Kruimelpad

menu starting dummy link

Page navigation

menu ending dummy link

Europees aanhoudingsbevel


Het Europees aanhoudingsbevel (“EAB”) is een vereenvoudigde grensoverschrijdende gerechtelijke procedure van overlevering – met het oog op vervolging of tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel. Een door de rechterlijke autoriteiten van een lidstaat uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel is geldig voor het hele grondgebied van de Europese Unie.

Het Europees aanhoudingsbevel is sinds 1 januari 2004 operationeel. Het is in de plaats gekomen van de langdurige uitleveringsprocedures tussen de EU-lidstaten.


Hoe het werkt

Het Europees aanhoudingsbevel is een verzoek van een rechterlijke autoriteit in een van de EU-lidstaten om iemand in een andere lidstaat aan te houden en deze persoon over te leveren voor vervolging of om een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel ten uitvoer te leggen in de verzoekende lidstaat. Dit mechanisme is gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen. Het mechanisme is operationeel in alle EU-lidstaten.

Het werkt via rechtstreeks contact tussen rechterlijke autoriteiten.

Bij de toepassing van het Europees aanhoudingsbevel moeten de autoriteiten de De link wordt in een nieuw venster geopend.procesrechten van verdachten of in staat van beschuldiging gestelde personen respecteren – zoals het recht op informatie, op een advocaat en mogelijk op een tolk, zoals wettelijk bepaald in de lidstaat waar deze personen zijn aangehouden.

De link wordt in een nieuw venster geopend.Het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel (handboek)

Hoe verschilt overlevering van de traditionele uitlevering?

  1. Strikte termijnen
    De lidstaat waar de persoon is aangehouden, moet deze binnen zestig dagen na de aanhouding overleveren aan de lidstaat waar het aanhoudingsbevel is uitgevaardigd.
    Indien de persoon instemt met de overlevering, moet het overleveringsbesluit binnen tien dagen worden genomen.
  2. Dubbele strafbaarheid – niet langer vereist
    Voor 32 categorieën van ernstige misdrijven geldt niet langer de vereiste dat een feit in beide lidstaten strafbaar moet zijn. De enige vereiste is dat op het feit ten minste drie jaar gevangenisstraf moet staan in de lidstaat waar het aanhoudingsbevel is uitgevaardigd.
  3. Geen politieke overwegingen
    Besluiten worden uitsluitend door rechterlijke autoriteiten genomen, zonder dat politieke overwegingen een rol spelen.
  4. Overlevering van eigen onderdanen
    EU-lidstaten kunnen niet langer weigeren om hun eigen onderdanen over te leveren, tenzij ze de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van betrokkene zelf ter hand nemen.
  5. Garanties
    De lidstaat die het aanhoudingsbevel uitvoert, kan garanties eisen dat:
    a. de persoon na een bepaalde periode het recht heeft om te verzoeken om een herziening wanneer de opgelegde straf een levenslange gevangenisstraf is.
    b. de gezochte persoon een eventuele gevangenisstraf in de overleverende lidstaat kan uitzitten wanneer hij of zij een onderdaan of een ingezetene van die lidstaat is.
  6. Beperkte gronden voor weigering
    Een lidstaat kan alleen weigeren om de gezochte persoon over te leveren indien een van de gronden voor verplichte of optionele weigering van toepassing is:

    verplichte gronden
    – de persoon is reeds voor het delict berecht (ne bis in idem)
    minderjarigen (de persoon heeft in de lidstaat waar hij of zij is aangehouden, nog niet de leeftijd bereikt waarop hij of zij strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld)
    amnestie (de lidstaat waar de persoon is aangehouden, had tot vervolging kunnen overgaan, en het delict valt onder de amnestiewet van die lidstaat).

    optionele gronden – zoals:
    – het ontbreken van dubbele strafbaarheid voor andere strafbare feiten dan de bovenbedoelde 32 categorieën
    – territoriale jurisdictie
    – een hangende strafprocedure in de ten uitvoer leggende lidstaat
    – verjaring.

Statistieken over het gebruik van het Europees aanhoudingsbevel

In de meeste lidstaten wordt de gezochte persoon overgeleverd:

  • met toestemming – binnen 14-16 dagen (circa 50% van alle overleveringen)
  • zonder toestemming – binnen 2 maanden.

Niet voor alle lidstaten zijn gegevens beschikbaar, maar de tabel laat zien hoe vaak het Europees aanhoudingsbevel wordt gebruikt.

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Uitgevaardigd

6 900

6 750

11 000

14 200

15 800

13 900

9 800

10 450

13 100

14 700

Opgespoord en/of aangehouden

1 770

2 040

4 200

4 500

6 150

6 460

6 490

5 840

7 850

9 660

Overgeleverd

1 530

1 890

3 400

3 630

5 580

5 370

5 230

4 480

3 460

5 480

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel


Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.

Laatste update: 24/10/2016