Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Alimentatievorderingen - Slowakije

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Slowaaks) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Engels

INHOUDSOPGAVE

Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Onderhoudsuitkeringen en -verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit Wet nr. 36/2005 betreffende de familie en tot wijziging van bepaalde andere wetten (“Familiewet”). Onderhoudsverplichtingen uit hoofde van de Familiewet nemen de volgende vormen aan:

a) de onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen;

b) de onderhoudsplicht van kinderen jegens hun ouders;

c) de onderhoudsplicht tussen andere familieleden;

d) de onderhoudsplicht tussen echtgenoten;

e) alimentatie;

f) ondersteuning van een alleenstaande moeder om de kosten van levensonderhoud en bepaalde andere kosten te dekken.

Theoretisch beschouwd worden met het begrip levensonderhoud in ruime zin familierechtelijke betrekkingen van economische aard ondergebracht in de specifieke sfeer van eigendomsverhoudingen in het familierecht. Het is evident dat die economische betrekkingen berusten op een persoonlijke familiebetrekking.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen is een wettelijke plicht die geldt zolang de kinderen niet in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. Het feit dat een kind niet meer leerplichtig is, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het kind in staat is zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Hoelang ouders onderhoudsplichtig zijn jegens hun kinderen zal afhankelijk zijn van de mogelijkheden, kansen en financiële situatie van het kind gedurende zijn of haar beroepsopleiding of studie, bv. als voltijds universitair student. Het bereiken van de meerderjarigheid heeft geen wettelijke gevolgen voor de duur van een onderhoudsverplichting. Het tijdstip waarop een kind wettelijk “voor zichzelf kan zorgen” varieert en wordt per geval getoetst door de rechter. Het vermogen om voor zichzelf te zorgen wordt algemeen uitgelegd als het vermogen om te voorzien in alle behoeften en relevante kosten die verbonden zijn aan een zelfstandig leven (d.w.z. financieel onafhankelijk). Dit vermogen moet duurzaam zijn. Er kan niet op grond van incidentele inkomsten worden vastgesteld dat iemand voor zichzelf kan zorgen.

In de praktijk baseert de rechter zijn oordeel op het feit dat de ouderlijke onderhoudsplicht elastisch is omdat bloedverwantschap niet beperkt is in de tijd en de onderhoudsplicht derhalve kan voortduren wanneer kinderen bijvoorbeeld besluiten om pas later te gaan studeren of niet meteen na de middelbare school worden toegelaten tot de universiteit. Volgens de rechtspraak kunnen – in het licht van het huidige tekort aan kansen op de arbeidsmarkt voor net afgestudeerden en schoolverlaters – ook aanvullende cursussen die hen in staat stellen een baan te vinden op een ander gebied dan dat van hun studie, tot op zekere hoogte worden behandeld als verdere beroepsopleiding van het kind.

Wanneer een kind een regelmatig inkomen haalt uit arbeid, een onderneming enz., wordt het eenvoudiger om te beoordelen of de onderhoudsplicht al dan niet is beëindigd. Naarmate rekening moet worden gehouden met de situatie op de arbeidsmarkt, het bestaan van tal van nieuwe studievormen en onderwijsinstellingen, de noodzaak om talen te leren teneinde een opleiding in de praktijk te kunnen brengen, nascholingscursussen, permanente educatie, studieverblijven in het buitenland en de noodzaak om zich beter te kwalificeren, zal het voor de rechter moeilijker worden om vast te stellen op welk moment een kind voor zichzelf kan zorgen. Enkele van deze vormen (van permanente educatie) kunnen gerechtvaardigd zijn, met name indien de betalende ouder over aanzienlijke middelen beschikt. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het belang van het kind zoals dat tot uiting komt in zijn of haar capaciteiten en talenten, zodat het kind de juiste vaardigheden verwerft om in de toekomst werk te kunnen vinden. Het is echter legitiem om te eisen dat deze vaardigheden op het juiste moment worden ingezet, zodat wordt voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van een ouderlijke onderhoudsplicht door kinderen die een afkeer van werken hebben (bijvoorbeeld bij kinderen die met opzet hun werk of baan verliezen).

