Overslaan en naar de inhoud gaan

Digitaliseringsverordening — Kennisgevingen van de lidstaten

Slovenië

Deze pagina bevat informatie over de kennisgevingen die de lidstaten op grond van Verordening (EU) 2023/2844 hebben gedaan.

Inhoud aangereikt door
Slovenië
Flag of Slovenia

1. Nationale IT-portalen voor de communicatie met rechtbanken of andere autoriteiten

Het nationale IT-portaal voor de rechterlijke macht heet “e-justitieportaal” (Portal e-Sodstvo).

Link naar portaal: https://evlozisce.sodisce.si/esodstvo/index.html.

Het portaal biedt toegang voor verschillende gebruikersniveaus:

  1. Geregistreerde gebruikers: het verzoek kan door iedereen worden ingediend (voor registratie is alleen een e-mailadres vereist) en dit gebruikersniveau kan toegang krijgen tot bepaalde openbare informatie (bv. het kadaster);
  2. Gekwalificeerde gebruikers: voor de registratie is een gekwalificeerd digitaal certificaat van een Sloveense emittent vereist, hoewel het Sloveense staatsburgerschap niet vereist is.

Het portaal wordt voor verschillende doeleinden gebruikt, afhankelijk van het type gebruiker. In het kader van executieprocedures, het kadaster en insolventieprocedures kunnen vorderingen elektronisch worden ingediend. In niet-contentieuze familierechtelijke procedures kunnen vorderingen ook elektronisch worden ingediend, maar alleen tussen de sociale diensten en de bevoegde rechtbanken.

Bij het gebruik van het e-justitieportaal identificeren geregistreerde gebruikers zich door een gebruikersnaam (e-mailadres) en wachtwoord in te voeren. Geregistreerde gebruikers hebben geen gekwalificeerd digitaal certificaat of een beveiligde elektronische brievenbus nodig.

Geregistreerde gebruikers kunnen het e-justitieportaal gebruiken voor het volgende:

  • taken in verband met het e-kadaster (e-ZK), d.w.z. uittreksels en kennisgevingen van het openbare kadaster. Om andere taken elektronisch uit te voeren, moet de gebruiker de status van gekwalificeerd gebruiker hebben;
  • taken in verband met e-handhaving (e-Izvršba), d.w.z. indiening van een verzoek om uitvoering op basis van een authentiek document, aanvulling van een verzoek om uitvoering op basis van een authentiek document (alleen mogelijk indien het verzoek elektronisch is ingediend en de verzoeker een gerechtelijk bevel heeft ontvangen om het verzoek aan te vullen). Om andere taken elektronisch uit te voeren, moet de gebruiker de status van gekwalificeerd gebruiker hebben.

Externe gekwalificeerde gebruikers zijn onderverdeeld in onafhankelijke externe gekwalificeerde gebruikers en personen die gemachtigd zijn om namens onafhankelijke externe gebruikers te handelen.

Onafhankelijke externe gekwalificeerde gebruikers worden verder onderverdeeld in professionele gebruikers, gebruikers en externe beheerders.

Een gebruiker kan de status van externe gekwalificeerde gebruiker hebben als hij/zij beschikt over een gekwalificeerd certificaat en een beveiligde elektronische brievenbus. Een gebruiker die is aangeworven om namens een onafhankelijke gebruiker te handelen (gemachtigde persoon bij wege van aanstelling) hoeft niet over een beveiligde elektronische brievenbus te beschikken. Het type taak dat een gebruiker elektronisch kan uitvoeren in een specifieke elektronische procedure is afhankelijk van de gebruikersgroep waarin de gebruiker is ingeschreven in het beveiligingsschema.

Professionele gebruikers zijn gebruikers die de status hebben van (professioneel) vertegenwoordiger of rechterlijke instantie in burgerrechtelijke procedures. Het gaat hierbij om notarissen, advocaten, gerechtsdeurwaarders, beheerders, het openbaar ministerie van de Republiek Slovenië, openbare aanklagers, vastgoedmaatschappijen en advocaten van lokale overheden.

Gebruikers zijn partijen met de status van partij in een burgerrechtelijke procedure. Deze omvatten rechtspersonen, natuurlijke personen, overheidsinstanties en lokale overheden.

Externe beheerders zijn gebruikers die gebruikers van professionele gebruikersgroepen binnen het beveiligingsschema beheren.

