Overslaan en naar de inhoud gaan

Digitaliseringsverordening — Kennisgevingen van de lidstaten

Roemenië

Deze pagina bevat informatie over de kennisgevingen die de lidstaten op grond van Verordening (EU) 2023/2844 hebben gedaan.

Inhoud aangereikt door
Roemenië
Flag of Romania

Artikel 17, lid 1, punt a) — Nadere gegevens over de nationale IT-portalen, in voorkomend geval

a) Naam van het nationale IT-portaal en een link daarnaartoe

1. Het rechtbankportaal

2. Het nationale elektronische dossier

b) Informatie over de vraag of alleen burgers en/of ingezetenen en/of rechtspersonen die op het grondgebied van Roemenië zijn gevestigd, toegang hebben tot het portaal of dat buitenlandse burgers en/of niet-ingezetenen en rechtspersonen die op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gevestigd, toegang krijgen tot het portaal, en of ook advocaten of vertegenwoordigers van andere lidstaten toegang hebben tot de nationale IT-portalen

1. Het is een informatieportaal, dus iedereen heeft er toegang toe, maar er moet op worden gewezen dat de informatie alleen in het Roemeens wordt weergegeven.

2. De toegang tot het portaal wordt verleend door middel van een persoonlijk identificatienummer, en alleen Roemeense burgers en hun vertegenwoordigers (advocaten) hebben toegang tot het portaal, op voorwaarde dat zij bij de rechtbank een volmacht indienen.

c) Doel waarvoor het portaal kan worden gebruikt

1. Om informatie te vinden over lopende zaken (zaaknummer, voorwerp van de zaak, partijen, data van hoorzittingen, fase van de procedure, samenvattingen) en gegevens over alle rechtbanken.

2. Voor het raadplegen van het dossier in elektronische vorm, het meedelen van de processtukken en het indienen van de stukken in een specifieke zaak.

d) De methoden die worden gebruikt voor de identificatie van de gebruikers

1. Gebruikers hoeven zich niet aan te melden.

2. Er wordt gebruikgemaakt van authenticatie in twee stappen via het persoonlijk identificatienummer, het telefoonnummer en het e-mailadres.

e) Eventuele specifieke vereisten voor het gebruik van het portaal

1. Niet van toepassing

2. Geen

Artikel 17, lid 1, punt b) — Nationaal recht inzake videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

a) Informatie over de toepasselijke nationale wetgeving en procedures, met inbegrip van toepasselijke procedurele rechten en waarborgen, voor het houden van hoorzittingen via videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand

Het nationale recht voorziet niet in het houden van hoorzittingen via videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand.

b) Informatie over de vraag of alleen rechtbanken toestemming hebben om videoconferenties te organiseren overeenkomstig artikel 5 van de verordening of dat deze mogelijkheid ook voor andere autoriteiten bestaat. Indien ook andere autoriteiten artikel 5 als rechtsgrondslag voor de organisatie van videoconferenties kunnen gebruiken, vermeld deze autoriteiten en de toepasselijke procedures dan

Het nationale recht voorziet niet in het houden van procedures via videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand. Overeenkomstig artikel 212 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Codul de procedură civilă), “proceslocatie”, vindt de rechtszaak plaats op de locatie waar de rechtbank is gevestigd, tenzij bij wet anders is bepaald.

c) Informatie over de vraag of het nationale recht het bevoegde gerecht of de bevoegde persoon toestaat ambtshalve een hoorzitting te plannen

Mondelinge getuigenverklaringen of ondervragingen kunnen ambtshalve worden gelast, maar het nationale recht voorziet niet in de mogelijkheid van het verzamelen van dergelijke bewijzen via videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand.

d) Informatie over de in Roemenië beschikbare videoconferentietechnologie of het meest gebruikte videoconferentieplatform/de meest gebruikte oplossing voor videoconferentie

De beschikbare technologie bestaat uit “op maat gemaakte inhouse IT-oplossingen” (op maat gemaakte IT-oplossingen die intern zijn ontwikkeld) / Zoom, Teams enz., die via een connector meerdere videoconferentieplatforms integreren. Voor het plannen en uitvoeren van videoconferenties gebruiken rechtbanken een IT-platform/oplossing die via een connector meerdere specifieke platforms (Zoom, Teams enz.) integreert.

e) Informatie over de procedurele vereisten voor de partij om een advies in te dienen over het gebruik van videoconferenties of andere technologieën voor communicatie op afstand voor het houden van de hoorzitting

Het nationale recht voorziet niet in de mogelijkheid van de partij om een advies in te dienen over het gebruik van videoconferenties of andere technologieën voor communicatie op afstand.

f) Informatie over het feit of het nationale recht voorziet in de opname van de hoorzitting en, zo ja, informatie over de opslag en verspreiding van de opname

Nationale wetgeving — artikel 231, leden 4 tot en met 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering — “Notities over hoorzittingen. Opname van hoorzittingen” — voorziet in de opname, opslag en verspreiding van audio-opnamen, maar niet van opgenomen video-inhoud.

Artikel 15 van Wet nr. 304/2022 betreffende het rechtssysteem voorziet in de mogelijkheid van audio- of video-opnamen.

Artikel 15

1) Hoorzittingen worden door de rechtbank door middel van video- of audiotechnische middelen opgenomen.

2) Tijdens de hoorzitting maakt de griffier notities over het verloop van de procedure. De partijen kunnen verzoeken dat de notities door de voorzittende rechter worden voorgelezen en bekrachtigd.

3) Na afloop van de hoorzitting ontvangt elk van de procesdeelnemers op verzoek een afschrift van de notities van de griffier.

4) De transcripties van mondelinge getuigenissen die tijdens het proces worden afgelegd en die automatisch via de informatietechnologie worden vastgelegd, indien de rechtbank deze technologie heeft toegepast, worden op verzoek aan de partijen overhandigd door de griffier, met inachtneming van het interne reglement van orde van de rechtbanken.

5) Het dossier van de aanhangige zaken wordt opgesteld en gearchiveerd op papier.