De leeftijdsgrens van 18 jaar is van belang vanuit het perspectief van gerechtelijke procedures. Totdat een kind meerderjarig is, kan de rechtbank op eigen initiatief een onderhoudsprocedure inleiden; na die leeftijd kan een dergelijke procedure alleen aanhangig worden gemaakt na indiening van een desbetreffend verzoek. Een door een meerderjarig kind ingediend verzoek kan betrekking hebben op een ouder of op beide ouders, en in het verzoek moeten het gevorderde bedrag van de alimentatie en de datum van de eerste betaling ervan worden vermeld. Bij een verzoek om alimentatie voor een meerderjarig kind moet de rechter strikt binnen de grenzen van dat verzoek blijven, omdat het in dit geval niet om de bescherming van een minderjarig kind uit hoofde van artikel 176 e.v. van het Slowaakse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gaat, maar om een gewone contentieuze procedure.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Als de onderhoudsplichtige en de begunstigde geen overeenstemming kunnen bereiken, neemt de bevoegde districtsrechtbank een beslissing over de onderhoudsplicht. Behalve in zaken betreffende de onderhoudsplicht van ouders jegens hun minderjarige kinderen initieert de rechtbank de procedure op basis van een door de begunstigde (verzoeker) ingediende vordering tegen de onderhoudsplichtige (verweerder). Procedures inzake het levensonderhoud van een minderjarig kind kunnen door de rechter ook op eigen initiatief (“ambtshalve”) worden geïnitieerd (artikel 81, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), aangezien de rechtbank in deze gevallen een zorgplicht jegens minderjarigen heeft.

Eenieder kan autonoom voor de rechter optreden als partij bij een procedure voor zover hij of zij procesbevoegdheid heeft. Natuurlijke personen die niet zelfstandig voor de rechter kunnen optreden (zoals minderjarige kinderen) moeten worden vertegenwoordigd door hun wettelijke voogd (artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Naast wettelijke vertegenwoordiging maakt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onderscheid tussen vertegenwoordiging van partijen bij een procedure op grond van een volmacht en vertegenwoordiging op grond van een rechterlijke beslissing.

In zaken over rechtshandelingen die een conflict zouden kunnen veroorzaken tussen de belangen van de ouders en die van het minderjarige kind of tussen de belangen van meerdere minderjarige kinderen die door dezelfde ouder worden vertegenwoordigd, kan een minderjarig kind niet door een van de ouders worden vertegenwoordigd. In deze situatie stelt de rechtbank een zogeheten voogd ad litem aan (d.w.z. een voogd voor een specifieke juridische procedure) om het kind tijdens een procedure of bij een specifieke rechtshandeling te vertegenwoordigen.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Zie het antwoord op vraag 3.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De territoriale bevoegdheid wordt geregeld in de artikelen 84 tot en met 89b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De materiële bevoegdheid wordt geregeld in de artikelen 9 tot en met 12 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Districtsrechtbanken zijn altijd territoriaal bevoegd in eerste aanleg (uitzonderingen op deze regel zijn vastgelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Over het algemeen is de bevoegde rechtbank de rechtbank van het rechtsgebied waar de verweerder (d.w.z. de persoon tegen wie de vordering is ingesteld) zijn of haar wettelijke verblijfplaats heeft, dat wil zeggen dat de regel van territoriale bevoegdheid op basis van de gewone rechtbank van de woonplaats van de verweerder van toepassing is. De gewone rechtbank die bevoegd is voor de verweerder is de rechtbank van het rechtsgebied waar de verweerder zijn of haar woonplaats heeft of, bij gebreke daarvan, de rechtbank van de verblijfplaats van de betrokkene. In bepaalde bijzondere gevallen die zijn vastgesteld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, geldt deze regel niet. De rechtbank in het rechtsgebied waar een minderjarig kind zijn of haar woonplaats heeft op grond van een beslissing van de ouders of een gerechtelijk bevel, of waar het kind zijn of haar woonplaats om andere relevante redenen heeft, is bevoegd om een alimentatievordering te behandelen (dit wordt “exclusieve territoriale bevoegdheid” genoemd; zie artikel 88, lid 1, onder c), van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Zie de antwoorden op de vragen 3 en 4.

Een verzoeker met procesbevoegdheid (begunstigde) kan rechtstreeks, d.w.z. zonder vertegenwoordiging, een verzoek tot instelling van een procedure indienen bij de bevoegde rechtbank.