Een persoon die gemachtigd is om een onafhankelijke externe gekwalificeerde gebruiker te vertegenwoordigen (gemachtigde persoon bij wege van aanstelling) is een natuurlijke persoon die, in het geval van een onafhankelijke externe gekwalificeerde gebruiker die is georganiseerd in de rechtsvorm van een rechtspersoon of een geregistreerde advocaat, op grond van zijn/haar benoeming gemachtigd is om namens die gebruiker elektronische taken in burgerrechtelijke procedures uit te voeren, of die, in het geval van een onafhankelijke gekwalificeerde gebruiker die een centrale overheid of een lokale overheid is, een functie of taken vervult die hem/haar het recht geven om namens die autoriteit elektronische taken in burgerrechtelijke procedures uit te voeren.

De gemachtigde van een onafhankelijke gebruiker vervult elektronische taken namens de onafhankelijke externe gekwalificeerde gebruiker die hij/zij vertegenwoordigt. Een natuurlijke persoon kan als gemachtigde in een beveiligingsschema worden opgenomen voor slechts één onafhankelijke externe gekwalificeerde gebruiker binnen een bepaalde gebruikersgroep.

Subportaal e-Uitvoering (e-Izvršba)

U kunt zich op de subportaal e-Uitvoering registreren als:

  • een geregistreerde gebruiker, waarbij u een verzoek om uitvoering op basis van een authentiek document en een aangevuld verzoek om uitvoering op basis van een authentiek document kunt indienen;
  • een externe gekwalificeerde gebruiker, waarbij u elektronische aanvragen kunt indienen (overeenkomstig uw gebruikersgroep): verzoeken, rechtsmiddelen, verzoeken tot opschorting van de uitvoering, intrekkingen van verzoeken en andere verzoeken.

Subportaal e-Kadaster (e-ZK)

U kunt zich op de subportaal e-Kadaster registreren als:

  • een geregistreerde gebruiker, waarbij u het kadaster kunt raadplegen en uittreksels uit het kadaster kunt verkrijgen;
  • een externe gekwalificeerde gebruiker, waarbij u, naast het raadplegen en verkrijgen van uittreksels uit het kadaster, verzoeken met betrekking tot het elektronische kadaster, aankondigingen en andere elektronische verzoeken in e-kadasterprocedures kunt indienen.

In een kadasterprocedure worden alle gerechtelijke documenten in een beveiligde elektronische brievenbus aangeleverd.

Subportaal e-Insolventie (e-INS)

De volgende groepen gekwalificeerde gebruikers kunnen elektronische taken in insolventieprocedures (eINS-taken) uitvoeren:

Professionele gebruikers:

  • advocaten (als vertegenwoordigers van de partijen);
  • beheerders;
  • openbare aanklagers (vanuit het openbaar ministerie van de Republiek Slovenië als vertegenwoordigers van de staat);
  • openbare aanklagers (bureau van de hoogste openbare aanklager).

Partijen:

  • juridische entiteiten (een juridische entiteit die namens zichzelf als partij bij een insolventieprocedure optreedt);
  • natuurlijke personen (consumenten, ondernemers en particulieren die namens zichzelf als partij bij een insolventieprocedure optreden).

Advocaten, het openbaar ministerie en partijen (juridische en natuurlijke personen) vervullen de volgende eINS-taken:

het indienen van de volgende elektronische verzoeken:

  • het indienen van een elektronisch verzoek om een insolventieprocedure in te leiden;
  • het indienen van een elektronische vordering in een insolventieprocedure;
  • het indienen van andere elektronische verzoeken die door partijen in insolventieprocedures worden ingediend (verzoeken in voorlopige en hoofdinsolventieprocedures, en gewone en buitengewone rechtsmiddelen);
  • het indienen van een verzoek om toegang tot een dossier, d.w.z. om beoordeling van elektronische documenten in een specifieke eINS-procedure;
  • het beoordelen van ingediende verzoeken.

Beheerders kunnen een elektronisch verzoek indienen en onderzoek verrichten, waaronder:

  • een overzicht opstellen van alle aangelegenheden waarin zij de taken van beheerder vervullen; en
  • elektronische documenten beoordelen in een specifieke eINS-procedure waarin zij de taken van beheerder vervullen.

Openbare aanklagers kunnen een elektronisch verzoek indienen of een buitengewoon rechtsmiddel instellen en in een specifieke eINS-procedure een beoordeling van elektronische documenten uitvoeren.

Beheerders en advocaten moeten alle verzoeken in insolventieprocedures elektronisch indienen. Het openbaar ministerie, openbare aanklagers en partijen (rechtspersonen en natuurlijke personen) kunnen verzoeken in insolventieprocedures elektronisch indienen, maar zijn daar niet verplicht toe.

De documenten in insolventieprocedures worden elektronisch in beveiligde elektronische brievenbussen voor beheerders en advocaten bezorgd. Voor andere gebruikersgroepen worden documenten ook per post bezorgd als gebruikers geen beveiligde elektronische brievenbus hebben die is geregistreerd in het gerechtelijke beveiligingsschema.

Subportaal e-Verzoek (e-Vloga) in burgerrechtelijke procedures

Het subportaal e-Verzoek in burgerrechtelijke procedures wordt gebruikt voor de elektronische indiening van verzoeken in procedures voor de regulering van familierelaties en persoonlijke situaties voor de districtsrechtbanken (okrožna sodišča), alsmede in erfgedingen voor de lokale rechtbanken (okrajna sodišča), en voor de indiening van een elektronisch verzoek om beroep overeenkomstig de bepalingen van de wet inzake burgerlijke rechtsvordering (Zakon o pravdnem postopku).

2. Nationaal recht inzake videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

In artikel 114 bis van de wet inzake burgerlijke rechtsvordering (Uradni list RS (UL RS; Staatsblad van de Republiek Slovenië) nr. 26/99, zoals gewijzigd) is bepaald dat een rechtbank, met toestemming van de partijen, de partijen en hun vertegenwoordigers kan toestaan zich tijdens de hoorzitting op een andere locatie te bevinden en daar procedurele handelingen uit te voeren, indien er een audio- en videoverbinding is van de locatie waar de hoorzitting plaatsvindt naar de locatie of locaties waar de partijen en/of vertegenwoordigers aanwezig zijn en omgekeerd (videoconferentie). Onder dezelfde voorwaarden kan een rechtbank besluiten bewijsmateriaal te verzamelen door een inspectie te verrichten, documenten te onderzoeken, partijen en getuigen te horen en bewijs van getuige-deskundigen te verzamelen. Tegen de beslissing van de rechtbank in deze zaak kan geen beroep worden ingesteld.

De hoorzittingen kunnen worden opgenomen. De rechtsgrondslag hiervoor is artikel 125 bis van de wet inzake burgerlijke rechtsvordering, waarin is bepaald dat het voorzittende lid van de kamer de audio- of audiovisuele opname van een hele hoorzitting of een deel daarvan kan gelasten. Zij stellen de partijen en de andere deelnemers ter hoorzitting in kennis van hun beschikking. De opname moet de volgende informatie bevatten: het adres en de samenstelling van de rechtbank, de plaats, de datum en het tijdstip van de hoorzitting, het hoofdgeding en de namen van de partijen of andere aanwezige personen en van hun wettelijke vertegenwoordigers of gemachtigden. Bovendien bevat de opname informatie over de identiteit van de persoon van wie de verklaring wordt opgenomen en in welke hoedanigheid hij/zij de verklaring aflegt. Indien verklaringen van meerdere personen worden opgenomen, moet in de opname duidelijk worden aangegeven wie de verklaring heeft afgelegd. In het proces-verbaal van de hoorzitting moet worden vermeld dat de hoorzitting is opgenomen met behulp van een audio- of een audio- en video-opnameapparaat, wie opdracht heeft gegeven voor de opname, dat de partijen en andere deelnemers tijdens de hoorzitting op de hoogte zijn gesteld van de opname, waar de opname is opgeslagen en hoe deze kan worden geraadpleegd. Een transcriptie van de audio-opname wordt binnen vijf dagen na het maken ervan opgesteld. Een partij heeft recht op toegang tot de opname en het recht om binnen vijf dagen na ontvangst van de kopie bezwaar te maken tegen onjuistheden in de transcriptie. Het voorzittende lid van de kamer beslist over een bezwaar zonder hoorzitting. De opname wordt automatisch geregistreerd en in het informatiesysteem opgeslagen zolang het dossier bestaat.

In de wet inzake burgerlijke rechtsvordering is bepaald dat de opnamen van hoorzittingen op een veilige plek moeten worden bewaard en niet toegankelijk mogen zijn voor het publiek. In artikel 125 bis is bepaald dat een opname van een hoorzitting automatisch wordt geregistreerd en in het informatiesysteem van de rechtbank wordt opgeslagen zolang het dossier bestaat. Dit betekent dat opnamen van hoorzittingen worden opgeslagen op een manier die de beveiliging ervan waarborgt en de toegang daartoe beperkt, waardoor de beschikbaarheid ervan voor het publiek wordt verhinderd. In artikel 332 quater wordt de behandeling van verzoeken, bewijsstukken en beslissingen die vertrouwelijke informatie bevatten geregeld en is bepaald dat de rechter deze informatie op een zodanige wijze moet bewaren dat de beveiliging ervan wordt gewaarborgd, waarbij alleen toegang wordt toegestaan tot de gebouwen van de rechtbank die voldoen aan de beveiligingsvereisten. Dit bevestigt verder dat opnamen van hoorzittingen die gevoelige of vertrouwelijke informatie kunnen bevatten, zodanig worden bewaard dat de beveiliging ervan is gewaarborgd en de beschikbaarheid ervan voor het publiek is beperkt.

De rechtbanken gebruiken een Polycom-videoconferentiesysteem met aanvullende verlengingslicenties voor het Pexip-systeem. Het systeem wordt gebruikt op de nationale infrastructuur binnen het netwerk van de nationale autoriteiten.

De toegang tot het videoconferentiesysteem wordt verder uitgebreid met het Pexip-systeem, dat ook toegang biedt via mobiele apparaten die eigendom zijn van de deelnemers, en waarvoor geen specifieke (dedicated) hardware nodig is om deel te nemen aan een videoconferentie.

In het kader van de betrokken gerechtelijke procedure wordt tussen de partijen bij de procedure informatie uitgewisseld over de technische uitvoering van videoconferenties. De rechtbank waar de procedure wordt gevoerd, is verantwoordelijk voor het waarborgen van een doeltreffende uitvoering (met inbegrip van voorafgaande tests indien nodig).

De wet inzake burgerlijke rechtsvordering is beschikbaar via de volgende link: https://pisrs.si/pregledPredpisa?id=ZAKO1212.

Link naar vertalingen in het Engels van wetten: https://pisrs.si/aktualno/zakonodaja-v-anglescini.

3. Nationaal recht inzake videoconferenties in strafzaken

In de wet inzake strafvordering (Zakon o kazenskem postopku) (UL RS nr. 63/94, zoals gewijzigd) worden gerechtelijke vooronderzoeken, hoorzittingen in het hoofdgeding, getuigenverklaringen, hoorzittingen en andere procedurele handelingen die via videoconferentie plaatsvinden, geregeld en onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Videoconferentie kan worden gebruikt indien de partijen bij de procedure daarmee instemmen of indien dit nodig is om te garanderen dat de strafrechtelijke procedure naargelang de omstandigheden van de zaak naar behoren verloopt. De rechtbank beslist over het gebruik van videoconferenties in een met redenen omkleed besluit. De beslissing wordt aan de partijen en de andere deelnemers toegezonden, samen met een uitnodiging voor de hoorzitting, die instructies bevat over het gebruik van het videoconferentiesysteem en de methode waarmee de identiteit van een deelnemer wordt bevestigd. Tegen deze beslissing kan geen specifiek beroep worden ingesteld.

Een hoorzitting kan ook via videoconferentie worden gehouden in zaken waarbij beschermde of anonieme getuigen zijn betrokken, indien hun aanwezigheid voor het orgaan dat de hoorzitting voert, een ernstig gevaar voor hun leven of persoon zou opleveren, of indien de bevoegde autoriteit een ander land hierom heeft verzocht. De te horen persoon moet worden vergezeld door een bevoegde persoon van het orgaan dat de hoorzitting voert, of van een andere gemachtigde persoon, om ervoor te zorgen dat de te horen persoon naar behoren wordt geïdentificeerd. Onder bepaalde voorwaarden kan ook gebruik worden gemaakt van videoconferenties wanneer getuige-deskundigen worden gehoord.

De rechtsgrondslag voor het gebruik van videoconferenties in strafrechtelijke procedures is neergelegd in de artikelen 244, 304 bis en 84 bis van de wet inzake strafvordering, waarin de voorwaarden en de procedure voor het houden van dergelijke hoorzittingen zijn vastgelegd, met inbegrip van de methode waarmee de identiteit van de deelnemers wordt bevestigd en veilige communicatie wordt gewaarborgd. Het gebruik van videoconferenties draagt bij tot de snelle uitvoering van gerechtelijke procedures, vermindert de kosten en verhoogt de veiligheid van getuigen.

