpfunctionarissen van de rechtbank aanwezig hoeven te zijn. De in de eerste alinea bedoelde maatregel wordt ten minste 15 dagen voor de hoorzitting aan de partijen meegedeeld. Elke partij bij de procedure kan binnen vijf dagen na de kennisgeving van de hoorzitting op afstand verzoeken om de hoorzitting in persoon te houden. Gezien het nut en het belang van de aanwezigheid van de partijen in verband met de stappen die tijdens de hoorzitting moeten worden genomen, reageert de rechtbank binnen vijf dagen op het verzoek door middel van een niet voor beroep vatbare beschikking en kan zij ook besluiten dat de hoorzitting wordt gehouden in aanwezigheid van de partijen die daartoe hebben verzocht en via een audiovisuele verbinding voor de andere partijen. De laatstgenoemde partijen kunnen evenwel ervoor kiezen om ook in persoon deel te nemen. Bij bijzondere urgentie, die de rechtbank in de beschikking vermeldt, kunnen de in de tweede alinea bedoelde termijnen worden verkort.” In Italiaanse burgerrechtelijke procedures kan een hoorzitting dus op afstand worden gehouden via audiovisuele verbindingen, d.w.z. via videoconferentie, waarbij alleen de advocaten, de partijen, het openbaar ministerie en de hulpfunctionarissen van de rechtbank aanwezig hoeven te zijn, d.w.z. wanneer geen getuigen worden gehoord, aangezien getuigen altijd in persoon door de rechtbank moeten worden gehoord. Hieruit volgt dat wanneer getuigen voor de Italiaanse rechtbank moeten worden gehoord, videoconferentie niet is toegestaan. Momenteel bevat het Italiaanse nationale recht geen uitdrukkelijke bepalingen over videoconferenties in grensoverschrijdende procedures; er is met name geen uitdrukkelijke bepaling die een van de partijen of hun vertegenwoordigers toestaat of verbiedt de hoorzitting op afstand bij te wonen wanneer zij zich in een andere lidstaat bevinden. De procedure voor het op afstand houden van de hoorzitting is immers vastgelegd in artikel 196 duodecies van de uitvoeringsbepalingen van het burgerlijk wetboek, dat als volgt luidt: “De in artikel 127 bis van het wetboek bedoelde hoorzitting wordt op zodanige wijze gehouden dat het beginsel van hoor en wederhoor wordt geëerbiedigd en de effectieve deelname van de partijen en, indien de hoorzitting niet openbaar is, de vertrouwelijkheid ervan wordt gewaarborgd. Artikel 84 is van toepassing. In de notulen van de hoorzitting worden de identiteitsverklaringen van de deelnemers aan de hoorzitting opgenomen, die moeten beloven dat er geen onbevoegde personen op afstand verbonden zijn of aanwezig zijn op de plaatsen van waaruit de deelnemers verbonden zijn met de hoorzitting. De deelnemers aan de hoorzitting houden hun camera tijdens de hele hoorzitting aan. Zij mogen de hoorzitting niet opnemen. De plaats van waaruit de rechter aan de hoorzitting deelneemt, wordt in alle opzichten beschouwd als de rechtszaal, en de hoorzitting wordt geacht te zijn gehouden in de rechtbank waar de zaak aanhangig is. De directeur-generaal voor informatie en geautomatiseerde systemen van het ministerie van Justitie stelt maatregelen vast voor de identificatie en regulering van de audiovisuele verbindingen op afstand voor het houden van de hoorzitting en voor de middelen die ervoor moeten zorgen dat de hoorzitting, tijdens welke de zaak wordt besproken, openbaar toegankelijk is.”

Deze primaire wetgeving gaat vergezeld van gedetailleerde uitvoeringsbepalingen, bestaande uit de administratieve maatregelen van de directeur-generaal voor geautomatiseerde informatiesystemen van het ministerie van Justitie.

De belangrijkste kenmerken van het wettelijke kader dat op dit gebied in Italië van kracht is, worden hieronder samengevat.

1. Wie en wanneer

De rechtbank kan gelasten dat de hoorzitting via videoconferentie wordt gehouden, waarbij alleen de advocaten, de partijen, de openbare aanklager en de hulpfunctionarissen van de rechtbank aanwezig hoeven te zijn.

2. Oppositie

Elke partij (op voorwaarde dat zij geen verstek laat gaan) kan verzoeken om de hoorzitting in persoon te houden. De rechtbank kan, na het nut en het belang van de persoonlijke aanwezigheid van partijen in het licht van de tijdens de hoorzitting te vervullen verplichtingen te hebben afgewogen, bij een niet voor beroep vatbare beschikking gelasten dat de hoorzitting in persoon of in hybride vorm wordt gehouden.

3. Hoor en wederhoor door middel van communicatie in real time

De hoorzitting via videoconferentie wordt op zodanige wijze gehouden dat het beginsel van hoor en wederhoor wordt geëerbiedigd en de effectieve deelname van de partijen en, indien de hoorzitting niet openbaar is, de vertrouwelijkheid ervan wordt gewaarborgd.

4. Garanties

De notulen van de hoorzitting bevatten de bevestiging door de deelnemers van hun identiteit en hun belofte dat er geen sprake is van verbindingen met onbevoegde personen en dat dergelijke personen niet aanwezig zijn op de plaatsen van waaruit de deelnemers verbonden zijn met de hoorzitting. De deelnemers moeten hun camera tijdens de hele hoorzitting aanhouden en mogen de hoorzitting niet opnemen.

5. Dematerialisering van hoorzittingen

De plaats van waaruit de rechter aan de hoorzitting deelneemt, wordt in alle opzichten beschouwd als de rechtszaal, en de hoorzitting wordt geacht te zijn gehouden in het gerechtelijk kantoor waar de zaak aanhangig is.

6. Vergoedingen

Voor deelname aan hoorzittingen via videoconferentie is geen vergoeding aan de staat verschuldigd.

Algemene informatie

De hierboven beschreven wetgeving inzake videoconferenties is eveneens van toepassing op grensoverschrijdende hoorzittingen, tenzij dit door EU-verordeningen of internationale verdragen is uitgesloten.

Videoconferentie kan worden gebruikt in burgerlijke, familie- en handelszaken, in de gevallen en binnen de grenzen die in de desbetreffende wetgeving zijn vastgesteld.

