Overslaan en naar de inhoud gaan

Digitaliseringsverordening — Kennisgevingen van de lidstaten

Polen

Deze pagina bevat informatie over de kennisgevingen die de lidstaten op grond van Verordening (EU) 2023/2844 hebben gedaan.

Inhoud aangereikt door
Polen
Flag of Poland

1. Nationale IT-portalen voor de communicatie met rechtbanken of andere autoriteiten

Aan Poolse zijde zijn er geen nationale IT-portalen met functies die gelijkwaardig zijn aan die van het bij Verordening (EU) 2023/2844 betreffende digitalisering ingestelde Europees elektronisch toegangspunt (artikel 4 van de verordening).

Niettemin wordt bij de gewone rechterlijke instanties gebruikgemaakt van een informatieportaal dat tot doel heeft de toegang tot informatie over de huidige status van zaken en over de handelingen die in het kader daarvan zijn verricht, te vergemakkelijken voor de entiteiten die krachtens de geldende wettelijke bepalingen daartoe bevoegd en gemachtigd zijn, en met name voor de partijen bij de procedure en hun vertegenwoordigers, evenals voor rechters en openbare aanklagers. Dit portaal biedt ook de mogelijkheid om processtukken of andere stukken ter kennis te brengen van de openbaar aanklager, de advocaat van de verdediging en de wettelijke vertegenwoordiger (advocaat of juridisch adviseur), alsook van het bureau van de algemene raad voor justitie van de Republiek Polen, door ze via dat portaal beschikbaar te stellen.

2. Nationaal recht inzake videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

De voorzitter kan gelasten dat een hoorzitting op afstand wordt gehouden, ambtshalve of op verzoek van een persoon die is uitgenodigd om eraan deel te nemen en die een e-mailadres heeft opgegeven, mits de aard van de handelingen die tijdens de hoorzitting moeten worden verricht dit niet verhinderen, en de volledige bescherming van de procedurele rechten van de partijen en het goede verloop van de procedure bij het houden van de hoorzitting op afstand wordt gewaarborgd. Het verzoek om een hoorzitting op afstand te houden, kan worden ingediend binnen zeven dagen na de datum van kennisgeving van de oproeping of de bekendmaking van de hoorzitting. Bij het gelasten van een hoorzitting op afstand kan de voorzitter verduidelijken dat een bepaalde persoon aan de hoorzitting op afstand zal deelnemen buiten het gebouw van het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, indien die persoon zich in het gebouw van een ander gerecht bevindt.

Wanneer een oproeping voor een hoorzitting op afstand wordt verzonden, worden de deelnemers in kennis gesteld van de mogelijkheid om in de rechtszaal te verschijnen of te verklaren dat zij voornemens zijn om op afstand deel te nemen. Voorts wordt gepreciseerd dat dit voornemen uiterlijk drie werkdagen vóór de geplande datum van de hoorzitting kenbaar moet worden gemaakt, en dat de inachtneming van de vormvereisten volstaat om de verklaring geldig te kunnen achten, namelijk het gebruik van technieken voor communicatie op afstand waarmee de persoon die de verklaring aflegt, met zekerheid kan worden geïdentificeerd, samen met een vermelding van zijn e-mailadres. In dat geval worden de deelnemers uiterlijk 24 uur vóór de datum van de hoorzitting ook in kennis gesteld van de inhoud van de bepalingen inzake de hoorzitting op afstand, het adres van de website met informatie over de technische normen van de software en de hardware die nodig zijn om deel te nemen aan de hoorzitting op afstand, evenals de nadere bepalingen voor de verbinding.

De verplichting om te verklaren dat men voornemens is op afstand deel te nemen, geldt niet voor personen die van hun vrijheid zijn beroofd. De voorzitter kan gelasten dat de persoon die van zijn vrijheid is beroofd, uitsluitend in het kader van een hoorzitting op afstand aan de procedure deelneemt. In dat geval wordt de hoorzitting op afstand bijgewoond, in de plaats van detentie van die persoon, door een vertegenwoordiger van het bestuur van de strafinrichting of het huis van bewaring, een vertegenwoordiger indien deze is aangewezen, en een tolk indien deze is aangesteld. Dezelfde regels zijn van toepassing op personen die een therapeutische behandeling ondergaan.

Een persoon die geen geldig verzoek heeft ingediend om een hoorzitting op afstand te houden of die niet kenbaar heeft gemaakt dat hij voornemens is op afstand deel te nemen, moet op de hoorzitting verschijnen in het gebouw van het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, zonder dat een bijkomende oproeping nodig is.