De bepalingen van de wet inzake strafvordering zorgen ervoor dat verdachten toegang hebben tot de videoconferentie-infrastructuur voor het houden van een hoorzitting via videoconferentie. Videoconferentieapparatuur die interactieve communicatie mogelijk maakt door de gelijktijdige transmissie van beeld en geluid, kan deel uitmaken van de uitrusting van de rechtszaal, of kan worden geleverd in de vorm van draagbare videoconferentieapparatuur. De plaats waarmee de rechtbank of rechter verbonden is, kan een andere rechtszaal zijn, een veilige kamer, een gevangenis, een plaats in het buitenland enz. Bij verhoor via videoconferentie kunnen verdachten, getuigen en (onder bepaalde voorwaarden) deskundigen worden gehoord, terwijl tegelijkertijd een groter gevoel van veiligheid voor de getuigen wordt gewaarborgd door het rechtstreeks contact met de beklaagde te voorkomen.

De vertrouwelijkheid van de communicatie tussen de verdachte, de beklaagde, de veroordeelde of de getroffen persoon en zijn/haar advocaat vóór en tijdens het verhoor via videoconferentie wordt gewaarborgd overeenkomstig de bepalingen van de wet inzake strafvordering. In artikel 74 van de wet inzake strafvordering is bepaald dat, wanneer de beklaagde in hechtenis zit, zijn advocaat hem/haar vrij en zonder toezicht kan schrijven en spreken. Dit betekent dat de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen de beklaagde en zijn/haar advocaat gegarandeerd moet zijn, ook tijdens communicatie via videoconferentie. Artikel 244 bis bepaalt ook dat het verhoor van een beklaagde of getuige onder bepaalde voorwaarden ook via videoconferentie kan plaatsvinden, op voorwaarde dat de persoon die wordt verhoord, naar behoren is geïdentificeerd. In het geval van een beklaagde, getuige of deskundige die via videoconferentie wordt verhoord in het kader van een nationale strafrechtelijke procedure op het grondgebied van een ander land, moet de bevoegde autoriteit ervoor zorgen dat de beklaagde, getuige of deskundige wordt vergezeld door een bevoegde persoon van de bevoegde autoriteit van dat land, om zo te garanderen dat de persoon die wordt verhoord, wordt geïdentificeerd. Een advocaat kan ook aanwezig zijn bij het verhoor, waardoor de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen de beklaagde en zijn/haar advocaat verder wordt gewaarborgd. Deze regeling garandeert dat de communicatie tussen de beklaagde en zijn/haar advocaat beschermd en vertrouwelijk is, zelfs als deze via videoconferentie plaatsvindt.

In het kader van de betrokken gerechtelijke procedure wordt tussen de partijen bij de procedure informatie uitgewisseld over de technische uitvoering van videoconferenties. De rechtbank waar de procedure wordt gevoerd, is verantwoordelijk voor het waarborgen van een doeltreffende uitvoering (met inbegrip van voorafgaande tests indien nodig).

Ouders moeten onmiddellijk nadat hun kind over zijn/haar rechten is geïnformeerd, zonder onnodige vertraging via videoconferentie of andere technologie voor communicatie op afstand worden geïnformeerd over het onderzoek naar hun kind. De bevoegde autoriteit moet de ouders of voogd onmiddellijk in kennis stellen van de rechten van het kind, met inbegrip van het recht om tijdens de procedure door hun ouders of voogd vergezeld te worden. Deze kennisgeving moet op begrijpelijke wijze, mondeling en schriftelijk, worden gedaan en door de handtekening van het kind worden bevestigd. Bij het maken van de opname van het kind met behulp van audiovisuele middelen moet rekening worden gehouden met het belang van het kind, voor zover dit in verhouding staat tot de omstandigheden van de zaak. Als er redenen zijn waarom de ouders of voogd van het kind hem/haar niet kunnen vergezellen in een strafrechtelijke procedure, kan het kind een andere volwassene kiezen die het vertrouwt, of kan de bevoegde autoriteit of het bevoegde centrum voor sociale diensten onmiddellijk een andere volwassene aanwijzen, met inachtneming van het belang van het kind. De rechtsgrondslag hiervoor is de wet inzake strafvordering, met name de artikelen 452 quater, 84 bis en 304 bis.

Overeenkomstig de wet inzake de bescherming van kinderen in het kader van strafrechtelijke procedures en hun alomvattende behandeling in het “kinderhuis” (Zakon o zaščiti otrok v kazenskem postopku in njihovi celostni obravnavi v hiši za otroke) (UL RS nr. 54/21, ZZOKPOHO), worden de ouders of andere bevoegde volwassenen via videoconferentie of andere technologie voor communicatie op afstand op de hoogte gesteld van het onderzoek naar het kind op een wijze die ervoor zorgt dat rekening wordt gehouden met het belang van het kind. Krachtens artikel 24 ZZOKPOHO kan de rechter de wettelijke vertegenwoordiger van het kind, de advocaat van een minderjarige benadeelde, een lid van het beroepspersoneel van een centrum voor sociale diensten, de adviseur van het kind, technisch personeel van de instelling en andere personen wier aanwezigheid door de rechter is toegestaan, naast het kind zelf en de deskundige die bij het uitvoeren van het onderzoek assisteert, toestaan bij het verhoor aanwezig te zijn. De aanwezigheid van deze personen moet worden verzekerd in afzonderlijke ruimten die zijn verbonden met audio- en videoapparatuur, zodat ouders of andere geschikte volwassenen op de hoogte kunnen worden gesteld en de hoorzitting kunnen volgen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor het kind. De rechtbank kan een persoon gelasten het gebouw tijdelijk te verlaten indien zijn/haar aanwezigheid in strijd zou zijn met het belang van het vooronderzoek of de strafrechtelijke procedure en om ervoor te zorgen dat tijdens de hoorzitting altijd rekening wordt gehouden met het belang van het kind.

De rechtsgrondslag voor het opnemen van hoorzittingen in strafrechtelijke procedures is artikel 314 van de wet inzake strafvordering, waarin is bepaald dat de voorzittende rechter kan gelasten dat alle of afzonderlijke delen van een proces worden opgenomen met behulp van geschikte technische audio- of audiovisuele opnameapparatuur. De opname vindt plaats overeenkomstig artikel 84 van de wet inzake strafvordering. De partijen kunnen de opname zo snel als technisch haalbaar is opnieuw afspelen en een kopie ervan verkrijgen via het informatiesysteem e-justitie (e-Sodstvo). Op verzoek van de partijen of bij beslissing van de rechter kunnen de notulen van de hoorzittingen geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd.

De wet inzake strafvordering is beschikbaar via de volgende link: https://pisrs.si/pregledPredpisa?id=ZAKO362.

De wet inzake de bescherming van kinderen in het kader van strafrechtelijke procedures en hun alomvattende behandeling in het “kinderhuis” is beschikbaar via de volgende link: https://pisrs.si/pregledPredpisa?id=ZAKO8216.

Link naar vertalingen in het Engels van wetten: https://pisrs.si/aktualno/zakonodaja-v-anglescini.

4. Vergoedingen voor procedures in burgerlijke en handelszaken

De in een Europese betalingsbevelprocedure geldende gerechtskosten zijn vastgelegd in de wet op de gerechtskosten (Zakon o sodnih taksah) (UL RS No 37/08, zoals gewijzigd, ZST-1), die de basiswet vormt voor de gerechtskosten.

Voor de volledige Europese betalingsbevelprocedure wordt één enkele gerechtskost in rekening gebracht. De betaling moet geschieden op het tijdstip van indiening van het verzoek bij de rechter.

Het bedrag van de gerechtskost in een Europese betalingsbevelprocedure die de eiser moet betalen bij de indiening van een verzoek bij de rechter, is afhankelijk van de waarde van de vordering. De gerechtskost wordt berekend volgens de tabel van artikel 16 ZST-1. De gerechtskost voor een vordering tot een waarde van maximaal 300 EUR bedraagt 18 EUR, waarna de gerechtskost wordt verhoogd in verhouding tot de waarde van de vordering. De bedragen van de verhoging zijn vastgelegd in artikel 16 ZST-1, dat beschikbaar is via de volgende link: https://pisrs.si/pregledPredpisa?id=ZAKO4729.

Een procesvergoeding van 16 EUR is verschuldigd voor procedures betreffende een verzoek om erkenning van een beslissing van een buitenlandse rechtbank, voor procedures betreffende een verzoek om uitvoerbaarverklaring van een in een andere lidstaat van de Europese Unie gegeven beslissing, voor procedures betreffende een bezwaar tegen een beslissing inzake de uitvoerbaarverklaring van een in een andere lidstaat van de Europese Unie gegeven beslissing, voor procedures betreffende een verzoek om een Europese executoriale titel of de afgifte van een certificaat van niet-uitvoerbaarheid of beperking van de uitvoerbaarheid, of voor procedures betreffende een verzoek om rectificatie of intrekking van een Europese executoriale titel.

Er zijn wettelijke gerechtskosten voor nationale insolventieprocedures, uitgesplitst in kosten voor procedures tegen bedrijven en rechtspersonen en kosten voor procedures tegen consumenten:

  1. Faillissementsprocedures tegen een rechtspersoon, gedwongen schikkingsprocedures en gedwongen liquidatieprocedures:
  • procedure betreffende een verzoek tot inleiding van een faillissementsprocedure: 246 EUR;
  • procedure betreffende een verzoek tot inleiding van een gedwongen schikkingsprocedure: 164 EUR;
  • procedure betreffende een verzoek tot inleiding van een gedwongen liquidatieprocedure: 82 EUR;
  • bezwaar tegen een gedwongen schikkingsprocedure: 50 EUR;
  • procedure voor het beroep tegen een eerste verdelingsbesluit: 410 EUR;
  • procedure voor het beroep tegen een ander besluit: 82 EUR.

De vergoeding voor een verzoek tot inleiding van een faillissementsprocedure hoeft niet te worden voldaan indien het verzoek wordt ingediend door werknemers tegen een werkgever die meer dan twee maanden te laat is met het betalen van lonen tot aan het minimumloon, of met het betalen van belastingen en bijdragen die de betaler verplicht is te berekenen of te betalen op het moment dat de lonen aan de werknemers worden uitbetaald, en indien op de dag vóór de indiening van het verzoek tot inleiding van de faillissementsprocedure nog sprake is van deze situatie.

  1. Faillissementsprocedures voor personen en nalatenschappen:

Procedure betreffende een bezwaar tegen de kwijtschelding van de aansprakelijkheid bij een persoonlijk faillissement 20 EUR.

In faillissementsprocedures voor personen en nalatenschappen zijn kosten verschuldigd die gelijk zijn aan een kwart van de kosten die zijn vastgesteld voor faillissementsprocedures tegen een rechtspersoon, gedwongen schikkingsprocedures en gedwongen liquidatieprocedures (zie punt 1).

De vergoeding voor een verzoek tot inleiding van een faillissementsprocedure hoeft niet te worden voldaan indien het verzoek wordt ingediend door een schuldenaar of erfgenaam van de overledene. De vergoeding onder tariefnummer 5201 is niet verschuldigd indien de beheerder bezwaar maakt.

In de ZST-1 wordt geen gerechtelijke vergoeding voorgeschreven voor communicatie tussen natuurlijke personen of rechtspersonen of hun vertegenwoordigers en centrale autoriteiten op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad en Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad, of met bevoegde autoriteiten overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2003/8/EG van de Raad.

De gerechtskostenwet is beschikbaar via de volgende link: https://pisrs.si/pregledPredpisa?id=ZAKO4729.

Link naar vertalingen in het Engels van wetten: https://pisrs.si/aktualno/zakonodaja-v-anglescini.

5. Elektronische betalingsmethoden

In de wet op de gerechtskosten is bepaald dat de gerechtskosten in contanten, elektronisch geld of een ander geldig betaalmiddel moeten worden voldaan.

Als algemene regel is elektronische betaling van een gerechtelijke vergoeding in de vorm van een overmaking (SEPA) in alle gerechtelijke procedures mogelijk. De overmaking vindt plaats op basis van een betalingsbevel dat in een specifieke procedure is afgegeven of naar de lopende rekening van de betrokken rechter zoals die online is gepubliceerd.

Het bedrag van de gerechtskosten kan elektronisch worden voldaan via internetbankieren (onlinebank), rechtstreeks via betalingsdienstaanbieders (bv. Petrol, Pošta Slovenije) en via een betaalkaart bij de kassa van een rechtbank.

6. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van het gedecentraliseerde IT-systeem

Niet van toepassing

7. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

Niet van toepassing

8. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in strafzaken

Niet van toepassing

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina