Overslaan en naar de inhoud gaan

Digitaliseringsverordening — Kennisgevingen van de lidstaten

Portugal

Deze pagina bevat informatie over kennisgevingen die de lidstaten op grond van Verordening (EU) 2023/2844 hebben gedaan.

Inhoud aangereikt door
Portugal
Flag of Portugal

1. Nationale IT-portalen voor de communicatie met rechtbanken of andere autoriteiten

  • Citius: stelt iedere burger of zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger in staat om vanaf elke locatie, op voorwaarde dat hij/zij toegang heeft tot het internet, zaken te raadplegen waarbij hij/zij betrokken is. De meeste beschikbare inhoud is vrij toegankelijk.
  • Tribunais.org.pt: stelt iedere burger of zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger in staat om vanaf elke locatie, op voorwaarde dat hij/zij toegang heeft tot het internet, zaken te raadplegen waarbij hij/zij betrokken is. Toegang tot de procesdossiers is mogelijk via authenticatie met behulp van deburgerpas of de digitale mobiele sleutel. Dit portaal biedt meer functionaliteiten dan Citius.
  • eTribunal-Mandatarios: maakt het bijvoorbeeld mogelijk om kennisgevingen te ontvangen, documenten en audio-opnamen te raadplegen en grote processtukken te verzenden. De toegang is beperkt tot advocaten en rechtskundig adviseurs, die het portaal openen met hun professionele digitale certificaat.

2. Nationaal recht inzake videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Código de Processo Civil — CPC) voorziet in de mogelijkheid om getuigen, partijen en deskundigen te horen via videoconferentie.

In artikel 502, lid 1, is met name voorzien in de mogelijkheid dat getuigen die buiten de gemeente wonen waar de rechterlijke instantie is gevestigd, via videoconferentie worden gehoord vanuit een rechterlijke instantie in de gemeente of deelgemeente waar zij wonen (indien er een overeenkomst bestaat tussen die instantie en het ministerie van Justitie) of een ander openbaar gebouw in dat gebied.

Deze regeling is van toepassing op de getuigenissen van een partij die buiten het district of het respectieve eiland woont, in het geval van de autonome gebieden van de Azoren en Madeira (artikel 456, lid 2), en op verklaringen van partijen die zich in dezelfde situatie bevinden als hierboven beschreven (artikel 466, lid 2).

Het gebruik van de videoconferentiemethode is niet mogelijk indien de te ondervragen getuige in het grootstedelijk gebied van Lissabon of Porto woont en de procedure aanhangig is bij een rechtbank in een van deze gebieden, behalve wanneer het onmogelijk of uiterst moeilijk is om tijdig aanwezig te zijn bij de hoorzitting (artikel 502, lid 6, en artikel 520). In dergelijke situaties kan de rechter met instemming van de partijen besluiten dat alle informatie die nodig is voor een goede afhandeling van de zaak, telefonisch of op een andere wijze rechtstreeks door de rechterlijke instantie aan de getuige kan worden verstrekt, mits de aard van de te onderzoeken of te verduidelijken feiten verenigbaar is met de procedure. Deze regeling is eveneens van toepassing op de getuigenissen van de partijen (artikel 457, lid 2) en op de verklaringen van de partijen (artikel 466, lid 2).

Ongeacht de bepalingen van internationale of Europese instrumenten worden getuigen die in het buitenland wonen ondervraagd via videoconferentie wanneer de nodige technologische middelen beschikbaar zijn op hun verblijfplaats (artikel 502, lid 6).

Deskundigen van inrichtingen, laboratoria of officiële diensten worden via teleconferentie vanaf hun werkplek gehoord (artikel 486, lid 2).

Alleen rechtbanken zijn gemachtigd om videoconferenties te houden overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2023/2844.

Het Portugese procesrecht (artikel 151, leden 1 en 2, CPC) staat niet toe dat een rechtbank de datum en het tijdstip van een hoorzitting ambtshalve vaststelt. Om te voorkomen dat de datum en het tijdstip waarop de vertegenwoordigers aanwezig moeten zijn, verschillen, moet de rechter de datum en het tijdstip van de procedure in overleg met de vertegenwoordigers vaststellen. Indien de vertegenwoordigers binnen vijf dagen verklaren dat zij op de door de rechter aangewezen datum niet beschikbaar zijn wegens een andere reeds geplande procedure, moeten zij de rechtbank in kennis stellen van deze omstandigheden (met uitdrukkelijke vermelding van de procedure en de zaak in kwestie) en na contact met de andere betrokken vertegenwoordigers alternatieve data voorstellen.