Een persoon die deelneemt aan een hoorzitting op afstand en zich buiten het gerechtsgebouw bevindt, moet de rechtbank informeren over zijn locatie en ervoor zorgen dat de omstandigheden van die locatie in overeenstemming zijn met de waardigheid van het gerecht en geen belemmering vormen voor de uitvoering van proceshandelingen met zijn deelname. Indien de persoon weigert de vermelde informatie te verstrekken of indien zijn gedrag gegronde twijfel doet rijzen over het goede verloop van de handelingen die met zijn deelname op afstand worden verricht, kan de rechtbank hem oproepen om persoonlijk in de rechtszaal te verschijnen.

De bepalingen inzake hoorzittingen op afstand zijn niet van toepassing op een hoorzitting met gesloten deuren, tenzij alle deelnemers zich in de gerechtsgebouwen bevinden (met name in zaken betreffende de nietigverklaring van een huwelijk, de erkenning van het al dan niet bestaan van het huwelijk, echtscheiding of scheiding van tafel en bed op verzoek van een van de echtgenoten, tenzij beide partijen om openbaarheid van de procedure verzoeken en de rechtbank van oordeel is dat de procedure niet schadelijk is voor de zedelijkheid). Het houden van een hoorzitting met gesloten deuren bij zaken met betrekking tot de nietigverklaring van een huwelijk, de erkenning van het al dan niet bestaan van een huwelijk, echtscheiding of scheiding van tafel en bed staat het gebruik van bewijsmiddel op afstand tijdens een hoorzitting op afstand niet in de weg indien dit het onderzoek van de zaak aanzienlijk zou versnellen of de proceskosten aanzienlijk zou verlagen.

De bepalingen inzake hoorzittingen op afstand zijn niet van toepassing op de persoon op wie een verzoek om ondertoezichtstelling betrekking heeft, indien deze persoon moet worden gehoord, noch op de deelname van deskundigen aan die procedure.

De bemiddelaar kan een bemiddelingsbijeenkomst houden met behulp van technische voorzieningen die het mogelijk maken om ze op afstand te houden, indien de partijen daarmee instemmen.

De videoconferentiesystemen die worden gebruikt voor hoorzittingen op afstand zijn Jitsi (WebRTC), Avaya Equinox (H.232, SIP, WebRTC).

Er is aanvullende informatie over hoorzittingen die worden gehouden via videoconferentie beschikbaar voor alle deelnemers op de websites van de rechtbanken, met name over de mogelijkheid om de verbinding te testen, de contactgegevens van de helpdesk en instructies.

De bepalingen inzake de verplichting om het verloop van de hoorzitting te registreren met behulp van geluids- of audiovisuele opnameapparatuur, gelden ook voor hoorzittingen die op afstand worden gehouden. De gemaakte opname en de metagegevens ervan worden in het informatie- en communicatiesysteem bewaard onder omstandigheden waarbij de vertrouwelijkheid, de integriteit en de bescherming tegen verlies of vernietiging ervan zijn gewaarborgd (zie de verordening van de minister van Justitie van 2 maart 2015 betreffende de geluids- of audiovisuele opname van het verloop van een openbare hoorzitting in burgerlijke procedures; publicatieblad 2023, handeling 309). De partijen en deelnemers aan de procedure hebben het recht om de geluids- of audiovisuele opname uit het dossier te verkrijgen.

Vóór en tijdens de hoorzitting op afstand kunnen de partij en haar vertegenwoordiger ook communiceren via hun eigen communicatiekanalen.

Tijdens videoconferenties wordt geen gebruikgemaakt van technologie voor automatische transcriptie van spraak naar tekst.

De nationale infrastructuur is in overeenstemming met de richtsnoeren over de toegankelijkheid van webinhoud 2.1 voor personen met beperkte mobiliteit, slechthorenden of mensen met een visuele beperking. De platformen Jitsi en Avaya Equinox voldoen aan de WCAG 2.1 9-normen (richtsnoeren inzake toegankelijkheid van webinhoud — Web Content Accessibility Guidelines).

Het gerecht kan de persoonsgegevens van de aanwezige personen controleren aan de hand van een identiteitskaart of om het even welk ander identiteitsbewijs. Tijdens de sessie op afstand tonen de deelnemers hun identiteitsbewijs voor de camera.