Om het recht op effectieve en gelijke toegang tot de rechter, de eerbiediging van het beginsel van hoor en wederhoor, de procedurele gelijkheid, de mogelijkheid om bewijsmateriaal in te dienen en de zaak te bepleiten, en de billijkheid van de procedure in burgerlijke procedures te garanderen, is uitdrukkelijk bepaald dat de hoorzitting via videoconferentie op zodanige wijze wordt gehouden dat het beginsel van hoor en wederhoor wordt geëerbiedigd en de effectieve deelname van de partijen en, indien de hoorzitting niet openbaar is, de vertrouwelijkheid ervan wordt gewaarborgd. De notulen van de hoorzitting bevatten de bevestiging door de deelnemers van hun identiteit en hun belofte dat er geen sprake is van verbindingen met onbevoegde personen en dat dergelijke personen niet aanwezig zijn op de plaatsen van waaruit de deelnemers verbonden zijn met de hoorzitting.

De deelnemers moeten hun camera tijdens de hele hoorzitting aanhouden en mogen de hoorzitting niet opnemen.

De hoorzitting kan worden gehouden met alle partijen die op afstand via videoconferentie zijn verbonden, waaronder de rechter. Als de hoorzitting openbaar is, zal de griffier van de rechtbank een door de Teams-applicatie gegenereerde link publiceren in een specifiek gedeelte van de institutionele website van het gerechtelijk kantoor, waar de links voor het op afstand bijwonen van openbare hoorzittingen worden weergegeven.

De gepubliceerde link gaat vergezeld van het algemene registernummer van de procedure, zodat derden deze nauwkeurig kunnen bepalen. De link wordt aan het einde van de openbare zitting door de griffier van de website van de rechtbank verwijderd. Een versleuteld kanaal met asymmetrische cryptografische algoritmen wordt gebruikt om verbinding te maken met de hoorzitting.

Technische overwegingen en interoperabiliteit

In Italië zijn rechtbanken en detentiecentra uitgerust met videoconferentieapparatuur.

Voor het uitvoeren van hoorzittingen via videoconferentie worden met name de volgende instrumenten/platforms gebruikt:

  • een aanpassing van Avaya Equinox, met een versleuteld communicatiekanaal, opgezet op een specifiek telematicanetwerk binnen het Uniform Gerechtelijk Netwerk (Rete di Giustizia Unitaria), met een controlekamer voor het toezicht op de activiteiten en een specifiek beheers- en controlesysteem voor de infrastructuur van de gerechtelijke administratie, beschikbaar in een groot aantal strafrechtelijke rechtszalen.
  • Microsoft Teams, zonder administratie-/controlecentrum, met een hybride cloudbeheers- en -controlesysteem in datacenters met meerdere huurders op het grondgebied van de Europese Unie (Republiek Ierland en Koninkrijk der Nederlanden) en dat wordt beheerd door het directoraat-generaal voor geautomatiseerde informatiesystemen van het ministerie van Justitie, dat de enige houder is van de toegangssleutels tot het sessielogboek, voor de rechtszalen die nog niet zijn uitgerust met het Avaya Equinox-systeem.

De compatibiliteit tussen deze systemen en de verbindingssoftware die door de deelnemers aan de videoconferentie wordt gebruikt, wordt gewaarborgd. Met name Windows 10-apparaten zijn native compatibel met Microsoft Teams;

Webcam Max Hub en Innex Cube zijn de meest gebruikte apparaten in Italiaanse virtuele/hybride hoorzittingen (90 % van het totale aantal rechtszalen). Alle rechtszalen voor strafzaken zijn uitgerust met gecertificeerde en compatibele apparaten; het Avaya Equinox Multi-Video Conferencing-systeem is aangepast om ervoor te zorgen dat het compatibel is.

Om alle deelnemers aan de zitting, met name de rechter, in staat te stellen elkaar visueel te herkennen en zowel de spreker die vragen stelt of verklaringen aflegt als de reacties van de toehoorders tijdens de videoconferentie te zien, moeten in strafzaken alle webcams tegelijkertijd de rechters en alle in de rechtszaal aanwezige of op afstand verbonden partijen tonen, om de ervaring van een hoorzitting in persoon zoveel mogelijk te benaderen.

Het Italiaanse ministerie van Justitie is van plan een vergelijkbare dienst te bieden in burgerrechtelijke hoorzittingen.

Voor deelnemers die geen vloeiend Italiaans spreken, voorziet de Italiaanse wetgeving in een professionele tolk die in twee richtingen tolkt; voor aanvullende ondersteuning zijn ook live geautomatiseerde vertaal- en transcriptie-instrumenten beschikbaar.

Om de toegankelijkheid te verbeteren, zijn sommige kamers in detentiecentra uitgerust met luisterapparatuur voor personen met beperkte mobiliteit of gehoorproblemen; daarnaast hebben Microsoft Teams en Windows 10 native “toegankelijkheidstools”.

3. Nationaal recht inzake videoconferenties in strafzaken

1. Wie en wanneer

Het gebruik van videoconferentie is in de volgende gevallen toegestaan:

  • wanneer de personen die gedetineerd of geïnterneerd zijn op een plaats buiten de bevoegdheid van de rechtbank of waarop bewarende maatregelen van toepassing zijn, hiermee instemmen;
  • wanneer de rechtbank het verhoor van getuigen, deskundigen en particulieren moet regelen, mits de partijen daarmee instemmen;
  • ambtshalve door een gerecht, om undercoveragenten, informanten en personen die beschuldigd worden van de betrokken strafbare feiten of aanverwante strafbare feiten te horen.

2. Waar — deelname op afstand

De bevoegdheid voor de hoorzitting of handeling berust bij de rechtbank. Een of meer personen kunnen evenwel op afstand, via een audiovisuele verbinding, deelnemen vanuit een ander gerechtelijk kantoor of een door de gerechtelijke autoriteit aangewezen gerechtelijk politiebureau, of vanuit een andere locatie, indien de gerechtelijke autoriteit daartoe toestemming heeft verleend.

Gevangenen en gedetineerden, personen in voorlopige hechtenis of personen die na arrestatie worden vastgehouden of gevangen zitten, moeten verbinding maken vanuit de instelling waarin zij worden vastgehouden. Advocaten maken verbinding vanuit hun kantoor of een andere geschikte locatie.

3. Hoor en wederhoor door middel van communicatie in real time

De audiovisuele verbinding moet zodanig zijn dat het beginsel van hoor en wederhoor en de effectieve deelname van de partijen aan de hoorzitting worden gewaarborgd en dat alle deelnemers vanuit de verschillende locaties elkaar tegelijkertijd en effectief kunnen zien en horen. Openbare hoorzittingen moeten op passende wijze bekend worden gemaakt.

4. Garanties

Er wordt altijd een audiovisuele opname van de handeling of hoorzitting verstrekt. In elk geval is het recht van de advocaten of hun plaatsvervangers om aanwezig te zijn op de locatie van hun cliënt altijd gewaarborgd.

Het recht van advocaten of hun plaatsvervangers om elkaar en hun cliënt vertrouwelijk te raadplegen met behulp van passende technische middelen wordt altijd gewaarborgd.

In de regel is een hulpfunctionaris van een rechter of van een openbare aanklager aanwezig op de locatie waar de personen die de handeling uitvoeren of aanwezig zijn bij de hoorzitting op afstand, verbinding maken, om hun identiteit te bevestigen en notulen van de procedures op te stellen.

Het ministerie van Justitie zorgt ervoor dat de telematicaverbindingen met de rechtbanken via passende communicatienetwerken of -kanalen plaatsvinden om de integriteit en veiligheid van de gegevensoverdracht te waarborgen.

5. Vergoedingen

Voor deelname aan hoorzittingen via videoconferentie is aan de staat geen vergoeding of heffing verschuldigd.

6. Algemene informatie

De hierboven beschreven wetgeving inzake videoconferenties is eveneens van toepassing op grensoverschrijdende hoorzittingen, tenzij dit door EU-verordeningen of internationale verdragen is uitgesloten.

Videoconferentie kan in strafrechtelijke procedures worden gebruikt, in de gevallen en binnen de grenzen die in de desbetreffende wetgeving zijn vastgesteld.

Het is uitdrukkelijk vereist dat de audiovisuele verbinding zodanig is dat het beginsel van hoor en wederhoor en de effectieve deelname van de partijen aan de handeling of hoorzitting worden gewaarborgd en dat alle deelnemers vanuit de verschillende locaties elkaar tegelijkertijd en effectief kunnen zien en horen. Openbare hoorzittingen moeten op passende wijze bekend worden gemaakt.

De deelnemers moeten hun camera tijdens de hele hoorzitting aanhouden en mogen de hoorzitting niet opnemen.

Het recht van de partij om voor en tijdens de hoorzitting bijgestaan te worden door een advocaat is bij wet gewaarborgd; de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaat en cliënt tijdens de hoorzitting is gewaarborgd.

Bij hoorzittingen op Microsoft Teams wordt de vertrouwelijkheid gewaarborgd via breakout rooms (aparte vergaderruimten). Bij hoorzittingen op Avaya Equinox Multi-Video Conferencing wordt middels een VoIP-systeem voorzien in een apart kanaal.

Voor internationale rogatoire commissies wordt gebruikgemaakt van telefonie via PSTN-lijnen (openbaar telefoonnet) op het door de buitenlandse autoriteit verstrekte nummer.

De openbaarheid van de hoorzitting is gewaarborgd, tenzij dit wettelijk verboden is, aangezien de hoorzitting altijd plaatsvindt in fysieke aanwezigheid van de rechter in een voor het publiek toegankelijke rechtszaal en audiovisuele systemen uitsluitend worden gebruikt voor de deelname op afstand van bepaalde partijen bij de procedure.

Technische overwegingen en interoperabiliteit

In Italië zijn rechtbanken en detentiecentra uitgerust met videoconferentieapparatuur.

Voor het uitvoeren van hoorzittingen via videoconferentie worden met name de volgende instrumenten/platforms gebruikt:

  • een aanpassing van Avaya Equinox, met een versleuteld communicatiekanaal, opgezet op een specifiek telematicanetwerk binnen het Uniform Gerechtelijk Netwerk (Rete di Giustizia Unitaria), met een controlekamer voor het toezicht op de activiteiten en een specifiek beheers- en controlesysteem voor de infrastructuur van de gerechtelijke administratie, beschikbaar in een groot aantal strafrechtelijke rechtszalen.
  • Microsoft Teams, zonder administratie-/controlecentrum, met een hybride cloudbeheers- en -controlesysteem in datacenters met meerdere huurders op het grondgebied van de Europese Unie (Republiek Ierland en Koninkrijk der Nederlanden) en dat wordt beheerd door het directoraat-generaal voor geautomatiseerde informatiesystemen van het ministerie van Justitie, dat de enige houder is van de toegangssleutels tot het sessielogboek, voor de rechtszalen die nog niet zijn uitgerust met het Avaya Equinox-systeem.

De compatibiliteit tussen deze systemen en de verbindingssoftware die door de deelnemers aan de videoconferentie wordt gebruikt, wordt gewaarborgd. Met name Windows 10-apparaten zijn native compatibel met Microsoft Teams;

Webcam Max Hub en Innex Cube zijn de meest gebruikte apparaten in Italiaanse virtuele/hybride hoorzittingen (90 % van het totale aantal rechtszalen). Alle rechtszalen voor strafzaken zijn uitgerust met gecertificeerde en compatibele apparaten; het Avaya Equinox Multi-Video Conferencing-systeem is aangepast om ervoor te zorgen dat het compatibel is.

Om alle deelnemers aan de zitting, met name de rechter, in staat te stellen elkaar visueel te herkennen en zowel de spreker die vragen stelt of verklaringen aflegt als de reacties van de toehoorders tijdens de videoconferentie te zien, moeten in strafzaken alle webcams tegelijkertijd de rechters en alle in de rechtszaal aanwezige of op afstand verbonden partijen tonen, om de ervaring van een hoorzitting in persoon zoveel mogelijk te benaderen.

Voor deelnemers die geen vloeiend Italiaans spreken, voorziet de Italiaanse wetgeving in een professionele tolk die in twee richtingen tolkt; voor aanvullende ondersteuning zijn ook live geautomatiseerde vertaal- en transcriptie-instrumenten beschikbaar.

Om de toegankelijkheid te verbeteren, zijn sommige kamers in detentiecentra uitgerust met luisterapparatuur voor personen met beperkte mobiliteit of gehoorproblemen; daarnaast hebben Microsoft Teams en Windows 10 native “toegankelijkheidstools”.

De hoorzitting via videoconferentie wordt — ook voor verdachten of beklaagden — in de eerste plaats geregeld door artikel 24 van Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, waarin wordt bepaald dat deze uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden is bedoeld, d.w.z. om de verklaringen van een verdachte of beklaagde te verzamelen, en dus niet gewoon voor deelname aan de procedure. Voorts is de toestemming van de verdachte of beklaagde vereist om via videoconferentie te worden gehoord. De weigering van een dergelijke toestemming is in artikel 24, lid 2, punt a), van de richtlijn opgenomen als een van de (facultatieve) gronden voor de weigering van de uitvoering van een Europees onderzoeksbevel (EOB).

Wat de bepalingen van nationaal recht betreft, zijn de algemene regels vastgelegd in de nieuwe titel II bis van het wetboek van strafvordering, ingevoegd bij artikel 8, lid 1, van Wetgevend besluit nr. 150 van 10 oktober 2022, met ingang van 30 december 2022, overeenkomstig artikel 99 bis, lid 1, van Wetgevend besluit nr. 150/2022, toegevoegd bij artikel 6, lid 1, van Wetsbesluit nr. 162 van 31 oktober 2022, met wijzigingen, omgezet in wet bij Wet nr. 199 van 30 december 2022.

In het licht van de laatste bepalingen die zijn ingevoerd bij Wetgevend besluit nr. 31 van 19 maart 2024, wordt de materie momenteel geregeld door de artikelen 133 bis en 133 ter van het wetboek van strafvordering, die als volgt luiden:

“Artikel 133 bis. Algemene bepalingen

Indien de rechterlijke instantie bepaalt dat een handeling op afstand wordt verricht of dat een of meer partijen op afstand deelnemen aan de uitvoering van een handeling of aan het houden van een hoorzitting, is, tenzij anders is bepaald, artikel 133 ter van toepassing.

Artikel 133 ter. Procedures en waarborgen voor deelname op afstand

  1. Indien de rechterlijke instantie bepaalt dat een handeling op afstand wordt verricht of dat een of meer partijen op afstand deelnemen aan de uitvoering van een handeling of aan een hoorzitting, geeft zij een met redenen omklede beschikking af. Indien de beschikking niet tijdens de hoorzitting wordt afgegeven, wordt deze, samen met de maatregel tot vaststelling van de datum voor de uitvoering van de handeling of het houden van de hoorzitting, ten minste drie dagen vóór die datum aan de partijen betekend, behoudens in dringende gevallen, onverminderd de noodzaak te waarborgen dat de advocaat de in lid 7 bedoelde rechten kan uitoefenen. De beschikking wordt eveneens aan de betrokken autoriteiten meegedeeld.
  2. In de in lid 1 bedoelde gevallen wordt een audiovisuele verbinding tot stand gebracht tussen de rechtszaal of het gerechtelijk kantoor en de plaats waar de personen die de handeling verrichten of op afstand aan de hoorzitting deelnemen, zich bevinden. De plaats waar de personen die de handeling uitvoeren of op afstand aan de hoorzitting deelnemen, zich bevinden, wordt beschouwd als de rechtszaal.
  3. Op straffe van nietigverklaring wordt de audiovisuele verbinding zodanig opgezet dat het beginsel van hoor en wederhoor en de effectieve deelname van de partijen aan de handeling of hoorzitting worden gewaarborgd en dat alle deelnemers vanuit de verschillende locaties elkaar tegelijkertijd en effectief kunnen zien en horen. In het geval van een openbare hoorzitting wordt voor een passende bekendmaking van de op afstand verrichte handelingen gezorgd. Er wordt altijd een audiovisuele opname van de handeling of hoorzitting gemaakt.
  4. Onverminderd de leden 5, 6 en 7 maken de personen die de handeling uitvoeren of op afstand aan de hoorzitting deelnemen, verbinding met een andere door de gerechtelijke autoriteit aangewezen rechtszaal of gerechtelijk politiebureau nadat zij hebben gecontroleerd of de passende technische uitrusting beschikbaar is en of aan de logistieke vereisten voor de audiovisuele verbinding is voldaan.
  5. Wanneer gevangenen en geïnterneerden, personen in voorarrest of in hechtenis of in tijdelijke hechtenis, de handeling uitvoeren of op afstand aan de hoorzitting deelnemen, moeten zij verbinding maken vanuit de detentievoorziening waarin zij worden vastgehouden.
  6. Na de partijen te hebben gehoord, kan de rechterlijke autoriteit de personen die de handeling uitvoeren of op afstand aan de hoorzitting deelnemen, toestaan vanaf een andere plaats dan de in lid 4 bedoelde plaats verbinding te maken.
  7. Advocaten maken verbinding vanuit hun kantoor of een andere geschikte locatie. In elk geval is het recht van advocaten of hun plaatsvervangers om aanwezig te zijn op de plaats waar hun cliënt zich bevindt altijd gewaarborgd. Het recht van advocaten of hun plaatsvervangers om elkaar en hun cliënt te raadplegen met behulp van passende technische middelen is ook altijd gewaarborgd.
  8. In de in de leden 4 en 5 bedoelde gevallen en — tenzij de rechterlijke instantie anders bepaalt — in de in lid 6 bedoelde gevallen, is een hulpfunctionaris van de rechtbank of van de openbare aanklager, die kan worden gekozen uit de hulpfunctionarissen die bij de in lid 4 bedoelde rechtbank in dienst zijn, of een agent van de gerechtelijke politie — bij voorkeur behorend tot het afdelingspersoneel van de gerechtelijke politie en die niet betrokken is of is geweest bij onderzoeks- of beschermingswerkzaamheden met betrekking tot de beklaagde of in verband met de feiten die hem ten laste worden gelegd —, aanwezig op de plaats waar de personen die de handeling verrichten of die de hoorzitting op afstand bijwonen, zich bevinden, en bevestigt hun identiteit en stelt een verslag op van de verrichte handelingen overeenkomstig artikel 136. In het verslag wordt eveneens bevestigd dat de bepalingen van lid 3, eerste zin, en lid 7, tweede en derde zin, zijn nageleefd, dat er voorzorgsmaatregelen zijn genomen om de regelmatigheid van het onderzoek te waarborgen met betrekking tot de plaats waar de betrokkene zich bevindt, en dat er geen belemmering of beperking is voor de uitoefening van de rechten en bevoegdheden van de betrokkene.”

Verdere regels inzake deelname op afstand worden uiteengezet in de onderstaande bepalingen.

In artikel 360, lid 3 bis van het wetboek van strafvordering, ingevoerd bij artikel 18, lid 1, punt a), van Wetgevend besluit nr. 150 van 10 oktober 2022, is bepaald dat, in de fase van het vooronderzoek, de openbare aanklager de onderzochte persoon, het slachtoffer van het strafbare feit en alle advocaten en deskundigen die hierom verzoeken, kan toestaan om op afstand deel te nemen aan de benoeming van deskundigen of aan niet-herhaalbare technische onderzoeken.

Volgens artikel 370, lid 1 bis, van het wetboek van strafvordering, ingevoerd bij artikel 18, lid 1, punt d), 1), van Wetgevend besluit nr. 150 van 10 oktober 2022, kan de openbare aanklager bepalen dat het verhoor van de verdachte, zelfs indien dit is gedelegeerd aan de gerechtelijke politie, op afstand moet plaatsvinden, mits de verdachte en diens advocaat daarmee instemmen.

Met betrekking tot de activiteiten van de gerechtelijke politie, is in artikel 350, lid 4 bis, van het wetboek van strafvordering, ingevoegd bij artikel 17, lid 1, punt b), van het Wetgevend besluit van 10 oktober 2022, naast de bovengenoemde mogelijkheid, bepaald dat het “onderzoeksverhoor” (sommarie informazioni) van de verdachte op afstand kan worden uitgevoerd. Voorts is de deelname op afstand van de verdachte uitdrukkelijk toegestaan in de volgende gevallen: de herziening van beschikkingen waarbij een dwangmaatregel wordt opgelegd, overeenkomstig artikel 309, lid 8 bis, van het wetboek van strafvordering; de ondervraging bij een uitleveringsprocedure op grond van artikel 703, lid 2, van het wetboek van strafvordering of, in geval van arrestatie, op grond van artikel 717, lid 2, van het wetboek van strafvordering. In het kader van de procedure van artikel 496, lid 2 bis, van het wetboek van strafvordering, ingevoerd bij artikel 30, lid 1, punt g), van Wetgevend besluit nr. 150 van 2022, is het mogelijk getuigen, deskundigen, technische adviseurs, verdachten in gerelateerde procedures en particuliere partijen op verzoek van de rechtbank, met instemming van de partijen en tenzij een specifieke wettelijke bepaling anders bepaalt, op afstand te ondervragen.

In artikel 422, lid 2, van het wetboek van strafvordering, zoals gewijzigd bij artikel 23, lid 1, punt h), van Wetgevend besluit nr. 150 van 2022, is een gelijkwaardige bepaling ingevoegd voor het verzamelen van aanvullend bewijsmateriaal door de rechter die de inleidende zitting voert. Op grond van de verwijzing naar deze bepaling in artikel 441, lid 6, van het wetboek van strafvordering is deze bepaling ook van toepassing op snelrechtprocedures (giudizio abbreviato).

In de volgende gevallen is ook uitdrukkelijk voorzien in de deelname op afstand van de betrokkene: in toezichtprocedures, bij artikel 678, lid 3, punt 2), van het wetboek van strafvordering; in executieprocedures, bij artikel 666, lid 4, van het wetboek van strafvordering.

Wanneer een in het buitenland in hechtenis gehouden verdachte ten slotte niet kan worden overgedragen aan Italië, wordt de deelname op afstand geregeld door artikel 205 ter van het wetboek van strafvordering, ingevoerd bij artikel 16 van Wet nr. 367 van 5 oktober 2001 en gewijzigd bij artikel 41, lid 1, punt hh), 1) en 2), van Wetgevend besluit nr. 150 van 10 oktober 2022, met ingang van 30 december 2022, overeenkomstig artikel 6 van Wetsbesluit nr. 162 van 31 oktober 2022.

De integrale tekst van het artikel is hieronder uiteengezet.

“Artikel 205 ter. Aanwezigheid op afstand bij het proces van in het buitenland in hechtenis gehouden verdachten.

  1. Verdachten die in het buitenland in hechtenis worden gehouden en niet aan Italië kunnen worden overgedragen, zullen aan de hoorzitting deelnemen via een audiovisuele verbinding, indien internationale overeenkomsten hierin voorzien en in overeenstemming met de daarin opgenomen regels. Voor alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk worden gereguleerd door internationale overeenkomsten, is artikel 133 ter van het wetboek van toepassing.
  2. Deelname via audiovisuele verbinding is niet mogelijk als de buitenlandse staat er niet voor zorgt dat een advocaat of diens plaatsvervanger aanwezig kan zijn op de plaats waar de handeling wordt uitgevoerd of als de advocaat of diens plaatsvervanger niet in staat is om zijn of haar cliënt onder vier ogen te spreken.
  3. Verdachten hebben recht op de aanwezigheid van een tolk als zij niet de taal spreken van de plaats waar de handeling wordt uitgevoerd, of de taal die wordt gebruikt om hen vragen te stellen.
  4. De detentie van een verdachte in het buitenland mag niet leiden tot opschorting of uitstel van de hoorzitting waarbij deelname via audiovisuele verbinding mogelijk is, in gevallen waarin de verdachte er niet mee instemt of weigert aanwezig te zijn. Artikel 420 ter van het wetboek is van overeenkomstige toepassing.

De deelname van getuigen of deskundigen aan een hoorzitting via audiovisuele verbinding vindt plaats overeenkomstig de in internationale overeenkomsten opgenomen procedures en voorwaarden. Voor alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk zijn gereguleerd, is artikel 133 ter van het wetboek van toepassing.

4. Vergoedingen voor procedures in burgerlijke en handelszaken

Krachtens de verordening is de kennisgevingsverplichting alleen van toepassing op informatie met betrekking tot de procedure waarnaar wordt verwezen in bijlage 1 en 2 bij de verordening, meer specifiek voor de procedure waarbij gebruik kan worden gemaakt van het Europees elektronisch toegangspunt.

De algemene regels zijn echter die uiteengezet in de artikelen 9 tot en met 18 bis van Presidentieel besluit nr. 115 van 30 mei 2002 (geconsolideerde wet betreffende de gerechtskosten), evenals in Wetgevend besluit nr. 116 van 27 mei 2005 houdende de uitvoering van Richtlijn 2003/8/EG tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen, tot uitvoering van een ander wetgevingsinstrument.

In de Italiaanse wetgeving is Presidentieel besluit nr. 115/2002 (geconsolideerde wet betreffende de gerechtskosten, hierna “TUSG”) de fundamentele rechtsbron voor alle juridische kosten die bij onder diverse posten door particuliere partijen moeten worden gedragen om toegang tot de rechter te hebben in burgerlijke, handels- en strafzaken (met uitzondering van rechtsbijstandszaken; zie artikel 8 TUSG).

Dienovereenkomstig bevat dit presidentieel besluit de regels en instructies die aan gebruikers moeten worden verstrekt, voor de toepassing van Verordening (EU) 2023/2844 inzake de heffingen (kostenposten) die in rekening worden gebracht aan de partij die betrokken is bij de gerechtelijke procedure (zelfs indien grensoverschrijdend) voor een nationale rechtbank.

Meer bepaald:

gerechtskosten (contributo unificato) — forfaitaire voorschotten van particulieren aan de schatkist — kosten van het afgeven van kennisgevingen — kosten voor afschriften en certificaten

5) registratierechten voor stukken die moeten worden ingeschreven (Presidentieel besluit nr. 131 van 26 april 1986).

De gerechtskosten zijn verschuldigd “voor elke aanleg in de burgerrechtelijke procedure — inclusief insolventie- en niet-contentieuze procedures — en elke administratieve en belastingprocedure, voor de bedragen die zijn uiteengezet in artikel 13 en zonder afbreuk te doen aan artikel 10” (artikel 9 TUSG); de vergoeding moet worden betaald door de partij die de procedure aanhangig heeft gemaakt, het inleidend verzoekschrift indient of, in het geval van executieprocedures in onteigeningszaken, verzoekt om de toewijzing of verkoop van in beslag genomen onroerende goederen (artikel 14, lid 1, TUSG); de waarde van de procedure, bepaald overeenkomstig het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, zonder rekening te houden met de rente, moet door de partij specifiek worden aangegeven in de conclusies van het inleidend verzoekschrift (artikel 14, lid 2, TUSG); de partij die een wedervordering of een vordering tegen een medeverweerder indient, een derde in de procedure oproept of vrijwillig deelneemt aan de procedure, betaalt afzonderlijke gerechtskosten (artikel 14, lid 3, TUSG); de oorspronkelijke gerechtskosten moeten worden aangevuld indien de vordering wordt gewijzigd of aangevuld met een andere vordering om de waarde van de zaak te verhogen (artikel 14, lid 3, TUSG). Tenzij bijzondere regels voor een bepaalde procedure van toepassing zijn, zijn de gerechtskosten de in artikel 13, lid 1, punten a) tot en met g) vastgestelde bedragen, naar gelang van de waarde van de zaak (d.w.z. de waarde van de vordering, zelfs indien deze niet is vastgesteld). Deze bedragen kunnen echter in het geval van specifieke procedures hoger of lager zijn; de bedragen worden met name verhoogd in het geval van beroepsprocedures (“de gerechtskosten worden met de helft verhoogd”), procedures voor het Hof van Cassatie (“de gerechtskosten worden verdubbeld”) of procedures die worden behandeld door de gespecialiseerde kamers als bedoeld in Wetgevend besluit nr. 168 van 27 juni 2003 (“de gerechtskosten worden verdubbeld”). Bovendien bedragen de gerechtskosten voor executieprocedures met betrekking tot onroerende goederen 278,00 EUR; voor de andere executieprocedures worden de gerechtskosten gehalveerd; voor executieprocedures met betrekking tot roerende goederen met een waarde van minder dan 2 500 EUR, bedragen de gerechtskosten 43,00 EUR; voor verweerprocedures tegen de executie bedragen de gerechtskosten 168,00 EUR; de gerechtskosten worden verminderd met de helft voor de bijzondere procedures als bedoeld in boek IV, titel I, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, waaronder de procedure waarmee verweer wordt gevoerd tegen betalingsbevelen en verweer tegen faillissementsbeschikkingen, alsook voor individuele arbeidsgeschillen in de particuliere of publieke sector (uitgezonderd geschillen waarvoor volledige vrijstelling geldt); voor faillissementsprocedures, die het proces van de uitspraak tot faillissement tot de sluiting bestrijken, bedragen de verschuldigde gerechtskosten 851,00 EUR; anderzijds zijn er geen gerechtskosten verschuldigd voor het indienen van een vordering bij faillissement.

In het nationale recht is in artikel 10 van de TUSG voorzien in bijzondere vrijstellingen; in het bijzonder zijn de volgende procedures niet onderworpen aan gerechtskosten: oppositieprocedures en kortgedingen, zelfs in het stadium van de executie, betreffende de betaling van alimentatie voor kinderen en andere procedures met betrekking tot kinderen; procedures inzake verbod, arbeidsongeschiktheid en bewindvoering (amministrazione di sostegno); procedures voor de verklaring van afwezigheid en vermoedelijk overlijden; niet-contentieuze procedures met betrekking tot kinderen, personen waartegen een verbod is ingesteld en personen die arbeidsongeschikt zijn.

De forfaitaire voorschotten die in burgerlijke procedures door particulieren aan de staatskas moet worden betaald (artikel 30 TUSG) bestaat uit een vast bij artikel 30 TUSG voorgeschreven bedrag (27,00 EUR), te betalen door de partij die de procedure aanhangig heeft gemaakt, een inleidend verzoekschrift heeft ingediend of, in het geval van executieprocedures in onteigeningszaken, verzoekt om de toewijzing of verkoop van in beslag genomen onroerende goederen.

De vergoedingen voor de betekening of kennisgeving van stukken op verzoek van de partijen (artikelen 32 e.v. TUSG) bestaan uit de reiskosten en de vergoeding die de partijen verschuldigd zijn aan de gerechtsdeurwaarders die belast zijn met de betekening van een document; het bedrag van deze enkele vergoeding (diritto unico) is vastgelegd in artikel 34 TUSG en dat van de reiskostenvergoeding in artikel 35 TUSG.

In afwachting van de vaststelling van de in artikel 40, lid 1, TUSG bedoelde verordening zijn de vergoedingen voor afschriften en certificaten geregeld in de artikelen 266 e.v. TUSG; deze vergoedingen worden in rekening gebracht voor afschriften van stukken in het procesdossier of voor de afgifte van door de griffie gevraagde certificaten; krachtens artikel 40 TUSG is het bedrag van de vergoeding voor de afgifte van papieren exemplaren ten minste vijftig procent hoger dan dat voor de afgifte van een elektronisch exemplaar; in elk geval is er geen vergoeding verschuldigd voor een niet-gecertificeerde kopie wanneer deze kopie uit het gedocumenteerde dossier van de zaak wordt gehaald door de personen die daartoe bevoegd zijn; de hoogte van de verschuldigde vergoeding voor afschriften van stukken uit het procesdossier die niet voor eensluidend zijn gewaarmerkt, staat vermeld in de tabel in bijlage 6 bij de TUSG; de hoogte van de verschuldigde vergoeding voor gewaarmerkte afschriften van stukken staat vermeld in de tabel in bijlage 7 bij de TUSG; de hoogte van de verschuldigde vergoeding voor elektronische afschriften staat vermeld in de tabel in bijlage 8 bij de TUSG; voor papieren afschriften binnen twee dagen, al dan niet voor eensluidend gewaarmerkt, wordt de verschuldigde vergoeding verdrievoudigd (artikel 270 TUSG); de vergoedingen voor afschriften en certificaten worden om de drie jaar aangepast op basis van de door ISTAT gemeten verandering in het indexcijfer van de consumptieprijzen voor gezinnen van arbeiders en bedienden in de afgelopen drie jaar, bij een maatregel van het ministerie van Justitie, in overleg met het ministerie van Economische Zaken en Financiën (artikel 274 TUSG); momenteel zijn de bedragen vastgelegd in het besluit van het ministerie van Justitie van 9 juli 2021 (gepubliceerd in het Staatsblad van de Italiaanse Republiek nr. 184 van 3 augustus 2021).

De registratieheffing is verschuldigd voor de gerechtelijke stukken en maatregelen die specifiek zijn bedoeld in artikel 37 van Presidentieel besluit nr. 131/1986 (geconsolideerde wet betreffende het registratierecht), namelijk voor “handelingen van de gerechtelijke instantie in burgerlijke geschillen die de hele procedure of een deel ervan afsluiten”, “onmiddellijk uitvoerbare gerechtelijke bevelen”, “executiebevelen betreffende arbitragebeslissingen en uitspraken waarbij de uitvoerbaarheid van buitenlandse uitspraken wordt verklaard”; deze maatregelen zijn onderworpen aan de heffing, ook al worden zij op het tijdstip van registratie aangevochten of kunnen zij nog worden aangevochten. De heffing kan evenwel worden gecompenseerd of terugbetaald indien de maatregelen later door een definitief vonnis worden ingetrokken; buitengerechtelijke schikkingen waarbij de overheid partij is, worden gelijkgesteld aan een definitief vonnis. Het bedrag van de heffing die op te registreren gerechtelijke stukken moet worden geheven, is vastgelegd in artikel 8 van de tarieven die bij de geconsolideerde wet betreffende het registratierecht zijn gehecht.

De bovenstaande referentievoorschriften zijn van toepassing op:

  • de grensoverschrijdende geschillen die vallen onder Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een Europese betalingsbevelprocedure, Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen; en de geschillen die vallen onder Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen;
  • de procedures inzake erkenning, uitvoering of niet-erkenning op grond van Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring, Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken, Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, Verordening (EU) 2016/1103 van de Raad tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels, Verordening (EU) 2016/1104 van de Raad tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen, Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering;
  • de procedures voor de afgifte, correctie en intrekking van de in Verordening (EG) nr. 4/2009 (zie hoger) bedoelde afschriften, de Europese erfrechtverklaring en de in Verordening (EU) nr. 650/2012 (zie hoger) bedoelde verklaringen, de in Verordening (EU) nr. 1215/2012 (zie hoger) bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) nr. 606/2013 (zie hoger) bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) 2016/1103 (zie hoger) en Verordening (EU) 2016/1104 (zie hoger) bedoelde verklaringen, de in Verordening (EU) 2019/1111 (zie hoger) bedoelde certificaten;
  • vorderingen die door buitenlandse schuldeisers in insolventieprocedures zijn ingediend overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
  • communicatie van natuurlijke of rechtspersonen of hun vertegenwoordigers met de centrale autoriteiten op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 (zie hoger) en Verordening (EU) 2019/1111 (zie hoger) of met de bevoegde autoriteiten op grond van hoofdstuk IV van Richtlijn 2003/8/EG van de Raad om de toegang tot de rechter te verbeteren in grensoverschrijdende geschillen door gemeenschappelijke minimumvoorschriften vast te stellen voor rechtsbijstand voor dergelijke geschillen.

Wat betreft Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken, bevat artikel 13, lid 6 quinquies, TUSG een speciale regel die de bedragen van de voor de verschillende grensoverschrijdende geschillen die onder de EU-verordening vallen, te betalen gerechtskosten specificeert.

In het bijzonder gelden “voor de geschillen als bedoeld in Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken, de volgende bedragen:

  1. de in artikel 13, leden 1, punt b), en lid 1 bis, vastgestelde bedragen voor de in de artikelen 21 en 37 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde procedures;
  2. de in artikel 13, lid 3, vastgestelde bedragen voor de in de artikelen 8, 33 en 35 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde procedures;
  3. de in artikel 13, lid 1, vastgestelde bedragen voor de in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde procedures;
  4. de in artikel 13, lid 1 quinquies, vastgestelde bedragen voor de in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde procedures.”

Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een partij met onvoldoende middelen om rechtsbijstand te verkrijgen, zoals vastgesteld en geregeld in deel III van Presidentieel besluit nr. 115/2002 (TUSG), in toepassing van artikel 24, lid 3, van de Grondwet, dat bepaalt dat “passende maatregelen ervoor moeten zorgen dat personen met onvoldoende middelen over de middelen beschikken om te handelen en zich te verdedigen voor een rechtbank”.

Zoals reeds is opgemerkt, is in artikel 8 TUSG in het bijzonder bepaald: “1. Elke partij draagt de kosten van de door haar verrichte en door haar aangevraagde procedurele handelingen, alsmede de kosten van handelingen die noodzakelijk zijn voor de procedure, indien de wet of de rechter zulks voorschrijft. 2. Indien de partij in aanmerking komt voor rechtsbijstand, worden de kosten overeenkomstig de bepalingen van deel III van deze geconsolideerde wet door de staatskas vooruitbetaald of in rekening gebracht voor latere betaling.”

Met name is in artikel 74 van de geconsolideerde wet betreffende de gerechtskosten bepaald dat “rechtsbijstand wordt verleend in burgerlijke, administratieve, boekhoudkundige, fiscale en niet-contentieuze procedures ter verdediging van burgers met onvoldoende middelen wanneer hun vorderingen niet kennelijk ongegrond zijn”; krachtens artikel 75 TUSG is de toegang tot rechtsbijstand geldig in elke aanleg en fase van de procedure en voor alle eventuele afgeleide en bijkomende procedures die daarmee verband houden; de regels inzake rechtsbijstand zijn eveneens van overeenkomstige toepassing op de fase van de uitvoering, de rechterlijke toetsing, de herzieningsprocedure en derdenverzet, alsmede op de procedure inzake de toepassing van beveiligings- of preventieve maatregelen en de procedure voor de strafuitvoeringsrechtbank (tribunale di sorveglianza), op voorwaarde dat de betrokkene door een advocaat of getuige-deskundige moet of kan worden bijgestaan.

Burgers met onvoldoende middelen krijgen rechtsbijstand (artikel 74 TUSG). In een burgerlijke procedure geldt het recht op rechtsbijstand voor burgers met onvoldoende middelen ook voor buitenlanders die wettig op het nationale grondgebied verblijven, staatlozen en entiteiten of verenigingen zonder winstoogmerk die geen economische activiteit uitoefenen (artikel 119 TUSG); asielzoekers komen ook in aanmerking voor rechtsbijstand indien zij niet over voldoende middelen beschikken, overeenkomstig het Verdrag van Genève van 28 juli 1951; een buitenlander die een verwijderingsbevel heeft ontvangen, heeft recht op rechtsbijstand in de rechtbank (artikel 142 TUSG). In het geval van een failliete boedel kan rechtsbijstand worden verkregen als er onvoldoende vermogen is om de gerechtskosten te dekken. Dit is bepaald in artikel 144 TUSG: “1. In een procedure waarbij een failliete boedel partij is, wordt de failliete boedel, indien de gemachtigde rechter een bevel uitvaardigt waaruit blijkt dat er geen middelen zijn om de kosten van de procedure te dekken, geacht in aanmerking te komen voor rechtsbijstand krachtens en voor de toepassing van de in dit deel van de geconsolideerde wet vastgestelde regels, behoudens de regels die onverenigbaar zijn met de toekenning van rechtsbijstand.”

Krachtens artikel 76 TUSG kan “rechtsbijstand worden verleend aan iedere persoon die voor de doeleinden van de personenbelasting, zoals aangegeven in de laatste aangifte, een belastbaar inkomen heeft dat niet meer bedraagt dan 12 838,01 EUR”; in artikel 77 TUSG is bepaald dat de inkomensdrempels voor de toegang tot rechtsbijstand om de twee jaar worden aangepast op basis van de door ISTAT gepubliceerde veranderingen in de indexcijfers van de consumptieprijzen.

Volgens artikel 76, lid 4 quater, TUSG hebben “niet-begeleide buitenlandse minderjarigen die in welke hoedanigheid dan ook bij een gerechtelijke procedure betrokken zijn, het recht te worden geïnformeerd dat zij een advocaat van hun eigen keuze kunnen aanwijzen, onder meer via hun aangewezen voogd of de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Wet nr. 184 van 4 mei 1983, zoals gewijzigd, en om in elke fase en aanleg van de procedure gebruik te maken van rechtsbijstand overeenkomstig de geldende wetgeving”; krachtens artikel 76, lid 4 quater, punt 1), TUSG, “komen minderjarige kinderen of volwassen kinderen die financieel afhankelijk zijn van één van de ouders en die halfwees zijn geworden doordat deze ouder is gedood door de echtgeno(o)t(e) van de ouder, ook al is deze van tafel en bed gescheiden of uit de echt gescheiden, of door de geregistreerde partner, ook al is het geregistreerd partnerschap beëindigd, of door een persoon die een affectieve en stabiele samenlevingsrelatie met het slachtoffer had of heeft gehad, in aanmerking voor rechtsbijstand, ook in afwijking van de toepasselijke inkomensdrempel. Deze mogelijkheid tot toepassing van een afwijking geldt voor de desbetreffende strafrechtelijke procedures en voor alle burgerrechtelijke procedures die voortvloeien uit het strafbare feit, met inbegrip van de executieprocedures”.

Voor het verkrijgen van rechtsbijstand moet de rechthebbende zich wenden tot de bevoegde raad van de orde van advocaten (artikel 78 TUSG) het verzoek kan op elk moment tijdens de procedure worden ingediend, maar vóór de afsluiting ervan; De raad van de orde van advocaten (COA — Consiglio dell’Ordine degli Avvocati) met territoriale bevoegdheid (artikel 126 TUSG) beslist over het verzoek, maar de rechter in eerste aanleg heeft het laatste woord (artikel 136 TUSG).

Tegen een beslissing tot weigering van rechtsbijstand kan beroep worden ingesteld op grond van artikel 99 TUSG.

Een maatregel tot intrekking van de rechtsbijstand kan overeenkomstig artikel 170 TUSG worden verworpen.

De begunstigden van rechtsbijstand kunnen hun advocaat kiezen uit de in ad-hoclijsten geregistreerde advocaten en zijn vrijgesteld van alle proceskosten (zie artikel 131 TUSG).

Met andere woorden, de staat draagt de kosten die anders door de begunstigde van de rechtsbijstand gedragen zouden worden, zoals advocatenhonoraria, honoraria van deskundigen en andere proceskosten (bv. betaling van de proceskosten in burgerlijke procedures, kosten voor afschriften en certificaten, forfaitaire voorschotten voor de betekening of kennisgeving van stukken op verzoek van de rechter).

5. Elektronische betalingsmethoden

Een algemene handleiding voor online betalingen (vademecum sui pagamenti telematici) wordt gepubliceerd op het portaal voor telematische diensten (PST).

Deze online betaalmethoden kunnen ook worden gebruikt door inwoners van andere EU-lidstaten dan Italië en die geen rekening hebben bij een bank of postinstelling in Italië, aangezien ook “niet-geregistreerde” creditcardhouders toegang tot deze betaalmethoden kunnen krijgen.

6. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van het gedecentraliseerde IT-systeem

Op dit moment maakt de Italiaanse staat geen gebruik van het gedecentraliseerde systeem; er zijn echter technische activiteiten gaande om binnen een redelijk korte termijn en in elk geval binnen de in de verordening voor elke partij vastgestelde termijnen het gebruik van het gedecentraliseerde systeem mogelijk te maken voor de instrumenten die vallen onder de in bijlage II, punt 10 (Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken) en bijlage I, punt 3 (Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure) bedoelde verordening en, voor de toepassing van artikel 25, voor het in bijlage I, punt 10 (Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures) bedoelde instrument.

7. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

Italië zal de haalbaarheid van de uitvoering van artikel 5 inzake videoconferenties in burgerlijke en handelszaken beoordelen binnen de in de verordening vastgestelde termijnen, overeenkomstig de hierboven beschreven procedures, ook al heeft het reeds geschikte videoconferentiesystemen met de in de voorgaande alinea’s beschreven kenmerken ingevoerd, welke momenteel volledig in overeenstemming zijn met de nationale voorschriften.

8. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in strafzaken

Italië zal de haalbaarheid van de uitvoering van artikel 6 inzake videoconferenties in strafzaken beoordelen binnen de in de verordening vastgestelde termijnen, overeenkomstig de hierboven beschreven procedures, ook al heeft het reeds geschikte videoconferentiesystemen met de in de voorgaande alinea’s beschreven kenmerken, die momenteel volledig in overeenstemming zijn met de nationale voorschriften, ingevoerd.

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina