1. Nationale IT-portalen voor de communicatie met rechtbanken of andere autoriteiten
Het portaal Ústredný portál verejnej správy (centraal portaal voor openbaar bestuur; hierna het “ÚPVS-portaal” genoemd) biedt gecentraliseerde en uniforme toegang tot de informatiebronnen en diensten van de overheid. Op dit moment is heel wat informatie (adviezen, gidsen, beschrijvingen) waarnaar bezoekers op zoek zijn, verspreid over de verschillende IT-servers van de ministeries. Het doel van dit portaal is deze informatie en deze diensten te integreren, en ze in een duidelijke en toegankelijke vorm aan de gebruiker aan te bieden.
Een van de belangrijkste taken van het centrale portaal bestaat erin de gebruiker te verwijzen naar een specifieke elektronische overheidsdienst met behulp van de relevante informatiebronnen.
De digitale inhoud van het ÚPVS-portaal bestaat uit informatie die het gebruik van de dienst en de verlening van de elektronische diensten zelf ondersteunt. Het ontwerp van de inhoud van dit centrale portaal is gebaseerd op de volgende beginselen:
- informatie en diensten gegroepeerd per domein op basis van situaties en levensgebeurtenissen — in de huidige context van “overvloed aan informatie” is het vaak moeilijk om de informatie te verkrijgen waarnaar men op zoek is en die men nodig heeft. Daarom worden de diensten op het ÚPVS-portaal logisch gegroepeerd op basis van de doelgroep (particulieren/professionals/instellingen) en situaties en levensgebeurtenissen, waarbij in alfabetische volgorde toegang wordt verleend tot informatie en diensten. Dit ontwerp maakt het mogelijk om op gestructureerde wijze toegang te krijgen tot de vereiste informatiebronnen en elektronische diensten, afhankelijk van de werkelijke behoeften van de gebruiker, en om het ruime aanbod aan inhoud op het ÚPVS-portaal doelgericht te filteren. Het structureren van de inhoud van het ÚPVS-portaal is een van de grootste voordelen van dit centrale portaal, aangezien de bronnen over de verschillende sites van de verbonden entiteiten zijn verdeeld;
- virtuele centralisatie — vanuit het oogpunt van de gebruikers van de diensten van het ÚPVS-portaalsite is dit een gecentraliseerde oplossing waarbij alle logisch gestructureerde informatie en elektronische diensten op uniforme wijze op één enkele plek toegankelijk zijn. De centralisatie vindt echter niet plaats via een overdracht van de diensten naar het ÚPVS-portaal, maar het gaat om een virtueel gecentraliseerd systeem dat een platform voor integratie biedt voor alle andere diensten — informatiebronnen en -systemen voor de werking van de verschillende processen. Maar zelfs bij het doorverwijzen van de gebruiker naar andere diensten, wordt dit overheidsportaal door de gebruiker beschouwd als een gecentraliseerd systeem met een uniforme logica en structuur.
eŽaloby — algemene informatie — ministerie van Justitie van de Slowaakse Republiek (justice.sk)
Indiening van verzoekschriften en bijbehorende documenten voor gerechtelijke procedures
Het eŽaloby-portaal is bedoeld voor de indiening van verzoekschriften voor de inleiding van procedures (instelling van rechtsvorderingen) bij districtsrechtbanken (okresné súdy) en arrondissementsrechtbanken (krajské súdy) in het kader van burgerlijke procedures (burgerlijke, familie- en handelszaken — met uitzondering van het handelsregister — en arbeidsrecht) en administratieve procedures, alsook voor de indiening van elektronische verzoekschriften in het kader van procedures inzake terugroeping bij de Okresný súd Banská Bystrica (districtsrechtbank van Banská Bystrica).
In het kader van gerechtelijke procedures maakt deze dienst, nadat men verbinding heeft gemaakt met de elektronische overheidsdiensten van het gerechtelijk systeem, elektronische indiening mogelijk van:
- een eerste verzoekschrift voor de inleiding van een procedure (instelling van een rechtsvordering), d.w.z. een stuk waarmee een procedure bij een rechtbank aanhangig wordt gemaakt;
- een document betreffende een bestaande procedure, zoals een document om tekortkomingen en andere kennelijke onregelmatigheden in een verzoekschrift voor de inleiding van een procedure te verhelpen, een document waarin om intrekking van een dergelijk verzoekschrift wordt verzocht, een beroep.
2. Nationaal recht inzake videoconferenties in burgerlijke en handelszaken
Het gebruik van videoconferenties wordt geregeld door artikel 175 van het Civilný sporový poriadok (wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Indien de fysieke aanwezigheid van een partij bij de hoorzitting niet onontbeerlijk is om een eerlijk proces te waarborgen, staat de rechter die partij toe om de hoorzitting via videoconferentie of via andere communicatiemiddelen bij te wonen, met name in de aangewezen gebouwen van het gerecht dat zich het dichtst bij de partij bevindt.
3. Nationaal recht inzake videoconferenties in strafzaken
Videoconferenties worden gebruikt in het kader van strafprocedures. Op grond van artikel 61 ter e.v. van het Trestný poriadok (wetboek van strafvordering) is het bijvoorbeeld mogelijk om een verhoor of een hoorzitting te houden met behulp van videoconferentie-apparatuur. Bovendien kan in gerechtvaardigde gevallen de vertolking in het Slowaaks bijvoorbeeld ook worden gewaarborgd met behulp van videoconferentie-apparatuur (artikel 28, lid 8, van het wetboek van strafvordering).
Videoconferenties kunnen ook worden gebruikt in het kader van het bestuursrecht (artikel 117, lid 3, Správny súdny poriadok — wetboek bestuursprocesrecht) indien de fysieke aanwezigheid van een partij bij de hoorzitting niet onontbeerlijk is om een eerlijk proces te waarborgen.
Overeenkomstig de artikelen 134 en 135 van het wetboek van strafvordering kunnen getuigen die om ernstige redenen (bv. ziekte) niet aanwezig kunnen zijn en getuigen die het risico lopen op secundaire victimisatie, worden gehoord met behulp van videoconferentie-apparatuur.
4. Vergoedingen voor procedures in burgerlijke en handelszaken
- Invordering van kosten voor procedures voor de Slowaakse rechtbanken
De gerechtskosten met betrekking tot procedures voor de Slowaakse rechtbanken worden geregeld door zákon č. 71/1992 Zb. o súdnych poplatkoch a poplatku za výpis z registra trestov (wet nr. 71/1992 inzake gerechtskosten en kosten voor uittreksels uit het strafregister; hierna: “wet nr. 71/1992”). Deze kosten worden teruggevorderd voor individuele handelingen of gerechtelijke procedures (indien uitgevoerd op verzoek), alsook voor gerechtelijke handelingen. De individuele handelingen moeten worden vermeld in de tabel van de gerechtskosten die is opgenomen in bijlage nr. 1 bij wet nr. 71/1992.
De kosten moeten worden betaald op het moment van het verzoek om inleiding van de betrokken procedure. Indien een partij het bedrag van de gerechtskosten niet met zekerheid kent en deze om die reden niet betaalt op het moment dat hij zijn verzoekschrift indient / zijn vordering instelt, is de rechtbank verplicht hem te verzoeken dit te doen. In zijn verzoek vermeldt de rechtbank het rekeningnummer waarop de kosten moeten worden betaald, het referentienummer “variabilný symbol” en het bedrag van die kosten, en stelt het daarvoor een termijn vast, die doorgaans tien dagen bedraagt vanaf de mededeling van dat verzoek door de rechtbank. Indien de gerechtskosten niet binnen die termijn worden betaald, schorst de rechtbank de procedure.
In de tabellen van de kosten wordt een onderscheid gemaakt tussen de proceskosten en de kosten voor individuele handelingen. De kosten zijn in euro vastgesteld. Indien de kostenbasis in een vreemde valuta wordt uitgedrukt, wordt deze omgerekend in euro tegen de door de Europese Centrale Bank of de Národná banka Slovenska (Nationale Bank van Slowakije) vastgestelde en aangekondigde referentiewisselkoers van de euro die geldt op de eerste dag van de maand waarin de kosten verschuldigd zijn of waarin de rechtbank het bedrag van de kosten vaststelt.
- Bedrag van de gerechtskosten
Het bedrag van de kosten wordt in de tabel vermeld in de vorm van een percentage of een forfaitair bedrag. In het geval van een percentage is de kostenbasis de prijs van het voorwerp van de handeling waarop de kosten betrekking hebben. Indien de kostenbasis niet op deze wijze kan worden vastgesteld, is de kostenbasis de gebruikelijke prijs op de plaats en op het moment van indiening van het verzoek om uitvoering van de handeling waarop de kosten betrekking hebben. Indien de kostenbasis de prijs van een onroerend goed is, wordt die prijs opgevat als de prijs die overeenkomstig de specifieke regelgeving is vastgesteld.
In geval van een verzoekschrift voor de inleiding van een procedure of de instelling van een rechtsvordering worden, indien geen specifiek percentage voor het bedrag van de gerechtskosten is vastgesteld, deze vastgesteld op 6 % van de prijs van het voorwerp van de procedure (of van het daartoe betaalde bedrag) of de waarde van het voorwerp van het geschil, waarbij de aldus berekende kosten minimaal 25 EUR en maximaal 25 000 EUR of 50 000 EUR in handelszaken bedragen. Indien het voorwerp van het geschil niet vooraf geldelijk kan worden beoordeeld, bedragen de gerechtskosten 140 EUR.
Indien handelingen of procedures worden verricht op basis van een elektronisch ingediend stuk, hetzij rechtstreeks in de elektronische postbus van de rechtbank, hetzij via een centraal contactpunt of een voor waarmerking erkende postdienst, en tenzij in wet nr. 71/1992 voor de verschillende elementen van de tabel anders is bepaald, bedragen de kosten 50 % van het in de tabel vastgestelde bedrag, waarbij deze vermindering niet meer dan 50 EUR mag bedragen. Indien het gedeponeerde stuk bijlagen bevat die aan het stuk zijn gehecht uit hoofde van specifieke regelgeving, wordt deze vermindering alleen toegepast indien de bijlagen in elektronische vorm zijn opgesteld.
In wet nr. 71/1992 wordt een specifieke kostencategorie ingevoerd voor elektronische betalingsbevelen (een zogenaamde “terugroepprocedure”, die wordt uitgevoerd overeenkomstig specifieke regelgeving, de zákon č. 307/2016 Z. z. — wet nr. 307/2016), waarbij de te betalen de gerechtskosten bij de indiening van het verzoekschrift voor de afgifte van een betalingsbevel in het kader van een terugroepprocedure 50 % bedragen van het in de tabel vastgestelde percentage.
In geschillen over de vergoeding van immateriële schade bedragen de kosten 3 % van het voor de immateriële schade gevorderde bedrag, met een maximum van 25 000 EUR.
Wet nr. 71/1992 bevat ook een aantal andere regels voor gevallen waarin het voorwerp van het geschil geen geldsom betreft — de kosten worden in die gevallen forfaitair vastgesteld.
In de volgende gevallen worden ook specifieke gerechtskosten vastgesteld:
- de gerechtskosten voor het indienen van een verzoek om echtscheiding bedragen 100 EUR;
- de gerechtskosten voor een verzoek om gedwongen tenuitvoerlegging bedragen 25 EUR.
- In het kader van een internationale handelstransactie wordt voor de uitvoering van een handeling door een rechtbank of voor een eerste verzoekschrift om dringende maatregelen in een dergelijke procedure, het bedrag van de gerechtskosten vastgesteld op basis van de waarde van het voorwerp van de procedure (2 %, minimaal 25 EUR en maximaal 2 500 EUR), en indien het voorwerp van de procedure niet in geld kan worden gewaardeerd, bedragen de gerechtskosten 50 EUR;
- voor een verzoek om nietigverklaring en verdeling van het gezamenlijk eigendom van de echtgenoten bedragen de gerechtskosten 250 EUR;
- * voor een verdeling van de gemeenschap van goederen van de echtgenoten, op basis van het voorwerp van de procedure — 3 % indien de procedure met een vonnis is afgesloten en 1 % indien de procedure met een gerechtelijke schikking is afgesloten, maar minimaal 100 EUR en maximaal 25 000 EUR;
- * voor een verzoek om verdeling van de gemeenschap van goederen van de echtgenoten — 100 EUR;
- voor een verzoekschrift voor de vaststelling van onderhoudsgeld voor een echtgenoot, een compenserende betaling voor een gescheiden echtgenoot, een onderhoudsplicht jegens andere ouders en voor een verzoekschrift voor de verhoging ervan — met 2 % van het voorwerp van het geschil, maar minimaal 25 EUR;
- voor een verzoekschrift voor de erkenning of de verklaring van uitvoerbaarheid van buitenlandse beslissingen of voor een verzoek tot omzetting van een buitenlands zakelijk recht, een buitenlandse maatregel of een buitenlandse beslissing, bedragen de gerechtskosten 100 EUR;
- voor een verzoek om dringende maatregelen uit hoofde van specifieke regelgeving die moeten worden uitgevoerd:
- ten minste gedeeltelijk in de Slowaakse Republiek, bedragen de gerechtskosten 70 EUR,
- in een andere lidstaat van de Europese Unie, bedragen de gerechtskosten 50 EUR.
Wat de beroepsprocedure (gewone rechtsmiddelen) betreft, is de basis voor de gerechtskosten de waarde van de vordering die in het beroep wordt aangevoerd, en wordt het bedrag ervan op dezelfde wijze vastgesteld als voor de vordering in eerste aanleg.
De kosten voor een beroep in cassatie worden teruggevorderd ten belope van het dubbele van de in de tabel vastgestelde kosten.
b) aktekosten
Wat de gerechtskosten voor de handelingen van de rechter betreft, wordt opgemerkt dat deze forfaitair worden vastgesteld. Bijvoorbeeld voor:
- de afgifte, rectificatie en intrekking van certificaten uit hoofde van een specifieke verordening [“specifieke verordening” waarin bijvoorbeeld Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (PB L 143 van 30.4.2004), Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (PB L 399 van 30.12.2006), Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PB L 199 van 31.7.2007), afdeling 1, wordt aangewezen; hoofdstuk IV van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (PB L 7 van 10.1.2009), Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (PB L 351 van 20.12.2012), Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken (PB L 181 van 29.6.2013] betreffende een authentieke akte, met uitzondering van een authentieke akte op het gebied van onderhoudsplicht, bedragen de gerechtskosten 5 EUR;
- de kosten voor het opstellen van een officieel bewijs van bekende feiten uit gerechtelijke dossiers bedragen 3 EUR (er worden geen kosten aangerekend voor het opstellen en afgeven van een officieel bewijs in elektronische vorm omdat de uitvoering ten aanzien van de verzoeker hangende is);
- de kosten voor het opstellen van een nieuw afschrift van een rechterlijke beslissing of een afschrift of uittreksel uit door een rechtbank bijgehouden registers, bescheiden en dossiers, bedragen 14 EUR per afschrift of uittreksel.
5. Elektronische betalingsmethoden
In de Slowaakse Republiek kunnen gerechtskosten op dit moment elektronisch worden betaald, hetzij via bankoverschrijving, hetzij via het systeem voor de betaling van administratieve en gerechtskosten. Indien de kosten per bankoverschrijving worden betaald, wordt de overmaking verricht op de rekening van het betrokken gerecht. De bankgegevens zijn beschikbaar op de websites van de verschillende gerechten, die toegankelijk zijn via het webportaal https://www.justice.gov.sk/. Indien de kosten worden betaald via het systeem voor de betaling van administratieve en gerechtskosten, kunnen deze worden betaald via het betaalportaal e-kolki dat toegankelijk is via de website http://www.e-kolky.sk.
6. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van het gedecentraliseerde IT-systeem
De Slowaakse Republiek is niet van plan het gedecentraliseerde IT-systeem te gebruiken vóór de in de verordening vastgestelde datum van gebruik.
7. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in burgerlijke en handelszaken
De Slowaakse Republiek is niet van plan gebruik te maken van videoconferenties vóór de in de verordening vastgestelde datum van gebruik.
8. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in strafzaken
De Slowaakse Republiek is niet van plan gebruik te maken van videoconferenties vóór de in de verordening vastgestelde datum van gebruik.