6) Onverminderd het bepaalde in lid 5 wordt het nationale elektronische dossiersysteem in de rechterlijke instanties toegepast onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de verordening die is vastgesteld bij gezamenlijk bevel van de minister van Justitie en de voorzitter van de Hoge Raad van Cassatie en Justitie (Înalta Curte de Casație și Justiție), zoals bekrachtigd door de Hoge Raad voor de magistratuur (Consiliul Superior al Magistraturii), die de partijen op grond van de wet de mogelijkheid biedt internettoegang te hebben tot de dossiers van de zaak, de elektronische betekening van processtukken en de mogelijkheid om de dossiers van de zaak op dezelfde wijze in te dienen.

g) Informatie over de wijze waarop de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen de advocaat en de cliënt vóór en tijdens de videoconferentie wordt gewaarborgd

Vertrouwelijke communicatie met de verdediging is mogelijk.

h) Informatie over de praktische regelingen voor de organisatie en uitvoering van de hoorzitting, met inbegrip van informatie over het gebruik van technologieën voor spraak-naar-tekstomzetting

Met betrekking tot het gebruik van technologieën voor spraak-naar-tekstomzetting voert het ministerie van Justitie momenteel, via het directoraat voor Informatietechnologie (Direcția Tehnologia informației), een project uit voor de ontwikkeling van een oplossing voor spraak-naar-teksttranscriptie, die ook van toepassing is op het horen van getuigen in gerechtelijke procedures.

i) Informatie over de toegang tot videoconferentie voor partijen en hun vertegenwoordigers, inclusief personen met een handicap

Het nationale recht voorziet niet in de toegang tot videoconferentie voor partijen en hun vertegenwoordigers, inclusief personen met een handicap.

j) De methoden voor de identificatie en de authenticatie van partijen

Overeenkomstig artikel 219: “Controles van de verschijning van partijen” van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, controleert de rechter de identiteit van de partijen en, indien zij worden vertegenwoordigd of bijgestaan, ook de volmacht of de hoedanigheid van de personen die hen vertegenwoordigen of bijstaan. Indien de partijen niet op de dagvaarding reageren, controleert de rechtbank of de dagvaardingsprocedure is uitgevoerd en schort de rechtbank het proces op of schorst zij dit, of behandelt zij de zaak, indien van toepassing, overeenkomstig de wet.

Overeenkomstig artikel 318 “Identificatie van de getuige” van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering vraagt de voorzittende rechter de getuige, alvorens de verklaring af te nemen, zijn of haar achternaam, voornaam, beroep, woonplaats en leeftijd aan te geven; of hij/zij betrekkingen heeft met een van de partijen of door verwantschap met een van hen betrekkingen heeft en in welke graad; of hij/zij in dienst is van een van de partijen. Vervolgens geeft de rechter de getuige instructies over de plicht van de getuige om een eed af te leggen en de betekenis van de eed.

Het nationale recht voorziet niet in methoden voor de identificatie en authenticatie van partijen wanneer de hoorzitting via videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand wordt gehouden.

k) Hoe de partijen vragen konden stellen en op andere manieren zinvol betrokken konden zijn

De mogelijkheid van de partijen om vragen te stellen is geregeld in de artikelen 321 en 352 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Het nationale recht voorziet niet in de mogelijkheid voor de partijen om vragen te stellen en anderszins op zinvolle wijze deel te nemen wanneer videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand worden gebruikt.

Artikel 321 Verhoor van getuigen

1) Elke getuige wordt afzonderlijk gehoord en getuigen die nog niet zijn gehoord, mogen daarbij niet aanwezig zijn.

2) De volgorde waarin de getuigen worden gehoord, wordt door de voorzittende rechter vastgesteld, waarbij ook rekening wordt gehouden met het verzoek van de partijen.

3) De getuige beantwoordt eerst de vragen van de voorzittende rechter, vervolgens de vragen die met toestemming van de rechter zijn gesteld door de partij die de getuige heeft voorgesteld en door de tegenpartij.

4) Na de hoorzitting blijft de getuige in de rechtszaal tot het onderzoek is afgelopen, tenzij de rechtbank anders besluit.

5) Tijdens de hoorzitting krijgt de getuige de vrijheid om zijn/haar verklaring af te leggen en mag hij/zij geen eerder opgeschreven antwoord voorlezen; Hij/zij mag echter, met toestemming van de voorzittende rechter, alleen aantekeningen gebruiken voor de vermelding van getallen of namen.

6) Indien de rechtbank van oordeel is dat de vraag van de partij niet tot een oplossing van de procedure kan leiden, aanstootgevend is of tot het bewijzen van een feit leidt waarvan het bewijzen bij wet verboden is, verwerpt zij deze vraag. In dat geval schrijft de rechtbank de naam van de partij, de gestelde vraag en de reden voor de afwijzing in het procesverslag.

7) Indien de vraag wordt aanvaard, wordt deze letterlijk vermeld, samen met de naam van de partij die de vraag heeft gesteld, gevolgd door het antwoord van de getuige, in de verklaring van de getuige overeenkomstig artikel 323, lid 1.

Artikel 352 Ondervragingen van natuurlijke personen

1) De persoon die in persoon wordt opgeroepen, wordt door de voorzittende rechter over elk feit afzonderlijk verhoord.

2) Met toestemming van de voorzittende rechter kunnen de rechters, de aanklager die aan het proces deelneemt en de tegenpartij rechtstreeks vragen stellen aan de ondervraagde.

3) De partij moet antwoorden zonder dat hij/zij een eerder opgeschreven antwoord mag voorlezen. Zij kan evenwel, met toestemming van de voorzittende rechter, gebruikmaken van aantekeningen, maar alleen in verband met getallen of namen.

4) Indien de partij verklaart dat zij om te kunnen antwoorden, bepaalde notities, stukken of dossiers moet raadplegen, kan een nieuwe datum voor het verhoor worden vastgesteld.

5) Wanneer beide partijen aanwezig zijn tijdens het verhoor, kunnen zij met elkaar worden geconfronteerd.

l) Hoe de partijen recht hebben op een tolk

Er is geen specifieke nationale wetgeving. Bij het gebruik van videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand zijn dezelfde regels van toepassing op het recht op vertolking als die welke bij persoonlijke procedures worden gewaarborgd.

m) Hoe de mogelijkheid van fysiek onderzoek of bewijsvoorlegging tijdens videoconferenties wordt gewaarborgd

Het nationale recht voorziet niet in de mogelijkheid van fysiek onderzoek of het overleggen van bewijsmateriaal bij gebruik van videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand.

n) Hoe ongeautoriseerde toegang tot gevoelige data of gegevensstromen naar onbekende entiteiten wordt voorkomen

De verbindingslink wordt naar de betrokken partij in de dagvaarding verzonden en het communicatiesysteem is beperkt tot het WAN-netwerk van de rechterlijke macht.

Wet nr. 182 van 12 april 2002 betreffende de bescherming van vertrouwelijke informatie bevat bepalingen inzake nationale beschermingsnormen voor vertrouwelijke informatie en bepalingen inzake het verhinderen van toegang tot gevoelige gegevens.

Hoofdstuk IV van het nieuwe wetboek van strafvordering behandelt fraude via informatiesystemen en elektronische betaalmiddelen.

Artikel 17, lid 1, punt b) — Nationaal recht inzake videoconferenties in strafzaken

a) Informatie over de toepasselijke nationale wetgeving en procedures, met inbegrip van toepasselijke procedurele rechten en waarborgen, voor het houden van hoorzittingen via videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand

De relevante bepalingen inzake hoorzittingen via videoconferentie in verschillende stadia van de strafprocedure en betreffende verschillende categorieën deelnemers (verdachten, beklaagden, personen in hechtenis, veroordeelden, getuigen, beschermde getuigen, kwetsbare getuigen, deelnemers die betrokken zijn bij meerdere activiteiten, minderjarigen, minderjarige slachtoffers, slachtoffers die ziek zijn enz.) zijn opgenomen in artikel 106, lid 2, artikel 111, lid 6, en artikel 345 van het wetboek van strafvordering (Codul de procedură penală), gerelateerd aan artikel 235 van Wet nr. 302/2004 betreffende internationale justitiële samenwerking in strafzaken, heruitgegeven.

Wetboek van strafvordering

Artikel 106 Bijzondere regels inzake hoorzittingen

2) De gedetineerde kan in uitzonderlijke gevallen via videoconferentie worden gehoord vanuit het gebouw van de detentie-instelling en indien de gerechtelijk instantie van mening is dat dit geen afbreuk doet aan het goede verloop van de procedure of aan de rechten en belangen van de partijen.

Artikel 110, lid 3 Procedure voor de verlenging van de voorlopige hechtenis tijdens de vervolging

3) De verdachte kan ook met zijn/haar toestemming via videoconferentie worden gehoord in aanwezigheid van een door hem/haar zelf gekozen of door de rechtbank aangewezen advocaat en, in voorkomend geval, van een tolk vanuit het gebouw van de detentie-instelling.

Artikel 111 Verhoor van de benadeelde partij

6) In het geval van benadeelde partijen voor wie bij wet specifieke beschermingsbehoeften zijn vastgesteld, gelast de rechterlijke instantie een of meer van de volgende maatregelen, onverminderd het goede verloop van de procedure of de rechten en belangen van de partijen:

a) zij worden gehoord in daartoe ontworpen of aangepaste ruimten;

b) zij worden gehoord via of in aanwezigheid van een psycholoog of andere specialist op het gebied van slachtofferbegeleiding;

c) het horen en, indien van toepassing, het opnieuw horen van deze partijen gebeurt door dezelfde persoon, indien mogelijk en indien de rechterlijke instantie van mening is dat dit geen afbreuk doet aan het goede verloop van de procedure of aan de rechten en belangen van de partijen;

d) zij worden gehoord via videoconferentie of andere technische communicatiemiddelen op de plaats waar zij genieten van de tijdelijke huisvestingsbeschermingsmaatregel.

7) Het verhoor en, in voorkomend geval, het opnieuw verhoren door de strafrechtelijke onderzoeksinstanties van benadeelde personen die slachtoffer zijn van de in de artikelen 197, 199, 209-216^1, 218, 218^1, 219, 219^1, 221, 222, 223 en 374 van het wetboek van strafvordering bedoelde misdrijven, alsmede in andere gevallen waarin dit, gelet op de omstandigheden waaronder de daad is gepleegd, noodzakelijk wordt geacht, wordt uitsluitend verricht door een persoon van hetzelfde geslacht als de benadeelde partij. Indien dit niet mogelijk is, kan, onverminderd het goede verloop van de procedure of de rechten en belangen van de partijen, het horen van deze benadeelde partijen en, in voorkomend geval, het opnieuw horen van deze personen plaatsvinden door een persoon die niet van hetzelfde geslacht is als de benadeelde partij, met instemming van de advocaat en van een psycholoog of een andere specialist op het gebied van slachtofferhulp.

8) Indien de benadeelde partij minderjarig is, moet het verhoor in alle gevallen worden opgenomen met behulp van audio-videotechnische middelen. Wanneer video-opname niet mogelijk is, wordt de opname in alle gevallen met behulp van audiotechnische middelen verricht.

8^1) Het horen van een benadeelde persoon die jonger is dan 14 jaar vindt plaats in aanwezigheid van een van zijn/haar ouders, een voogd of de persoon of vertegenwoordiger van de instelling die belast is met de opvoeding en educatie van het kind, en in aanwezigheid van een door de rechterlijke instantie gekozen psycholoog. De psycholoog verstrekt de minderjarige gedurende de gehele gerechtelijke procedure deskundig advies.

8^2) Indien de in lid 8^1 bedoelde personen niet aanwezig kunnen zijn of de hoedanigheid van verdachte, beklaagde, benadeelde, burgerlijke partij, burgerlijk aansprakelijke partij of getuige in de zaak hebben, of indien er een gegrond vermoeden bestaat dat zij de getuigenis van de minderjarige kunnen beïnvloeden, vindt het verhoor van deze minderjarige plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de voogdij-autoriteit of van een familielid met volledige bekwaamheid en van een door het gerechtelijk orgaan aangewezen psycholoog. De psycholoog verstrekt de minderjarige gedurende de gehele gerechtelijke procedure deskundig advies.

8^3) Indien het verhoor van de minderjarige benadeelde betrekking heeft op de werkzaamheden van het orgaan waaraan zijn/haar opvoeding en educatie zijn toevertrouwd, wordt de vertegenwoordiger van dat orgaan vervangen door de vertegenwoordiger van de voogdij-autoriteit of door een familielid met volledige handelingsbevoegdheid, alsmede door een door het gerechtelijk orgaan aangewezen psycholoog. De psycholoog verstrekt de minderjarige gedurende de gehele gerechtelijke procedure deskundig advies.

Artikel 364, leden 1 en 4 Deelname van de verdachte aan het proces en zijn/haar rechten

1) De zaak wordt berecht in aanwezigheid van de verdachte. De verdachte die in hechtenis zit, moet naar het proces worden gebracht. De verdachte die in hechtenis wordt gehouden, wordt ook geacht aanwezig te zijn en neemt met zijn/haar toestemming en in aanwezigheid van de door hem of haar gekozen advocaat of een door de rechtbank aangewezen advocaat en, in voorkomend geval, van een tolk, via videoconferentie deel aan het proces vanuit het gebouw van de detentie-instelling. (…)

4) Tijdens het proces kan de verdachte, ook wanneer hij/zij in hechtenis wordt gehouden, schriftelijk verzoeken om bij verstek te worden berecht, waarbij hij/zij wordt vertegenwoordigd door een advocaat van zijn/haar eigen keuze of door een door de rechtbank aangewezen advocaat. Wanneer de verdachte die in hechtenis wordt gehouden om een proces bij verstek heeft verzocht, kan de rechter op verzoek of ambtshalve gelasten dat de betrokken verdachte tijdens de beraadslagingen conclusies kan indienen en via videoconferentie in aanwezigheid van de door hem/haar gekozen of door de rechter aangewezen advocaat mag spreken.

Artikel 597, lid 2^1, wetboek van strafvordering

Procedure van de executierechter

2^1) De veroordeelde die in hechtenis zit of in een opvoedingscentrum wordt geplaatst, kan ook via videoconferentie deelnemen aan het proces om de in deze titel geregelde kwesties op te lossen, vanaf de plaats waar hij/zij in hechtenis zit, met zijn/haar toestemming en in aanwezigheid van de door hem/haar zelf gekozen of door de rechtbank aangewezen advocaat en, in voorkomend geval, een tolk.

Wet nr. 302/2004 inzake internationale justitiële samenwerking in strafzaken, heruitgegeven

Artikel 235 Verhoor door middel van videoconferenties

1) Indien een persoon die zich op het grondgebied van Roemenië bevindt, als getuige of deskundige door de gerechtelijke autoriteiten van een buitenlandse staat moet worden gehoord en het voor die persoon ongelegen of onmogelijk zou zijn om persoonlijk op het grondgebied van die staat te verschijnen, kan de buitenlandse staat verzoeken dat de hoorzitting via videoconferentie plaatsvindt overeenkomstig de volgende leden.

2) Een dergelijk verzoek kan door de Roemeense staat worden aanvaard indien het niet in strijd is met de fundamentele rechtsbeginselen van de Roemeense staat en mits de Roemeense staat over de technische middelen beschikt om de hoorzitting via videoconferentie te laten verlopen.

3) In het verzoek om een hoorzitting via videoconferentie moet, naast de in artikel 229 bedoelde gegevens, worden vermeld waarom het voor de getuige of deskundige ongelegen of onmogelijk zou zijn om persoonlijk aanwezig te zijn bij de hoorzitting, alsmede de naam van de rechterlijke instantie en van de personen die de hoorzitting zullen leiden.

4) De getuige of deskundige wordt overeenkomstig de Roemeense wetgeving opgeroepen.

5) De verzoeken die door de autoriteiten van andere staten worden ingediend, vallen onder de bevoegdheid van de openbare aanklagers, tijdens de vervolging, of van de rechtbanken, tijdens het proces, die krachtens de Roemeense wetgeving bevoegd zijn op grond van het onderwerp of de persoonlijke hoedanigheid. De territoriale bevoegdheid wordt bepaald op basis van de woon- of verblijfplaats van de persoon die via videoconferentie wordt gehoord.

5^1) Verzoeken betreffende handelingen die krachtens de Roemeense wetgeving onder de bevoegdheid vallen van het directoraat voor Onderzoek naar Georganiseerde Criminaliteit en Terroristische Daden (Direcția de Investigare a Infracțiunilor de Criminalitate Organizată și Terorism) of van het nationaal directoraat voor Corruptiebestrijding (Direcția Națională Anticorupție), worden door deze autoriteiten behandeld.

6) De hoorzitting via videoconferentie vindt plaats volgens de volgende regels:

a) de hoorzitting vindt plaats in aanwezigheid van de bevoegde Roemeense rechter of aanklager, die in voorkomend geval wordt bijgestaan door een tolk; zij controleren de identiteit van de persoon die wordt gehoord en moeten ervoor zorgen dat de fundamentele beginselen van het Roemeense recht worden nageleefd. Indien de rechter of de openbaar aanklager vaststelt dat de fundamentele beginselen van het Roemeense recht zijn geschonden, neemt hij onmiddellijk de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de hoorzitting overeenkomstig het Roemeense recht plaatsvindt.

b) Informatie over de procedurele vereisten voor het geven van toestemming over het gebruik van videoconferenties of andere technologieën voor communicatie op afstand voor het houden van de hoorzitting

In artikel 235, lid 3, van het wetboek van strafvordering is bepaald dat toestemming moet worden gegeven voor de hoorzitting, zonder te specificeren welke technische middelen voor de hoorzitting moeten worden gebruikt. De bepalingen worden aangevuld met die van artikel 106, lid 2, van het wetboek van strafvordering.

c) Informatie over de wijze waarop de toegang tot de noodzakelijke videoconferentie-infrastructuur wordt gewaarborgd voor de verdachte, de beklaagde of de veroordeelde, of de getroffen persoon in de zin van artikel 2, lid 10, van Verordening (EU) 2018/1805, ook met betrekking tot personen met een handicap

Het nationale recht voorziet niet uitdrukkelijk in toegang tot de noodzakelijke videoconferentie-infrastructuur voor bovengenoemde personen.

In strafrechtelijke procedures was het verhoor via videoconferentie alleen mogelijk voor personen die in hechtenis zijn genomen of gevangen zijn gezet, en indien zij daar toestemming voor gaven.

d) Informatie over de wijze waarop de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen de advocaat en de cliënt vóór en tijdens de hoorzitting met videoconferentie wordt gewaarborgd

Vertrouwelijke communicatie met de verdediging is mogelijk.

e) Informatie over hoe de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen of andere volwassenen via videoconferentie of andere technologie voor communicatie op afstand worden geïnformeerd over het horen van een kind — op welke manier wordt er rekening gehouden met het belang van het kind

Artikel 111 van het wetboek van strafvordering

Lid 8 — Indien de benadeelde partij minderjarig is, moet het verhoor in alle gevallen worden opgenomen met behulp van audio-videotechnische middelen. Wanneer video-opname niet mogelijk is, wordt de opname in alle gevallen met behulp van audiotechnische middelen verricht.

Lid 8^1 Het horen van een benadeelde persoon die jonger is dan 14 jaar vindt plaats in aanwezigheid van een van zijn/haar ouders, een voogd of de persoon of vertegenwoordiger van de instelling die belast is met de opvoeding en educatie van het kind, en in aanwezigheid van een door de rechterlijke instantie gekozen psycholoog. De psycholoog verstrekt de minderjarige gedurende de gehele gerechtelijke procedure deskundig advies.

Lid 8^3 Indien het verhoor van de minderjarige benadeelde betrekking heeft op de werkzaamheden van het orgaan waaraan zijn/haar opvoeding en educatie zijn toevertrouwd, wordt de vertegenwoordiger van dat orgaan vervangen door de vertegenwoordiger van de voogdij-autoriteit of door een familielid met volledige handelingsbevoegdheid, alsmede door een door het gerechtelijk orgaan aangewezen psycholoog. De psycholoog verstrekt de minderjarige gedurende de gehele gerechtelijke procedure deskundig advies.

f) informatie over de vraag of het nationale recht voorziet in de opname van de hoorzitting; en, indien voorzien, informatie over de opslag en verspreiding van opnamen; informatie over het gebruik van technologieën voor spraak-naar-tekstomzetting

Artikel 15 van Wet nr. 304/2022 betreffende het rechtssysteem voorziet in de mogelijkheid van audio- of video-opnamen.

Artikel 15

1) Hoorzittingen worden door de rechtbank door middel van video- of audiotechnische middelen opgenomen.

2) Tijdens de hoorzitting maakt de griffier notities over het verloop van de procedure. De partijen kunnen verzoeken dat de notities door de voorzittende rechter worden voorgelezen en bekrachtigd.

3) Na afloop van de hoorzitting ontvangt elk van de procesdeelnemers op verzoek een afschrift van de notities van de griffier.

4) De transcripties van mondelinge getuigenissen die tijdens het proces worden afgelegd en die automatisch via de informatietechnologie worden vastgelegd, indien de rechtbank deze technologie heeft toegepast, worden op verzoek aan de partijen overhandigd door de griffier, met inachtneming van het interne reglement van orde van de rechtbanken.

5) Het dossier van de aanhangige zaken wordt opgesteld en gearchiveerd op papier.

6) Onverminderd het bepaalde in lid 5 wordt het nationale elektronische dossiersysteem in de rechterlijke instanties toegepast onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de verordening die is vastgesteld bij gezamenlijk bevel van de minister van Justitie en de voorzitter van de Hoge Raad van Cassatie en Justitie, zoals bekrachtigd door de Hoge Raad voor de magistratuur; de partijen kunnen overeenkomstig de wet op dezelfde wijze internettoegang krijgen tot het procesdossier, de elektronische betekening van processtukken en de indiening van de documenten in het dossier.

In strafzaken worden de volgende bijzondere procedurele regels vastgesteld:

Artikel 110, lid 5, wetboek van strafvordering

Registratie van verklaringen

5) Tijdens strafrechtelijke procedures wordt het verhoor van de verdachte of beklaagde opgenomen door middel van video- of audiotechnische apparatuur. Wanneer een opname niet mogelijk is, moet dit worden gedocumenteerd in de verklaring van de verdachte of beklaagde, waarbij uitdrukkelijk wordt vermeld waarom de opname niet mogelijk was.

Momenteel wordt een tool voor spraak-naar-tekstomzetting ontwikkeld.

g) Informatie over de beschikbare rechtsmiddelen onder nationale wetgeving die een verdachte, beklaagde, veroordeelde of betrokkene in een geval van schending van de eisen of garanties conform artikel 6 van de verordening kan inzetten

Artikel 342 “Voorwerp van prejudiciële procedures” van het wetboek van strafvordering

Het voorwerp van prejudiciële procedures omvat de toetsing van de bevoegdheid en de rechtmatigheid van de verwijzing naar de rechter na de indiening van een aanklacht, alsmede de toetsing van de rechtmatigheid van de behandeling van bewijsmateriaal en van het verloop van de procedure door het openbaar ministerie.

Wanneer het bewijsmateriaal dat tijdens de strafprocedure is verzameld, wordt betwist op grond van artikel 374 van het wetboek van strafvordering, is de rechtbank verplicht ten minste het betwiste bewijsmateriaal opnieuw te verzamelen.

h) Informatie over de in Roemenië beschikbare videoconferentietechnologie of het meest gebruikte videoconferentieplatform/de meest gebruikte oplossing voor videoconferentie

De beschikbare technologie bestaat uit “op maat gemaakte inhouse IT-oplossingen” (op maat gemaakte IT-oplossingen die intern zijn ontwikkeld) / Zoom, Teams enz., die via een connector meerdere videoconferentieplatforms integreren. Voor het plannen en uitvoeren van videoconferenties gebruiken rechtbanken een IT-platform/oplossing die via een connector meerdere specifieke platforms (Zoom, Teams enz.) integreert.

i) Informatie over de praktische regelingen voor de organisatie en uitvoering van de hoorzitting Met name, met welke autoriteit moet contact worden opgenomen? Gelden er bijzondere eisen (bv. noodzakelijke informatie die moet worden verstrekt) om contact op te nemen met die autoriteit?

De verzoeken voor de organisatie en uitvoering van de hoorzitting moeten de technische bijzonderheden van de verbindingslink en van de apparatuur van de verzoekende autoriteit bevatten, evenals informatie over de vastgestelde hoorzittingsdatum (datum en tijd volgens GMT), die aan de aangezochte autoriteiten moet worden meegedeeld. Bovendien moet het verzoek de door de verzoekende rechter voorgestelde datum en tijd voor de test van de tools bevatten, die in de regel twee tot drie dagen vóór de vastgestelde datum van de hoorzitting plaatsvindt enz.

j) De vraag of technologieën voor spraak-naar-tekstomzetting worden gebruikt in het kader van hoorzittingen

Momenteel wordt een tool voor spraak-naar-tekstomzetting ontwikkeld.

k) Hoe de verdachte, beklaagde of veroordeelde, of een betrokkene, wordt geïdentificeerd en geauthenticeerd

Artikel 107 “Vragen die specifiek betrekking hebben op de verdachte of beklaagde” van het wetboek van strafvordering

1) Aan het begin van de eerste hoorzitting stelt het gerechtelijk orgaan de verdachte of beklaagde vragen over zijn of haar achternaam, voornaam, bijnaam, geboortedatum en plaats, persoonlijk identificatienummer, achternaam en voornaam van zijn of haar ouders, nationaliteit, burgerlijke staat, militaire staat, opleiding, beroep of bezigheid, werkplek, woonplaats en adres waar hij of zij daadwerkelijk woont, het adres waar hij of zij de processtukken wenst te betekenen, zijn of haar strafblad en of er een andere strafprocedures tegen hem of haar lopen, of hij of zij om een tolk verzoekt indien hij of zij het Roemeens niet goed begrijpt, spreekt of zich er niet goed in kan uitdrukken, alsook over andere gegevens die zijn bedoeld om zijn of haar persoonlijke status vast te stellen.

2) De in lid 1 bedoelde vragen worden alleen bij latere hoorzittingen herhaald wanneer het gerechtelijk orgaan dit nodig acht.

Het nationale recht voorziet niet in methoden voor de identificatie en authenticatie van partijen wanneer de hoorzitting via videoconferentie of andere technologieën voor communicatie op afstand wordt gehouden.

l) Hoe de verdachte, beklaagde of veroordeelde of een betrokkene vragen kan stellen en, indien dat niet kan, hoe hij of zij op betekenisvolle wijze kan deelnemen aan de procedure

In artikel 122 “Verhoor van de getuige” van het wetboek van strafvordering is tijdens het strafproces het volgende bepaald:

1) Elke getuige wordt afzonderlijk gehoord, zonder aanwezigheid van andere getuigen.

2) De getuige mag alles zeggen wat hij/zij weet over de feiten of feitelijke omstandigheden waarvoor hij/zij is aangewezen om die te onderbouwen, waarna hem/haar vragen kunnen worden gesteld.

3) Het is niet toegestaan de getuige vragen te stellen over politieke, ideologische of religieuze opties of over andere persoonlijke of familiale omstandigheden, tenzij het strikt noodzakelijk is de waarheid in de zaak vast te stellen of de geloofwaardigheid van de getuige te controleren.

m) Hoe de verdachte, beklaagde of veroordeelde of een betrokkene gebruik kan maken van het recht op bijstand door een tolk

Artikel 12 “Officiële taal en recht op bijstand door een tolk” van het wetboek van strafvordering

1) De officiële taal in strafrechtelijke procedures is het Roemeens.

2) Roemeense burgers die tot nationale minderheden behoren, hebben het recht zich voor de rechter in hun moedertaal uit te spreken en de processtukken worden opgesteld in het Roemeens.

3) Partijen of partijen bij geschillen die het Roemeens niet goed begrijpen, spreken of zich er niet goed in kunnen uitdrukken, krijgen de mogelijkheid om kosteloos bijgestaan te worden door een tolk, teneinde kennis te nemen van het dossier, te spreken en conclusies voor te leggen aan de rechtbank. Wanneer rechtsbijstand verplicht is, wordt de verdachte of beklaagde de mogelijkheid geboden om kosteloos bijgestaan te worden door een tolk om met de advocaat te kunnen communiceren om zich voor te bereiden op de hoorzitting, om een beroep in te dienen of om vorderingen in te dienen die verband houden met de beslechting van de zaak.

4) In gerechtelijke procedures wordt gebruikgemaakt van overeenkomstig de wet gemachtigde tolken. Zij worden opgenomen in de categorie van door de wet erkende tolken en vertalers.

n) Hoe ongeautoriseerde toegang tot gevoelige data of gegevensstromen naar onbekende entiteiten wordt voorkomen

Wet nr. 182 van 12 april 2002 betreffende de bescherming van vertrouwelijke informatie bevat bepalingen inzake nationale beschermingsnormen voor vertrouwelijke informatie en bepalingen inzake het verhinderen van toegang tot gevoelige gegevens.

Hoofdstuk IV van het nieuwe wetboek van strafvordering behandelt fraude via informatiesystemen en elektronische betaalmiddelen.

De verbindingslink wordt naar de betrokken partij in de dagvaarding verzonden en het communicatiesysteem is beperkt tot het WAN-netwerk van de rechterlijke macht.

Artikel 17, lid 1, punt c) — Vergoedingen voor procedures in burgerlijke en handelszaken

a) Procedures waarin is voorzien in de Verordeningen (EG) nr. 1896/2006, (EU) nr. 861/2007, (EU) nr. 655/2014 en (EC) nr. 805/2004

Verordening (EG) nr. 1896/2006:

verzoeken om een Europees betalingsbevel — 200 RON; verweerschrift tegen het Europees betalingsbevel — 100 RON; zie artikel 6, leden 2 en 2^1, van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten.

Verordening (EG) nr. 861/2007:

een vergoeding van 50 RON indien de waarde van de vordering niet meer bedraagt dan 2 000 RON of indien de waarde in EUR niet meer bedraagt dan het equivalent van 2 000 RON, en van 200 RON indien de waarde van de vordering meer bedraagt dan 2 000 RON of indien de waarde in EUR meer bedraagt dan het equivalent van 2 000 RON;

zie artikel 6, lid 1, van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten.

Verordening (EU) nr. 655/2014

De vergoeding bedraagt 100 RON. zie artikel 11, lid 1, punt a), van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten.

Verordening (EG) nr. 805/2004

De vergoeding bedraagt 20 RON. Zie artikel 27 van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten.

b) Procedures tot erkenning, een uitvoerbaarverklaring of weigering van erkenning, waarin is voorzien in de Verordeningen (EU) nr. 650/2012, (EU) nr. 1215/2012 en (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad, en de Verordeningen (EG) nr. 4/2009, (EU) 2016/1103, (EU) 2016/1104 en (EU) 2019/1111 van de Raad

Procedures tot erkenning, een uitvoerbaarverklaring of weigering van erkenning, waarin is voorzien in de Verordeningen (EU) nr. 650/2012, (EU) nr. 1215/2012 en (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad, en de Verordeningen (EG) nr. 4/2009 en (EU) 2019/1111 van de Raad

De vergoeding bedraagt 20 RON. Zie artikel 27 van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten.

Verordening (EU) 2016/1103 — niet van toepassing in Roemenië

Verordening (EU) 2016/1104 — niet van toepassing in Roemenië

c) Procedures met betrekking tot de afgifte, rectificatie en intrekking van de in Verordening (EG) nr. 4/2009 bedoelde uittreksels, de Europese erfrechtverklaring en de in Verordening (EU) nr. 650/2012 bedoelde verklaringen, de in Verordening (EU) nr. 1215/2012 bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) nr. 606/2013 bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) 2016/1103 bedoelde verklaringen, de in Verordening (EU) 2016/1104 bedoelde verklaringen en de in Verordening (EU) 2019/1111 bedoelde certificaten

Procedures met betrekking tot de afgifte, rectificatie en intrekking van uittreksels als bedoeld in Verordening (EG) nr. 4/2009 — kosteloos.

Zie artikel 22 van Wet nr. 36/2012 betreffende bepaalde maatregelen voor de toepassing van bepaalde regels en besluiten van de Raad van de Europese Unie en instrumenten van internationaal privaatrecht op het gebied van onderhoudsverplichtingen.

Procedures met betrekking tot de afgifte, rectificatie en intrekking van de voor het Europees erfopvolgingcertificaat en de verklaringen bedoelde uittreksels, zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 650/2012

Volgens artikel 23 van Besluit nr. 177/C/2024 van de minister van Justitie van 19 januari 2024 tot goedkeuring van de regels tot vaststelling van de minimumtarieven voor de diensten van notarissen:

Artikel 23, lid 1 In de erfopvolgingsprocedure worden de vergoedingen voor de afgifte van een erfrechtverklaring per erfrechtverklaring vastgesteld, ongeacht het aantal erfgenamen, rekening houdend met de drempelwaarden, de categorieën diensten en procedures en de mate van verwantschap van de erfgenamen met de overledene.

2) De aldus vastgestelde vergoedingen zijn alleen van toepassing op de wettelijke erfgenamen van de overledene.

3) Voor erfgenamen op grond van een testament die noch echtgenoten noch verwanten in een graad van erfopvolging met de overledene zijn, worden de vergoedingen verhoogd met 25 %.

4) Voor opeenvolgende erfenissen wordt de vergoeding per nalatenschap vastgesteld.

5) Voor de afgifte van een bijkomende erfrechtverklaring wordt de vergoeding berekend overeenkomstig de leden 1 en 4 en de in bijlage 3 vermelde drempelwaarden, met verwijzing naar de goederen die onder de toevoeging vallen en die in de nalatenschap zijn opgenomen.

6) Voor de afgifte van een Europese erfrechtverklaring wordt de vergoeding vastgesteld door 20 % toe te passen op de vergoeding die is vastgesteld voor de afgifte van de betreffende erfrechtverklaring, maar niet minder dan de in bijlage 3, punt a), vermelde minimumvergoeding.

BIJLAGE 3 bij het Reglement

ERFOPVOLGINGSPROCEDURE

waarvoor de minimumvergoedingen per drempelwaarde worden verhoogd en in percentages worden uitgedrukt

Waarde van de nalatenschap waarop de minimumvergoeding is vastgesteld Minimumvergoeding*)
a) maximaal 20 000 RON 2,7 %, maar niet minder dan 240 RON/nalatenschapsdossier
b) van 20 001 tot 35 000 RON 540 RON + 1,9 % voor bedragen van meer dan 20 001 RON
c) van 35 001 tot 65 000 RON 725 RON + 1,6 % voor bedragen van meer dan 35 001 RON
d) meer dan 65 001 RON 1 205 RON + 0,85 % voor bedragen van meer dan 65 001 RON

Procedures met betrekking tot de afgifte van de in Verordening (EU) nr. 1215/2012 bedoelde certificaten, de in Verordening (EU) nr. 606/2013 bedoelde certificaten en de in Verordening (EU) 2019/1111 bedoelde certificaten

De vergoeding bedraagt 20 RON. Zie artikel 27 van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten.

Procedures met betrekking tot de afgifte, rectificatie en intrekking van uittreksels als bedoeld in Verordening (EU) 2016/1103, verklaringen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/1104 — de twee verordeningen worden niet toegepast in Roemenië.

d) Procedures die zijn ingeleid op grond van een vordering van een buitenlandse schuldeiser in insolventieprocedures op grond van artikel 53 van Verordening (EU) 2015/848

De vergoeding bedraagt 200 RON. Zie artikel 14, lid 1, van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten.

e) Communicatie tussen natuurlijke of rechtspersonen of hun vertegenwoordigers en de centrale autoriteiten op grond van de Verordeningen (EG) nr. 4/2009 en (EU) 2019/1111 of de bevoegde autoriteiten op grond van hoofdstuk IV van Richtlijn 2003/8/EG

Kosteloos

Artikel 17, lid 1, punt d) — Nadere gegevens over de elektronische betalingsmethoden die beschikbaar zijn voor verschuldigde vergoedingen in grensoverschrijdende zaken

Gerechtelijke zegelrechten

Artikel 40 van Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende de gerechtelijke zegelrechten

1) De gerechtelijke zegelrechten worden door de schuldenaar van de vergoeding in contanten, per bankoverschrijving of online betaald op een afzonderlijke ontvangstenrekening van de lokale begroting met de titel “Gerechtelijke zegelrechten en andere zegelrechten” van de administratief-territoriale eenheid waar de natuurlijke persoon zijn woonplaats of verblijfplaats heeft of, in voorkomend geval, waar de rechtspersoon zijn statutaire zetel heeft. De kosten van de overschrijvingen van de verschuldigde bedragen voor gerechtelijke zegelrechten worden gedragen door de schuldenaar van de vergoeding.

2) Indien de schuldenaar zijn woonplaats, verblijfplaats of statutaire zetel niet in Roemenië heeft, wordt het bedrag van de gerechtelijke zegelrechten overgemaakt op de rekening van de lokale begroting van de administratief-territoriale eenheid van de rechtbank waar de vordering is ingesteld of het verzoek is ingediend.

Lijst van rekeningen van de schatkist per rechtbankjurisdictie voor de betaling van de gerechtelijke zegelrechten (niet-ingezetenen) — Bijlage 1 (1880 kB)

Noodverordening nr. 80/2013 van de regering betreffende gerechtelijke zegelrechten — Bijlage 2 (40 kB)

Calculator voor zegelrechten — Bijlage 3 (43 kB)

De staatsschatkist is een rechtstreekse deelnemer aan het elektronische betalingssysteem in Roemenië en vergemakkelijkt alleen de inning en betaling in RON, en uitsluitend binnen het grondgebied van Roemenië.

Als rechtstreekse deelnemer aan het elektronische betalingssysteem in Roemenië regelt de staatsschatkist betalingen volgens betalingsdocumenten waarmee openbare instellingen en marktdeelnemers opdracht geven tot het verrichten van betalingen op rekeningen die bij deze instellingen zijn geopend. Zij verzamelt ook de bedragen die door de betalers worden overgemaakt via de in de volgende systemen ingeschreven entiteiten:

Indien de betaler een betaling verricht van zijn eigen rekening bij een kredietinstelling in het buitenland, moet die instelling een correspondentbank in Roemenië hebben waarmee de afwikkeling van de respectieve bedragen wordt verricht. Zoals ook in het geval van betalingen van rekeningen die bij kredietinstellingen in Roemenië zijn geopend, is het noodzakelijk om informatie over de begunstigde van de betaling op te nemen, met name de IBAN-code van de rekening waarnaar de betaling wordt gedaan en het fiscaal identificatienummer van de begunstigde.

Advies van deskundigen en waarborgsommen

De vergoedingen voor deskundig advies worden in contanten in RON geïnd op de verzamelrekeningen die zijn geopend bij de districtskantoren of de stadskantoren van Boekarest, op naam van de lokale expertisebureaus (Birouri Locale de Expertiză) die bij de territoriale rechtbanken of de rechtbank van Boekarest zijn aangesloten. De door de rechtbank vastgestelde bedragen als vergoedingen voor deskundig advies worden op werkdagen in de kantoren van de CEC Bank S.A. geïnd tijdens de vaste werktijden. Deze methode voor het innen van vergoedingen is vastgelegd in de Overeenkomst betreffende de verzamelrekening nr. RU15 van 17 augustus 2006 (nr. MJ 78627), die is uitgebreid met addendum nr. 441 van 9 juli 2014 en nr. 838 van 5 november 2015. Lijst van de rekeningen van de CEC Bank S.A. voor de betaling van vergoedingen voor deskundig advies — Bijlage 6 (390 kB)

De in naam van en ter beschikking van de rechtbanken ingediende waarborgsommen kunnen worden betaald aan de balie van de bank of via bankoverschrijving, waarbij in het betalingsbevel duidelijk alle noodzakelijke gegevens worden vermeld om de rechtbank (als begunstigde van het bedrag) te identificeren, alsook de rechtszaak waarvoor de borgstelling wordt gedaan. Lijst van de rekeningen van de CEC Bank S.A. voor de betaling van waarborgsommen — Bijlage 7 (568 kB)

Overeenkomstig artikel 671 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt het deponeren of verzenden van geldbedragen met het oog op de wettelijke deelname aan de executieprocedure of het verkrijgen van de opschorting van de executie, het storten van bedragen met een speciaal doel, alsmede het deponeren of verzenden van de inkomsten uit in beslag genomen activa of de opbrengst van de verkoop van deze activa verricht bij CEC Bank S.A., de staatsschatkist of een andere kredietinstelling die gemachtigd is om consignatietransacties uit te voeren, ter beschikking van de executierechtbank of de gerechtsdeurwaarder.

De storting of verzending van deze bedragen kan worden aangetoond aan de hand van het consignatiebewijs of een ander document dat wettelijk is aanvaard.

Deze bedragen worden aan de rechthebbenden of hun vertegenwoordigers slechts vrijgegeven op grond van een bevel van de gerechtsdeurwaarder of, in voorkomend geval, van de executierechter.

De bepalingen van de artikelen 1057 e.v. betreffende waarborgsommen worden dienovereenkomstig toegepast.

Bovendien wordt, overeenkomstig artikel 1057, lid 1, van dezelfde wet, wanneer de wet voorziet in een waarborgsom, het bedrag dat de betrokken partij verplicht is te betalen, door de rechtbank op grond van de wet vastgesteld en voor rekening van de betrokken partij gestort bij de staatskas, CEC Bank S.A. of elke andere kredietinstelling die dergelijke transacties verricht, en ter beschikking van de rechtbank of, in voorkomend geval, de gerechtsdeurwaarder.

Calculator voor waarborgsommen — Bijlage 8 (47 kB)

Op het niveau van elk districtskantoor en voor de stad Boekarest is er een rekening van CEC BANK S.A. die is aangewezen voor de storting van de vergoedingen voor deskundig advies. De rekening wordt aangehouden op naam van het plaatselijke expertisebureau (dat overeenkomt met de territoriale rechtbank waaraan het is toegevoegd), evenals een consignatierekening voor bedragen die als waarborgsommen zijn vastgesteld.

Juridische kosten die vooraf door de staat worden betaald, alsmede boeten in het kader van gerechtelijke, strafrechtelijke of administratieve procedures

De bedragen die worden geïnd uit de door de staat vooraf betaalde gerechtelijke kosten uit de door het ministerie van Justitie en het openbaar ministerie goedgekeurde begrotingen voor de uitvoering van strafrechtelijke procedures, die worden gedragen door de partijen of andere deelnemers aan de gerechtelijke procedure zoals bepaald in het wetboek van strafvordering, en uit gerechtelijke boeten, worden vastgesteld als inkomsten voor de staatsbegroting en worden overgemaakt naar een afzonderlijke inkomstenrekening.

De vergoedingen kunnen worden betaald bij de kantoren van het nationaal bureau van de belastingdienst waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats heeft, overeenkomstig de wet op de uitvoering van de belastingverplichtingen.

De verplichting om de gerechtelijke kosten aan de staat te betalen vormt een fiscale schuld. Het dictum van het arrest, dat de verplichting omvat om de uit de staatsbegroting aan de staat gedane bedragen terug te betalen, vormt een executoriale titel en wordt onmiddellijk aan de bevoegde instanties meegedeeld.

Artikel 31 van Wet nr. 207/2015 betreffende de wet op de fiscale procedure luidt:

“1) In het geval van door de centrale fiscale instantie beheerde belastingvorderingen wordt onder fiscale woonplaats verstaan:

a) voor natuurlijke personen, het adres waar zij hun wettelijk domicilie hebben of het adres waar zij daadwerkelijk wonen, indien verschilt van het domicilie;

b) voor natuurlijke personen die als zelfstandigen economische activiteiten of vrije beroepen uitoefenen, de zetel van het bedrijf of de plaats waar zij daadwerkelijk hun voornaamste activiteit uitoefenen;

c) voor rechtspersonen, de zetel of de plaats van feitelijke administratie en bedrijfsvoering van de bedrijfsactiviteiten, indien deze niet worden verricht op de opgegeven zetel;

d) voor verenigingen en andere entiteiten die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, hun hoofdkantoor of de plaats waar zij daadwerkelijk hun belangrijkste activiteit uitoefenen.”

De gegevens als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt e), van de verordening

Niet van toepassing

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina