Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Verordening Brussel I (herschikking)


Algemene informatie

Met Verordening (EU) nr. 1215/2012 wordt getracht de toegang tot de rechter te vereenvoudigen, met name door regels te geven inzake de rechterlijke bevoegdheid en regels inzake een snelle en eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging van in de lidstaten in burgerlijke en handelszaken gegeven beslissingen.

De verordening vervangt Verordening (EG) nr. 44/2001 (de zogenoemde Verordening Brussel I), die echter van toepassing blijft op procedures die aanhangig zijn gemaakt vóór de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 1215/2012 op 10 januari 2015 (zie voor verdere bijzonderheden artikel 66 van Verordening (EU) nr. 1215/2012).

De verordening is van toepassing tussen alle lidstaten van de Europese Unie, met inbegrip van Denenmarken, dat partij is bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 2005. De wetgevingswijzigingen die in Denemarken noodzakelijk waren, zijn reeds op 1 juni 2013 in werking getreden.

De verordening bepaalt in welke lidstaat de gerechten bevoegd zijn om een beslissing te geven in burgerlijke en handelszaken die een internationaal element bevatten.

De verordening bepaalt voorts dat een in een lidstaat gegeven beslissing in de overige lidstaten wordt erkend zonder dat daarvoor een speciale procedure nodig is.

Een in een lidstaat gegeven en daar uitvoerbare beslissing moet in een andere lidstaat worden uitgevoerd zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid is vereist.

De verordening bevat twee formulieren, namelijk het certificaat betreffende een beslissing en het certificaat betreffende een authentieke akte of een gerechtelijke schikking.

De lidstaten hebben in overeenstemming met de verordening meegedeeld bij welke bevoegde gerechten een verzoek om weigering van tenuitvoerlegging moet worden ingediend en bij welke gerechten een rechtsmiddel kan worden ingesteld. Klik op een van de vlaggen voor landspecifieke informatie.

Overeenkomstig artikel 26, lid 2, dient het gerecht zich in bepaalde aangelegenheden ervan te vergewissen, alvorens bevoegdheid te aanvaarden, dat de verweerder op de hoogte is gebracht van zijn recht de bevoegdheid van het gerecht te betwisten en van de gevolgen van verschijnen of niet-verschijnen. Het Europees Justitieel Netwerk in burgerlijke en handelszaken heeft daartoe een niet-verplichte standaardtekstPDF(191 Kb)nl met informatie opgesteld, die het gerecht kan gebruiken om te voldoen aan zijn verplichting de verweerder informatie te verstrekken uit hoofde van artikel 26, lid 2, van de verordening.

Op het Europees e-justitieportaal vindt u informatie over de toepassing van de verordening en een handig hulpmiddel voor het invullen van de formulieren.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

De link wordt in een nieuw venster geopend.Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, , PB L 299 van 16 11. 2005.

 


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 19/07/2017