Sluiten

BÈTAVERSIE VAN HET PORTAAL NU BESCHIKBAAR!

Bezoek de bètaversie van het Europees e-justitieportaal en vertel ons wat u ervan vindt!

 
 

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Gewone rechtbanken - Hongarije

Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar: Hongaars

Op deze pagina vindt u informatie over de organisatie van gewone rechtbanken in Hongarije.


Gewone rechtbanken – Inleiding

Civiele zaken

Rechtbanken van eerste aanleg

Arrondissementsrechtbanken en algemene rechtbanken

Alle procedures die niet op grond van de wet worden doorverwezen naar de algemene rechtbanken vallen onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbanken (járásbíróságok).

De algemene rechtbanken (törvényszékek) zijn de rechtbank van eerste aanleg bij de volgende zaken:

  • rechtsvorderingen betreffende vermogensrechten, waarbij het bedrag van de vordering meer bedraagt dan 30 miljoen HUF (ongeveer 106 000 EUR), tenzij de rechtsvordering is ingesteld samen met of in het kader van een echtscheidingsprocedure;
  • vorderingen betreffende auteursrechten en aanverwante rechten, en betreffende de bescherming van industriële octrooien;
  • rechtsvorderingen ter vergoeding van schade die is veroorzaakt door personen die handelden uit hoofde van hun functie in overheidsdienst;
  • rechtsvorderingen die betrekking hebben op internationale overeenkomsten inzake vervoer en expeditie van goederen;
  • rechtsvorderingen ter handhaving van burgerrechten die zijn ontstaan als gevolg van een schending van morele rechten, waaronder vorderingen voor de compensatie van een dergelijke schending indien deze zijn ingesteld samen met of in het kader van deze rechtsvorderingen;
  • rechtsvorderingen betreffende effecten;
  • rechtsvorderingen in verband met smaad;
  • bepaalde vennootschapsrechtgeschillen zoals bij wet bepaald:
    1. rechtsvorderingen die strekken tot herroeping van de beslissing van een rechtbank met betrekking tot registratie van een bedrijf;
    2. rechtsvorderingen die strekken tot vaststelling van declaratoire vonnissen over het bestaan, de ongeldigheid of rechtsgeldigheid van oprichtingsakten of statuten;
    3. rechtsvorderingen die strekken tot herziening van besluiten van bedrijfsorganen;
    4. rechtsvorderingen op grond van lidmaatschap, tussen ondernemingen en hun leden (of voormalige leden) en tussen leden (of voormalige leden) onderling;
    5. rechtsvorderingen in verband met de verwerving van deelnemingen in ondernemingen;
    6. rechtsvorderingen die strekken tot wijziging van de regels inzake de aansprakelijkheid van leden die aandelen met beperkte aansprakelijkheid bezitten;
  • bepaalde vorderingen in verband met organisaties die geen ondernemingen zijn en door de kantonrechtbank zijn geregistreerd, waaronder:
    1. rechtsvorderingen die zijn ingesteld tegen dergelijke organisaties door de wettelijke toezichthouder;
    2. rechtsvorderingen op grond van lidmaatschap, tussen ondernemingen en hun leden (of voormalige leden) en tussen leden (of voormalige leden) onderling;
  • rechtsvorderingen betreffende financieringsovereenkomsten met zorgverleners;
  • rechtsvorderingen strekkende tot vaststelling van de feiten voor zaken waar de waarde van het voorwerp van de vordering de hierboven vermelde waarde zou overschrijden;
  • rechtsvorderingen betreffende oneerlijke contractvoorwaarden;
  • rechtsvorderingen voor schadevergoeding in verband met de schending van het recht op een eerlijk proces en het voltooien van het proces binnen een redelijke termijn;
  • rechtsvorderingen die volgens de wet onder de bevoegdheid van de kantonrechtbank vallen.
  • Als een van de mede-eisers onder de bevoegdheid van de kantonrechtbank valt, wordt de vordering behandeld onder bevoegdheid van die rechtbank.

Rechtbanken van tweede aanleg

Algemene rechtbanken (törvényszékek): zaken die vallen onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbanken in eerste aanleg, evenals zaken die zijn behandeld door de administratieve en arbeidsrechtbanken.

Regionale hoven van beroep (ítélőtáblák): voor zaken die in eerste aanleg vallen onder de bevoegdheid van de algemene rechtbanken.

Curia (Kúria): voor zaken die worden doorverwezen door de regionale hoven van beroep. Ook voor zaken waarin in eerste aanleg een vonnis is gewezen door de algemene rechtbanken en waar de partijen, mits vertegenwoordigd door een advocaat of gemachtigde, gezamenlijk verzoeken om behandeling van de zaak door de Curia, indien het beroep is gebaseerd op een schending van het materiële recht. Een verzoek om een vordering in verband met vermogensrecht door de Curia te laten behandelen, kan alleen worden ingediend indien de in geschil zijnde som meer bedraagt dan 500 000 HUF (ong. 1 840 EUR).

De Curia spreekt zich ook uit over moties tot herziening.

Samenstelling van de rechtbanken

Een rechtbank van eerste aanleg bestaat meestal uit één rechter, maar in bij de wet bepaalde gevallen behandelt de rechtbank zaken als college van in totaal drie leden, één beroepsrechter en twee toegevoegde rechters. In de procedures hebben de toegevoegde rechters dezelfde rechten en verplichtingen als de beroepsrechter. Alleensprekende rechters en voorzitters van raden zijn echter altijd beroepsrechters.

De rechtbanken van tweede aanleg (algemene rechtbanken en regionale hoven van beroep) bestaan uit drie beroepsrechters.

Bij rechterlijke herzieningen, oordeelt de Curia met drie (of in gevallen waarin de bijzonder complexe aard van de zaak dat rechtvaardigt, vijf) beroepsrechters.

Bevoegdheid van de rechtbank

Algemene bevoegdheid: Over het algemeen wordt de zaak behandeld door de rechtbank in wier jurisdictie het permanente adres van de gedaagde ligt, tenzij een andere rechtbank exclusief bevoegd is. Er zijn ook bij wet aanvullende bevoegdheidsregels opgesteld (bv. bij afwezigheid van een permanent adres hangt de bevoegdheid af van de woonplaats van de gedaagde).

Bij wet worden ook speciale bevoegdheidsgronden erkend in aanvulling op de algemene bevoegdheid (alternatieve bevoegdheid, exclusieve bevoegdheid).

In geval van alternatieve bevoegdheid, wanneer er geen exclusieve bevoegdheid is bepaald, kan de eiser een vordering aanhangig maken bij een andere rechtbank naar zijn keuze, zolang dat wettelijk mogelijk is, in plaats van voor een rechtbank met algemene bevoegdheid (bv. voogdijzaken mogen ook aanhangig worden gemaakt voor de rechtbank met bevoegdheid voor het permanente adres van het kind, zaken met betrekking tot compensatievorderingen mogen ook aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank met bevoegdheid overeenkomstig de plaats of het gebied waar de schade is opgetreden, enz.).

In geval van exclusieve bevoegdheid mogen zaken alleen aanhangig worden gemaakt bij een specifieke rechtbank.

Strafzaken

Rechtbanken van eerste aanleg

Over het algemeen zijn de arrondissementsrechtbanken bevoegd in strafzaken.

In de volgende specifieke gevallen kunnen echter de algemene rechtbanken de zaak behandelen:

a)      strafbare feiten die worden bestraft met een gevangenisstraf van maximaal vijftien jaar of levenslang; en

b)      strafbare feiten tegen de staat (hoofdstuk X van het wetboek van strafrecht);

c)      misdaden tegen de menselijkheid (hoofdstuk X van het wetboek van strafrecht);

d)     samenzwering voor het plegen van moord, dood door nalatigheid (artikel 166, leden 3 en 4, van het wetboek van strafrecht), crime passionnel (artikel 167 van het wetboek van strafrecht), zwaar lichamelijk letsel waardoor er een levensgevaarlijke situatie ontstaat (of de dood tot gevolg hebbende) (derde alternatief in artikel 170, leden 6 en 7, van het wetboek van strafrecht), kidnapping (artikel 175/A van het wetboek van strafrecht), mensensmokkel (artikel 175/B van het wetboek van strafrecht), strafbare feiten tot schending van de regels over medisch ingrijpen en medisch onderzoek en van het recht op medische zelfbeschikking (titel II van hoofdstuk XII van het wetboek van strafrecht);

e)      strafbare feiten tegen het goede verloop van verkiezingen, referenda en burgerinitiatieven en Europese burgerinitiatieven (artikel 211 van het wetboek van strafrecht), misbruik van vertrouwelijke gegevens (titel III van hoofdstuk XV van het wetboek van strafrecht), ambtsmisdrijven (titel IV van hoofdstuk XV van het wetboek van strafrecht), geweld tegen een persoon die onder internationale bescherming staat (artikel 232 van het wetboek van strafrecht), gevangenisopstand (artikel 246 van het wetboek van strafrecht), belemmering van de rechtsgang in een internationale rechterlijke instantie (artikel 294/B van het wetboek van strafrecht), strafbare feiten tegen het (internationaal) publiekrecht (titels VII en VIII van hoofdstuk XV van het wetboek van strafrecht);

f)       terroristische daden (artikel 261 van het wetboek van strafrecht), schending van internationale economische restricties (artikel 261/A van het wetboek van strafrecht), kaping van vliegtuigen en treinen, zeevarende schepen en vrachtwagens voor massatransporten of voertuigen die voor dit doel geschikt zijn (artikel 262 van het wetboek van strafrecht), deelname aan een criminele organisatie (artikel 263/C van het wetboek van strafrecht);

g)      misbruik van militaire producten en diensten of producten voor tweeërlei gebruik (artikel 263/B van het wetboek van strafrecht), handel met voorkennis (artikel 299/A van het wetboek van strafrecht), fraude met kapitaalbeleggingen (artikel 299/B van het wetboek van strafrecht), organisatie van een piramidespel (artikel 299/C van het wetboek van strafrecht), witwassen van geld (artikel 303 van het wetboek van strafrecht);

h)      het veroorzaken van een algemeen gevaarlijke situatie die tot aanzienlijke of ernstige financiële verliezen leidt (artikel 259, lid 2, onder b), van het wetboek van strafrecht), verstoring van de werking van openbare voorzieningen die tot aanzienlijke of buitengewoon ernstige financiële verliezen leidt (artikel 260, leden 3 en 4, van het wetboek van strafrecht), strafbare feiten tegen computersystemen en -gegevens waardoor aanzienlijke of buitengewoon ernstige schade ontstaat (artikel 300/C lid 4, onder b) en c) van het wetboek van strafrecht), belastingfraude en nalaten te voldoen aan een toezichts- of auditverplichting in verband met de betreffende belastingfraude, met een aanzienlijk of ernstig verlies aan inkomsten tot gevolg (artikel 310, lid 4, onder a), lid 5, onder a) en lid 6, evenals artikel 310/A van het wetboek van strafrecht), verkeerd gebruik van vervangingsmiddelen van contant geld waardoor aanzienlijke of buitengewoon grote schade is veroorzaakt (artikel 313/C, lid 5, onder a), en artikel 313/C, lid 6, van het wetboek van strafrecht), diefstal (artikel 316, lid 6, onder a), en artikel 316, lid 7, van het wetboek van strafrecht) en verduistering (artikel 317, lid 6, onder a), en artikel 317, lid 7, van het wetboek van strafrecht) van zaken met een aanzienlijke of uitzonderlijk hoge waarde, fraude waardoor aanzienlijke of buitengewoon grote schade is veroorzaakt (artikel 318, lid 6, onder a), en artikel 318, lid 7, van het wetboek van strafrecht), verduistering van gelden waardoor aanzienlijke of buitengewoon grote financiële verliezen zijn veroorzaakt (artikel 319, lid 3, onder c) en d), van het wetboek van strafrecht), nalatig, slecht beheer van gelden waardoor aanzienlijke of ernstige financiële verliezen zijn veroorzaakt (artikel 320, lid 2, van het wetboek van strafrecht), roof (artikel 321, lid 4, onder b), van het wetboek van strafrecht) en plundering (artikel 322, lid 3, onder a), van het wetboek van strafrecht) van zaken met een aanzienlijke of hoge waarde, vandalisme met aanzienlijke of buitengewoon grote schade tot gevolg (artikel 324, lid 5, en artikel 324, lid 6, van het wetboek van strafrecht), het in ontvangst nemen van gestolen producten met een aanzienlijke of buitengewoon hoge waarde (artikel 326, lid 5, onder a), en artikel 326, lid 6, van het wetboek van strafrecht), schending van auteursrechten of aanverwante rechten met aanzienlijke of buitengewoon hoge financiële verliezen tot gevolg (artikel 329/A, lid 3, van het wetboek van strafrecht), en schending van door het industriële octrooirecht beschermde rechten (artikel 329/D, lid 3, van het wetboek van strafrecht);

i)        strafbare feiten die onder het militair recht vallen;

j)        communistische strafbare feiten en strafbare feiten waarop overeenkomstig internationaal recht geen verjaring van toepassing is, zoals vastgelegd in de wet op de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor en niet-toepasbaarheid van verjaringstermijnen op misdaden tegen de menselijkheid en de vervolging van bepaalde strafbare feiten die zijn gepleegd tijdens de communistische dictatuur.

Over het algemeen wordt de bevoegdheid van de rechtbank bepaald door het gebied waarin het strafbare feit is gepleegd.

Indien de gedaagde strafbare feiten heeft gepleegd in gebieden die onder de bevoegdheid van verschillende rechtbanken vallen, dan is de algemene rechtbank bevoegd voor de behandeling van de zaak.

Rechtbanken van tweede aanleg

Algemene rechtbanken: voor zaken die in eerste aanleg vallen onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank.

Regionale hoven van beroep: voor zaken die in eerste aanleg vallen onder de bevoegdheid van de algemene rechtbank.

Curia: voor zaken die onder de bevoegdheid van een regionaal hof van beroep vallen, indien er tegen de beslissing van dat hof hoger beroep kan worden ingesteld.

Rechtbanken van derde aanleg

Regionale hoven van beroep: voor zaken waarover een algemene rechtbank zich in tweede aanleg heeft uitgesproken.

Curia: voor waarover een regionaal hof van beroep zich in tweede aanleg heeft uitgesproken.

Samenstelling van de rechtbanken

Wanneer het betreffende strafbare feit bestraft kan worden met een gevangenisstraf van acht jaar of meer, treedt de arrondissementsrechtbank op als college bestaande uit een beroepsrechter en twee toegevoegde rechters. In andere gevallen zit de rechter alleen.

De algemene rechtbank die als rechtbank van eerste aanleg optreedt, behandelt de zaak ook als college bestaande uit één beroepsrechter en twee toegevoegde rechters.

De rechtbank die optreedt als rechtbank van tweede of derde aanleg behandelt de zaken als college bestaande uit drie beroepsrechters. De Curia behandelt zaken als college bestaande uit drie of vijf beroepsrechters.

Verwante links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Officiële website van de Hongaarse rechtbanken


De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Laatste update: 04/07/2016