Procedures voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - Polen

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Pools) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

1 Wat betekent tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken?

De tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke zaken, waaronder handelszaken, is geregeld in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Tenuitvoerlegging (executie) is de toepassing van wettelijke dwangmiddelen door de bevoegde autoriteiten, op grond van een executoriale titel, met als doel ervoor te zorgen dat de geldvorderingen van de schuldeiser worden betaald. De tenuitvoerleggingsprocedure begint met het indienen van een verzoek tot opening van de tenuitvoerleggingsprocedure.

De tenuitvoerlegging geschiedt op basis van een executoriale titel. Een executoriale titel is over het algemeen een akte die is voorzien van een formule van tenuitvoerlegging (artikel 776 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De formule van tenuitvoerlegging is niet vereist voor bepaalde beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten, alsmede voor gerechtelijke schikkingen en authentieke akten die door de lidstaten zijn afgegeven, overeenkomstig artikel 1153 14 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Als deze beslissingen, gerechtelijke schikkingen en authentieke akten voldoen aan de voorwaarden van dit artikel, leveren zij een executoriale titel op die de schuldeiser rechtstreeks bij de tenuitvoerleggingsautoriteit kan indienen.

Er zijn twee soorten autoriteiten bij de tenuitvoerleggingsprocedure betrokken:

  • gerechtelijke autoriteiten - bij de procedure voor de toevoeging van de formule van tenuitvoerlegging aan de executoriale titel (de president, districtsrechtbank (sąd rejonowy), regionale rechtbank (sąd okręgowy) en hof van beroep (sąd apelacyjny);
  • tenuitvoerleggingsautoriteiten – dit zijn in de tenuitvoerleggingsprocedure de districtsrechtbanken en de gerechtsdeurwaarders (artikel 758 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De schuldeiser en schuldenaar zijn beide procespartij, zowel in de procedure betreffende de toevoeging van de formule van tenuitvoerlegging als in de tenuitvoerleggingsprocedure zelf.

Het Poolse recht kent drie soorten tenuitvoerleggingsmaatregelen:

De tenuitvoerlegging van geldelijke vorderingen heeft betrekking op:

  • roerende zaken,
  • inkomsten uit arbeid,
  • bankrekeningen,
  • andere vorderingen,
  • overige eigendomsrechten,
  • onroerende zaken,
  • schepen.

De tenuitvoerlegging van niet-geldelijke vorderingen geschiedt:

  • door middel van onderbewindstelling,
  • door de verkoop van een onderneming of een agrarisch bedrijf,
  • op alimentatieverplichtingen. De rechter voegt ambtshalve een formule van tenuitvoerlegging toe aan de executoriale titel waarin de alimentatie is vastgesteld. Een dergelijke executoriale titel wordt ambtshalve aan de schuldenaar betekend. In de procedures tot vaststelling van de alimentatie, kan de tenuitvoerleggingsprocedure ambtshalve worden ingeleid op verzoek van de rechtbank van eerste aanleg die de zaak heeft behandeld. Dit verzoek dient bij de bevoegde tenuitvoerleggingsautoriteit te worden ingediend. De gerechtsdeurwaarder verricht op eigen initiatief een onderzoek naar de inkomsten, de goederen en de woonplaats van de schuldenaar. Als dit onderzoek geen resultaat geeft, kan hij de hulp inschakelen van de politie om het woon- of werkadres van de schuldenaar te achterhalen. Het in de eerste alinea bedoelde onderzoek moet periodiek worden uitgevoerd minimaal een keer per zes maanden. Kunnen de inkomsten en goederen van de schuldenaar niet met behulp van dit onderzoek worden vastgesteld, dan dient de gerechtsdeurwaarder een verzoek in bij de rechtbank opdat deze de schuldenaar beveelt een verklaring over zijn vermogen af te leggen. Indien de schuldenaar een betalingsachterstand van zes maanden heeft, is de deurwaarder verplicht om bij het nationaal rechtbankregister een verzoek in te dienen tot inschrijving van de schuldenaar in het register van insolvente schuldenaars. Een tenuitvoerleggingsmaatregel die niet succesvol is geweest, levert geen grond op voor beëindiging van de procedure.

2 Welke instantie of instanties zijn bevoegd voor tenuitvoerlegging?

De bevoegdheid tot gerechtelijke tenuitvoerlegging berust op grond van artikel 758 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bij de districtsrechtbanken en bij de gerechtsdeurwaarders die in het rechtsgebied van die rechtbanken werkzaam zijn.

3 Onder welke voorwaarden mag een executoriale titel of beslissing worden uitgevaardigd?

Een executoriale titel geeft conform artikel 803 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering het recht over te gaan tot tenuitvoerlegging met betrekking tot alle daarin genoemde vorderingen, op alle soorten goederen van de schuldenaar, tenzij in de betreffende titel anders is bepaald. De tenuitvoerleggingsautoriteit is niet bevoegd onderzoek te doen naar de geldigheid en de opeisbaarheid van de verplichting die voorwerp is van de executoriale titel.

In principe is een executoriale titel een document dat is voorzien van de formule van tenuitvoerlegging.

Executoriale titels zijn krachtens artikel 777 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering:

  1. rechterlijke beslissingen die in kracht van gewijsde zijn gegaan of uitvoerbaar bij voorraad zijn en schikkingen die voor een arbitragehof tot stand zijn gekomen;
  2. beslissingen van een gerechtelijk ambtenaar die in kracht van gewijsde zijn gegaan of uitvoerbaar bij voorraad zijn;
  3. andere vonnissen, schikkingen en beschikkingen die krachtens de toepasselijke wettelijke voorschriften via een gerechtelijke tenuitvoerleggingsprocedure ten uitvoer kunnen worden gelegd;
  4. notariële akten waarin de schuldenaar instemt met de tenuitvoerlegging en waarin een verbintenis is vastgelegd tot het betalen van een geldbedrag of tot het leveren van een bepaald soort zaken, in de hoeveelheden die staan omschreven in de akte, of tot het leveren van individueel omschreven zaken, mits de termijn waarbinnen de verplichting moet worden nagekomen en de voorwaarden waaronder dat dient te geschieden, in de akte zijn opgenomen;
  5. notariële akten waarin de schuldenaar instemt met de tenuitvoerlegging en waarin een verbintenis is vastgelegd tot het betalen van een geldbedrag dat is vastgesteld in de akte of in een indexclausule, mits in de akte de voorwaarden staan opgesomd waaronder de verplichting moet worden nagekomen en de termijn waarbinnen de schuldeiser een uitvoerbaarverklaring voor de akte kan verkrijgen.
  6. notariële akten, als bedoeld onder punt 4 en 5, waarin een eigenaar van met hypotheek- of pandrecht bezwaarde roerende zaken, vorderingen of rechten die geen persoonlijke schuldenaar is, instemt met de tenuitvoerleggingsmaatregel ten laste van zijn bezwaarde eigendom voor het betalen van de vordering van de pand- of hypotheekhouder.

De verklaring waarmee de schuldenaar instemt met de tenuitvoerleggingsmaatregel kan tevens in een afzonderlijke notariële akte worden vastgelegd.

Uitsluitend rechterlijke beslissingen die in kracht van gewijsde zijn gegaan en die zijn voorzien van de formule van tenuitvoerlegging of die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard (de uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt ambtshalve of op verzoek van een procespartij uitgesproken), leveren een executoriale titel op. Een notariële akte vormt een executoriale titel als deze voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en de notariswet.

Andere executoriale titels zijn onder meer: een uittreksel van de lijst van erkende vorderingen in insolventieprocedures, een definitief bankakkoord, een staat van verdeling van de executieopbrengst van onroerende zaken, een bancaire executoriale titel zoals bepaald in de bankwet, maar uitsluitend nadat een rechter de formule van tenuitvoerlegging heeft toegevoegd, beslissingen van buitenlandse rechtbanken en schikkingen die voor deze rechtbanken tot stand zijn gekomen, nadat een Poolse rechter deze uitvoerbaar heeft verklaard. Een beslissing van een buitenlandse rechtbank in burgerlijke zaken die via een tenuitvoerleggingsprocedure ten uitvoer kan worden gelegd, levert een executoriale titel op nadat de Poolse rechter deze uitvoerbaar heeft verklaard. Een beslissing wordt uitvoerbaar als deze ten uitvoer kan worden gelegd conform het recht van de lidstaat waar de beslissing is gegeven en er geen belemmeringen bestaan als bedoeld in De link wordt in een nieuw venster geopend.artikel 1146, leden 1 en 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

3.1 De procedure

Een executoriale titel vormt de basis voor de tenuitvoerlegging. De rechtbank van eerste aanleg die de zaak behandelt, voegt de formule van tenuitvoerlegging toe aan een executoriale titel die afkomstig is van een rechtbank (artikel 781, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Het verzoek tot toevoeging van de formule van tenuitvoerlegging wordt onverwijld beoordeeld, maar uiterlijk binnen drie dagen na indiening van het verzoek bij de bevoegde rechtbank (artikel 7811 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). In het geval van een executoriale titel die is afgegeven in het kader van een procedure die ambtshalve is ingeleid of ingeleid had kunnen worden, geldt dat de rechter de formule van tenuitvoerlegging ambtshalve toevoegt. In het geval van een betalingsbevel dat is afgegeven in het kader van een digitale betalingsbevelprocedure, wordt de formule van tenuitvoerlegging toegevoegd nadat het bevel in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 782 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Een tenuitvoerleggingsprocedure kan in principe op verzoek worden geopend. Ten aanzien van procedures die ambtshalve kunnen worden geopend, geldt dat een tenuitvoerleggingsprocedure ambtshalve wordt ingeleid op verzoek van de rechtbank van eerste aanleg die kennis heeft genomen van de zaak; het verzoek wordt ingediend bij de bevoegde rechtbank of gerechtsdeurwaarder (artikel 796, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Een schuldeiser kan een verzoek tot opening van een tenuitvoerleggingsprocedure indienen bij de bevoegde districtsrechtbank of de gerechtsdeurwaarder die werkzaam is in het rechtsgebied van de betreffende rechtbank. Het verzoek kan ook door een bevoegde instantie worden ingediend (rechtbank of openbaar ministerie in zaken betreffende de tenuitvoerlegging van boetes, geldstraffen, gerechtskosten en aan de staat verschuldigde kosten).

Een verzoek om tenuitvoerlegging moet in de regel schriftelijk worden ingediend en vergezeld gaan van de originele executoriale titel.

De regels betreffende de wijze van inning evenals de tarieven zijn vastgelegd in de wet van 20 augustus 1967 inzake gerechtsdeurwaarders en tenuitvoerlegging. Op grond van artikel 43 van deze wet moeten gerechtsdeurwaarders kosten in rekening brengen voor de uitvoering van de tenuitvoerleggingsmaatregelen en andere in de wet vastgestelde handelingen.

De tarieven voor tenuitvoerlegging zijn als volgt vastgesteld:

  1. Voor de tenuitvoerlegging van een conservatoire maatregel betreffende een geldvordering mag de gerechtsdeurwaarder een tarief in rekening brengen dat gelijk is aan 2 % van het bedrag van de opeisbare vordering, maar dit tarief mag niet lager zijn dan 3 % van het gemiddelde Poolse maandsalaris en niet hoger zijn dan vijf maal dat salaris. Het tarief dient door de schuldeiser te worden betaald bij de indiening van het verzoek om tenuitvoerlegging van een conservatoire maatregel. Als het betreffende bedrag niet op dat moment is voldaan, verzoekt de gerechtsdeurwaarder de schuldenaar om het bedrag binnen 7 dagen te betalen. De gerechtsdeurwaarder gaat niet over tot tenuitvoerlegging van de conservatoire maatregel zolang het tarief niet is betaald (artikel 45 van de wet).
  2. Voor de tenuitvoerlegging op geldvorderingen brengt de gerechtsdeurwaarder de schuldenaar een evenredig tarief in rekening dat gelijk is aan 15 % van het bedrag van de geïnde vordering, maar dit tarief mag niet lager zijn dan 1/10e van het gemiddelde Poolse maandsalaris en niet hoger zijn dan dertig maal dat salaris. Wanneer vorderingen worden geïnd via bankrekeningen, salaris, socialezekerheidstoelagen of -uitkeringen die worden betaald op grond van regelgeving betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en arbeidsbureaus, werkloosheidsuitkeringen, prestatie-uitkeringen, studiebeurzen en opleidingspremies, brengt de gerechtsdeurwaarder een evenredig tarief in rekening aan de schuldenaar dat gelijk is aan 8 % van het bedrag van de geïnde vordering, maar dit tarief mag niet lager zijn dan 1/20e van het gemiddelde Poolse maandsalaris en niet hoger zijn dan tien maal dat salaris (artikel 49 van de wet).
  3. Voor de tenuitvoerlegging op geldvorderingen in het geval van een beslissing tot ‑beeïndiging van de tenuitvoerleggingsprocedure op verzoek van de schuldeiser en op grond van De link wordt in een nieuw venster geopend.artikel 823 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, brengt de gerechtsdeurwaarder een evenredig tarief in rekening aan de schuldenaar dat gelijk is aan 5 % van het bedrag van de geïnde vordering, maar dit tarief mag niet lager zijn dan 1/10e van het gemiddelde Poolse maandsalaris en niet hoger zijn dan tien maal dat salaris. Wordt op verzoek van de schuldeiser besloten de tenuitvoerleggingsprocedure te beëindigen voordat de kennisgeving van opening van de tenuitvoerleggingsprocedure aan de schuldenaar is betekend, dan brengt de gerechtsdeurwaarder een evenredig tarief in rekening aan de schuldenaar dat gelijk is aan 1/10e van het gemiddelde Poolse maandsalaris.
  4. Voor de inbeslagneming van roerende zaken brengt de gerechtsdeurwaarder een tarief ter hoogte van 50 % van het gemiddelde Poolse maandsalaris in rekening (artikel 50 van de wet).

Het vaste tarief is gelijk aan 40 % van het gemiddelde Poolse maandsalaris (artikel 51) en wordt in rekening gebracht voor:

  1. de eigendomsoverdracht van een onroerende zaak en de verwijdering van roerende zaken die zich daarin bevinden; commerciële en industriële bedrijven betalen het tarief per ruimte in het bedrijfsgebouw;
  2. de benoeming van een beheerder voor de onroerende zaak of het bedrijfsgebouw en van een conciërge die toezicht houdt op de onroerende zaak.
  3. voor de verwijdering van goederen en personen uit het gebouw, wordt een apart tarief per ruimte in rekening gebracht.

Er mag geen apart tarief in rekening worden gebracht voor de verwijdering van goederen uit woonvertrekken zoals de entree, gang, veranda, badkamer, voorraadkamer, loggia enzovoort.

3.2 De grondvoorwaarden

De tenuitvoerleggingsprocedure wordt ingeleid met het verzoek dat de schuldeiser tezamen met de originele executoriale titel indient. In het verzoek staan de naam van de schuldenaar en de te nemen tenuitvoerleggingsmaatregelen vermeld, dat wil zeggen de goederen van de schuldenaar waarop de tenuitvoerlegging betrekking heeft. In het geval van tenuitvoerlegging op een onroerende zaak moet ook de kadastrale aanduiding worden vermeld. Roerende zaken hoeven niet nauwkeurig te worden beschreven, aangezien tenuitvoerlegging in dat geval doorgaans wordt toegepast op alle roerende zaken die tot het vermogen van de schuldenaar behoren.

4 Het doel en de aard van tenuitvoerleggingsmaatregelen

4.1 Welke soorten activa kunnen voorwerp van tenuitvoerlegging zijn?

De tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen betrekking hebben op het hele vermogen van de schuldenaar, te weten roerende zaken, onroerende zaken, inkomen uit arbeid, bankrekeningen, delen van onroerende zaken, schepen, overige vorderingen en eigendomsrechten van de schuldenaar.

In de artikelen 829 tot 831 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering staat een limitatieve opsomming van de goederen die voorwerp kunnen zijn van een executiemaatregel. De volgende zaken zijn op grond van deze bepalingen van tenuitvoerlegging uitgesloten: huishoudelijke apparaten, beddengoed en kleding die de schuldenaar en zijn ten laste komende gezinsleden nodig hebben om te kunnen voorzien in hun basisbehoeften, evenals de kleding die noodzakelijk is voor de uitoefening van een functie of beroep; de hoeveelheid voedsel en brandstof die de schuldenaar en zijn ten laste komende gezinsleden nodig hebben voor een maand; gereedschap en overige voorwerpen die de schuldenaar nodig heeft om zijn beroep uit te kunnen oefenen, alsmede de benodigde grondstoffen voor de productie van een week, met uitzondering van motorvoertuigen;

Behalve in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is ook in andere nationale wet- en regelgeving vastgelegd welke vorderingen van tenuitvoerlegging zijn uitgesloten en in welke mate (in de arbeidswet is bijvoorbeeld bepaald in welke mate beslag kan worden gelegd op inkomsten uit werk).

4.2 Wat zijn de gevolgen van tenuitvoerleggingsmaatregelen?

Een executoriale titel geeft het recht om beslag te leggen op het hele vermogen van een schuldenaar om de gehele vordering daarop te verhalen, tenzij in de titel anders is bepaald.

Een schuldenaar is bevoegd zijn vermogen te beheren, tenzij de rechter hem dat recht heeft ontnomen.

In het geval van tenuitvoerlegging op roerende zaken legt de deurwaarder beslag op goederen en maakt hiervan een proces-verbaal van beslag op. Het beslag heeft tot gevolg dat de overdracht van goederen na de beslaglegging geen invloed heeft op het verdere verloop van de procedure. De tenuitvoerleggingsprocedure betreffende een in beslag genomen goed kan ook tegen de koper worden gevoerd. Een deurwaarder kan roerende zaken waarop beslag rust, in geval van gewichtige redenen, echter in elke fase van de procedure bij een derde in bewaring geven, waaronder de schuldeiser.

Bij de tenuitvoerlegging op onroerende zaken sommeert de deurwaarder de schuldenaar om zijn schulden binnen twee weken te voldoen. Verzuimt hij dit te doen, dan wordt begonnen met de beschrijvings- en taxatieprocedure. Bij de tenuitvoerlegging op onroerende zaken sommeert de deurwaarder de schuldenaar om zijn schulden binnen twee weken te voldoen. Verzuimt hij dit te doen, dan wordt begonnen met de beschrijvings- en taxatieprocedure. Vervreemding van een goed na de beslaglegging heeft geen invloed op het verdere verloop van de procedure. De verkrijger kan als schuldenaar aan de procedure deelnemen.

Wanneer de schuldenaar verplicht is een bepaalde handeling na te laten of de handelingen van de schuldeiser niet mag hinderen, legt de rechter op verzoek van de schuldeiser een boete op aan de schuldenaar die zich niet aan deze verplichting houdt. Als de schuldenaar de boete niet betaalt, kan hij worden gegijzeld. Gijzeling is dus een dwangmaatregel die aan de schuldenaar kan worden opgelegd wegens het niet betalen van de boete.

4.3 Welke geldigheid hebben deze maatregelen?

In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is geen termijn vastgesteld voor het indienen van een verzoek om tenuitvoerlegging. Overeenkomstig het Poolse recht geldt voor vorderingen die zijn vastgesteld in een onherroepelijke beslissing van een rechtbank of van een andere instantie die bevoegd is kennis te nemen van dergelijke zaken, of in een beslissing van een arbitragehof, alsmede voor vorderingen die zijn vastgesteld in een schikking die tot stand is gekomen voor een rechtbank of arbitragehof, of in een schikking die met behulp van een bemiddelaar tot stand is gekomen en door een rechtbank is bekrachtigd, dat zij na verloop van tien jaar verjaren, ook als de toepasselijke betalingstermijn voor dergelijke vorderingen korter is (artikel 125, lid 1, van het burgerlijk wetboek). Als een op deze manier vastgestelde vordering betrekking heeft op een termijngebonden prestatie, dan verjaart het vorderingsrecht met betrekking tot deze prestatie na drie jaar.

Het verzoek om tenuitvoerlegging wordt door de bevoegde instantie beoordeeld, die bepaalt of het verzoek aan de vormvereisten voldoet en gegrond is. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt het verzoek afgewezen of de procedure beëindigd.

5 Is er een mogelijkheid tot beroep tegen de beslissing om een dergelijke maatregel toe te staan?

Iedere procespartij kan beroep instellen tegen de beslissing van de rechter om een formule van tenuitvoerlegging toe te voegen.

In de tenuitvoerleggingsprocedure kunnen de volgende rechtsmiddelen worden aangewend:

  • klacht tegen een ambtshandeling van een gerechtsdeurwaarder (bij de districtsrechtbank; deze kan ook betrekking hebben op een nalatigheid van de gerechtsdeurwaarder; de klacht kan door de procespartij worden ingediend of door een persoon van wie de rechten zijn geschonden of in gevaar zijn gebracht als gevolg van de handeling of nalatigheid van de gerechtsdeurwaarder. De klacht moet binnen een week nadat de betreffende handeling is verricht of nadat de procespartij of de betrokken persoon kennis heeft genomen van de nalatigheid, worden ingediend);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing inzake de toevoeging van de formule van tenuitvoerlegging (artikel 795 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering – voor de schuldeiser begint de beroepstermijn te lopen vanaf de datum van afgifte van de executoriale titel; voor de schuldenaar loopt de beroepstermijn vanaf de datum van betekening van de kennisgeving van opening van de tenuitvoerleggingsprocedure);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing betreffende de uitvoerbaarverklaring van een Europees betalingsbevel (artikel 7957 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing in geval van samenloop van gerechtelijke en administratieve tenuitvoerlegging;
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing inzake de schorsing of beëindiging van de procedure (artikel 828 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing tot beperking van de tenuitvoerlegging (artikel 839 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • rechterlijke beslissing tot beperking van de tenuitvoerlegging en beroep tegen die beslissing (artikel 839 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • bezwaar tegen de tenuitvoerlegging ingediend door de schuldenaar (artikelen 840-843 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing inzake de onkostenvergoeding van de beheerder (artikel 859 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing inzake de beschrijvings- en taxatieprocedure bij de beslaglegging op onroerende zaken;
  • mondelinge klacht ingediend bij het toezichthoudende orgaan inzake de ambtshandelingen van de gerechtsdeurwaarder tijdens een openbare verkoop (artikel 986 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing inzake de bekrachtiging van een bod (artikel 997 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • middelen inzake de voorlopige staat van verdeling van de executieopbrengst (binnen twee weken na de datum van betekening aan de tenuitvoerleggingsautoriteit die de staat heeft opgemaakt) (artikel 998 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing inzake een bezwaar tegen de voorlopige staat van verdeling (artikel 1028 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);
  • beroep tegen een rechterlijke beslissing houdende een bevel aan de schuldenaar om aan zijn verplichting te voldoen, beroep tegen de rechterlijke beslissing inzake de vrijstelling van bepaalde goederen van beslag in een tenuitvoerleggingsprocedure waarbij de overheid (schatkist) is betrokken (artikel 1061, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

6 Zijn er beperkingen aan tenuitvoerlegging, in het bijzonder wat bescherming van de schuldenaar of termijnen betreft?

Ingevolge artikel 829 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan geen beslag gelegd worden op:

1) huishoudelijke apparaten, beddengoed en kleding die de schuldenaar en zijn ten laste komende gezinsleden nodig hebben om te kunnen voorzien in hun basisbehoeften, evenals de kleding die noodzakelijk is voor de uitoefening van een functie of beroep;

2) de hoeveelheid voedsel en brandstof die de schuldenaar en zijn ten laste komende gezinsleden nodig hebben voor een maand;

3) een koe of twee geiten of drie schapen die de schuldenaar en zijn ten laste komende gezinsleden nodig hebben om te voorzien in hun levensonderhoud, alsmede een voorraad veevoer en stro die voldoende is tot aan de volgende oogst;

4) gereedschap en overige voorwerpen die de schuldenaar nodig heeft om zijn beroep uit te kunnen oefenen, alsmede de benodigde grondstoffen voor de productie van een week, met uitzondering van motorvoertuigen;

5) voor de schuldenaar die een periodiek vast salaris ontvangt - een bedrag dat gelijk is aan het deel van het salaris waarop geen beslag kan worden gelegd voor de periode tot aan de datum van de volgende salarisbetaling; voor de schuldenaar die geen vast salaris ontvangt - een bedrag dat hij en zijn ten laste komende gezinsleden nodig hebben voor hun levensonderhoud voor een periode van twee weken;

6) onderwijsmateriaal, persoonlijke papieren, onderscheidingen, religieuze voorwerpen en dagelijkse gebruiksartikelen die alleen tegen een aanzienlijk lagere prijs dan de reële waarde kunnen worden verkocht, maar die voor de schuldenaar gebruikswaarde hebben;

7) geldbedragen gestort op bankrekeningen, zoals bedoeld in artikel 36, leden 4 tot 25, van de wet van 20 april 2004 inzake de marktorganisatie voor melk en melkproducten (Pools Publicatieblad (Dz. U.) van 2013, pos. 50 en 1272);

8) geneesmiddelen in de zin van de wet van 6 september 2001 – Geneesmiddelenwet (Pools Publicatieblad van 2008, nr. 45, pos. 271, zoals gewijzigd) die noodzakelijk zijn voor een gezondheidsinstelling om goed te kunnen functioneren in de zin van de bepalingen betreffende medische activiteiten gedurende een periode van drie maanden, evenals medische hulpmiddelen die de instelling nodig om goed te kunnen functioneren in de zin van de wet van 20 mei 2010 inzake medische hulpmiddelen (Pools Publicatieblad nr. 107, pos. 679, en van 2011, nr. 102, pos. 586, en nr. 113, pos. 657);

9) hulpmiddelen die de schuldenaar of zijn gezinsleden nodig hebben in verband met een handicap.

Overeenkomstig artikel 831, lid 1, kan geen beslag gelegd worden op:

1) bedragen en voorschotten in natura voor de vergoeding van onkosten of zakelijke reiskosten;

2) bedragen die door de schatkist voor speciale doeleinden zijn toegekend (met name studiebeurzen en steunregelingen), tenzij de ten uitvoer gelegde vordering niet voortvloeit uit de uitvoering van deze doeleinden of uit een alimentatieverplichting;

3) middelen afkomstig van programma's die worden gefinancierd door de fondsen bedoeld in artikel 5, lid 1, punt 2 en 3, van de wet van 27 augustus 2009 inzake overheidsfinanciën (Pools Publicatieblad van 2013, pos. 885, 938 en 1646), tenzij de beslagen vordering niet voortvloeit uit de uitvoering van het project waaraan de middelen zijn toegewezen;

4) onvervreemdbare rechten, tenzij de mogelijkheid tot overdracht van deze rechten in de overeenkomst is toegestaan, de prestatie niet vatbaar is voor beslag of de uitoefening van het recht niet aan een ander persoon kan worden toevertrouwd;

5) uitkeringen van schadeverzekeringen binnen de vastgestelde grenzen, via een regeling van de minister van Financiën en de minister van Justitie; dit geldt overigens niet voor de tenuitvoerlegging tot inning van alimentatieverplichtingen;

6) sociale uitkeringen als bedoeld in de wet van 12 maart 2004 inzake de sociale bijstand (Pools Publicatieblad van 2013, pos. 182, zoals gewijzigd);

7) geldbedragen uit te keren aan de schuldenaar uit de nationale begroting of het nationaal ziekenfonds voor het verlenen van gezondheidszorg in de zin van de wet van 27 augustus 2004 inzake de met openbare middelen gefinancierde gezondheidszorg (Pools Publicatieblad van 2008, nr. 164, pos. 1027, zoals gewijzigd), voorafgaand aan de beëindiging van deze dienstverlening, waarvan de hoogte gelijk is aan 75 % van iedere betaling, tenzij het vorderingen betreft van de werknemers van de schuldenaar of dienstverleners als bedoeld in artikel 5, punt 41, letters a en b, van de wet van 27 augustus 2004 inzake de met openbare middelen gefinancierde gezondheidszorg.

Op grond van artikel 833, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, is het deel van het salaris waarop beslag kan worden gelegd in het kader van loonbeslag vastgesteld in de arbeidswet. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op werkloosheidsuitkeringen, prestatie-uitkeringen, studiebeurzen en opleidingspremies, die worden betaald op grond van regelgeving voor de bevordering van werkgelegenheid en arbeidsbureaus.

Overeenkomstig artikel 871, lid 1, van de arbeidswet kan geen beslag worden gelegd op het volgende deel van het salaris:

1) het bedrag ter hoogte van het minimumloon, vastgesteld op grond van verschillende bepalingen, dat is verschuldigd aan werknemers die fulltime werken, na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen en belastingen - minus het te innen bedrag op grond van executoriale titels inzake vorderingen anders dan alimentatieverplichtingen;

2) het bedrag dat gelijk is aan 75 % van het onder punt 1 genoemde salaris - na aftrek van de aan de werknemer toegekende voorschotten;

3) het bedrag dat gelijk is aan 90 % van het onder punt 1 genoemde salaris - na aftrek van geldboeten zoals bepaald in artikel 108.

Indien de werknemer parttime werkt, worden de in lid 1 genoemde bedragen aangepast naar evenredigheid van het aantal gewerkte uren.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 18/12/2017