In artikel 42, lid 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald welke algemene gegevens een verzoek tot instelling van een procedure moet bevatten: de rechtbank waarbij het verzoek wordt ingediend, de persoon die het verzoek indient, de zaak in kwestie, de vordering van de verzoeker, een beschrijving en de datum.

Afgezien van deze algemene gegevens moet in een verzoek tot instelling van een procedure bepaalde specifieke informatie als beschreven in artikel 79 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden verstrekt. In een verzoek tot instelling van een alimentatieprocedure moet tevens worden vermeld welk bedrag aan alimentatie wordt gevorderd en vanaf welke datum de alimentatie moet worden betaald. In het geval van een meerderjarige moet bij de rechtbank een verzoek om een beslissing tot toekenning van alimentatie worden ingediend, omdat het geen procedure inzake de bescherming van een minderjarig kind in de zin van artikel 176 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betreft, maar een gewone contentieuze procedure.

Verzoeken kunnen worden ingediend op papier, mondeling bij de griffie van de rechtbank of langs elektronische weg, waaronder per fax. Verzoeken betreffende de zaak ten gronde die langs elektronische weg zijn ingediend, moeten vervolgens binnen drie dagen ook op papier worden ingediend of mondeling worden bevestigd bij de griffie van de rechtbank; deze verplichting geldt niet voor verzoeken die zijn voorzien van een geavanceerde elektronische handtekening. Het origineel van een per fax ingediend verzoek moet binnen drie dagen worden voorgelegd. Verzoeken waarbij de desbetreffende documenten niet binnen de hierboven vermelde termijn worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Het verzoek moet het vereiste aantal afschriften en bijlagen bevatten, zodat de rechtbank een origineel exemplaar kan bewaren en elke partij een origineel afschrift kan ontvangen, in voorkomend geval inclusief bijlagen. Als een partij verzuimt om het vereiste aantal afschriften en bijlagen bij te voegen, maakt de rechtbank zelf de benodigde afschriften op kosten van die partij.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

De te betalen vergoedingen voor individuele door de rechtbank te verrichten handelingen of uit te voeren procedures vallen onder de Wet nr. 71/1992 van de Slowaakse Nationale Raad inzake griffierechten en kopieën van inschrijvingen in strafregisters. De vergoedingen worden vastgesteld op basis van een lijst van griffierechten. Deze wetgeving voorziet ook in vrijstellingen van de betaling van griffierechten op grond van persoonlijke omstandigheden of het voorwerp van de procedure.

Met betrekking tot onderhoudszaken zijn de onderstaande bepalingen van belang.

Voor procedures in verband met de bescherming van kinderen door de rechtbank geldt een vrijstelling op grond van het voorwerp van de zaak. Dit betekent dat ook voor procedures betreffende alimentatievorderingen een vrijstelling van de betaling van griffierechten geldt.

Wat betreft persoonlijke omstandigheden geldt de vrijstelling van de betaling van griffierechten voor:

  • verzoekers in procedures betreffende toekenning van alimentatie, procedures betreffende een verhoging van alimentatie, procedures betreffende de betaling van rente wegens te late betaling van alimentatie en procedures betreffende de erkenning of verklaring van uitvoerbaarheid van een buitenlandse beslissing tot toekenning van alimentatie;
  • ongehuwde moeders in alimentatieprocedures en procedures betreffende de betaling van bepaalde kosten in verband met zwangerschap en bevalling;

In punt 8 op de lijst van griffierechten worden de vergoedingen voor procedures betreffende alimentatievorderingen tussen echtgenoten en andere onderhoudsuitkeringen uitdrukkelijk vastgesteld:

Punt 8


a) voor vorderingen inzake onderhoudsuitkeringen tussen echtgenoten of onderhoudsuitkeringen tussen andere verwanten en voor vorderingen betreffende een verhoging van onderhoudsuitkeringen:

2 % van de waarde van de vordering, met een minimum van 16,50 EUR;

b) voor vorderingen inzake de verlaging of annulering van onderhoudsuitkeringen tussen echtgenoten en voor alimentatievorderingen tussen andere verwanten:

2 % van de waarde van de vordering, met een minimum van 16,50 EUR.

Indien in de lijst van vergoedingen geen specifieke vergoeding is vastgesteld en de zaak noch in de categorie “persoonlijke omstandigheden” noch in de categorie “voorwerp van de procedure” valt, zijn de vergoedingen als bedoeld in punt 1 van de lijst van griffierechten van toepassing.

Punt 1


Voor een verzoek tot instelling van een procedure (voor zover geen specifiek bedrag is vastgesteld):


a) 6 % van het gevorderde (uit te keren) bedrag of het geldelijk belang van de zaak,

met een minimum van 16,50 EUR en een maximum van 16 596,50 EUR c.q. een maximum van 33 193,50 EUR in handelszaken.

De rechtbank verwijst een partij die om rechtsbijstand verzoekt en voldoet aan de criteria voor vrijstelling van de betaling van griffierechten door naar het Rechtsbijstandscentrum (Centrum právnej pomoci). Ook informeert de rechtbank de partij uitdrukkelijk over deze mogelijkheid (artikel 30 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Volgens artikel 138, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter een partij volledig of gedeeltelijk van de betaling van griffierechten vrijstellen indien dit gerechtvaardigd is op basis van de omstandigheden van de partij, mits de aanhangig gemaakte procedure niet ongegrond is en de partij niet een recht uitoefent of verdedigt dat kennelijk geen kans van slagen heeft. Tenzij de rechter anders beschikt, is een vrijstelling van toepassing op de gehele procedure en heeft een vrijstelling terugwerkende kracht; vergoedingen die voorafgaand aan de beschikking werden betaald, worden echter niet terugbetaald.

Artikel 138, leden 2 tot en met 6, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering luidt als volgt:

(2) Ter staving van de omstandigheden van de verzoekende partij wordt de volgende stukken bij het verzoek gevoegd:

a) een ingevuld formulier, waarvan het model is gepubliceerd op de website van het ministerie van Justitie, of
b) een beslissing inzake behoeftigheid, conform het bepaalde in bijzondere wetgeving.
(3) De voorzitter van de meervoudige kamer of de enkelvoudige kamer stelt de andere partijen tijdens de volgende terechtzitting in kennis van de vrijstelling van de betaling van griffierechten.
(4) Wanneer aan een partij rechtsbijstand wordt verleend op grond van bijzondere wetgeving, geldt een beslissing tot vrijstelling van de betaling van griffierechten in verhouding tot de mate waarin rechtsbijstand is toegekend.
(5) De rechtbank kan een vrijstelling van de betaling van griffierechten te allen tijde tijdens de procedure intrekken, en ook met terugwerkende kracht, indien vóór de definitieve afsluiting van de procedure duidelijk wordt dat de omstandigheden van de partij geen vrijstelling rechtvaardigen.
(6) Indien een partij aan wie vrijstelling van de betaling van griffierechten is verleend, een vertegenwoordiger heeft aangewezen, geldt de vrijstelling ook, in verhouding tot de mate waarin zij is toegekend, voor de betalingen aan en de vergoeding van de vertegenwoordiger.

Het mechanisme voor de verlening van rechtsbijstand en de door het Rechtsbijstandscentrum gehanteerde methode voor het verlenen van rechtsbijstand aan natuurlijke personen die behoeftig zijn en geen gebruik kunnen maken van juridische diensten om hun rechten naar behoren uit te oefenen en te verdedigen, en de mate waarin rechtsbijstand wordt verleend, vallen onder Wet nr. 327/2005 betreffende de verlening van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen en tot wijziging van Wet nr. 586/2003 betreffende de advocatuur en Wet nr. 455/1991 betreffende handelsactiviteiten (Handelswet), zoals gewijzigd bij Wet nr. 8/2005. In de bovengenoemde wet zijn ook de criteria voor de verlening van rechtsbijstand vastgesteld, alsook de door natuurlijke personen en de bevoegde autoriteiten te volgen procedure bij een rechtsbijstandsverzoek en de institutionele organisatie van rechtsbijstand.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

In Slowakije is de hoogte van de alimentatie niet wettelijk vastgelegd.

In familiezaken moeten rechtbanken altijd elke zaak individueel beoordelen op basis van de specifieke omstandigheden. Daarom zijn er in de wet geen specifieke bedragen voor onderhoudsuitkeringen vastgesteld. Met name in het familierecht geldt dat de wetgever niet alle aspecten van het leven ordelijk en uitdrukkelijk in bepalingen kan regelen.

Volgens artikel 75, lid 1, van de Familiewet moet de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie rekening houden met de rechtmatige behoeften van de begunstigde en met de mogelijkheden, kansen en financiële situatie van de onderhoudsplichtige. Ook kan de rechter rekening houden met de mogelijkheden, kansen en financiële situatie van de onderhoudsplichtige indien de onderhoudsplichtige, zonder gegronde reden, goed werk of een goede baan opzegt of afziet van een vaste inkomstenbron. Voorts kan de rechtbank rekening houden met door de onderhoudsplichtige genomen onredelijke financiële risico’s.

Wat de alimentatie van ouders voor kinderen betreft, moeten beide ouders bijdragen aan het levensonderhoud van hun kinderen op basis van hun mogelijkheden, kansen en financiële situatie. Een kind heeft het recht om te delen in de levensstandaard van de ouders. Bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie neemt de rechter in aanmerking welke ouder persoonlijk de zorg voor het kind draagt en in welke mate. In het geval van co-ouderschap, houdt de rechter bij het bepalen van de hoogte van de alimentatie ook rekening met de periode gedurende welke het kind bij elke ouder woont of kan de rechter besluiten dat er, zolang het kind om beurten bij beide ouders woont, geen alimentatie wordt toegekend.

Artikel 62, lid 3, van de Familiewet stelt een minimumalimentatiebedrag vast (momenteel 27 EUR): Ongeacht zijn of haar mogelijkheden, kansen en financiële situatie is elke ouder verplicht om het voorgeschreven minimumonderhoud te voldoen, dat gelijk is aan 30 % van het bestaansminimum voor een minderjarig kind te zijner of harer laste of een kind dat krachtens een bijzondere wet ten laste is.

Krachtens artikel 78 van de Familiewet kunnen regelingen en gerechtelijke beslissingen met betrekking tot alimentatievorderingen worden herzien als de omstandigheden veranderen. Afgezien van de alimentatie voor een minderjarig kind (vergelijk artikel 163, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), kunnen beslissingen tot toekenning van alimentatie alleen op verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. Als de alimentatie voor een minderjarig kind met terugwerkende kracht wordt geannuleerd of verlaagd, worden de reeds uitgegeven alimentatiebedragen niet terugbetaald. Wanneer de omstandigheden veranderen, moet rekening worden gehouden met de evolutie van de kosten van levensonderhoud.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

Alimentatie wordt doorgaans betaald door de onderhoudsplichtige aan de onderhoudsgerechtigde.

Volgens artikel 76 van de Familiewet moet alimentatie regelmatig in vaste bedragen en een maand vooruit worden betaald. Wederzijdse vorderingen kunnen alleen met alimenatievorderingen worden verrekend als daar overeenstemming over wordt bereikt. Vorderingen voor kinderalimentatie kunnen niet worden verrekend. Als de onderhoudsplichtige alimentatie die door de rechter is vastgesteld te laat betaalt, heeft de begunstigde het recht om betaling van rente op de te laat betaalde bedragen te vorderen op grond van civielrechtelijke bepalingen. Elke betaling uit hoofde van alimentatie wordt eerst toegerekend aan de hoofdsom en vervolgens, zodra de hoofdsom volledig is voldaan, aan de rente wegens te late betaling.

Met betrekking tot alimentatie voor minderjarige kinderen moet de alimentatieplichtige ouder volgens vaste rechtspraak elke maand op een vaste datum alimentatie betalen aan de ouder die persoonlijk de zorg voor het kind voor zijn of haar rekening neemt.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

De betaling van alimentatie kan worden afgedwongen door een gerechtsdeurwaarder. Tenuitvoerleggingsprocedures worden geïnitieerd naar aanleiding van een executieverzoek. De procedure valt onder de Wet nr. 233/1995 van de Nationale Raad van de Slowaakse Republiek inzake rechtbankfunctionarissen en beslag (Wet op de executieprocedure) en tot wijziging van bepaalde andere wetten, zoals gewijzigd. In de meeste gevallen wordt achterstallige alimentatie ingevorderd door middel van beslaglegging op het loon of andere inkomsten van de onderhoudsplichtige. Als er een executoriale titel is afgegeven betreffende de betaling van een bepaalde som geld, zijn er ook andere opties beschikbaar om achterstallige alimentatie in te vorderen: een bevel tot betaling door een derde, de verkoop van roerende zaken, de verkoop van effecten, de verkoop van onroerende zaken, de verkoop van een bedrijf of de intrekking van het rijbewijs van de onderhoudsplichtige. Vooral deze laatste optie speelt een belangrijke rol bij de invordering van alimentatie. De gerechtsdeurwaarder kan de intrekking gelasten van het rijbewijs van iedere onderhoudsplichtige die een gerechtelijk bevel tot betaling van alimentatie niet uitvoert. Het bevel tot intrekking van het rijbewijs wordt door de gerechtsdeurwaarder ook ter kennis gebracht van de bevoegde politieautoriteiten. Wanneer de gronden voor de tenuitvoerlegging hebben opgehouden te bestaan, geeft de gerechtsdeurwaarder onmiddellijk opdracht om de intrekking van het rijbewijs op te heffen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

In artikel 77 van de Familiewet is bepaald dat er geen verjaringstermijn geldt voor de inning van alimentatievorderingen. Alimentatie kan echter pas worden toegekend met ingang van de datum waarop de gerechtelijke procedure wordt ingeleid. Alimentatie voor een minderjarig kind kan met terugwerkende kracht worden gevorderd voor een periode van niet langer dan drie jaar gerekend vanaf de datum van de inleiding van de procedure, maar daarvoor moeten er bijzondere gronden bestaan. Voor het recht op een individuele, regelmatige alimentatiebetaling geldt er een verjaringstermijn.

In artikel 101 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Wet nr. 40/1964) zijn de volgende verjaringstermijnen opgenomen:

(1) Een bij een definitieve beslissing van een rechter of andere autoriteit toegekend recht verjaart tien jaar na de datum waarop de aansprakelijke partij de beslissing had moeten uitvoeren. Een recht waarvan de onderhoudsplichtige schriftelijk de gronden en de geldsom heeft erkend, verjaart tien jaar na de erkenning ervan; indien in de erkenning een termijn voor de tenuitvoerlegging is vastgesteld, gaat de verjaringstermijn echter in bij het verstrijken van die termijn.
(2) Dezelfde verjaringstermijn is ook van toepassing op afzonderlijke betalingen die in de beslissing of de erkenning zijn vastgesteld; de verjaringstermijn voor de afzonderlijke betalingen gaat in op de datum waarop deze verschuldigd worden. Indien de schuld in zijn geheel verschuldigd wordt als gevolg van de niet-betaling van een termijn, gaat de verjaringstermijn van tien jaar in op de datum waarop de niet-betaalde termijn verschuldigd werd.
(3) Rente en terugkerende betalingen verjaren na drie jaar; indien de alimentatie echter definitief is toegekend of schriftelijk is erkend, is deze verjaringstermijn alleen van toepassing op rente en terugkerende betalingen die verschuldigd worden nadat de beslissing definitief is geworden of nadat de vordering schriftelijk is erkend.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Er is geen specifieke autoriteit aangewezen om bijstand te verlenen of te helpen bij de invordering van alimentatie in nationale zaken.

In grensoverschrijdende zaken kan het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren (Centrum pre medzinárodnoprávnu ochranu detí a mládeže) bijstand verlenen. Het Centrum helpt bij het invorderen van alimentatie wanneer de partij die alimentatie voor een kind moet betalen in het buitenland woont en de begunstigde zijn of haar woonplaats in Slowakije heeft, of omgekeerd, dat wil zeggen wanneer de begunstigde zijn of haar woonplaats in het buitenland heeft en alimentatie wil invorderen van een onderhoudsplichtige die zijn of haar gewone verblijfplaats in Slowakije heeft.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Wet nr. 201/2008 inzake vervangende alimentatie en tot wijziging van Wet nr. 36/2005 betreffende familieaangelegenheden en tot wijziging van bepaalde wetten in de zin van Beschikking nr. 615/2006 van het Constitutioneel Hof van de Slowaakse Republiek (Ústavný súd) voorziet in een mechanisme waarbij vervangende alimentatie, bij wijze van voorschot, aan de begunstigde kan worden verstrekt door de staat (het Bureau voor arbeid, sociale zaken en gezin – úrad práce, sociálnych vecí a rodiny). Vervangende alimentatie draagt bij tot het levensonderhoud van een kind ten laste wanneer de onderhoudsplichtige verzuimt de alimentatiebedragen te betalen die zijn vastgesteld in een onherroepelijke beslissing van de rechter of in een door de rechter goedgekeurde regeling.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren is opgericht door het Slowaakse ministerie van Arbeid, Sociale Zaken en Gezinszaken en valt onder het directe beheer van het ministerie als een door de overheid gefinancierde organisatie die in grensoverschrijdende zaken rechtsbescherming biedt aan kinderen en jongeren. Het centrum bestrijkt heel Slowakije en is sinds 1 februari 1993 operationeel.

Krachtens Wet nr. 195/1998 (Sociale bijstandswet), zoals gewijzigd, wordt het centrum per 1 juli 1998 aangemerkt als een overheidsorgaan voor de verlening van sociale bijstand.

Contactgegevens/adres:

Špitálska 8, P.O. Box 57, 814 99 Bratislava,

E-mail: De link wordt in een nieuw venster geopend.cipc@cipc.gov.sk, De link wordt in een nieuw venster geopend.info@cipc.gov.sk,

Tel.: +421 2 2046 3208, +421 2 2046 3248,

Fax: +421 2 2046 3258, permanente telefoonlijn (alleen noodgevallen) +421 915 405 954.

In de Slowaakse Republiek is het centrum de centrale autoriteit in de zin van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (de “alimentatieverordening”) en het Haags Verdrag van 23 november 2007 inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden.

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Het is niet mogelijk om vanuit het buitenland rechtstreeks een verzoek in te dienen bij het centrum. Een persoon die alimentatie wil invorderen en in een ander land verblijft, moet contact opnemen met de bevoegde autoriteiten in dat land, die het verzoek vervolgens doorsturen aan het Slowaakse centrum.

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

----

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

De Slowaakse Republiek is gebonden door het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

----

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

In grensoverschrijdende alimentatiezaken hangt de verlening van rechtsbijstand af van de toepassing van artikel 44, lid 3, van de alimentatieverordening. De centrale autoriteit van Slowakije, het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren, biedt zijn diensten kosteloos aan, en in gewone procedures voor de afgifte van een bevel tot betaling van alimentatie of een wijziging van een dergelijk bevel in Slowakije hoeft geen beroep te worden gedaan op rechtsbijstand.

Wanneer in een procedure wel rechtsbijstand vereist is, wordt deze overeenkomstig artikel 46 kosteloos verleend aan natuurlijke personen tot 21 jaar. Dit type rechtsbijstand wordt verleend door het Rechtsbijstandscentrum uit hoofde van Wet nr. 327/2005 betreffende rechtsbijstand aan behoeftige personen, zoals gewijzigd.

In de gevallen die niet onder artikel 46 vallen, wordt rechtsbijstand verleend in overeenstemming met bovengenoemde wet, afhankelijk van de vraag of de verzoeker voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor rechtsbijstand zoals omschreven in diezelfde wet.

Verzoekers die niet in aanmerking komen voor rechtsbijstand, moeten griffierechten betalen in overeenstemming met Wet nr. 71/1992 inzake griffierechten en afschriften van inschrijvingen in strafregisters. Voor zaken betreffende wederzijdse alimentatie tussen kinderen en ouders geldt een vrijstelling van de vergoedingen uit hoofde van deze wet. Ook verzoekers die persoonlijk om een beslissing tot toekenning van alimentatie of om een verhoging van de alimentatie verzoeken, zijn vrijgesteld van de betaling van griffierechten. Voorts moeten alle verzoekers de kosten van de procedure die zij en/of hun vertegenwoordigers aanhangig maken, betalen. De partijen delen de gemeenschappelijk kosten naar rato van hun betrokkenheid bij de zaak en de procedure. In zaken betreffende alimentatie voor meerderjarigen kent de rechter de in het gelijk gestelde partij vergoeding van de kosten toe die nodig waren om een recht uit te oefenen of te verdedigen tegen de in het ongelijk gestelde partij.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De centrale autoriteit als omschreven in artikel 49, lid 1, van de alimentatieverordening is het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren, dat op 1 februari 1993 is opgericht. Er hoefden geen bijzondere maatregelen te worden vastgesteld in verband met de in artikel 51 van de alimentatieverordening beschreven activiteiten, aangezien het centrum in het kader van internationale overeenkomsten (en met name het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 juni 1956 inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud) zowel als verzendende instelling als ontvangende instelling fungeerde voordat de alimentatieverordening van toepassing werd, waardoor er bij het centrum slechts geringe organisatorische wijzigingen (op personeelsgebied) vereist waren.


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 14/01/2019