Proceshandelingen die tijdens een hoorzitting op afstand worden verricht door de partijen of andere deelnemers die zich buiten de rechtszaal bevinden van het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, zijn geldig tenzij bij wet is vereist dat zij schriftelijk worden uitgevoerd. De partijen kunnen rechtstreeks vragen stellen aan getuigen, of via hun vertegenwoordiger. Een partij kan bezwaar maken tegen het horen van een getuige buiten de rechtszaal in een hoorzitting op afstand, maar niet later dan zeven dagen nadat zij in kennis is gesteld van het voornemen om op deze manier bewijs te verkrijgen. Indien het bezwaar succesvol is, roept het gerecht de getuige op om persoonlijk in de rechtszaal te verschijnen.

Een buitenlandse onderdaan getuigt voor de rechtbank in een taal die hij begrijpt. Dit hoeft niet noodzakelijk zijn moedertaal te zijn. Voor het horen van een getuige die het Pools onvoldoende beheerst, kan de rechtbank een tolk aanwijzen. De honoraria van de tolk worden beschouwd als gerechtskosten. De bepalingen inzake getuigen zijn van overeenkomstige toepassing op het horen van de partijen.

Indien de aard van het bewijs dit niet in de weg staat, kan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt gelasten dat de maatregel van instructie op afstand wordt uitgevoerd in het kader van een hoorzitting op afstand. In haar verzoek om uitvoering van een maatregel van instructie dient de partij het bewijsmiddel aan te geven zodat de uitvoering ervan mogelijk is, en dient zij aan te geven welke feiten zij met dit middel wil vaststellen. In het verzoek kan ook worden verduidelijkt of de partij verzoekt om het bewijsmiddel toe te passen tijdens een hoorzitting op afstand.

Verbindingen via videoconferentie zijn beveiligd door versleuteling van de gegevens die tussen de deelnemers en de justitiële infrastructuur worden uitgewisseld, volgens het TLS-protocol. Daarnaast is elke videoconferentie gekoppeld aan een beveiligde link die specifiek is gegenereerd om de verbinding mogelijk te maken.

3. Nationaal recht inzake videoconferenties in strafzaken

In de Poolse strafprocedure zijn bepalingen vastgesteld die hoorzittingen op afstand mogelijk maken, voornamelijk van getuigen en verdachten.

Het horen van een getuige kan worden uitgevoerd met behulp van technische voorzieningen die het mogelijk maken deze maatregel op afstand uit te voeren, met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid. In het stadium van het strafrechtelijk onderzoek wordt een hoorzitting die wordt uitgevoerd door de openbaar aanklager bijgewoond door een openbaar aanklager in opleiding, een assistent-aanklager of een administratieve ambtenaar van het openbaar ministerie, op de locatie waar de getuige zich bevindt. Tijdens de gerechtelijke procedure wordt deze opdracht uitgevoerd door een rechter in opleiding, een rechter-assessor, een assistent-rechter of een gerechtelijk ambtenaar van de rechtbank van het rechtsgebied waar de getuige zich bevindt. Op de plaats waar de getuige zich bevindt, kan een van de bovengenoemde personen worden vervangen door een vertegenwoordiger van de penitentiaire administratie — indien de getuige zich in een penitentiaire inrichting of in een huis van bewaring bevindt — of door een consulair ambtenaar indien de getuige, een Pools onderdaan, in het buitenland verblijft. Een getuige die wegens ziekte, een beperking of een andere onoverkomelijke belemmering niet voor de rechtbank kan verschijnen, kan in zijn woonplaats worden gehoord. De bepalingen inzake het horen van getuigen op afstand zijn van overeenkomstige toepassing op deskundigen.

Het horen van een getuige op afstand kan in elke fase van de strafprocedure plaatsvinden. De rechter, de openbaar aanklager en elke instantie die met het strafrechtelijk onderzoek is belast, met uitzondering van het openbaar ministerie, zijn dus bevoegd om een dergelijke hoorzitting te houden. In dat geval begeeft een door het hoofd van de met het strafrechtelijk onderzoek belaste instantie gemachtigde ambtenaar of andere medewerker zich naar de getuige op de plaats waar hij zich bevindt. De technische voorwaarden voor het horen van de getuige worden gewaarborgd door de bevoegde instantie die verantwoordelijk is voor de procedure. Het Poolse strafprocesrecht bevat geen specifieke gronden voor het horen van een getuige op afstand. Aangezien in het Poolse recht geen beperkingen zijn vastgesteld op dat gebied, kan de procedurele instantie op verzoek van de partijen of van de getuige ambtshalve beslissen een getuige op afstand te horen. Tegen deze beslissing is geen beroep mogelijk.

In een procedure met betrekking tot voorlopige inhechtenisneming is het mogelijk af te zien van de gedwongen verschijning van de verdachte voor de rechtbank indien zijn deelname aan de hoorzitting is gewaarborgd, met name door de overlegging van zijn verklaringen, met behulp van technische voorzieningen die het mogelijk maken deze hoorzitting op afstand te houden, met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid. Op de plaats waar de verdachte zich bevindt, wordt het verhoor bijgewoond door een rechter-assessor, een assistent-rechter of een vertegenwoordiger van het bestuur van de strafinrichting of het huis van bewaring, indien de verdachte in een dergelijke inrichting in bewaring wordt gehouden. De advocaat van de verdediging neemt deel aan de hoorzitting die op die manier wordt gehouden op de plaats waar de beklaagde zich bevindt, tenzij hij daartoe voor de rechtbank verschijnt of indien de rechter hem verplicht de hoorzitting in het gerechtsgebouw bij te wonen omdat het risico moet worden vermeden dat het verzoek om voorlopige inhechtenisneming niet wordt onderzocht voordat de wettelijke termijn voor inverzekeringstelling is verstreken. Wanneer de advocaat deelneemt aan de hoorzitting op een andere plaats dan de plaats waar de beklaagde zich bevindt, kan de rechter op verzoek van de beklaagde of van zijn advocaat een schorsing voor bepaalde tijd gelasten en toestemming verlenen voor telefonisch contact tussen de advocaat en de beklaagde, tenzij aanvaarding van dat verzoek het goede verloop van de hoorzitting dreigt te verstoren of het tijdige onderzoek van het verzoek om voorlopige inhechtenisneming voordat de wettelijke termijn voor inverzekeringstelling is verstreken, in gevaar zou brengen. De bepaling inzake de deelname van de verdachte aan de hoorzitting op afstand is niet van toepassing indien de beklaagde doof, stom of blind is. De tolk kan de hoorzitting ook bijwonen op de plaats waar de beklaagde zich bevindt.

De voorzitter kan een beklaagde, een burgerlijke partij of een particuliere klager die in hechtenis is genomen, ontslaan van de verplichting om voor de rechtbank te verschijnen, mits de deelname van deze partijen aan de hoorzitting wordt gewaarborgd met behulp van technische voorzieningen die het mogelijk maken deze hoorzitting op afstand te houden, met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid. In dat geval neemt een rechter-assessor of een assistent-rechter die werkzaam is bij de rechtbank van het rechtsgebied waar die partij zich bevindt, of een vertegenwoordiger van het bestuur van de strafinrichting of het huis van bewaring, deel aan de hoorzitting op de plaats waar de betrokken partij zich bevindt, indien de partij in een dergelijke inrichting in bewaring wordt gehouden. De advocaat van de verdediging kan de hoorzitting bijwonen op de plaats waar de beklaagde zich bevindt, of daartoe voor de rechter verschijnen. Wanneer de advocaat deelneemt aan de hoorzitting op een andere plaats dan de beklaagde, kan de rechter op verzoek van advocaat of van de beklaagde een schorsing voor bepaalde tijd gelasten om de hoorzitting dezelfde dag te kunnen voortzetten en toestemming verlenen voor telefonisch contact tussen de advocaat en de beklaagde, tenzij het verzoek kennelijk geen verband houdt met de daadwerkelijke uitoefening van het recht van verdediging en met name tot doel heeft de hoorzitting onnodig te verstoren of te verlengen. Indien de aanwezigheid van een tolk noodzakelijk is tijdens een hoorzitting die wordt gehouden met behulp van technische voorzieningen die deelname op afstand mogelijk maken met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid, woont de tolk de hoorzitting bij op de plaats waar de beklaagde zich bevindt, tenzij de voorzitter anders beslist.

In uitzonderlijke gevallen, wanneer het risico bestaat dat de aanwezigheid van de beklaagde een afschrikkend effect heeft op de toelichtingen van een medebeklaagde of op de verklaringen van een getuige of een deskundige, kan de voorzitter de hoorzitting ook houden met behulp van technische voorzieningen die het mogelijk maken deze maatregel op afstand uit te voeren, met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid. Op de plaats waar de toelichtingen of verklaringen worden gegeven, is bij de maatregel een rechter-assessor, een assistent-rechter of een gerechtelijk ambtenaar betrokken.

In zaken die betrekking hebben op opzettelijke strafbare feiten gericht tegen het leven en de gezondheid, tegen de vrijheid, of strafbare feiten die zijn gepleegd met geweld of ongeoorloofde bedreiging die strafbaar zijn gesteld met een maximumgevangenisstraf van ten minste acht jaar, gelast de voorzitter, wanneer de aanwezigheid van de beklaagde een afschrikkend effect op het slachtoffer kan hebben, op verzoek van het slachtoffer dat de beklaagde de rechtszaal verlaat tijdens zijn hoorzitting (tenzij dit in strijd is met de vereiste om de feiten correct vast te stellen). Tenzij dit om technische of organisatorische redenen niet mogelijk is, staat de voorzitter, wanneer hij de beklaagde gelast de rechtszaal te verlaten, hem toe aan de hoorzitting deel te nemen met behulp van technische voorzieningen die deelname op afstand mogelijk maken, met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid; in dat geval is een rechter-assessor, een assistent-rechter of een gerechtelijk ambtenaar aanwezig op de plaats waar de beklaagde zich bevindt.

De beklaagde kan ook op afstand deelnemen aan de hoorzitting in het kader van de versnelde procedure. Indien de deelname van de dader aan alle gerechtelijke handelingen waaraan hij het recht heeft deel te nemen, met name aan de presentatie van zijn toelichtingen, wordt gewaarborgd met behulp van technische voorzieningen die de verrichting van deze handelingen op afstand mogelijk maken, met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid, kan worden afgezien van zijn verplichte verschijning voor de rechter. In dat geval is bij alle gerechtelijke handelingen die worden verricht met behulp van technische voorzieningen waarmee zij op afstand kunnen worden uitgevoerd, een rechter-assessor of een assistent-rechter die werkzaam is bij de rechtbank van het rechtsgebied waar de dader zich bevindt, aanwezig op de plaats waar deze laatste zich bevindt. De aangewezen advocaat neemt deel aan de gerechtelijke handelingen die worden verricht met behulp van technische voorzieningen waarmee zij op afstand kunnen worden uitgevoerd, op de plaats waar de dader zich bevindt. Indien de aanwezigheid van een tolk noodzakelijk is, neemt deze deel aan de gerechtelijke handelingen die worden verricht met behulp van technische voorzieningen waarmee zij op afstand kunnen worden uitgevoerd, op de plaats waar de dader zich bevindt. In het geval van gerechtelijke handelingen waaraan de beklaagde deelneemt met behulp van technische voorzieningen waarmee zij op afstand kunnen worden uitgevoerd, kunnen de deelnemers aan de procedure alleen mondeling verzoeken en andere verklaringen presenteren en procedurele handelingen verrichten, om in de notulen te worden opgenomen. De rechter moet de beklaagde en zijn advocaat in de eerstvolgende procedurele handeling in kennis stellen van de inhoud van alle processtukken die sinds de aanhangigmaking bij de rechtbank in het dossier zijn opgenomen. Op verzoek van de beklaagde of zijn advocaat is de rechtbank verplicht lezing te geven. Processtukken van de beklaagde of zijn advocaat die niet aan de rechter konden worden toegezonden, kunnen door hen bij de hoorzitting worden gelezen. Zodra zij zijn gelezen, hebben zij processuele werking en worden zij beschouwd als handelingen die mondeling zijn verricht.

Hoorzittingen op afstand zijn ook mogelijk in het kader van de uitvoeringsprocedure. Indien de gerechtelijke procedure betrekking heeft op een veroordeelde persoon die in hechtenis is genomen, kan de rechtszitting plaatsvinden met behulp van technische voorzieningen waarmee zij op afstand kan plaatsvinden, met rechtstreekse en gelijktijdige transmissie van beelden en geluid. Op de plaats waar de veroordeelde persoon zich bevindt, nemen een vertegenwoordiger van het bestuur van de strafinrichting of het huis van bewaring, de advocaat indien deze is aangewezen of ambtshalve is benoemd, en de tolk indien deze is aangewezen, deel aan deze maatregel.

Indien een kind als getuige wordt gehoord, moet de oproeping worden gericht aan de ouders of de voogden. Indien de gehoorde persoon de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, moet de hoorzitting voor zover mogelijk plaatsvinden in aanwezigheid van zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn feitelijke voogd of een door de gehoorde persoon aangewezen volwassene, tenzij dit in strijd is met het belang van de procedure of de gehoorde persoon hiertegen bezwaar maakt.

In de praktijk communiceren de deelnemers aan de procedure schriftelijk, per e-mail of telefonisch met de rechter. In het eerste processtuk dat bij een zaak wordt ingediend, moet een telefoonnummer, een faxnummer en een e-mailadres zijn vermeld, of hierin moet een verklaring zijn opgenomen dat deze niet aanwezig zijn. Deze informatie kan dus worden gecontroleerd tijdens de correspondentie.

Het gerecht kan de persoonsgegevens van de aanwezige personen controleren aan de hand van een identiteitskaart of om het even welk ander identiteitsbewijs. Tijdens de sessie op afstand tonen de deelnemers hun identiteitsbewijs voor de camera. Indien wordt geweigerd zich aan de identiteitscontrole te onderwerpen of wanneer een dergelijke controle onmogelijk is, kan de voorzitter van de rechtsprekende formatie de betrokkene gelasten de plaats waar de gerechtelijke handeling plaatsvindt, te verlaten. Bovendien moet iedere persoon die deelneemt aan een hoorzitting die wordt gehouden met behulp van technische voorzieningen die het mogelijk maken deze op afstand te houden en die zich buiten het gerechtsgebouw bevindt, op verzoek van de voorzitter van de rechtsprekende formatie de plaats waar hij zich bevindt en de identiteit van de personen die hem begeleiden, aangeven.

De nationale infrastructuur is in overeenstemming met de richtsnoeren over de toegankelijkheid van webinhoud 2.1 voor personen met beperkte mobiliteit, slechthorenden of mensen met een visuele beperking. De platformen Jitsi en Avaya Equinox voldoen aan de WCAG 2.1 9-normen (richtsnoeren inzake toegankelijkheid van webinhoud — Web Content Accessibility Guidelines).

De videoconferentiesystemen die worden gebruikt voor hoorzittingen op afstand zijn Jitsi (WebRTC), Avaya Equinox (H.232, SIP, WebRTC). Op de websites van de rechtbanken is voor alle deelnemers aanvullende informatie beschikbaar over hoorzittingen die op afstand worden gehouden, met name over de mogelijkheid om de verbinding te testen, de contactgegevens van de helpdesk en instructies.

Verbindingen via videoconferentie zijn beveiligd door versleuteling van de gegevens die tussen de deelnemers en de justitiële infrastructuur worden uitgewisseld, volgens het TLS-protocol. Daarnaast is elke videoconferentie gekoppeld aan een beveiligde link die specifiek is gegenereerd om de verbinding mogelijk te maken.

Tijdens videoconferenties wordt geen gebruik gemaakt van technologie voor automatische transcriptie van spraak naar tekst.

Het volgende wordt geregistreerd met behulp van apparatuur voor beeld- en geluidsopnamen:

  • het horen van een getuige of een deskundige wanneer het risico bestaat dat deze hoorzitting niet kan worden herhaald tijdens de procedure of wanneer dit plaatsvindt in het kader van een verzoek om wederzijdse rechtshulp door een ander gerecht;
  • het horen van een slachtoffer jonger dan 15 jaar op het moment van de hoorzitting in zaken die verband houden met strafbare feiten die zijn gepleegd met geweld of ongeoorloofde bedreiging, strafbare feiten tegen de vrijheid, seksuele misdrijven of strafbare feiten tegen het gezin en gezinsverplichtingen;
  • het horen van een getuige jonger dan 15 jaar op het moment van de hoorzitting in zaken die verband houden met strafbare feiten die zijn gepleegd met geweld of ongeoorloofde bedreiging, of die zijn bedoeld in de hoofdstukken over seksuele misdrijven of strafbare feiten tegen het gezin en gezinsverplichtingen;
  • het horen van een slachtoffer in zaken van verkrachting, gedwongen seksuele handelingen, seksuele uitbuiting van een toestand van bewusteloosheid of hulpbehoevendheid, of seksuele uitbuiting van een afhankelijkheidsrelatie of een noodsituatie;
  • het horen van een getuige met psychische of ontwikkelingsstoornissen, of die moeilijkheden heeft met percepties of het reconstrueren van percepties, wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat een hoorzitting in andere omstandigheden dan die van een hoorzitting voor de rechtbank in aanwezigheid van een deskundig psycholoog zijn geestelijke toestand kan schaden of aanzienlijk kan belemmeren.

In de beoogde zaken wordt de video- en audio-opname van de hoorzitting verspreid tijdens de hoofdzitting, en worden de notulen van de hoorzitting gelezen.

In andere gevallen kan de rechtbank het verloop van de hoorzitting registreren met behulp van apparatuur voor beeld- en geluidsopnamen, indien de technische mogelijkheden van de rechtbank dit toelaten.

Tegen beslissingen van de voorzitter die tijdens de hoofdzitting zijn genomen, kan beroep worden ingesteld bij de rechtsprekende formatie, tenzij het om een alleensprekende rechter gaat. Onregelmatigheden tijdens het verloop van de procedure, met inbegrip van onregelmatigheden in verband met een hoorzitting op afstand, kunnen ook gronden voor beroep vormen, indien zij van invloed kunnen zijn geweest op de inhoud van de beslissing.

4. Vergoedingen voor procedures in burgerlijke en handelszaken

Verordening (EG) nr. 1896/2006:

Verzoek om een Europees betalingsbevel:

  • 30 PLN — voor een waarde van de vordering van maximaal 500 PLN;
  • 100 PLN — voor een waarde van de vordering van meer dan 500 PLN tot 1 500 PLN;
  • 200 PLN — voor een waarde van de vordering van meer dan 1 500 PLN tot 4 000 PLN;
  • 400 PLN — voor een waarde van de vordering van meer dan 4 000 PLN tot 7 500 PLN;
  • 500 PLN — voor een waarde van de vordering van meer dan 7 500 PLN tot 10 000 PLN;
  • 750 PLN — voor een waarde van de vordering van meer dan 10 000 PLN tot 15 000 PLN;
  • 1 000 PLN — voor een waarde van de vordering van meer dan 15 000 PLN tot 20 000 PLN;
  • de helft van deze bedragen moet worden betaald in geval van een verzoek tot nietigverklaring van het Europees betalingsbevel;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van de uitvoering van het Europees betalingsbevel.

Verordening (EG) nr. 861/2007:

  • 100 PLN — voor een verzoek in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van de uitvoering van een in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing.

Verordening (EU) nr. 655/2014:

  • 100 PLN — voor een verzoek om een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen, tot wijziging, nietigverklaring, vervallenverklaring, wijziging van de uitvoering, beperking of intrekking van de uitvoering van het genoemde bevel;
  • 100 PLN — voor een verzoek tot het verkrijgen van rekeninginformatie als bedoeld in Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken.

Verordening (EG) nr. 805/2004:

  • 50 PLN — voor een verzoek tot verstrekking of intrekking van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel, of voor de afgifte van een bewijs waarin het verlies of de beperking van de uitvoerbaarheid van een executoriale titel voorzien van het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van de uitvoering van een als Europese executoriale titel gewaarmerkte beslissing.

Verordening (EU) nr. 1215/2012:

  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van de uitvoering van een beslissing als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van erkenning of vaststelling van afwezigheid van gronden voor weigering van erkenning van een beslissing als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken;
  • 20 PLN voor elke tien bladzijden, al dan niet ingevuld, van het afgegeven document — voor een verzoek om afgifte van een certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke of handelszaken.

Verordening (EU) nr. 606/2013:

  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van uitvoering als bedoeld in Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van erkenning als bedoeld in Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken;
  • 20 PLN voor elke tien bladzijden, al dan niet ingevuld, van het afgegeven document — voor een verzoek tot afgifte van een certificaat betreffende beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken.

Verordening (EG) nr. 4/2009:

  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van uitvoering als bedoeld in Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen;
  • 20 PLN voor elke tien bladzijden, al dan niet ingevuld, van het afgegeven document — voor een verzoek tot afgifte van een certificaat betreffende een beslissing inzake echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk.

In beginsel is de onderhoudsgerechtigde vrijgesteld van gerechtskosten, terwijl de onderhoudsplichtige de kosten draagt overeenkomstig Verordening nr. 4/2009, de wet van 17 november 1964 (wetboek van burgerlijke rechtsvordering) en de wet van 28 juli 2005 betreffende de gerechtskosten in burgerlijke zaken.

Verordening (EU) 2016/1103:

  • 300 PLN — voor een verzoek tot verklaring van uitvoerbaarheid van een in een andere lidstaat gegeven beslissing;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot vaststelling dat de beslissing van een gerecht of een andere instantie van een ander land al dan niet kan worden erkend.

Verordening (EU) 2019/1111:

  • 300 PLN — voor een verzoek tot vaststelling dat de beslissing van een gerecht of een andere instantie van een ander land al dan niet kan worden erkend;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot vaststelling van de uitvoerbaarheid van een beslissing van een gerecht of een andere instantie van een ander land, of van een overeenkomst die is gesloten voor of goedgekeurd door dat gerecht of die instantie;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van uitvoering als bedoeld in Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot weigering van erkenning of vaststelling van afwezigheid van gronden voor weigering van erkenning als bedoeld in Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering;
  • 600 PLN — voor een verzoek tot inleiding van een echtscheidingsprocedure of een procedure voor scheiding van tafel en bed;
  • 100 PLN — voor een verzoek tot wijziging van de uitspraak inzake echtscheiding of scheiding van tafel en bed met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid;
  • 100 PLN — voor een verzoek tot toekenning, wijziging of opheffing van een voorlopige maatregel.

In zaken betreffende echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk wordt, wanneer in de beslissing waarmee de procedure wordt afgesloten aan een van de echtgenoten onderhoudsgeld wordt toegekend, aan de onderhoudsplichtige echtgenoot evenredige kosten in rekening gebracht op het toegekende bedrag. In geval van uitzetting van een van de echtgenoten of verdeling van het gemeenschappelijk vermogen worden voor het verzoek tot een inleidende procedure of voor een verzoekschrift in een dergelijke zaak eveneens kosten in rekening gebracht.

Verordening (EU) nr. 650/2012:

  • 300 PLN — voor een verzoek tot vaststelling dat de beslissing van een gerecht of een andere instantie van een ander land al dan niet kan worden erkend;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot afgifte van een Europese erfrechtverklaring;
  • 20 PLN voor elke tien bladzijden van het afgegeven document, al dan niet ingevuld — voor een verzoek tot afgifte van de in Verordening (EU) nr. 650/2012 bedoelde certificaten;
  • 300 PLN — voor een verzoek tot verklaring van uitvoerbaarheid van een beslissing van een gerecht van een ander land.

Verordening (EU) 2015/848:

  • de indiening van vorderingen bij een insolventieprocedure door een buitenlandse schuldeiser is kosteloos indien dit gebeurt binnen een termijn van dertig dagen na de openbaarmaking van de kennisgeving van opening van de insolventieprocedure;
  • de indiening van vorderingen door een buitenlandse schuldeiser, indien deze plaatsvindt na het verstrijken van een termijn van dertig dagen na de openbaarmaking van de kennisgeving van opening van de insolventieprocedure, is onderworpen aan kosten ten belope van 15 % van het gemiddelde maandloon in de bedrijfssector, exclusief prestatiepremies, in het derde kwartaal van het voorgaande jaar (in 2024 ging het om een bedrag van 1 119,34 PLN).

De communicatie tussen natuurlijke of rechtspersonen, of hun vertegenwoordigers, en de centrale autoriteiten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 4/2009 en Verordening (EU) 2019/1111, of met de bevoegde autoriteiten uit hoofde van hoofdstuk IV van Richtlijn 2003/8/EG, is kosteloos.

Aanvullende informatie over de kosten in burgerlijke en handelszaken:

  • 100 PLN — voor een verzoek tot betekening van een vonnis of een met redenen omklede beslissing ten gronde, ingediend binnen een termijn van een week na de datum van uitspraak of betekening van die beslissing;
  • 30 PLN — voor een verzoek tot betekening van een andere dan de hierboven bedoelde beslissing of van een met redenen omklede maatregel inzake gerechtelijk beheer, ingediend binnen een termijn van een week na de datum van uitspraak of betekening van de genoemde beslissing of maatregel;
  • 20 PLN voor elke tien bladzijden, al dan niet ingevuld, van het afgegeven document — voor een verzoek tot afgifte, op basis van het dossier: van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift, een uittreksel of een overzicht, een afschrift van een beslissing waarop het exequatur is aangebracht of waarin de onherroepelijkheid ervan is vastgesteld, of een certificaat;
  • 20 PLN voor elke twintig bladzijden, al dan niet ingevuld, van het afgegeven afschrift — voor een verzoek om een afschrift van een document in het dossier;
  • 20 PLN voor elk digitaal opslagmedium — voor een verzoek om een afschrift, op basis van het dossier, van een geluids- of audiovisuele opname van de hoorzitting.

5. Elektronische betalingsmethoden

De gerechtskosten, ongeacht of het om grensoverschrijdend of nationale zaken gaat, worden in niet-contante vorm betaald via een bankoverschrijving naar de rekening van het bevoegde gerecht of in contanten aan de kas van het gerecht. Gerechtelijke boeten en voorschotten op de kosten voor deskundigen of getuigen kunnen op dezelfde wijze worden betaald. Op de websites van de betrokken gerechten zijn de toepasselijke bankrekeningnummers gepubliceerd.

6. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van het gedecentraliseerde IT-systeem

Polen zal het gedecentraliseerde IT-systeem in gebruik nemen op de overeenkomstig artikel 26, lid 3, juncto artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2023/2844 vastgestelde begindatum van de toepassing ervan.

7. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in burgerlijke en handelszaken

8. Kennisgeving over het vroegtijdige gebruik van videoconferenties in strafzaken

Een technisch/inhoudelijk probleem melden of feedback geven op deze pagina