Alle rechtszalen in Portugal zijn uitgerust met videoconferentieapparatuur met roterende camera’s, die verbonden zijn met software die communicatie op afstand mogelijk maakt. In Portugal kan elk middel voor communicatie op afstand worden gebruikt, maar er is geen informatie beschikbaar over welk middel het meest wordt gebruikt. Tijdens de pandemie werd echter de Webex-applicatie voor dit doel gebruikt en deze wordt nog steeds veel gebruikt. Deze applicatie kan worden geïntegreerd met de in de rechtbanken bestaande videoconferentiesystemen. De technische vereisten voor de in de verschillende rechtbanken geïnstalleerde videoconferentieapparatuur zijn hier te vinden.

Het Portugese procesrecht voorziet niet in de mogelijkheid voor een partij om een advies in te dienen over het gebruik van videoconferenties of andere technologieën voor communicatie op afstand voor het houden van de hoorzitting.

De laatste hoorzitting van gerechtelijke procedures, procedurele incidenten of procedures om bewarende maatregelen worden altijd opgenomen. De opname wordt gemaakt met behulp van een video- of audiosysteem, ongeacht andere audiovisuele middelen of vergelijkbare technische procedures die de rechter ter beschikking staan, en alle betrokkenen in de zaak moeten worden geïnformeerd dat zij zijn opgenomen. De opname moet binnen twee dagen na de respectievelijke handeling aan de partijen ter beschikking worden gesteld (artikel 155, leden 1, 2 en 3).

Met betrekking tot personen met een handicap en ongeacht de betrokkenheid van een geschikte tolk wanneer de rechter dit passend acht, bevat artikel 135 CPC de volgende regels voor getuigenissen van doven, stommen of doofstommen:

  • de vragen worden schriftelijk aan doven voorgelegd en zij beantwoorden ze mondeling.
  • de vragen worden mondeling aan stommen gesteld en zij beantwoorden ze schriftelijk.
  • de vragen worden schriftelijk aan doofstommen voorgelegd en zij beantwoorden ze schriftelijk.

De rechter moet een geschikte tolk aanwijzen voor doven, stommen of doofstommen die niet kunnen lezen of schrijven.

Wat de identificatie en de authenticatie betreft, wordt de getuige op de dag van het verhoor geïdentificeerd in aanwezigheid van de griffier van de rechtbank of van de ambtenaar van de openbare dienst waar de getuigenverklaring wordt afgelegd. Vanaf dat moment vindt het verhoor plaats in aanwezigheid van de rechter en de vertegenwoordigers van de partijen, waarbij gebruik wordt gemaakt van technologische apparatuur waarmee communicatie in real time via audiovisuele middelen mogelijk is, zonder tussenkomst van de rechter op de plaats waar de getuigenverklaring wordt afgelegd (artikel 502, lid 4, CPC).

Volgens artikel 516 CPC legt de getuige een nauwkeurige verklaring af over het onderzochte bewijsmateriaal. Hij/zij moet de feiten die hij/zij heeft begaan of waargenomen melden, de omstandigheden waarin de feiten zich hebben voorgedaan vermelden en aangeven hoe hij/zij van de feiten op de hoogte is geraakt. Het verhoor wordt gevoerd door de advocaat van de partij die de getuige heeft opgeroepen; de advocaat van de andere partij kan de getuige vragen stellen over de feiten waarover de getuige heeft getuigd, die nodig zijn om de getuigenverklaring te voltooien of te verduidelijken. De rechter kan om verduidelijking vragen of vragen stellen die hij/zij passend acht om de waarheid vast te stellen. Voordat de getuige de hem/haar gestelde vragen beantwoordt, kan hij/zij het procesdossier raadplegen, ter inzage om bepaalde documenten van het dossier verzoeken of documenten voorleggen ter staving van zijn/haar verklaring.

Volgens artikel 133, leden 1 en 2, CPC kunnen buitenlanders in een andere taal dan het Portugees spreken als zij de taal niet begrijpen, in welk geval een tolk moet worden aangewezen om de communicatie onder ede te verzekeren. De betrokkenheid van de tolk is beperkt tot het strikt noodzakelijke.

De productie of voorlegging van bewijsmateriaal tijdens videoconferenties is volgens het Portugese procesrecht beperkt. In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn de termijnen en omstandigheden bepaald waaronder de verschillende bestaande soorten bewijsmateriaal kunnen worden overgelegd of voorgelegd. In het bijzonder is in de regels inzake videoconferenties voor elk van deze soorten bewijsmateriaal bepaald dat videoconferenties voorbehouden zijn voor persoonlijk bewijs, zoals bijvoorbeeld getuigenverklaringen en verklaringen van deskundigen.

3. Nationaal recht inzake videoconferenties in strafzaken

Het wetboek van strafvordering (Código de Processo Penal — CPP) voorziet tijdens de onderzoeksfase in de mogelijkheid dat een persoon die geen beklaagde is in de procedure en die buiten de gemeente woont waar het openbaar ministerie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de procedure is gevestigd, verklaringen aflegt bij ander openbaar ministerie of in de gebouwen van politie-instanties via videoconferentie (artikel 275 bis, lid 1). De autoriteiten in het gebied waar de te horen persoon woont, worden in kennis gesteld van de procedure en de ambtenaar van de gerechtelijke politie of de recherche stelt hem/haar op de dag van de getuigenverklaring in kennis van de plaats waar de getuigenverklaring moet worden afgelegd. De verklaringen worden afgenomen door de verzoekende entiteit en, in voorkomend geval, door de aanwezige vertegenwoordigers (artikel 275 bis, lid 2).

Tijdens het proces kunnen bij wijze van uitzondering de verklaringen van een assistent, een burgerlijke partij, een getuige, een deskundige of een technisch adviseur, ambtshalve of op verzoek worden afgenomen zonder dat dit in persoon plaatsvindt, indien:

  1. deze personen buiten de gemeente verblijven waar de rechtbank is gevestigd;
  2. er geen redenen zijn om aan te nemen dat hun aanwezigheid bij de hoorzitting essentieel is om de waarheid te achterhalen; en
  3. ernstige functionele of persoonlijke moeilijkheden of ongemakken kunnen worden verwacht indien zij moeten reizen.

De verklaringen worden tegelijkertijd met de hoorzitting afgenomen met behulp van technologische apparatuur die audiovisuele communicatie in real time mogelijk maakt. Op de dag van het verhoor identificeert de betrokkene zich bij de griffier van de gerechtelijke instantie waar de getuigenverklaring wordt afgelegd, maar vanaf dat moment vindt de hoorzitting plaats in aanwezigheid van de rechter van de zaak en de vertegenwoordigers van de partijen, met behulp van de bovengenoemde apparatuur, zonder tussenkomst van de rechter op de plaats van de getuigenverklaring (artikel 318, leden 1, 5 en 6, CPP).

Onverminderd de bepalingen van internationale of Europese instrumenten wordt een assistent, een burgerlijke partij of een getuige die in het buitenland woont, ondervraagd met behulp van technologische apparatuur die de communicatie via audiovisuele middelen in real time mogelijk maakt, wanneer de noodzakelijke technologische middelen op de plaats van verblijf beschikbaar zijn (artikel 318, lid 8, CPP).

Wanneer dit technisch mogelijk is, worden deskundigen van de desbetreffende inrichtingen, laboratoria of officiële diensten gehoord via teleconferentie vanaf hun werkplek (artikel 317, lid 1, CPP).

Het strafprocesrecht voorziet niet in toestemming voor het gebruik van videoconferenties of andere technologieën voor communicatie op afstand, behalve in het geval van het verhoor van een verdachte in het kader van het wettelijk kader voor de afgifte, doorgifte, erkenning en uitvoering van Europese onderzoeksbevelen in strafzaken dat is goedgekeurd bij Wet nr. 88/2017 van 21 augustus (artikel 35, lid 3, punt a)).

Volgens artikel 82B, leden 1, 2, 4, 5 en 6, van Wet nr. 62/2013 van 26 augustus 2013 tot vaststelling van de regels inzake het kader en de organisatie van de rechterlijke macht kunnen gedetineerden in de gevangenis waar zij worden vastgehouden, getuigen in een onderzoek of een gerechtelijke procedure, ongeacht de plaats waar de rechtbank die de zaak behandelt, is gevestigd, met behulp van technologische apparatuur die de communicatie met audiovisuele middelen in real time mogelijk maakt, getuigen tenzij:

  1. zij de juridische en procedurele status van verdachte hebben in de betrokken procedure; of
  2. de hoorzittingen plaatsvinden in het kader van een procedure die onder de bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbank valt.

Op de dag van de ondervraging identificeert de gedetineerde zichzelf bij de juridische en handhavingsambtenaar van de gevangenis. Vanaf dat moment vindt het verhoor alleen plaats in aanwezigheid van de rechter in de zaak of de openbaar aanklager en de advocaten of raadslieden van de verdediging. De gedetineerde kan, indien hij/zij dat wenst, tijdens het verhoor persoonlijk worden bijgestaan door een wettelijke vertegenwoordiger.

Verdachten kunnen alleen via videoconferentie worden verhoord in het kader van het wettelijk kader voor de afgifte, doorgifte, erkenning en uitvoering van Europese onderzoeksbevelen in strafzaken dat is goedgekeurd bij Wet nr. 88/2017 van 21 augustus (artikel 35, lid 2).

Met betrekking tot gehandicapten, wanneer een dove of stomme persoon of een persoon die slechthorend is een verklaring moet afleggen, is in artikel 93, lid 1, het volgende bepaald:

  1. doven of slechthorenden krijgen een geschikte tolk toegewezen die via gebarentaal, liplezen of schriftelijk communiceert, naargelang de situatie van de betrokkene.
  2. aan stommen worden de vragen mondeling gesteld en zij beantwoorden ze schriftelijk (ervan uitgaande dat ze kunnen schrijven). Zoniet wordt op verzoek een geschikte tolk aangesteld.

Indien de verdachte minderjarig is, is een van zijn/haar procedurele rechten om tijdens de procedure waarin hij/zij verschijnt, vergezeld te worden door de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger of een persoon die de feitelijke voogdij heeft of, wanneer contact met deze personen onmogelijk is of wanneer bijzondere omstandigheden op grond van hun belangen of de behoeften van de zaak dit vereisen, en alleen zolang deze omstandigheden aanhouden, door een andere persoon die door de minderjarige is aangewezen en door de bevoegde rechterlijke autoriteit is aanvaard (artikel 61, lid 1, punt i), CPP).

Indien de minderjarige geen andere persoon heeft aangewezen om hem/haar te vergezellen, of de door hem/haar aangewezen persoon niet door de bevoegde rechterlijke autoriteit wordt aanvaard, zal de bevoegde rechterlijke autoriteit voor hetzelfde doel een gespecialiseerde persoon aanwijzen die de begeleidende rol zal vervullen (artikel 61, lid 4).

De Portugese wetgeving voorziet in de opname van de hoorzitting of het verhoor van de verschillende procedurele onderwerpen en tijdens de verschillende fasen van de procedure. Dit is bijvoorbeeld het geval in de volgende situaties:

  • tijdens het eerste gerechtelijke verhoor van de verdachte wordt het verhoor gewoonlijk uitgevoerd door middel van een audio- of audiovisuele opname, en andere middelen mogen alleen worden gebruikt wanneer een audio- of audiovisuele opname niet beschikbaar is, een situatie die in het verslag moet worden opgenomen (artikel 141, lid 7, CPP).
  • verklaringen van getuigen of slachtoffers voor het toekomstige dossier in bepaalde omstandigheden of met betrekking tot bepaalde misdrijven (artikel 271, lid 6, en artikel 364 CPP). Dergelijke verklaringen worden afgelegd met de bedoeling het slachtoffer niet voor de tweede keer met de feiten te confronteren en de mogelijke gevolgen van revictimisatie te vermijden, alsook om het bewijsmateriaal te beschermen tegen de mogelijkheid van verder verlies of manipulatie.

Wanneer er op grond van het CPP een audio- of video-opname van een processtuk wordt gemaakt, wordt daarvan binnen 48 uur een kopie verstrekt aan elke partij die daarom verzoekt (artikel 101, lid 4, CPP).

Alle rechtszalen in Portugal zijn uitgerust met videoconferentieapparatuur met roterende camera’s, die verbonden zijn met software die communicatie op afstand mogelijk maakt. In Portugal kan elk middel voor communicatie op afstand worden gebruikt, maar er is geen informatie beschikbaar over welk middel het meest wordt gebruikt. Tijdens de pandemie werd echter de Webex-applicatie voor dit doel gebruikt en deze wordt nog steeds veel gebruikt. Deze applicatie kan worden geïntegreerd met de in de rechtbanken bestaande videoconferentiesystemen. De technische vereisten voor de in de verschillende rechtbanken geïnstalleerde videoconferentieapparatuur zijn hier te vinden.

Voor de praktische aspecten van de organisatie van de hoorzitting moet contact worden opgenomen met de rechtbank die belast is met de zaak en waar de hoorzitting zal plaatsvinden. Er gelden geen specifieke regels voor het tot stand brengen van contact.

Met betrekking tot de authenticatie en met betrekking tot gedetineerden wordt verwezen naar artikel 82B, leden 1, 2, 4, 5 en 6, van Wet nr. 62/2013. Met betrekking tot verdachten wordt verwezen naar het bovenstaande: hun ondervraging via videoconferentie is niet toegestaan, behalve in het geval van artikel 35, lid 2, van Wet nr. 88/2017 van 21 augustus 2017.

Met betrekking tot significante deelname aan videoconferenties, en met betrekking tot gedetineerden, wordt verwezen naar artikel 82B, leden 1, 2, 4, 5 en 6, van Wet nr. 62/2013, zoals hierboven aangehaald, en er zijn geen specifieke regels om een dergelijke deelname te garanderen. Met betrekking tot verdachten wordt verwezen naar het bovenstaande: hun ondervraging via videoconferentie is niet toegestaan, behalve in het geval van artikel 35, lid 2, van Wet nr. 88/2017 van 21 augustus. In dat geval zijn de regels van artikel 36 van toepassing, die bovendien aansluiten op die van artikel 24, lid 5, van Richtlijn 2014/41/EU.

In het kader van het CPP houdt het tot verdachte maken van een persoon in dat, waar mogelijk tijdens de eigenlijke procedure of zonder onnodige vertraging, een document wordt overgelegd waarin de zaak en de raadsman van de verdediging worden geïdentificeerd, indien een raadsman is aangewezen, alsmede de procedurele rechten en plichten van de advocaat (artikel 58, lid 5). Een van de in artikel 61 genoemde rechten en plichten is het recht op vertaling en tolking. Indien de verdachte het Portugees niet (vloeiend) beheerst en dit document niet beschikbaar is in een taal die hij/zij begrijpt, wordt de informatie mondeling verstrekt, zo nodig met de hulp van een tolk, ongeacht het feit dat de verdachte vervolgens zonder onnodige vertraging een schriftelijk document krijgt in een taal die hij/zij begrijpt (artikel 58, lid 6).

Ook moet worden opgemerkt dat de betrokkenheid bij de procedure van een persoon die het Portugees niet (vloeiend) beheerst, de toewijzing van een geschikte tolk vereist, zelfs indien de instantie die de procedure voorzit of een van de deelnemers aan de procedure de gebruikte taal beheerst. De toewijzing van een tolk brengt geen kosten voor die persoon met zich mee (artikel 92, lid 1).

Binnen een redelijke termijn verstrekt de voor het processtuk verantwoordelijke instantie aan een verdachte die het Portugees niet (vloeiend) beheerst, een schriftelijke vertaling van de kennisgevingen betreffende de beschuldiging, de onderzoeksbeslissing, de verdediging, de datum van de hoorzitting, de straf, de toepassing van dwangmaatregelen, de garantie van activa en de indiening van een civiele schadevordering, en andere kennisgevingen die de instantie voor de uitoefening van de verdediging van essentieel belang acht (artikel 92, lid 3).

De tolk is onderworpen aan gerechtelijke geheimhouding en mag de gesprekken tussen de verdachte en zijn/haar advocaat niet onthullen, ongeacht het stadium van de procedure waarin deze gesprekken plaatsvinden. Een dergelijke onthulling wordt beschouwd als een inbreuk op het beroepsgeheim (artikel 92, lid 8).

In het kader van een hoorzitting via videoconferentie op grond van het rechtskader voor de afgifte, doorgifte, erkenning en uitvoering van Europese onderzoeksbevelen in strafzaken is in Wet nr. 88/2017 bepaald dat de persoon die in de uitvoerende staat wordt gehoord, zo nodig wordt gehoord met behulp van een tolk (artikel 36, lid 1, punt d)). Het recht op vertolking wordt ook gewaarborgd in de wetgeving betreffende het Europees aanhoudingsbevel (artikel 17, lid 3, van Wet nr. 65/2003 van 23 augustus 2003).

De toegang tot een tolk wordt ook gegarandeerd aan het slachtoffer op grond van het Statuut van het slachtoffer dat is goedgekeurd bij Wet nr. 130/2015 van 4 september 2015 (artikel 12), waarin ook het recht op vertaling van de schriftelijke bevestiging van de klacht is vastgelegd indien het slachtoffer geen Portugees begrijpt (artikel 11, lid 3) en situaties waarin gebruik wordt gemaakt van videoconferentie of teleconferentie (artikel 23).

4. Vergoedingen voor procedures in burgerlijke en handelszaken

Ten eerste is in artikel 5 van de verordening inzake procedurekosten (Regulamento das Custas Processuais, “RCP”), goedgekeurd bij Wetgevend besluit nr. 34/2008 van 26 februari 2008, bepaald dat de gerechtskosten worden uitgedrukt in rekeneenheden (Unidades de Conta, “UC”), waarbij 1 UC thans gelijkstaat aan 102 EUR. Het bedrag van de gerechtskosten wordt vastgesteld in overeenstemming met de waarde of de complexiteit van de zaak.

Procedures waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1896/2006

Overeenkomstig artikel 7, lid 4, en tabel II A van het RCP zijn de volgende gerechtskosten verschuldigd voor verzoeken om een betalingsbevel voor de hieronder vermelde bedragen:

  • tot 5 000 EUR: 102 EUR (1 UC);
  • 5 000 tot 15 000 EUR: 204 EUR (2 UC’s);
  • vanaf 15 000,01 EUR: 306 EUR (3 UC’s).

In de volgende gevallen kan een hogere vergoeding gelden:

  1. indien de zaak bijzonder complex blijkt te zijn, kan de rechter uiteindelijk een hogere vergoeding vaststellen binnen de grenzen van tabel II van het RCP (artikel 7, lid 7, RCP). Overeenkomstig artikel 530, lid 7, CPC worden zaken en procedures om bewarende maatregelen met het oog op de betaling van de gerechtskosten als bijzonder ingewikkeld beschouwd indien:
    1. ze zeer lange memories of vorderingen bevatten;
    2. ze verband houden met zeer gespecialiseerde juridische kwesties of zeer specifieke technische zaken of een gecombineerde analyse van juridische kwesties uit zeer verschillende contexten vereisen, of
    3. ze het horen van een groot aantal getuigen, de analyse van complex bewijs of verschillende langdurige stappen voor het leveren van bewijs omvatten;
  2. indien de persoon die de gerechtskosten moet betalen, een handelsonderneming is (artikel 13, lid 3, RCP) die in het voorgaande jaar ten minste 200 verzoeken om bewarende maatregelen, vorderingen, procedures of handhavingsprocedures bij een rechtbank, register of contactpunt heeft ingediend, wordt de gerechtelijke vergoeding voor Europese verzoeken om een betalingsbevel die door die onderneming zijn ingediend, betaald overeenkomstig onderstaande bedragen en tabel II B:
    • tot 5 000 EUR: 153 EUR (1,5 UC’s);
    • 5 000 tot 15 000 EUR: 306 EUR (3 UC’s);
    • vanaf 15 000,01 EUR: 459 EUR (4,5 UC’s).

Indien de verweerder overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1896/2006 een verweerschrift indient en de procedure wordt voortgezet, wordt het bedrag van de gerechtskosten in verband met de procedure voor het Europese betalingsbevel voor de klager afgetrokken van het bedrag dat verschuldigd is in het kader van de voortgezette procedure (artikel 7, lid 6, RCP).

Procedures waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 861/2007

Volgens artikel 6, leden 1 en 5, en de tabellen I A en I C van het RCP bedraagt de hoogte van de gerechtskosten:

  • voor zaken met een waarde tot 2 000 EUR: 102 EUR (1 UC);
  • met een waarde van meer dan 2 000 EUR maar niet meer dan 5 000 EUR: 204 EUR (2 UC’s).

Indien de zaak bijzonder ingewikkeld blijkt te zijn, bedraagt de vergoeding:

  • voor zaken tot 2 000 EUR: 153 EUR (1,5 UC’s);
  • met een waarde van meer dan 2 000 EUR maar niet meer dan 5 000 EUR: 306 EUR (3 UC’s).

Indien de tegenvordering overeenkomstig artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 861/2007 meer dan 5 000 EUR bedraagt, worden de zaak en de tegenvordering behandeld overeenkomstig het nationale procesrecht.

Volgens de nationale regelgeving geeft de indiening van een tegenvordering dus slechts aanleiding tot betaling van gerechtskosten indien deze verschilt van de oorspronkelijke vordering. De CPC beschouwt een tegenvordering niet als een afzonderlijke vordering wanneer de partij voornemens is, in haar eigen voordeel, dezelfde rechtsgevolgen te verkrijgen als de eiser voornemens is te verkrijgen, of wanneer de partij voornemens is uitsluitend compenserende kredieten te verkrijgen (artikel 530, lid 3). Indien de vorderingen verschillend zijn, wordt de waarde van de twee vorderingen bij elkaar opgeteld voor de berekening van de gerechtskosten (artikel 299, lid 2, CPC) en zijn de volgende gerechtskosten verschuldigd (tabel I A):

  • 2 000,01 tot 8 000 EUR: 102 EUR
  • 8 000,01 tot 16 000 EUR: 153 EUR
  • 16 000,01 tot 24 000 EUR: 204 EUR
  • 24 000,01 tot 30 000 EUR: 255 EUR
  • 30 000,01 tot 40 000 EUR: 306 EUR
  • 40 000,01 tot 60 000 EUR: 357 EUR
  • 60 000,01 tot 80 000 EUR: 408 EUR
  • 80 000,01 tot 100 000 EUR: 459 EUR
  • 100 000,01 tot 150 000 EUR: 510 EUR
  • 150 000,01 tot 200 000 EUR: 612 EUR
  • 200 000,01 tot 250 000 EUR: 714 EUR
  • 250 000,01 tot 275 000 EUR: 816 EUR

Procedures waarin is voorzien in Verordening (EU) nr. 655/2014

Overeenkomstig artikel 7, leden 1, 4 en 7, RCP en tabel II daarvan, is in het kader van procedures om bewarende maatregelen van de hieronder vermelde waarden het volgende bedrag aan gerechtskosten verschuldigd:

  • tot 300 000 EUR: 306 EUR (3 UC’s);
  • 300 000,01 EUR of meer: 816 EUR (8 UC’s).

In het geval van bijzonder ingewikkelde procedures om bewarende maatregelen (hierboven uiteengezette indeling in verband met Verordening (EG) nr. 1896/2006) bedragen de gerechtskosten tussen 9 UC’s (918 EUR) en 20 UC’s (2 040 EUR).

De bovengenoemde getallen kunnen worden verhoogd indien de ingediende procedures een bepaalde drempel per jaar overschrijden (zie de informatie in punt 2 hierboven met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1896/2006). In dit geval is een vergoeding verschuldigd van respectievelijk 3,5 UC’s (357 EUR), 9 UC’s (918 EUR) en tussen 10 UC’s (1 020 EUR) en 22 UC’s (2 244 EUR).

Procedures waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 805/2004

Het certificaat op basis van het in de verordening vastgestelde formulier is wettelijk verplicht en er mag derhalve geen vergoeding in rekening worden gebracht voor de afgifte ervan. De kosten van het certificaat van de beslissing worden berekend volgens de UC. Bijgevolg worden de vergoedingen voor de afgifte van een papieren certificaat als volgt vastgesteld:

  1. tot 50 bladzijden bedraagt het te betalen bedrag voor de set 1⁄5 van 1 UC (20,40 EUR);
  2. indien er meer dan 50 bladzijden zijn, wordt het in punt a) bedoelde bedrag verhoogd met 1⁄10 van 1 UC (10,20 EUR) voor elke volgende 25 bladzijden of een deel daarvan.

Procedures tot erkenning, een uitvoerbaarverklaring of weigering van erkenning, waarin is voorzien in de Verordeningen (EU) nr. 650/2012, (EU) nr. 1215/2012 en (EU) nr. 606/2013, (EG) nr. 4/2009, (EU) 2016/1103, (EU) 2016/1104 en (EU) 2019/1111

De RCP voorziet niet in de inning van een bedrag voor deze procedures. De beslissing over de erkenning houdt geen betaling van kosten in.

In het geval van een beroep tegen de in die procedure gegeven beslissing, is de betaling van de gerechtskosten verschuldigd op basis van de waarde van de zaak en tabel I B (artikel 6 en artikel 7, lid 2, RCP) tegen de volgende bedragen:

  • tot 2 000 EUR: 51 EUR
  • 2 000,01 tot 8 000 EUR: 102 EUR
  • 8 000,01 tot 16 000 EUR: 153 EUR
  • 16 000,01 tot 24 000 EUR: 204 EUR
  • 24 000,01 tot 30 000 EUR: 255 EUR
  • 30 000,01 tot 40 000 EUR: 306 EUR
  • 40 000,01 tot 60 000 EUR: 357 EUR
  • 60 000,01 tot 80 000 EUR: 408 EUR
  • 80 000,01 tot 100 000 EUR: 459 EUR
  • 100 000,01 tot 150 000 EUR: 510 EUR
  • 150 000,01 tot 200 000 EUR: 612 EUR
  • 200 000,01 tot 250 000 EUR: 714 EUR
  • 250 000,01 tot 275 000 EUR: 816 EUR

Bij bedragen van meer dan 275 000 EUR wordt het bedrag van de gerechtskosten verder verhoogd met 1,5 UC’s (153 EUR) voor elke volgende 25 000 EUR of een deel daarvan.

Procedures met betrekking tot de afgifte, rectificatie en intrekking van de in Verordening (EG) nr. 4/2009 bedoelde uittreksels, de Europese erfrechtverklaring en de in Verordening (EU) nr. 650/2012 bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) nr. 1215/2012 bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) nr. 606/2013 bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) 2016/1103 bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) 2016/1104 bedoelde certificaten en de in Verordening (EU) 2019/1111 bedoelde certificaten

Het certificaat op basis van het in de verordeningen vastgestelde formulier, vloeit voort uit een wettelijke verplichting, wat betekent dat de afgifte van het certificaat, wanneer het bij de rechtbank wordt aangevraagd, niet in rekening mag worden gebracht.

De kosten van het door de rechtbanken afgegeven certificaat van de beslissing worden berekend op basis van de UC. Bijgevolg worden de vergoedingen voor de afgifte van een papieren certificaat overeenkomstig artikel 9, lid 3, RCP als volgt vastgesteld:

  1. tot 50 bladzijden bedraagt het te betalen bedrag voor de set 1⁄5 van 1 UC (20,40 EUR);
  2. indien er meer dan 50 bladzijden zijn, wordt het in punt a) bedoelde bedrag verhoogd met 1⁄10 van 1 UC (10,20 EUR) voor elke volgende 25 bladzijden of een deel daarvan.

De indiening van een vordering door een buitenlandse schuldeiser in insolventieprocedures op grond van artikel 53 van Verordening (EU) 2015/848

Het indienen van een vordering is niet onderworpen aan de betaling van kosten.

Communicatie tussen natuurlijke of rechtspersonen of hun vertegenwoordigers en de centrale autoriteiten op grond van de Verordeningen (EG) nr. 4/2009 en (EU) 2019/1111 of de bevoegde autoriteiten op grond van hoofdstuk IV van Richtlijn 2003/8/EG

------

5. Elektronische betalingsmethoden

De gerechtskosten voor het Europees betalingsbevel moeten per bankoverschrijving worden betaald. Het is raadzaam te wachten met betalen totdat de rechtbank het aangeeft. Daartoe wordt het ten zeerste aanbevolen dat de eiser of zijn/haar vertegenwoordiger een e-mailadres verstrekt. De griffie van de rechtbank stuurt een referentienummer (met 12 cijfers en beginnend met 70) dat samen met het zaaknummer van de procedure als mededeling in de bankoverschrijving moet worden ingevuld zodat de betaling aan de zaak kan worden gekoppeld. Het bewijs van overschrijving moet aan de rechtbank worden bezorgd.

Indien de eiser de betaling vóór aanvang van de gerechtelijke procedure besluit te doen, dus zonder te wachten op de rekening van de rechtbank, zijn de betalingsgegevens als volgt (en moet het bewijs van de overschrijving aan de rechtbank worden bezorgd):

Houder: Instituut voor financieel beheer en infrastructuur in het rechtssysteem (Instituto de Gestão Financeira e Equipamentos da Justiça, I.P.)

Fiscaal identificatienummer (FIN): 510 361 242
Rekeningnummer: 1120014160
Identificatienummer van de bank (NIB): 078101120112001416052
IBAN-nummer: PT50078101120112001416052
Naam van de bank: Agência de Gestão da Tesouraria e da Dívida Pública — IGCP, E.P.E. 
BIC SWIFT (bedrijfsidentificatiecode): IGCPPTPL

6. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van het gedecentraliseerde IT-systeem

Het is nog niet mogelijk te voorspellen of het decentrale IT-systeem eerder in gebruik kan worden genomen dan vereist door de verordening.

7. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

Ja, artikel 5 kan eerder worden toegepast dan vereist door de verordening.

8. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in strafzaken

Ja, artikel 6 kan eerder worden toegepast dan vereist door de verordening.

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina